[Startpagina] [Wat is de SAP] [Meer info] [Webwinkel] [Zoeken & archief] [Links] [Internationaal] [Email]
Losse artikelen | nummer 2008 |
Valt het doek voor Sison?
Solidair met Filipijns links, niet met Sison
Alex de Jong 10-11-2007

Op 28 augustus 2007 werd de 68-jarige Jose Maria Sison door de Nederlandse politie gearresteerd in Utrecht. Hoewel afkomstig uit een zeer rijke familie van grootgrondbezitters speelde Sison een leidende rol in de groep jonge revolutionairen die in 1968 de maoïstische Communist Party of the Philippines (CPP) oprichtten. De CPP en haar guerrillaleger de New People's Army (NPA) speelden een leidende rol in het verzet tegen de dictator Ferdinand Marcos in de jaren tachtig.

Solidariteit met Sison en verzet tegen de repressie lijkt voor de hand te liggen. Maar Sison is medeverantwoordelijk voor moord op en intimidatie van linkse activisten buiten de CPP. En er zijn meer goede redenen om Sison als verdachte aan te merken.


Vanaf 1977 tot 1986 zat Sison gevangen. Hij werd gemarteld en werd anderhalf jaar lang geketend aan zijn bed gevangen gehouden. Sison kwam vrij nadat een volksopstand in 1986 dictator Marcos ten val had gebracht en de nieuwe presidente, Corazon Aquino, een amnestie afkondigde voor politieke gevangenen. Na zijn vrijlating hield hij zich in eerste instantie afzijdig van de politieke ontwikkelingen in het land en vertrok op een internationale toer om lezingen te geven. In 1988 was hij in Nederland toen zijn paspoort werd ingetrokken door de Filipijnse regering. Dit was tijdens een nieuwe periode van bloedige repressie van linkse activisten. Sison vreesde voor zijn leven en bleef in Nederland.

De Nederlandse overheid erkende Sison als politieke vluchteling, maar verleende hem nooit asiel. Hij wordt namelijk beschuldigd van contacten met 'terroristische' organisaties en verantwoordelijk gehouden voor het geweld van de NPA.

Moord en intimidatie

Naar eigen zeggen is Sison tegenwoordig slechts de ‘politiek consultant’ van het National Democratic Front of the Philippines, de diplomatieke tak van de CPP, en onderhandelt hij namens deze organisatie met de regering. Hij wordt er nu echter van beschuldigd opdracht te hebben gegeven voor de moord op twee voormalige CPP-activisten door de NPA, Romulo Kintanar en Arturo Tabara. Zijn arrestatie is het gevolg van verklaringen afgelegd door de weduwen van deze voormalige rivalen. Sison ontkent de beschuldigingen en beweert geen functie meer te hebben in de CPP.

Misschien lijkt de meest logische reactie op dit alles een oproep tot solidariteit met Sison. Maar het is een ingewikkelde zaak. De beschuldigingen tegen Sison zijn niet zonder fundament. In ieder geval heeft hij jarenlang een beleid van moord en intimidatie tegen andere radicaal-linkse activisten verdedigd. Er zijn zo'n dertig gevallen bekend van moorden op linkse activisten door de NPA. Sison en het NDFP hebben deze altijd goedgepraat. Het is ook niet onwaarschijnlijk dat Sison inderdaad opdracht heeft gegeven tot de moord op Kintanar en Tabara. Er zijn namelijk goede redenen om aan te nemen dat Sison nog steeds de leider van de CPP is. Als we bekijken wie Kintanar en Tabara waren en waarom zij dood moesten, wordt duidelijk welke centrale rol Sison in het verhaal speelt.

'...al het vaststaande verdampt'

Zowel Kintanar als Tabara braken begin jaren negentig met de partij vanwege politieke meningsverschillen. Na de val van Marcos verkeerde de CPP in een crisis. De volksopstand tegen de dictator was ook voor de communisten een verassing. Hoewel zij jarenlang een leidende kracht was geweest, had de CPP eigenlijk geen belangrijke rol in de 'EDSA revolutie' van 1986 gespeeld en begon zij in de jaren daarna steeds meer het contact met de bevolking te verliezen. De partij bleek niet in staat zich aan te passen aan de nieuwe situatie die ontstond na het formele herstel van de democratie. De Filipijnse samenleving was in rap tempo aan het veranderen. De overgang van dictatuur naar een corrupte parodie van democratie had de machtspositie van de elite verder versterkt. Sinds halverwege de jaren tachtig woonde meer dan de helft van de Filipijnse bevolking in steden. De opstand van 1986 liet zien hoe beslissend de protesten in de steden waren, vooral de hoofdstad Manila. Deze ontwikkelingen brachten al langer bestaande meningsverschillen in de partij naar de voorgrond en leidden tot een intensivering van het interne debat.

