[Startpagina] [Wat is de SAP] [Meer info] [Webwinkel] [Zoeken & archief] [Links] [Internationaal] [Email]
Losse artikelen | nummer 2005, 2005 |
Nee! Een stem tegen het neoliberalisme
Willem Bos 10-06-2005

De uitslag van het referendum over de Europese Grondwet is een overduidelijke stem tegen het neoliberale project. Het is geen stem tegen Europa, tegen Europese samenwerking of tegen een Europese Unie. Het is een geluid tegen het neoliberale Europa dat men in deze Grondwet wilde vastleggen. Deze overwinning geeft nieuwe mogelijkheden voor de beweging voor een ander Europa en een andere globalisering.

Het nee kan niet eenduidig links uitgelegd worden. Ook traditionele, christelijke, nationalistische en xenofobische sentimenten speelden een rol. Maar opvallend genoeg waren deze niet overheersend in de campagne.

Een ‘klassenstem’

Dat het nee als een klassenstem moet worden gezien is duidelijk. Hoe lager men opgeleid was, hoe vaker men nee stemde. Hoger opgeleiden stemden het vaakst voor: 51 procent. Laag- en middelbaar opgeleiden stemden over het algemeen tegen: respectievelijk 82 en 72 procent. Hetzelfde geldt voor het inkomen: hoe minder men verdiende, hoe meer men nee stemde. Onder mensen met hogere inkomens won het nee overigens ook nipt, maar onder mensen met modale en lage inkomens werd twee keer vaker tegen dan voor gestemd. Aanzienlijk meer vrouwen dan mannen stemden tegen.

In de armste gemeente van het land, het Oost Groningse Reinderland stemde bijna 85 procent tegen, een percentage dat slechts overtroffen werd door het zwaar christelijke vissersdorp Urk waar bijna 92 procent van de bevolking tegen stemde. Slechts in een twintigtal extreem rijke gemeenten in het centrum en het zuiden van het land won het nee. In de steden was een soortgelijke trend te zien: hoe welvarender een wijk of stadsdeel, hoe meer ja stemmers, hoe armer hoe meer nee stemmers.

Opvallend is dat de aanhang van centrum-linkse partijen, die voor de grondwet waren, niet in overeenstemming met hun vertegenwoordigers stemde. Van de aanhang van de Partij van de Arbeid stemde 55 procent tegen. De aanhangers van GroenLinks stemden in heel kleine meerderheid voor de grondwet, 52 procent. En zelfs van de aanhang van het uiterst eurofiele D66 stemde 45 procent tegen.

Anti-establishment

De uitslag is des te opmerkelijker als we bedenken dat de traditionele politieke partijen allen voor waren. En dat ook de top van de Nederlandse ‘civil society’ voor de grondwet was. De leiding van de vakbeweging, van de grote milieuorganisaties, Amnesty International, het COC, de ontwikkelingsorganisaties, Greenpeace etc. – allen blijken zij volstrekt verkeerd te hebben ingeschat hoe hun leden over de grondwet dachten. Slechts een zeer beperkt aantal kleinere maatschappelijke organisaties van milieu- en dierenactivisten was tegen.

De uitslag van het referendum geeft aan dat er behalve een geweldige kloof tussen de burgers en ‘de politiek’, er ook grote kloof bestaat tussen het maatschappelijk middenveld en haar achterban.

De poldercultuur

Om deze feiten te begrijpen moeten we terugkijken naar de politieke ontwikkelingen in Nederland de afgelopen jaren. Een verpletterende verkiezingsnederlaag maakte in 1994 een einde aan de machtspositie van de christen-democratie in dit land. Sinds de tweede wereldoorlog namen de christen-democraten aan iedere regering deel, de ene keer in alliantie met de VVD, de andere keer met de PvdA. De verkiezingen in 1994 leidde voor het eerst tot een regering zonder het CDA. Onder leiding van de oud vakbondsleider Wim Kok voerde deze ‘paarse’ coalitie, die acht jaar aan de macht bleef, belangrijke neoliberale hervormingen door. Die paarse periode kwam in een tijd van geweldige depolitisering – de val van de muur, de crisis van het linkse perspectief - die werd versterkt door de neoliberale consensus onder de regeringspartijen. De politieke verschillen tussen de grote partijen en met name tussen de voormalige tegenpolen VVD en PvdA waren nauwelijks meer zichtbaar. De in Nederland altijd al sterke cultuur van overleg en consensus lag als een verstikkende deken over de politiek.

