<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Grenzeloos &#187; Grenzeloos 115</title>
	<atom:link href="http://www.grenzeloos.org/category/grenzeloos/grenzeloos-115/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.grenzeloos.org</link>
	<description>De wereld begrijpen om de wereld te veranderen.</description>
	<lastBuildDate>Wed, 16 May 2012 17:00:43 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.2</generator>
		<item>
		<title>Liberalisme en onderdrukking van de ander</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/22/liberalisme-en-onderdrukking-van-de-ander/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/22/liberalisme-en-onderdrukking-van-de-ander/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Dec 2011 21:37:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nina Trige Andersen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[HoLiBi]]></category>
		<category><![CDATA[Feminisme & gender]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3065</guid>
		<description><![CDATA[Terwijl het het westen steeds xenofober wordt, zeggen steeds meer mensen homoseksualiteit te accepteren. Hoe is deze tegenstrijdigheid te verklaren? En zijn gelijke rechten wel genoeg, juist in tijden van economische crisis en oorlog? Het concept &#8216;homonationalisme&#8217; wordt vaak gebruikt als synoniem voor racisme in de HLBT (Homo-Lesbo-Bi-Transgender) gemeenschap, vooral sinds Judith Butler het woord [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Terwijl het het westen steeds xenofober wordt, zeggen steeds meer mensen homoseksualiteit te accepteren. Hoe is deze tegenstrijdigheid te verklaren? En zijn gelijke rechten wel genoeg, juist in tijden van economische crisis en oorlog?<span id="more-3065"></span></p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/aiu_TerroristAssemblagesCover.jpg"><img class="alignleft size-medium wp-image-3066" title="Terrorist Assemblages" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/aiu_TerroristAssemblagesCover-197x300.jpg" alt="" width="197" height="300" /></a>Het concept &#8216;homonationalisme&#8217; wordt vaak gebruikt als synoniem voor racisme in de HLBT (Homo-Lesbo-Bi-Transgender) gemeenschap, vooral sinds Judith Butler het woord bekendheid gaf door haar interventie op de Christopher Street Day manifestatie in Berlijn in 2010. Hoe bedoelde jij de term &#8216;homonationalisme&#8217; oorspronkelijk in Terrorist Assemblages?<br />
</em>Homonationalisme is niet simpelweg een synoniem van racisme van homo&#8217;s. De term is niet uitsluitend bedoeld om de instrumentalisering van seksuele minderheden door de staat duidelijk te maken of om nationalisme, xenofobie en imperialisme in Westerse homogemeenschappen te bekritiseren. Mijn doel is een fundamentele kritiek op het liberale discours van gelijke rechten voor queers en aan te tonen hoe deze rechten leiden tot opvattingen van vooruitgang en moderniteit die sommige groepen erkennen als burgers met culturele en juridische rechten, ten nadele van andere groepen die worden uitgesloten. Homonationalisme is meer expliciet geworden na de aanslagen van 11 september maar bouwt voort op vier decennia van liberale insluiting in het tijdperk na de zwarte burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten. De liberale logica leidt tot een impliciete opvatting van seksuele minderheden als blank en van niet-blanken als hetero.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Je stelt dat de vraag niet is hoe homoseksualiteit blank werd, maar hoe &#8216;het homoseksuele subject&#8217; blank werd. Wat bedoel je daarmee?<br />
</em>Er is een verschil tussen homoseksualiteit als een activiteit of zelfs als identiteit en &#8216;het homoseksuele subject&#8217; – de heersende opvatting van een bepaalde positie waaraan bepaalde rechten worden toegekend en waarover op een bepaalde manier gesproken wordt. Als ik aan &#8216;homoseksualiteit&#8217; denk, denk ik niet in termen van &#8216;blank zijn&#8217;, van wit zijn, want seksualiteiten zijn veelvormig maar als ik denk hoe het &#8216;homoseksuele subject&#8217; vorm heeft gekregen in juridische discours, in populaire cultuur, in de instituten, in gay and lesbian studies aan de universiteit et cetera, dan is dit Homoseksuele Subject wit.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Kun je een voorbeeld geven van hoe dit subject wit gemaakt wordt?<br />
</em>In <em>Terrorist Assemblages</em> bekijk ik hoe tegenwoordig de seksuele (?) anders dan blank wordt gezien in relatie met de veronderstelling dat gemeenschappen van minderheden verondersteld worden heteroseksueel of homofoob te zijn. Dat is de binaire tegenstelling dat het homoseksuele of zelfs queer subject als blank en seculier doet verschijnen: dit subject krijgt vorm in tegenstelling tot een achterlijk, homofoob, niet-blank, uitgesloten subject.<br />
Kijk bijvoorbeeld naar het Amerikaanse immigratie-beleid van de laatste veertig jaar, daarin gelden heteroseksuele normen. Gezinshereniging is gebaseerd op heteroseksuele banden en na hereniging ben je afhankelijk van je familie voor kansen op werk, voor een plek om te wonen. Heteroseksualiteit in migrantengemeenschappen is dus verbonden met verwachtingen van staatswege en de manier waarop de staat immigratie structureert. Heteroseksualiteit krijgt op die manier een speciale positie toegekend, los van andere vormen van verwantschap. Hoe strikter het immigratiebeleid wordt, hoe sterker heteronormativiteit benadrukt wordt in migrantengemeenschappen. En aan der andere kant, de opvattingen over wat het betekent om niet-heteroseksueel te zijn, zoals onafhankelijk en vrij van de banden van gezin en verwantschap, en in staat je eigen banden met andere queers te vormen, hebben veel te maken met liberale ideeën over keuzevrijheid en het vermogen om onafhankelijk te zijn van een gezin, om economisch zelfstandig en een goed burger te zijn. Een dergelijke autonomie is bijna een geprivilegieerde positie, een queer wordt gezien als iemand die in hoge mate autonoom is. Hieruit groeit de dichotomie tussen een seculier en liberaal queer subject, in tegenstelling tot een zogenaamde achterlijke, homofobe migrant.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>In &#8216;Terrorist Assemblages&#8217; wijs je erop dat de homobeweging erg gericht is op het verkrijgen van juridische rechten maar weinig interesse heeft in de vraag wie daadwerkelijk gebruik kan maken van die rechten. Kun je daar een voorbeeld van geven?<br />
</em>De grote homo-organisaties in de Verenigde Staten zijn vooral geïnteresseerd in opname in de gemeenschap en gelijkheid voor de wet maar besteden weinig aandacht aan de vraag wie eigenlijk toegang heeft tot die liberaal burgerlijke rechten.<br />
Kijk bijvoorbeeld naar wetten tegen hatecrimes, in dit verband misdaden gepleegd op grond van de seksualiteit van het slachtoffer. Toen in 2009 een wet in behandeling was die op nationaal niveau de categorie van hatecrimes tegen homo&#8217;s en lesbo&#8217;s zou introduceren, de Mathew Sheppard James Byrd Hate Crimes Legislation waren de voornaamste HLBT-organisaties daar voorstander van en de wet werd ook aangenomen. Maar dit voorstel was gecombineerd met een voorstel om het militaire budget te vergroten. Deze wet droeg bij aan een verdere militarisering van de politie thuis en aan militaire operaties in het buitenland. Wetgeving tegen hatecrimes leidde dus tot meer geld voor de &#8216;war on terror&#8217;.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Twee afzonderlijke wetsvoorstellen waren gecombineerd?<br />
</em>Dat gebeurt vaker in de VS; het combineren van verschillende maatregelen in één voorstel om zo de kans dat het wordt aangenomen groter te maken. Het argument was dat als hatecrimes vervolgd moesten worden, het veiligheidsapparaat ook meer middelen moest hebben. Gedeeltelijk was het doel om de politie verder te militariseren, de politie is meer en meer op militaire wijze getraind en leger en politie werken steeds nauwer samen wat betreft toezicht en het observeren van vermoedelijke &#8216;terroristen&#8217; et cetera.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">Het &#8216;Audre Lorde Project&#8217; en verschillende andere groepen van niet-blanke en radicale queers protesteerden tegen de wet. Zij publiceerden een verklaring die stelde dat de wet zou leiden tot meer repressie van niet-blanke jongeren die immers vaker worden geacht homofoob te zijn. En de wet zou leiden tot meer moeilijkheden voor niet-blanke queers die nu al te maken hebben met machtsmisbruik door de politie en minder snel op bescherming te kunnen rekenen als zij het slachtoffer worden van een hatecrime. Een maatregel die gezien werd als een juridische stap vooruit had dus een negatief effect op delen van de bevolking.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Hoe reageerden de grote organisaties op deze kritiek?<br />
</em>Ze hadden er totaal geen oren voor. Op landelijk niveau was er geen discussie, alhoewel het Audre Lorde Project een debat organiseerde met verschillende organisaties met verschillende opvattingen om de gevolgen van de wet te bespreken. In feite wordt aangenomen dat alle wetgeving en decriminalisatie vooruitgang voor iedereen is. Deze logica ziet niet hoe verschillend wettelijke rechten uitpakken voor verschillende groepen mensen en dat de rechten van de ene groep die van een andere groep kunnen beperken. Dus nu krijgen niet-blanke queers, die al te maken hebben met machtsmisbruik door politie en als verdacht worden aangemerkt, met nog meer problemen te maken als gevolg van maatregelen die hen zogenaamd zouden beschermen. Zij (?) niet degene die daadwerkelijk beschermd worden,</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">Afgezien van enkele lokale discussies waren anti-hate crime groepen sterke voorstanders van deze wet. En niet-blanke groepen, vooral jongeren, worden al gezien als meer homofoob dan gemiddeld. Mannelijke migranten worden in zowel de VS als in Europa gezien als een bron van homofobie, homofobie krijgt dus een etnisch karakter toegedicht.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Een ander voorbeeld dat je analyseerde in Terrorist Assemblage is het gelijktijdige decriminaliseren van sodomie en de invasie van Irak – wat hebben deze twee gebeurtenissen met elkaar te maken behalve het tijdstip waarop ze plaatsvonden?<br />
</em>Maanden nadat de VS Irak binnen vielen werd sodomie in 2003 gelegaliseerd. In het hoofdstuk over de Lawrence kwestie behandelde ik de relatie tussen oorlog en queer rechten in samenhang met het besluit om op landelijk niveau sodomie te decriminaliseren. Tegelijkertijd als dit (?) gebeurde werden steeds meer mensen steeds langer vast gezet, hadden Guantanamo, het opzetten van een infrastructuur om toezicht te houden op de bevolking (?), allemaal gebaseerd op de Patriot Act. Wat is het verband tussen enerzijds deze burgerlijke vooruitgang van rechten voor homo en lesbo&#8217;s en tegelijkertijd de xenofobe en imperialistische acties tegen moslims in de VS en het Midden-Oosten? Giorgo Agamben noemde het &#8216;post-9-11&#8242; de ergste &#8216;uitzonderingstoestand&#8217; in de geschiedenis</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">van de VS. Wat is dan de betekenis van deze historische juridische mijlpaal en deze uitzonderingstoestand? De uitzonderingstoestand is het proces waarmee de wettelijke macht zich vrij van de eigen wetten verklaart. Het recht van habius corpus geldt niet voor de gevangenen in Guantanamo bijvoorbeeld. Wat moeten we dus denken van rechten voor queers en het liberale idee van voortschrijdende vooruitgang als er tegelijkertijd zoveel oorlogszuchtige handelingen plaats vinden.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Ik weet dat het niet gemakkelijk is, wat is deze relatie dan precies?<br />
</em>De juridische uitspraak is zeer specifiek in beschrijven wie in aanmerking komt voor bescherming: het gaat om sodomie als een consensuele handeling tussen twee volwassenen in de privacy van thuis – het is een geprivatiseerde, klinische versie, er is nog niet het idee van seks – en in sommige van de juridische opinies is er zelfs sprake van een lange termijn relatie: het wordt dus opgevat als iets dat alleen koppels mogen doen. Er wordt een acceptabel, huiselijke queer subject neergezet en dit subject wordt erkend. Daar tegenover heb je islamitische gevangenen, en dit zijn bijna allemaal mannen, die gewoon zijn verdwenen, hun gezinnen hebben geen idee waar ze naar toe zijn gebracht. Daarnaast heb je het verschijnsel dat mensen uit zichzelf bijvoorbeeld naar Pakistan gaan, voor de vreemdelingenpolitie er achter kan komen dat ze geen papieren hebben. Dus ook mensen die al in de VS zijn, vertrekken uit angst opgesloten te worden. Dat betekent een hele reeks intieme banden die verbroken worden. Een mannelijk, zelfstandig, privé queer subject wordt erkend, de zogenaamde terroristische moslim wordt uitgesloten.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Waarom wordt er niet tegelijk vrijheid voor zowel seksuele als etnische minderheden geëist?<br />
</em>A priori wordt een onderscheid gemaakt tussen de twee groepen, alsof ze niet overlappen. Het toekennen van rechten aan een groep hangt af van het weigeren van rechten aan een andere groep. De seksuele minderheid wordt steeds meer gezien als blank, economisch zelfstandig, in staat om familie-achtige banden te vormen, fysiek mobiel en als iemand die zich gedraagt overeenkomstig de verwachtingen bij hun gender. Kort gezegd, als &#8216;homonationaal&#8217;. De etnische minderheid als heteroseksueel en intrinsiek homofoob (homoseksueel zijn wordt voor hen gezien als onmogelijk, als uitgesloten). Mensen die in beide gebieden tot de minderheid behoren, zoals niet-blanke queers, gaan in tegen deze logica van het scheiden van die identiteiten. Zij laten de beperkingen zien van een juridische vorm van gelijkheid die afhangt van het strikt afbakenen van verschillende categorieën.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">Niet iedere groep geniet gelijke rechten en toekennen van rechten aan de ene groep wordt gezien als urgenter dan de rechten van een andere groep. In de VS, Europa en zeker in Israël is er meer interesse in het uitbreiden van de rechten van homo&#8217;s, zogezegd als deel van liberale vooruitgang, dan in het versoepelen van het immigratiebeleid of het heroverwegen van detentie- deportatie- en martelpraktijken. Laat staan het heroverwegen het tegengaan van xenofoob beleid of xenofobe opvattingen in de maatschappij. Erger nog, de kwestie van homo-rechten is geïnstrumentaliseerd als een claim op beschaving en deze claim verduistert vaak vormen van maatschappelijk- en staats geweld tegen andere bevolkingsgroepen.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Wat zouden voorbeelden van het tegengaan hiervan kunnen zijn?<br />
