|
Het project van de 'democratische opening' moet in verband gezien worden met de Amerikaanse inval in Irak. In het licht van de verwachte terugtrekking van Amerikaanse troepen in 2011 probeert Ankara zowel goede verstandhoudingen te hebben met de Irakese Koerden als de Koerdische kwestie in eigen land onder controle te brengen. Het aanknopen van politieke en economische banden met de autonome Koerdische regio in Irak door Turkije heeft voor de Turkse Koerden niks opgeleverd. De omcirkeling van Iran vereist bovendien een sterk Turkije, een Turkije dat zijn minderheden onder controle heeft. De Koerdische kwestie en de PKKDe 'Koerdische kwestie' is al meerdere eeuwen oud en ook gedurende de eerste veertig jaar van de twintigste eeuw braken verschillende malen opstanden uit. De oprichting van de Koerdische Arbeiderspartij (PKK) was een uitdrukking van deze strijd. De PKK oriënteerde zich ideologisch op het 'marxisme-leninisme' en organiseerde Koerdische jongeren en boeren in de strijd tegen de Turkse assimilatiepolitiek en onderdrukking. Gedurende de jaren tachtig, nog tijdens de Koude Oorlog, kwam de PKK op voor een Koerdische natiestaat, opgebouwd uit de vier delen van Koerdistan verspreid over Turkije, Irak, Iran en Syrië. In de jaren negentig veranderde de opstelling van de PKK: deze eist nu de oplossing van de Koerdische kwestie binnen de bestaande grenzen en erkenning van de collectieve en democratische rechten van de Koerden. Het programma en de structuur veranderden en de kaders van de PKK pasten zich aan in overeenstemming met de nieuwe oriëntatie. Hoewel voornamelijk bekend als een guerrillaleger zijn het merendeel van de activiteiten van de PKK sinds twintig jaar politiek en legaal van aard. Dit feit is maar weinig bekend in Europa. Sinds het begin van de jaren negentig, en ondanks het beperkte en rigide karakter van de Turkse wetgeving, heeft de PKK aangezet tot de oprichting van politieke partijen, verenigingen, deelname aan vakbonden, mensenrechtenorganisaties et cetera. De oproep van de gevangen PKK leider Abdullah Öcalan aan de guerrilla om zich terug te trekken in Irakees en Iraans gebied past in dit perspectief. Het Turkse leger heeft echter gebruikt gemaakt van de gelegenheid om de eigen operaties op te voeren; meer dan 500 guerrilla’s zijn gedood tijdens de terugtocht. Het door de PKK uitgeroepen staakt-het-vuren is door de Turkse regering opgevat als een teken van zwakte. De operaties tegen zowel de guerrilla’s als de Koerdische politieke en sociale organisaties zijn opgevoerd. Het politieoptreden van april 2009, paradoxaal kort voor 'de democratische opening' en het verbod van de Koerdische Democratische Volkspartij (DTP) zijn de meest recente uitingen van een beleid met als doel om de Koerden politiek buitenspel te zetten. De 'democratische opening' in de praktijkDe wapenstilstand welke op 13 april 2009 afgekondigd werd door de PKK ging vooraf aan het project van de 'democratische opening'. Gedurende deze periode zei Ankara te proberen een oplossing voor het Koerdische vraagstuk te vinden. Het Turkse leger ondernam in deze tijd echter 270 operaties, 7 maal sloeg de PKK terug. De politie hield meer dan 1500 personen aan, 750 mensen werden gevangen gezet. Onder hen waren meer dan 120 jongeren tussen de 12 en 18. Onder een door de AKP in 2005 ingevoerde antiterrorismewet kunnen minderjarigen als volwassene berecht worden. Onder de aangehouden personen bevinden zich meerdere gemeenteraadsleden uit Koerdische gebieden en kaderleden van de DTP. De DTP komt op voor rechtvaardigheid voor de Koerden en neemt een positie in welke vergelijkbaar is met de huidige eisen van de PKK. Mensen die tijdens de gemeenteraadsverkiezingen werden opgepakt speelden vaak een belangrijke rol in de Koerdische verkiezingscampagnes. De arrestaties van Koerdische activisten en politici, het verbod van de DTP, de operaties tegen de revolutionaire bewegingen en de beschuldigingen van terrorisme tegen vakbonds- en mensenrechtenactivisten laten de werkelijke bedoelingen van de Turkse staat zien: het vernietigen van de politieke structuren die de rechten van de Koerden verdedigen en het kort houden van de vakbonden en revolutionaire bewegingen. In deze context van onderdrukking vonden er in meerdere Koerdische plaatsen en enkele grotere Turkse steden nieuwe uitbarstingen van protest en geweld plaats. Er vielen verschillende doden en het aantal arresaties is toegenomen. Een poging om de politieke beweging van de Koerden te vernietigen kan niet volledig succesvol zijn zonder militair optreden tegen de guerrillabases. Een tweede fase zou grondoperaties van het Turkse leger in Noord-Irak kunnen betekenen. Toch blijft in de internationale pers de indruk bestaan dat er sprake was van een werkelijke 'democratische opening' van de kant van de AKP regering. De Turkse staat is deel van het probleem – hun huidige project is de vernietiging van hun tegenstanders. Dit beleid van ontkenning, uitsluiting en vernietiging dooft de hoop op een democratische, rechtvaardige oplossing van de Koerdische kwestie. Dit artikel verscheen eerder in Solidarités, een Zwitsers zusterblad van Grenzeloos |