Die deken werd plotseling weggetrokken met de komst van de rechtse populist Pim Fortyun. Zijn kruistocht tegen ‘de puinhopen van paars’ richtte zich vooral tegen de multiculturele samenleving en de islam. Tegelijkertijd had Fortuyn een hard neoliberaal beleid voor ogen, dat verder ging waar Paars ophield.

Fortuyn werd gesteund door groepen uit de middenklasse die in de periode daarvoor hun economische positie aanzienlijk hadden versterkt, en nu ook uit waren op politieke invloed. Maar zijn grote succes was te danken aan de steun onder een deel van de laag opgeleide stedelijke, autochtone Nederlanders, die door de afbraak van de verzorgingsstaat en de liberalisering van de economie de zekerheid onder hun bestaan langzaam zagen wegvallen. Groepen die traditioneel behoorden tot de achterban van de sociaal-democratie, maar die nu ieder vertrouwen in links hadden verloren. Fortuyns xenofobie en populisme sloot naadloos aan bij de gevoelens van onbehagen onder deze lagen van de bevolking.

Na de dramatische moord op Fortuyn won zijn partij, de LPF, glansrijk de verkiezingen. De LPF werd in de regering opgenomen, maar werd na een regeringscrisis en nieuwe verkiezingen, waar de LPF een nederlaag leed, al snel vervangen door D66. De rol van de ‘Fortuyn revolte’ in het mogelijk maken van harder rechts beleid is niettemin groot. De kabinetten Balkenende I en II zijn zondermeer de meest rechtse kabinetten in Nederland sinds de tweede wereldoorlog, zowel op sociaal-economisch gebied als op het vlak van migranten en vluchtelingenbeleid. Ook de afzonderlijke partijen hebben een verder proces van verrechtsing doorgemaakt. Algemeen wordt er van uit gegaan dat het politieke gat dat Fortyun heeft achtergelaten alleen ruimte geeft voor een rechtse politiek.

Linkse mogelijkheden

Maar de diepte van de politieke crisis in dit land wordt door het politieke establishment niet begrepen. Nederland is in toenemende mate een samenleving op drift, zoals ook bleek toen iedereen, inclusief de vakbondstop, verrast werd door de enorm grote opkomst (een half miljoen mensen) bij de vakbondsdemonstratie op 2 oktober 2004. Het massale verzet tegen de pensioenplannen van het kabinet zette de arbeidersbeweging weer op de kaart en liet zien dat de onvrede bij mensen geen zaak van rechts alleen is.

Het politieke effect van die vakbondsstrijd was groot en werkt, ondanks de enorme terugval na de moord op Theo van Gogh en de golf van racisme en islamofobie die erop volgde, ook nu nog door. De referendumstrijd stond niet op zichzelf, maar ging gepaard met acties en stakingen van gemeentepersoneel en de acties van huisartsen tegen het nieuwe zorgstelsel. De invoering daarvan is uiterst impopulair en zou best wel eens voor de volgende crisis kunnen zorgen. Het sociale klimaat in Nederland is in het algemeen onrustig. De acties van politie-medewerkers, de stakingen bij openbaar vervoer, de dreigende staking bij ProRail, getuigen daarvan. De overwinning in het referendum kan niet los gezien worden van die sociale onvrede. Om politiek te profiteren van de uitslag van het referendum is het zaak die onvrede in actie om te zetten, de strijd tegen de regering en voor een ander Europa te organiseren.

Links of rechts nee?

De Nee campagne bestond uit vier componenten. Het meest extreme en gevaarlijke standpunt was dat van de afgescheiden rechtse liberaal Geert Wilders, die als onafhankelijke parlementariër moeite doet om een uiterst rechtse politieke formatie van de grond te krijgen en als opvolger van Fortuyn te gaan functioneren. Zijn campagne was xenofobisch van karakter en richtte zich vooral tegen de mogelijke toetreding van Turkije en de islamisering van Europa.

Een heel ander accent werd gelegd door de kleine christelijke partijen, die behalve bezwaren tegen het niet noemen van de joods christelijke traditie van Europa in de grondwet een betrekkelijk zuivere campagne voerde waarin ze beargumenteerde dat een verdere Europese integratie op dit moment niet zinvol is, en daar zeker deze Grondwet niet voor nodig is.

