<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Grenzeloos &#187; Oorlog en vrede</title>
	<atom:link href="http://www.grenzeloos.org/category/oorlog-en-vrede/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.grenzeloos.org</link>
	<description>De wereld begrijpen om de wereld te veranderen.</description>
	<lastBuildDate>Wed, 16 May 2012 17:00:43 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.2</generator>
		<item>
		<title>Brochure: Europa en de wapenhandel, van exportcontrole tot industriebeleid</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2012/04/11/brochure-europa-en-de-wapenhandel-van-exportcontrole-tot-industriebeleid/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2012/04/11/brochure-europa-en-de-wapenhandel-van-exportcontrole-tot-industriebeleid/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 11 Apr 2012 12:22:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Willem Bos</dc:creator>
				<category><![CDATA[Bewapening (wapentuig, straling, chemie, bacterio)]]></category>
		<category><![CDATA[Europa]]></category>
		<category><![CDATA[Losse artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3470</guid>
		<description><![CDATA[Het gaat slecht met de Europese economie, maar er is een sector die aan de algemene malaise lijkt te ontsnappen: de wapenindustrie en de wapenhandel. Hoe dat precies zit, en welke rol de Europese unie daarbij speelt, wordt door Wendela de Vries van de campagne tegen wapenhandel glas helder uiteengezet in de nieuwe brochure van [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/brochure-europa-en-de-wapenhandel-def-web-voor-klein.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/brochure-europa-en-de-wapenhandel-def-web-voor-klein.jpg" alt="" title="brochure europa en de wapenhandel def web voor klein" width="300" height="427" class="alignleft size-full wp-image-3471" /></a>Het gaat slecht met de Europese economie, maar er is een sector die aan de algemene malaise lijkt te ontsnappen: de wapenindustrie en de wapenhandel.</p>
<p>Hoe dat precies zit, en welke rol de Europese unie daarbij speelt, wordt door Wendela de Vries van de campagne tegen wapenhandel glas helder uiteengezet in de nieuwe brochure van het comité Ander Europa en de Campagne tegen Wapenhandel.</p>
<p>De brochure is gratis te verkrijgen bij de Campagne tegen Wapenhandel en kan gedownload worden via de website van de Campagne tegen Wapenhandel.</p>
<p><a href="http://www.stopwapenhandel.org/sites/stopwapenhandel.org/files/Europa%20en%20de%20wapenhandel.pdf" target="_blank">http://www.stopwapenhandel.org/sites/stopwapenhandel.org/files/Europa%20en%20de%20wapenhandel.pdf</a></p>
<p>Je kunt ook, tegen verzendingskosten, een papieren exemplaar krijgen. In dat geval maak je € 2 per brochure over op rekening 39.040.73.80 van Campagne tegen Wapenhandel Amsterdam ovv &#8216;Europa brochure&#8217;.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2012/04/11/brochure-europa-en-de-wapenhandel-van-exportcontrole-tot-industriebeleid/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oorlogsdreiging in de Perzische Golf</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2012/03/19/oorlogsdreiging-in-de-perzische-golf/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2012/03/19/oorlogsdreiging-in-de-perzische-golf/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Mar 2012 14:31:54 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Karel Koster</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 117]]></category>
		<category><![CDATA[Iran]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog en vrede]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3388</guid>
		<description><![CDATA[Voor de zoveelste keer wordt aangestuurd op een oorlog in de regio rond de Perzische Golf. In de westerse media – zeker die van Nederland – bestaat er bijna consensus over de verantwoordelijkheid van Iran voor deze crisis &#8211; onterecht. In de Nederlandse politiek is de zaak voor sommige politici al rond. Zo verklaarde het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Voor de zoveelste keer wordt aangestuurd op een oorlog in de regio rond de Perzische Golf. In de westerse media – zeker die van Nederland – bestaat er bijna consensus over de verantwoordelijkheid van Iran voor deze crisis &#8211; onterecht.<span id="more-3388"></span><img class="alignleft size-full wp-image-3389" title="Iran Irak" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/Iran-Iraq.jpg" alt="" width="551" height="332" /></p>
<p>In de Nederlandse politiek is de zaak voor sommige politici al rond. Zo verklaarde het Kamerlid Ormel (CDA); &#8216;wij kunnen Iran al de facto als een kernwapenstaat beschouwen&#8217;. Onder invloed van een sterke pro-Israëlische lobby gaat de regering er van uit dat Iran inderdaad een bedreiging is. Maar een nadere blik leidt tot andere conclusies.</p>
<p>Primaat van de energiepolitiek<br />
Veel opiniemakers erkennen dat olie en energiepolitiek een cruciale rol in de ontwikkelingen spelen. Dat is niet zo gek: 20 procent van de wereldwijd gebruikte olie wordt door middel van tankers via de Straat van Hormuz aangevoerd. De markten zijn bijzonder gevoelig voor ontwikkelingen in de Golf regio, zoals blijkt uit een sinds eind 2011 gestaag stijgende olieprijs. Het gaat in de Golf om zeer grote belangen die een sterke invloed hebben op de wereldeconomie. Haperingen in de aanvoer, of slechts dreiging daarvan, hebben door de stijgende premies die vervoerders moeten betalen vanwege de toegenomen vervoerrisico’s, onmiddellijke gevolgen voor de prijs. De olie aanvoer is politiek van strategisch belang, de morele en hoogstaande propaganda verhalen van westerse politici zijn hieraan ondergeschikt. In de propaganda wordt Iran afgeschilderd als een onmiddellijk gevaar voor de wereldvrede, zelfs in staat om aan de andere kant van de wereld westerse burgers te treffen. Het Iraanse nucleaire programma speelt een centrale rol in die propaganda.</p>
<p>Nucleaire hype<br />
In de hype rond het Iraanse nucleaire programma wordt een cruciaal punt vergeten. Elk land met een nucleaire infrastructuur kan in principe een kernbom maken. Er zijn echter afspraken gemaakt door een groot aantal landen, waaronder Iran, om dat niet te doen, het zogeheten Non-proliferatie Verdrag. De kern van dit verdrag bestaat uit de toezegging nucleaire technologie niet militair toe toe passen. Om daar op toe te zien is het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) ingeschakeld. Dit Agentschap heeft met elk land dat beschikt over een nucleaire infrastructuur een waarborgovereenkomst (safeguards agreement ) afgesloten.<br />