</em>Iets waar ik zelf betrokken bij ben en erg interessant vindt, zijn queer organisaties in Israël en Palestina. Dat wordt een belangrijke factor in de manier waarop het conflict daar internationaal gezien wordt. De Queers against Israeli Apartheid mochten vorig jaar niet meedoen aan de Pride Parada in Toronto, Canada. Deze organisaties uiten kritiek op het buitenlands beleid van de VS, het beleid van de Israëlische staat, koloniale overheersing en zijn een manier waarop de instrumentalisering van seksuele rechten omgebogen wordt; &#8216;jullie willen ons gebruiken? Dan gaan wij ons zelf inzetten om deze situatie te beïnvloeden&#8217;.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Dat seksisme en racisme gecombineerd worden is niet nieuw, ook het oude kolonialisme maakte tegelijkertijd gebruik van racistische en seksistische stereotypes. Maar afwijkende identiteiten en vormen van verzet lijken steeds sneller onschadelijk gemaakt te worden. Wat is er veranderd?<br />
</em>Tijdens het koloniale tijdperk was het idee dat de blanke man bruine vrouwen moest komen redden van bruine mannen, nu hebben we blanke homo&#8217;s die bruine homo&#8217;s willen redden van bruine hetero&#8217;s. Ik heb het gevoel dat de fouten van het liberale feminisme herhaald worden, met de &#8216;homokwestie&#8217; in plaats van de &#8216;vrouwenkwestie&#8217;. De positie van vrouwen is nog steeds een reden voor imperialistische agressie maar nu worden naties ook beoordeeld op de manier waarop zij met homo&#8217;s zouden omgaan.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">Veel mensen zijn bang om deze kwesties te behandelen en naar de rol van liberale ideologie te kijken omdat het om henzelf gaat. Het is veel makkelijker om met de vinger te wijzen naar rechtse, islamofobe, anti-immigratie politici dan naar ons zelf te kijken en naar de manieren waarop ons verhaal overeenkomt met dan van hen. Er is een taboe op het in twijfel trekken van de effecten van wetgeving voor gelijke rechten voor homo&#8217;s en lesbo&#8217;s en het bekritiseren van de beweging hiervoor. Het is veel makkelijker om je te organiseren om een bepaalde rechtse vijand te bekritiseren dan om te kijken naar hoe allerlei gematigde groepen bijdragen aan het wegzetten en stereotyperen van minderheden. Veel mensen voelen zich blijkbaar erg ongemakkelijk als je dergelijke kritiek formuleert, maar ik snap dat gevoel niet: we maken immers allemaal vergissingen dus het is niet erg als je een misstap maakt, je hoeft niet altijd de perfecte queer of de perfecte radicaal te zijn. Maar als we afscheid kunnen nemen van het idee dat niet-heteroseksueel zijn altijd een vorm van politiek verzet is, zouden we kunnen onderzoeken hoe ideeën daarover helpen problematische, liberale mechanismen te reproduceren.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">De economische kant van liberalisme is makkelijker te bekritiseren dan de culturele kant. Meer en meer mensen zien dat de kloof tussen rijk en arm groeit, we zitten in een economische crisis en de belofte van een voortdurend groeiende welvaart houdt niet stand, ook al was deze al nooit geldig voor meer dan een klein deel van de bevolking. Maar de neoliberale, culturele ideeën, over zelfstandige individuen die voor zichzelf kunnen zorgen en hun eigen leven vorm kunnen geven, de ethiek van onderwijs en werk, aan die culturele verwachtingen zijn mensen meer gehecht. Dat is een probleem want als gevolg van de manier waarop er met de economische crisis omgegaan wordt verdiepen deze culturele elementen zich verder in plaats van dat ze herkend worden als deel van de economische problemen. Het gebrek aan collectieve verantwoordelijkheid benadrukt dit soort individualisme immers.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Kun je daar verder op ingaan? En waarom willen mensen volgens jou niet ingaan tegen het liberale culturele vertoog?<br />
</em>De teloorgang van sociale voorzieningen, de privatisering van goederen en diensten die eerst werden opgevat als deel van de verantwoordelijkheden van de staat, de toegenomen nadruk op individuele zelfstandigheid, de continue controle van je gezondheid en je financiën, het continue plannen van je leven en welvaart, dit alles betekent dat ideeën van autonomie en keuze aantrekkelijk zijn voor rationele mensen, of voor mensen die zichzelf graag zien als rationeel. Het gebrek aan collectieve verantwoording &#8211; door de staat, de gemeenschap of sociale verbanden &#8211; voor bevolkingsgroepen die een andere manier van leven hebben moedigt dit aan. Waarom nemen mensen geen afstand van dit vertoog? Omdat ideeën van rationaliteit, vrije keuze en zelf je leven vorm geven ook de hoop of misschien zelfs de mogelijkheid om het de neoliberale samenleving in je voordeel te laten werken bieden. Maar een voorwaarde hiervoor is de acceptatie dat anderen hier beslist niet in zullen slagen.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Jij hebt gezegd dat het concept &#8216;queer&#8217; voor jou alleen interessant is als methodologie?<br />
</em>Ja, ik heb niet zoveel interesse in &#8216;queer&#8217; als een beschrijving van een groep of een persoon maar meer als deel van een post-structuralistische en zelfs post-humanistische methodologie. Het beschrijft iets dat afwijkt, buigt, niet helemaal de juiste banden heeft. Op die manier gebruik ik het in <em>Terrorist Assemblages</em>, queer als een voortdurende veranderende reeks combinaties. Queerness heeft nog een potentieel als het idee van nieuwe, afwijkende combinaties, niet als een bijvoeglijk naamwoord om mensen te beschrijven.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Had het ooit potentieel als een bijvoeglijk naamwoord, als de naam voor een bepaalde identiteit?<br />
</em>Ik denk van wel en het heeft dit nog steeds. Zoals met elke vorm van identiteit is en was queer, ook al is het het een vorm van &#8216;anti-identiteit (1), nooit in tegenspraak met het idee een subject te zijn. Maar voor mij is queer interessanter als een aanpak, op die manier kan het interessant resultaten opleveren in plaats van queer personen onderscheiden van niet-queers.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;"><em>Sommige mensen benadrukken dat &#8216;queer&#8217; nooit echt subversief werd omdat het nooit meer was dan een anti-identiteit. En in een liberale samenleving heeft iedereen al het recht er een afwijkende levensstijl op na te houden&#8230;.<br />
</em>Precies, liberalisme maakt queer levensstijlen mogelijk, wat is daar nu &#8216;queer&#8217; aan? Ik wil niet zeggen dat er een alternatief is en we hebben recht op onze dromen over onze levens als queers, die wil ik niet wegnemen. Maar ik wil de &#8216;sociale veranderingen&#8217; die op die manier leven zou creëren niet idealiseren. Voor mij is queer in de eerste plaats een manier van denken.</p>
<p style="margin-bottom: 0cm;">1: Queer in de betekenis van &#8216;niet-heteroseksueel (nvdt)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/22/liberalisme-en-onderdrukking-van-de-ander/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Postmodern cynisme en socialistisch humanisme</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/22/postmodern-cynisme-en-socialistisch-humanisme/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/22/postmodern-cynisme-en-socialistisch-humanisme/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 22 Dec 2011 19:52:07 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Arthur Bruls</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Theorievorming]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3061</guid>
		<description><![CDATA[Het heersende mensbeeld is dat mensen van nature egoïstisch en competitief zijn. Waarom zijn socialisten het daar niet mee eens? Waarom zijn socialisten hoopvol over het potentieel van mensen om hun samenleving te veranderen? Een gesprek over een een links mensbeeld.Tot aan de vroege jaren tachtig voerde links een levendige discussie over de menselijke natuur [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het heersende mensbeeld is dat mensen van nature egoïstisch en competitief zijn. Waarom zijn socialisten het daar niet mee eens? Waarom zijn socialisten hoopvol over het potentieel van mensen om hun samenleving te veranderen? Een gesprek over een een links mensbeeld.<span id="more-3061"></span><em><img class="alignleft size-medium wp-image-3062" title="Christoph Jünke " src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/Junke-300x200.jpg" alt="" width="300" height="200" />Tot aan de vroege jaren tachtig voerde links een levendige discussie over de menselijke natuur en was bijvoorbeeld een marxistische humanist als Erich Fromm nog zeer populair. Tegenwoordig is die discussie vrijwel stil komen te liggen en spreekt men nauwelijks nog over een marxistisch mensbeeld. Hoe verklaar jij dat?</em><br />
Dat heeft er natuurlijk vooral mee te maken dat socialistisch, marxistisch links sinds de jaren tachtig in sterke mate gekrompen en gemarginaliseerd is. In dezelfde historische periode eind jaren zeventig, begin jaren tachtig brokkelt socialistisch links sterk af, staakt ook de discussie over de menselijke natuur of wordt deze door rechts bezet: door conservatieven en liberalen, maar vooral door de toen opkomende neoliberalen en postmodernisten. Maar ook eerder was discussie over welk mensbeeld bij het socialisme hoort en hoe marxisme de mens ziet, zeer omstreden en zeker niet een thema waar heel links mee bezig was.</p>
<p><em>Waarom was dat volgens jou?</em><br />
Ik denk dat hier verschillende oorzaken aan ten gronde liggen. Ten eerste zijn er historische oorzaken. Er is een sterke traditie van burgerlijk denken over de natuur van de mens, een traditie die vaak afschuwelijk was. Het zoeken van verklaringen voor menselijk gedrag in de biologie, en racisme tot en met fascisme – dat zijn natuurlijk tradities waar links altijd al niks mee te maken wilde hebben en men wilde niet in het vaarwater van dit burgerlijke denken over de mens geraken.<br />
Daarnaast zijn er theoretische redenen, inherent aan het marxisme. Marxisme richt zich op het concrete, het historische en benadrukt het veranderlijke in de geschiedenis om te laten zien dat het mogelijk is dat de geschiedenis een andere wending neemt. Daarnaast bestaat er in het marxisme een sterke neiging om zich niet te richten op een als abstract geziene kwestie zoals de menselijke natuur en zich in plaats daarvan te richten op wat concreet veranderbaar is. Men wilde dus vooral analyseren hoe deze veranderingen zich voordoen – terwijl de vraag naar een mensbeeld juist een vraag naar een onveranderbaar wezen van de menselijke soort is.<br />
Deze neiging heeft een lange traditie. In de negentiende en vroege twintigste eeuw zag het marxisme zich als de erfgenaam van het burgerlijke humanisme, maar daar werden maar weinig conclusies uitgetrokken. Dat marxisten zich gedurende de vorige eeuw meer met het thema van de menselijke natuur bezig zijn gaan houden heeft natuurlijk alles te maken met de ervaringen van fascisme en het stalinisme en ook met de voortschrijdende inkapseling van de sociaal-democratie in het kapitalisme van de verzorgingsstaat. De ervaring van het falen van linkse emancipatiebewegingen staat hier centraal. De vraag van uit welke positie en op welke gronden men bewegingen die hun emancipatoire wortels achter zich lieten, kan bekritiseren voerde al snel tot het stellen van vragen over de menselijke natuur. Kan men überhaupt nog aan het socialistische ideaal vasthouden? Kunnen mensen opgevoed worden om het goede te doen of kunnen ze dat alleen uit eigen ervaring leren? Is dat eigenlijk wel mogelijk en zo ja, hoe dan?<br />
In de jaren vijftig en zestig was het dus het historische falen van een eerdere generatie van links die veel marxisten en socialisten ertoe aanzette na te denken over het wezen van de mens. Erich Fromm is daar een van de meest bekende voorbeelden van maar je vind vergelijkbare vragen bij Ernst Bloch, Jean-Paul Sartre, Herbert Marcuse, Henri Lefebvre, Isaac Deutscher en Che Guevara. In Oost-Europa richtten mensen die het systeem daar wilden hervormen, zoals studenten van Georg Lukács als Agnes Heller en Györgi Markus, zich op de vraag hoe een socialistisch humanisme eruit zou zien.</p>
<p><em>Jijzelf hebt je aan de hand van de Duitse marxist Leo Kofler op deze problematiek gericht&#8230;</em><br />
Ja, ik beschouw zijn werk als een van de meest systematische en overtuigende pogingen om een antwoord te geven op deze vragen. Kofler hield zich sinds de jaren vijftig bezig met deze kwesties en was tot de conclusie gekomen dat er wel degelijk zoiets bestaat als een marxistische theorie van de menselijke natuur – iets dat veel anderen die zich vergelijkbare vragen stelden ontkenden. Kofler vatte antropologie op als de wetenschap en studie van de onveranderlijke voorwaarden voor menselijke veranderingen. Hij benadrukte de marxistische traditie die stelt dat werk – hier opgevat als het geheel van menselijke activiteiten – de mens tot mens maakt. Maar sterker dan veel andere marxisten benadrukte hij dat deze activiteiten niet los van het menselijke bewustzijn gezien kunnen worden, dat menselijke activiteit altijd onlosmakelijk met menselijk bewustzijn gepaard gaat. En hij benadrukte dat er in menselijke activiteit ook altijd een element van spel aanwezig is, dat mensen ernaar streven dit element zo sterk mogelijk te maken omdat dit spel een menselijke behoefte bevredigt. De mens is niet enkel een rationeel wezen, mensen zijn ook door irrationele drijfveren gemotiveerde wezens die middels de ratio proberen in de laatste instantie irrationele menselijke behoeften te bevredigen.<br />
Voor Kofler is menselijke antropologie geen directe aanleiding voor bepaalde handelingen maar is deze onmisbaar voor het formuleren van een kritiek op bestaande verhoudingen en bij een discussie over de noodzakelijke en mogelijke alternatieven hiervoor. Voor Kofler zijn mensen veelzijdige wezens en hij pleit voor een vrije, volle ontplooiing van de menselijke soort. Dit houdt een kritiek in op de kapitalistische klassenmaatschappij die deze vrije ontplooiing blokkeert en die bijvoorbeeld altijd een repressieve, ascetische arbeidsdiscipline nodig heeft. Kofler&#8217;s theorie over de onveranderlijke voorwaarden voor veranderingen in de menselijke samenlevingen is een omvattend verhaal, een hulpmiddel voor humanistische verandering van de burgerlijk-kapitalistische sociale verhoudingen. De theorie kijkt zowel voor als achteruit en heeft een, in de beste zin van het woord, utopisch aspect.</p>
<p><em>Marxisten beargumenteren vaak dat het beëindigen van onderdrukking veeleer een economische kwestie is, dat het gaat om de materiële belangen van de mensen, om klassenstrijd en klassentegenstellingen dus.</em><br />
Dat klopt ook, maar als je je daartoe beperkt, ben je te eenzijdig. Sinds het einde van de negentiende eeuw bestaat er een marxistische traditie die men niet anders dan als dogmatisch en mechanistisch kan omschrijven en die alles tot economische kwesties terugbrengt. Die manier van denken was het resultaat van bepaalde historische omstandigheden maar is zo eenzijdig dat deze verkeerd is. Ondanks al hun onderlinge meningsverschillen waren latere anti dogmatische marxisten het erover eens dat men deze denkwijze moet afwijzen. De mens is een actief, handelend wezen en menselijke belangen zijn niet alleen economisch, het gaat om menselijke verhoudingen en zelfverwerkelijking.<br />