De hervormingsgezinde stromingen in de CPP vertegenwoordigden niet één homogeen alternatief. Ze deelden echter enkele uitgangspunten. Ten eerste een nadruk op het belang van de massabeweging, ook ten opzichte van de gewapende strijd. Ten tweede het belang van de stedelijke bewegingen van arbeiders en sloppenwijkbewoners. De reactie van Sison op de kritiek en op de problematische situatie waarin de CPP terechtkwam was echter een terugkeer naar de oorspronkelijke maoïstische principes van de plattelandsguerilla en het primaat van de gewapende strijd. Joel Rocamora, een andere voormalige CPP-activist die 'veroordeeld' is, beschreef in zijn boek Breaking through. The struggle within the Communist Party of the Philippines het gedrag van Sison als een poging om de partij te redden van ketters die niet langer trouw waren aan de maoïstische grondbeginselen; 'Circle the wagons, the revisionist hordes are coming.'

Psychologische oorlogsvoering

In de late jaren tachtig, begin jaren negentig werkte Sison samen met enkele bondgenoten, dissidente leden de partij uit. Zijn voornaamste steun hierbij was het echtpaar Benita en Wilma Tiamson, allebei lid van het Centraal Comité. Activisten die afweken van de lijn Sison-Tiamson werden geschorst, zwart gemaakt en later zelfs vermoord. Sison kon deze rol spelen omdat hij vanwege zijn verleden nog op veel krediet in de beweging kon rekenen en hij als de intellectuele godfather van de CPP en haar bondgenoten geldt.

Al in 1988 werd Sison volgens Kathleen Weekley, schrijfster van The Communist Party of the Philippines 1968-1993. A story of its theory and practice, opnieuw benoemd tot lid van het uitvoerend bestuur en werd besloten dat hij bij terugkeer naar de Filipijnen opnieuw voorzitter zou worden. Sison echter begon zich meteen te gedragen alsof hij al voorzitter was. Met behulp van fax en telefoon deelde hij orders uit aan de partijafdelingen en hij begon de politieke koers te bepalen. Dit tot groot ongenoegen van zijn tegenstanders die deze autoritaire manier om interne conflicten op te lossen maar weinig aanstond.

De conflicten in de partij bereikten een climax in de vroege jaren negentig. Toenmalig president Ramos liet in 1992 in het kader van een amnestie regeling een aantal vooraanstaande CPP-kaderleden vrij, waaronder critici van Sison als Kintanar. Tot dan was de interne verdeeldheid nog grotendeels onttrokken aan het oog van het publiek. Het was Sison die deze publiek maakte: 10 december 1992, enkele maanden na het afkondigen van de amnestieregeling, stuurde hij een fax naar de prominente krant Philippine Daily Inquirer: 'Drie van de recent vrijgelaten gevangen (Ricardo Reyes, Benjamin de Vera en Romulo Kintanar) zijn nu bijzonder actief in een campagne van psychologische oorlogsvoering met als doel de centrale leiding van de CPP in diskrediet te brengen in een futiele poging om de beweging en de CPP te onthoofden en vernietigen.'

Dit was het openingssalvo in de zogenaamde 'faxwar': onder zijn eigen naam of het pseudoniem van de partijvoorzitter, Armando Liwanag, bombardeerde Sison Filipijnse kranten met verklaringen over de koers van de partij, laster over politieke rivalen en berichten van nieuwe schorsingen. Mei 1992 kwam het Centraal Comité van de CPP voor het eerst in lange tijd opnieuw bijeen. Op deze bijeenkomst werd het door Sison/ Liwanag geschreven document Reaffirm our basic principles en rectify errors goedgekeurd als de koers van de partij. Voortaan stonden de aanhangers van Sison bekend als 're-affirmists', de rest als 'rejectionists'. Zoals gebruikelijk op de Filippijnen werden deze termen al snel afgekort: R-A's en R-J's.

Dezelfde bijeenkomst werd Sison officieel opnieuw benoemd werd tot partijvoorzitter. Ofschoon de bijeenkomst zogenaamd een voltallige vergadering van het Centraal Comité was, was het comité verre van volledig. Twintig leden waren simpelweg niet uitgenodigd. Onder de afwezigen waren prominente tegenstanders van de Sison/ Liwanag lijn, zoals de net vrijgelaten CC-leden Ricardo Reyes, Benjamin de Vera en Kintanar. De kort geleden overleden Benjamin de Vera was ten tijde van zijn dood medewerker van het departement voor landhervorming. Volgens Luis Jalandoni, onderhandelaar van het NDFP, waren Ricardo Reyes, Benjamin de Vera en andere tegenstanders van Sison verantwoordelijk voor bloedige interne zuiveringen midden jaren tachtig zoals Kampanyang Ahos. Hierbij kwamen honderden partijleden om. De NPA heeft bekend gemaakt Reyes, tegenwoordig voorzitter van de links sociaal-democratische partij Akbayan, onder andere hiervoor te willen 'arresteren' om hem terecht te laten staan voor een geheime 'volksrechtbank'.

