[Startpagina] [Wat is de SAP] [Meer info] [Webwinkel] [Zoeken & archief] [Links] [Internationaal] [Email]
Grenzeloos | nummer 80, maart - april 2005 |
Voor wie strijdt Hirsi Ali?
Sabine Kraus 08-03-2005

‘Ayaan voert een klassieke emancipatiestrijd’, stelde PvdA-kamerlid en integratiewoordvoerder Jeroen Dijsselbloem onlangs in weekblad Vrij Nederland. Integendeel, meent zijn partijgenoot en europarlementariër Edith Mastenbroek. ‘De dwang waarmee zij vrouwen probeert te veranderen, is fundamentalistisch en compromisloos.’ Niet alleen de PvdA verkeert in dubio. Links en feministisch Nederland worstelt met de vraag: voor wie staat Hirsi Ali eigenlijk op de barricade?


Het is veel te simpel om Hirsi Ali’s gevecht een ‘klassieke emancipatiestrijd’ te noemen, zoals Dijsselbloem doet. Een klassieke emancipatiestrijd is immers een bevrijdingsbeweging waarbij de onderdrukte groep zich keert tegen de onderdrukkers. De strijd van moslimfeministen in moslimlanden valt daar duidelijk onder. Maar die conclusie is niet zomaar te verplaatsen naar wat Hirsi Ali hier in Nederland doet.

Witte mannen

Natuurlijk, ook in Nederland worden veel moslimvrouwen onderdrukt in hun eigen gemeenschap. De beweging van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen probeert hiervoor ook al jarenlang aandacht te krijgen. Nu Hirsi Ali zich dit onderwerp heeft toegeëigend, krijgt het ineens wel de publieke en politieke belangstelling die het verdient. Enerzijds levert zij daarmee een bijdrage aan de emancipatiestrijd, maar het heeft helaas wel zijn prijs. De manier waarop Hirsi Ali haar strijd voert, speelt immers diegenen in de kaart die zeggen dat moslims achterlijk, en dus hier niet welkom zijn. De aandacht voor de onderdrukking van moslimvrouwen wordt betaald met vooroordelen over moslims in het algemeen. Alle mogelijke onderdrukkende culturele praktijken zijn volgens Hirsi Ali en haar bewonderaars rechtstreeks aan de islam gebonden. Terwijl in werkelijkheid bepaald niet in alle moslimgemeenschappen eerwraak voorkomt, of besnijdenis. Geweld tegen vrouwen komt helaas wel in alle moslimgemeenschappen voor, maar dat geldt ook voor alle niet-moslimgemeenschappen ter wereld.

In het Nederland van nu, waar een hetze gaande is tegen moslims, discriminatie aan de orde van de dag is, en democratische rechten van moslims onder vuur liggen – in zo’n land is de manier waarop Hirsi Ali haar strijd voert niet zomaar een klassieke emancipatiestrijd. Zij draagt immers bij aan een klimaat van onderdrukking van moslims en moslima’s door de etnische meerderheid.

Een tweede punt waarop haar strijd van een klassieke emancipatiestrijd afwijkt, is dat Hirsi Ali niet strijdt samen met de vrouwen die zij wil bevrijden. Zij keert zich zelfs vaak tegen hen, want ze eist dat zij de islam verlaten. Zij accepteert niet dat moslimfeministen al jaren bezig zijn de Koran op nieuwe manieren te interpreteren. Dat is volgens haar onmogelijk: de Koran is onderdrukkend, dus wie de islam niet voor honderd procent verwerpt is een voorstander van vrouwenonderdrukking. Er zijn dan ook niet veel moslima’s die warm lopen voor haar betoog; haar voornaamste medestanders zijn niet de onderdrukte vrouwen zelf, maar witte mannen.