Kofler bijvoorbeeld had het er altijd over dat het nodig is om duidelijk te maken wat het socialisme dat we willen inhoudt. Is het socialisme als mensen zich een extra biefstuk kunnen veroorloven? Of is socialisme iets dat mensen bevrijdt van de vervreemding die menselijke verhoudingen is gaan kenmerken? Is socialisme niet een opvatting van individuen als deel van een menselijke soort, zonder dat het unieke individu ontkend wordt? Zo&#8217;n visie heeft ook alles met de economie te maken, economie en arbeid zijn immers slechts middelen voor een bepaald doel. Het gaat om het doel, om het menselijke bestaan en de verhouding tussen doel en middel.<br />
Dat Kofler hier zo de nadruk op legde en over het marxistische mensbeeld begon na te denken heeft natuurlijk zijn oorsprong in zijn ervaringen met de DDR-versie van socialisme. Van 1947 tot 1950 leefde en werkte hij in de Oost-Duitse interpretatie van socialisme. Daar werd het hem duidelijk dat men de verhoudingen van die maatschappij alleen adequaat bekritiseren kon, als men een idee had van wat socialisme en menselijke bevrijding dan wel zouden moeten zijn. Maar daar kan men niet over nadenken zonder een idee te hebben over het wezen van de menselijke soort, van wat de mens kan en niet kan. Het is onmogelijk om mensen met bureaucratische middelen en geweld tot het socialisme te drijven. De stalinistische technocratie probeerde dit te doen en de geschiedenis heeft niet alleen laten zien tot welke kwalijke gevolgen deze aanpak leidt, het is ook een aanpak die onverenigbaar is met de marxistische theorie en de menselijke waardigheid.</p>
<p><em>Dit stalinistische geloof in de maakbaarheid en manipuleerbaarheid van de mens vertoont interessante overeenkomsten met het moderne postmoderne denken: alles is veranderlijk, ook de mens zelf, tot en met het geslacht van mensen. De radicale homo-beweging en Queer Theory benadrukken bijvoorbeeld dat er niet zoiets zou bestaan als een seksueel wezen van de mens.</em><br />
In de filosofische traditie bestaan er grofweg twee stromingen. De naturalisten herleiden alles tot de menselijke natuur en de natuurlijke wereld, terwijl de culturalisten in alles cultuur zien. Postmodernisme is een zeer heterogeen verschijnsel maar men kan wel zeggen dat het als geheel in de culturalistische traditie staat. In deze denkwijze is de mens, grof gezegd, enkel cultuur. Daar zit een kern van waarheid in maar het is niet helemaal correct. Wat mij juist interesseert aan denkers als Fromm en vooral Kofler is dat zij aanzetten tot het overstijgen van de tegenstelling cultuur-natuur.<br />
In het Engelstalige marxisme, dat sinds de jaren tachtig voorop loopt, bestaat er opnieuw interesse voor de vraag naar het wezen van de mens. In de vroege jaren tachtig was vooral Norman Geras een prominente naam in deze discussie. In de overgang naar de jaren negentig verscherpte de kritiek op de postmoderne opvatting van de mens, bijvoorbeeld in het werk van Alex Callinicos en Terry Eagleton. Vooral Eagleton schrijft sinds tien jaar aan een oeuvre waarin het ook over het wezen van de mens gaat. Hij komt uit een heel andere traditie, heeft geflirt met het structuralistische anti-humanisme van Louis Althusser, maar hij benadrukt tegenwoordig dat er wel degelijk zoiets als de menselijke natuur bestaat en dat het een zwakheid van links is dat zij dit niet erkent. Eagleton stelt dat mensen van nature culturele wezens zijn, op grond van onze lichamen en de wereld waarvan deze deel uitmaken.<br />
Dat is de marxistische opvatting die volgens mij de eenzijdigheid van zowel naturalisme als culturalisme vermijdt. De mens is allebei: natuur en cultuur. Dat is precies wat Kofler vijftig jaar geleden al stelde. Het is onze aard om culturele wezens te zijn. Wij kunnen maar tot op bepaalde hoogte veranderen zonder op te houden mens te zijn. Deze spanning is wat deze opvatting zo boeiend maakt.</p>
<p><em>Volgens jou zijn er dus grenzen aan de veranderlijkheid van de mens?</em><br />
Volgens mij bestaat er een grens waar voorbij we op te houden mens te zijn. Geslachtsverandering is bijvoorbeeld voor bepaalde mensen terecht maar niet voor alle mensen, niet voor de menselijke soort, die nu eenmaal in twee geslachten verdeeld is, in z&#8217;n geheel. Het idee dat alles kan veranderen, alles mogelijk is, gaat alleen op voor een kleine elite: sommige mensen kunnen zomaar op het vliegtuig naar New York stappen of hun huis omgooien omdat het hun eigen bezit is en ze daarvoor het geld hebben – maar de gehele samenleving, het totale sociale collectief, kan dat niet. In onze samenleving staan mensen tegenover elkaar als concurrenten en vijanden, iedereen is als een bedrijf in een concurrentieslag met de ander gewikkeld en wordt geacht hiervoor van alle individuele middelen waarover men beschikt te gebruiken. In zo&#8217;n samenleving zijn linkse, emancipatoire ideeën over een alternatief mensbeeld hoognodig.<br />
De marxistische traditie staat of valt ermee dat men, met in acht neming van de individualiteit, erkent dat de mens deel is van een collectief, dat de mens een soortwezen is en niet slechts een geïsoleerd persoon, zoals tegenwoordig de heersende opvatting is. Mensen kunnen, stelde Leo Kofler, alleen in een gemeenschap hun identiteit ontwikkelen. Waar het ons aan ontbreekt is een besef van dit collectieve, van het solidaire. Wat kan en mag de mens wel en wat niet? Wat moeten we bijvoorbeeld vinden van het klonen van levensvormen?<br />
Het is opvallend dat zo weinig marxisten zich bezig houden met deze vragen en dit laat zien hoeveel er de afgelopen drie decennia verloren is gegaan. Natuurlijk zijn er uitzonderingen, Terry Eagleton heb ik al genoemd. Pierre Bourdieu en Naomi Klein waren eind jaren negentig, begin deze eeuw zo populair onder andere omdat ze op overtuigende wijze het neoliberale mensbeeld bekritiseerden en de logica van de koopwaar, die mensen beperkt in hun mogelijkheden, afwezen. Terry Eagleton schrijft in zijn aanbevelenswaardige boek &#8216;<em>The meaning of life</em>&#8216; dat deze betekenis in de vrije ontplooiing van de menselijke mogelijkheden en vaardigheden ligt. Hij vat deze ontplooiing zowel individueel als collectief op. Voor die ontplooiing is een mensbeeld nodig dat enkel door reflectie over de vraag naar de grondslagen van het menselijke bestaan geformuleerd kan worden.</p>
<p><em>Maar hoe kan zo&#8217;n humanisme praktisch worden? Eric Fromm bijvoorbeeld spreekt veel over mensen maar nauwelijks over collectieve protestbewegingen of over stakingen. Bij hem is de mens meestal een abstract individu. En ook bij Kofler word menselijkheid vooral door bewustzijn en ontwikkeling gevormd. Maar hoe komen theorie en praktijk samen?</em><br />
De klassieke socialistische beweging kende twee belangrijke bronnen: de traditie van de radicale Verlichting die vooral op ontwikkeling en opvoeding doelde, en de emancipatiebeweging van de arbeidersklasse. Beide elementen versmolten in de klassieke socialistische beweging maar hebben elk op zich weinig met elkaar te maken. Met het einde van de klassieke socialistische bewegingen midden twintigste eeuw is de afstand tussen theorie en praktijk gegroeid en dat had ook zijn invloed op het werk van Fromm en Kofler. Dat moet men niet vergeten.<br />
De tijd dat men kon geloven dat mensen door middel van educatie socialisten worden is voorbij. De ervaring van de oude arbeidersbeweging laat duidelijk de beperkingen zien van een benadering die puur op educatie vorming gebaseerd is. Toen het op politiek aankwam, heeft deze beweging gefaald omdat zij niet besefte hoe, in welke vorm en in welke, mate, het bewustzijn van brede lagen van de bevolking door middel van gemeenschappelijk handelen, demonstraties, acties en stakingen, dagelijkse klassenstrijd, bepaald en voortgestuwd wordt.<br />
Dat wil niet zeggen dat de praktijk het enige is dat telt, absoluut niet. Maar het betekent wel dat zonder praktijk de theorie niet alleen niet effectief maar ook niet correct kan zijn. Mensen worden socialist als gevolg van praktische ervaringen die ze theoretisch verwerken. Maar zonder sociale bewegingen kunnen theorie en praktijk niet werkelijk samenkomen. De uitdaging is om in het alledaagse leven theoretische werk te verbinden met maatschappelijk verzet in het algemeen en de arbeidersbeweging in engere zin. Dat is voor mij de grote taak voor moderne marxisten: een manier te vinden om deze twee weer bij elkaar te brengen. Dat dit tot nu toe nauwelijks lukt is een teken dat het er slecht voor staat met het marxisme en het socialisme, positieve uitzonderingen niet daargelaten. Een praktische discussie over een socialisme voor de eenentwintigste eeuw staat nog in de kinderschoenen. Zo&#8217;n discussie kan niet zonder grotere sociale bewegingen waaruit nieuwe denkers voortkomen die deze beweging zowel ideeën leveren als er nieuwe ideeën uit opdoen. Als intellectuelen zich afzijdig houden van bewegingen en zich beperken tot de de eigen schrijftafel heeft dat gevolgen voor hun denken, alhoewel dit niet betekent dat intellectuelen altijd deel moeten nemen aan praktisch werk.</p>
<p><em>Is het wat dit betreft een voordeel dat de moderne arbeidersklasse over het algemeen beter opgeleid en meer ontwikkeld is dan vroeger?</em><br />
Men zou denken van wel. De huidige arbeidersklasse is vrouwelijker en etnisch meer gemengd dan vroeger en ook beter opgeleid dan vijftig of honderd jaar geleden. Van de andere kant zijn er mechanismen werkzaam die tegen dit meer ontwikkelde bewustzijn ingaan. Het is geen toeval dat de cultuurindustrie en de massamedia zo&#8217;n belangrijke thema&#8217;s zijn voor socialisten. Niet zelden zijn het huidige schoolsysteem of televisie verspreiders van afstomping. Scholieren leren nauwelijks waar ze bepaalde kennis voor kunnen gebruiken en het ontbreekt ze dan ook aan motivering. Men leert hoe een pc in elkaar zit maar leert men ook er praktisch gebruik van te maken in de school? De vrijetijds en media-industrieën richten zich grotendeels op het uitschakelen van het bewustzijn van de consument. Het enige wat telt is de zucht naar ontspanning en afleiding. De gemiddelde inwoners van Europa zijn zich ongetwijfeld meer bewust van de wereld om hen heen dan honderd jaar geleden, maar dit betekent niet automatisch dat ze ook sneller opkomen voor hun rechten en noden. Er zijn goede redenen om te hopen dat als er beweging is, mensen snel leren – maar dan moet er wel eerst sprake zijn sociale mobilisaties.</p>
<p><em>In het dagelijkse leven heerst tegenwoordig een vorm van cynisme die vroeger zo niet voorkwam. Het huidige heersende mensbeeld is pessimistisch, negatief, cynisch en legt zich neer bij de bestaande verhoudingen met het idee dat &#8216;mensen nu eenmaal zo zijn&#8217;. Interessant genoeg heeft Leo Kofler al in 1960 in zijn boek &#8216;Staat, Gesellschaft und Elite zwischen Humanismus und Nihilismus&#8217; over een dergelijk cynisme geschreven terwijl bijvoorbeeld de katholieke arbeidersbeweging van de jaren vijftig, alhoewel beïnvloed door burgerlijke opvattingen, toch bepaald niet cynisch was.</em><br />
Het klopt dat deze vorm van wijd verspreid cynisme een historisch nieuw verschijnsel is. Kofler heeft dat vroeg zien aankomen en het genoemde boek komt tegenwoordig meer overtuigend over dan toen het uitkwam, toen het door Kofler beschreven alledaagse cynisme slechts een relatief klein deel van de mensen betrof. Toentertijd werd Kofler genegeerd, hij gold als ouderwets. Nog in de jaren tachtig hoorde ik hoe Kofler&#8217;s kritiek op wat hij symptomen van decadentie als cynisme en nihilisme noemde, op postmoderne wijze als verouderd afgedaan werd. Maar het lijkt mij dat zijn ideeën meer dan ooit relevant zijn.</p>
<p><em>Christoph Jünke is historicus en publicist. Hij is voorzitter van het Leo Kofler genootschap (www.leo-kofler.de) en auteur van &#8216;Sozialistisches Strandgut. Leo Kofler – Leben und Werk (1907-1995)&#8217;, &#8216;Der lange Schatten des Stalinismus. Sozialismus und Demokratie gestern und heute&#8217;. Onlangs verscheen onder redactie van Uwe Jakomeit, Christoph Jünke en Andreas Zolper &#8216;Begegnungen mit Leo Kofler. Ein Lesebuch&#8217;, PapyRossa-Verlag.</em><br />
<em> De Duits-Oostenrijkse socioloog en filosoof Leo Kofler (1907-1995) was een opvallende vertegenwoordiger van naoorlogs Duits marxisme. Geboren in het Hongaarse-Oostenrijkse Oost Gallicië, opgegroeid in het &#8216;Rode Wenen&#8217; en tijdens de oorlog geïnterneerd in het neutrale Zwitserland trad Kofler in 1947 aan de Oost-Duitse universiteit van Halle aan. Kritisch over de bureaucratische verhoudingen vlucht hij eind jaren vijftig naar West-Duitsland. Als socialist zonder &#8216;thuis&#8217; en beïnvloed door denkers als Georg Lukács en Max Adler vormde hij een verbindingsschakel tussen de oude arbeidersbeweging en Nieuw Links.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/22/postmodern-cynisme-en-socialistisch-humanisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>George Clooney bewijst  zijn klasse</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/george-clooney-bewijst-zijn-klasse/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/george-clooney-bewijst-zijn-klasse/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:15:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Rob Lubbersen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Film]]></category>
		<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst & politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Media]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3034</guid>
		<description><![CDATA[De titel van de nieuwste film van George Clooney verwijst naar de dag dat Julius Caesar werd verraden en vermoord. Dat was op 15 maart (de iden van Martius) 44 jaar voor het jaar Nul in Rome. De film The Ides of March speelt heel erg in het heden in de Verenigde Staten. Maar net [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De titel van de nieuwste film van George Clooney verwijst naar de dag dat Julius Caesar werd verraden en vermoord. Dat was op 15 maart  (de iden van Martius) 44 jaar voor het jaar Nul in Rome. De film The Ides of March speelt heel erg in het heden in de Verenigde Staten. Maar net als toen staan het streven naar macht en het desnoods daarvoor verkopen van ziel en zaligheid centraal.</p>
<p><strong>Verkiezingscampagne </strong><br />
<a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/311.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/311.jpg" alt="" title="31" width="300" height="169" class="alignleft size-full wp-image-3038" /></a>De Amerikaanse gouverneur Morris (Clooney) wil de volgende presidentskandidaat worden voor de Democratische Partij. Hij heeft een behoorlijk progressief programma. Hij wil de rijken en hun banken aanpakken ten gunste van ‘de gewone man’. Hij wil meer rechten voor vrouwen, zwarten en homo’s. Morris staat te boek als een idealist en ontleent daaraan flink wat populariteit. Zijn kleurloze tegenstrever Pullman lijkt het loodje te gaan leggen. Morris dankt zijn succes mede aan de briljante, jonge campagnestrateeg Steve (Ryan Gosling). Maar er liggen gevaren op de loer. Morris is niet perfect. Er kleven Clintoniaanse vlekjes aan hem. En Steve is niet helemaal ongevoelig voor pogingen om hem te laten overlopen naar het kamp van Pullman. Als door achterkamertjesgedoe de winstkansen van Pullman toenemen én er in de persoonlijke verhoudingen iets faliekant mis gaat, dan is Steve als een ware Brutus bereid om zijn Caesar te verraden. Daarmee dreigen is echter voldoende om zijn positie te verbeteren: hij wordt campagneleider. Morris staat niet alleen dit toe, hij sluit tevens een verbond met een ultra-conservatieve partijgenoot die hem aan de benodigde stemmen kan helpen. Steve en Morris vallen beiden van hun voetstuk. In het vooruitzicht van de macht verleppen hun oorspronkelijke idealen. Hun eerste slachtoffer is een jonge vrouw&#8230;.</p>
