|
Waarom is een klein gebied dat ongeveer zo groot is als Vlaanderen van zo’n belang voor Moskou? De Kaukasus werd door de Tsaren in het begin van de negentiende eeuw veroverd. Het Tsarenrijk bevond zich toen op het toppunt van zijn macht. Het behoud van de Kaukasus staat voor de regering in Moskou gelijk aan het voortbestaan van Rusland als grote mogendheid. Maar er zijn ook materiële belangen die een rol spelen. Kaspische olieDe Kaukasus is een aardoliegebied. Bakoe, de hoofdstad van Azerbaidzjan, was in de negentiende eeuw het belangrijkste productiegebied. In de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny is de kerosine uitgevonden. Een van de redenen waarom de legers van de nazi’s probeerden Stalingrad te veroveren was om de hand te leggen op de aardolie van Azerbaidzjan. In het sovjettijdperk werd de Kaspische aardolie geëxporteerd door een pijpleiding die Bakoe met de Zwarte Zee-haven Novorossik verbond. Op dit moment wordt zestig procent van de aardolie die Rusland exporteert per tanker in die haven overgeslagen. De Russische regering probeert de landen die aan de Kaspische Zee grenzen (Azerbaidzjan, Turkmenistan, Kazachstan) ervan te overtuigen om hun aardolie te blijven exporteren via Novorossik. Maar deze route is minder geliefd bij de internationale oliemaatschappijen (BP, EXON, Shell) die investeren in nieuwe Kaspische winningsgebieden. Ze willen niet afhankelijk zijn van de goede wil van de Russische regering. Turkije vindt dat het scheepvaartverkeer op de Bosporus te druk is en het gevaar van een ecologische ramp met een tanker te groot. Op 18 september 2002 werd begonnen met de aanleg van een pijpleiding die Bakoe via Georgië met de Turkse haven Ceyhan (aan de Middellandse Zee) verbindt. Dit kunstwerk moet in 2005 in staat zijn om dagelijks een miljoen barrels per dag aan te voeren. Als reactie probeert Rusland, dat op dit moment de belangrijkste exporteur van aardolie op wereldschaal is – doordat de OPEC-leden hun export vrijwillig beperken - zijn marktpositie veilig te stellen door zoveel mogelijk olie via pijpleidingen te vervoeren. De Verenigde Staten proberen daarentegen van zoveel mogelijk verschillende landen afhankelijk te zijn wat betreft hun import van olie en gas. In de toekomst zullen ze immers meer dan vijftig procent van hun aardolieconsumptie moeten importeren. Vijfenzestig procent van de geschatte aardolievoorraden zijn geconcentreerd in het gebied van de Perzische Golf en daarvan is vijfentwintig procent weer in handen van Saoedi-Arabië. Rusland bezit op zijn beurt weer dertig procent van de wereldreserve aan aardgas. De landen rond de Kaspische Zee bezitten vijf procent van de aardgasreserves. De aardolie en het aardgas van het Kaspische gebied en van Centraal-Azië bieden de energie-importerende landen de - beperkte maar significante -mogelijkheid om minder eenzijdig van enkele landen afhankelijk te worden wat betreft hun import van olie en gas. De oorlog in Tsjetsjenië is dus een uitdrukking van de wil van de Russische regering er voor te zorgen dat het land een belangrijke rol blijft spelen bij de exploitatie van olie en het gas van het Kaspische bassin. De oorlog in Tsjetsjenië.Tsjetsjenië verklaarde zich in 1991, na de mislukte coup tegen Gorbatsjov, onafhankelijk. Het Rode Leger trok zich terug uit het gebied, waarbij het gigantische wapenvoorraden achterliet. Het proces van privatisering van de Tsjetsjeense economie had dezelfde gevolgen als in de rest van de voormalige Sovjet-Unie. De toeëigening van de productiemiddelen door privé-personen deed ook in Tsjetsjenië de ongelijkheid groeien. De levensstandaard van de meerderheid van de bevolking daalde met vijftig procent. Alle mogelijke maffiabendes floreerden. Doudaïev, de eerste president van Tsjetsjenië, kwam aan de macht op basis van een vlaag van nationalisme en verlangen naar democratie. In oktober 1991 ontvangt hij tachtig procent van de uitgebrachte stemmen, terwijl tachtig procent van de kiezers niet ging stemmen. Zijn regering werd gekenmerkt door zelfverrijking door de handel in aardolie en wapens. De Russische regering heeft de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië nooit geaccepteerd. Jeltsin begon in december 1994 een oorlog tegen Tsjetsjenië. Die werd een gigantische