Ter linkerzijde was er het Comité Grondwet Nee, een klein ad hoc samenwerkingsverband van linkse activisten dat een duidelijke progressieve nee campagne voerde. Tegen dit ondemocratische, neoliberale en militaristische Europa - een ander Europa is mogelijk en noodzakelijk. Ondanks de geringe omvang en de zeer beperkte middelen heeft dit comité een behoorlijke rol gespeeld in de campagne en er zeker toe bijgedragen dat een progressief nee geluid werd gehoord en de nee campagne niet gedomineerd werd door rechtse nationalistische geluiden.

De belangrijkste politieke kracht in de campagne was zonder meer de SP, die zowel in de media als in het land een zeer actieve campagne voerde. Centraal in hun campagnestond het behoud van Nederland. Met deze Grondwet wordt Europa een superstaat en Nederland gedegradeerd tot niet meer dan een provincie. Zorg dat Nederland niet van de kaart verdwijnt, was de kern van hun boodschap, geïllustreerd met een kaartje van Europa waarin Nederland in zee was verdwenen. Door de druk van links en de dynamiek van de campagne kwam echter ook vanuit de SP steeds vaker progressieve en sociale elementen van het Nee naar voren.

In de campagne speelde natuurlijk allerlei elementen door elkaar heen een rol. Een algemene afkeer tegen het regeringsbeleid, en ‘de politiek’ in het algemeen, weerstand tegen het eeuwige bedissel vanuit Brussel, angst voor het verlies van nationale identiteit, christelijke en chauvinistische motieven, Turkije, en grote ergernis over de arrogantie van het ja kamp. Het is moeilijk om een inschatting te maken welke elementen bepalend waren, welk nee er heeft gewonnen.

In ieder geval is duidelijk dat Wilders met zijn anti-Turkse en islamofobische verhaal totaal niet in staat was de campagne te overheersen. Tevens is duidelijk dat de nee campagne niet anti-Europees kan worden vertaald, maar gericht was tegen het functioneren van het huidige Europa.

Een aardig beeld van de campagne valt de distilleren uit het onderzoek van Maurice de Hond een kleine week na het referendum. Daaruit blijkt dat als de mensen toen hadden kunnen stemmen de overwinning van het nee nog groter was geweest, namelijk 64 procent. De verschuivingen in de steun voor verschillende politieke partijen voor en na de campagne geven een aardige indicatie van het effect daarvan. De grote verliezer van de campagne blijken niet de regeringspartijen te zijn maar de PvdA. Zij dalen in deze campagne van virtueel 50 voor de campagne naar 41 parlementszetels. Als ze nu zouden stemmen zou 70 procent van de PvdA kiezers tegen de Grondwet stemmen. De grote winnaar in dit onderzoek is de SP die in de peilingen van 13 naar 21 zetels gaan. Al met al wordt duidelijk dat we de uitslag niet alleen als een ondubbelzinnige afwijzing van het neoliberale project kunnen interpreteren, maar ook dat vooral links zijn stempel op de campagne heeft weten te drukken.

De gevolgen van het nee

De gevolgen van deze uitslag zullen verstrekkend zijn. In de eerste plaats is het nu duidelijk dat na het dubbele nee uit Frankrijk en Nederland deze Grondwet zo dood als een pier is. In de tweede plaats heeft de uitslag van dit referendum belangrijke gevolgen voor de politieke verhoudingen in Nederland. Wat betreft de discussie over Europa liggen er nu mogelijkheden om tot nieuwe linkse initiatieven te komen. Het voorstel van het Comité Grondwet Nee om te komen tot een nationale conventie, die op democratische wijze de discussie over de toekomst van Europa en de rol van Nederland daarin zou gaan voeren, heeft niet direct weerklank gevonden. Wel is door het parlement het voorstel van de SP voor een brede maatschappelijke discussie over Europa aangenomen. Welke vorm dat zal krijgen in nog onduidelijk maar in ieder geval zal er voor gestreden moeten worden dat het geen vrijblijvend praatcircus wordt, en dat de voorstellen die daar uit komen weer aan de bevolking – in een referendum - ter goedkering worden voorgelegd.

Ook is het van belang dat er op Europees vlak initiatieven worden genomen om tot discussies en gezamenlijke standpunten over de toekomst van Europa te komen. Doordat de discussies niet synchroon lopen en de tijdsdruk groot is, zijn de referendumcampagnes in de verschillende landen sterk nationaal geweest. In de komende periode liggen er mogelijkheden om op basis van het afwijzen van deze grondwet tot gezamenlijke internationale initiatieven te komen. Het Europees Sociaal Forum is daar een uitstekende plek voor.

