|
Op 24 maart start in het Griekse Olympia de olympische estafettetocht naar Beijing. In mei 2007 was ik nog in dit dorp – dus voor de bosbranden – voor een betoog tegenover veertig sportjournalisten uit de hele wereld. Ik sprak op slechts enkele meters afstand van het monument van Pierre de Coubertin, de grondlegger van de moderne Olympische Spelen, waar ook zijn hart is begraven. Enkele tientallen meters verderop ligt de Tempel van Hera in het klassieke Olympia, waar het olympisch vuur wordt ontstoken voor die lange estafettetocht. Ik was te gast op de Internationale Olympische Academie, het kenniscentrum van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). Hier komen jaarlijks honderden, misschien wel duizenden mensen van het IOC bijeen om te debatteren, kennis uit te wisselen en om te werken aan de gezamenlijke filosofie van het ‘olympisme’. Olympisch zomerkampIk heb het nu zelf ervaren en het is prachtig. Het doet me denken aan de negen internationale zomerkampen van de jongerenorganisatie Rebel die ik heb meegemaakt, waarbij alleen de rode vlag is veranderd in de olympische. Daarnaast hebben de aanwezigen in Olympia een wat betere conditie dan de gemiddelde revolutionaire jongere. Verder voelde ik me in dit sporthistorische epicentrum verschrikkelijk goed – tussen het hart van De Coubertin en het oude stadion van Olympia. Dat centrum is meteen de beste plek om te vertellen waarom het olympisch vuur momenteel in gevaar is, en daarmee de hele olympische beweging. Maar helaas: bij de olympische officials van de Academie viel mijn verhaal niet zo goed. Bij de veertig sportjournalisten trouwens wél. Dat ik vertrouwd ben met het olympisch vuur, is overigens omdat dit juist in Amsterdam is geboren. Het werd voor het eerst ontstoken in de Marathontoren voor het Olympisch Stadion, op de Olympische Spelen van 1928. En in dit Olympisch Stadion werk ik sinds 2005. De Marathontoren kan ik beklimmen wanneer ik maar wil. Al vaak heb ik op veertig meter hoogte in de koepel gezeten waar tachtig jaar geleden het vuur brandde. Als sporthistoricus ben ik vooral gericht op de relatie tussen sport en politiek. In 2008 komen die heel dicht bij elkaar: mensenrechten, Tibet, Darfur, of de rol van China in Birma. Toch blijft het IOC er op hameren dat sport en politiek niets met elkaar te maken hebben. Gelukkig hebben wij in Nederland NOC*NSF, de Nederlandse tak van het IOC, dat die waangedachte in slechts drie zinnen elimineert. Op de officiële site van NOC*NSF staat een boeiend citaat over de relatie tussen sport en politiek: ‘Onwetend is men blijkbaar van het feit dat sport en politiek zeker bij de Olympische Spelen vanaf het prille begin met elkaar verweven waren. Sport bevindt zich ook niet op een maatschappelijk en sociaal eiland, het is een onderdeel van het reilen en zeilen in de wereld. En naarmate er meer prestige mee te winnen is, neemt de politieke inmenging toe.’ Aldus NOC*NSF, dat het IOC hiermee een wijze les leest. Het is een ijzersterke analyse en al helemaal als we die toepassen op het olympisch vuur, dat over een maand opnieuw wordt aangestoken. Want als er ergens prestige is te winnen, is het daar wel. De vredesoproepIn de 21e eeuw is het vuur één van de beroemdste olympische symbolen, als de aankondiging van de Olympische Spelen. Hoe belangrijk het is, wordt vooral benadrukt door het IOC zelf. Op de officiële site van het IOC wordt het vuur van een enorm morele status voorzien: In de context van de moderne spelen is het Olympisch vuur een uitdrukking van de positieve waarden die de mens altijd geassocieerd heeft met vuur. Zoals de boodschappers die de heilige wapenstilstand verkondigden, moedigen de dragers van het olypmisch vuur iedereen aan om hun wapens neer te leggen en naar de spelen te komen. De keuze voor Olympia als een vertrekpunt benadrukt het verband tussen de Antieke en Moderne spelen en onderstreept de bizondere band tussen deze twee gebeurtenissen.Kortom: het IOC legt een direct verband tussen het olympisch vuur en het neerleggen van de wapens. Sterker: deze club heeft een directe koppeling aangebracht tussen de moderne estafettetocht en de klassieke olympische vrede. Tijdens de klassieke Olympische Spelen was het gebruik om tijdens dit evenement geen oorlogshandelingen te verrichten zodat alle sporters en supporters veilig naar Olympia konden reizen. Met deze klassieke tijd en dit gebruik