
|
Oproep tot een boycot van de
verkiezingen op Java.
|
Indonesië bestaat uit zo'n 17.500 eilanden en is daarmee een van de grootste archipels wereldwijd. Daar verkiezingen organiseren is een logistieke nachtmerrie en het duurde enkele weken voor de definitieve resultaten binnen waren. Het was echter al snel duidelijk dat de zittende president, Susilo Bambang Yudhoyono (bekend als SBY), met meer dan 60 procent van de stemmen de verkiezingen in de eerste ronde won, de andere twee kandidaten ver achter zich latend. Naast SBY namen vice-president Jusuf Kalla en Megawati Soekarnoputri, dochter van de eerste president van het onafhankelijk Indonesië, Soekarno, en presidente tussen 2001 en 2004 deel. Generaals in de politiekHet is nu tien jaar geleden dat de Indonesiërs het juk van Soeharto's militaire dictatuur van zich afwierpen. De 33 jaar van zijn 'nieuwe orde' eisten ergens tussen de 1 en 2 miljoen slachtoffers; supporters van Soekarno, socialisten, Communisten, mensenrechtenactivisten en vakbondsleden verdwenen, werden opgesloten, gefolterd en vermoord. Er is nog steeds geen overzicht van de misdaden die toen begaan werden. In tegenstelling tot landen in Latijns Amerika, Cambodja of Rwanda is geen enkele militair berecht of loopt deze zelfs maar het risico aangeklaagd te worden. In tegendeel, de drie teams die mededongen naar het (vice-)presidentschap telden allemaal een gepensioneerde hoge officier – een teken van het voortdurende politieke en economische gewicht van het leger. De huidige vicepresident Jusuf Kalla is het hoofd van Golkar, Soeharto's partij tijdens de dictatuur. Zijn campagne partner was Wiranto, leider van de Hanura (Hati Nurani Rakyat, Partij van het Geweten van het Volk) en onder Soeharto een hoge officier. Hij is formeel beschuldigd van misdaden tegen de menselijkheid als commandant van de strijdkrachten in Oost-Timor tijdens het referendum daar over onafhankelijkheid in augustus 1999. Minstens 1400 kwamen om als gevolg van militair geweld dat de onafhankelijkheid moest verhinderen en tienduizenden werden naar West-Timor geporteerd dat onder Indonesisch bewind bleef. Bovendien heeft het leger de regio geplunderd. Wiranto ontliep een rechtszaak met hulp van de Indonesische autoriteiten welke weigerden hem uit te leveren aan Oost-Timor. Er is echter wel een internationaal bevel voor zijn aanhouding van kracht. Prabowo Subianto, leider van Gerindra (Gerakan Indonesia Raya, Partij van de Beweging voor een Groot Indonesië) was de running mate van Megawati (hoofd van PDI-P, Democratische Indonesische Partij van Strijd) en tijdens de dictatuur een bevelhebber van de Kopassus, een militaire eenheid gespecialiseerd in het bestrijden van opstanden en berucht wegens vele gruweldaden. Hij wordt ervan beschuldigd verantwoordelijk te zijn voor de verdwijning in mei 1998, tijdens de laatste dagen van de dictatuur, van tientallen activisten van de democratische oppositie. Daarnaast staat hij bekend om zijn schrikbewind in Oost-Timor en West-Papoea. Maar in kringen van het bedrijfsleven geniet hij aanzienlijke steun en hij heeft banden met het leger en met belangrijke families (hij is de ex-echtgenoot van Soeharto's dochter Titiek) SBY zelf ten slotte is een gepensioneerde generaal. Gelijk zijn rivalen was hij in de jaren zeventig gestationeerd in bezet Timor, tijdens een periode waarin ernstige mensrechtenschendingen plaatsvonden. Hij is de leider van de Democratische Partij en tijdens de afgelopen verkiezingen het hoofd van een coalitie van 18 partijen, waar onder enkele islamitische partijen. Een goede aanwijzing voor zijn beleid is dat zijn kandidaat voor het vicepresidentschap, Boediono, het voormalig hoofd van de