Slavenarbeid in Spaans leger
Theunis Stelling
De tijd van de diktatuur van Franco ligt inmiddels ver achter
ons. Toch waait zijn wind nog steeds door Spanje. Velen vereren
Franco en in het leger zitten nog steeds officieren, die onder de
diktator al dienst deden. Dat heeft gevolgen. Discipline en tucht
hebben zij hoog in het vaandel staan. De omstandigheden waaronder
militairen dienen zijn vaak erbarmelijk slecht.
Spaanse jongeren staan niet te dringen om in dienst te gaan.
Opvallend is dat steeds meer van hen een beroep doen op de wet
gewetensbezwaarden. In februari van dit jaar deden 5500 jongeren
een beroep op deze wet en het is de verwachting dat er aan het
einde van dit jaar 100.000 dienstweigeraars zullen zijn. Uit
onderstaand verhaal mag blijken dat het niet onlogisch is om
negen maanden ellende (de duur van de diensttijd) te mijden.
Ongevallen
In vergelijking met andere landen ligt de hoeveelheid ongevallen
tijdens de militaire diensttijd in Spanje op een zeer hoog nivo.
De laatste officiële gegevens, verstrekt door het Spaanse
Ministerie van Defensie, gaan over het jaar 1991. Er wordt
gesproken over 3194 ongevallen, 200 doden, 3818 gewonden en 19
zelfmoorden. De aantallen zullen in werkelijkheid hoger liggen
omdat men de vuile was niet graag buiten hangt. Voor 1992
weigerde het Ministerie van Defensie de gegevens over het
aantallen ongevallen en doden te verstrekken aan het Spaanse
parlement. Het ontbreken in de gegevens over de jaren 1983 tot en
met 1988 van 50 aantoonbare overlijdensgevallen van
dienstplichtige militairen werd geweten aan typefouten.
De ongevallen houden meestal verband met de uitoefening van de
militaire dienst. Het militaire materieel is in slechte staat en
oud. De instruktie hoe met vuurwapens, explosieven en voertuigen
om te gaan is onvoldoende. De werktijden van dienstplichtigen
zijn lang. De afstand tussen kazerne en woonplaats is groot. Met
de hygiëne is het slecht gesteld.
De Spaanse overheid mag dan het een en ander toegeven, aan
werkelijke oplossingen wordt niet gewerkt. Enkele jaren geleden
traden een nieuwe dienstplichtwet en een opkomstreglement in
werking. Hierin worden de rechten van dienstplichtigen eerder
beperkt. Niets is bijvoorbeeld gedaan aan het plaatsingsbeleid.
Toewijzen van funktie en plaats van bestemming gebeurt met behulp
van een computer en heeft meer weg van een loterij. Alleen met
geld en konnekties valt het een en ander te regelen.
Geweld en intimidatie
Door het systeem van hiërarchie, discipline en verveling komt het
in ieder leger tot gewelddadigheden tussen militairen onderling.
Ook in Nederland gebeurt dat, maar in Spanje ligt het aantal
voorvallen van geweld en intimidatie hoger. Met name de net
opgekomen rekruut krijgt het hard te verduren. Ontgroeningen
komen veel voor. Er is een uitgebreid repertoire van handelingen.
Het doel ervan is duidelijk: reeds langer dienende
dienstplichtigen willen macht tonen aan hun net opgekomen
kollega's. Het mechanisme, dat hieraan ten grondslag ligt, is ook
helder: jongeren die vernederd worden willen een stuk identiteit
opbouwen door zelf ook macht uit te oefenen. Het slachtoffer van
vandaag is de beul van morgen.
De vernederingen zijn te verschrikkelijk om over te praten of
over te schrijven. Maar om een beeld van de ernst van de zaak te
geven, volgen hier toch twee voorbeelden. Opgekomen rekruten
worden gedwongen geheel ontkleed de polonaise te dansen, elkaar
aan de penis vasthoudend. Dit ritueel heet in Spanje Platano
Baloa. In hun slaap worden jonge rekruten regelmatig met de vuist
of open hand in het gezicht geslagen. Deze handeling wordt in
Spanje Chupito genoemd (El País, 25-2-94).
Arbeidsvoorwaarden
Is er met name in de Skandinaviese landen en Nederland een
redelijk pakket van arbeidsvoorwaarden voor dienstplichtigen, in
het zuiden van Europa ligt dat anders. Van de Zuideuropese landen
springt Spanje er dan nog eens in negatieve zin uit. In de eerste
plaats valt de laagte van het salaris op. Dat bedraagt minder dan
twee procent van het minimumloon. Hierbij moeten we denken aan
ongeveer 1500 peseta's per maand (juli 1994). Daarnaast zijn de
werktijden lang en de vrije dagen beperkt.