Dat niet alleen Sisons aanhangers verantwoordelijk zijn voor de zuiveringen lijkt op feiten gebaseerd. In zijn boek To suffer thy comrades beweert Robert Francis Garcia, een voormalig NPA strijder die de zuiveringen overleefde en tegenwoordig voorzitter van een mensenrechtenorganisatie is, dat de verantwoordelijken voor de zuiveringen onder zowel re-affirmists als rejectionists te vinden zijn. Garcia werd daarop door de CPP als 'contrarevolutionair' gebrandmerkt.

Romulo 'Rolly' Kintanar

Kinatar was jarenlang een van de topleiders van de CPP. Hij behoort tot de generatie partijactivisten die opklom in de organisatie na de arrestatie van Sison in 1977. Hoewel Sison hem er later van zou beschuldigen samen met andere dissidente leden als Arturo Tabara en Filemon 'Popoy' Lagman de partij te hebben gesaboteerd bereikte de CPP in de jaren tachtig, toen Kintanar een leidende rol speelde, het hoogtepunt van haar macht. Kintanar klom op tot een van de bekendste politieke leiders van de beweging en was commandant van de NPA. Zijn arrestatie in 1988, samen met andere leiders van de CPP, was een zware klap voor de partij.

In verklaringen van de CPP en supporters van Sison wordt de moord op Kintanar op 23 januari 2003 goedgepraat met verwijzingen naar diens politieke evolutie in de jaren negentig. Maar feit blijft dat Kintanar slechts enkele maanden na zijn vrijlating, op basis van onbewezen beschuldigingen, al door Sison was gebrandmerkt als een contrarevolutionair en agent van de overheid. Het is waar dat Kintanar later, met hulp van zijn in de guerrilla opgedane knowhow, een beveiligingsfirma begon die ook opdrachten van de overheid aannam. Maar Sison beschuldigde Kintanar al lang hiervoor van contrarevolutionaire activiteiten. En in haar officiële communiqués maakte de CPP al lang voordat hij voor de regering ging werken bekend dat Kintanar ter dood was 'veroordeeld'.

Naast de beschuldiging voor de regering te werken wordt Kintanar nog van een hele reeks andere misdaden beschuldigd. Hij zou misbruik gemaakt hebben van zijn positie als hoofd van de NPA en de guerrilla's gebruikt hebben voor 'criminele gangsteractiviteiten'. Zo zou hij ontvoeringen, met als doel het verwerven van losgeld, gepland hebben. Daarnaast wordt hij door Sison en de CPP beschuldigd van het stelen van geld uit de partijkas en pogingen 'om de partij en de revolutionaire beweging te splitsen en kapot te maken'. De beschuldigingen van het saboteren van de partij raken kant noch wal: ook volgens de CPP werd Kintanar pas een overheidsagent na zijn arrestatie. Waarom zou hij al daarvoor een beweging waartoe hij zelf behoorde proberen kapot te maken?

De beschuldigingen van ontvoeringen en berovingen zijn meer overtuigend en ook enkele van Kintanar's voormalige vrienden erkennen dat deze op waarheid zijn gebaseerd. Maar dan nog blijft het hypocriet dat deze activiteiten Kintanar als misdaden worden aangerekend. Dit soort activiteiten werd georganiseerd om de ondergrondse strijd te financieren en Kintanar stond ten alle tijde onder bevel van de partij. Bovendien, deze beschuldigingen werden pas publiek gemaakt na Kintanar's dood. Hij kreeg dus nooit de kans te reageren.

Arturo Tabara

Hoewel minder prominent dan Kintanar was Arturo Tabara ook een leidend activist in de CPP. Tabara was de voormalige voorzitter van de Visayas commissie van de partij, verantwoordelijk voor de activiteiten in deze verzameling eilanden in het midden van het land. Net als Kintanar brak hij begin jaren negentig met de CPP.

Na zijn breuk met de partij was hij een leider van de Rebolusyonaryong Partido ng Manggagawa ng Pilipinas (RPM-P), de Revolutionaire Arbeiderspartij van de Filipijnen. Deze organisatie was vlak na haar oprichting in 1998 de grootste hergroepering van Filipijnse revolutionairen die gebroken hadden met de CPP. Het is ook de organisatie waar drie jaar later de Filipijnse sectie van de Vierde Internationale uit voortkwam. (Deze brak met RPM-P vanwege meningsverschillen over de manier waarop de partij vredesonderhandelingen met de regering organiseerde. Het uiteindelijke resultaat van deze onderhandelingen was min of meer een overgave aan de regering.)

