[Startpagina] [Wat is de SAP] [Meer info] [Webwinkel] [Zoeken & archief] [Links] [Internationaal] [Email]
De Internationale | nummer bijlage 78, 28 september 2004 |
De marginalisering van sub-Sahara Afrika
Neoliberalisme en imperialistische dominantie
Jean Nanga

De veelbesproken ‘democratisering’ van sub-Sahara Afrika heeft niet geleid tot politiek pluralisme of verbeterde leefomstandigheden. Integendeel, het is onderdeel van het proces van de neoliberale herbevestiging van de imperialistische hegemonie in Afrika. De ‘Afrikaanse renaissance’ van Thabo Mbeki ten spijt, is de politieke, sociale en economische situatie in Afrika de afgelopen tien jaar verder verslechterd.


De neoliberale structurele aanpassingsprogramma’s die sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw aan de staten van sub-Sahara Afrika worden opgelegd hebben in veel landen verzet opgeroepen. De programma’s zijn gericht op de ontmanteling van de onderontwikkelde of afhankelijke verzorgingstaten, die waren ontstaan in de eerste decennia na de onafhankelijkheid. De traditionele neokoloniale regimes verloren hun legitimiteit en dat leidde tot enige democratische ruimte. Er kwam meer vrijheid van meningsuiting, er ontstonden meerpartijensystemen en bij veranderingen van de macht werden verkiezingen belangrijker en militaire staatsgrepen iets minder belangrijk. In Zuid-Afrika kwam een einde aan het apartheidsregime.

Omdat deze ‘democratische opening’ uiteindelijk gecontroleerd werd door de inmiddels van neokoloniale tot neoliberale omgevormde elites heeft ze over het algemeen niet geleid tot politiek pluralisme. Deze elites zijn op verschillende manieren verbonden met internationale kapitalistische belangen en in dienst daarvan gebruiken en politiseren ze etnische, nationale en religieuze solidariteit. Wat ‘democratisering’ werd genoemd: de overgang van eenpartijstelsels naar meerpartijenstelstels, waarover Jacques Chirac ooit de beroemde uitspraak deed dat het ‘een luxe was voor Afrikaanse landen’(1) – was vooral profijtelijk voor het proces van reorganisatie van de neokoloniale politieke klassen. Democratie werd gezien als een meerpartijensysteem plus markteconomie of een proces van neoliberalisering georganiseerd door het IMF en de Wereldbank. Dat maakte een zekere legitimering van het neoliberalisme mogelijk en haalde de angel uit het verzet van de bevolking tegen de structurele aanpassingsprogramma’s.

Verpaupering

De economie van sub-Sahara Afrika blijft afhankelijk en blijft gedomineerd door het imperialisme, hoewel op een andere manier dan voorheen. De vicieuze cirkel van het betalen van de buitenlandse schuld dient als rechtvaardiging voor het beleid van de zogenoemde structurele aanpassing, de privatisering van de meest winstgevende staatsbedrijven(2), economische terughoudendheid van de staat en liberalisering van markten ten behoeve van de multinationals en ten koste van kleine lokale producenten. Dit beleid leidt tot verdere verpaupering in de rurale gebieden. Die krijgen nu geen steun meer van de staat en worden het slachtoffer van de daling van de prijzen op de wereldmarkt. En het leidt tot een steeds scherpere verslechtering van de ruilverhoudingen, als gevolg van de prioriteit die in de structurele aanpassingsprogramma’s in alle afhankelijke landen bij export wordt gelegd.

Landen als Congo-Brazzaville (rijk aan olie), Ivoorkust (de belangrijkste economie van de West Afrikaanse Economische en Monetaire Unie), Nigeria (de zesde producent van OPEC en de grootste economie van de West Afrikaanse Douane- en Economische Unie) – allen ooit geclassificeerd als ‘middelrijke landen’ – behoren nu tot de armste landen van de wereld, met zeventig procent van de bevolking onder de armoedegrens. De gemiddelde leeftijdsverwachting was in 1950, 58 in 1992, 56 en in 2000, 51 jaar. Landen als Kenia, Ivoorkust, Zimbabwe(3) en Zambia hebben een levensverwachting lager dan vijftig jaar, zelfs lager dan 45. Er is massale werkloosheid in stedelijke gebieden. Dat is het gevolg van de privatisering van staatsbedrijven, de ontslaggolven in de publieke sector en de slechte toegang tot onderwijs voor jongeren en vooral meisjes uit de verpauperde lagen van de bevolking. Het is waar dat de economie de afgelopen jaren weer groeit (in ieder geval drie procent sinds 1995) maar dat heeft niet geleid tot een toename van de welvaart voor de meerderheid van de bevolking, van de werkende middenklasse tot het lompenproletariaat.

