[Startpagina] [Wat is de SAP] [Meer info] [Webwinkel] [Zoeken & archief] [Links] [Internationaal] [Email]
| Terug naar Grenzeloos stoffig | Uit: Grenzeloos nummer 12 | bestand: UTOPI14 |

Pour Dieu, een beetje onzekerheid in het leven!

Barend de Voogd

De 'utopies socialisten' Saint Simon en Fourier droomden al rond 1800 van een samenleving gebaseerd op rechtvaardigheid, gelijkheid èn andere sekseverhoudingen. In haar boek 'Tegen conventioneel fatsoen en zekerheid' stelt Saskia Poldervaart dat dat feminisme bij latere socialistiese stromingen verloren is gegaan. Ze wil er opnieuw de aandacht op vestigen. Om het huidige socialisme te inspireren, maar ook om het 'utopies feminisme' de plaats te geven die het toekomt: als eerste feministiese golf.

Graaf Claude-Henri de Saint Simon (1760-1825) was een kind van de Franse Revolutie. Een opstandig kind, dat wel. Aan de ene kant verwierp hij de nadruk die de Verlichting legde op de rationele individuele mens en stelde daar een gevoelige mens, die in sociale verbanden leeft, tegenover. Tegelijkertijd had hij wel groot vertrouwen in de mogelijkheden van industrie en wetenschap. De klasse die daarmee verbonden was, 'la classe industrielle', waaronder hij zowel arbeiders en -sters als fabrikanten en handelaren rekende, zou de macht moeten veroveren op de 'oisifs' (de gepriviliseerde adel en de soldaten), de niet produktieven. Het zou een vreedzame evolutie moeten zijn door het uitbreiden van associaties, leef- en werkgemeenschappen. Het moest leiden tot 'het Evangelie', zijn Utopia waarin mensen 'kollaborators' zouden zijn; rationele, gevoelige en liefdevolle wezens. Een 'nieuw christendom' zou mensen samenbrengen in onderlinge liefde. Saint Simons utopie voorzag een Europees 'parlement' waarin niet de politiek van de macht, maar de politiek van de kwaliteiten bepalend zou zijn. Administratieve maatregelen zouden afdoende zijn om het welzijn van ieder te garanderen.

Familiehuizen
In Saint Simons werk zijn nauwelijks feministiese trekken te vinden. Toch stelt Poldervaart dat het belang dat hij aan gevoel en liefde hechtte, de basis heeft gelegd voor het feminisme van zijn volgelingen. Die konkludeerden na Saint Simons dood, dat dat bij uitstek 'vrouwelijke' kwaliteiten waren. Vrouwen lieten zien wat de weg naar de menselijke bevrijding was: vrouwelijkheid. In de preken die deze discipelen van het 'nieuwe christendom' hielden werden het gezin en de huishoudelijke slavernij van vrouwen aangevallen en werden mannen aangemoedigd hun emoties te uiten. In Saint-Simonistiese 'Familiehuizen' werden huishoudelijke taken gelijk verdeeld. Ze trotseerden de spot van het publiek: in een bekende spotprent zien we Saint-Simonistiese mannen koken en poesten. Twee van hen knopen elkaars vest dicht: De Saint-Simonisten hadden een kostuum ontworpen waarbij de knopen aan de rugzijde zaten. Het Saint-Simonistiese principe was immers dat je je steeds moest 'associëren', zelfs bij het aankleden.
Poldervaart legt veel nadruk op het aksent op seksuele uitdagendheid en plezier dat bij de utopisten alom aanwezig is. Zo ontplooide Père Enfantin, de geestelijk opvolger van Saint Simon, in 1831 zijn 'nieuwe moraalleer'. De christelijke moraal, die 'de

zonde van het vlees' verwierp, gooide hij op z'n kop: "Tot nu toe hebben koketheid, frivoolheid, schoonheid en uitdagendheid alleen aanleiding gegeven tot hypokrisie, overspel enzovoort omdat de maatschappij niet in staat was om deze menselijke kwaliteiten te reguleren of bevredigen. Daarom zijn deze kwaliteiten bronnen van aanstootgevende wanorde geweest, in plaats van wat ze zouden moeten zijn; bronnen van plezier en geluk." Uitdagendheid was een onmisbare kwaliteit in het 'Evangelie', ook voor mannen.

