|
Terecht merkt Bos op dat de term fascisme aan inflatie onderhevig is. Te vaak wordt de term gebruikt om iets aan te duiden wat iemand slecht vindt. Van de bouw van een muur in Israël tot een aanslag op het WTC. Twee ideologische uitersten die beiden door ideologische tegenstanders tot fascistisch worden bestempeld. Anderzijds is ook de term antifascisme aan inflatie onderhevig. Als fascisme het ultieme kwaad is, dan sta je als antifascist automatisch aan de goede kant. Eveneens terecht stelt Bos dat er duidelijke ideologische verschillen bestaan tussen Hitlers nationaal-socialisme, Mussolini’s fascisme en hedendaagse navolgers. Ook wijst Bos terecht op de grote gevaren van ‘net’ rechts. De soms electorale en ideologische overlap tussen extreemrechts en ‘net’ rechts ten spijt doet Bos de ongenuanceerde opmerking van het antifascisme af te willen. Juist in tijden van economische recessie, groeiend antisemitisme en het steeds openlijker geaccepteerde moslimbashing bevreemdt het mij dat iemand die je tot radicaal-links kan rekenen een dergelijk standpunt huldigt. Van twee walletjes etenAnders dan links, die de maatschappij indeelt op basis van onder andere sociale achtergrond, delen zowel ‘net’ rechts als extreemrechts mensen in op basis van afkomst en cultuur. Rechts zoekt zondebokken, om de eigen positie veilig te stellen. Een uiting van deze overlap was Pim Fortuyn. Hoewel de miljonair Fortuyn kon worden gerekend tot de bourgeoisie, probeerde hij over te komen als een echte rebel die opkwam voor het gewone volk. Hij zei te strijden tegen de elite van de ‘drie procent die het voor het zeggen heeft in dit land’. Waar traditioneel extreemrechts zich, al dan niet vanuit een antisemitische visie, kenmerkte door verheerlijking van de arbeidersklasse en zich pas later op de bourgeoisie richtte, viel Fortuyn op doordat zijn aanhang meteen al door de sociale klassen heenliep. Door zijn verhaal te overgieten met een racistisch sausje lukte het Fortuyn om enerzijds de autochtone en allochtone arbeiders tegen elkaar op te zetten en anderzijds mensen met economische macht voor zich te interesseren. Hierdoor wist Fortuyn de financiële positie van de partij veilig te stellen. Vanwege Fortuyns achtergrond en vanwege zijn ongeremde enthousiasme voor het ‘turbokapitalisme’ en vermindering van staatsinvloed op de economie lag hij goed bij de ondernemers. Iemand met zulke ideeën kon onmogelijk een bedreiging vormen voor mensen met economische macht. Zonder veel moeite kreeg Fortuyn spreektijd, sponsors, kantoorruimte. BruggenbouwersFortuyn was zonder meer een racist en seksist en liet zich door niemand de mond snoeren. Hij stond op het standpunt dat alles gezegd mocht worden en dat deed hij dan ook. Hij had al snel een grote aantrekkingskracht op traditioneel extreemrechts. Diverse extreemrechtse mensen meldden zich aan als lid of probeerden op de kieslijst van Leefbaar Nederland en later de LPF te komen. Op het moment dat de LPF ondersteunende handtekeningen nodig had om aan de verkiezingen mee te mogen doen verschenen er op extreemrechtse webfora als Polinco oproepen om de partij te ondersteunen. Uit onderzoek door de antifascistische onderzoeksgroep Kafka naar de achtergrond van de handtekeningzetters blijkt dat er een duidelijke overlap is met (ex)leden van het Nederlands Blok, CD, CP’86, Nederlandse Volks Unie, enzovoort. Na de moord op Fortuyn wordt een ieder die stelt dat Fortuyns ideeën wel degelijk racistisch waren al snel beschuldigt van demonisering. Linkse en antifascistische