Een ander punt is dat voor de politieke partijen uit het ja kamp en heel veel maatschappelijke organisaties de legitimiteit en representativiteit van hun leiding en oriëntatie ter discussie staat. Ongegeneerd, vaak zonder interne discussie oproepen om voor de Grondwet te stemmen terwijl de grote meerderheid van de achterban daar tegen blijkt te zijn zou voor iedere serieuze organisatie een probleem moeten zijn. De discussies die ongetwijfeld in vele organisaties los zullen barsten geeft meer ruimte voor kritische linkse geluiden.

Het belangrijkste is wel dat er mogelijkheden liggen om af te rekenen met de rechtse hegemonie van de afgelopen jaren. Uit onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau van vorig jaar blijkt dat de Nederlanders hechten aan goede sociale voorzieningen, toegankelijke zorg voor iedereen, goed en goedkoop onderwijs. Mensen hebben in dit referendum opnieuw duidelijk gemaakt niks te zien in een overspannen neoliberale, vermarkte samenleving. Met de brede neoliberale consensus in de Nederlandse politiek moet daarom maar eens afgerekend worden.

Grenzeloos nr. 110
Een mooie, sombere film
Jasper Blom (red.) De kredietcrisis, een politiek economisch perspectief
Kritiek: jaarboek voor socialistische discussie en analyse
Ulrike Meinhof
Meer artikelen...
Archief nieuwsberichten ->
International Viewpoint

International Viewpoint is het maandelijkse engelstalige magazine van de Vierde Internationale. De SAP is aangesloten bij deze internationale organisatie. IVP geeft een blik op radicale alternatieven wereldwijd; nieuws, analyse en debatten vanuit alle delen van de wereld.

IV433 - February
Greece - Statement of the assembly of migrant hunger strikers
Egypt - Whither Egypt?
Ireland - Vote for the United Left Alliance

IV432 - January
Tunisia - "I know now that revolution is possible"
Tunisia - The revolution is on the march!
Indonesia - Remembering mass-murder
Debt - The people of Europe should audit the debt
Tunisia - All victory to the Tunisian Revolution; the forefront of the revolution in North Africa and the Middle East
Algeria - No to neoliberalism! No to the free market! For a politics that serves the needs of the people!
Ireland - The Irish crisis: a complete failure for neo-liberalism
Tunisia - "Ben Ali assassin, Sarkozy accomplice"
Tunisia - The social and democratic revolution is on the march!
Mexico - Not one single more death!
Mexico/Climate - "Before COP 16 and its false solutions, for an eco-socialist alternative."


