|
Begin december kwamen op het Indonesische Bali staatshoofden en regeringsleiders van over de hele wereld bijeen in een poging tot een nieuw internationaal klimaatverdrag te komen. Het Kyoto-akkoord loopt immers af in 2012. Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, zette de toon: tegen 2020 moet de uitstoot van broeikasgassen in industrielanden gereduceerd zijn met dertig procent, tegen 2050 met tachtig procent. Anders dreigt de temperatuurstijging boven de 2°C uit te komen. In dat geval bestaat het risico dat een aantal zogenaamde ‘feedbackmechanismen’ in gang wordt gezet waardoor het opwarmingsproces versnelt en een eigen dynamiek krijgt. Zo dreigt bijvoorbeeld de permafrost in Siberië te ontdooien. Daardoor zou een grote hoeveelheid methaan, een sterk broeikasgas dat onder die bevroren laag zit, vrijkomen en het opwarmingseffect aanzienlijk versnellen. VrijhandelOp zich biedt Kyoto een nuttig kader, met becijferde doelstellingen en deadlines. Ongetwijfeld te weinig en te traag, maar de methode is op dat vlak goed. Maar de aanhoudende dominantie van het neoliberalisme is ook hier merkbaar. Hoewel in het Sternrapport, dat verscheen op aanvraag van de regering Blair en dat de kosten van de klimaatopwarming en de maatregelen ertegen trachtte te berekenen, wordt gesteld dat klimaatopwarming het ergste voorbeeld is van marktfalen tot nu toe, is de oplossing toch… nog meer markt. Alsof je met longkanker naar een arts gaat die vervolgens als medicijn een pakje sigaretten per dag voorschrijft. Kyoto schuift bijvoorbeeld doelstellingen voor het terugdringen van broeikasgassen voor per land, maar blijft blind voor heel het spel van de internationale handel. Zo blijft het mogelijk massaal snijbloemen uit Kenia aan te voeren per vliegtuig, met alle daarmee gepaard gaande uitstoot van dien. Bekender, en mogelijk nog bizarder, is de handel in uitstootrechten. In het kader van Kyoto krijgen bedrijven certificaten per ton CO2 die ze uitstoten. Stoten ze minder uit, dan kunnen ze het overschot aan certificaten of ‘vervuilingsrechten’ verkopen en dus winst maken. Stoten ze meer uit, dan moeten ze zulke rechten opkopen. Bij de verdeling van die certificaten liep het eigenlijk al mis. Er werden niet enkel 170 miljoen certificaten teveel verspreid (op een Europees totaal van 2,19 miljard), waardoor de prijzen op de koolstofmarkt snel ineen doken. Er was ook een probleem met de verdeling over verschillende takken en bedrijven. Volgens onderzoek van de Britse krant The Guardian kon een aantal grote bedrijven ondanks de problemen op de koolstofmarkt mooie winsten maken door de verkoop van overtollige vervuilingsrechten. Zo verdiende Esso 10,2 miljoen pond, kreeg BP 17,9 miljoen en werd Shell 20,7 miljoen rijker. Tegelijkertijd moest een aantal ziekenhuizen en universiteiten dergelijke rechten opkopen. De universiteit van Manchester schoot er bijvoorbeeld een kleine 100.000 pond bij in. KolonialismeOm de broeikasgassen te reduceren, kunnen landen en bedrijven ook gebruik maken van zogenaamde flexibele mechanismen, zoals het Clean Development Mechanism (CDM). Het komt er op neer dat ze voornamelijk in de onderontwikkelde landen projecten kunnen lanceren die de uitstoot reduceren, om op die manier uitstootrechten te verwerven. Zo kan een bedrijf bijvoorbeeld een bos aanplanten, vanuit het idee dat de bomen CO2 absorberen. Wetenschappers zetten echter vraagtekens bij de berekeningen van hoeveel CO2 op deze wijze wordt opgenomen. Meer dan de helft van deze projecten heeft bovendien betrekking op de verbranding van het gas HFC-23, een heel sterk broeikasgas, maar liefst 11.700 keer zo sterk als CO2. Dat komt vrij bij de productie van koelkasten. Een