Persoonlijk en politiek

Hirsi Ali heeft vreselijke dingen meegemaakt, die haar en haar zus onder het mom van de islam werden aangedaan. En met de huidige bedreigingen aan haar adres wordt die situatie voortgezet. Dan is het natuurlijk moeilijk om genuanceerd en tactisch te discussiëren. Dat hoeft ook niet altijd: een persoonlijk getroffene mag best hard en radicaal tekeergaan, en alles afwijzen wat maar enigszins te maken heeft met haar of zijn onderdrukking. Zo’n persoon kan verwoorden hoe hard de onderdrukking aankomt, en dat heeft een belangrijke functie in de bewustwording van anderen. Maar zo iemand kan niet hét boegbeeld zijn van een emancipatiebeweging. Politieke bewegingen - of dat nu politieke partijen zijn, of bijvoorbeeld emancipatiebewegingen - moeten zich inspannen om de werkelijke achtergronden van de onderdrukking te achterhalen, en om na te denken over een goede strategie.

Dat is eigenlijk het grootste probleem met Hirsi Ali. Was zij ‘alleen’ een schrijfster of filmmaakster, dan konden haar uitingen worden gezien voor wat ze zijn: woedende persoonlijke reacties op persoonlijke ervaringen. Maar zij is kamerlid, en tot nu toe steunt de VVD haar. Ook in het publieke debat wordt zij beschouwd als iemand met politieke meningen, niet als iemand die haar eigen gevoelens uit. Misschien is dat allemaal vooral de fout van de media en de VVD. Die hebben haar als het ware gebombardeerd tot politica. Maar Hirsi Ali is in dat proces geen willoos slachtoffer. Als politicoloog heeft zij goed nagedacht over de betekenis van politiek, en zij heeft er bewust voor gekozen het aanbod van de VVD aan te nemen.

Evenwichtskunst

Het is daarom terecht om van Hirsi Ali te verlangen dat zij nadenkt over de maatschappelijke betekenis die haar woorden hier en nu hebben. Door moslims verder in een hoek te duwen, helpt zij moslimvrouwen niet. Die hebben immers niet alleen te maken met onderdrukking in eigen kring, maar ook met discriminatie in de Nederlandse maatschappij. Alles dat die discriminatie voedt, werkt in het nadeel van moslimvrouwen. De emancipatie van een vrouw met een hoofddoekje kan misschien gebaat zijn met een goede discussie over de hoofddoek – maar niet met het beeld dat iedereen met een hoofddoek een dom slachtoffertje is. Hoe werkt zo’n beeld uit op straat, op de arbeidsmarkt?

Kortom, Hirsi Ali is bepaald geen goede woordvoerster van de emancipatiestrijd van moslimvrouwen. Dat neemt niet weg dat gedwongen huwelijken, huiselijk geweld, besnijdenis, of eerwraak serieuze problemen zijn, die roepen om een klassieke emancipatiestrijd. Gelukkig zijn er veel vrouwen bezig die strijd te voeren. Dat deden zij al lang voordat Hirsi Ali op het toneel verscheen, en zij zullen dat ook blijven doen. Hoewel het heel wat evenwichtskunst vraagt om enerzijds de hetze tegen moslims te bestrijden, en anderzijds de problemen binnen de moslimgemeenschap niet te bagatellise-ren.

Grenzeloos nr. 110
Een mooie, sombere film
Jasper Blom (red.) De kredietcrisis, een politiek economisch perspectief
Kritiek: jaarboek voor socialistische discussie en analyse
Ulrike Meinhof
Meer artikelen...
Archief nieuwsberichten ->
International Viewpoint

International Viewpoint is het maandelijkse engelstalige magazine van de Vierde Internationale. De SAP is aangesloten bij deze internationale organisatie. IVP geeft een blik op radicale alternatieven wereldwijd; nieuws, analyse en debatten vanuit alle delen van de wereld.

IV433 - February
Greece - Statement of the assembly of migrant hunger strikers
Egypt - Whither Egypt?
Ireland - Vote for the United Left Alliance

IV432 - January
Tunisia - "I know now that revolution is possible"
Tunisia - The revolution is on the march!
Indonesia - Remembering mass-murder
Debt - The people of Europe should audit the debt
Tunisia - All victory to the Tunisian Revolution; the forefront of the revolution in North Africa and the Middle East
Algeria - No to neoliberalism! No to the free market! For a politics that serves the needs of the people!
Ireland - The Irish crisis: a complete failure for neo-liberalism
Tunisia - "Ben Ali assassin, Sarkozy accomplice"
Tunisia - The social and democratic revolution is on the march!
Mexico - Not one single more death!
Mexico/Climate - "Before COP 16 and its false solutions, for an eco-socialist alternative."