Verpaupering en armoede leiden in centraal en west Afrika tot de handel in kinderen. Volgens Unicef gaat het om tweehonderdduizend kinderen per jaar in Benin, Burkina Faso, Mali en Togo. Ze zijn gedoemd te werken in de koffie- of cacaovelden, bijvoorbeeld in Ivoorkust. Kinderen worden uitgebuit met toestemming van hun verarmde en verpauperde ouders.

In veertien landen ten zuiden van de Sahara laten de cijfers over de menselijke ontwikkeling een duidelijke teruggang zien. Zelfs Zuid-Afrika valt daaronder. Daar waren de afgelopen jaren ook massale ontslaggolven als gevolg van de privatisering van staatsbedrijven en de neoliberale ‘herstructureringen’ van grote bedrijven als Toyota.

De eerder genoemde economische groei moet vooral geweten worden aan de mijnen en de olieproductie en niet aan de groei van de landbouw. Daar waren dalende prijzen op de wereldmarkt de afgelopen jaren vaker regel dan uitzondering. De olieproductie wordt steeds belangrijker met de ontdekking van nieuwe olievelden in Kongo, Gabon en Nigeria en de toetreding van nieuwe landen als olieproducenten: Equatoriaal Guinee, Soedan en Chad. Dit leidt tot consolidering van de imperialistisch aanwezigheid in de regio. De Verenigde Staten, maar ook Japan en China, hebben openlijk interesse getoond in de natuurlijke rijkdom van het gebied. Ze zijn ervan overtuigd neokoloniale superwinsten te kunnen maken, omdat Afrika een gebied is waar geïnvesteerd geld snel wordt terugverdiend, dankzij regelingen op het vlak van investeringsbeleid en arbeid. Regelingen, of ‘codes’, die de uitbuiting van uiterst goedkope arbeid en een verachting voor universele sociale rechten mogelijk maken. Deze codes zijn door het IMF, de Wereldbank, de Wereldhandelsorganisatie WTO en de organisatie voor internationale economische ontwikkeling OECD aan de regeringen opgelegd. De ‘democratisch gekozen’ parlementen doen eigenlijk maar een ding: sub-Sahara Afrika veranderen in een vrijhandelszone, precies volgens de wensen van het Europese imperialisme.

Rivaliteit

In 1996 zei de toenmalige Amerikaanse staatssecretaris van handel, Ron Brown: ‘Landen van het Afrikaanse continent beginnen een sterke invloed uit te oefenen op het politieke en economische klimaat in de wereld. [...] Mijn land wordt uitgedaagd zijn menselijke en economische hulpbronnen te investeren om te helpen met Afrika’s hergeboorte. [...] Afrika biedt een enorme afzetmarkt voor het Amerikaanse bedrijfsleven. Op dit vlak kan ons bedrijfsleven de concurrentie aan met Frankrijk en Portugal. Wij zullen in de toekomst niet langer de handel met Afrika aan Europa overlaten.’(4)

Wat er ook beweerd wordt, het is de olie en niet de oorlog tegen het terrorisme die de hernieuwde interesse in Afrika verklaart. De VS zijn geïnteresseerd in een grotere aanwezigheid in de olievelden van de Golf van Guinee. Ze willen het Afrikaanse deel in de Amerikaanse import van olie vergroten van 17 procent naar 25 procent, om zo de afhankelijkheid van olie uit het Midden-Oosten te verkleinen. Het Bush team wil daarnaast graag Nigeria, een van de belangrijkste olieleveranciers aan de VS, uit de OPEC zien vertrekken, dat in Washington gezien wordt als onverenigbaar met het neoliberalisme.

