|
Het was niet voor het eerst dat een Filippijnse president door het volk werd afgezet. In februari 1986 werd, na een regeerperiode van twintig jaar, het dictatoriale bewind van president Marcos omvergeworpen door een vreedzame volksopstand, de ‘People Power’-revolutie. Door het verdwijnen van Marcos en de verkiezingen het jaar daarop werd het land gezien als een voorbeeldnatie: de democratie was hersteld. People Power IIEstrada, schuldig aan vriendjespolitiek, nepotisme, onbekwaamheid, macho-gedrag en zedeloosheid, was nu aan de beurt. Maar de westerse media klaagde dat zijn afzetting niet volgens de regels had plaatsgevonden. Een correspondent van Time gaf als commentaar dat het afzetten van presidenten door middel van revoluties een slechte nationale gewoonte begon te worden. ‘People power,’ zo schreef hij, ‘is een geaccepteerd begrip geworden voor een verontrustend verschijnsel: iets dat vroeger bekend stond als: de straat regeert.’ People Power II werd, in tegenstelling tot zijn voorganger, dus afgeschilderd als een terugslag voor de democratie. Democratie?Maar is het dat ook? In Joseph Schumpeters invloedrijke empirische benadering van de term wordt ‘democratie’ gelijkgesteld aan vrije verkiezingen. De aan- of afwezigheid van zulke verkiezingen wordt beschouwd als ‘een redelijk efficiënt criterium om democratie te ‘meten’. Op grond van deze benadering worden de Filippijnen - waar na Marcos regelmatig ‘vrije’ verkiezingen zijn gehouden – vaak als een democratische natie gezien. Veel wetenschappelijke verhandelingen over de Filippijnse politiek sedert 1986 neigen echter naar een veel minder democratisch beeld van het land. Het politieke systeem van na de dictatuur wordt door wetenschappers omschreven als een ‘elitedemocratie’, een ‘indianendemocratie’, een ‘familiestaat’ geplunderd door een roofzuchtige oligarchie, een ‘zwakke staat’ gemanipuleerd door een elite van grootgrondbezitters en het buitenlands kapitaal, een ‘verscheurde en oppervlakkige democratie’ die gedomineerd wordt door machtige politieke families die slechts oog hebben voor het eigen profijt. In veel studies komt naar voren dat veel kenmerken van het politieke systeem van vóór de dictatuur, zoals het patronage-systeem en eigenlijk de hele politieke machine, zijn blijven bestaan of weer opnieuw ten tonele zijn verschenen. De verkiezingen van na de dictatuur, zo wordt door de meeste van de analisten opgemerkt, zijn gepaard gegaan met corruptie, geweld, dwang en fraude. De politieke uitgangspunten van de verschillende partijen zijn niet van elkaar te onderscheiden en de verkiezingscampagnes draaien om personen en niet om doelstellingen. Wie wint is degene die meer ‘guns, goons and gold’ heeft dan een ander. Door de schandelijke verkiezingspraktijken in de Filippijnen worden politici die tot de oligarchische clans behoren en verwikkeld zijn in machtmisbruik, corruptie, fraude en terrorisme geringschattend trapo’s genoemd. Vanaf het begin van de negentiger jaren is trapo een afkorting van ‘traditionele politicus’, maar het is ook een Filippijnse woord van Spaanse origine dat ‘vies oud vod’ betekent. Veel politici doen hun uiterste best om níet zo genoemd te worden en zich van de trapo’s te distantieren. HoopNiet alles is somber in de Filippijnse politiek. Sinds begin jaren tachtig zijn overal in het land basisorganisaties (popular organisations: PO’s) en niet-gouvernementele organisaties (Ngo’s) als paddestoelen uit de grond geschoten, die zich bezig houden met een breed scala aan onderwerpen: ontwikkelingswerk, plaatselijke kwesties, gezondheid, mensenrechten, milieu. Zij hebben diverse massa-acties en campagnes ontketend en zijn echte symbolen van de ‘macht van het volk’. De afgelopen jaren hebben politieke partijen die nauw samenwerken met de PO’s en Ngo’s, waaronder twee linkse partijen, enkele zetels gewonnen bij lokale en nationale verkiezingen. Verwacht wordt dat ze bij de komende verkiezingen flink winst zullen boeken. In het verleden werden verkiezingen door de PO’s en Ngo’s geboycot of ze deden er halfslachtig aan mee: dat waren immers toch maar circussen van de politieke