<p><strong>Een oud idee</strong><br />
George Clooney acteert niet alleen in deze film, hij heeft hem ook geregisseerd. Hij heeft eerder behoorlijk kritische films gemaakt. Zoals het wat ingewikkelde Syriana, over Amerikaanse wandaden in de olie-oorlogen in het Midden Oosten. En zoals het prachtige Good Night, and Good Luck over het anti-communisme in de McCarthy-periode van de vijftiger jaren in de VS. Met The Ides of March heeft hij wederom zijn klasse bewezen door een boeiend en kritisch product te leveren. Opmerkelijk is dat het idee  voor deze film al vier jaar oud is. Maar toen wilde Clooney de kersverse president Obama niet in de wielen rijden. In het Algemeen Dagblad van 20 oktober 2011 verklaarde hij: ‘Toen hij in het Witte Huis belandde, ging er een golf van optimisme door het land. Dan is het niet gepast om een film te maken over de kwalijke praktijken in de politiek. Daarom hebben we even gewacht met deze film. Van dat optimisme is nu weinig over in Amerika. Daarom is het moment om dit verhaal te vertellen nu meer geschikt.’ De vraag is echter wat het effect nú is.</p>
<p><strong>Occupy!</strong><br />
In The Ides of March wordt ‘de politiek’ voorgesteld als een grote smeerboel. Vieze spelletjes. Mooie woorden en schone beloften blijken weinig waard. Tomeloze ambitie en machtswellust overheersen. Ze doen idealen, die aanvankelijk misschien oprecht waren, smelten als sneeuw voor de zon. </p>
<p><strong>Daar kun je drie kanten mee op.</strong><br />
Ongetwijfeld zullen veel mensen roepen: zie je wel! Politiek is één grote bende! Ze bekijken het maar, ik doe er niet aan mee! Ik ga wel gewoon lekker shoppen zolang het nog kan!<br />
Wellicht zullen sommige mensen een andere conclusie trekken, namelijk: oh, gaat dat zo? Nou, dan weet ik dat en beschouw ik dit als een nuttige les voor mijn eigen politieke carrière.<br />
Gelukkig zijn er inmiddels heel wat mensen die een andere gevolgtrekking maken. Die beseffen dat het zo niet verder kan en mag. Dat hebzucht, uitbuiting en machtsmisbruik bestreden moeten worden. Dat solidariteit en vrijheid het nastreven waard zijn. En voor hen kan The Ides of March bijdragen aan het besef van de urgentie van de noodzaak tot verandering. Naar een betere wereld. Occupy Wall Street! Occupy Washington DC! Everything!</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/george-clooney-bewijst-zijn-klasse/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De hongerige stad</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-hongerige-stad/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-hongerige-stad/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:14:11 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Patrick van Klink</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst & politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3029</guid>
		<description><![CDATA[Meer dan de helft van de mensheid woont in de stad. Steden voeden is nooit makkelijk geweest. Maar met het huidige onduurzame voedselsysteem komen we onvermijdelijk in de problemen. Tijd voor een alternatief. ‘We kunnen doorgaan met onze grondstoffen verspillen en reageren op voedselcrises wanneer die zich stellen, of we kunnen de wijze waarop onze [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Meer dan de helft van de mensheid woont in de stad. Steden voeden is nooit makkelijk geweest. Maar met het huidige onduurzame voedselsysteem komen we onvermijdelijk in de problemen. Tijd voor een alternatief. ‘We kunnen doorgaan met onze grondstoffen verspillen en reageren op voedselcrises wanneer die zich stellen, of we kunnen de wijze waarop onze voedselsystemen werken, fundamenteel veranderen’, zegt architecte Carlyn Steel in haar boek De Hongerige Stad</p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/30-HongerigeStad1.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/30-HongerigeStad1.jpg" alt="" title="30 HongerigeStad" width="300" height="415" class="alignleft size-full wp-image-3031" /></a>Architectuur en eten? Dat is niet zo gek. Elk stad is gevormd door de wijze waarop het voedsel voor de bewoners word aangevoerd. Het boek gaat ook over het ontstaan van de huidige keuken en de cultuur van thuis, in gezinsverband eten. Tegenwoordig genieten we van chef-koks op televisie met een kant-en-klaar maaltijd op de schoot. Vroeger was de gaarkeuken de norm. Steel laat zien hoe groot de invloed van eten is op het leven van stadsbewoners, ook al realiseren die zich dat niet en willen ze het vaak liever niet weten. Geen rommel, geen moestuin maar gladde gazon.<br />
Verstedelijking, kapitalisme, wereldpolitiek, peak oil, honger, klimaatverandering; Steel behandelt deze onderwerpen vanuit het produceren, aanleveren en consumeren van voedsel. Ze neemt de hele keten onder de loep tot en met het ontstaan van riolen en hun rol in de breuk tussen stad en platteland. </p>
<p><strong>Voedselkilometers.</strong><br />
Veel verrassende feiten komen naar boven. Voedselkilometers bijvoorbeeld bestaan al heel lang. Het oude Rome had best al haar voedsel uit Italië kunnen halen maar toch kwam het graan uit Noord-Afrika: het was goedkoper. Transport over zee kostte bijna niets vergeleken bij dat over land. Keizer Diocletianus vaardigde een decreet uit om de scheepvaart op de Middellandse Zee kunstmatig goedkoop te houden. Net zoals er vandaag de dag bij internationale decreet geen belasting wordt geheven op vliegtuigbrandstof.</p>
<p>De trein heeft gezorgd dat steden groter konden worden. Vers voedsel kon eerder van maximaal dertig kilometer ver komen: een dagreis met paard en wagen. Verse ‘spoormelk’ was een openbaring voor de Victoriaanse Londenaren. Vanaf toen ging het hard. In Chicago verrees in de negentiende eeuw een vleesverwerkende fabriek van tweeënhalve vierkante kilometer groot en met 75 duizend arbeiders. In die tijd ontstonden de huidige machtige voedselconcerns en problemen. Op de wijze waarop Londen, het kloppend hart van het nieuwe systeem, werd gevoed, baseerde Adam Smith zijn theorie van de markt. Steel laat zien dat Smith ook al in de gaten had dat als er veel meer steden als London zouden komen de praktijk weerbarstiger zou zijn dan de theorie.</p>
<p><strong>Wat te doen? </strong><br />
Steel heeft geen blauwdruk maar haar praktische oplossingen spreken aan. Als mensen bewuster zouden omgaan met hun voedsel, zou dat een begin zijn. De band met voedsel moet hersteld worden. Genieten van eten uit de buurt, seizoensgebonden en eenvoudig. We kunnen  kiezen om ethisch verantwoord te eten. Niet alleen voor de cacaoboer, maar ook voor de kleine boer om de hoek. We kunnen in volkstuin of op balkon voedsel verbouwen. Gezamenlijk eten en minder vlees en vis eten. Winkelen bij de buurtwinkel of op boerenmarkten. Transparantie in de voedselketen eisen en politiek en bedrijven aanspreken. De etiketten lezen en vaker koken, kinderen leren koken. Kortom, genieten van eten.</p>
<p>Het boek geeft argumenten genoeg. Goedkoop voedsel bestaat niet, zegt Steel. ‘De eis dat eten goedkoop moet zijn, leidt tot een vervuilend systeem in handen van een paar multinationals. Als mensen hun eten niet kunnen betalen, moeten we dat mogelijk gaan maken. Dan moeten we nadenken over een betere herverdeling van de welvaart. Het falen van ons voedselsysteem staat model voor het falen van de samenleving. Er moet meer humaniteit in.’ </p>
<p>Voedsel is noodzakelijk en daarom geschikt om ons te wijzen op wat er werkelijk toe doet. Steel is niet nostalgisch en wil niet terug naar de wereld van Ot en Sien. Ze zoekt naar oplossingen die een combinatie zijn van  moderne techniek met een nieuwe stedelijke ordening en nieuwe sociale structuren. Ze geeft een beschrijving van de Chinese ecostad Dongtan die op dit moment gebouwd wordt. Een stad met een vermenging van functies, in een gesloten kringloop. Stadslandbouw met woontorens die ook boerderij zijn: groente onder ledlampen in de kelder, draaiend op zonne-energie en rioolwater. Maar hoe mooi beschreven ook, als de (super-) markt zijn verwoestende werk blijft doen zoals elders in het boek wordt beschreven, blijft het utopie.</p>
<p>Ze vliegt bij het beschrijven van haar voorbeelden wel eens uit de bocht met een erg ideale voorstelling van de Nederlandse varkensflats, maar het boek is zeker een aanwinst naast boeken van Michael Pollan en Marion Nestlé. Je snapt weer waar het echt om gaat en krijgt zin om de wereld te veranderen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-hongerige-stad/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Luxemburg als alternatief voor Lenin?</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/luxemburg-als-alternatief-voor-lenin/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/luxemburg-als-alternatief-voor-lenin/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:13:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Peter Drucker</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Kunst & politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Literatuur]]></category>
		<category><![CDATA[Socialistische politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Theorievorming]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3025</guid>
		<description><![CDATA[De crisis en de opkomst van Occupy maken de vraag weer actueel: is er een alternatief voor het kapitalisme? En wat voor alternatief? Sinds bijna een eeuw dient de mislukking van de Russische revolutie als schrikbeeld, als bewijs dat een aanval op het kapitalisme alleen tot erger leidt. Had een revolutie anders en beter gekund [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De crisis en de opkomst van Occupy maken de vraag weer actueel: is er een alternatief voor het kapitalisme? En wat voor alternatief? Sinds bijna een eeuw dient de mislukking van de Russische revolutie als schrikbeeld, als bewijs dat een aanval op het kapitalisme alleen tot erger leidt. Had een revolutie anders en beter gekund in de geest van Rosa Luxemburg, de Poolse marxist die al in 1918 kritiek had op de antidemocratische koers van de bolsjewieken? Paul Levi, Luxemburgs advocaat, minnaar, en van 1919 tot 1921 opvolger aan de top van het Duitse communisme, bepleitte als eerste een luxemburgiaans alternatief voor het leninisme. </p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/28-lenin-Luxemburg-als-alternatief.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/28-lenin-Luxemburg-als-alternatief.jpg" alt="" title="28 lenin Luxemburg als alternatief" width="300" height="396" class="alignleft size-full wp-image-3026" /></a>Luxemburg komt in veel opzichten sympathieker over dan Lenin. Lenin bracht een groot deel van zijn leven door als balling; Luxemburg speelde vanaf 1898 een prominente rol in de Duitse socialistische beweging, de grootste van Europa. Dankzij haar vurige speeches belandde ze vaak in de  gevangenis. Ze werd als vrouwelijke leidster enorm bewonderd (en gehaat). Zonder een principiële pacifist te zijn, won zij veel sympathie met haar hartstochtelijke afkeer van geweld. Een democraat in hart en nieren, schreef ze dat haar partij ‘nooit de staatsmacht zal nemen als dat niet de heldere, ondubbelzinnige wil is van de grote meerderheid’. En terwijl Lenin stierf als premier van Sovjet-Rusland, stierf Luxemburg in 1919 als martelaar, bruut vermoord door rechts tuig.<br />
In 1931 deed Stalin Luxemburg in de ban. Maar in het begin wilde Duitse Communistische Partij, de KPD niet tussen Luxemburg en Lenin kiezen. Levi durfde als KPD-leider hardop te zeggen dat Luxemburg op sommige punten  tegen de bolsjewiekengelijk had. Toch werkte hij in die jaren hand in hand samen met Lenin, Trotsky en de Communistische Internationale (Comintern). </p>
<p>In twee jaar tijd bouwde Levi de KPD op van een klein, vervolgd clubje tot een massapartij van honderdduizenden. Makkelijk was dit niet. In the steps of Rosa Luxemburg, een bundel van Levi’s speeches en artikelen, laat zien hoe hard hij moest vechten tegen ultra-radicalen die de nieuwe Duitse republiek liever gisteren dan vandaag wilden omverwerpen, zonder hun handen vuil te maken aan verkiezingen of vakbondswerk. Tegen hen hamerde Levi op het belang van ‘de vereniging van de brede volksmassa’s’. Hij was een briljante tacticus, een vakman van revolutionaire politiek in een parlementaire democratie. Antikapitalisten in Europa kunnen vandaag de dag nog van hem leren. </p>
<p><strong>Tegen Lenin</strong><br />
Begin 1921 kwam het tot een breuk tussen Levi en de bolsjewieken. De eerste aanleiding was een verknoeide splitsing in Italië. Toen de meerderheid van het KPD-bestuur de kant van de Comintern koos tegen Levi, stapte deze op als voorzitter. De nieuwe leiding probeerde zich te bewijzen door meteen een opstand te organiseren, de Märzaktion. Het resultaat was een verpletterende nederlaag.<br />
Binnen de partij werd Levi’s mond gesnoerd. Hij publiceerde echter een kritische brochure: Unser Weg. Wider den Putschismus. Prompt werd hij geroyeerd. </p>
<p>Lenin en Trotsky stonden voor een dilemma. Met de inhoud van Levi’s kritiek waren ze het grotendeels eens. Maar Unser Weg kwetste hen met sarcastische opmerkingen over de Comintern. In juni 1921 verwierp het congres van de Comintern het hoger beroep van Levi tegen zijn royering. Toch schreef Lenin , ‘We moeten Levi niet verliezen’ en zinspeelde hij op een mogelijk terugkeer van Levi in de KPD als hij zich zou houden aan de partijdiscipline. Consequent was Lenin niet partij. In 1917 werden de bolsjewistische leiders Zinoviev en Kamenev niet geroyeerd, zelfs niet nadat ze de oktoberrevolutie bekritiseerden. In 1917 waren de bolsjewieken echter veel democratischer dan in 1921. </p>
<p><strong>In de SPD</strong><br />
Aan zich schikken dacht Levi niet. Toen in 1922 inzag hij niet terug kon naar de KPD, ging zijn stroming op in de Onafhankelijke Sociaaldemocratische Partij (USPD). Eind 1922 verzette Levi zich niet tegen de hereniging van de USPD met de reformistische SPD. Hijzelf bleef SPD-lid tot zijn dood in 1930. </p>
<p>In zijn inleiding van In the steps of Rosa Luxemburg stelt David Fernbach dat als Luxemburg nog in leven was geweest, ze ‘zeker meer weerstand had geboden tegen een terugkeer naar de SPD’. Dat is nogal zacht uitgedrukt. Luxemburg en Levi hadden veel felle uitspraken gedaan tegen de SPD-leiding: tegen hun gebrek aan strijdbaarheid, hun parlementarisme, hun steun voor de oorlog in 1914.<br />
Waarom ging Levi de dan wel de SPD weer in? Omdat Levi’s activiteiten in 1918-21 al redelijk bekend waren, is In the steps of Rosa Luxemburg vooral belangrijk voor het licht dat het werpt op Levi’s laatste jaren. Helaas wordt het raadsel niet volledig opgelost. Toch wordt duidelijk dat Levi geloofde dat Duits revolutionair links in 1921 zo erg was verslagen dat er vele jaren nodig zouden zijn voor er zich weer revolutionaire mogelijkheden zouden voordoen. De vraag is of dat een correcte inschatting was. </p>