De Amerikaanse investeringen in Afrika lijken klein, maar ze zijn ze niet onbetekenend. De Amerikaanse export naar sub-Sahara Afrika groeide van 5,6 miljard in 2000 naar 6,8 miljard in 2001. Daarbij gaat het om transportmiddelen (42,2 procent), chemische producten (11,6 procent), elektronica (10,4 procent) en machineonderdelen (9,9 procent). Het is ook niet onbetekenend dat de economische relatie van Frankrijk met Afrika resulteert in een positieve balans van 3,2 miljard euro. De verhalen over de marginalisering van Afrika in de mondialisering verhullen dus de goede zaken die er worden gedaan.

Rentenierende elites

De interimperialistische rivaliteit werkt in het voordeel van de Afrikaanse elites, en speelt een belangrijke rol spelen in het instandhouden van afhankelijkheid en imperialistische dominantie. Zij leidt er toe dat de rentenierstatus van Afrikaanse staten voort blijft bestaan.(5) De strijd om de controle over de rente die door multinationals betaald wordt en de geprivilegieerde relaties met het imperialisme is verantwoordelijk voor enorme fraude tijdens verkiezingen. Het leidt ook tot nieuwe militaire coups – in Centraal Afrika, Kongo, Ivoorkust, Guinee-Bissau, Niger - en tot oorlogen (zogenaamd etnisch of religieuze oorlogen) tussen lokale neokoloniale fracties – in Angola, Kongo, Ivoorkust, Niger en Soedan.(6) Deze elites worden niet alleen onderhouden door de multinationals, ze werken ook met hen samen in oorlogen gericht op het in handen krijgen van de mijnen. In dat proces worden landen in stukken gescheurd om plunderinggebieden te creëren voor oorlogsleider (hetzij van de kant van de regering, hetzij van de rebellen) zoals in Liberia, de Democratische Republiek Kongo en Sierra Leone. De leiders van de milities rekruteren vooral jongeren uit het lompenproletariaat en krijgen steun van de meest barbaarse huurlingen. In toenemende mate nemen leiders van landen in de regio deel aan deze barbaarse avonturen van kapitalistische accumulatie. En in toenemende mate doen ze dat publiekelijk. De leiders van landen als Burundi, Oeganda, Rwanda en Zimbabwe bemoeien zich openlijk met de situatie in de Democratische Republiek Kongo, Ivoorkust, Burkina Faso, Sierra Leone en Angola. Op die manier kunnen ze hun positie in het proces van neoliberale herstructurering van het globale kapitalisme versterken.(7)

Het economisch gemotiveerde cynisme van de Afrikaanse neokoloniale elites heeft geleid tot de moordzuchtige opdeling van Somalië in door de VS begeerde olievelden; de genocide op de Tutsis en ‘gematigde Hutus’ – een grote menselijk tragedie die min of meer gereduceerd wordt tot ‘banaliteit’ – en de drie miljoen directe en indirect slachtoffers, van de oorlogen om diamanten, koper, colombo-tantalite en coltan (onmisbaar in mobiele telefoons), goud etcetera in de Democratische Republiek Kongo.

Het criminele karakter van het sub-Sahara Afrikaanse lompenkapitalisme, hoewel in sommige opzichten vergelijkbaar met aspecten van het kapitalisme van vorige eeuwen, is uitermate hedendaags. Het lijkt onontkoombaar dat het kapitalisme in Afrika dit uiterst smerige en irrationele karakter heeft.(8)

De belofte van vooruitgang door structurele aanpassing is, zo is duidelijk geworden, vals. De banen en welvaart die werden beloofd zijn er niet. Volgens de officiële cijfers maakt sub-Sahara Afrika jaarlijks meer over naar het westen, dan andersom (Zuid-Afrika uitgezonderd).(9) En in deze cijfers is de exploitatie van Afrikaanse natuurlijke hulpbronnen in het westen niet meegenomen en ook de publieke fondsen die op westerse banken staan en vervolgens ‘verdwijnen’ zijn niet meegeteld. De neoliberalisering van Afrika heeft geleid tot een permanente verpaupering van de Afrikaanse bevolking.