Bijdrage van Willem Bos op 13-07-2005:
Beste Barbara,

Excuses voor de late reactie op je stukje. De referendumcampagne was, zoals je je voor kan stellen nogal een uitputtingsslag en daarna moest ik het gewone leven met werk en gezin weer oppakken en dan blijft er wel eens wat te beantwoorden post liggen.
Ik geloof dat het de eerste keer is dat we weer contact hebben nadat we drie en dertig jaar geleden onze gezamenlijke scriptie “Welzijnswerk in de klassenmaatschappij” inleverden. De belangrijkste conclusie van dat werkstuk was dat de noodzakelijke maatschappelijke veranderingen niet door het welzijnswerk tot stand zouden komen (zoals toen in de woelige jaren zeventig door sommigen werd bepleit), maar door maatschappelijke en politieke strijd. En in dat kader werd ook de noodzaak van de opbouw van een revolutionaire partij bepleit. Moet je nu eens om komen bij dergelijke opleidingen.
Ik heb geen idee hoe het jou verder vergaan is, maar voor mij is de scriptie, de boeken die we toen gelezen hebben en de discussies die we toen met zijn elven voerden van belang geweest voor de rest van mijn leven. Niet lang daarna ben ik lid geworden van de actiegroep Proletarisch Links, wat later de IKB en later de SAP is geworden. Ik heb daar nooit spijt van gehad want de basisopvatting van die stroming met zijn nadruk op zelforganisatie, radendemocratie e.d. heeft er voor gezorgd dat ze in tegenstelling tot verschillende andere linkse groepen die toen bestonden nooit tot een sekte is vervallen, en een zekere band met de realiteit heeft behouden.
Het idee dat er een fundamentele verandering in de maatschappelijke orde noodzakelijk is en dat het daarvoor nuttig en noodzakelijk is dat mensen politiek actief zijn en zich organiseren lijkt mij nog steeds heel relevant. En ook het belang van democratie daarbij, het afwijzen van voorhoede pretenties en leiderschapscultus zijn voor mij nog steeds belangrijke punten. In tegenstelling tot mensen die toen voor de CPN of voor de maoïsten kozen (en daarmee impliciet of expliciet de meest afschuwelijke dingen hebben gesteund) heb ik dan ook nooit behoeft gehad om ergens afstand van te nemen.
Natuurlijk kan je achteraf constateren dat wij als IKB/SAP er op een heleboel punten naast hebben gezeten, dat we domme fouten hebben gemaakt en vaak veel te optimistisch waren. Het idee dat er vanaf het eind van de zestiger jaren in West Europa mogelijkheden bestonden om een revolutionaire partij op te bouwen blijkt achteraf redelijk optimistisch. Maar overoptimisme op zich lijkt mij geen politieke doodzonde of iets om je voor te schamen.
Het levert wel grote problemen op, want het heeft ons als SAP heel wat tijd en moeite gekost om onze perspectieven bij te stellen en in plaats van het opbouwen van ‘de revolutionaire partij’, een werking op langere termijn in de heropbouw van links in ons werk centraal te stellen. Niemand binnen de huidige SAP zal er moeite mee hebben om te erkennen dat het oorspronkelijke project van de IKB (de opbouw van een dergelijke partij) mislukt is. Maar dat betekent niet dat we dan verder iedere politieke activiteit maar moeten staken en niet een beperkte, maar nuttige politieke rol (kunnen) spelen.