wil het IOC zich dus verenigen. Maar het olympisch vuur dreigt dit jaar te bezwijken onder dit zware morele gewicht. Mount EverestEind maart begint in Olympia het feest dat zijn letterlijke en figuurlijke hoogtepunt zal bereiken met het beklimmen van de Mount Everest. De olympische toorts moet en zal op het hoogste punt ter wereld komen. Al drie jaar geleden begon China met de eerste voorbereidingen om maximaal rendement uit deze stunt te halen. In april 2005 startte een grote schoonmaakactie om 615 ton afval van de berg te verwijderen. Dat is te vergelijken met de rotzooi van ruim honderd geslaagde Koninginnedagen in Amsterdam, maar dan op een wat grotere oppervlakte en wat hoger boven N.A.P. Maar in plaats van de berg op te ruimen, hebben diezelfde Chinezen hier onlangs nog een behoorlijke rotzooi gemaakt. In 2006 werden via YouTube gruwelijke beelden de wereld rondgestuurd van een slachting onder Tibetanen, die over de Mount Everest onderweg waren naar de Dalai Lama in India. Van grote afstand werden ze onder vuur genomen door Chinese soldaten, zonder enige aanleiding. Velen werden doodgeschoten en als afval achtergelaten. Het was een duidelijke misdaad tegen de menselijkheid en toevallig nog op film vastgelegd ook. De ongeruste olympiër hoeft zich geen zorgen te maken, want die lichamen zijn vast opgeruimd tegen de tijd dat het olympisch vuur deze plek des doods passeert. Het zou toch wat zijn als voor het oog van de wereldpers één van die lopers struikelt over een vergeten Tibetaans lijk. Daar heeft zowel het IOC als China geen belang bij. Maar toch: we hebben de beelden… Een reprimandeHet olympisch vuur zal dus juist deze berg passeren. De vredesboodschap van het IOC en China wordt daarmee verkondigd op het bevroren bloed van een misdaad tegen de menselijkheid. Dat zei ik vorig jaar ook op de kansel in Olympia, en dat kwam me meteen op een reprimande te staan van de baas van de Olympische Academie. Ik had eerlijk gezegd met weinig anders rekening gehouden. Bij hem sloeg mijn waarschuwing over het olympisch vuur duidelijk niet aan. Het lukte niet hem ervan te overtuigen dat het doen van een morele oproep op een misdadige plek gedoemd is te mislukken, al helemaal als er gefilmd bewijsmateriaal voorhanden is. Elke nieuwszender is daardoor in staat die uit te zenden als de olympische fakkel de Mount Everest heeft bereikt – van CNN tot Al Jazeera. Zo kan een miljardenpubliek kennis nemen van de verkrachting van het olympisch vuur. Het IOC blijft desondanks zeggen dat sport en politiek van elkaar zijn gescheiden. Juist tijdens de olympische estafettetocht moeten we die club op haar eigen woorden wijzen, zoals iedereen ze kan nalezen op www.olympics.org. Dat heeft niets te maken met politiek, maar alles met het wijzen op inconsequent gedrag en de afwezigheid van enig gevoel van maatschappelijke verantwoordelijkheid. Geen boycot!Dit is geen oproep om de Spelen te boycotten, integendeel. Zoals ik ook in Olympia zei: ‘Don’t blame the athletes.’ Sport en politiek zijn niet gescheiden, maar sporters en politiek wel. Dat is wat Erik van Muiswinkel is vergeten in zijn oproep tot een boycot van individuele sporters: het uit elkaar houden van sportbestuurders en de sporters zelf. De eerste groep – onder wie onze kroonprins – draagt directe verantwoordelijkheid voor China als gastheer. De tweede groep niet, want toen in 2001 Beijing werd aangewezen als gastheer zaten sommige topsporters van nu nog niet eens op de middelbare school. Dit is dus een oproep tot verantwoordelijk maatschappelijk gedrag. Ga komende zomer vooral naar China, maar ontloop niet de discussie over de maatschappelijke issues. Het IOC moet ophouden met het mantra dat sport en politiek van elkaar zijn gescheiden, want er is wel degelijk een verband – door NOC*NSF zo goed onder woorden gebracht. We moeten ook zien dat er heel veel dingen goed gaan met de komende Olympische Spelen, dat China een goede gastheer is voor de spelen en dat we niet de hele wereld de westerse normen moeten opleggen. Voor kritiek moet alle ruimte zijn, net als voor de Spelen van 2008. Let the Shames begin! Jurryt van de Vooren was van 1986 tot en met 1995 lid van socialistische jongerenorganisatie Rebel, onder meer als hoofdredacteur van de Rebelkrant. Nu is hij sporthistoricus met zijn eigen website Sportgeschiedenis.nl. Ook werkt hij op het Olympisch Stadion Amsterdam. |