Seksueel minimum
Het meest uitbundig is het toekomstige plezier beschreven door Charles Fourier (1772-1837), bijtende satirikus van de hypokrisie, het monogame gezin en de vrouwenonderdrukking. In duizenden pagina's tekst, tekeningen en architektoniese ontwerpen komt een overdekte (want regen, hagel en guur weer werkten verstorend) toekomst, de 'Harmonie', naar voren. Liefde en werk zouden daar onmetelijke genietingen zijn. Gelijkheid vervloekte hij echter als een 'politiek gif'. Klassen zouden blijven bestaan, mannen en vrouwen bleven verschillend. Juist verschillen, en het genieten daarvan, moesten de Harmonie aantrekkelijk maken. In de 'wet van de aantrekkingskracht van de hartstochten' stelde hij dat hartstochten niet onderdrukt moesten worden, maar uitgeleefd.
Fourier stelde voor mensen in leefgroepen, 'Phalanstères', en kleinere eenheden, de 'harmoniese groepen' (van zeven tot negen personen, in tegenstelling tot het benauwde gezin) te laten leven. In die harmoniese groepen zouden mensen met dezelfde hartstocht die met elkaar kunnen delen. Maar, er moest aan drie voorwaarden worden voldaan. De eerste was het recht op werk (gelijk verdeeld, en niet meer dan twee uur hetzelfde werk achtereen) en een inkomen; het sociaal minimum. Ten tweede moest er een 'seksueel minimum' gegarandeerd zijn. In het 'Hof der Liefde' zou iedereen aan haar of zijn trekken komen onder leiding van een hofdame die voor iedereen spelletjes, intriges en dergelijke organiseerde. Fourier was niet preuts, alles kon. De gedachte hierachter was dat de liefde pas werkelijk tot ontplooiing kon komen als ze zou zijn bevrijd van iedere dwangmatige fixatie op koïtus. Subtielere vormen van liefde konden dan opbloeien.
Tot slot was een radikale verandering van de positie van de vrouw een absolute voorwaarde. Wilde men samen de amoureuze wereld van de Harmonie binnentreden dan moest men inzien dat "De vrouw (...) geen objekt van genot, maar aktieve deelgenote" is. Meer dan dat, net als Saint Simons volgelingen, zag Fourier dat vrouwen de vreedzame weg van de associatie naar de Harmonie, als draagsters van de positieve kwaliteiten van vrouwelijkheid en uitdagendheid, zouden leiden.

Autonome vrouwenbeweging.
'Père' (vader) Enfantin, de volgeling van Saint Simon, ging in zijn 'nieuwe moraalleer' verder dan zijn leermeester. Vrouwelijkheid als positieve kwaliteit moest, stelde hij, niet gekoppeld worden aan vrouwen. Als mannen gaan bepalen wat 'de vrouw' is kan dat alleen maar onderdrukkend uitpakken. "Ik zeg dat iedere man die pretendeert een wet over vrouwen te maken, zich niet als een Saint-Simonist zal ontwikkelen" schreef hij. Daarom bevatte zijn 'nieuwe

moraalleer' een oproep aan 'de' vrouw: "Een vrouw moet opstaan die zichzelf aan het hoofd van de mensheid plaatst en die zegt wat ze voelt (...)". Er moest een vrouwelijke Messias van het 'nieuwe christendom' opstaan; een 'Mère', naast de Père. Enfantin trok de konsekwentie en pleitte ervoor dat vrouwen zich apart zouden organiseren.
Een autonome vrouwenbeweging zou niet lang op zich laten wachten. De revolutie van juli 1830 (die verder weinig veranderde) bracht persvrijheid, zo'n zeventig vrouwenbladen ontstonden. Le Conseiller des Femmes van Eugénie Niboyet, is typies voor het soort vrouwenblad van die tijd. Het was geen radikaal feministies blad maar populariseerde de gelijkheidsgedachte (maar binnen het gezin!).
Er waren ook radikalere bladen. In 1832 richtten twee Saint-Simonistes de Tribune des Femmes op. Autonomie van de vrouwen stond centraal. Zo werden artikelen met de voornaam ondertekend omdat, zo schreven de vrouwen, "Als wij voortgaan de namen van mannen te gebruiken, zullen we slaven blijven". Het Saint-Simonistiese gedachtengoed was overduidelijk aanwezig. Niemand kon zeggen wat 'de' vrouw was. Ze zagen alle vrouwen, ongeacht klasse, als moreel superieur, de leidsters naar 'het Evangelie'. Het blad ijverde hard voor vrouwenassociaties.
In navolging van de 'nieuwe moraalleer' eisten de vrouwen het recht op vrije seksualiteit, het recht op plezier en veranderlijkheid op: "Pour Dieu, een beetje onzekerheid in het leven!" Dat was niet zonder risiko. Het echtpaar De Mauchamps, uitgevers van de Gazette des Femmes moest hun explicite artikelen over sexualiteit bekopen met gevangenisstraf. De meeste vrouwenbladen verdwenen snel. De persvrijheid onder de juli-monarchie was maar van korte duur.