De campagne tegen de Grondwet is daar wat mij betreft een voorbeeld van, maar dat geldt ook voor de vakbondsacties eind vorige jaar, het verzet tegen de politiek van de regering Balkenende of tegen de oorlog Afghanistan en Irak. Natuurlijk zijn dat allemaal geen SAP acties en niemand zal dat ook zo zien. Als SAP hebben wij ook geen enkele neiging of behoeft om acties op welke manier dan ook te claimen of onze rol daarin uit te vergroten, maar het zijn wel zaken waar SAP leden naast vele anderen naar vermogen een rol in spelen.
Ik weet niet of je de activiteiten van het Comité Grondwet Nee een beetje gevolgd heb, maar in jouw beschrijving van ‘in het gat springen en met een rood vaandel aan het hoofd van de losgeraakte of zelfs op drift geraakte linkse kudde te gaan lopen,’ herken ik weinig van onze activiteiten. En trouwens waar is die linkse kudde dan van losgeraakt volgens jou? Als het niet de traditionele arbeidersorganisaties zijn.
Ook heb je het in aansluiting op Pels over ‘het schrijnende opportunisme van de Nee club, hoe dan ook’. Ik ben niet verantwoordelijk voor het SP campagne materiaal en ben daar ook geen fan van. Maar de grootste portie demagogie heb ik in de campagne toch aangetroffen in het ja kamp met de verwijzingennaar de oorlog, de aankondiging dat zonder de grondwet het licht uit ging, de verwijzing naar Joegoslavische toestanden enz. Ook (Groen)links was daar niet helemaal vies van, zoals uit de opmerkingen van Katheleine Buitenweg dat de nee stemmers mede verantwoordelijk zouden worden voor de interneringskampen die Wilders op een van de wadden eilanden in wilde richten. En eerlijk gezegd vind ik jou omschrijving van de njet campagne zoals jij dat met een voorliefde voor de Russische taal noemt ook niet zo erg zuiver.
Wat betreft de discussie met Pels. Wat Pels betoogt is dat het nee gewonnen heeft door een populistische campagne te voeren. Dat is geestig omdat de zelfde Pels een paar maanden eerder in de Volkskrant in een stuk over de lessen van de Fortuyn revolte o.a. schreef: ‘De mediademocratie, de culturele individualisering en de naschokken van Fortuyn vragen een zekere institutionalisering van het populisme in het huidige representatieve bestel.’
Maar ja als er dan in het referendum een resultaat komt wat je niet aanstaat is dat opeens het resultaat van een verfoeilijk links populisme, en zwijg je natuurlijk over de demogogie vanuit het ja kamp. Daar komt bij dat zijn opmerkingen datde mensen niet gestemd hebben volgens zijn links rechts schema mij potsierlijk overkomen. Maar goed Barara jij bent het daar mee eens. Ik ben benieuwd of je daar behalve kwalificaties ook nog argumenten voor heb. Het argument dat je van pels overneemt dat Tony Blair er nu met de buit vandoor gaat vind ik in ieder geval niet erg overtuigend. In de eerste plaats is het nog wat vroeg om nu al de eind balans van het hele grondwet traject op te maken. In de tweede plaats denk je echt dat het zachte Rijnlandse sociale model met deze Grondwet behouden was gebleven? Is het niet dit Europa geweest dat al zo grondig het mes in de verzorgingsstaat heeft gezet, en dat met de Grondwet in de hand nog eens verder af wilde bouwen?
Nee het hele idee dat deze Grondwet een bescherming zou bieden voor verdere aantasting van de belangen van de gewone mensen is een illusie. Een illusie die door intellectuelen als Pels wordt gekoesterd, maar zoals uit de uitslag van het referendum bleek gelukkig door de betrokkenen niet wordt gedeeld. Dat geeft weer een beetje hoop. Want het zijn toch de mensen zelf die de strijd voor hun belangen moeten voeren, dat was toch onze conclusie drie decennia geleden?
Groet Willem

