[Startpagina] [Wat is de SAP] [Meer info] [Webwinkel] [Zoeken & archief] [Links] [Internationaal] [Email]
Grenzeloos | nummer 78, oktober 2004 |
Een humanitaire ramp
Darfur
Germa Seuren 01-10-2004

De crisis in Darfur, Soedan, wordt al vergeleken met de gebeurtenissen in Rwanda van 10 jaar geleden. Mukesh Kapila, VN-vertegenwoordiger voor Soedan, sprak in maart 2004 al van ‘etnische zuivering, een campagne die een miljoen mensen raakt, vergelijkbaar in karakter met de genocide in Rwanda van 1994.’ Nieuwsfeiten uit het gebied komen echter maar met mate naar buiten. Een poging om het ontstaan en de omvang van de crisis in dit vergeten gebied te verduidelijken


De gebeurtenissen spelen zich af in Soedan, het grootste land van Afrika, destijds door de wijzen der aarde uitgetekend op de landkaart tijdens de Conferentie van Berlijn. De enorme diversiteit binnen de landsgrenzen heeft geleid tot een lange geschiedenis van interne conflicten. Tot voor kort concentreerden deze zich voornamelijk rond de strijd tussen Noord- en Zuid-Soedan. Het land kent echter sinds kort een nieuwe brandhaard, de westelijke regio Darfur.

Conflicten

Darfur is een gebied ter grootte van Frankrijk, bewoond door ongeveer 1,7 miljoen mensen. Hoewel Darfur altijd een achtergesteld gebied is geweest, ver verwijderd van het politieke machtscentrum Khartoem, was het er tot voor kort relatief rustig. De bevolking van Darfur bestaat uit een etnische mix van verschillende bevolkingsgroepen. Ruwweg zijn deze onder te verdelen in een groep Afrikaanse boeren en een groep Arabische nomaden. Beide groepen zijn grotendeels moslim. Tussen deze twee partijen bestaat van oudsher een strijd om de vruchtbare grond in de regio. Conflicten werden voorheen opgelost middels onderhandelingen tussen de verschillende leiders. In de laatste decennia werden de conflicten ten gevolge van droogte en verwoestijning steeds heviger en bloediger. Ook zijn grotere politieke belangen steeds belangrijker geworden. De Afrikaanse boeren voelden zich door de centrale regering benadeeld. Door de verre verwijdering van het machtscentrum en de steeds groeiende beschikbaarheid van wapens, liepen conflicten regelmatig uit de hand.

Janjaweed

De huidige crisis is terug te voeren naar februari 2003. Twee Afrikaanse rebellengroepen, de SLA en de JEM, eisten een eind aan de economische marginalisering van het gebied, een meer evenredige verdeling van de macht en bescherming tegen de rivaliserende Arabische nomaden, die steeds vaker met geweld vruchtbaar land probeerden in te nemen. Misschien aangezet door het voorbeeld van Zuid-Soedan, waar de roep om meer autonomie uiteindelijk gehoor lijkt te krijgen, heeft de Soedanese centrale overheid met harde hand op deze rebellen gereageerd. Zij heeft hierbij gekozen voor aanvallen op die groepen binnen burgerbevolking waarvan de rebellen deel uitmaken - de Fur, de Masalit en de Zaghawa. Hierbij is zij een partnerschap aangegaan met de Arabische nomaden. Uit deze nomadengroepen zijn gewapende milities voortgekomen, de Janjaweed. De milities voerden met de regelmaat van de klok aanvallen op de Afrikaanse burgerbevolking uit.

De aanvallen verliepen volgens een vast patroon. Vaak werd een aanval voorafgegaan door een luchtaanval door de Soedanese luchtmacht. Vervolgens trokken de Janjaweed het dorp binnen. Zij vermoordden de mannen, verkrachtten de vrouwen, plunderden het dorp, vernietigden de voedselvoorraden en staken het dorp in brand. Soms werd een dorp meerdere malen in een week aangevallen om terugkeer van de dorpsbewoners onmogelijk te maken. Inmiddels zijn er naar schatting enkele tienduizenden doden gevallen, ongeveer een miljoen mensen zijn binnen Soedan op de vlucht geslagen en ongeveer 100.000 mensen zijn gevlucht naar buurland Tsjaad. Ook de vluchtelingen zijn echter niet veilig. Vluchtelingenkampen in zowel Soedan als Tsjaad worden regelmatig aangevallen door milities.

Ooggetuigenverslagen uit een Human Rights Watch Report van mei 2004 spreken voor zich. Jumaa, een 22-jarige boer uit Gokur beschreef een aanval als volgt:

‘Ze omsingelden het dorp. Ik verstopte me in het gras en hoorde de commandant over zijn satteliettelefoon zeggen: We zijn vlakbij dorp nummer 1541. We hebben de burgerwachten gevonden en vermoord. Ze staken alles in brand, ook de moskeeën. De meisjes werden meegenomen in het gras en daar verkracht.’

Een andere ooggetuige, Adam, een 41-jarige boer, over de aanval op zijn dorp, Mango Buratta:

‘Diezelfde dag vielen ze elf dorpen aan. Geen huis bleef staan. De volgende dag kwamen Antonovs en helikopters. Waarom? Niemand weet het. Om te kijken of er overlevenden waren, denk ik. Ze hebben niet gebombardeerd.’