<p>Voor een historicus als Pierre Broué lag de grootste gemiste kans van de Duitse revolutie niet in 1921 maar in 1923, toen Franse interventie, hyperinflatie en massawerkloosheid de republiek tot de rand van de afgrond brachten. Levi’s schriften over 1923 zijn onduidelijk. Op één moment schreef hij dat de crisis in 1923 ‘een enorme mazzel was geweest – voor echte communisten’. Op een ander moment hoe schandelijk het ‘illegale en ongrondwettelijke geweld’ was waarmee de landelijke regering de democratisch gekozen coalitie van linkse sociaaldemocraten en communisten in Saksen in oktober 1923 afzette. Levi merkte er niet bij op dat de Saksische sociaaldemocraten, door zich niet tegen hun afzetting te verzetten, het einde inluidden van de revolutionaire situatie.<br />
Levi’s houding tegenover de Weimar republiek was sowieso tegenstrijdig. Hij stelde dat hoewel de republiek niet die van de arbeiders was, ze haar wel moesten verdedigen tegen extreemrechts. Zijn waarschuwingen vanaf 1923 voor het Nazi-gevaar waren profetisch. Toch haalde hij twee zaken door elkaar: democratische vrijheden, die altijd verdedigd moeten worden, en de burgerlijke democratie als staatsvorm, die de echte democratie op allerlei manieren schendt.</p>
<p><strong>Blik op Rusland</strong><br />
Naast de KPD, schreef Levi vanaf 1922 ook de Russische revolutie af. Ook dat was een twijfelachtige conclusie. Vooral in 1921-22 was de houding van Lenin en Trotsky paradoxaal. In de jaren na de burgeroorlog schaften ze de laatste resten van sovjet-democratie af. Maar hun beleid in het geïsoleerde, achtergestelde Rusland was voor hen eerder uitzondering dan de regel. Ze bleven stellen dat het communisme in West-Europa alleen kon zegevieren als een beweging van de grote meerderheid die door strijd de basisdemocratie zou instellen. In de laatste maanden van Lenins leven zagen ze de gevaren van de bureaucratie in Rusland steeds meer in. Trotsky zou zich de rest van zijn leven tegen de dictatuur in Rusland verzetten. </p>
<p>Levi wilde niets met de ‘Linkse Oppositie’ van Trotsky te maken hebben – deels omdat hij een fout van Trotsky deelde. Voor Levi was het Nieuwe Economisch Beleid (NEP), dat vanaf 1921 meer ruimte bood aan kleine landeigenaars en kapitalisten, het bewijs dat Sovjet-Rusland een kleinburgerlijke dictatuur was geworden, waarin van de ‘proletarische dictatuur’ niets over was. Ook Trotsky zag in die jaren een terugkeer naar het kapitalisme, zo niet als voldongen feit, dan toch als het grootste gevaar voor de revolutie. Ze vergisten zich allebei: vanaf 1929 zegevierden geen kleinburgers – die werden massaal afgeslacht – maar Stalins bureaucratie. Een van de grootste drama’s van de jaren 1920 was dat anti-stalinistische marxisten elkaar in plaats van de echte vijand bevochten.<br />
Ondanks zijn vergissingen deed Levi veel om het democratische marxisme in leven te houden. Het is zonde dat het decennialang onmogelijk was om in zijn eigen woorden zijn verhaal te volgen. Nog steeds is bijna niets van hem in het Nederlands vertaald. Zelfs in het Duits is er niet veel te vinden. De nieuwe Engelstalige bundel is ook voor Nederlands links een aanwinst. Vertaler en samensteller David Fernbach heeft de stukken kundig gepresenteerd en trefzeker ingeleid. </p>
<p>Fernbach stelt overtuigend dat ‘een Luxemburgiaanse politiek van een meerderheidsrevolutie’ cruciaal is voor antikapitalistisch links. Ik zou zeggen dat wij ook nog steeds baat hebben bij bijdragen van de bolsjewieken. Maar de erfenis van Luxemburg en Levi, vooral hun intelligente toewijding aan de democratie, is voor ons van onschatbare waarde.</p>
<p><em>In the steps of Rosa Luxemburg. Selected writings of Paul Levi. Samengesteld en ingeleid door David Fernbach. Brill, 2011, €99,00 (een goedkopere paperback verschijnt waarschijnlijk in 2013 bij Haymarket).  Paul Levi. Zwischen Spartakus und Sozialdemokratie. Schriften, Aufsätze, Reden und Briefe. Samengesteld en ingeleid door Charlotte Beradt. Europäische Verlagsanstalt, 1969, tweedehands bij amazone.co.de voor €19,95.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/luxemburg-als-alternatief-voor-lenin/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Solidariteit en xenofobie in de vroege arbeidersbeweging</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/solidariteit-en-xenofobie-in-de-vroege-arbeidersbeweging/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/solidariteit-en-xenofobie-in-de-vroege-arbeidersbeweging/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:12:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Jan Willem Stutje</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeidersmacht, ondernemingsraden, democratie]]></category>
		<category><![CDATA[Geschiedenis van de arbeidersbeweging]]></category>
		<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Socialistische politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3019</guid>
		<description><![CDATA[Van de socialistische hymnen is De Internationale misschien wel het lied met de meest optimistische boodschap. De internationale belooft weldra ( ‘morgen’) te heersen op aard’. In het lied ging en gaat het om de vestiging van een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar hoe sterk ‘de slaafgeborenen’ in het verleden ook streden, ‘ de oude [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Van de socialistische hymnen is De Internationale misschien wel het lied met de meest optimistische boodschap. De internationale belooft weldra ( ‘morgen’) te heersen op aard’. In het lied ging en gaat het om de vestiging van een democratische en rechtvaardige samenleving. Maar hoe sterk ‘de slaafgeborenen’ in het verleden ook streden, ‘ de oude vormen en gedachten’ wisten zich steeds van de ergste aanvallen te herstellen.</p>
<p>Ook nu maakt de economie een diepe crisis door, maar een overtuigend socialistisch alternatief heeft zich nog niet aangediend. We zien de doodsklokken hangen, maar het is de vraag of we het touw in handen krijgen om ze te luiden. Welke rol kan het internationalisme daarbij spelen?</p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/26-Solidariteit-en-xenofobie-in-de.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/26-Solidariteit-en-xenofobie-in-de.jpg" alt="" title="26 Solidariteit  en xenofobie in de" width="300" height="267" class="alignleft size-full wp-image-3020" /></a>Het lijkt verstandig om eens een blik te werpen op het verleden, nu de middelen om het tij te keren, beperkt lijken. Zijn er ‘verloren’ tradities die wellicht als inspiratie kunnen dienen? Hoe zag het internationalisme eruit in de jaren 1880 en 1890 toen de Nederlandse arbeidersbeweging ook pas aan het begin van de strijd stond? Hoe hielp het internationalisme de vroege beweging zich te vormen? Maar ook, waarom wendde de beweging zich er vanaf? Waarom ging ze onder leiding van de ex-predikant Domela Nieuwenhuis ertoe over een revolutionaire politiek te voeren met nationalistische middelen?</p>
<p><strong>Solidariteit</strong><br />
Net als in zoveel andere landen was de Nederlandse arbeidersbeweging in de jaren 1870 en 1880 een bonte verzameling van culturen, organisaties, protesten en denkbeelden. De werkwijze van die vroege socialisten varieerde van de roep om algemeen stemrecht tot stakingen, van coöperatieve productie tot gezamenlijke inkoop, van spotliederen tot beleefd verzoek. </p>
<p>Al hadden plaatselijke en regionale tradities in de actiepatronen de overhand, toch beschikten de vroege socialisten bijna vanaf het begin over een wapen waarmee ze de beperkingen van hun repertoire trachtten te overstijgen. Ze deden vaak en met succes een beroep op de solidariteit, desnoods tot in het buitenland. Nu eens schoten buitenlandse kameraden met geld te hulp, zoals Antwerpse arbeiders de stakende Amsterdamse scheepstimmerlieden in 1869. Dan weer door politieke steun te geven, zoals tijdens de manifestatie in Amsterdam ter ere van de Commune van Parijs in mei 1872.  De reden van die solidariteit kon een direct of indirect economisch eigenbelang zijn: samen sta je sterk. Of kwam voort uit een ethische overweging volgens welke de uitbuiting van lotgenoten elders strijdig werd geacht met  tradities van fatsoen en rechtvaardigheid.</p>
<p>Het internationalisme, zeker dat van onderop, was dus van meet af aan een krachtig en veelvormig fenomeen. Maar waar het institutioneel ondemocratisch en zwak verankerd was, kon het soms weinig consistent en tegenstrijdig zijn. Dat bleek, zoals we zullen zien, uit het conflict tussen dezelfde Ferdinand Domela Nieuwenhuis de Socialistische Internationale dat er in 1894 mede toe leidde dat partijgenoten als Pieter Jelles Troelstra en de SDB de rug toekeerden en de SDAP oprichtten. Het riep bij Domela Nieuwenhuis nationalistische reflexen op.</p>
<p><strong>Socialisme als zelfbevrijding</strong><br />
De SDB, gesticht in 1881, liet zich van meet af aan internationaal inspireren. Ze gebruikte het programma dat de Duitse sociaaldemocraten in 1875 in Gotha hadden aangenomen en liet zich door internationale contacten inspireren tot de keuze voor een socialisme van onderop.  In mei 1880 bezocht Domela Zürich waar hij kennis maakte met toonaangevende Duitse socialisten. Het was een publiek geheim dat Marx en Engels wantrouwen koesterden tegen de invloed van gematigde, hervormingsgezinde figuren als de schatrijke Karl Höchberg en de theoreticus Eduard Bernstein deze het gemunt hadden op wat ze de ‘zonden van de partij’ noemden: het gebrek aan stijl en de openlijke minachting voor de voorname klasse, de bourgeoisie waarvan volgens hen verlichte elementen een rol konden spelen in de emancipatie van de arbeidersklasse. Marx en Engels klaagden dat het tweetal de arbeidersklasse kennelijk niet in staat achtte zichzelf te bevrijden. </p>
<p>Nederland was weliswaar niet het ideologische geweten van het socialisme, toch moest ook Domela zich de kritiek aantrekken. Net als Höchberg en Bernstein stond hij een partij voor waarin revolutionairen en reformisten elkaar de hand reikten. Domela  richtte zich met het blad ‘Recht voor Allen’ vooral op liberalen, die het als hun opdracht zagen de  massa van boven af te verheffen.<br />
Het debat in Zürich liet Domela niet onberoerd. Terug in Nederland zette hij zich aan het ontwerpen van een nieuwe formule voor ‘Recht voor Allen’. Hij veranderde de krant van een links liberaal blad in een arbeidersblad waarin het proletariaat voortaan centraal stond. Het blad werd populairder en een stuk goedkoper. De nieuwe opzet illustreerde dat Domela zich Marx’ ‘Schlachtruf’ over de zelfbevrijding van de arbeidersklasse tot de zijne had gemaakt.</p>
<p><strong>Socialisme-van-onderop versus socialisme-van-bovenaf</strong><br />
Domela stond aan het hoofd van een beweging die niet meer alleen uit traditionele groepen zoals handwerkslieden en geschoolde arbeiders bestond maar die was doorgebroken naar nieuwe lagen, zoals die van de ongeschoolde fabrieksarbeiders, werklozen en naar de land- en veenarbeiders. Zolang de beweging losjes georganiseerd bleef, zonder veel discipline en formele regels, was de dynamiek het grootste. </p>
<p>De SDB was een hybride formatie, die naast revolutionaire- en hervormingsgezinde socialisten, libertaire socialisten en coöperatieven, ook verdedigers van lokale en provinciale vormen van socialisme verenigde. Het conflict tussen Domela en Troelstra was meer dan een kwestie van persoonlijke aard of zomaar een verschil van tactisch inzicht. De strijd raakte het wezen van de socialistische politiek, waarbij Troelstra beheerst werd door de idee van een ‘socialisme-van-bovenaf’, waartoe de verovering van de macht in de staat een eerste stap was; en Domela door het aan zijn religieuze achtergrond en aan Karl Marx ontleende idee van proletarische zelfemancipatie. Het lijkt een paradox dat Domela juist in het verdedigen van dit socialisme-van-onderop afstand nam van het internationalisme, aanvankelijk een van zijn inspiraties en een pijler onder zijn succes.</p>
<p><strong>Nationaal internationalisme</strong><br />
Dit afscheid van het internationalisme had alles te maken met de overheersende positie van de Duitse SPD in de Socialistische Internationale die vanaf 1889, honderd jaar na de bestorming van de Bastille, regelmatig bijeenkwam. De Duitsers eisten dat in de Internationale voorrang werd gegeven aan sociale- en arbeidswetgeving, een tactiek die vooral het machtige Duitse industrieproletariaat ten goede kwam, en veel minder een zwak ontwikkeld proletariaat als dat van Nederland. Domela koesterde een diepe weerzin tegen het parlement en tegen de staat. Hij achtte arbeidswetgeving zinloos zolang het kapitalisme een feit bleef. </p>
<p>Troelstra was pas kort in de beweging, maar schoot als een komeet omhoog. Zijn inspanningen waren erop gericht om de SDB, en na 1894 de SDAP, tot een moderne, parlementaire, hervormingsgezinde partij te maken. Voor zo’n partij speelde het proletariaat slechts de rol van passieve kiezer, niet die van een zelfstandig figuur dat naar de eigen bevrijding zocht. Troelstra rekende tot het proletariaat alleen de geschoolde loonarbeiders. Dagloners, werklozen, zieken, dieven, hoeren en schooiers, al wat maatschappelijk onderaan bungelde, het lompenproletariaat in de terminologie van Marx, viel er voor hem buiten. Want, aldus Troelstra, alleen de loonarbeider kon zich van zijn klassenbelang bewust worden. Alleen de loonarbeider was tot het inzicht in staat dat de maatschappij zich ontwikkelde volgens bepaalde wetten en dat de sociale kwestie om een rationele oplossing vroeg. Het socialisme was in Troelstra’s voorstelling een onpartijdige wetenschap; geen proletarische zelfbevrijding maar de activiteit van verlichte denkers en beroepspolitici.</p>
<p>Domela kon daar niet mee uit de voeten. Hij bezag het proletariaat vanuit een omvattender en moreler gezichtspunt. Hij rekende er alle verdrukten toe, inclusief de ongepolijste lawaaimakers en schipbreukelingen. Domela loofde hun onbevangenheid en authenticiteit, hun oncontroleerbare opstandigheid waaraan Troelstra en de zijnen een broertje dood hadden. Zelfs de loonarbeider had volgens de Friese advocaat een strakke, leidende hand nodig. Want, zoals hij in een bui van openhartigheid zei, ‘de stumperds missen nou eenmaal het verstand om over de grote vragen te oordelen.’<br />
Achter het conflict over wel of geen deelname aan parlementaire arbeid school dus een ernstig verschil van inzicht in de aard en de historische rol van de arbeidersklasse. Konden de lagere klassen wel of geen zelfstandige rol spelen? Zo niet, dan was het proletariaat gedoemd de gevangene van de maatschappelijke hiërarchie te blijven en werd socialistische politiek een zaak van heren. Domela vond dat onverdraaglijk. </p>
<p><strong>Germanofobie en antisemitisme</strong><br />