NEPAD in dienst van de multinationals

De zogenaamde verlichte fractie van de Afrikaanse neoliberale elite, druk in de weer met de ‘Afrikaanse renaissance’, heeft de Afrikaanse Unie opgezet, naar voorbeeld van de EU. Zij verrees in juli 2002 uit de as van de neokoloniale Organisatie van Afrikaanse Eenheid. De bedoeling van de Afrikaanse Unie is continentale integratie, van het Mediterrane gebied tot de Indische Oceaan. Tegelijkertijd maken de landen van de AU hard xenofobisch beleid, door immigranten uit andere sub-Sahara landen tot zondebok te maken van het falen van hun neoliberaal sociaal beleid. De vernietiging van kleine vissersdorpen in Gabon; het benadrukken van autochtone identiteit in Ivoorkust, tegenover mensen die oorspronkelijk uit Burkina, Ghana, Guinee, Liberia en Mali komen; geweld tegen sub-Sahara Afrikanen in Libië; achterstelling van arbeiders uit andere landen in Zuid-Afrika. Om het niet eens te hebben over de oorlogen tussen buurstaten – Ethiopië-Eritrea, Guinee-Liberia, Chad-Centraal Afrikaanse Republiek, Rwanda-Democratische Republiek Kongo.

De Afrikaanse Unie heeft als economisch programma de New Economic Partnership for Africa’s Development (NEPAD). Een programma zogenaamd ‘voor en door Afrikanen’, maar waarvan de legitimiteit op geen enkele manier democratisch getoetst is. Alleen het imperialisme is geconsulteerd: de top van multinationals in Dakar in april 2002 en de G8 in Canada, de leiders van de NEPAD staten waren er aanwezig. Ook waren ze te gast bij de recente toppen in Davos en de G8 in Evian. De Franse staat heeft haar eigen vertegenwoordiger bij NEPAD, de voormalige directeur van het IMF, Michel Camdessus. De enige Afrikanen die iets is gevraagd zijn de private ondernemers die tegenwoordig worden gezien als de vertegenwoordigers van de Afrikaanse ‘civil society’.

Het doel van NEPAD is het scheppen van de voorwaarden voor een Afrikaanse economische takeoff, met een jaarlijkse groei van het bruto nationaal product van zeven procent de komende vijftien jaar en de halvering van het aantal mensen dat in extreme armoede leeft gedurende dezelfde periode.(10)

Maar NEPAD zwijgt over de schuldencrisis en eist dus niet de onvoorwaardelijke en wereldwijde kwijtschelding van de schulden Terwijl de terugbetaling van de schulden de sociale budgetten van overheden verstikt. Ook wordt er geen voorstel gedaan om een einde te maken aan de privatiseringen van staatsondernemingen. Integendeel, in het streven naar relaties met het bedrijfsleven, laten de staten een groeiende geestdrift zien voor het beleid van privatiseringen. In Nigeria bijvoorbeeld, is de herverkiezing van Abasanjo in 2003 het begin geweest van een nieuwe golf privatiseringen van de strategisch belangrijkste staatsbedrijven. Bovendien is de verantwoordelijkheid voor de economie toevertrouwd aan een hooggeplaatste Nigeriaanse functionaris van de Wereldbank.

Ook al niet aanwezig in het programma van NEPAD is de restauratie van universele sociale rechten in het algemeen en de rechten van loonafhankelijken in het bijzonder, die zijn ondermijnd door de nieuwe neoliberale Arbeidscodes, overal geïmplementeerd in de context van de structurele aanpassingsprogramma’s. Er wordt al helemaal niet gepraat over het herstel van de beschermingsmechanisme voor kleine producenten.

De belangrijkste krachten achter de NEPAD (Bouteflika uit Algerije, Mbeki uit Zuid-Afrika, Obasanjo uit Nigeria en Wade uit Senegal) verwachten een significante bijdrage van de multinationals in de financiering van het programma. Maar de steun van de multinationals hangt af van garanties of het vlak van veiligheid en winst.

Ondergeschikten

Al met al gaat het hier om een project van neoliberale reproductie van imperialistische dominantie waarvan de Afrikaanse bourgeoisie een behoorlijke winst verwacht. Die is zich ervan bewust dat onder het kapitalisme verhoudingen alleen hiërarchisch kunnen zijn, zelfs tussen verschillende imperialistische krachten. Die imperialistische krachten zullen uiteindelijk belangrijker zijn voor de toekomst van Afrika dan de ambities van de ondemocratische Afrikaanse Unie. Het imperialisme zal natuurlijk geen programma financieren dat een einde maakt aan haar grip op de Afrikaanse rijkdommen.