Internationale respons

Naast massamoorden in dorpen noemt Human Rights Watch een lange rij van andere mensenrechtenschendingen, zoals massa-executies, het bombarderen van burgerdoelen, plunderingen, martelingen, verkrachtingen et cetera. Volgens het rapport van Human Rights Watch: ‘Er is voldoende bewijs om te stellen dat de Soedanese regering doelbewust de Masalit en Fur wil verdrijven door middel van grootschalige acties, uitgevoerd in amenwerking met Janjaweed milities. Er worden gerichte aanvallen gedaan op de burgerbevolking, de acties zijn gepland en gecoördineerd. Hulpbronnen worden vernietigd om zo de oorspronkelijke bewoners van een eventuele terugkeer te weerhouden. De grond wordt vervolgens toegewezen aan de Janjaweed.’

Ondanks deze ernstige aantijgingen is de internationale respons en humanitaire hulp in deze crisis maar langzaam op gang gekomen. In eerste instantie wilde men de vredesbesprekingen tussen Noord- en Zuid-Soedan niet in gevaar brengen. Vervolgens werd het een en ander aanzienlijk vertraagd doordat de Soedanese regering haar betrokkenheid steeds feller ontkende, naarmate de internationale bemoeienis groeide. Zij gaf aan machteloos te staan tegenover de Arabische milities en vertraagde ook de toegang van humanitaire hulporganisaties.

Hoewel de crisis zoals gezegd in februari 2003 is ontstaan, kregen de eerste hulporganisaties pas in februari 2004 toegang tot het gebied. Pas sinds april 2004 is onder internationale druk een wankel staakt-het-vuren overeengekomen. Deze wapenstilstand wordt vooralsnog gehandhaafd door de Afrikaanse Unie. De delegatie is deze zomer uitgebreid, omdat er nog steeds regelmatig gewelddadige incidenten zijn. Begin augustus is de VN-Veiligheidsraad uiteindelijk met een resolutie gekomen en dat heeft wat meer druk op de ketel gezet. De Soedanese regering moest binnen dertig dagen beginnen met het ontwapenen van de Janjaweed, anders zouden niet nader gespecificeerde sancties volgen. Het ultimatum is inmiddels verstreken, de nader te nemen acties zijn onduidelijk. Onder leiding van de Afrikaanse Unie zijn er vredesbesprekingen in gang gezet. Tijdens het schrijven van dit artikel, op 9 september 2004, heeft de Soedanese regering het jongste vredesvoorstel verworpen.

Aandacht voor de mensenrechtenschendingen die hebben plaatsgevonden is er nog nauwelijks. Onderzoek wordt overschaduwd door de dreiging van een nog grotere humanitaire ramp. De grote stroom van vluchtelingen, de vernietiging van voedselvoorraden en waterputten en een gemiste oogst, dreigen te gaan uitmonden in een enorme hongersnood. Wereldwijd wordt er nu geld ingezameld om deze hongersnood te bestrijden. Aandacht in de media voor de achtergronden van de hongersnood is beperkt.

Helaas lijkt de internationale gemeenschap de fatale fout te hebben gemaakt de gebeurtenissen ook te zien als ‘de zoveelste crisis in Afrika’. Haar aandacht richtte zij ondertussen op ‘meer belangrijke’ gebieden zoals het olierijke Irak. De precieze omvang en uitkomst van de gebeurtenissen in Darfur zullen helaas pas later duidelijk worden. Hopelijk zullen de feiten de wereldgemeenschap behoorlijk in verlegenheid brengen.

Germa Seuren studeerde niet-westerse sociologie. In het kader van haar studie verbleef zij een half jaar in Soedan aan een vrouwenuniversiteit

Grenzeloos nr. 110
Een mooie, sombere film
Jasper Blom (red.) De kredietcrisis, een politiek economisch perspectief
Kritiek: jaarboek voor socialistische discussie en analyse
Ulrike Meinhof
Meer artikelen...
Archief nieuwsberichten ->
International Viewpoint

International Viewpoint is het maandelijkse engelstalige magazine van de Vierde Internationale. De SAP is aangesloten bij deze internationale organisatie. IVP geeft een blik op radicale alternatieven wereldwijd; nieuws, analyse en debatten vanuit alle delen van de wereld.

IV433 - February
Greece - Statement of the assembly of migrant hunger strikers
Egypt - Whither Egypt?
Ireland - Vote for the United Left Alliance

IV432 - January
Tunisia - "I know now that revolution is possible"
Tunisia - The revolution is on the march!
Indonesia - Remembering mass-murder
Debt - The people of Europe should audit the debt
Tunisia - All victory to the Tunisian Revolution; the forefront of the revolution in North Africa and the Middle East
Algeria - No to neoliberalism! No to the free market! For a politics that serves the needs of the people!
Ireland - The Irish crisis: a complete failure for neo-liberalism
Tunisia - "Ben Ali assassin, Sarkozy accomplice"
Tunisia - The social and democratic revolution is on the march!
Mexico - Not one single more death!
Mexico/Climate - "Before COP 16 and its false solutions, for an eco-socialist alternative."


Bijdrage van Ninette op 19-10-2006:
Ik moet een werkstuk maken over dit onderwerp. Ik vind het heel interessant, maar ook moeilijk. Want ik heb wel de vraag: Is het nu eigenlijk afgelopen?
De mensen hebben nog wel een hongersnood.. Ik denk dat er ook nog mensen worden vermoord. Maar is de oorlog echt voorbij? Of is er nu een wapenstilstand?
Mijn reactie op dit artikel ...
Naam:
Email adres:
Reactie:
De inhoud van reacties vallen niet onder verantwoordelijkheid van de Grenzeloos-redactie. Bijdrages van lezers met een sexistische of discriminerende inhoud worden van de Grenzeloos site verwijderd. De schrijver (indien bereikbaar) van de reactie krijgt bericht van de verwijdering.