Om het project van de revolutie te redden, liet Domela geen middel onbeproefd om de leden tegen de lokroep van het nationale en internationale reformisme te mobiliseren. Hij schroomde niet om zich van anti-Joodse en van nationalistische anti-Duitse sentimenten te bedienen. Bij de socialisten drüben trokken ‘heren met pelsjassen’, ‘bankiers, meerendeels joden’ aan de touwtjes. Domela’s schimpscheuten op de vermogende SPD bestuurder Paul Singer, vriend van Bebel en Liebknecht, bleven niet onopgemerkt. Volgens een tijdgenoot leken ze verdacht veel op die van de beruchte antisemiet Adolf Stöcker, prediker aan het Pruisische hof.</p>
<p>Domela bestempelde het reformisme als het ware tot een Duitse ziekte. In de anti-Joodse campagne tegen de leiding van de SPD mengde hij het klassieke, op etniciteit gebaseerde vooroordeel, dat Duitsers een speciale voorliefde hadden voor tucht, gezag en conservatisme met als keerzijde een gebrek aan vrijheidsliefde en revolutionair elan. Die racistische stereotypen dienden hem vooral om in het conflict met Liebknecht en zijn ‘knecht’ Troelstra de eenheid rond zijn persoon te waarborgen. De uiterst xenofobe toon sprak aan in een tijd dat nationale bewegingen toch al de wind in de rug hadden. </p>
<p>Domela kende maar twee vormen van socialisme, die werelden van verschil vertegenwoordigden: een Franse die altijd levenslustig, vurig, vermetel en idealistisch was, en een Duitse, dogmatisch, materialistisch, en gedisciplineerd. In een poging zijn beweging te redden van corruptie door parlementarisme en hoge heren nam Domela zijn toevlucht tot een xenofobie die onverenigbaar was met de idealen van de Internationale en die met zelfs de geringste notie van menselijke emancipatie niets van doen had.</p>
<p><em>Jan Willem Stutje is schrijver van de biografieën van CPN-kopstuk Paul de Groot en de marxistische denker Ernest Mandel. In maart 2012 komt bij uitgeverij Atlas zijn biografie uit van Domela Nieuwenhuis (J.W. Stutje, Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Een romantische revolutionair, Amsterdam/Antwerpen 2012).</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/solidariteit-en-xenofobie-in-de-vroege-arbeidersbeweging/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Syrische opstand en het gevaar van interventie</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:11:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Gilbert Achcar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Interventiemachten]]></category>
		<category><![CDATA[Libië]]></category>
		<category><![CDATA[Syrië]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3013</guid>
		<description><![CDATA[In oktober woonde ik in Zweden een bijeenkomst bij van de Syrische oppositie met onder andere leden van de belangrijkste groepering, de Syrische Nationale Raad. Dit artikel is gebaseerd op mijn voordracht over een eventuele buitenlandse interventie in Syrië. Ik begon met te benadrukken dat de Syrische oppositie een duidelijke stelling moet innemen over de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In oktober woonde ik in Zweden een bijeenkomst bij van de Syrische oppositie met onder andere leden van de belangrijkste groepering, de Syrische Nationale Raad. Dit artikel is gebaseerd op mijn voordracht over een eventuele buitenlandse interventie in Syrië.</p>
<p>Ik begon met te benadrukken dat de Syrische oppositie een duidelijke stelling moet innemen over de kwestie van interventie. Nu zijn het Westen en de buurlanden van Syrië nog terughoudend maar dit kan snel veranderen als de Syrische oppositie meer en meer om interventie vraagt.</p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/24-De-Syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie1.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/24-De-Syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie1.jpg" alt="" title="24 De Syrische opstand en het gevaar van interventie" width="300" height="141" class="alignleft size-full wp-image-3015" /></a>Het was het verzoek van de Libische Nationale Raad begin maart om internationale militaire interventie dat leidde tot vergelijkbare verzoeken van de Arabische Liga en de resolutie van de VN Veiligheidsraad. In de discussie over buitenlands ingrijpen in Libië toonde ik begrip voor die de Libische rebellen zich gedwongen zagen om buitenlandse steun te vragen teneinde een verovering van hun bolwerken door de troepen van Gadaffi, en daarmee een bloedbad, af te wenden. Alle schuld voor het creëren van de situatie waarin buitenlandse mogendheden intervenieerden lag op de schouders van Gadaffi, maar tegelijkertijd had de buitenlandse militaire interventie een hoge prijs.</p>
<p>De onmiddellijke politieke prijs was dat de interventie Gadaffi in staat stelde zich te presenteren als de vertegenwoordiger van nationale soevereiniteit en de rebellen als agenten van westers imperialisme. Een beperkt deel van de Libische samenleving liet zich hierdoor overtuigen.</p>
<p>Een hogere politieke prijs was dat de buitenlandse mogendheden poogden om beslissingen te nemen voor de Libische rebellen. Deze mogendheden deden veel meer dan het stoppen van de aanvallen door Gadaffi’s troepen, ze vernietigden de Libische luchtmacht en een groot deel van de Libische infrastructuur. Westerse mogendheden weigerden de rebellen te voorzien van de wapens die zij nodig hadden om op eigen kracht hun land te bevrijden. Slechts tegen het eind leverden Qatar en Frankrijk wapens die hielpen de militaire patstelling te doorbreken. </p>
<p>De westerse mogendheden wilden een belangrijke rol spelen in de strijd tegen Gadaffi zodat zij de ontwikkelingen aan konden sturen. Ze probeerden een routekaart op te stellen voor de ontwikkeling van Libië na Gadaffi en onderhandelden achter de rug van de Libische Nationale Raad om met de familie van Gadaffi. Vóór de val van Tripoli werd het lot van Libië meer besloten in Washington, London, Parijs en Doha dan in het land zelf. De chaos in Libië werd vergroot door buitenlandse inmenging.</p>
<p>Toch is de overheersende indruk dat buitenlandse interventie het verpletteren van de Libische opstand voorkwam. Was de opstand verslagen, dan was het revolutionaire proces in de Arabische regio ten einde gekomen. Interventie stelde de Libische rebellen in staat hun land te bevrijden van een brute dictatuur tegen een veel lagere prijs dan Irak moest betalen voor een buitenlandse invasie.  Terwijl het voorbeeld van Irak veel Syriërs afschrikt, willen steeds meer van hen het Libische voorbeeld volgen – steeds vaker wordt tijdens demonstraties in Syrië opgeroepen tot het afdwingen van een ‘no-fly zone’.</p>
<p><strong>Tegen een interventie</strong><br />
Het zou echter een grote vergissing zijn om te denken dat het Libische scenario herhaald kan worden in Syrië. De kosten van een buitenlandse militaire interventie zouden er zeer hoog zijn. Libië is een land van stedelijke centra, verdeeld over een woestijnachtig terrein. In zo’n gebied is een luchtmacht essentieel en het regime gebruikte vliegtuigen in zijn contrarevolutionaire offensief. Buitenlandse gevechtsvliegtuigen waren relatief effectief in het afslaan van dit offensief. Maar Syrië is veel dichter bevolkt en de bevolking is er veel meer verdeeld in voor- en tegenstanders van de regering. Een no-fly zone over Syrië zou slechts van beperkt belang zijn en een luchtoorlog tegen het regime, zoals in Libië, zou verwoestend zijn. Het Syrische leger is veel sterker dan dat van Libië en de gevechten zouden massaler zijn. Bovendien staat de regering van Assad niet zo geïsoleerd als die van Gadaffi. Een militaire interventie zou de hele regio in beroering brengen.</p>
<p>De kracht van de Syrische opstand is de wijde verspreiding ervan en dat de rebellen ervan af hebben gezien wapens te gebruiken. Als zij dat niet hadden gedaan, zou de beweging veel minder momentum gehad hebben en zou het voor de regering makkelijker zijn geweest de opstand de kop in te drukken. De Syrische oppositie organiseert demonstraties in de avond of ze maken gebruik van het feit dat de regering moeilijk kan ingrijpen in moskeeën door daar te verzamelen op vrijdagen, een officiële vrije dag. Geconfronteerd met een militaire overmacht is dit de juiste methode. </p>
<p>In tegenstelling tot het regime van Gadaffi, dat al jaren geleden op gebieden als economie en inlichtingen begon samen te werken met verschillende westerse staten, is dat van Syrië in de ogen van de VS nog steeds een hindernis voor hun belangen in de regio. Syrië is een bondgenoot van Iran en Hezbollah en steunt verschillende Palestijnse groeperingen die tegenstander zijn van de door de VS gewenste overgave aan Israël. Dit betekent niet in het minst dat we de roep om democratie en mensenrechten in Iran of Syrië moeten negeren – maar deze eis moet gepaard gaan met het afwijzen van militaire interventie.</p>
<p>Een van de belangrijkste doelen van de Syrische opstand moet het overhalen van het leger naar de kant van rebellen zijn. Een verzoek om buitenlandse interventie zou het regime meer ammunitie geven om de oppositie weg te zetten als buitenlandse agenten. Een deel van het Syrische grondgebied wordt met westerse steun bezet gehouden door Israël. Indien Westerse mogendheden zouden interveniëren, dan zouden zij er zeker naar streven Syrië langdurig te verzwakken, net zoals gebeurde met Irak.</p>
<p><strong>De rol van het leger</strong><br />
Het is nuttig om te kijken naar de verschillen met Libië en Egypte. In Egypte was en is het leger de ruggengraat van het regime. Moebaraks macht was afhankelijk van het leger, maar hij was er niet ‘eigenaar’ van. Vandaar dat de volksopstand probeerde het leger neutraal te houden en de dictator te verjagen. Deze strategie was succesvol maar leidde ook tot illusies in het idee van een leger dat de belangen van het volk kan dienen, in plaats van dat de bevolking en gewone soldaten ervan bewust werden gemaakt dat de bevelhebbers hun macht en privileges zullen proberen te beschermen. De Egyptische revolutie is incompleet: er is misschien nog wel meer hetzelfde gebleven dan dat er veranderd is.</p>
<p>In Libië had Gadaffi het leger ontbonden en geherstructureerd langs tribale, familie en financiële lijnen die het direct aan zijn persoon bonden. Dit maakte het onmogelijk om op de neutraliteit van het leger, laat staan op steun ervan, te hopen. Het was onmogelijk om zonder wapens het regime ten val te brengen. Aangezien het regime militair de bovenhand had, was inmenging ook een derde partij nodig. De veranderingen in Libië gaan veel dieper dan in Egypte omdat de instituten van Gadaffi’s regime zijn geïmplodeerd. Libië vandaag de dag is een land zonder staat, zonder een geweldsmonopolie en niemand weet hoe een toekomstige Libische staat eruit zal zien.</p>
<p>Syrië staat tussen het Libische en het Egyptische scenario in. Het regime is omringd door elitetroepen die aan de machthebbers gebonden zijn door religieuze, familie en cliëntelistische banden. Om het regime ten val te brengen moeten deze verslagen worden. Maar Syrië heeft ook een regulier leger gevormd door dienstplichtigen, soldaten en lagere officieren uit alle lagen van de bevolking. Een van de eerste prioriteiten voor de Syrische opstand moet het overhalen naar de kant van de revolutie van de manschappen van het leger zijn.</p>
<p>Een buitenlandse interventie zou soldaten echter overtuigen van het gelijk van het regime dat al vanaf het begin de opstand tot een ‘buitenlandse samenzwering’ bestempelt. Als de Syrische opstand een meer strategisch denkende leiding had gehad – en hier zien we een van de beperkingen van ‘facebook revoluties’ – dan zouden de rebellen netwerken in het leger ontwikkeld hebben om grootschalige desertie aan te moedigen. Bij gebrek aan leiding en strategie, deserteren nu steeds meer soldaten en officieren op eigen initiatief, maar steeds in kleine aantallen. De oppositie weet niet om te gaan met deze deserties: enkele oppositieleiders beschuldigen de deserteurs ervan de opstand een gewapende vorm aan te laten willen nemen terwijl andere hen juist met open armen ontvangen maar oproepen hun wapens niet op het regime te richten.   </p>
<p>Het overhalen van de Syrische soldaten naar de kant van de opstand staat niet in tegenstelling tot de volksmobilisaties en het geweldloze karakter ervan. Het geweldloze karakter van de demonstraties geeft momentum aan de beweging, stelt grote aantallen mensen in staat deel te nemen en moedigt zo soldaten aan om in verzet te komen tegen het regime. De grote uitdaging is het combineren van massamobilisaties met de uitbreiding van de rebellie in het leger en de gewapende confrontaties die nodig zijn om het regime ten val te brengen. De enige andere optie is dat enkele hoge officieren breken met de heersende familie en deze dwingen te vluchten maar dit zou tot een situatie vergelijkbaar met die in Egypte leiden: het topje van de piramide valt maar de structuur blijft intact. </p>
<p>Het verzoek van sommige oppositieleiders om een no-fly zone boven Syrië bewijst eens te meer hun gebrek aan strategisch inzicht. Buitenlands ingrijpen zou tot een catastrofe kunnen leiden voor de regio en voor Syrië en moet afgewezen worden door alle voorstanders van democratie en vrijheid voor de Syriërs.</p>
<p>Dit is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in de Engelse uitgave van Al Akhbar.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Egyptische revolutie is terug</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-egyptische-revolutie-is-terug-2/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-egyptische-revolutie-is-terug-2/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:10:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Lee Sustar</dc:creator>
				<category><![CDATA[acties]]></category>
		<category><![CDATA[Egypte]]></category>
		<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Media]]></category>
		<category><![CDATA[Socialistische politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3009</guid>
		<description><![CDATA[De afgelopen weken kende Egypte opnieuw massale protesten, nu tegen het leger dat na de val van Hosni Moebarak de belangrijkste machtsfactor in het land werd. Na heftige botsingen waarbij het leger omstreeks 40 demonstranten doodde, hebben de militaire machthebbers enige concessies gedaan. Maar is dit genoeg? De protesten dwongen maarschalk Mohamed Hussein Tantawi, de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>De afgelopen weken kende Egypte opnieuw massale protesten, nu tegen het leger dat na de val van Hosni Moebarak de belangrijkste machtsfactor in het land werd. Na heftige botsingen waarbij het leger omstreeks 40 demonstranten doodde, hebben de militaire machthebbers enige concessies gedaan. Maar is dit genoeg?</p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/22-De-Egyptische-revolutie-is-terug.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/22-De-Egyptische-revolutie-is-terug.jpg" alt="" title="22 De Egyptische revolutie is terug" width="300" height="201" class="alignleft size-full wp-image-3010" /></a>De protesten dwongen maarschalk Mohamed Hussein Tantawi, de facto hoofd van de Egyptische regering, om te beloven in juli de macht over te dragen aan een gekozen, civiele president, ongeveer zes maanden eerder dan oorspronkelijk gepland. Een andere toezegging aan de eisen van de demonstranten was dat voormalige leden van Moebaraks partij vijf jaar lang niet deel mogen nemen aan de politiek. En op 21 november trad de civiele regering van premier Essam Sharaf af onder druk van de protesten. Tantawi volhardt echter in zijn eis dat het leger onder de nieuwe grondwet controle krijgt over zijn eigen begroting wat, gezien de grote politieke en economische macht van het Egyptische leger, de militairen een doorslaggevende stem zal geven in de politiek.</p>