Bijdrage van Astrid Essed op 14-05-2006:

Geachte Redactie,'

Hoewel reeds enige tijd geleden denk ik toch, dat het voor u wellicht interessant is, kennis te nemen van mijn onderstaand artikel tav mevr Hirsi Ali, dat destijds in de Uitpers dd april 2005 is gepubliceerd

Vriendelijke groeten
Astrid Essed
Amsterdam

Het gedachtegoed van mevrouw Hirsi Ali
door Astrid Essed

In tegenstelling tot de onder de Nederlandse intelligentsia en een aantal politici heersende opinie leidt het gedachtegoed van Hirsi Ali niet tot de emancipatie van moslima's, maar tot verdere stigmatisering en radicalisering van de in Nederland wonende moslims.

Op 25 februari 2005 kreeg het VVD Tweede Kamerlid Ayaan Hirsi Ali de prestigieuze Harriet-Freezerring uitgereikt voor haar ''inzet voor de emancipatie van moslimvrouwen''
Ik wil in onderstaand betoog nader ingaan op het gedachtegoed van mevrouw Hirsi Ali, hetgeen ik graag wil uitsplitsen in inhoudelijke kritiek en de vorm waarin deze kritiek gegoten wordt. Hierbij wil ik ter inleiding de opmerking maken, dat mijns inziens ieder kritiek op welke godsdienst ook geoorloofd is, mits met respect voor de gelovigen in kwestie.

A Generalisatie

Hoewel ik er zeker waardering voor heb, dat mevrouw Hirsi-Ali wil opkomen voor mishandelde vrouwen valt mij daarbij haar uiterst ongenuanceerde benadering op.
Zo relateert zij de mishandeling van islamitische vrouwen in Nederland veelal ten onrechte aan de Islam zonder enig oog voor de traditionele en sociaal-gebonden achtergronden in dezen, die hun wortels hebben in de diverse landen van herkomst, maar ook te wijten zijn aan heersende spanningen binnen de Nederlandse samenleving, die de afgelopen jaren zijn
toegenomen door het voortschrijdende racistische klimaat.
Daarenboven maakt zij in haar benadering van de problematiek in de islamitische landen van herkomst weinig tot geen onderscheid noch tussen de grote onderlinge verschillen in positie en behandeling van de islamitische vrouw, de verschillen in sociale klassen en de verschillen tussen stad en platteland.

1 Mishandelde vrouwen in islamitische landen van herkomst:

Hoewel in islamitische landen vrouwenmishandeling in alle lagen van de samenleving voorkomt, is dit veeleer een traditioneel-sociaal verschijnsel met somtijds fundamentalistisch-religieuze aspecten, waarbij daarenboven onderscheid gemaakt dient te worden tussen de landen onderling, het verschil in sociale klasse en het verschil tussen stad en platteland.

In de eerste plaats is er een zeer groot verschil in positie cq behandeling van de islamitische vrouw tussen bijvoorbeeld de Noordelijke Staten van Nigeria en een land als Turkije waarbij sprake is van een veel grotere vrijheid betreffende de positie van de vrouw. Ook is bekend, dat de veelgenoemde zware lijfstraffen en doodstraffen volgens de meest stringente vorm van islamitisch recht, waarvan overigens niet alleen vrouwen, maar eveneens mannen het slachtoffer kunnen worden [zie het handen afhakken van dieven in Saoedi-Arabie] in de meeste islamitische landen niet worden toegepast, maar alleen in uitzonderingsgevallen zoals de reeds genoemde Noordelijke Staten in Nigeria en een land als Saoedi-Arabie.