Het Zuid-Afrikaanse kapitaal wil bijvoorbeeld haar positie als minimacht in sub-Sahara Afrika uitbreiden naar heel Afrika. Het einde van apartheid was voor het verlichte gedeelte van de Zuid-Afrikaanse bourgeoisie noodzakelijk voor het verbeteren van de toegang tot de continentale markt, die vroeger beperkt was door de boycot van de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid. Sinds het einde van apartheid ziet het Zuid-Afrikaanse kapitaal, door privatisering van de staatsbedrijven en de liberalisering van de markten in Afrika, zich in bepaalde sectoren (haveninfrastructuur, mijnen, enzovoort) in competitie met niet-Afrikaans kapitaal. De ‘Afrikaanse Renaissance’ beloofd door Thabo Mbeki staat eerst en vooral voor deze continentale expansie van Zuid-Afrikaans kapitaal.

In feite is het zo dat onder NEPAD de economie in de regel privaat moet zijn, in handen van multinationals. Alle gepraat over ‘Afrikaanse nationale economieën’ of de ‘Afrikaanse economie’, gaat in werkelijkheid over westers kapitaal geïnvesteerd in Afrika dat handelt met westers kapitaal elders.

Ondanks de voortdurend benadrukte ‘Afrikaansheid’ bestaat er onder de bevolking geen consensus rond NEPAD. Het niet raadplegen van de civil society in de verschillende landen is ernstig bekritiseerd door ontwikkelings- en mensenrechtenorganisaties. Deze critici stellen vaak amendementen op het programma voor zonder het onderliggende neoliberale paradigma aan te vallen. Dat was ook zo bij de Afrikaanse interventies tijdens de Summit For Another World, gehouden als tegentop tijdens de G8 in Evian. Geen enkele Afrikaanse interventie daar bepleitte een radicale koers. Maar, er is een heel kleine minderheidsstroming, gesymboliseerd door de Jubilee South (Africa), dat haar radicale kritiek op de NEPAD baseert op de onvoorwaardelijke kwijtschelding van de buitenlandse schuld. Privatisering en de beëindiging van prijssubsidies op sommige producten worden afgewezen in een aantal landen, terwijl vakbonden een beetje wakker lijken te worden. Een voorbeeld is Nigeria, waar in de afgelopen twee jaar de olievakbonden erin geslaagd zijn twee algemene stakingen te organiseren als reactie op de prijsstijgingen. De staking in juni-juli 2003 verlamde bijna het hele land, totdat er een compromis werd bereikt met de Obesanjo regering op de vooravond van het bezoek van George Bush.

Toch bestaat er bijna nergens in sub-Sahara Afrika een politiek radicale aantrekkingspool die de progressieve sectoren van de civil society en de vakbonden samen kan brengen. De ‘democratisering’, die samenviel met het ‘einde van het communisme’, liet even een soort opleving van antikoloniaal bewustzijn zien, dat meteen werd uitgebuit door politieke krachten die geen enkele andere ambitie hebben dan de macht grijpen en alles bij het oude laten. Met andere woorden, de verslechtering van de bestaansvoorwaarden in Afrika gaan hand in hand met de groei van neoliberale oligarchische politieke krachten.

Jean Nanga is een revoltionair marxist uit Kongo. Dit artikel stond eerder International Viewpoint 355, december 2003/januari 2004, en is een ingekorte versie van ‘Particuliëre marginalisation de l’Afrique subsaharienne’ uit Inprecor 485/486, oktober 2003.

Noten

1 Tijdens zijn bezoek aan Ivoorkust in februari 1990 – een periode van mobilisaties voor een meerpartijensysteem en democratie in sub-Sahara Afrika in het algemeen en in Franstalige landen in het bijzonder – verklaarde Chirac publiekelijk zijn steun aan het idee van het Houphouët-Boigny regime dat een meerpartijensysteem voor Afrika een luxe was. ‘Ik denk dat ontwikkelingslanden zich zouden moeten concentreren op economische expansie, wat niet altijd gemakkelijk is in een meerpartijensysteem. Er zijn meerpartijen regimes waar democratie niet gerespecteerd wordt en eenpartijenregimes waar de democratie heel duidelijk wel wordt gerespecteerd, zoals Ivoorkust.’ (Le Monde, 27 februari, 1990). Het is dus niet gek dat hij tegenwoordig steun blijft betuigen aan de Togoleze dictator Eyadema.