<p>Lee Sustar van de Amerikaanse International Socialist Organisation, sprak met Mostafa Omar, journalist en lid van de Egyptische ‘Revolutionaire Socialisten’. </p>
<p>‘De directe aanleiding voor de protesten was de gewelddadige manier waarop de politie een eind maakte aan een protest om een versnelde machtsoverdracht aan een burgerregering te eisen. Duizenden mensen reageerden en de volgende dag werd de politie verjaagd van het Tahrir-plein. De laatste weken waren protesten tegen het militaire bewind langzaam gegroeid en kregen activisten en familieleden van mensen die waren opgepakt door het leger meer zelfvertrouwen om het tegen de politie en het leger op te nemen.<br />
De regering en de militaire machthebbers hebben volledig gefaald in het doorvoeren van economische en sociale hervormingen om de levensomstandigheden van de bevolking te verbeteren. Ze braken hun belofte om het minimumloon te verhogen en voerden geen controle in op de prijzen van dagelijks benodigdheden. In plaats daarvan werd gebruik gemaakt van dezelfde repressieve methodes als onder Moebarak, tegen demonstranten, stakers et cetera. Allerlei oude machthebbers waren zich aan het voorbereiden op een nieuwe politieke rol, in samenwerking met het leger.’</p>
<p><em>Hoe reageerde de bevolking hierop?</em><br />
‘Een meerderheid van de huidige demonstranten steunde waarschijnlijk het leger nog in februari en hoopte toen dat het de kant van het volk zou kiezen en het regime van Moebarak zou ontmantelen. Na negen maanden van teleurstellingen is dat veranderd, veel jongeren hebben hun vertrouwen in het leger verloren. Daarnaast leek het erop dat de liberale en islamistische partijen probeerden samen te werken met het leger en overblijfselen van Moebaraks regime om onderling de macht te verdelen.’ </p>
<p><em>Wat is de houding van de islamistische partijen ten opzichte van de regering en leger? En ten opzichte van de protesten?</em><br />
‘Islamistische groeperingen hebben het leger gesteund en in feite beloofd het leger en het opperbevel niet te bekritiseren. De Moslimbroeders in het bijzonder hebben geprobeerd protesten af te remmen en stakingen te breken, zij staan volledig achter het militaire opperbevel.</p>
<p>Maar toen het leger aankondigde dat zij het opstellen van de nieuwe grondwet zouden controleren, een veto zou krijgen over alle wetgeving met betrekking tot het leger en haar begroting geheim zou blijven ontvlamde een hevig debat en groeide er een kloof tussen het leger en de islamisten. De islamisten waren bang dat het leger het onmogelijk zou maken om in de grondwet clausules gebaseerd op de islamitische jurisprudentie, de sharia, op te nemen en daarom eisten zij een civiele regering. </p>
<p>De woede onder de bevolking over de rol van het leger en de leiders van de islamistische beweging is gegroeid. Binnen enkele dagen ontwikkelde er zich een nieuwe massabeweging, een die een wig drijft tussen de duizenden jonge sympathisanten van de Moslom Broeders en de leiding van die beweging: veel van deze jongeren hebben zich tegen de orders van hun leiders in aangesloten bij de beweging. De beweging omvat liberalen, socialisten, islamisten en mensen zonder band met een organisatie. Veel leden van islamistische groepen met wortels in de armere lagen van de bevolking en de arbeidersklasse voelen zich verplicht de mensen op het Tahrir-plein te beschermen. Op 22 november ging misschien wel een miljoen mensen de straat op en verspreid in het land nog eens tienduizenden en dit minder dan twee dagen na de oproep tot protest.’</p>
<p><em>Welke rol speelt de Verenigde Staten in de huidige crisis?</em><br />
‘Amerikaanse officials zeggen continue in onderhandelingen met de Moslim Broeders verwikkeld te zijn. Zij zeggen voorbereidingen te treffen voor een regeringscoalitie van de Moslim Broeders, voormalige leden van Moebarak’s partij (de Nationaal Democratische Partij, NDP) en sommige liberalen. De verkiezingen hadden blijkbaar als doel een parlement te vormen dat vrijwel identiek zou zijn met het laatste parlement onder Moebarak. De VS en het leger dachten aanvankelijk erin geslaagd te zijn de situatie te stabiliseren en de nieuwe protesten met geweld te kunnen onderdrukken. Ze hadden de woede en de vastberadenheid van de mensen onderschat.</p>
<p>De machtsverhoudingen in het land zijn nu veranderd – in twee dagen won de beweging een eis die negen maanden lang genegeerd was: een verbod van vijf jaar om een zetel in het parlement te bekleden voor voormalige leden van de NDP &#8211; ook al zijn veel van hen kandidaat in de komende verkiezingen. En het leger heeft toegezegd onderzoek naar misdaden van de militaire politie toe te vertrouwen aan de civiele autoriteiten, een belangrijke eis sinds de militaire politie op negen oktober een bloedbad onder Koptische christenen aanrichtte.’ </p>
<p><em>Hoe hebben de demonstranten, ondanks het politiegeweld, het Tahrir-plein kunnen bezetten?</em><br />
‘In de straten rondom het Tahrir-plein is dagenlang gevochten. De straten zijn een slagveld, de politie heeft een eindloze reeks traangasgranaten afgevuurd op de demonstranten, traangas geleverd door de VS, en ze gebruiken rubber kogels. Maar ze gingen verder dan gebruikelijk met hun geweld, na de eerste aanval kwamen ze terug vergezeld door de militaire politie en toen gebruikten ze ook scherpe ammunitie. Er waren duidelijk orders gegeven om dodelijk geweld te gebruiken, dokters hebben bevestigd dat verwondingen van demonstranten in de nek en het hoofd waren geconcentreerd. De politie gooide de lichamen van de doden op een hoop en sloegen mensen dood met hun knuppels. Mensen vertellen dat ze erger geweld gezien hebben dan in de tijd van Moebarak. Dit schokte mensen die hoopten dat na Moebarak het ergste voorbij was.’ </p>
<p><em>Uit welke sociale lagen komen de demonstraten op het Tahrir -plein?</em><br />
‘Het beeld is vergelijkbaar met dat in januari en februari maar er zijn relatief minder mensen uit de middenklasse en meer arbeiders op het plein. De meeste mensen die door de politie gedood werden waren arme jongeren uit de sloppenwijken. Veel van hen hebben na jaren van armoede en geweld nog maar weinig hoop voor de toekomst. Als de beweging voortduurt, zullen meer en meer jonge sympathisanten van de Moslim Broeders en fundamentalistische groepen zich aansluiten. De meeste dokters die gewonden demonstranten behandelen zijn sympathisanten van Moslim Broeders die op eigen initiatief en gedreven door hun geweten handelen.</p>
<p>Er zijn geen grootschalige stakingen maar er vinden voortdurend kleinere stakingen plaats. Mensen hebben nu meer zelfvertrouwen om het tegen het leger op te nemen. Het aantal onafhankelijke vakbonden is gegroeid van ongeveer 90 in de vroege zomer tot 250. Maar er is geen landelijke politieke organisatie van arbeiders.’</p>
<p><em>Wat kunnen we nu verwachten? </em><br />
‘De afgelopen vijf maanden was de revolutionaire beweging in een neergang maar de situatie is plotseling veranderd. De strijd gaat nog steeds door maar het is een grote overwinning dat Essam Sharaf moest aftreden. Sharaf beloofde de ‘premier van het Tahrir-plein te zijn’ maar in plaats daarvan bracht hij voormalige NDP-leden terug aan de macht in een groot aantal sleutelposities. De beweging eist nu een eenheidsregering zonder NDP-leden en er zijn onderhandelingen over een coalitie van islamisten, liberalen en misschien zelfs socialisten. Mensen verwoorden het zo; ‘in maart brachten we de regering van Sharaf aan de macht met een blanco volmacht en zij hebben de revolutie verkocht, nu zullen we hen aansprakelijk houden’. Dit gaat veel dieper dan een demonstratie tegen het militaire opperbevel, het politieke bewustzijn van mensen is nu veel groter’.</p>
<p>Dit interview vond plaats op 22 november en verscheen eerder op de site van de ISO; <a href="http://www.socialistworker.org" target="_blank">socialistworker.org</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-egyptische-revolutie-is-terug-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Op weg naar een Europese dictatuur</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/op-weg-naar-een-europese-dictatuur/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/op-weg-naar-een-europese-dictatuur/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:08:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Bos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Economie]]></category>
		<category><![CDATA[Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Politieke partijen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3005</guid>
		<description><![CDATA[Onder het mom van het bestrijden van de (euro-) crisis worden er in de Europese Unie steeds meer stappen gezet in de richting van een autoritair Europees regime. Een regime waarin de rol van gekozen parlementaire organen naar de achtergrond wordt gedrongen en niet gekozen &#8211; en nauwelijks of niet democratisch gecontroleerde &#8211; organen of [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Onder het mom van het bestrijden van de (euro-) crisis worden er in de Europese Unie steeds meer stappen gezet in de richting van een autoritair Europees regime. Een regime waarin de rol van gekozen parlementaire organen naar de achtergrond wordt gedrongen en niet gekozen &#8211; en nauwelijks of niet democratisch gecontroleerde &#8211; organen of functionarissen de dienst uit maken. </p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/16-Op-weg-naar-een-Europese-dictatuur.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/16-Op-weg-naar-een-Europese-dictatuur.jpg" alt="" title="16 Op weg naar een Europese dictatuur" width="300" height="197" class="alignleft size-full wp-image-3006" /></a>De reacties op de gedachte van premier Papandreu om het Europese bezuinigingsplan voor Griekenland aan een referendum te onderwerpen was typerend. Het idee om de Grieken zelf te laten beslissen over de ‘oplossing’ van de economische problemen in hun land kwam de Griekse premier op de hoon van heel Europa te staan. Het was nu even tijd voor daden, niet voor democratie. Zijn aftreden, noch dat van Berlusconi &#8211; die onderhands vervangen werd door de voormalige eurocommissaris en consultant van Goldman Sachs Mario Monti &#8211; hoeft ons met geen grammetje droefenis te vervullen, maar de manier waarop zij uiteindelijk aan de kant zijn gezet is typerend voor de ontwikkelingen in Europa. Niet het verlies van de steun van de bevolking of de massale protesten, maar het verlies van vertrouwen van de financiële markten, leidde uiteindelijk tot de val van beide heren. ‘Dit land heeft geen verkiezingen nodig maar hervormingen’, vatte de voorzitter van de Europese Raad Van Rompuy het Europese standpunt bij een bezoek aan Italië samen. </p>
<p>De reactie van de financiële markten, dat is het enige dat in Europa echt telt. Bij iedere Europese maatregel die onder het mom van het bestrijden van de crisis genomen wordt is de enige vraag die echt telt: hoe reageren de financiële markten? Want het zijn de financiële markten die in staat zijn landen naar de afgrond te voeren. Om dat te voorkomen &#8211; of eigenlijk om te voorkomen dat de economische ondergang van landen als Griekenland, Italië, Portugal en Spanje ook de rest van de Europese Unie over de afgrond duwt &#8211; moeten die markten tot iedere prijs tevreden worden gehouden. Daar zijn die maatregelen voor economisch bestuur van de EU op gericht.</p>
<p>De nieuwe president van de Nederlandse Bank Klaas Knot vatte recentelijk nog eens samen wat er gedaan moet worden om aan de wensen van de financiële markten tegemoet te komen: “De arbeidsmarkt moet in belangrijke mate hervormd worden, de ontslagbescherming is veel te royaal, er is een onderbenutting van het arbeidspotentieel en er zal ook echt iets aan de pensioenen moeten gebeuren.”</p>
<p><strong>Economisch bestuur</strong><br />
De Europese dwangmaatregelen zijn niet alleen van toepassing op de met de denigrerende term PIGS aangeduide probleemstaten Portugal Ierland/Italië, Griekenland en Spanje. Met de recent aangenomen maatregelen op het vlak van het economisch bestuur hebben de Europese instellingen grote bevoegdheden gekregen op financieel economisch vlak in alle landen. Ze kunnen vergaande maatregelen nemen tegen landen die de normen van het Stabiliteits- en Groeipact overtreden, dat wil zeggen een begrotingstekort hebben boven de 3 procent van het BBP en of een staatsschuld boven de 60 procent van het BBP. En dat zijn op dit moment vrijwel alle EU landen inclusief Nederland. Maar daar blijft het niet bij. De Europese instellingen dienen volgens de nieuwe maatregelen toezicht te houden op het macro economisch evenwicht op middellange termijn van de lidstaten. Dit betekent feitelijk dat men de kaders kan bepalen voor de ontwikkeling van de lonen, de belastingen de pensioenen en alles wat nog meer van invloed is, of kan zijn, op het macro economisch evenwicht. Er kan niet alleen ingegrepen worden als de begrotingsregels overtreden worden, maar ook als dit ‘dreigt’ te gebeuren. Daarmee heeft Europa de vrije hand om haar beleid op te leggen.</p>
<p>In de nieuwe regelgeving is ook opgenomen dat het aanbeveling verdient als landen in hun Grondwet opnemen dat ze zich aan de Europese begrotingsregels houden. Spanje heeft dat inmiddels al gedaan. Op die manier is ook na een eventuele verkiezingsoverwinning van partijen die niet zweren bij het neoliberale gedachtegoed de voortzetting van het neoliberale beleid vast gegarandeerd.<br />
De argumentatie voor deze vergaande Europese bevoegdheden gaat aldus. ‘Een aantal Europese landen heeft er een zooitje van gemaakt en de afspraken (van het Stabiliteits- en Groeipact) overtreden. Ze hebben veel meer uitgegeven dan ze binnen kregen en als gevolg daarvan komt nu de hele eurozone in gevaar. Als nationale politici niet in staat zijn om orde op zaken te stellen moet dat op Europees vlak gebeuren.’ Deze redenering gaat er aan voorbij dat de huidige problemen in de euro zone helemaal niet voortkomen uit het overschrijden van de normen van het Stabiliteits- en Groeipact. Het waren Duitsland en Frankrijk die al jaren geleden de normen overtraden zonder dat de daarvoor geldende sancties werden getroffen. Deze redenering zet de zaak op zijn kop. De begrotingstekorten van bepaalde Europese landen zijn niet de oorzaak van de eurocrisis, maar als gevolg van de economische en financiële crisis hebben bepaalde landen ernstige begrotingstekorten. De door Europa voorgestane oplossing van drastische bezuinigingen maakt de zaak alleen maar erger. De economisch zwakkere Europese landen krijgen het economisch steeds moeilijker en de kloof tussen de Europese landen wordt steeds groter. </p>
<p><strong>Democratische controle</strong><br />