In deze overeenkomsten worden afspraken over inspecties vastgelegd. Iran heeft een nucleair programma dat geschikt is om elektriciteit op te wekken maar ook om nucleair materiaal voor een kernwapen te maken. Onder andere dit proces – uraniumverrijking – wordt gecontroleerd door de IAEA. De IAEA heeft in al haar inspectierapporten over Iran verklaard dat verrijking naar het niveau geschikt voor een kernwapen niet plaatsvindt. Openbaar gemaakte rapporten van de Amerikaanse inlichtingendiensten, aangehaald door de Amerikaanse minister van defensie Panetta, bevestigen dat er geen sprake is van een kernwapenprogramma.<br />
De IAEA heeft echter wel ernstige vragen over mogelijke militaire kanten van het nucleaire programma, vragen die gaan over een vermeend programma om een kernbom te maken. Daarover eist het IAEA verduidelijking, als voorwaarde voor het afgeven van een ‘positieve verklaring’ over Iran. Om die duidelijkheid af te dwingen zijn er VN resoluties aangenomen die Iran opdragen om haar nucleaire verrijkingsprogramma stil te leggen. Daarin worden ook sancties vastgelegd die daarop gericht zijn.</p>
<p>De betrouwbaarheid van het ‘militaire’ deel van de rapporten van de IAEA is door deskundigen waaronder twee voormalige IAEA inspecteurs ter discussie gesteld, onder andere omdat de oorspronkelijke bron van de bewijzen niet openbaar is.</p>
<p lang="nl-NL">De bewijsvoering voor een Iraans gemilitariseerd programma – dat wil zeggen een praktisch project om een kernwapen te maken &#8211; is flinterdun. Alle speculatie over kernwapens is slechts gebaseerd op inschattingen van de intenties van de Iraanse regering. Het is deze speculatie die in de media, al dan niet bewust, is terechtgekomen als het zogenaamde &#8216;bewijs&#8217; van de productie van een Iraanse atoombom.</p>
<p>Westers beleid<br />
De vraag dringt zich op waarom de VS en haar West-Europese bondgenoten de escalatie in de richting van een gewelddadige confrontatie lijken te willen drijven. De kwestie van olie is al genoemd. Iran staat op nummer vijf in de productie hiervan en controleert immense voorraden gas en olie. Voor westerse strategen, die hun analyses baseren op projecties van een voortdurende groei van het wereldenergiegebruik en een gegarandeerde energietoevoer, is het onaanvaardbaar dat een regering die niet vanuit de Westerse belangen denkt deze reserves controleert. De gewenste uitkomst van de reeks strafmaatregelen is niet zozeer duidelijkheid over het nucleaire programma, als wel het aan de macht helpen van een regering die geen punt maakt van vergaande westerse aanwezigheid en invloed in de regio.<br />
De Amerikaanse strategie is niet homogeen. Zowel de uitvoerende macht – het Witte Huis &#8211; als het Congres voeren een beleid dat neerkomt op economische oorlog, gericht op regime change – maar er zijn ook verschillen te ontwaren. Obama begon zijn presidentschap met de inzet van onderhandelingen met Iran. De mogelijkheden daarvoor worden steeds kleiner als gevolg van het Amerikaanse sanctiebeleid, dat zich sinds maanden richt op het ontregelen, zo niet ruïneren, van de Iraanse economie. Dit beleid wordt gelegitimeerd door herhaaldelijke verwijzingen naar de zogenaamde Iraanse nucleaire dreiging. Elke band tussen het formele doel (het treffen van het nucleaire programma van Iran) en de werkelijke invulling (de Iraanse economie lamleggen) is inmiddels verdwenen. De Amerikaanse sancties – die overigens deels worden overgenomen door de Europese Unie &#8211; gaan veel verder dan die van de VN en hebben een bredere werking: represailles tegen landen en bedrijven die niet meewerken zijn een integraal onderdeel van de VS wetgeving. De sancties tegen de Iraanse centrale bank en de boycot van Iraanse olie laten weinig ruimte voor onderhandelingen en treffen ook de gewone Iraanse bevolking.<br />
Voor buitenstaanders is het moeilijk om onderscheid te ontdekken tussen het enthousiasme waarmee het Congres sancties uitvaardigt en de verplichting voor Obama om ze uit te voeren. Cruciaal, in dit verkiezingsjaar, is de rol van de rechtse pro-Israëlische lobby die een grote invloed op het wetgevingsproces uitoefent. Diezelfde lobby zal zich tegen de herverkiezing van Obama keren, als deze de door Israël gewenste confrontatiepolitiek niet uitvoert.</p>
<p lang="nl-NL">Vanwege de electorale noodzaak om iets zichtbaars te doen, naast de voor het Amerikaanse publiek onzichtbare sancties, wordt de militaire aanwezigheid van de VS in de regio verder uitgebreid. In plaats van de gebruikelijke twee waren er de afgelopen maanden drie vliegdekschepen met escorte aanwezig. De zichtbaarheid van deze militaire slagkracht is niet noodzakelijkerwijs het bewijs van een voornemen om daadwerkelijk aan te vallen. Elke militaire stap is ook een politiek signaal, zowel voor de opponenten als het eigen publiek.</p>
<p>Israëlische politiek</p>
<p>De Israëlische regering speelt een sleutelrol en stevent op oorlog af. Hoe is anders het trommelvuur van dreigementen richting Iran te verklaren? De vraag is waarom dit beleid wordt gevoerd – het is immers niet verklaarbaar op grond van een reële analyse van de dreiging die uitgaat van Iran. Israël beschikt over het grootste kernarsenaal en het meest effectieve militaire apparaat in de Midden Oosten en is zelf een potentiële bedreiging voor alle buurlanden. Elke confrontatie kan uiteindelijk met kernwapens worden beslecht. De Israëlische regeringslogica moet dan ook worden gezien in termen van regionale rivaliteit en het verhinderen van een mogelijke ontwikkeling naar een Iraans kernwapen. Als Iran ooit een kernmacht zou worden, wordt militaire agressie tegen het land natuurlijk een stuk riskanter. Om Israëlische hegemonie te behouden, moet potentiële concurrentie in een vroeg stadium worden gesmoord is de redenatie. Dit is echter een machtsanalyse die blind is voor de vergaande gevolgen van een eventuele Israëlische aanval. Daar is voormalig Mossad chef Dagan zich zeer van bewust. Hij heeft verklaard dat er geen dreiging is vanuit Iran en voor de onmiddellijke toekomst ook niet zal ontstaan. Maar zulke stemmen zijn schaars in de leidende kringen in Israel. Er speelt nog een belangrijke beperking: de Israëlische strijdmachten kunnen een succesvolle aanval op Iran om allerlei militair-technische redenen niet alleen uitvoeren. Daarvoor is Amerikaanse betrokkenheid noodzakelijk. Het beleid van Netanyahu is er dan ook op gericht om dit te bewerkstelligen.</p>