Net als bij Kintanar word Tabara door de CPP en Sison van allerlei misdaden, groot en klein, beschuldigd. Net als bij Kintanar is in ieder geval een deel van deze beschuldigingen waarschijnlijk waar. Maar ook in dit geval is dat helemaal niet relevant. Ook Tabara werd al in 1993, lang voordat zijn partij zich overgaf en hij ging samenwerken met de Filippijnse staat en lokale machthebbers, bestempelt als contrarevolutionair. Sison maakt een mengsel maakt van waarheden, speculaties en fantasie. Sison wijst op de samenwerking tussen Tabara en leden van de lokale elite. Hij wijst er ook op dat de gewapende tak van de RPM-P tegenwoordig fungeert als een knokploeg voor deze machthebbers. Dat klopt - er zijn meerdere bronnen die dit bevestigen. Maar volgens Sison werkten Kintanar en Tabara ook samen met Filemon 'Popoy' Lagman – de voormalige leider van de partij in de hoofdstad Manila – in 'anti-CPP, anti-NPA en anti-NDFP activiteiten'. Samen zouden zij plannen beraamd hebben voor een moordaanslag op Sison. Over welke activiteiten Sison het precies heeft blijft onduidelijk. Voor de samenwerking met Lagman in een complot om Sison te vermoorden zijn geen bewijzen. De laster van Sison dat zijn voormalige rivalen Tabara en Lagman met elkaar braken vanwege een meningsverschil over de verdeling van smeergeld, is nergens op gebaseerd. Lagman en Tabara hadden diepe politieke meningsverschillen; Lagman bekritiseerde de overgave van de RPM-P en haar steun aan de populistische president Joseph Estrada.

Op 26 september 2004 werd Tabara samen met zijn schoonzoon Stephen Ong neergeschoten toen hij uit zijn auto stapte. Volgens de NPA was hij niet 'ter dood veroordeeld' maar hadden ze orders om hem te arresteren om terecht te laten staan voor 'misdaden tegen het volk en de revolutie'. Tabara zou gedood zijn toen hij zich verzette tegen zijn arrestatie...

Vergane glorie

Natuurlijk is de Filippijnse regering in zijn nopjes met de arrestatie van Sison. De CPP is nog steeds staatsvijand nummer een. Enkele dagen na de arrestatie van Sison ontdekte het Filippijnse leger twee verlaten kampen van de NPA. Bewijs dat de communisten in paniek en gedemoraliseerd waren, zo beweerde militaire woordvoerders triomfantelijk. Van haar kant reageert de CPP met een zelfde soort communiqué als altijd, gevuld met een en al optimisme over de onstuitbare revolutie en scheldtirades tegen haar tegenstanders: ook de Nederlandse overheid is tegenwoordig 'fascistisch', als we de Filippijnse maoïsten mogen geloven.

Alle beschuldigingen aan het adres van Sison en de CPP worden door hun supporters verontwaardigd afgewezen als 'overduidelijk verzonnen' en deel van een politieke campagne tegen de revolutionaire beweging in de Filippijnen. Maar het is maar de vraag hoeveel mensen nog bereid zijn dit soort beweringen te geloven. Met hun super-sektarische opstelling die letterlijke elke andere linkse stroming als contrarevolutionair bestempeld maakt de CPP weinig vrienden.

En voor iedereen die het wil zien is duidelijk dat de CPP niet in haar eerste leugen gestikt is. De manier waarop dissidenten zonder enig respect voor partijdemocratie naar buiten werden gesmeten; de onbewezen laster over omkoopgeld en corruptie van politieke rivalen; absurde beweringen als dat Walden Bello in dienst is van de WTO en het Wereld Sociaal Forum een opzetje is van trotskisten en de CIA; met dit soort capriolen is de CPP in hoog tempo de geloofwaardigheid die ze nog had aan het verspelen. Als reactie op vragen en twijfel trekt de partij zich echter alleen maar verder terug in de sektarische schulp.

Als Sison na zijn vrijlating politiek pensioen had genomen was hij herinnerd als iemand die een belangrijke rol had gespeeld in de opbouw van de revolutionaire beweging op de Filippijnen. In plaats daarvan heeft hij in zijn arrogantie en sektarisme gekozen om een koers te varen die een beweging die werd opgebouwd met de offers en inspanningen van talloze activisten in diskrediet brengt en beschadigt.