Revolutie van 1848
De revolutie van 1848 zorgde voor een volgende opleving. De tweede Republiek trad aan. De (ex-)Saint-Simonisten Louis Blanc en Hippolyte Carnot namen belangrijke posities in. Vol hoop startte het dagblad Voix des Femmes, onder redaktie van Niboyet met medewerking van vele 'Tribune'- en 'Gazette'-vrouwen. Het blad was al de eerste dag uitverkocht. Er waren grote verwachtingen. "Het rijk van de Republiek is ons rijk" juichte ze. Vrouwen werden opgeroepen een deel van hun loon aan de regering af te staan. De eis van ekonomiese onafhankelijkheid voor vrouwen, door de 'Tribune' eerst in het algemeen gesteld, werd nu aan de regering gesteld. Helaas, toen de staat in 1849 drie miljoen franc uittrok om associaties te ondersteunen, ging dat bijna geheel naar associaties van mannen.
Poldervaart geeft aan hoe in dit blad een mix van de ideeën van de Saint-Simonisten, Fourier en de gematigde vrouwenbladen van 1830 ontstond. Ze verloor het radikale feminisme van de 'Tribune', ten gunste van een veel breder gehoor. Zo werd aan de ene kant het werk dat het blad opeiste weer beperkt tot typiese 'vrouwenberoepen', terwijl aan de andere kant de utopisten werden geprezen. De 'Voix' streefde naar socialisme, dat ze definieerde als "de demokratie van de liefde, die niets en niemand zijn zorg onthoudt". Alle seksuele radikaliteit van weleer verdween. De leidende rol die vrouwen bij de utopisten hadden werd teruggebracht tot een gezamenlijke strijd

van mannen en vrouwen, die elkaar door hun verschillende kwaliteiten aanvulden. De vrouwen klaimden hun rechten vanuit de rol die vrouwen als 'sociale moeder' speelden, als arbeidster en opvoedster. De kritiek op het gezin verdween. Het ideaal was nu het 'nieuwe huwelijk' waarbinnen mannen en vrouwen zich vrijwillig zouden associeren op basis van gelijkheid.
Na de verkiezingen in april 1848 veranderde het politieke klimaat. Bijeenkomsten van de Voix des Femmes werden door schreeuwende mannen verstoord. Kort daarop sloot de politie de klub van de 'Voix'. De opvolger Politique des Femmes werd na twee nummers verboden. Het begrip 'politiek' werd niet voor vrouwen geschikt geacht.

Het marxisme.
Poldervaart's boek geeft een boeiend beeld van deze eerste feministiese golf die moeizaam haar programma voor emancipatie zocht. Wat echter stoort is Poldervaart's stelling, die door het hele boek loopt, dat het marxisme het belang van het feminisme voor de socialistiese beweging zou hebben miskent. De band die de utopisten daartussen legden heeft het marxisme, in haar ogen, verbroken. Die onhoudbare stelling doet afbreuk aan het verder uitstekende boek. Marx en Engels, die - naast kritiek - grote bewondering hadden voor de utopisten deelden hun feministiese kritiek. In De oorsprong van het gezin, van de partikuliere eigendom en van de staat valt Engels bijvoorbeeld genadeloos het gezin aan, dat "berust op de open of verkapte huisslavernij van de vrouw."
Los daarvan, de vraag is natuurlijk of de analyses van de utopisten beter geschikt waren voor vrouwenbevrijding dan die van Marx. Poldervaart stelt die vraag nergens. Ze bejubelt de heldenrol die de utopisten de vrouw in hun teksten toebedeelden, en verwerpt Marx en Engels op grond van citaten die alleen bewijzen dat de heren niet vrij zijn gebleven van de heersende vooroordelen. Nergens vraagt ze zich af wat de mooie woorden van de utopisten, of de minder mooie woorden van Marx, voor de werkelijke vooruitgang van vrouwen opleveren. Omdat Poldervaart die vraag ontwijkt grijpt ze de mogelijkheid niet aan die de gebeurtenissen van 1848 haar boden om de utopistiese ideeën aan de praktijk te toetsen. De strategie van de utopisten, een geleidelijke verandering door associaties, leek sukses te krijgen. De Tweede Republiek, de 'classe industrielle', was aan de macht gekomen. De Saint-Simonisten Louis Blanc en Carnot in de regering zouden met goede voorstellen komen. Kortom, het 'Evangelie' of de 'Harmonie', en daarmee de bevrijding van de vrouw, was niet ver meer. Die verwachting kwam niet uit. De regering van de 'classe industrielle' bleek niet de belangen van de gehele aktieve bevolking tegen de 'oisifs' te verdedigen maar slechts die van een deel daarvan, de industriëlen en handelaren, tegen de arbeiders en -sters. Ook voor vrouwen verbeterde er bitter weinig. De Tweede Republiek maakte korte metten met de strategiese geloofsartikelen van de utopisten: de 'classe industrielle', met aan het hoofd de vrouwen, als drijvende kracht achter maatschappelijke verbeteringen, en een geleidelijke verandering door het promoten van vrouwelijkheid en associatie.
De ideeën over hóe de wereld veranderd moest worden, leverden de