<p lang="nl-NL">Gevaarlijke implicaties</p>
<p>Om die laatste reden breekt de komende maanden de gevaarlijkste periode aan: namelijk het Amerikaanse presidentiële verkiezingsjaar. In deze periode zijn de lobby&#8217;s effectiever (er staan ook Congreszetels op het spel) en is er een neiging om de buitenlandse politiek speelbal van de campagne te maken. Het Republikeinse kamp heeft lang geleden alle terughoudendheid laten varen en stuurt met volle vaart aan op een confrontatie. Obama en zijn adviseurs willen die confrontatie misschien niet, maar kunnen toch voor het blok worden gezet. Cruciaal is de keuze van de Republikeinse presidentskandidaat. Als dat Romney is, dan wordt het aantrekkelijk om de buitenlandse confrontatie geleidelijk verder op te voeren: de permanente campagne boodschap &#8211; misschien zelfs het centrale thema &#8211; zal zijn dat Obama ‘soft’ is ten aanzien van Iran. Hoe waarschijnlijker een Republikeinse overwinning, hoe groter de kans op escalatie.</p>
<p>Tussen nu en de Republikeinse conventie eind augustus zal de kandidaatstelling beslist worden. Mocht er geen reëel Republikeins alternatief zijn voor Obama, dan wordt het voor Israël noodzakelijk om hem te dwingen om mee te doen, en wel via het draconische middel van eigen een aanval op Iran. Daarbij wordt er van uitgegaan dat de VS de daaropvolgende oorlog ingesleurd kan worden. Om die reden is elke steun voor het Israëlische beleid, zoals die nog steeds in Nederland bestaat, bijzonder gevaarlijk. Een Armageddon is misschien aantrekkelijk voor de meer radicale joodse en christelijke gelovigen, voor de rest van de mensheid is het een rampzalige ontwikkeling.</p>
<p lang="nl-NL"><em>Karel Koster is lid van wetenschappelijk bureau van de SP.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2012/03/19/oorlogsdreiging-in-de-perzische-golf/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Syrische opstand en het gevaar van interventie</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 19 Dec 2011 10:11:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Gilbert Achcar</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 115]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Interventiemachten]]></category>
		<category><![CDATA[Libië]]></category>
		<category><![CDATA[Syrië]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=3013</guid>
		<description><![CDATA[In oktober woonde ik in Zweden een bijeenkomst bij van de Syrische oppositie met onder andere leden van de belangrijkste groepering, de Syrische Nationale Raad. Dit artikel is gebaseerd op mijn voordracht over een eventuele buitenlandse interventie in Syrië. Ik begon met te benadrukken dat de Syrische oppositie een duidelijke stelling moet innemen over de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In oktober woonde ik in Zweden een bijeenkomst bij van de Syrische oppositie met onder andere leden van de belangrijkste groepering, de Syrische Nationale Raad. Dit artikel is gebaseerd op mijn voordracht over een eventuele buitenlandse interventie in Syrië.</p>
<p>Ik begon met te benadrukken dat de Syrische oppositie een duidelijke stelling moet innemen over de kwestie van interventie. Nu zijn het Westen en de buurlanden van Syrië nog terughoudend maar dit kan snel veranderen als de Syrische oppositie meer en meer om interventie vraagt.</p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/24-De-Syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie1.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/24-De-Syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie1.jpg" alt="" title="24 De Syrische opstand en het gevaar van interventie" width="300" height="141" class="alignleft size-full wp-image-3015" /></a>Het was het verzoek van de Libische Nationale Raad begin maart om internationale militaire interventie dat leidde tot vergelijkbare verzoeken van de Arabische Liga en de resolutie van de VN Veiligheidsraad. In de discussie over buitenlands ingrijpen in Libië toonde ik begrip voor die de Libische rebellen zich gedwongen zagen om buitenlandse steun te vragen teneinde een verovering van hun bolwerken door de troepen van Gadaffi, en daarmee een bloedbad, af te wenden. Alle schuld voor het creëren van de situatie waarin buitenlandse mogendheden intervenieerden lag op de schouders van Gadaffi, maar tegelijkertijd had de buitenlandse militaire interventie een hoge prijs.</p>
<p>De onmiddellijke politieke prijs was dat de interventie Gadaffi in staat stelde zich te presenteren als de vertegenwoordiger van nationale soevereiniteit en de rebellen als agenten van westers imperialisme. Een beperkt deel van de Libische samenleving liet zich hierdoor overtuigen.</p>
<p>Een hogere politieke prijs was dat de buitenlandse mogendheden poogden om beslissingen te nemen voor de Libische rebellen. Deze mogendheden deden veel meer dan het stoppen van de aanvallen door Gadaffi’s troepen, ze vernietigden de Libische luchtmacht en een groot deel van de Libische infrastructuur. Westerse mogendheden weigerden de rebellen te voorzien van de wapens die zij nodig hadden om op eigen kracht hun land te bevrijden. Slechts tegen het eind leverden Qatar en Frankrijk wapens die hielpen de militaire patstelling te doorbreken. </p>
<p>De westerse mogendheden wilden een belangrijke rol spelen in de strijd tegen Gadaffi zodat zij de ontwikkelingen aan konden sturen. Ze probeerden een routekaart op te stellen voor de ontwikkeling van Libië na Gadaffi en onderhandelden achter de rug van de Libische Nationale Raad om met de familie van Gadaffi. Vóór de val van Tripoli werd het lot van Libië meer besloten in Washington, London, Parijs en Doha dan in het land zelf. De chaos in Libië werd vergroot door buitenlandse inmenging.</p>
<p>Toch is de overheersende indruk dat buitenlandse interventie het verpletteren van de Libische opstand voorkwam. Was de opstand verslagen, dan was het revolutionaire proces in de Arabische regio ten einde gekomen. Interventie stelde de Libische rebellen in staat hun land te bevrijden van een brute dictatuur tegen een veel lagere prijs dan Irak moest betalen voor een buitenlandse invasie.  Terwijl het voorbeeld van Irak veel Syriërs afschrikt, willen steeds meer van hen het Libische voorbeeld volgen – steeds vaker wordt tijdens demonstraties in Syrië opgeroepen tot het afdwingen van een ‘no-fly zone’.</p>
<p><strong>Tegen een interventie</strong><br />
