|
Wat is de nieuwe beweging eigenlijk? Is het een antiglobaliseringsbeweging, een anti-oorlogsbeweging of is het straks in Nederland de beweging tegen verrechtsing (keer het tij)? Zijn het de deskundigen op het podium tijdens de tegentoppen of de jongeren in de zaal? Zijn het de oude bekenden, die we gelukkig weer terug zien komen, zoals op 13 april tijdens de Palestinademonstratie, of de jongeren die direct actievoerend erin slagen verbinding te leggen met lokale strijd? Zoals in Genua en nu Sevilla, waar ze met hun demonstraties ook een steun in de rug geven tegen Berlusconi en Aznar? En is er naast de opgang ook sprake van een neergang van de oude beweging? Naast enkele honderden mensen in Nederland actief in de nieuwe beweging, het teloorgaan van de vakbeweging en dus per saldo een enorme neergang? Het zijn beelden, die allemaal waar zijn. Vandaar ook dat de meerderheid in haar teksten kon stellen dat in de anti-globaliseringsbeweging jongeren vrijwel ontbreken en de minderheid reageerde dat het vooral jongeren zijn, die ook in Nederland de kar trekken. Meer nog dan over die beelden, ging het op het congres over de verhouding tussen partij en beweging. Is wat goed is voor de eigen organisatie ook goed voor de beweging, zoals wel gedacht in anarchistische en IS kring of is het meer andersom, zoals we soms de indruk kregen dat de meerderheid dacht: de partij moet meer op de beweging lijken en daardoor in staat zijn nieuwe activisten in te vangen. Voor ons staat vast dat het mogelijk is en noodzakelijk om aan de opbouw van een revolutionaire partij te werken. Dat we niet vast kunnen houden aan een praktijk die haaks staat op de mogelijkheden die deze tijd ons biedt: nieuwe polarisaties na een periode van neoliberaal offensief en verpoldering. Daarbinnen past het voorstel fusiebesprekingen aan te gaan met de IS. Een organisatie die een revolutionaire partij wil opbouwen en de nieuwe beweging centraal stelt. Een organisatie bovendien die voor het overgrote deel echt jong is, zo rond de twintig. Een organisatie ook die voor het congres liet weten te voelen voor zo'n fusie. Het vraagstuk van de verhouding partij/organisatie en beweging is er een, waarover zowel binnen de partij als binnen de sociale bewegingen steeds weer gediscussieerd zal worden. Zo ook komend jaar op het wereldcongres van de Vierde Internationale. Het is een vraagstuk dat echter niet door agenda's van congressen, maar door de nieuwe strijd (-methoden) van vooral de jeugd, op ons bord wordt gelegd. |