mislukking voor wat er over was van het Rode Leger. Rusland kan niet anders dan onderhandelen en moet de onafhankelijkheid van Tsjetsjenië erkennen. Uiteindelijk wordt Aslan Maskhadov tot president van Tsjetsjenië gekozen. Hij kreeg zeventig procent van de stemmen, de rest ging naar kandidaten die zich beroepen op het Wahabisme, de islam zoals die in Saoedi-Arabië wordt opgelegd. Aslan Maskhadov staat voor een tolerante maatschappij, hij is tegenstander van de invoering van de islamitische wetgeving en komt op voor een seculiere staat. De oorlog die Poetin nu voert duurt al drie jaar. Tsjetsjenië is militair bezet. En het eerste slachtoffer van die oorlog is de burgerbevolking. De hoofdstad van Tsjetsjenië, Grozny, is vernietigd. Flatgebouwen zijn gebombardeerd. In het centrum van de stad zijn ze dusdanig getroffen dat het voor wie dan ook onmogelijk is om er in te leven. De stad is een hel. De bevolking – enkele tienduizenden mensen - leeft er in een staat van ernstige verwaarlozing. De humanitaire hulpverlening is schaars en wordt vaak onderbroken als gevolg van militaire operaties en banditisme. De onzekerheid is gigantisch. De Russische soldaten zijn bang en dat leidt tot veel toevallige slachtoffers. Andere soldaten mishandelen burgers moedwillig. Men presenteert deze oorlog in de media als een oorlog van fundamentalistische en nationalistische gekken tegen het centrale Russische gezag. Maar in feite gaat het om een volk dat al bijna twee eeuwen door Rusland onderdrukt wordt en zich tegen die onderdrukking verzet. De Tsjetsjenen zijn traditioneel soefi’s. Het is een mystieke, naar binnen gerichte vorm van de islam. Het is een tolerante godsdienst, bijvoorbeeld ten aanzien van vrouwen. Tsjetsjeense vrouwen zijn niet gesluierd en werken bijna allemaal buitenshuis. Jonge vrouwen maken zich op en lijken op jonge vrouwen in Rusland, Frankrijk of Nederland. Het drinken van alcohol is wijdverbreid, de consumptie van wodka soms spectaculair. De Tsjetsjeense maatschappij is complex. Zij is verdeeld in verschillende soefi-broederschappen en talrijke clans. Ze wordt gekenmerkt door een krijgerstraditie die ontstaan is door het verzet tegen vreemde invasies. De Tsjetsjenen vormen een volk van bergbewoners dat leeft in dalen waartussen het verkeer vaak onmogelijk is. De verdeling in clans is een gevolg van die geografische gesteldheid. Het commando dat het Dubrovna theater in Moskou binnenviel is het commando van een Tsjetsjeense clan en in veel mindere mate dat van een politiek religieus project. Maar het is waar dat men zich daarbij beroept op het Wahabisme. Deze religieuze stroming heeft zich ontwikkeld omdat ze gesteund wordt door Saoedi-Arabië. De Wahabitische strijders zijn beter uitgerust en zijn op militair vlak een kracht om rekening mee te houden. Maar dat betekent niet dat er binnen de Tsjetsjeense samenleving als geheel een sterke opkomst van het fundamentalisme bestaat. Die samenleving blijft gekenmerkt door openheid en tolerantie. SolidariteitTijdens het Europees Sociaal Forum in Florence is een Europees netwerk voor solidariteit met het Tsjetsjeense volk opgericht. Convoi syndical is één van de organisatoren van dat netwerk. Convoi syndical is een organisatie van vakbondsleden die op seculiere grondslag solidariteit organiseert met het Tsjetsjeense volk. De organisatie heeft een vrachtwagen met 22 ton bloem naar Tsjetsjenië georganiseerd. Op dit moment financiert Convoi Syndical de aankoop van leermiddelen voor acht vluchtelingenscholen. Men heeft ook plannen voor de wederopbouw van een cultureel centrum in Grozny. Deze solidariteitscampagne is een middel om te laten zien dat de wil bestaat om de vrijheid van het Tsjetsjeense volk te verdedigen, zonder mee te gaan in bekrompen nationalisme, fundamentalisme of onverantwoordelijke acties als het nemen van gijzelaars in Moskou. Maar de belangrijkste oorzaak van dergelijke krankzinnige acties ligt in het optreden van het Russische leger. Het is noodzakelijk om aan het Tsjetsjeense volk te laten zien dat in het Westen niet iedereen de oorlog van Poetin ondersteunt. Xavier Rousselin is lid van de Ligue Communiste Révolutionnaire, de Franse afdeling van de Vierde Internationale, en reisde vaak naar Tsjetsjenië. Vertaling en bewerking: Arthur Bruls |