aantal bedrijven dat zich hiermee bezig houdt, voornamelijk in India, China en Zuid-Korea, verdient inmiddels meer aan de verworven uitstootrechten dan aan de eigenlijke productie van koelkasten. Dat geeft hen een prikkel om nog meer koelkasten (en de giftige stoffen die hierin worden gebruikt) te produceren. De gedachte achter de CDM is dat de emissiereducties in het zuiden moeten beginnen. Daar kunnen immers nog goedkoop maatregelen worden genomen om de uitstoot tegen te gaan. Maar op die manier eigenen landen en bedrijven uit het noorden zich het ‘laaghangend fruit’ toe: fruit dat zonder ladder gemakkelijk te plukken is. Als we de temperatuurstijging onder de 2°C willen houden, zullen de ontwikkelingslanden vroeg of laat ook inspanningen moeten leveren. Maar tegen die tijd dreigt het laaghangend fruit, ofwel de gemakkelijke manieren om de uitstoot te reduceren, al toegeëigend te zijn door het noorden. Dat koopt op deze wijze tijd om de eigen installaties af te schrijven en om te bouwen. En terwijl in het noorden de economische groei onbelemmerd door kan gaan, wordt in het zuiden grond gereserveerd voor aanplanting van gewassen die CO2 moeten absorberen. Dat betekent geen economische groei, maar vaak wel een hoop problemen. Zo is onder andere op de website www.sinkswatch.org een overzicht te zien van dergelijke projecten waarbij de lokale bevolking van zijn grondgebied wordt gejaagd ten faveure van een monocultuur van aangeplante gewassen, die het klimaat moeten redden. ZelfbedrogDoor de Kyoto-mechanismen gaat het kapitalisme dieper dan ooit ingrijpen in de natuur. Voor het eerst kan het kapitalisme immers winst maken door de productie van natuur zelf! De vraag is dan ook, welk soort natuur hier geproduceerd wordt. Het hoeft geen verbazing te wekken dat het om een erg schrale vorm gaat: vaak snel groeiende gewassen in monocultuur. Voor dergelijke aanplantingen krijgen landen en bedrijven koolstofcertificaten, die vervolgens verhandeld kunnen worden op de markt. De City in Londen poogt zich op te werpen als marktleider voor de handel in dergelijke uitstootrechten. En niet te vergeten de afgeleide financiële producten (futures, swaps) die als paddestoelen uit de grond schieten. Dat is allemaal niet zo onschuldig als het misschien lijkt. Voor het eerst wordt de natuur zelf gekapitaliseerd. De natuur wordt daarmee onderhevig aan de wetmatigheden van het kapitalisme. Dat systeem wisselt, zoals iedereen weet, periodes van hoog- en laagconjunctuur af en wordt op zijn tijd met crises geconfronteerd. In dat laatste geval gaan bedrijven massaal failliet. Kapitaal wordt dan simpelweg vernietigd. Gingen crises vroeger gepaard met minder groei en dus - in theorie - minder druk op het ecosysteem, nu zal het omgekeerde gelden. Als mechanismen zoals die van Kyoto zich verder verspreiden, zullen crises in de toekomst gepaard gaan met massale natuurvernietiging! Bij zulke praktijken horen serieus vragen gesteld te worden. Wie, zoals Al Gore, zijn geweten denkt te kunnen sussen door zijn zware ecologische voetafdruk te compenseren door dergelijke koolstofprojecten, bedriegt zichzelf. Ondertussen ziet het ernaar uit dat de Kyoto-doelstellingen in de meeste landen niet gehaald zullen worden - tenzij overheden massaal uitstootrechten in het buitenland aankopen. Het verwachte vervolg op Kyoto dreigt wat dat betreft nog verder te gaan. Onder andere vanuit de VS wordt grote druk uitgeoefend om de zogenaamde flexibele mechanismen in het post-Kyoto-tijdperk verder uit te breiden. Reden genoeg om uiterst waakzaam te zijn en de wereldwijde beweging tegen klimaatverandering, die op 8 december 2007 op vele plaatsen ter wereld de straat op trok, verder op te bouwen. |