In de tweede plaats komen vrouwenmishandelingen weliswaar in alle lagen van deze samenlevingen voor, maar hangen de sociale consequenties hiervan sterk samen met de sociaal-maatschappelijke positie van de betreffende vrouwen. Zo is het voor hoger opgeleide vrouwen over het algemeen door hun contacten en invloed gemakkelijker, deze vernederende omstandigheden te doorbreken en de mogelijkheid een nieuw leven op te bouwen dan niet-opgeleide vrouwen, die veelal een sociaal-zwakkere positie in de samenleving innemen.

In de derde plaats is het van groot belang onderscheid te maken tussen de positie van de vrouw uit de stad of het platteland, waarbij plattelandsvrouwen veelal meer blootstaan aan geweld vanwege de sterke sociale en familiale bindingen binnen een dorpsgemeenschap en de vanwege gebrek aan vooropleiding praktische aanwezige onmogelijkheid de streek te
ontvluchten.

2 Mishandeling islamitische vrouwen in Nederland en vrouwenmishandeling in
Nederland in het algemeen

Zoals reeds opgemerkt relateert mevrouw Hirsi-Ali de mishandeling van islamitische vrouwen in Nederland ten onrechte vrijwel uitsluitend aan de Islam en heeft zij te weinig oog voor de hierboven vermelde traditionalistische en sociale componenten, veelal afkomstig uit de landen van herkomst alsmede gevoed door de in Nederland heersende maatschappelijke
spanningen, die veelal samenhangen met het in de Nederlandse samenleving toegenomen racisme.
Evenzeer sluit zij de ogen voor het feit, dat mishandeling van in Nederland wonende islamitische vrouwen weliswaar een ernstig voorkomend verschijnsel is, maar dat een en ander evenzeer in onrustbarende percentages voorkomt bij zowel autochtone Nederlandse vrouwen als allochtone vrouwen van niet-islamitische komaf. De cijfers ontlopen elkaar niet al te veel, is er bij allochtonen [en daarbij zijn eveneens gerekend niet-islamitische allochtone vrouwen] sprake van een op de vijf vrouwen, is er bij autochtonen sprake van 1 op de vier
vrouwen.
Het is uiteraard evident, dat ik hierbij het verschijnsel van de mishandelde islamitische vrouw in genen dele wil bagatelliseren, maar wel wil ik de indruk wegnemen, dat er overwegend sprake zou zijn van mishandeling bij islamitische vrouwen, hetgeen genen dele het geval is.

3 Vrouwenbesnijdenis:

Evenzeer suggereert mevrouw Hirsi Ali veelal, dat het in zowel Somalië als bepaalde streken van Egypte voorkomend ernstige verschijnsel van de vrouwenbesnijdenis zou voortkomen uit een islamitische traditie, hetgeen niet het geval is. Hoewel voorkomend in geheel of gedeeltelijk islamitische landen als Somalië en Egypte, komt dit verschijnsel eveneens voor in een groot aantal Afrikaanse landen, die in het geheel niet islamitisch zijn, maar veelal aanhanger van animistische tradities, al dan niet vermengd met het christendom.
Uiteraard is vrouwenbesnijdenis een van de ernstigste schendingen van de rechten van de vrouw, maar juist gezien tegen dit licht is het van belang, een en ander in zijn juiste verband te zien.

4 Eerwraak:

Recentelijk is mevrouw Hirsi Ali in het nieuws gekomen als verdedigster van door eerwraak bedreigde moslima's, hetgeen ik uiteraard van harte toejuich. Ook ten aanzien van deze problematiek echter maakt Hirsi Ali zich niet alleen schuldig aan verregaande generalisering.
In de eerste plaats is er in het geval van eerwraak lang niet altijd sprake van een vrouwelijk slachtoffer, noch wordt de daad alleen door mannen bedreven. Evenmin is er altijd sprake van moord, maar veelal van mishandeling, opsluiting en bedreiging.
Het belangrijkste is echter het feit, dat eerwraak niet zozeer religieus, maar cultureel gebonden is, aangezien dit verschijnsel zich niet alleen slechts in enkele islamitische landen zoals bepaalde streken van Egypte en Jordanië manifesteert, maar evenzeer voorkomt in niet-islamitische landen zoals enkele Zuid-Amerikaanse landen, de Antillen, Italië en Griekenland.
Het is mevrouw Hirsi-Ali dan ook verwijtbaar, dat zij ten onrechte de suggestie wekt, dat eerwraak gerelateerd kan worden aan de Islam en slechts in islamitische landen voorkomt.