Voor degenen die de stukken inde Volkskrant gemist hebben hier eerst het stuk van Pels, daarna mijn reactie daarop.

Ook links populisme bestaat

Het nee tegen de Europese Grondwet in Nederland en Frankrijk werd mogelijk door links populisme. Een zorgelijke ontwikkeling, constateert Dick Pels.
SP-senator Tiny Kox die het glas heft met andere nee-zeggers zoals Mat Herben, Geert Wilders en André Rouvoet: het blijft een wrang en verontrustend beeld. Die onverwachte nabijheid van links en rechts was zowel in Frankrijk als Nederland een van de opvallendste kenmerken van de campagnes rondom de Europese Grondwet. Binnen deze 'shaker van het nee' (de socialistische Franse ex-premier Lionel Jospin) leek het linkse populisme bovendien de rechtse variant te overvleugelen. In beide landen werd het referendum door linkse stemmers beslist. De SP werd de grote 'winnaar' van de nee-campagne in Nederland.
De rechtse nationalisten bliezen hun partijtje mee, maar de opvatting van Wilders dat Nederland moest blijven, verbleekte bij de demagogische SP-versie van de kaart van Europa, waarop Nederland in zee was verdwenen. De angst voor de islam (vertaald via de dreigende toetreding van Turkije) speelde een rol, maar werd overvleugeld door de vrees voor de spreekwoordelijke Poolse loodgieter: eerder een linkse dan een rechtse boeman.
Het linkse verzet tegen het ultraliberale Europa van de vrije markt en de afbraak van de nationale verzorgingsstaat leek doorslaggevender dan de rechtse vrees voor culturele vervreemding en verlies van nationale identiteit. Opvallend was ook dat de klassentegenstelling zich niet zozeer manifesteerde in de klassieke ideologische termen van links en rechts, maar samenviel met de haaks daarop staande populistische tegenstelling tussen 'boven' en 'beneden'.
Nu is het populisme vanouds een vergaarbak van politieke motieven, en dus moeilijk te plaatsen in een klassiek links-rechts schema. Ook bij Fortuyn liepen die categorieën door elkaar, ofschoon zijn grootste aantrekkingskracht toch school in zijn verzet tegen de 'islamisering van onze cultuur' en het dreigende verlies van onze nationale identiteit. Niet voor niets kwam het tot een breuk tussen Fortuyn en het linksige Leefbaar Nederland toen hij zijn ware anti-islam en Nederland-is-vol-gezicht liet zien.
Bovendien is het populisme in hoge mate een reactieve beweging, die zich snel aan zijn tegenstander aanpast. Daarom is het geen verrassing dat de kiezersopstand van 1 juni 2005 een andere samenstelling heeft dan die van 15 mei 2002. Het verschil is immers dat er in plaats van een centrumlinkse nu een centrumrechtse regering zit die al enkele jaren zijn best doet om allerlei harde fortuynistische programmapunten in beleid om zetten, maar daarbij ongekend impopulair blijft. Ook de grote vakbondsdemonstratie van jongstleden oktober, het aanhoudende succes in de peilingen voor de PvdA, en de aankondiging van Peter R. de Vries dat hij de politiek zal ingaan, laten zien dat er in de populistische mix sprake is van een verschuiving naar links.
Een manier om deze verschuiving in kaart te brengen, is door het politieke spectrum voor te stellen als een hoefijzer. Het horizontale links-rechts-continuüm wordt aan twee kanten naar beneden gebogen, met als gevolg dat de uiteinden elkaar bijna raken. Op die manier wordt ruimte gemaakt voor de verticale tegenstelling tussen de gevestigden (de Haagse partijenpolitiek) en de buitenstaanders (het volk en zijn woordvoerders).
In plaats van een van beide dimensies als normaal of alleenzaligmakend te beschouwen, zoals zowel populisten als anti-populisten geneigd zijn te doen, ontstaat een complexer beeld van het politieke speelveld waarin beide tegenstellingen worden 'opengehouden' en met elkaar kunnen interacteren. Tussen de polen van het hoefijzer knettert een magnetisch veld waarin onverwachte ideologische uitwisselingen mogelijk zijn tussen radicaal links en radicaal rechts. In dit licht is het minder raadselachtig om Marijnissen en Van Bommel schouder aan schouder te zien optrekken met Wilders en de LPF. Het sociale protectionisme en de kritiek op het marktliberalisme kunnen natuurlijk niet op een lijn worden gesteld met het nationale protectionisme en het gejammer over de 'uitverkoop' van de Nederlandse cultuur en identiteit. Maar de onvrede over het gebrek aan democratische zeggenschap over Europa vertaalt zich in beide gevallen in een krampachtig verlangen naar nationale eigenheid en soevereiniteit.
Ook het linkse populisme speelt daarbij in op het nationale sentiment en de angst voor het vreemde.
Marijnissen blijft hardnekkig rekenen in guldens en geloven in de opvoedende waarde van een unieke vaderlandse geschiedenis. In haar 'museumcoalitie met de rechtse krachten' (De Beus, VK Forum 21 mei) sloot de SP zich zelfs aan bij de essentialistische retoriek van politici als Wilders en Herben en intellectuelen als Spruyt en Verbrugge, dat 'er geen Europees volk bestaat', en er dus geen sprake kan zijn van Europees burgerschap of een Europese democratie. Ook ex-LPF-minister Heinsbroek weet zeker dat 'er niet zoiets bestaat als een Europa met één cultuur, één taal, en één communis opinio en ook nooit zal bestaan... Er is wél maar één Nederland' (VK Forum, 1 juni ).
Wanneer we zichzelf vervullende voorspellingen als deze serieus blijven nemen, komen die Europese cultuur en dat Europese burgerschap er natuurlijk nooit. Dat er maar één Nederland bestaat, is bovendien een vorm van politiek wensdenken die onder de noemer van de 'volkseenheid' in de Europese geschiedenis een gevaarlijk ideaal is gebleken. Deze opleving van Nederlands volksnationalisme tussen de polen van het hoefijzer moet ons met grote zorg vervullen. Ook omdat de afwijzing van de Grondwet nieuwe kansen biedt aan de aanstaande EU-voorzitter, de Britse premier Tony Blair. Hij kan nu een alternatieve Europese as smeden met de Oost-Europese landen, die eerder het harde Angelsaksische marktmodel volgt dan het zachtere Rijnlandse (en ook Nederlandse) sociale model. Dat hebben de linkse nee-zeggers, de zogenaamde voorstanders van een meer sociaal Europa, dan toch maar voor elkaar gekregen.
Copyright: Pels, Dick”

