|
Als we op die vraag willen antwoorden, dringt zich een andere botsing op: die tussen de Verenigde Staten aan de ene kant en Turkije en Brazilië aan de andere kant over de kwesties van sancties tegen Iran. Turkije en Brazilië verzetten zich in de VN tegen verdere sancties en sloten eerder al een overeenkomst met Teheran waarbij zij hoogwaardig uranium voor medische doeleinden zouden ruilen voor Iraans laagwaardig uranium. Waarom doen Turkije en Brazilië zo hun best om de Amerikaanse pogingen Iran te isoleren te doorkruisen? Er zijn drie niveaus die we in aanmerking moeten nemen als we hier een verklaring voor willen formuleren. Ten eerste is er het internationale niveau: Turkije is een opkomende regionale grootmacht en streeft naar een eigen positie in de regionale verhoudingen. Het tweede niveau zijn de relaties tussen de drie huidige of potentiële kernmachten in het Midden-Oosten (Israel, Turkije en Iran) en de houding van de VS hier tegenover. Het derde niveau is de binnenlandse politiek van Turkije. Het veranderende TurkijeNa Israël is Turkije de belangrijkste Amerikaanse bondgenoot in de regio. Het land is daarnaast een kandidaat voor lidmaatschap van de Europese Unie en wordt geregeerd door de meest ontwikkelde en best georganiseerde heersende klasse van het islamitische Midden-Oosten. Van deze landen heeft Turkije de best ontwikkelde industrie en buitenlandse firma’s investeren er op grote schaal. Turkije streeft ernaar een financieel en economisch centrum te worden voor de Arabische wereld, de Kaukasus, Centraal-Azië en de Balkan. Verder heeft Turkije na de VS het grootste leger van alle NAVO lidstaten. Het Turkse streven om op basis van deze groeiende economische en militaire kracht meer invloed te verwerven in de regio dateert al van voor de huidige regering. Hoewel de huidige regering, gevormd door de gematigd islamitische AKP (Adalet ve Kalkınma Partisi of Gerechtigheids- en Ontwikkelingspartij) zich geregeld onafhankelijk opstelt ten opzichte van het Amerikaanse beleid, en hier soms zelfs tegenin gaat – zoal in het geval van sancties tegen Iran - is het Turkse streven naar meer regionale invloed bedoeld om sterker te staan in onderhandelingen met de VS en de EU. Op het tweede niveau staat Iran centraal. Het is hier niet nodig om in te gaan op de achtergronden van de tegenstelling tussen Iran en de VS. Het zou logisch zijn geweest te verwachten dat Turkije, als een bondgenoot van Israel, in dit conflict de Amerikaanse zijde zou kiezen. De Amerikaanse en Israëlische druk op Iran omdat dit land zou proberen kernwapens te verwerven heeft echter de kwestie van Israëlische kernwapens –waarvan het bestaan nooit officieel is toegegeven – voor het voetlicht gebracht. Dit heeft in Turkije tot een backlash tegen Israel geleid. Het is met betrekking tot de Palestijnse kwestie dat het semi-islamitische karakter van de AKP de belangrijkste rol speelt. Sinds de verkiezingsoverwinning van Hamas in 2006 – voor de beweging werd geïsoleerd in de Gazastrook - heeft Turkije een koers gevaren die sterk afwijkt van zowel die van de VS als van de EU. Terwijl het westen Hamas veroordeelt als een terroristische organisatie en onder druk zet om geweld af te zweren en de Oslo akkoorden te volgen heeft Turkije diplomatiek contact met Gaza en protesteerde het hevig tegen de Israëlische aanval op Gaza in 2008. De controverse over het hulpkonvooi is de nieuwste barst in de Turks-Israëlische vriendschap. Eerder werd de bruikbaarheid van Turkije als Amerikaans bondgenootschap al op de proef gesteld toen in 2003 AKP parlementariërs een motie blokkeerden die Amerikaanse troepen toestemming zou hebben gegeven om via Turkije Irak binnen te vallen. In het geval van Iran zullen de meer islamitische krachten binnen de AKP zich zeker verzetten tegen een oorlog met de ‘islamitische republiek’. De Turkse seculiere oppositie poogt dit vooruitzicht en de opstelling van de AKP tegenover Hamas te gebruiken als een wig tussen de Turkse regering en de VS. En dit brengt ons bij het derde niveau. Het nieuwe Turkse beleid kan niet los gezien worden van de interne machtsstrijd tussen de twee belangrijkste fracties van de heersende klasse. De voortdurende botsingen tussen de AKP regering enerzijds en het seculiere kamp anderzijds, met het leger in de voorhoede, zijn botsingen over de verdeling van economische en politieke macht. De traditionele, gevestigde vleugel van de heersende klasse weigert pertinent om meer afstand te nemen van het westen. In de laatste kwart eeuw is er echter een nieuwe vleugel ontstaan binnen de heersende klasse en deze probeert nu via de AKP macht uit te oefenen. Er lijkt nog lang geen einde te komen aan deze ‘politieke burgeroorlog’ in de Turkse heersende