B Oplossingsstrategie:

1 Ressortering eerwraak onder de anti-terreurwetgeving

Nog los van haar generaliserende standpunten zijn m.i. eveneens haar oplossingsstrategieën uiterst dubieus. Zo stelde zij onlangs als maatregel voor, het eerwraak-misdrijf als zodanig
te laten ressorteren onder de anti-terreurwetgeving. Nog afgezien van het al dan niet wenselijke karakter van de anti-terreurwetgeving is hier geen sprake van een als terrorisme te
definiëren misdrijf en merkte minister Donner van Justitie dan ook terecht op, dat het laten ressorteren van een dergelijk misdrijf onder de anti-terreurwet zou neerkomen op een oneigenlijk gebruik van deze wet.

2 Verbod op islamitische scholen:

Een tweede door mevrouw Hirsi-Ali voorgestelde oplossingsstrategie ter bevordering van de emancipatie van moslima's is het opheffen van islamitische scholen, aangezien een en ander o.a. de basis zou zijn voor het handhaven van ongewenste patronen in de man-vrouw relatie.
Verder geeft zij zelf aan geen gelovig moslim meer te zijn [hetgeen zij ''geseculariseerd'' noemt]
Uiteraard is het haar recht al dan niet belijdend moslim te zijn, maar het sluiten van islamitische scholen vertrekt vanuit een fundamenteel gebrek aan respect voor de geloofsovertuiging van anderen, in casu de moslimgemeenschap. Bovendien is het in strijd met het recht op godsdienstvrijheid, als zodanig een van de grondbeginselen van de Universele Verklaring voor de Rechten van de Mens en [nog steeds] verankerd binnen de Nederlandse grondwet.
Verder is de uiterste consequentie van dit gedachtegoed, dat dan eveneens christelijke, Joodse en hindoeïstische scholen zouden moeten worden opgeheven, aangezien een en ander anders niet alleen getuigt van discriminatie tegenover een groep, maar er ook op christelijke en joodse scholen [zeker de orthodoxen] vrouw-onvriendelijke visies aanwezig zijn. Het is daarom ook niet te verwonderen, dat het CDA bij monde van haar minister van Onderwijs Maria Verhoeven ernstige bezwaren heeft tegen deze door Hirsi Ali geponeerde opstelling.
Nog afgezien van dit gebrek aan respect voor de geloofsovertuiging van de ander is de opstelling van Hirsi Ali ook nog in hoge mate generaliserend, aangezien de al dan niet progressieve benadering van de man-vrouwrelatie niet afhankelijk is van de aanwezigheid van islamitische scholen in het algemeen, maar van de visie van de desbetreffende leerkrachten en het schoolbestuur, dat van school tot school verschilt. Bovendien verliest mevrouw Hirsi Ali uit het oog, dat een groot deel van de opvattingen binnen de man-vrouw relatie via de opvoeding worden doorgegeven, waardoor een en ander veel minder controleerbaar is.

3 Monolitisering Islam

Zoals reeds gesteld valt mij sterk aan de standpunten van Hirsi Ali op haar vergaande generalisatie zowel de Islam in het algemeen als de islamitische landen in het bijzonder.
Zo maakt zij zoals reeds gezegd geen enkel onderscheid tussen stad en platteland, tussen laaggeschoolde en hogergeschoolde vrouwen en families en tussen de diverse richtingen binnen de Islam, die net zo gediffentieerd en gevarieerd zijn als binnen het christendom.
De mythe van de monolithische en eenvormige ''achterlijke'' Islam is een racistisch verzinsel.
Natuurlijk heeft de Islam net zoals ieder andere godsdienst vrouwonvriendelijke componenten, maar dat hebben het christendom en het Jodendom ook. Kritiek op iedere godsdienst is geoorloofd, maar dan wel op feitelijk-aantoonbare en genuanceerde gronden.