Voor alle duidelijkheid; ook de rechten van Sison moeten gerespecteerd worden maar het staat als een paal boven water dat er goede redenen zijn om hem aan te klagen. Sison moet daarom in ieder geval in Nederland berecht worden. In handen van de Filippijnse overheid is hij zijn leven niet zeker. Sison moet een eerlijk proces krijgen. Dat is meer dan Kintanar, Tabara en de tientallen andere slachtoffers van de NPA kregen. Zijn komende proces kan de definitieve ontmaskering worden van de man die zo graag de Filippijnse Mao had willen zijn.

Links op de Filippijnen:

Hun strijd, onze strijd

Stop moorden in de Filippijnen

Revolutionair links op de Filippijnen

Bedreigingen door de CPP:

A new Letter of Concern

The CPP-NPA-NDF “Hit List” - a preliminary report

What can we learn from Fidel Agcaoili’s “Rejoinder”?

CPP: killings

Grenzeloos nr. 105
De natuur in een hoofdrol
Niks nieuws over Trotsky
Langdurige economische stagnatie ?
De herinneringen van Europa
Meer artikelen...
Nieuws & actueel
26 maart: Amsterdam, vakbondscafé schoonmakers in actie.
[15-03-2010] FNV vakbondscafé over de strijd van de schoonmakers
Lees meer
Teken de verklaring: solidair met schoonmakers
[13-03-2010] Samen sterk voor een solidair Nederland!
1 reactie op dit bericht.
Lees meer
March 27-28, Amsterdam: Queeristan 2010
[02-03-2010] QueerNL is initiating Queeristan 2010, a weekend devoted to discussion workshops on queer politics in The Netherlands, forming of action groups on specific themes, a Queer Pride march, and of course a queer party. If you want to be a part of the organising, or want to kept informed, tell us !
Lees meer
20 maart: Nieuwe economische perspectieven, verder met zorg en democratie in de economie
[25-02-2010] Eind 2008 werd in het kader van de Feministische Salon in de Peper te Amsterdam een tweetal bijeenkomsten georganiseerd met als titel Feminist Engagements with the Global Casino. De centrale vraag was wat het feministische perspectief kan zijn op de financiële crisis. 20 maart is er een vervolgbijeenkomst.
Lees meer
Zondag 21 maart, 17:00 Dam, Amsterdam: Viering internationale dag tegen racisme
[15-03-2010] 21 maart is de door de Verenigde Naties uitgeroepen als dag tegen racisme.
Lees meer
28 mei, Eindhoven: Symposium 'De Angst voor de Ander'
[12-03-2010] Over hoe goed en/of fout het soms kan gaan in de 'interculturele dialoog' en hoe de overheid, wetenschap en instellingen daaraan vorm kunnen en willen geven.
Lees meer
Herdenkingsbijeenkomst Henk Sneevliet
[26-02-2010] Ieder jaar organiseert het Sneevliet Herdenkingscomité op of omstreeks 13 april een herdenkingsbijeenkomst op 'WESTERVELD'.
Lees meer
Archief nieuwsberichten ->
International Viewpoint

International Viewpoint is het maandelijkse engelstalige magazine van de Vierde Internationale. De SAP is aangesloten bij deze internationale organisatie. IVP geeft een blik op radicale alternatieven wereldwijd; nieuws, analyse en debatten vanuit alle delen van de wereld.

IV422 - March
Fourth International - The International becomes a perspective
Fourth International - Gains and losses
Iran/Fourth International - international solidarity with the peoples of Iran
Hatiti/Fourth International - Solidarity with Haiti

IV421 - February
Pakistan - Rising extremism, war on terrorism and women’s lives in Pakistan
France - Ilham Moussaid : statement by the National Executive Committee of the NPA
World Social Forum - Beyond the World Social Forum ... the Fifth International
Europe - Postal workers have to pay for privatization
Pakistan - Bravura expression of growing left influence in Pakistan


Bijdrage van Alex de Jong op 24-09-2007:
Ik denk niet dat iemand hier er voorstander van is nooit samen te werken met massa-organisaties van de CPP-stroming. Dat deze samenwerking in de praktijk nauwelijks voorkomt ligt aan het sektarisme van de CPP, de rest van Filippijns links blijkt wel in staat samen te werken in bijvoorbeeld de Labang ng Massa coalitie.

Maar ik blijf het belangrijk vinden een onderscheid te maken tussen aan de CPP gelieerde massa-organisaties en de hoogste CPP leiders, zoals Sison.

Op het moment dat er daadwerkelijk allerlei anti-terrorisme wetgeving aangeroepen wordt zou ik er voorstander van zijn om ons daar tegen uit te spreken maar zolang dit niet het geval is zie ik geen reden om het voor Sison op te nemen. De CPP neemt het niet zo nauw met de feiten en verkondigt nu al dat Sison aangepakt word onder anti-terrorisme wetgeving maar dit is gewoon niet zo. Daar hoeven we niet aan mee te doen.