In Spanje bestond tot juli 1994 geen beperking van de werkweek.
Kommandanten konden het werkprogramma vrij opstellen.
Kompensatieregelingen waren er niet. Sinds kort is hier dus
verandering in gekomen. Maksimaal mag er 37,5 uur per week
gewerkt worden, buitengewone diensten niet meegerekend (ABC, 9-4--94). Onduidelijk is nog of en hoe de regel in de praktijk wordt
uitgevoerd. Vrije dagen zijn er wel, een à twee per maand. Deze
dagen zijn echter niet vrij opneembaar. In de praktijk komt het
er op neer, dat de kommandant bepaalt wanneer een soldaat vrij
is. Tenslotte kunnen ook de tuchtstraffen heel lang zijn; een
dienstplichtige mag maksimaal 30 dagen op de kazerne opgesloten
zitten. (De doodstraf kan ten tijde van oorlog nog steeds aan
soldaten worden opgelegd.)
Met de voeding en het onderdak is het slecht gesteld. Mediese
zorg en sociale voorzieningen zijn wel aanwezig maar gebrekkig.
Er is geen recht op verzekering tegen ziekte,
arbeidsongeschiktheid, weduwe- of weduwnaarschap en elke andere
onvoorziene omstandigheid.
Slaven in uniform
Het zal niet meer verbazen dat de dienstplichtigen ook essentiële
grondrechten moeten ontberen. De dienstplichtige wordt niet
gezien als burger en valt zodoende buiten het burgerlijke recht.
Hij kan weliswaar aanspraak maken op de rechten en vrijheden
zoals die in de grondwet zijn verankerd, maar de beperkingen
gesteld in onder andere het militaire straf- en tuchtrecht zijn
enorm. Dit geldt met name voor de vrijheid van meningsuiting en
de rechten van vergadering en vereniging. De dienstplichtige moet
zich weerhouden van politieke en vakbondsaktiviteiten. Hij mag
niet deelnemen aan manifestaties en bijeenkomsten, die geen
familiair, sociaal of kultureel karakter hebben. Hij kan zich ook
niet met anderen verenigen in een belangenvereniging (Ley
Orgánica 13/1991 del Servicio Militar).
Ondanks het verbod op vereniging van dienstplichtige militairen
is er een organisatie die zich bezighoudt met de belangen van de
Spaanse rekruten. Deze organisatie heet Oficina del Defensor del
Soldado (ODS). ODS werd opgericht in 1989, maar moest eerst een
lange juridiese strijd voeren voordat het Ministerie van
Binnenlandse Zaken ODS officieel erkende in juni 1991. Het
Ministerie van Defensie zag en ziet ODS als een staatsgevaarlijke
organisatie en zou deze het liefst buiten de wet plaatsen.
Gelukkig heeft ook in Spanje het Ministerie van Defensie daar
niets over te zeggen.
ODS heeft zich ten doel gesteld om onafhankelijke informatie te
geven aan dienstplichtige militairen en hun families en om deze
eventueel bij te staan in rechtszaken. De organisatie wordt
voornamelijk gefinancierd door donaties van privé-personen en
heeft in een aantal steden in Spanje regionale kantoren, die op
hun beurt subsidies ontvangen van de betreffende gemeentes.
Het hoofdkantoor van ODS is gehuisvest:
c/ Marques de Urquijo, 24-1E
E - 28008 Madrid
tel +.34.1.5599631
fax +.34.1.5475996
Kader
In Nederland wordt de diensplicht afgeschaft, nadat ze eerst al
sterk in tijdsduur beperkt is. Deze ontwikkeling zien we ook in
een aantal andere landen. In België is de dienstplicht inmiddels
al afgeschaft. In landen als Portugal en Spanje heeft verkorting
plaatsgevonden. Belangrijk is dat het in feite niet om
afschaffing gaat maar op opschorting. De legerleiding wil de
mogelijkheid behouden om in geval van manschappentekort de
opkomstplicht weer in werking te laten treden. In Nederland vindt
binnen de VVDM diskussie plaats wat te doen als de dienstplicht
is opgeschort. Waarschijnlijk zal er een stichting opgericht
worden, die het erfgoed van een kleine dertig jaar
soldatenbeweging gaat beheren en die als vakbond zal gaan
funktioneren op het moment dat er weer dienstplichtingen
opgeroepen worden. Ook zal zij aktief zijn op het internationale
vlak waar de VVDM jarenlang de spil is geweest van de
internationale soldatenbeweging (European Council of Conscripts
Organisations, ECCO). Vanuit Nederland zal er dan ook aktie
ondernomen blijven worden om die beweging te ondersteunen en
wantoestanden aan te kaarten. Een voorbeeld van internationale
aktie is ondersteuning vazn de Spaanse dienstplichtigen.