organisaties bedenken zich wel twee keer voordat ze een partij extreemrechts noemen en ook de media pakt de LPF-uitwassen met fluwelen handschoenen aan. Deze situatie geeft LPF-splinters de mogelijkheid om verder naar rechts op te schuiven, ongegeneerd tegen traditioneel extreemrechts aan te schurken en hiermee te functioneren als bruggenbouwer tussen ‘net’ rechts en extreemrechts. Voor beiden partijen heeft dit duidelijke voordelen: ‘net’ rechts beschikt niet over straatactivisten om folders te verspreiden of demonstraties te organiseren en extreemrechts beschikt niet over een fatsoenlijk imago, waardoor hun demonstraties worden verboden of verhinderd door tegendemonstranten. Daarnaast beschikt ‘net’ rechts over een sterkere financiële positie, wat voor extreemrechts zonder meer aantrekkelijk is. Een goed voorbeeld hiervan zijn de recente activiteiten van het Rotterdamse gemeenteraadslid Michiel Smit. Smit, voormalig raadslid voor Leefbaar Rotterdam, organiseerde meerdere demonstraties met de fascistische Nieuwe Nationale Partij, onderhoudt goede contacten met het Vlaams Blok en spuit regelmatig racistische taal op diverse extreemrechtse webfora. Opvallend is hoe lang Smit, ondanks alle negatieve media aandacht en waarschuwingen van het Leefbaar Rotterdam bestuur, zijn gang mocht gaan voordat hij de fractie uit werd gezet. Voor een links antifascismeIk denk dat het een misvatting is om te stellen dat links een te grote fixatie heeft gehad voor extreemrechts. Het lijkt mij niet meer dan logisch dat de bestrijding van (extreem)rechtse ideeën een van de kernpunten van links blijft. Net zoals bijvoorbeeld vakbondsstrijd, milieu, vluchtelingenbeleid, bajesstrijd en feminisme. In tegenstelling tot bijvoorbeeld vluchtelingencomités zijn er in Nederland slechts een handjevol linkse antifascistische groeperingen actief. Het simpelweg negeren van extreemrechts en het opheffen van linkse antifascisme groeperingen is niks meer dan struisvogelpolitiek. Je kan achteroverleunen en afwachten tot extreemrechts in Nederland daadwerkelijk groeit of je kan de splinterpartijtjes en organisaties in de gaten houden en kijken hoe deze zich ten opzichte van elkaar verhouden en hoe ze zich ontwikkelen. Juist vanwege dit onderzoekswerk en de publicaties op dit vlak is het makkelijker om de opbouw van extreemrechts te frustreren, bijeenkomsten te verhinderen of te laten verbieden en extreemrechtse kopstukken sociaal te isoleren. Wat betreft de suggestie van Willem Bos dat er te snel verbanden worden gelegd met de Tweede Wereldoorlog: dat vloeit voort uit de activiteiten van extreemrechts zelf. Door een joodse begraafplaats te bekladden met wir sind zurück, door SA-symbolen bij demonstraties mee te dragen of door herdenkingen te organiseren voor Rudolf Hess blijft het hedendaagse extreemrechts met het nationaal-socialisme verbonden. Wel vind ik dat het juist de taak van links is om dieper in te gaan op de ideologie van het nationaal-socialisme, fascisme en extreemrechts. Hoewel ik de laatste ben die het antisemitisme bagatelliseert, stond Nazi-Duitsland voor meer dan alleen de gruwelijke vernietiging van miljoenen joden. Een strenge hiërarchie, antifeminisme, militarisme, strijd tegen links, homofobie. Wanneer linkse antifascisten zich hier meer op richten kunnen zij zich duidelijker profileren als een linkse stroming. Dit moet naar mijn mening niet leiden tot sektarisme. Het vormen van brede samenwerkingsverbanden kunnen een goede manier zijn om grotere groepen mensen te mobiliseren rond een bepaald thema