Niet alleen de traditionele rechtse partijen, maar ook de PvdA en GroenLinks omarmen deze regelgeving en GroenLinks vindt zelfs dat ze op sommige punten nog niet ver genoeg gaan. Hoe is de steun van deze partijen te verklaren? Een belangrijk element hierin is dat zij de almacht van de financiële markten als een onveranderbaar gegeven beschouwen. Tegenover die macht van de markt moet de politieke macht van de EU worden gesteld, is hun redenering. Maar daarbij vergeten ze dat in het huidige Europa de Europese politieke macht niet tegen de macht van de markt in gaat, maar die juist versterkt. ‘Draconische bezuinigingen in de landen in problemen zijn nodig om hun begroting weer op orde te brengen en de staatsschuld te verminderen zodat de financiële markten hun speculatieve aanvallen zullen staken’, is de redenering. Dat de betreffende landen ondertussen kapot bezuinigd worden ziet men hierbij over het hoofd.</p>
<p>Een tweede element in de steun aan deze maatregelen is het besef dat de financiële en economische problemen niet binnen een nationaal kader opgelost kunnen worden en dat een Europese aanpak noodzakelijk is. Daar hebben ze groot gelijk in. Is het erg dat Europa steeds meer macht krijgt, dat allerlei zaken op Europees in plaats van op nationaal vlak worden geregeld? Nee, natuurlijk niet. Het probleem is niet dat steeds meer zaken op Europees vlak worden geregeld, maar dat op Europees vlak iedere serieuze democratische controle ontbreekt. Dit gegeven wordt de laatste tijd zelfs steeds meer openlijk als reden aangevoerd voor de Europese machtsgreep. ‘Nationale politici zijn afhankelijk van de steun van de kiezers en daarom niet in staat om de noodzakelijke impopulaire maatregelen te nemen’, is dan de redenering. Democratie als lastige bijkomstigheid voor een daadkrachtig beleid. </p>
<p>Voor GroenLinks gaan de huidige maatregelen nog niet ver genoeg. In het GroenLinks magazine van september schreven Europarlementariër Bas Eickhout en beleidsmedewerker Richard Wouters een stuk waarin ze pleitten voor een Europese regering. ‘En de democratische controle dan?’, vragen ze zich aan het eind van hun bijdrage af. ‘Die zal vooral het Europarlement moeten afdwingen op grond van zijn machtspositie in het wetgevingsproces’, is hun ontnuchterend antwoord. </p>
<p><strong>Verzet</strong><br />
De groeiende macht van de Europese organen is een uitholling van de democratie en een poging om het verzet tegen de bezuinigingspolitiek te bemoeilijken. Want uiteindelijk is dat de bedoeling van de Europese staatsgreep. Europese regeringen worden machteloos gemaakt en nationale parlementen irrelevant. De trojka van de Europe Commissie, het IMF en de Europese Centrale Bank schrijven economisch zwakke landen het beleid voor. En achter hun rug zijn de financiële markten de bepalende factor. Het wegstemmen van de ene regeringspartij leidt er alleen maar toe dat er een andere partij aan de macht komt met een zelfde programma (Portugal, Spanje), of een regering van technocraten (Griekenland) die aan niemand verantwoording schuldig zijn. </p>
<p>Door voorstanders van de huidige Europese Unie wordt die graag voorgesteld als een project van vrede, veiligheid en democratie. In deze tijden van crisis is ze het toneel van scherpe klassenstrijd, sociale onzekerheid en een steeds autoritairder, om niet te zeggen dictatoriaal, regime.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/op-weg-naar-een-europese-dictatuur/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Rechts wegkijken, rechtse terreur</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/rechts-wegkijken-rechtse-terreur-2/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/rechts-wegkijken-rechtse-terreur-2/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:07:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Alex de Jong</dc:creator>
				<category><![CDATA[Duitsland]]></category>
		<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Media]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3001</guid>
		<description><![CDATA[Duitsland is in shock. Meer dan tien jaar heeft een groep nazi’s moorden en aanslagen kunnen plegen – en dat terwijl het in hun omgeving krioelde van de politie-infiltranten. De rol van de inlichtingendiensten wordt steeds schimmiger. Hoe kon het zover komen? De affaire begon nadat twee leden van de zogenaamde ‘Nationalsozialistischer Untergrund’, Uwe Mundlos [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Duitsland is in shock. Meer dan tien jaar heeft een groep nazi’s moorden en aanslagen kunnen plegen – en dat terwijl het in hun omgeving krioelde van de politie-infiltranten. De rol van de inlichtingendiensten wordt steeds schimmiger.</p>
<p><strong>Hoe kon het zover komen?</strong><br />
<a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/14-rechts-wegkijken.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/14-rechts-wegkijken.jpg" alt="" title="14 rechts wegkijken" width="300" height="169" class="alignleft size-full wp-image-3002" /></a>De affaire begon nadat twee leden van de zogenaamde ‘Nationalsozialistischer Untergrund’, Uwe Mundlos en Uwe Böhnhardt na een mislukte bankoverval dood werden aangetroffen. Een derde lid, Beate Zschäpe, meldde zich bij de politie na met een brandbom hun huis te hebben verwoest. De drie worden verantwoordelijk gehouden voor negen moorden op immigranten en één op een politieagente, bankovervallen en bomaanslagen. Mundlos, Böhnhardt en Zschäpe doken in 1998 onder omdat zij gezocht werden voor een mislukte bomaanslag. Dit was nadat eerder bij een huiszoeking in begin 1998 bij hen al explosieven, wapens en nazi-propagandamateriaal waren gevonden. Volgens de justitie van deelstaat Thüringen zouden de drie kort daarna teruggevonden zijn maar om onbekende redenen werd op het laatste moment een arrestatie afgeblazen. Twee jaar later begonnen de drie hun moordreeks. In 2003 verjaarde de aanklacht wegens de mislukte bomaanslag tegen het drietal en werd de zoekactie naar hen gestaakt.</p>
<p>In de loop van het onderzoek lijkt hun terreurcel uit te groeien tot een netwerk. Naast Zschäpe zijn ondertussen twee andere nazi’s, Holger G. en Matthias D., opgepakt. Zij zouden het ondergedoken drietal geholpen hebben. Daarnaast spreekt de Duitse justitie over nog twee andere, niet bij naam genoemde, verdachten. Een voormalige nazi verklaarde tegenover het Duitse blad Bild dat de NSU in totaal elf leden gehad zou hebben. Ook een nooit opgehelderde bomaanslag uit 2001, opgeëist door de ‘Nationale Bewegung’ is ondertussen met de zaak in verband gebracht.</p>
<p><strong>Ziende blind?</strong><br />
Dat deze nazi’s meer dan twaalf jaar lang ongestraft hun gang konden gaan verbaast des te meer als men nagaat hoeveel politie-medewerkers er in hun omgeving actief waren. Voor hun onderduiken waren de drie actief bij de fascistische groepering Thüringer Heimatschutz. Leider van deze club en degene die hen rekruteerde was Tino Brandt. Deze Brandt was een informant van de Verfassungsschutz, de binnenlandse veiligheidsdienst. Voor zijn diensten ontving Brandt volgens eigen zeggen 200.000 D Mark. Hijzelf beweerde een spelletje gespeeld te hebben met de inlichtingendienst en het grootste deel van het geld in de opbouw van de organisatie gestoken te hebben. Ondertussen is gebleken dat de NSU-leden beschikten over ‘legale illegale documenten’. Dit zijn papieren die verstrekt worden aan informanten van de veiligheidsdienst om hen te helpen hun identiteit geheim te houden.</p>
<p>En bij de moord op de eigenaar van een internetcafé in Kassel in de deelstaat Hessen in 2006 was zelfs een medewerker van de regionale Verfassungsschutz aanwezig, Andreas T. De aanwezigheid van Andreas T. bleek pas tijdens het onderzoek naar de moord, hij was niet zelf naar voren gekomen. Het regionale ministerie voor binnenlandse zaken en de Verfassungsschutz weigerden hier commentaar op te geven. Het nieuws stelde vooral de premier van Hessen, Volker Bouffier (CDU), in een kwaad daglicht. Deze liet na het parlement van de deelstaat in te lichten. In de tussentijd zou de agent van zijn post verwijderd zijn en een andere baan bij de overheid gekregen hebben; ‘ik weet niet of dat klopt’, verklaarde Bouffier, ‘maar als het zo gegaan zou zijn, zou het meer dan verbijsterend zijn’. Bouffier deelde bovendien niet mee dat bij deze agent fascistische propaganda, verboden munitie en wapens gevonden waren – iets waar hij een lichte straf voor kreeg. Vanwege zijn uitgesproken radicaal rechtse opvattingen had de agent in het dorp waar hij woonde de bijnaam ‘kleine Adolf’. Uitgerekend deze man was verantwoordelijk voor het in de gaten houden van ‘buitenlandse extremisten’ en begeleidde verschillende informanten. Waaronder volgens Bild een in de Thüringer Heimatschutz. Volgens Bild plaatste politie-onderzoek Andreas T. verder in de nabijheid van nog zes andere moorden begaan door de NSU. De partij Die Linke, niet vertegenwoordigd in de commissie die toezicht houdt op de inlichtingendienst, is woedend: ‘als het over deze kwestie gaat geloven wij geen woord meer van de deelstaatregering’, aldus de regionale fractievoorzitter Hermann Schaus.</p>
<p>Het hele gebeuren heeft ernstige twijfels opgeroepen over het functioneren van de veiligheidsdiensten. De manier waarop de nazi’s jarenlang hun gang konden gaan staat in schril contrast met de manier waarop actieve leden van de Rote Armee Fraktion die niet naar het buitenland waren uitgeweken binnen enkele jaren gepakt werden. Hoe kon het gebeuren dat de drie na de huiszoeking in 1998 niet meteen opgepakt werden? En dat iemand als ‘kleine Adolf’ belast was met het in de gaten houden van geloofsgenoten? Was dat allemaal een combinatie van stommiteiten en miscommunicaties? Zou bijvoorbeeld het anders gegaan zijn als de NSU de aanslagen had opgeëist en daarmee het racistische motief voor deze daden, dat eerst slechts vermoed kon worden, duidelijk had gemaakt?</p>
<p>Het idee dat de inlichtingendiensten ‘auf dem rechten Auge blind’ zijn geweest klinkt vreemd gezien het grote aantal agenten en infiltranten dat ze rond hebben lopen in de Duitse nazibeweging. In 2003 mislukte een poging de Nationaldemokratische Partei Deutschland (NPD) te verbieden omdat deze op alle niveaus geïnfiltreerd bleek te zijn en het onmogelijk was na te gaan welke van de strafbare uitingen van de partij nu van partijleden en welke van agenten afkomstig waren. De NPD, verreweg de belangrijkste nazi-organisatie in Duitsland, is vertegenwoordigd in twee deelstaatparlementen en tientallen gemeenteraden en heeft nauwe banden met het milieu van niet partij-gebonden nazistische straatactivisten waar de NSU-leden uit voortkwamen. Meer dan van ‘blindheid’ lijkt er sprake te zijn geweest van een verwaarlozing van de dreiging van neonazi’s: sinds 2009 hebben de rechtse regeringspartijen de aandacht van de inlichtingendiensten voor uiterst rechts willen verminderen en deze zich meer laten richten op ‘extreem links’.</p>
<p><strong>Verkeerde prioriteiten</strong><br />
Na een ‘crisisoverleg’ tussen de ministers van binnenlandse zaken en justitie van de deelstaten en federale overheid kwam de minister van binnenlandse zaken Hans-Peter Friedrich (CSU) met een reeks maatregelen. Naast een ‘Abwehrzentrum Rechts’ is een van zijn plannen iets dat bij de politie al tien jaar bestaat: een centrale databank van daders van rechts politiek geweld. Nieuw is dat daar in het vervolg ook door de inlichtingendienst verzamelde informatie bijgevoegd zou worden. Daarnaast is het plan om de NPD te verbieden weer van stal gehaald. De woordvoerster binnenlandse zaken van Die Linke in de bondsdag, Ulla Jepke, reageerde sceptisch op de dadendrang: ‘in de strijd tegen nazi’s hebben we geen nieuwe data maar een grondige heroverweging van het denken bij de veiligheidsdiensten nodig’. Het gevaar van rechts geweld is sinds 1990 ‘systematisch gebagatelliseerd’ verklaarde ze. Sinds 1990 werden er minstens 182 mensen gedood door Duitse nazi’s.</p>
<p>Maar volgens de Duitse regeringspartijen CDU en FDP werd er echter juist te veel aandacht besteed aan de dreiging van rechts geweld. Begin dit jaar maakte Friedrich zich nog vooral zorgen over de ‘verwaarlozing’ van de dreiging van links; ‘het is de hoogste tijd dat de samenleving links extremisme serieus neemt’ verklaarde hij. De focus van de veiligheidsdiensten zou moeten liggen op de bestrijding van ‘extremisme’ in het algemeen, waarin links en rechts over een kam geschoren worden, en niet bij de bestrijding van de dreiging van nazi’s, aldus de rechtse regering. Het begrip ‘extremisme’ is natuurlijk uiterst vaag, daarmee uiterst flexibel en kan naar gelang de wens van de autoriteiten ingezet worden.</p>
<p>Twee voorbeelden laten zien wat de Duitse regering zich bij de dreiging van ‘links extremisme’ voorstelt. In Berlijn werden de afgelopen maanden linkse boekhandels doorzocht en aangeklaagd wegens ‘hulp bij het aanzetten tot strafdaden’ en ‘overtreding van de wapenwet’ omdat zij bepaalde bladen verkochten. In de deelstaat Saksen, waar de NSU haar basis had, namen dit en vorig jaar tienduizenden mensen deel aan een blokkade van wat jarenlang de grootste nazi-betoging van Europa was. De overheid reageerde op dit vertoon van ‘links extremisme’ met politiegeweld, massale afluisterpraktijken, invallen bij een partijkantoor van Die Linke en het met veel wapenvertoon oppakken van een bij de anti-nazi protesten betrokken jeugdpater. Eerder dit jaar vergeleek de Verfassungsschutz het ‘linkse extremisme’ in Duitsland onheilspellend met de ‘vroege RAF’ en kreeg het van het CDU de opdracht gedetailleerde informatie over linkse radicalen te verzamelen, inclusief over hun ‘banden met politieke partijen’ (lees: Die Linke). De politieke motivatie van dit beleid was openlijk: toen bijvoorbeeld de Berlijnse Verfassungsschutz vorig jaar in een studie over ‘links geweld’ twee antifascistische groepen als ‘voorstanders’ en ‘beoefenaars’ van geweld bestempelde, verklaarde de inlichtingendienst dat het doel was om ‘politici uit het linkse spectrum’, ‘duidelijke grenzen’ te laten trekken en over te halen geen ‘gemene zaak met militanten te maken’.</p>
<p>Nu een groep nazi’s jarenlang dodelijk geweld uitgeoefend blijkt te hebben, en dit letterlijk in het zicht van medewerkers van de veiligheidsdiensten, is het failliet van de retoriek over een blindheid voor een linkse dreiging en een buitenproportionele fixatie op rechts overduidelijk. CDU minister van familiezaken Kristina Schröder, verantwoordelijk voor de programma’s tegen extremisme, wil echter van geen kritiek weten. Onder haar verantwoording werd gekort op subsidies voor programma’s tegen neonazisme maar kreeg de CDU jongerenorganisatie wel geld voor een tocht naar Berlijn tegen ‘links extremisme’, inclusief een ‘gezamenlijk bezoek aan het nachtleven’. Liever dan over het gevaar van nazi’s sprak zij in het parlement over het gevaar van een radicalisering van de SPD achterban en een fictieve toename van racisme tegen blanke Duitsers. Haar reactie op alle kritiek tot nu toe was te verklaren dat er genoeg aandacht en geld is voor de bestrijding van nazisme, en bovendien is daar veel meer geld voor beschikbaar dan voor de bestrijding van ‘links extremisme’, meende zij te moeten benadrukken. Voor haar staat de vijand links, ook als nazi’s moordend door het land trekken.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/rechts-wegkijken-rechtse-terreur-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