4 Stigmatisering:

Opvallend is verder dat Hirsi Ali niet alleen ondanks deze onvolkomenheden in haar redenatie volkomen kritiekloos door ''intellectueel Nederland'' is binnengehaald als de ''Islam-deskundige'' hetgeen zij niet is [niet naar mijn opvatting, maar die van gerenommeerde Nederlandse islamologen], maar daarenboven een rol heeft gespeeld en nog speelt tegen de achtergrond van toenemende stigmatisering van de moslims.
Hiervoor werd zij zowel door politiek als media naar voren geschoven als coryfee, die de veelal verre van frisse oogmerken van politici en sommige nieuwsmedia bevestigde, waardoor haar geventileerde kritiek eerder vooroordelenbevestigend werkte. Het gevolg was, dat vele moslims, die toch al na 11 september te lijden hadden onder toenemende stigmatisering en met een Mcarthiaans vergrootglas werden bekeken de op sommige punten wel degelijk zinnige kritiek van Hirsi Ali verwierpen, omdat zij door haar weinig genuanceerde benadering nog verder in het vakje van vooroordelen en racisme werden gedrongen. Hierdoor ontstonden verdedigingsmechanismen die veelal in de hand gewerkt werden door het feit, dat slechts Hirsi Ali's weinig genuanceerde mening op de TV gehoord werd en iedere kritiek op haar visie bij voorbaat of in het geheel niet op de TV kwam of werd afgedaan als ''extremisme'' of
''fundamentalisme'' zonder vaak enige bereidheid van de kant van media en politiek de gronden voor een dergelijke kritiek aan een serieuze analyse te onderwerpen.

5 Intellectueel Nederland:

Bovendien hield en houdt het leeuwendeel van politiek en intellectueel Nederland vast aan de verkeerde veronderstelling, dat Hirsi Ali ''de eerste'' kritische islamitische vrouw was, terwijl er al tientallen jaren zowel Turkse als Marokkaanse vrouwen binnen Turkse en Marokkaanse
vrouwenorganisaties zeer actief waren betreffende de emancipatie van islamitische vrouwen.
Verder was het evenzeer opvallend, dat zij haar waardering vrijwel geheel kreeg en krijgt vanuit de gevestigde Nederlandse politieke en intellectuele hoek.
Onder de door haar beoogde doelgroep echter, de Marokkaanse en andere islamitische vrouwen, alsmede een grote groep islamitische intellectuelen, kon zij op heel weinig waardering rekenen, hetgeen mijns inziens op zich eveneens te denken geeft over haar werkelijke affiniteit met de doelgroep waaruit zij ook is voortgekomen.
En laten wij eerlijk zijn, in het klimaat na 11 september werd iedere kritiek op de Islam, zinnig of niet [zie Fortuyn] van harte in bepaalde Nederlandse politieke en mediakringen omhelsd.

C Vorm:

Ook de vorm waarin Hirsi Ali haar kritiek doorgaans goot en giet, is veelal niet acceptabel.
Nogmaals, kritiek op iedere godsdienst is geoorloofd, maar dan wel met respect voor de overtuiging van anderen. Haar uitspraken over de Profeet Mohammed, alsmede de vorm waarin de film Submission gegoten is, getuigt daar absoluut niet van. Het valt mij op, dat een en ander vaak gemakshalve wordt afgedaan met ''vrijheid van meningsuiting'' maar eveneens is opvallend, dat dit gezegd wordt door autochtone Nederlanders, die veelal niet of nauwelijks affiniteit hebben met de Marokkaanse of andere moslims.
Wanneer een en ander dan ook nog gebracht wordt in een klimaat van toenemende polarisering, vind ik een dergelijke vorm waarin deze kritiek gegoten wordt getuigen van gebrek aan respect en morele lafheid. Verder zouden de autochtone Nederlanders, die ieder bezwaar hiertegen van islamitische kant vaak afdoen met ''onzin'' of ''het moet kunnen'' zouden zich eens moeten realiseren hoe zij het zouden vinden wanneer voor hen van
groot belang zijnde symbolen of principes stelselmatig worden bekritiseerd met een totaal gebrek aan respect voor hun identiteit. Tegen degenen, die vinden, dat moslims dergeljke kritiek maar ''moeten slikken'' zou ik willen zeggen: Realiseert u, dat u zo een tweedeling in de samenleving creëert.
Maar vooral:
Realiseert u zich, dat u zich met een dergelijke weinig respectvolle houding schuldig maakt aan impliciet neokolonialisme. Men kan geen respect verwachten voor de dominante veelal niet-religieuze cultuur, wanneer men niet bereid is dat respect eveneens ten opzichte van de
religieuze allochtone cultuur te tonen. Dat geldt zowel voor de Nederlandse intelligentsia als critici als Hirsi Ali zelf.