Het zou echter een grote vergissing zijn om te denken dat het Libische scenario herhaald kan worden in Syrië. De kosten van een buitenlandse militaire interventie zouden er zeer hoog zijn. Libië is een land van stedelijke centra, verdeeld over een woestijnachtig terrein. In zo’n gebied is een luchtmacht essentieel en het regime gebruikte vliegtuigen in zijn contrarevolutionaire offensief. Buitenlandse gevechtsvliegtuigen waren relatief effectief in het afslaan van dit offensief. Maar Syrië is veel dichter bevolkt en de bevolking is er veel meer verdeeld in voor- en tegenstanders van de regering. Een no-fly zone over Syrië zou slechts van beperkt belang zijn en een luchtoorlog tegen het regime, zoals in Libië, zou verwoestend zijn. Het Syrische leger is veel sterker dan dat van Libië en de gevechten zouden massaler zijn. Bovendien staat de regering van Assad niet zo geïsoleerd als die van Gadaffi. Een militaire interventie zou de hele regio in beroering brengen.</p>
<p>De kracht van de Syrische opstand is de wijde verspreiding ervan en dat de rebellen ervan af hebben gezien wapens te gebruiken. Als zij dat niet hadden gedaan, zou de beweging veel minder momentum gehad hebben en zou het voor de regering makkelijker zijn geweest de opstand de kop in te drukken. De Syrische oppositie organiseert demonstraties in de avond of ze maken gebruik van het feit dat de regering moeilijk kan ingrijpen in moskeeën door daar te verzamelen op vrijdagen, een officiële vrije dag. Geconfronteerd met een militaire overmacht is dit de juiste methode. </p>
<p>In tegenstelling tot het regime van Gadaffi, dat al jaren geleden op gebieden als economie en inlichtingen begon samen te werken met verschillende westerse staten, is dat van Syrië in de ogen van de VS nog steeds een hindernis voor hun belangen in de regio. Syrië is een bondgenoot van Iran en Hezbollah en steunt verschillende Palestijnse groeperingen die tegenstander zijn van de door de VS gewenste overgave aan Israël. Dit betekent niet in het minst dat we de roep om democratie en mensenrechten in Iran of Syrië moeten negeren – maar deze eis moet gepaard gaan met het afwijzen van militaire interventie.</p>
<p>Een van de belangrijkste doelen van de Syrische opstand moet het overhalen van het leger naar de kant van rebellen zijn. Een verzoek om buitenlandse interventie zou het regime meer ammunitie geven om de oppositie weg te zetten als buitenlandse agenten. Een deel van het Syrische grondgebied wordt met westerse steun bezet gehouden door Israël. Indien Westerse mogendheden zouden interveniëren, dan zouden zij er zeker naar streven Syrië langdurig te verzwakken, net zoals gebeurde met Irak.</p>
<p><strong>De rol van het leger</strong><br />
Het is nuttig om te kijken naar de verschillen met Libië en Egypte. In Egypte was en is het leger de ruggengraat van het regime. Moebaraks macht was afhankelijk van het leger, maar hij was er niet ‘eigenaar’ van. Vandaar dat de volksopstand probeerde het leger neutraal te houden en de dictator te verjagen. Deze strategie was succesvol maar leidde ook tot illusies in het idee van een leger dat de belangen van het volk kan dienen, in plaats van dat de bevolking en gewone soldaten ervan bewust werden gemaakt dat de bevelhebbers hun macht en privileges zullen proberen te beschermen. De Egyptische revolutie is incompleet: er is misschien nog wel meer hetzelfde gebleven dan dat er veranderd is.</p>
<p>In Libië had Gadaffi het leger ontbonden en geherstructureerd langs tribale, familie en financiële lijnen die het direct aan zijn persoon bonden. Dit maakte het onmogelijk om op de neutraliteit van het leger, laat staan op steun ervan, te hopen. Het was onmogelijk om zonder wapens het regime ten val te brengen. Aangezien het regime militair de bovenhand had, was inmenging ook een derde partij nodig. De veranderingen in Libië gaan veel dieper dan in Egypte omdat de instituten van Gadaffi’s regime zijn geïmplodeerd. Libië vandaag de dag is een land zonder staat, zonder een geweldsmonopolie en niemand weet hoe een toekomstige Libische staat eruit zal zien.</p>
<p>Syrië staat tussen het Libische en het Egyptische scenario in. Het regime is omringd door elitetroepen die aan de machthebbers gebonden zijn door religieuze, familie en cliëntelistische banden. Om het regime ten val te brengen moeten deze verslagen worden. Maar Syrië heeft ook een regulier leger gevormd door dienstplichtigen, soldaten en lagere officieren uit alle lagen van de bevolking. Een van de eerste prioriteiten voor de Syrische opstand moet het overhalen naar de kant van de revolutie van de manschappen van het leger zijn.</p>
<p>Een buitenlandse interventie zou soldaten echter overtuigen van het gelijk van het regime dat al vanaf het begin de opstand tot een ‘buitenlandse samenzwering’ bestempelt. Als de Syrische opstand een meer strategisch denkende leiding had gehad – en hier zien we een van de beperkingen van ‘facebook revoluties’ – dan zouden de rebellen netwerken in het leger ontwikkeld hebben om grootschalige desertie aan te moedigen. Bij gebrek aan leiding en strategie, deserteren nu steeds meer soldaten en officieren op eigen initiatief, maar steeds in kleine aantallen. De oppositie weet niet om te gaan met deze deserties: enkele oppositieleiders beschuldigen de deserteurs ervan de opstand een gewapende vorm aan te laten willen nemen terwijl andere hen juist met open armen ontvangen maar oproepen hun wapens niet op het regime te richten.   </p>
<p>Het overhalen van de Syrische soldaten naar de kant van de opstand staat niet in tegenstelling tot de volksmobilisaties en het geweldloze karakter ervan. Het geweldloze karakter van de demonstraties geeft momentum aan de beweging, stelt grote aantallen mensen in staat deel te nemen en moedigt zo soldaten aan om in verzet te komen tegen het regime. De grote uitdaging is het combineren van massamobilisaties met de uitbreiding van de rebellie in het leger en de gewapende confrontaties die nodig zijn om het regime ten val te brengen. De enige andere optie is dat enkele hoge officieren breken met de heersende familie en deze dwingen te vluchten maar dit zou tot een situatie vergelijkbaar met die in Egypte leiden: het topje van de piramide valt maar de structuur blijft intact. </p>
<p>Het verzoek van sommige oppositieleiders om een no-fly zone boven Syrië bewijst eens te meer hun gebrek aan strategisch inzicht. Buitenlands ingrijpen zou tot een catastrofe kunnen leiden voor de regio en voor Syrië en moet afgewezen worden door alle voorstanders van democratie en vrijheid voor de Syriërs.</p>