Het laatste woord hierin zou trouwens aan onze Filipijnse kameraden moeten zijn denk ik. Ik hoop dat deze nog een verklaring uitgeven.
Bijdrage van David Baele op 22-09-2007:
Het is een complexe en delicate zaak natuurlijk, wat het des te noodzakelijker maakt om de achtergrond te kennen. Wat mij betreft zijn er wel degelijk aanwijzingen om aan te nemen dat het om een politiek proces gaat waarbij Sison als luis in de pels van de Filippijnse staat en het internationaal kapitaal moet worden geneutraliseert.

Op 11 juli 2007 velde het Europees Hof van Eerste Aanleg in Luxemburg een vonnis waarin de rechters oordeelden dat Sison ten onrechte op de “terroristenlijst” werd gezet door de Raad van de Europese Unie. Maar intussen was er al een nieuwe versie van die lijst gemaakt waar Sison door de Raad van de Europese Unie op vermeld werd. Na de uitspraak van 11 juli was hij dus van de eerste lijst geschrapt maar nog niet van de nieuwe versie, waardoor hij na de uitspraak dus nog steeds op een 2e “terroristenlijst” stond. Het feit dat er in Europa geen enkele strafzaak lopende was tegen hem had in het voordeel gespeeld van Sison’s vonnis van 11 juli. Maar anderhalve maand later is er dan toch een strafzaak tegen Sison.

gerechterlijke uitspraak van 11 juli 2007, waarin staat dat er geen gronden waren om Sison's rechten in te perken: http://www.curia.europa.eu/en/actu/communiques/cp07/aff/cp070047en.pdf

De nieuwe lijst die de Raad van de Europese Unie hanteert sinds 28 juni 2007, en waar Sison’s naam en de CPP terug op verschijnt:
http://ec.europa.eu/external_relations/cfsp/sanctions/measures.htm#931
en meer bepaald:
http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=OJ:L:2007:169:0069:0074:EN:PDF

Laten we vervolgens rekening houden met het feit dat de huidige beschuldigingen deel uitmaakten van een rechtzaak in de Filippijnen tegen Sison en 50 andere beklaagden, dat het Filippijnse Hooggerechtshof op 2 juli 2007 nietig verklaarde, zogezegd wegens een tekort aan bewijsmateriaal. Is het dan onrealistisch om hieruit te concluderen dat Europa een (in onze ogen terechte) beschuldiging tegen Sison gebruikt met de bedoeling om zich in te dekken tegen een nieuw beroep tegen de nieuwe “terroristenlijst”? Één van de elementen die de Europese rechters in Luxemburg ten gunste van Sison deed beslissen is nu alleszins van de baan. Vandaar dat ik een sterk vermoeden heb dat zijn huidig proces slechts een voorwendsel is dat te kaderen valt in ‘the war on terror’.

Anderzijds, en dan ben ik het met jullie eens, is het duidelijk dat Sison een verantwoordelijkheid heeft in misdaden die begaan werden tav andere linksen en mensen die zijn partij verlaten hebben. Officieel is de huidige strafzaak gebaseerd op de aangifte van 2 weduwen van CPP-afvalligen die simpelweg geliquideerd werden door Sison’s gewapende arm (dus niet in een gevechtssituatie!). Nu, die 2 waren ook niet bepaald “oprechte activisten”, maar het gaat hem om de grond en de omstandigheden van die gebeurtenissen; wat dit compleet verwerpelijk maakt (zie hiervoor de gedetailleerde artikels van Rousset en co. op de sites van de Vierde en Europe Solidaires Sans Frontières).

Persoonlijk vind ik dat we toch (in de hypothese dat hij nog zou vastzitten) moeten pleiten voor de vrijlating van Sison. Niet omdat Sison onschuldig is, maar omdat de Nederlandse staat minstens even schuldig is, en omdat we ons nu eenmaal niet neutraal kunnen opstellen (niks doen is goedkeuren). Ik hou hierbij 2 zaken in gedachten, die sommigen blijkbaar vlug vergeten:

1. Het interesseert de Nederlandse staat geen zier dat Sison andere revolutionairen laat vermoorden in de Filippijnen, laat dit duidelijk zijn. Integendeel, de Nederlandse staat heeft geen vinger uitgestoken voor de nu reeds 900 LEGALE activisten, waaronder boerenleiders, vakbondsmensen, progressieve advocaten, journalisten en priesters, die door de Filippijnse staat geliquideerd werden sinds 2001. En niet omdat daar geen duidelijke aanwijzingen voor zijn (zie rapporten Amnesty International, VN-rapporteur, Human Rights Watch, enz.), maar omwille van één simpele reden: met haar 150 multinationals is Nederland één van de grootste investeerders in de Filippijnen. Dus iedereen (legaal of ondergronds) die stokken in de wielen van dat imperialisme steekt kunnen ze missen als kiespijn.