centrale bank is en als econoom zeer wordt bewonderd door het Internationaal Monetair Fonds. De huidige vicepresident, Jusuf Kalla, en SBY zelf waren ministers in Megawati's regering. De politieke verschillen tussen de kandidaten moeten met een klein lampje gezocht worden. Drie kandidaten, een neoliberaal programmaDe accenten lagen anders maar elke kandidaat verdedigde een neoliberaal programma. Allen hebben het afgelopen decennium een actieve rol gespeeld in het uitvoeren van een neoliberaal beleid dat tot een toename van de armoede, werkeloosheid en ecologische schade heeft geleid. Jusuf Kalla probeerde zich te profileren als een nationalist door het versterken van inheems kapitaal en het aanpakken van de dominante rol van buitenlands kapitaal naar voren te schuiven. Megawati maakte gebruik van populistische retoriek die maar weinig gemeen hand met de werkelijkheid van de vier jaar dat ze aan de macht was. Volgens The Economist is SBY een bondgenoot van buitenlandse investeerders. Om het begrotingstekort te verkleinen bezuinigde hij op subsidies voor brandstof. Om het soort protesten zoals in Maleisië te vermijden betaalde hij de allerarmsten elke drie maanden 26 dollar en gaf hij hen toegang tot gratis basisgezondheidszorg. Hij is erg populair, gedeeltelijk dankzij deze maatregelen, gedeeltelijk dankzij de strijd tegen corruptie van een onafhankelijk commissie waarvan het prestige op hem afscheen. Voor links is het vrijwel onmogelijk om mee te doen aan de verkiezingen. Een presidentskandidaat is wettelijk vereist de steun te hebben van een partij of coalitie die 20 procent van de zetels in het parlement of een kwart van de stemmen vertegenwoordigt. Het grootste deel van Indonesisch links voerde campagne om mensen op te roepen niet te gaan stemmen of voor een actieve boycot – bekend onder de naam Golput. Onder Soeharto stelde deze tactieken de beweging in staat om de regelmatige pseudoverkiezingen te ontmaskeren. Nu, gezien de afwezigheid van een linkse kandidaat, is de boycot campagne een manier om onvrede zichtbaar te maken. Niet geheel links sloot zich aan bij de boycotcampagne. In de aanloop naar de verkiezingen was er een splitsing in de PRD (Democratische Volks Partij) een linkse partij die een belangrijke rol speelde in het verzet tegen Soeharto in de jaren negentig. Een deel van de PRD en haar electorale coalitie, Papernas, besloot een eigen verkiezingscampagne te voeren. Ter gelegenheid hiervan organiseerde de belangrijkste leider van de PRD, Dita Sari, een nieuwe groep; de Moedige Vrijwilligers voor een Herleving van Zelfvoorziening (RBBM) die de kandidatuur van Kalla-Wiranto steunde. Volgens deze stroming stonden de posities van Jusuf Kalla het dichtste bij het Papernas programma wat betreft zelfvoorziening en de opbouw van een nationale industrie. Ze beweren zelfs dat de kandidaturen van Kalla en Megawati een alternatief zijn voor het neoliberalisme van SBY. Het deel van de PRD dat deze tactiek afkeurde werd uit de partij gesloten en heeft sindsdien het 'Politieke Comité van de Armen – PRD (KPRM-PRD) opgericht en speelde een actieve rol in de campagne voor een boycot van de verkiezingen. Tactische vragen over een deelname aan verkiezingen zijn bijzonder complex in een land als Indonesië waar linkse organisaties niet voor hun eigen kandidaat campagne kunnen voeren. De – vergeefse – poging van Dita Sari om parlementszetels te winnen betekende dat de organisatie zich ten dienst stelde van partijen die voortkomen uit de dictatuur en de economische belangen van de elite dienen. Dit soort opportunisme kan illusies in dergelijke partijen creëren en daarmee de opbouw van een links alternatief in Indonesië bemoeilijken. |