(Uitpers, nr. 63, 6de jg., april 2005)
Bijdrage van moslimma op 01-12-2005:
hirsi ali heeft zelf dingen meegemaakt in haar eigen cultuur, in haar eigen land. Dit schuift zou toe naar de Islam. Er is duidelijk sprake van vijandigheid tegen de Islam. Terwijl de Islam juist wel postief vrijheid geeft aan de vrouw. Door trauma's heeft zij zich zelf ontwikkeld in haat. Haat in haar cultuur, in haar ex-geloof en haar zelf.
Bijdrage van sherill op 04-11-2005:
Hirsi Ali is een zwaar getraumatiseerde vrouw (en was dat al lang en breed voor de dood van Van Gogh). Mevr Hirsi Ali is alleen maar bezig de kloof tussen groepen in de samenleving die al decennia-lang op gespannen voet met elkaar leven (door onachtzaamheid van alle politike partijen) te verbreden en te verdiepen. Ik heb nog nooit gezien dat haar schotschriften en haatdragend geraaskal iets hebben opgeleverd voor de mishandelde en achtergestelde moslima's waarvan zij zegt zo bezorgd om te zijn. Haar ongenuanceerde uitspraken hebben ertoe geleid dat ze de zwaarbewaaktste persoon is van ons land. Wat dat in godsnaam kost is toch van God los. Op gezette tijden laat ze weer van zich horen om er vooral maar voor te zorgen dat ze haar clubje bewakers niet kwijtraakt. Ik noem dat haar kwaak-maar-raak-offensief. Ze wil koste wat kost doorgaan met Submission II en vraagt schaamteloos in Buitenhof van 30 okt 2005 aan burgemeester Cohen of de regisseur daarvan beveiliging krijgt. Alstublieft doe in hemelsnaam géén naam van een regisseur op de aftiteling. Dat scheelt weer bakkenvol gemeenschapsgeld. Hirsi Ali’s enige doel is m.i. dat 't hele clubje islamofoben, waartoe zij behoort, en waar zij de akela van is, security te verschaffen. Join the Hirsi-Ali security club. Het is treurig dat een volksvertegenwoordiger ipv zich bezig te houden met broodnodige oplossingen in onze samenleving alleen maar bezig is met nog meer problemen te scheppen. Een raszuivere splijtzwam. Haar agressieve benadering door het onnodig zaaien van haat en nijd roept slechts agressie op en wakkert de haat slechts aan. Ze is zo verbeten en bezeten van haar kruistocht dat het me niet zou verbazen dat ze haar eigen dood in scene zou zetten om haar gelijk te halen. En dan 't beleid van MIJN burgemeester Cohen slap en naief vinden, maar de boel bij elkaar houden is de ENIGE manier om vrede te stichten in onze zo verscheurde stad Amsterdam. Ik hoop van ganser harte dat n.a.v. haar status van de 100 prominenste wereldfiguren van 2004, er snel een uitnodiging komt voor een vette promotie. 't Liefst in een ver buitenland. Wat te denken van de VS, als rechterhand van mevr. Condoleeza Rice. In dat kamp hoort ze perfect thuis. Een alternatief is het clubje van Filip de Winter. Same league. Ook zo één met oogkleppen op. Hirsi Ali, Laat ONS hier in Amsterdam a.u.b. stap voor stap ongestoord werken aan HELING van en VREDE in onze samenleving.
Bijdrage van Shiva op 16-05-2005:
Als moslima kan ik iedereen in NL en hierbuiten ervan verzekeren dat wij Islamitische vrouwen niet zitten te wachten op Ayaan Hirsi Ali die het zogenaamd voor 'ons' op neemt. Ik neem de Koran heel serieus ook al staan er volgens menigeen onwaarheden in. Het is en blijft mijn geloof, net zoals het Christelijk geloof voor de christenen zo belangrijk is. Bovendien heb ik na mijn studie Theologie aan de Universiteit van Tilburg geleerd dat vrouwenonderdrukking niet iets Islamitisch is, maar iets uit vroegere tijden. Naar maatstaven van de bijbel staat de vrouw veel lager dan de man. Het is net hoe de gelovige zelf invulling geeft aan zijn leven. Vrouwen worden overal in de wereld onderdrukt en misbruikt, er moet gestreden worden voor alle vrouwen, en niet alleen voor de ' moslima's in Nederland' . Bovendien hoor ik mevrouw Hirsi Ali veel zeggen, maar zij heeft nooit concreet iets gedaan voor de vrouwen waar zij het over heeft, kortom, waar is ze toch mee bezig??
Bijdrage van guillaume Plas op 19-04-2005:
Sabine Kraus vraagt zich af voor wie Hirsi Ali strijdt. Wel ik dat dat zij dat wist. Deze moedige vrouw strijdt tegen de onderdrukking van de moslimvrouw overal in de wereld en ook in Europa en Nederland. Men beweert dat zij de Islam aanvalt. Hoe zou het anders kunnen het is de vernedering en onderwerping van de vrouw voorgeschreven door de koran en de Sunnah die aanleiding geven tot wat men de Sharia noemt. De koran staat vol van misprizen voor de vrouwen en ook voor alle niet moslims. De Koran spoort ook aan tot het doden van de ongelovigen (al zij die de islam niet aanvaarden). De koran drukt zijn haat uit tegen christenen en Joden en alle niet-muslims. Vermits juist de "slaventoestand" van de vrouwen te wijten is aan wat de Koran en de hadit's zeggen van de vrouwen kan het toch niet anders dat Hirsa Ali de inhoud van de koran kenbaar maakt. Haar beletten dit te doen is haar beletten de oorzaak van de onderdukking van de vrouwen kenbaar te maken. Ik sta stomverbaast dat Sabina Kraus als vrouw Ayaan Hirsi Ali niet volledig steunt. Als men de mond snoert aan Hirsi Ali is er geen enkele andere vrouw in Nederland die het zal aandurven de werkelijke oorzaken van de vernedering van de vroukwen door de moslimgodsdienst aan de kaak te stellen; Dan moeten ze niet meer hopen op iemand anders en zeker neit op Sabine Kraus om deze wantoestanden aan te klagen. Dat is het einde van het vrije woord in Nederland en van de grondwettelijk gewaarborgde rechten. Korweg het einde van de democratie die als basis heeft : vrijheid van opinie, vrijheid van geweten, vrijheid van drukpers, enz. Ook hier in Europa worden moslimmeisjes verminkt door excisie.
Schrijf daar eens een artikel over daar deze meisjes lichamelijk en psychisch worden verminkt in naam van Allah.
Mijn reactie op dit artikel ...
Naam:
Email adres:
Reactie:
De inhoud van reacties vallen niet onder verantwoordelijkheid van de Grenzeloos-redactie. Bijdrages van lezers met een sexistische of discriminerende inhoud worden van de Grenzeloos site verwijderd. De schrijver (indien bereikbaar) van de reactie krijgt bericht van de verwijdering.