elite! Nu erkennen de leden van de PO’s en Ngo’s dat politieke en sociale veranderingen niet worden gerealiseerd zonder deelname aan het politieke proces. Ze zijn daarom daadwerkelijk en enthousiast de strijd aangegaan met de trapo’s. door een nieuwe programmatische politiek te bepleiten die relatief vrij is van machtsmisbruik, corruptie en geweld. De tamelijk progressieve grondwet - voortgekomen uit People Power I- die voor een vorm van evenredige vertegenwoordiging heeft gezorgd, helpt ze daarbij. Bovendien hebben duizenden leden van PO’s en Ngo’s, dankzij de wetgeving op het gebied van plaatselijk bestuur uit 1991, waardevolle ervaring kunnen opdoen in lokale bestuursorganisaties. Verzet tegen trapo’sDe afgelopen tien jaar zijn de trapo’s, als vertegenwoordigers van alles wat rot is in de Filippijnse politiek, het doelwit geworden van activisten voor democratisering en een ‘nieuwe politiek’. Niet lang nadat Estrada als president aantrad kwam de campagne tegen de trapo’s op stoom, omdat mensen in zijn naaste omgeving - beschermelingen, familieleden en maîtresses - in het ene na het andere corruptieschandaal verstrikt raakten. De verzetsbeweging groeide naar een hoogtepunt toen Estrada zelf verwikkeld bleek in een illegale gokzwendel, waar miljoenen in omgingen. Estrada was, zoals tijdens zijn afzettingsprocedure werd aangetoond, zo’n beetje de verpersoonlijking van de traditionele politiek. Estrada probeerde het corruptieonderzoek nog te laten mislukken door gebruik te maken van allerlei juridische trucs en door zijn vrienden in de Senaat te mobiliseren. Maar juist toen het hem scheen te lukken, stroomden honderdduizenden verontwaardigde mensen de straat op om het uit het Malacañang Paleis te jagen. De bewegingPeople Power II bracht een hele brede coalitie voort. Ze bestond uit uiterst linkse tot uiterst rechtse krachten, van vice-president Gloria Macapagal-Arroyo (inmiddels president), twee vroegere presidenten, zakenlieden, de katholieke kerk en een aantal gepensioneerde generaals tot en met linkse groeperingen en duizenden PO’s en Ngo’s. Hoewel de beweging in wezen een anti-trapobeweging was, waren niet alle erbij betrokken krachten ook echt en volledig tegen de traditionele politiek. Onder hen die meesurfden zaten trapo’s die alleen maar anti-Estrada waren en lieden die wel tegen de meest weerzinwekkende kanten van de trapopolitiek zijn (corruptie en geweld), maar die hun stem niet verheffen tegen partijen die gecontroleerd worden door oligarchische clans en die zich ideologisch niet onderscheiden. Waar het economische zaken betreft waren en staan deze traditionele krachten pal achter het neoliberalisme en het opvolgen van de richtlijnen van het Internationaal Monetair Fonds, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie. OverwinningZowel People Power I als People Power II zijn volksbewegingen geweest, gericht op een verdere democratisering van de Filippijnse politiek. People Power I stond vooral tegenover de dictatuur; People Power II tegenover de traditionele politiek. Beide zijn de grenzen van de grondwet te buiten gegaan, desalniettemin kunnen ze niet worden gezien als principieel anti-grondwettelijk. In feite kunnen beide bewegingen worden beschouwd als correcties: People Power I omdat ze de Grondwet van 1973, dus van een dictatoriaal regime, afschoot - People Power II omdat ze de tekorten van de Grondwet van 1987 aanpakte, die nog altijd een verscheurde democratie weerspiegelde die werd gedomineerd door trapo’s en hun manipulaties. Met deze volksopstand hebben de krachten voor de democratie en een ‘nieuwe politiek’ opnieuw een grote overwinning geboekt. Echter, er lopen nog heel wat vertegenwoordigers van de traditionele politiek rond. De nieuwe president, de dochter van een ex-president, is zelf een trapo - maar minder verdorven dan haar voorganger- en staat aan het hoofd van de machtigste coalitie van trapo-partijen die het land ooit heeft gekend. Het democratiseringsproces kan daarom niet stil blijven staan. People Power moet in de toekomst nog nuttige diensten bewijzen. (Uit het Engels vertaald door Rob Lubbersen) |