<p>Dit is een bewerking van een artikel dat eerder verscheen in de Engelse uitgave van Al Akhbar.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/12/19/de-syrische-opstand-en-het-gevaar-van-interventie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een nieuwe kans voor Palestina?</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/10/24/een-nieuwe-kans-voor-palestina-2/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/10/24/een-nieuwe-kans-voor-palestina-2/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 24 Oct 2011 10:11:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Nasser Ibrahim</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 114]]></category>
		<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Palestina]]></category>
		<category><![CDATA[Palestina - Israël]]></category>
		<category><![CDATA[Vredesonderhandelingen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=2740</guid>
		<description><![CDATA[Het verzoek van Mahmud Abbas, president van de Palestijnse Autoriteit (PA) om volledig Palestijns lidmaatschap van de Verenigde Naties werpt in zowel Palestijnse als internationale kring politieke en juridische vragen op. Die vragen tonen aan hoe weinig deze stap voortkwam uit een weloverwogen politieke strategie. De keuze om de VN te vragen een Palestijnse staat [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het verzoek van Mahmud Abbas, president van de Palestijnse Autoriteit (PA) om volledig Palestijns lidmaatschap van de Verenigde Naties werpt in zowel Palestijnse als internationale kring politieke en juridische vragen op. Die vragen tonen aan hoe weinig deze stap voortkwam uit een weloverwogen politieke strategie. </p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/22-een-nieuwe-kans-voor-palestina.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/22-een-nieuwe-kans-voor-palestina.jpg" alt="" title="22 een nieuwe kans voor palestina" width="300" height="200" class="alignleft size-full wp-image-2741" /></a>De keuze om de VN te vragen een Palestijnse staat te erkennen had het resultaat moeten zijn van een dergelijke strategie. De eis om een Palestijnse staat te erkennen had het hoogtepunt kunnen zijn van een verzoeningsproces tussen Hamas en Fatah, van een herstructurering van de Palestijnse sociale bewegingen en van een hervorming van de banden met de Arabische wereld en met de internationale en Israëlische antizionistische bewegingen. Kortom, de roep om erkenning van een Palestijnse staat had de uitkomst kunnen zijn van een nieuwe opstelling van de Palestijnse beweging en een andere houding tegenover toekomstige vredesbesprekingen. Dit was niet het geval.</p>
<p><strong>Gebrek aan legitimiteit</strong><br />
Ten eerste is het verontrustend dat de keuze om de VN om erkenning te vragen plotseling kwam, niet als het resultaat van een beoordeling van de Palestijnse politiek sinds Oslo. Het lijkt een keuze te zijn ingegeven door de crisis van de bestaande Palestijnse politiek. Een serieuze analyse van de politieke en historische context is een eerste voorwaarde om dit initiatief meer te maken dan een politieke manoeuvre binnen de beperkte kaders van het zogenaamde ‘vredesproces’. Dit ‘vredesproces’ liep mank vanaf de geboorte in 1991 in de vredesconferentie in Madrid en nu, in 2011, moet men onder ogen zien dat het dood is. Dit falen is te wijten aan het feit dat het dit vredesproces vanaf het begin ontbrak aan de noodzakelijke voorwaarden voor succes. Alle onderhandelingen werden getekend door de ongelijke machtsrelaties tussen de Palestijnen enerzijds en de Israëlisch-Amerikaanse alliantie, gesteund door de Europese Unie anderzijds. Ook de Arabische regimes kozen de kant van deze oppermachtige alliantie.</p>
<p>De politieke en historische context van dit initiatief van Abbas is het conflict tussen de koloniale Israëlische bezetting en de Palestijnse aspiraties voor nationale bevrijding. Een beoordeling van de gang naar de VN, negatief of positief, mag deze context niet uit het oog verliezen. De discussie gaat dieper dan juridische controverses over VN-lidmaatschap of media-campagnes van politici. Waar het om gaat is of de keuze om naar de VN te stappen een terugkeer naar het referentiekader van de VN resoluties en het internationaal recht, en dus het opgeven van het referentiekader opgelegd door de ongelijke machtsverhoudingen van ‘Oslo’, betekent.</p>
<p>Als het antwoord op deze vraag ‘ja’ is, zou de oproep om een Palestijnse staat te erkennen de eerste stap van een nieuwe Palestijnse strategie zijn: de heropbouw van de Palestijnse strijd, gebaseerd op de noodzaak van nationale eenheid en een heroverweging van alle vormen van verzet alsmede de heropbouw van de Palestinian Liberation Organization (PLO) als de legitieme vertegenwoordiger van het Palestijnse volk. Die legitimiteit kan slechts rusten op een nationale consensus over Palestijnse rechten (het recht van ontheemden om terug te keren, zelfbeschikking en de oprichting van een onafhankelijke, soevereine Palestijnse staat met Jeruzalem als de hoofdstad en het ontmantelen van de nederzettingen). Slechts de gang naar de VN zal weinig gevolgen hebben voor de lokale realiteit.</p>
<p>De Palestijnen hebben al een hoge prijs moeten betalen voor de kortzichtigheid en het opportunisme van veel van hun leiders. Dit blijkt duidelijk uit de bittere ervaring van de Oslo akkoorden en hoe dit ‘vredesproces’ niet de uitgangspunten en doeleinden van de strijd voor nationale bevrijding en de fase waarin deze verkeerde respecteerde. De akkoorden respecteren werd het doel zelf, en niet het middel om de Palestijnse rechten te garanderen. Sommige mensen suggereerden zelfs dat de onderhandelingen en de vorming van de PA betekenden dat het stadium van nationale bevrijding, met alle nationale, politieke en organisatorische vereisten hiervan, al voorbij was. De machtsverhoudingen in de Palestijnse samenleving tussen de politiek enerzijds en de sociale actoren anderzijds – sociale bewegingen, de linkse partijen en de talloze mensen die het belang inzien van het voortzetten van de bevrijdingsstrijd – moeten herzien worden. Alleen op een democratische basis kunnen de verschillende politieke stromingen en sociale bewegingen samenkomen.</p>