2 Het beleid van privatisering, dat gepresenteerd wordt als een manier om de schatkist te spekken, heeft in werkelijkheid bijna niets opgebracht (Loïc Rivière, ‘Privatisation: un bilan en demi-teinte’, Marchés Tropicaux et Méditerranéens, 18 juli 2003).

3 De meeste critici van het walgelijke regime van Robert Mugabe vergeten dat de Zimbabwaanse staat de aanbevelingen van IMF en Wereldbank wat betreft de hervorming van de economie en vooral de landbouw sinds 1990 steeds heeft gevolgd.

4 Jeune Afrique, nummer 1836, 13 – 19 maart, 1996.

5 De rijkdom in Afrika bestaat vooral uit natuurlijke hulpbronnen, waarvan de exploitatie in handen is van multinationals. Afrikaanse elites verdienen hun geld door de contracten die ze hebben met die multinationals – de bedrijven betalen de elites voor de exploitatie van de natuurlijke rijkdommen.

6 Zie Jean Nanga, ‘Ethnisme néo-liberál’, Inprecor 268-469, maart-april 2002.

7 Zie François-Xavier Verschave, La Françafrique, Stock, Paris, 1998 ;‘Noir Silence’, Les Arêne, 2000; UNO, ‘Report of the Panel of Experts of the Illegal Exploitation of Natural Resources and Other Forms of Wealth of the Democratic Republic of the Congo’, april 2002; Human Rights Watch, ‘Back to the Brink. War Crimes by Liberian governments and rebels. A call for Greater International Attention to Liberia and the subregion’, mei 2002; Pierre Baracyetse, op. cit.; Bonnie Campbell, op.cit.

8 Zie Aimé Césaire (ed.), ‘Discourse on colonialism’, Monthly Review Press, 2000; het werk va de Belgische journalist Colette Braeckman over Rwanda en Kongo (ex-Zaïre) ; Marc Ferro, Le Livre noir du Colonialisme, Fayard, 2002.

9 Volgens cijfers van UNCTAD over de in- en uitstroom van kapitaal in sub-Sahara Afrika buiten Zuid-Afrika, stroomde in de periode 1980-1998 38 miljard dollar naar het Noorden, terwijl slechts dertig miljard dollar de andere kant op kwam.

10 New Economic Partnership for Africa’s Development, officieel document, Abuja (Nigeria), October 2001

Grenzeloos nr. 110
Een mooie, sombere film
Jasper Blom (red.) De kredietcrisis, een politiek economisch perspectief
Kritiek: jaarboek voor socialistische discussie en analyse
Ulrike Meinhof
Meer artikelen...
Archief nieuwsberichten ->
International Viewpoint

International Viewpoint is het maandelijkse engelstalige magazine van de Vierde Internationale. De SAP is aangesloten bij deze internationale organisatie. IVP geeft een blik op radicale alternatieven wereldwijd; nieuws, analyse en debatten vanuit alle delen van de wereld.

IV433 - February
Greece - Statement of the assembly of migrant hunger strikers
Egypt - Whither Egypt?
Ireland - Vote for the United Left Alliance

IV432 - January
Tunisia - "I know now that revolution is possible"
Tunisia - The revolution is on the march!
Indonesia - Remembering mass-murder
Debt - The people of Europe should audit the debt
Tunisia - All victory to the Tunisian Revolution; the forefront of the revolution in North Africa and the Middle East
Algeria - No to neoliberalism! No to the free market! For a politics that serves the needs of the people!
Ireland - The Irish crisis: a complete failure for neo-liberalism
Tunisia - "Ben Ali assassin, Sarkozy accomplice"
Tunisia - The social and democratic revolution is on the march!
Mexico - Not one single more death!
Mexico/Climate - "Before COP 16 and its false solutions, for an eco-socialist alternative."


Mijn reactie op dit artikel ...
Naam:
Email adres:
Reactie:
De inhoud van reacties vallen niet onder verantwoordelijkheid van de Grenzeloos-redactie. Bijdrages van lezers met een sexistische of discriminerende inhoud worden van de Grenzeloos site verwijderd. De schrijver (indien bereikbaar) van de reactie krijgt bericht van de verwijdering.