en daarnaast ook een positieve invloed te hebben op de groei van radicaal-links in Nederland doordat mensen makkelijker met ons in aanraking komen. Linkse antifascistische organisaties zijn een uiting van de linkse beweging en kunnen functioneren als uithangbord, om haar ideologie breder te verspreiden. Door te ageren tegen verrechtsend overheidsbeleid kan ook de samenhang van problemen beter worden uitgelegd. Dit gebeurt nu bijvoorbeeld al door het gematigde Nederland Bekend Kleur, dat betrokken is bij vluchtelingencampagnes als Geen Mens is Illegaal. Ook de radicaal-linkse Anti-Fascistische Aktie (AFA) ageert tegen verrechtsend overheidsbeleid en mobiliseert voor of organiseert zelf acties omtrent het vluchtelingenbeleid. Zo was AFA betrokken bij Platform Keer het Tij en publiceert zij regelmatig over verrechtsend overheidsbeleid in haar tijdschrift Alert! Natuurlijk maken linkse antifascisten fouten en hebben ze steken laten vallen rond de opkomst van Fortuyn. De poging tot verbreding is mijn ogen tot nu toe niks meer dan een goede start. Liever zie ik een discussie over de vraag hoe linkse antifascisten zich enerzijds duidelijk als links kunnen profileren en anderzijds kunnen werken aan verbreding. Een dergelijke discussie lijkt mij zinvoller dan een abstract debat over het bestaansrecht van antifascisme. Paul Frederickx is medewerker van AFA-Nijmegen Voor meer informatie over extreem-rechts in Nederland, de LPF en Nieuw Rechts; Anti-fascistische Onderzoeksgroep Kafka, Alert!, Anti-fascistische Aktie Nederland.
Nawoord - Willem BosTen onrechte leest Paul (en zo als later bleek niet alleen hij) in mijn stuk in Grenzeloos 73 een pleidooi om de antifascistische strijd te staken en antifascistische organisaties op te heffen. Ofschoon de als prikkelend bedoelde de kop en lead die indruk kunnen wekken, is dat niet wat ik betoog. Ik schrijf zelfs nadrukkelijk dat fascistische daden en geschriften natuurlijk bestreden moeten worden en dat het heel zinnig is om de banden tussen de rechtse boven- en onderwereld aan de kaak te stellen. Wat ik ter discussie wilde stellen is de neiging om iedere strijd tegen racisme, vreemdelingenhaat, verrechtsing enzovoort onder het etiket antifascisme te vatten. Paul pleit er voor om het begrip antifascisme te verbreden en door te trekken naar de dagelijkse praktijk. Als voorbeeld daarvan noemt hij deelname van de radicaal linkse Anti-Fascistische Aktie (AFA) aan ‘Keer het Tij’, de coalitie die, oorspronkelijk ontstaan als reactie op de Fortuyn beweging inmiddels uitgegroeid is tot een poging om het verzet tegen het beleid van Balkenende vorm te geven. Dat illustreert een beetje mijn punt. Prima natuurlijk dat ook mensen van AFA zich voor ‘Keer het Tij’ inzetten, en zich daarmee onderscheiden van andere radicaal linksen die in de deelname van de PvdA of GroenLinks en de SP een reden zien om zich hiervan afzijdig te houden. Maar de vraag is of je dat als onderdeel van of als verbreding van het antifascisme moet doen. Dat lijkt mij niet erg zinnig of productief. Verbreding van initiatieven als ‘Keer het Tij’, betekent vooral proberen allerlei groepen er bij te betrekken die ook getroffen worden door de schandalige maatregelen van dit kabinet. Dat doe je niet door ze uit te leggen dat het hier eigenlijk gaat om antifascistische strijd in breder perspectief. Mijn stelling is dat je de term ‘antifascisme’ beter kan bewaren voor de strijd tegen echte fascistische uitingen en niet als banier moet gebruiken voor allerlei ander aspecten van linkse strijd. |