<p>In ieder geval zou de Palestijnse leiding moeten beseffen dat het falen van alle ‘vredesinitiatieven’ verklaard kan worden door het simpele feit dat deze poogden fundamentele voorwaarden als de nationale rechten en eenheid van de Palestijnen te negeren. Er werd geprobeerd vrede te brengen terwijl de Israëlische bezetting gewoon voortduurde. De aard van de concessies gemaakt door de Palestijnse leiding hebben de nationale rechten ondergraven en hierdoor ontbeert het vredesproces elke vorm van legitimiteit. In de ogen van de meerderheid van de Palestijnen is het zogenaamde vredesproces slechts een keuze van een beperkte politieke elite, een keuze die ingaat tegen de rechten en belangen van de meerderheid terwijl de onderhandelingspartner, Israël, zijn koloniale beleid, inclusief het bouwen van nederzettingen op Palestijns land, voortzet. Het overzicht op hoeveel de Palestijnen al verloren hebben wordt vertroebeld door politiek gekonkel. Alleen een politieke koers gebaseerd op het principe van nationale bevrijding, een principe waar het legitimiteit aan kan ontlenen, heeft kans op succes. Toewijding aan de Palestijnse zaak en de gerechtvaardigde strijd voor vrijheid, onafhankelijkheid en zelfbeschikking, op de basis van het internationaal recht en de VN resoluties moeten de uitgangspunten zijn. Indien de gang naar de VN het begin is van een nieuwe oriëntatie op het internationale recht en de Palestijnse bewegingen de kans grijpen om zich te hervormen op basis van een dergelijke oriëntatie en breken met het mislukte ‘vredesproces’ oontstaan er nieuwe kansen voor de Palestijnse bevrijdingsstrijd. Wat betreft het initiatief om naar de VN te stappen, betekent dit dat het doel moet zijn om het politieke, sociale, economische en culturele vermogen van de Palestijnse samenleving te versterken en een eind te maken aan de bezetting. Dit is veel belangrijker dan een juridisch en diplomatiek debat.</p>
<p><strong>Valse vrede en valse hoop</strong><br />
Er zijn twee dringende politieke noodzaken. Ten eerste die van het herstel van een nationale Palestijnse strategie, in overeenstemming met de noden van de Palestijnse bevolking en de erkenning dat zij nog steeds bezet worden gehouden. De eerste taak is het maken van een evaluatie van Oslo-akkoorden, het erkennen van de ongelijkheden hierin en het opgeven van valse hoop. In 2002 waarschuwde de Palestijnse dichter Mahmoud Darwish er al voor dat de Israëlische staat met de ‘valse vrede’ van Oslo hoopte te bereiken wat het niet kon bereiken middels oorlog: een dominante positie in de regio en het isoleren van de Palestijnen; ‘de Palestijnen hebben zich tot uiterste toe ingespannen en een hoge prijs betaald voor een akkoord dat niet meer beoogt dan de erkenning van het recht om op twintig procent van ons historische thuisland een staat te creëren terwijl Israël weigert zich terug te trekken en ons historische bestaan nog steeds ziet als een buitenlandse bezetting van het ‘eeuwige Joodse thuisland’.’</p>
<p>Ten tweede moeten de Palestijnse politieke organisaties, de PLO en de Palestijnse Authoriteit (PA) opnieuw opgebouwd worden. Een eerste taak is het trekken van een scherpe lijn tussen de taken van de PA en die van het verzet. De vergissing om de verzetsstrijd en de taken van de PA door elkaar te halen leidde tot de crises in de twee grootste politieke Palestijnse bewegingen, Fatah en Hamas. Fatah werd niet meer dan een verlengstuk van de PA hetgeen tot de breuk met Hamas leidde. De PA probeert nu de verzetsbewegingen te controleren terwijl het zijn eigenlijk taak is om de sociale voorzieningen en democratie in de Palestijnse samenleving te waarborgen. Als de verzetsbewegingen onafhankelijk waren gebleven van de PA had het conflict niet het punt bereikt dat de eenheid van de Palestijnen en daarmee de strijd voor vrijheid en onafhankelijkheid in gevaar komen.</p>
<p>De nationale bevrijding van de Palestijnen kan niet los gezien worden van hun sociale rechten en van ontwikkeling van de Palestijnse gemeenschap, te meer omdat buitenlandse hulp nu fungeert als politiek pressiemiddel. De huidige omwentelingen in de Arabische wereld creëren gelukkig nieuwe kansen voor steun aan de Palestijnse strijd. Geconfronteerd met toenemende sociale spanningen in Israël is de Israëlische regering bang het overwicht dat ze dankzij Oslo verwierf te verliezen. De sociale en economische misère in Israël houdt direct verband met de kosten van de bezetting – een nieuwe Palestijnse beweging kan een bondgenootschap aangaan met de Israëli’s die onder dit beleid leiden.</p>
<p>Kortom, de betekenis van ‘september’ ligt niet in de besluiten van de VN – wat daar besloten wordt zal door bestaande machtsverhoudingen bepaald worden – wat telt is dat dit debat een kans is om voor een nieuwe oriëntatie te kiezen. Zo’n oriëntatie moet afscheid nemen van de illusies van Oslo en zich baseren op de meest wezenlijke principes: de sociale en politieke rechten van de Palestijnen.</p>
<p><em>Nassar Ibrahim is actief bij het Alternative Information Center, een Israëlisch-Palestijnse organisatie die actie voert tegen de bezetting. Dit artikel is een bewerking van een essay dat eerder op hun site verscheen.</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/10/24/een-nieuwe-kans-voor-palestina-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Arabische revoluties in perspectief</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/08/25/de-arabische-revoluties-in-perspectief/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/08/25/de-arabische-revoluties-in-perspectief/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 25 Aug 2011 19:46:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Yvan Lemaitre</dc:creator>
				<category><![CDATA[Internationaal]]></category>
		<category><![CDATA[Losse artikelen]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog en vrede]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlogen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=2562</guid>
		<description><![CDATA[“De meest adequate formulering om te beschrijven wat er zich afspeelt in de Arabische regio luidt “een revolutionair proces”, eerder dan een “revolutie” als een voltrokken proces.” Aan het woord is Gilbert Achcar, opgegroeid in Libanon en vandaag actief als professor politieke wetenschappen aan de London’s School of Oriental and African Studies. Dit interview met [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>“De meest adequate formulering om te beschrijven wat er zich afspeelt in de Arabische regio luidt “een revolutionair proces”, eerder dan een “revolutie” als een voltrokken proces.” Aan het woord is Gilbert Achcar, opgegroeid in Libanon en vandaag actief als professor politieke wetenschappen aan de London’s School of Oriental and African Studies.  Dit interview met Achcar, die momenteel ook werkt aan een boek over de Arabische revoluties, werd afgenomen door Yvan Lemaître en verscheen eerder in het blad van de Franse NPA. Achcar schetst de achtergronden van de huidige opstanden en omwentelingen in de Arabische wereld en schuift ook enkele scenario’s voor de toekomst naar voor: “Over één zaak is haast iedereen het eens: het is allemaal nog maar net begonnen.”</p>