utopisten dat predikaat 'utopies' op, niet hun schetsen van een mogelijke toekomst. Iedereen die werkt aan verandering droomt van een andere wereld, en de visioenen van de utopisten van samenlevingen vol plezier en vrije liefde spreken aan. Marx en Engels hebben zich zelden gewaagd aan bespiegelingen op de toekomst. Socialisme was voor hen niet iets dat je kunt 'ontwerpen', maar dat wordt vormgegeven door de toekomstige generaties zelf. Anderen binnen dezelfde traditie deden wel voorspellingen. De Russiese revolutionaire Alexandra Kollontaï bijvoorbeeld, voorzag in 1923 in haar boek De nieuwe moraal en de arbeidersklasse de komst van de 'nieuwe vrouw'. Het uitdagende feminisme, het 'plezier in verschil' van Fourier komt daar weer terug. Maar ook zij stelde, net als Fourier, haar voorwaarden: alleen omdat de revolutionaire Sovjet-Unie produktiepatronen afbrak die mannen en vrouwen in rolpatronen drukt; alleen omdat er strijd gevoerd was tegen het kapitalisme; alleen omdat er abortusklinieken en kantines werden ingericht, konden vrouwen zich bevrijden van de dwang van kind en huishouden, en kon de 'nieuwe vrouw' ontstaan.
Het boek van Poldervaart is een mooie historiese studie, naar mooie idealen. Het doet dromen. Dat is de kracht ervan, en tegelijkertijd de zwakte. Het politieke statement voor een herwaardering van de utopisten, dat het bevat, is ongenuanceerd, omdat Poldervaart geen onderscheid maakt tussen de inspirerende toekomstbeelden en de achterhaalde ideeën over hoe dat te bereiken.
Door alleen te dromen, worden dromen nog niet waar. Maar zonder dromen begin je niets.

Grenzeloos nr. 110
Een mooie, sombere film
Jasper Blom (red.) De kredietcrisis, een politiek economisch perspectief
Kritiek: jaarboek voor socialistische discussie en analyse
Ulrike Meinhof
Meer artikelen...
Archief nieuwsberichten ->
International Viewpoint

International Viewpoint is het maandelijkse engelstalige magazine van de Vierde Internationale. De SAP is aangesloten bij deze internationale organisatie. IVP geeft een blik op radicale alternatieven wereldwijd; nieuws, analyse en debatten vanuit alle delen van de wereld.

IV433 - February
Greece - Statement of the assembly of migrant hunger strikers
Egypt - Whither Egypt?
Ireland - Vote for the United Left Alliance

IV432 - January
Tunisia - "I know now that revolution is possible"
Tunisia - The revolution is on the march!
Indonesia - Remembering mass-murder
Debt - The people of Europe should audit the debt
Tunisia - All victory to the Tunisian Revolution; the forefront of the revolution in North Africa and the Middle East
Algeria - No to neoliberalism! No to the free market! For a politics that serves the needs of the people!
Ireland - The Irish crisis: a complete failure for neo-liberalism
Tunisia - "Ben Ali assassin, Sarkozy accomplice"
Tunisia - The social and democratic revolution is on the march!
Mexico - Not one single more death!
Mexico/Climate - "Before COP 16 and its false solutions, for an eco-socialist alternative."