Linkse arrogantie zet deur open voor populisme

De druiven zijn zuur voor de verliezers van het referendum. Vooral voor de linkse verdedigers van de grondwet. Het was immers vooral hún achterban die massaal tegen stemde. Terwijl de steun voor de grondwet vooral kwam van beter opgeleide en beter gesitueerden stemden lager opgeleide en lager geschoolde kiezers massaal tegen. Van de PvdA-kiezers bij de vorige verkiezingen stemde een meerderheid tegen de grondwet, bij de GroenLinks-kiezers was er een nipte meerderheid van 54% voor. Ook vakbondsleden stemden massaal tegen.
Alle reden dus voor zelfreflectie voor dat deel van links dat een ja-campagne voerde. Hoe heeft het zo ver kunnen komen dat de deze partijen (de PvdA en GroenLinks) zo ver van hun natuurlijke achterban af zijn komen te staan? Hoe kan het dat ze zelfs niet in staat waren hun eigen kiezers te overtuigen?
Helaas blijft die zelfreflectie tot nu toe uit. In plaats van de hand in eigen boezem te steken wordt vooral met een vingertje naar anderen gewezen. In eerste instantie naar de slechte campagne van de regering. Alsof links niet zelf de ruimte voor die campagne heeft gegeven.
Inmiddels heeft socioloog Pels een nieuwe zondebok gevonden: het linkse populisme in de nee-campagne. In Forum van 9 juni trekt hij daar flink tegen van leer. Alleen al het feit dat linkse tegenstanders van de grondwet op de uitslagenavond schouder aan schouder stonden met Wilders, Herben en Rouvoet is voor hem een wrang en verontrustend beeld. Wat een hypocrisie. Blijkbaar is het Pels ontgaan dat de ondertekening van zijn geliefde grondwet in Rome onder leiding stond van de toenmalige Europese voorzitter Berlusconi, en blijkbaar heeft hij gemist dat in het Oostenrijkse parlement de partij van Haider van harte met deze constitutie heeft ingestemd. Of is samen met deze types voor de grondwet minder wrang en verontrustend dan samen met Rouvoet er tegen?
Om zijn stellingname kracht bij te zetten presenteert Pels een analyse van de campagne die van een aandoenlijke stunteligheid is. “Opvallend”, zo schrijft hij, “was dat de klassentegenstelling zich niet zozeer manifesteerde in de klassiek ideologische termen van links en rechts, maar samenviel met de haaks daarop staande populistische tegenstelling tussen ‘boven’ en ‘beneden’.” Vooral die toevoeging ‘populistische’ is typerend.
Want laten we gewoon eens naar de feiten kijken. Dan zien we dat de ja-stem overwegend komt van de beter opgeleiden en beter gesitueerden. De twintig gemeenten waar ja won - met Rozendaal en Bloemendaal op kop - zijn dan ook de twintig gemeenten met het hoogste gemiddelde inkomen en vermogen. Van de laag opgeleiden stemde volgens Maurice de Hond 82% tegen, van de mensen met een hoge opleiding 51%. Bij de inkomens boven modaal was er slechts een nipte overwinning van het nee, bij modaal en daar onder stemden twee maal zo veel mensen voor nee als voor ja.
En kan dus geen twijfel over bestaan dat hoe hoger op de maatschappelijke en financiële ladder hoe meer ja en hoe lager hoe meer nee er is gestemd. Dat is eenvoudig het beeld dat uit alle gegevens over dit referendum naar voren komt, en heeft niets met populisme te maken.
In tegenstelling tot Pels lijkt mij dat dit beeld volstrekt correspondeert met de klassieke scheiding tussen links en rechts. De ja-stem was overwegend die van degenen die profiteren van de liberale vrijemarkteconomie die men met deze grondwet wilde vastleggen. De nee-stemmers (waaronder een flinke meerderheid vrouwen) waren overwegend degenen die daar de dupe van zijn, met name van de daarmee gepaard gaande afbraak van de verzorgingsstaat. Zowel de ja- als de nee-stemmers wisten dus heel goed waar hun belang lag en hebben er naar gehandeld. Wat dat betreft was de klassentegenstelling volstrekt duidelijk.
Iets anders is de opstelling van de linkse partijen PvdA en GroenLinks. In tegenstelling tot een groot deel van hun achterban kozen zij er voor om de Grondwet te steunen, en bleken ze niet in staat om hun kiezers van de juistheid van die keuze te overtuigen. Wederom heeft de achterban van deze partijen het gevoel dat hun belangen door deze partijen niet gevoeld en begrepen worden. En daar ligt precies het gevaar van het populisme. Als linkse partijen en belangenorganisaties systematisch voorbijgaan aan de belangen van de groepen die hen zien als de natuurlijke verdedigers van hun belangen, als grote delen van de bevolking zich systematisch door links in de steek gelaten voelen, dan zet dat de deur open voor populisten die makkelijke en directe oplossingen suggereren. Dat is de belangrijkste les uit de Fortuyn-revolte. En dat zou ook de belangrijkste les voor links uit het referendum moeten zijn. Het zou mooi zijn als een linkse denktank zich daar op zou richten in plaats van wild om zich heen te slaan naar die delen van links die nog wel contact met hun achterban hebben.
Willem Bos is voorzitter van het Comité Grondwet Nee.
Mijn reactie op dit artikel ...
Naam:
Email adres:
Reactie:
De inhoud van reacties vallen niet onder verantwoordelijkheid van de Grenzeloos-redactie. Bijdrages van lezers met een sexistische of discriminerende inhoud worden van de Grenzeloos site verwijderd. De schrijver (indien bereikbaar) van de reactie krijgt bericht van de verwijdering.