<p><em>Het  verstikken van elk politiek leven door de dictaturen heeft ons doen vergeten dat er in de na-oorlogse periode een sterke politisering bestond onder intellectuelen en in de arbeidersbeweging, die sterk tot uiting kwam doorheen de anti-imperialistische strijd. Is het die politisering die weer opveert doorheen de huidige revoluties?</em></p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/gilbert-achcar.jpg"><img src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/gilbert-achcar.jpg" alt="" title="gilbert-achcar" width="210" height="210" class="alignleft size-full wp-image-2561" /></a>Wat er vandaag gebeurt, kadert in feite in de lange moderne geschiedenis van de Arabische staten. Zonder te ver te willen teruggaan in de tijd, kunnen we de huidige revolutionaire golf situeren in de afgelegde weg sinds de vorige regionale golf van opstanden die volgde op de Nakba, de Arabische nederlaag in Palestina in 1948. Er is de opkomst van de nationalistische beweging  in de jaren 1950 en 1960, die er niet enkel in slaagt om het volkse protest te capteren en te versterken, maar ook om dat protest te radicaliseren op sociaal-economisch en politiek vlak. De nieuwe Arabische nederlaag van juni 1967 ten aanzien van Israël, betekent het begin van de teloorgang van het Arabische nationalisme. In de jaren 1970 komt er een soort van overgangsperiode waarin drie stromingen vechten om de hegemonie: het neergaande nationalisme, een nieuwe radicale linkerzijde, ten dele voortgekomen uit het nationalisme en het islamitisch integrisme, dat gevoed werd door de Saoedische petrodollars en dat door de regimes gestimuleerd werd als tegenpool voor radicaal links.</p>
<p>Na de Iraanse revolutie van 1979 komen we in een nieuwe historische fase terecht die drie decennia zal duren en waarin het volkse protest in de regio gedomineerd wordt door religieuze stromingen, met een neergang en marginalisering van links. De laatste jaren zagen we door de socio-economische gevolgen van de neoliberale globalisering een nieuwe opmars van het sociaal protest en van de klassenstrijd, aangevuurd door de effecten van de crisis en de achteruitgang van de levensomstandigheden. In Egypte luidt het jaar 2006 de start in van een golf van arbeidersstrijd die tot in 2009 vormen aanneemt die ongezien waren in het land en de regio. Deze herintrede van de klassenstrijd –een terrein waarop de religieuze stromingen, die sociale vrede prediken, nagenoeg afwezig zijn- toonde aan dat we aan de vooravond stonden van een nieuwe politieke fase, een nieuwe fase van verandering. De huidige revolutionaire golf versterkt enkel maar de rol van mobilisaties en van de arbeidersklasse, bijvoorbeeld in Tunesië en Egypte, de twee sleuteldlanden. Ook zien we een nieuwe groei, zij het nog bescheiden, van radicaal links. Voorts is er ook sprake van een vernieuwd liberalisme, in de Amerikaanse betekenis van het woord, een politiek liberalisme, eerder progressief op het sociale vlak, waarvan de gekendste vertegenwoordiger de’beweging van de jongeren van 6 april’ in Egypte is.</p>
<p>Toch vind ik het overdreven om te spreken over de “facebookrevoluties”, al klopt het dat een beperkte groep gepolitiseerde jongeren, vooral de aanhangers van dat nieuwe liberalisme, zich heeft kunnen organiseren dankzij de nieuwe technologie. Van Marokko tot Syrië speelden digitale communicatienetwerken een rol in de organisatie van de mobilisaties. Het gaat dan in grote mate om netwerken van jongeren met liberale, democratische en vrijzinnige ideeën, gecombineerd met een sociaal reformisme. Daar schuilt er een belangrijk potentieel van radicalisering, dat links, als het de aansluiting vindt, zou kunnen beinvloeden. We bevinden ons vandaag dus in een nieuwe overgangsperiode, waarin de kaarten herschud worden en waarbij er een sterke concurrentie ontstaat tussen aan de ene kant de nieuwe opkomende krachten –de arbeidersbeweging, links en liberale jongeren- en aan de andere kant islamistische bewegingen.</p>
<p><em>Jij praat over die revoluties alsof het om één groot proces gaat. Wat is de plaats van het panarabisme in het politiek bewustzijn en in deze gebeurtenissen?</em></p>
<p>Je moet de term “Arabisch” tussen aanhalingstekens plaatsen. We kunnen deze regio Arabisch noemen in geopolitieke zin, met bijvoorbeeld de Arabische Liga, of in die zin dat het Arabisch er de officiële taal is, hoewel ook niet altijd exclusief. Marokko en Algerije zijn bijvoorbeeld Arabo-Amazigh (Berbers).  Het panarabisme, of anders gezegd het Arabisch nationalisme, was de dominante ideologie van de massabeweging in de hele regio tijdens de periode van de jaren 1950 en 1960. Terzelfdertijd vertegenwoordigde dit nationalisme een drang naar eenheid in de stijl van de grote Europese, burgerlijke éénmakingen, van bovenaf, en zeer gekristalliseerd rond de persoon van de Egyptische president Nasser. De nederlaag van de Arabische nationalistische beweging is gepaard gegaan met het wegebben van de nationalistische ideologie. Het feit dat vandaag de contestatiebeweging zich als een lopend vuurtje verspreidde over de hele Arabische zone, begrensd door de Sahara, Iran en Turkije kan enkel verklaard worden door de sterke banden die er bestaan in deze historische, culturele taalgemeenschap. Het satelietkanaal Al-Jazeera heeft er zeker toe bijgedragen, net als de sociale netwerksites.</p>
<p>We zijn getuige van de opkomst van een nieuw regionaal bewustzijn, maar dan niet vanuit een drang naar eenheid van bovenaf, via een dictatuur, maar een veel democratischere drang naar eenheid aan de basis, van onderop. Niet zozeer de Europese modellen van de afgelopen eeuwen, maar het confederale model van de Europese Unie (afgezien van haar sociale inhoud) stemt het meest overeen met wat de jongeren vandaag wensen.<br />