2. Als we deze willekeurige rechtspraakmethodes ondersteunen, met (terechte) criminele feiten als voorwendsel voor politieke gronden, dan moeten we in de toekomst niet verschieten wanneer dit ten onrechte tegen andere (oprechte) revolutionairen gebruikt wordt.

Één van mijn kameraden hier herinnerde me aan de gelijkenissen met de zaak Bahar Kimyongur, en het standpunt dat we hierin innamen. Ondanks het feit dat we de DHKPC een stalinistische sekte vinden, pleitten we toen ook voor zijn vrijlating.

Ik denk dus dat het vooral belangrijk is om aan te tonen op grond van welke motieven we de vrijlating van Sison moeten eisen, zodat het duidelijk is dat wij niet dezelfde bedoelingen hebben als de stalins. Hier moeten we veel beleng aan hechten want anders komen we met onze eis terecht in een amalgaam waarvan een groot gedeelte totaal andere bedoelingen heeft, en waarin onze eis dreigt verkeerd geïnterpreteert of zelfs misbruikt te worden.

Wat L.de Kleijn’s bijdrage betreft:

1. Het is inderdaad zo dat de bedreiging van CPP afvalligen en leiders van andere linkse formaties door het NPA ons de denk- handelswijze van de Rode Khmers herinnert. Maar ik zou een mogelijke tactische samenwerking met CPP-krachten niet uitsluiten aangezien er binnen de CPP, naast de strekking die de nadruk legt op ‘aanhoudende guerrillaoorlog’, ook een strekking aanwezig is die eerder de nadruk legt op massastrijd en massamobilisaties in de stedelijke gebieden (hoewel tactisch geformuleerd binnen het CPP-kader).

2. “wat mij betreft is er ook geen enkele reden om die stroming en de leiders daarvan te verdedigen tegen de burgerlijke staat.”, zolang dit ons niet belet de burgerlijke staat terecht aan te klagen, zou ik eraan toevoegen. En, ik herhaal het nog eens, dan komt het er enkel op aan om met behulp van een klassenanalyse onze motieven en bedoelingen in onze eisen te onderscheiden van die van de stalins.