klasse. Beide fracties streven ernaar de economische en politieke invloed van Turkije uit te breiden richting het oosten, maar de prowesterse vleugel is als de dood dat onder een AKP regering dit contact met islamitische landen de islamitische elementen in Turkije zal versterken. De wisselwerking tussen binnen- en buitenlandse politiek leidt tot een reeks van complicaties. Hoe meer Erdogan wint aan populariteit onder Arabieren en Turken door zijn harde houding tegenover Israël, hoe moeilijker het wordt hem af te zetten en hoe hysterischer zijn pro-westerse rivalen worden. Welke weg voor Links?Links staat voor de moeilijke taak een eigen koers uit te zetten in dit onoverzichtelijke landschap. Socialisten moeten zowel de Charibydis van het navolgen van de islamitische beweging, als de Scylla van medewerking met de VS en Israël om zogenaamd religieuze intolerantie te bevechten vermijden. Drie elementen zijn noodzakelijk voor zo’n onafhankelijke koers. Ten eerste, wat betreft de opstelling tegenover Iran: het moet gezegd worden dat hoe vanzelfsprekend het ook is dat links een tegenstander is van kernwapens, het niet logisch is om Iran deze wapens te ontzeggen terwijl Israël over een nucleair arsenaal bezit. Tegenover het ratelen met sabels van westerse mogendheden en Israël ten opzichte van Iran moet links opkomen voor een Midden-Oosten dat vrij is van kernwapens. Onvoorwaardelijk verzet tegen agressie van Amerikaanse of Israëlische zijde tegen Iran is noodzakelijk en heeft niks te maken met het verdedigen van het Iraanse fundamentalistische regime tegen de binnenlandse oppositie. Ten tweede kan onze solidariteit met een onderdrukt volk niet afhangen van onze goedkeuring van hun politieke leiders. We mogen niet onze rug toe keren naar de bevolking van Gaza met het argument dat Hamas fundamentalistisch is. We hebben een verplichting de rechten van de Palestijnen te verdedigen, onafhankelijk van het politieke en ideologische karakter van de Palestijnse leiders. Ten derde moeten we duidelijk stellen dat de islamitische beweging geen middel is voor de emancipatie van de Palestijnse bevolking. Meer concreet: we moeten er op blijven wijzen dat, of het nou om Turkije, Palestina of elders gaat, de AKP en Erdogan geen verlossers zijn. De AKP is een partij van een opkomend deel van de heersende klasse en is met handen en voeten gebonden aan het binnenlandse kapitalisme en daarbuiten aan het imperialisme. De aard van de AKP is tegenstrijdig, gekenmerkt als ze is door aan de ene hand aanhangers die willen breken met de imperialistische status-quo in het Midden-Oosten en aan de andere hand een leiderschap dat hier structureel niet toe in staat is. De AKP wil enkel een eigen plaats verwerven in de internationale machtsverdeling. Slechts enkele dagen na de aanval op het hulpkonvooi kwamen ministers van 22 Arabische landen bijeen in Istanbul voor bijeenkomsten van het Turks-Arabische Samenwerkings Forum en het Turks-Arabische Economische Forum waar de lof van neoliberalisme, privatisering, samenwerking met het westen en een flexibele arbeidsmarkt gezongen werd. De AKP en Erdogan tonen bovendien hun complete hypocrisie door hun opstelling tegenover de Koerden. Historisch bestaan er grote verschillen tussen de Palestijnse en Koerdische kwesties maar in beide gevallen is er sprake van nationale onderdrukking. De AKP zegt op te komen voor de rechten van ene groep maar ontkent die van de andere. Het is overduidelijk dat de regering van Erdogan geen betrouwbare verdediger van de Palestijnse rechten kan zijn. Daar komt nog bij dat de overweldigende meerderheid van de Arabische regeringen waar Erdogan mee wil samenwerken al decennialang het Palestijnse lijden negeren omdat ze trouwe volgelingen van de VS zijn. Links moet het initiatief nemen in het verdedigen van de rechten van de Palestijnen, te beginnen met het beëindigen van de blokkade rond Gaza. De internationale beroering rond de Israëlische aanval op het hulpkonvooi biedt hier gelegenheid voor. Als perspectief voor een beweging die de daadwerkelijke emancipatie van de Palestijnen ten doel heeft, moet het idee van een, seculiere en democratische staat op het grondgebied van wat nu Palestina en Israel, is nieuw leven worden ingeblazen. Een soortgelijk perspectief is noodzakelijk voor de bevrijding van de Koerden van Turkse, Irakese, Iranese en Syrische onderdrukking. De opstelling van socialisten tegenover de bevrijdingsbewegingen in de regio zal bepalend zijn voor de vooruitzichten van een nieuw links reveil in de regio. Dit is een ingekorte versie van een artikel dat eerder verscheen in de nieuwsbrief The Bullet van Socialist Project. Sungur Savran is redacteur van het Turkse tijdschrift Isci Mucadelesi (Arbeidersstrijd). |