Bijdrage van Leo de Kleijn op 17-09-2007:
Een van de interessante punten van het 25 IIRE debat van afgelopen zondag (ging over de toekomst van het socialisme) was het punt dat gemaakt werd over de verschillende breuklijnen en verraad als het gaat om de 'socialistische' beweging intern. Eerste natuurlijk 1914 en de steun van de sociaaldemocraten aan een ongekend bloedige imperialistische oorlog. Tweede het stalinisme. Als derde werd genoemd de degeneratie van de guerilla strategie in een aantal derde wereld landen tot banditisme, pol potisme werd dat genoemd. Zelf denk ik dat de CPP en Sison aardig in die richting zitten en wat mij betreft is er ook geen enkele reden om die stroming en de leiders daarvan te verdedigen tegen de burgerlijke staat.
Bijdrage van Alex de Jong op 14-09-2007:
Bedankt voor de uitgebreide reactie.
Om even per punt te reageren op wat je zegt:
- ik denk niet dat een proces door een burgerlijke rechtbank de ideale manier is om Sison verantwoording af te laten leggen. Ik denk wel dat het de enige praktische mogelijkheid is om iets van gerechtigheid te laten geschieden. Een revolutionaire, socialistische rechtbank of zoiets dergelijks zou mooi zijn maar staat helaas niet op de agenda.
- Sison is niet gearresteerd op basis van anti-terrorisme wetgeving of op basis van een aanklacht van de staat. De Filippijnse staat heeft al meerdere keren geprobeerd om Sison op de Filippijnen aan te laten klagen of uitgeleverd te krijgen en dat is tot nu toe altijd mislukt. Sison is nu opgepakt op basis van de aangifte van twee prive-personen. Hij wordt specifiek beschuldigd van het opdracht geven tot de moord op Kintanar en Tabara, niet van subversie. De laatste poging om Sison aan te klagen wegens rebellie is slechts kort geleden nog gestrand, het gaat nu om een andere aanklacht.
- De Nederlandse staat fascistisch noemen is niet slechts 'discutabel', het is onzinnig
- Natuurlijk dondert het de burgerlijke staat niet als revolutionairen vermoord worden. Maar een in burgerlijke staat als Nederland bestaan wel degelijk verworvenheden wat betreft het rechtssysteem. Ook revolutionairen kunnen in bepaalde gevallen gebruik maken van een burgerlijke democratie en een burgerlijke rechtsspraak zoals deze bestaan in Nederland. Daarom moet ook het gebruik van een term als 'fascisme' in deze vermeden worden.
- "Als revolutionair-marxisten moeten wij stalinisten niet bekampen via het burgerlijke staatsapparaat, maar op het terrein." Keurig via het boekje, maar hoe geef je hier concreet vorm aan? Onze kameraden op de Filipijnen zijn gedwongen om hun gewapende vleugel te versterken, in de eerste plaats om zich tegen de NPA te kunnen verdedigen. Militair is de CPP verreweg superieur aan de andere linkse krachten. Eerlijk gezegd zou ik liever zien dat de positie van de CPP door de gang naar een burgerlijke rechtbank verzwakt wordt dan door deze slechts te bekampen op het terrein. Want gewapende confrontaties zullen dan onvermijdelijk zijn, de huidige CPP luisterd slechts naar geweld.
- Daarom is de eis van een openlijke zelfkritiek ook onzinnig. Dat gaat de CPP nooit doen zolang zij bestuurd wordt door de kliek waarin Sison zo'n centrale rol speelt. Het is ook geen goede eis om te CPP te 'ontmaskeren'. Om de CPP te ontmaskeren moeten we duidelijk maken welke rol zij concreet speelt in Filippijns links
- Sison is niet een van ons. Hij speelt een uiterst schadelijke rol in de Filippijnse linkse beweging. Daarom hoeft revolutionair links ook niet voor zijn vrijlating op te roepen.
- Natuurlijk moeten we een onderscheid maken tussen Sison en de sociale basis van de CPP. Dat betekend concreet oa. dat we gerechtvaardigde eisen van de massa-organisaties van de CPP kunnen ondersteunen en de moord en repressie door de Filippijnse staat van haar activisten moeten veroordelen. Maar dat staat los van onze houding tov Sison.
- Wat is 'kleinburgerlijk gemoraliseer'? Als dat is dat ik graag zou zien dat de nabestaanden van de slachtoffers van de NPA enige vorm van gerechtigheid krijgen dan ben ik daar schuldig aan.
Bijdrage van David Baele op 13-09-2007:
Alex D.J. blijkt zich vooral te verheugen op de aanhouding van Sison en ziet een eerlijk proces in Nederland waarbij de rechten van Sison moeten gerespecteerd worden als DE manier om gerechtigheid te bekomen voor Sison's misdaden. We moeten ons de vraag stellen of deze arrestatie (gestoeld op de moraal van de Nederlandse burgerij) met al haar implicaties gerechtigheid betekent voor onze vermoorde kameraden door het NPA, en de gehele linkerzijde vooruithelpt.

Sison werd gearresteerd op basis van de antiterrorismewetgeving, die de bourgeoisie valselijk gebruikt tegen de gehele linkerzijde. Hij zal zich dus niet moeten verantwoorden voor het liquideren van andere revolutionairen, maar voor subversieve activiteiten tegen de Filippijnse staat. Laten we niet vergeten dat Nederland met een 150-tal bedrijven één van de grootste investeerders in de Filippijnen is.

We moeten rekening houden met het effect van (de grond van) deze arrestatie op de Filippijnse linkerzijde, en dus ook op de massabeweging van het CPP-kamp, waarvan veel arbeiders en onderdrukten aan de basis wel nog beseffen dat ze moeten samenwerken met de rest van de klasse om een overwinning te behalen.

De Nederlandse staat fascistisch noemen is inderdaad discutabel, maar we moeten goed beseffen dat het vermoorden en bedreigen van revolutionairen door het NPA de voormalige koloniale mogendheid geen zier interesseert. Als revolutionair-marxisten moeten wij stalinisten niet bekampen via het burgerlijke staatsapparaat, maar op het terrein.

Ondanks de interessante achtergrondinformatie mis ik dus een beetje reserve in Alex' artikel, en hij houdt geen rekening met het klassenkarakter in zijn analyse van de arrestatie, waardoor het te veel als kleinburgerlijk gemoraliseer overkomt.

Wij moeten dus mee de onmiddellijk en onvoorwaardelijke vrijlating eisen van Sison, maar blijven eisen dat de CPP openlijk een zelfkritiek uit voor de moorden op revolutionairen.

David Baele – SAP-België
Mijn reactie op dit artikel ...
Naam:
Email adres:
Reactie:
De inhoud van reacties vallen niet onder verantwoordelijkheid van de Grenzeloos-redactie. Bijdrages van lezers met een sexistische of discriminerende inhoud worden van de Grenzeloos site verwijderd. De schrijver (indien bereikbaar) van de reactie krijgt bericht van de verwijdering.