De concrete éénmakingspogingen die eerder al plaatsvonden in de Arabische wereld, hebben duidelijk gemaakt aan wat men zich mag verwachten wanneer het gaat om eenheid tussen dictatoriale regimes. Ze waren ofwel gedoemd om te mislukken door de greep van het ene land op het andere, zoals met de Syro-Egyptische Unie in 1958, ofwel ontbrak het aan samenhang, zoals het geval was met de Unie van de Arabische Maghreb in 1989. Vandaag is men er zich van bewust dat er eerste grondige democratische veranderingen in de betrokken landen nodig zijn, alvorens er sprake kan zijn van éénmaking.</p>
<p><em>Hoe staat het vandaag met de Arabische revoluties en welke perspectieven zijn er?</em></p>
<p>Er bestaat eigenlijk een zeer brede consensus over het feit dat het allemaal nog maar net gestart is. Zelfs in de twee landen waar er overwinningen werden behaald, Tunesië en Egypte, zijn er zeker zoveel, zo niet méér elementen van continuiteit met het vroegere regime dan van discontinuiteit. Wat omver werd geworpen, is het zichtbare gedeelte van de ijsberg. Al de rest is er nog; namelijk het gros van de heersende klasse en haar machtsapparaat. Dat is ook waarom de strijd verdergaat. In Egypte is die bijvoorbeeld gericht tegen de militaire raad die de macht naar zich toe heeft getrokken na het vertrek van Moebarak. De meest adequate formulering om te beschrijven wat er zich afspeelt in de Arabische regio luidt “een revolutionair proces”, eerder dan een “revolutie” als een voltrokken proces. Dat revolutionaire proces werd ontketend door de gebeurtenissen van december 2010 in Tunesië, voortgezet in Egypte en het kende daarna uitbreiding in de hele regio. Maar we staan vandaag aan het begin van dit proces. In Bahrein. Jemen, Syrië of Libië werd die initiële overwinning zelfs nog niet binnengehaald. In nog andere landen slaagde men er nog niet in om manifestaties van een grote omvang op poten te zetten. En in Tunesië en Egypte is het proces helemaal niet voltrokken. De Egyptenaren hadden gelijk om hun revolutie te noemen naar de startdatum ervan, de “revolutie van 25 januari”. Want het einde is nog niet in zicht. Het is ook niet makkelijk om te voorspellen wanneer dat einde zal plaatsvinden, gezien in elke periode van revolutionaire omwenteling, die gekenmerkt wordt door de uitbarsting van de massa’s die de politieke scène bestormen, de geschiedenis duizelingwekkend snel kan gaan. </p>
<p>Dit gezegd, een terugkeer naar het vertrekpunt is uitgesloten. Het wiel van de geschiedenis kan je niet zomaar terugdraaien. De Arabische wereld is in 2011 in een overgangsperiode terechtgekomen die meerdere uitkomsten kan hebben, zoals elk revolutionair proces. Het meest wenselijke perspectief wat mij betreft, is de uitdieping en de consolidering van de democratische veroveringen, zodat een sociale en politieke arbeidersbeweging verder kan uitgebouwd worden en zodat er een nieuwe fase van radicalisering kan optreden in het proces, en wel op een klasse-basis.  Het belangrijkste alternatieve scenario vandaag zou erin bestaan dat men de democratische transformatie ondergeschikt zou maken aan de voortzetting van de regimes door middel van de coöptatie van de integristische bewegingen. Dat is wat de USA de “geordende transitie” noemt en waarvoor ze bijvoorbeeld vandaag officiële banden heeft aangegaan met de Moslimbroeders.  Uiteraard blijft er ook nog het perspectief van een verlengde fase van instabiliteit met alle sociale en economische gevolgen vandien en die –net zoals de revolutie van 1848 uitliep op de “18de Brumaire van Louis Bonaparte”- op termijn zou kunnen uitlopen op een autoritaire machtsgreep die de revolutie en haar verworvenheden teniet doet. Een dergelijke evolutie valt niet uit te sluiten. Daarom is het cruciaal dat links zich volop smijt in de strijd voor politieke democratie, met alle allianties die daarvoor noodzakelijk zijn, en dat alles met als allerbelangrijkste taak de opbouw van een onafhankelijke arbeidersbeweging, zowel op het syndicale als het politieke terrein.</p>
<p>Interview: Yvan Lemaître<br />
Vertaling: David Dessers (Socialisme 21)</p>
<p>Dit artikel werd eerder geplaatst op: <a href="http://www.socialisme21.be" title="www.socialisme21.be">www.socialisme21.be</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/08/25/de-arabische-revoluties-in-perspectief/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Wie zal de Arabische wereld vorm geven?</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/06/22/wie-zal-de-arabische-wereld-vorm-geven/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/06/22/wie-zal-de-arabische-wereld-vorm-geven/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 Jun 2011 17:53:41 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tariq Ali</dc:creator>
				<category><![CDATA[Grenzeloos 112]]></category>
		<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[NAVO - NATO]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=2320</guid>
		<description><![CDATA[Een tweede fase van de Arabische lente is begonnen. Terwijl machthebbers proberen de volksbeweging in te kapselen of neer te slaan rijst de vraag of het de bevolking of de elites zullen zijn die de toekomst bepalen. De lappendeken van de Arabische politiek, een verzameling van monarchistische cliënten, gedegenereerde nationalistische dictaturen en de tankstations bekend [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong>Een tweede fase van de Arabische lente is begonnen. Terwijl machthebbers proberen de volksbeweging in te kapselen of neer te slaan rijst de vraag of het de bevolking of de elites zullen zijn die de toekomst bepalen.<a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/24.jpg"><img class="alignright size-medium wp-image-2321" title="Libya" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/24-300x193.jpg" alt="" width="300" height="218" /></a></strong></p>
<p>De lappendeken van de Arabische politiek, een verzameling van monarchistische cliënten, gedegenereerde nationalistische dictaturen en de tankstations bekend als de Golfstaten, was het product van een ingrijpende periode van Frans en Engels kolonialisme. Na de Tweede Wereldoorlog werd de Verenigde Staten langzaam de dominante machtsfactor met als resultaat tijdens de Koude oorlog de tegengestelde bewegingen van radicaal, anti-kolonialistisch Arabisch nationalisme en zionistisch expansionisme. Na het einde van de Koude Oorlog nam Washington de controle over de regio over, aanvankelijk via lokale potentaten, daarna door middel van militaire bases en bezetting. Democratie was nooit een optie, hetgeen de Israëliërs de kans gaf op te scheppen dat zij het enige lichtpuntje in de Arabische duisternis waren.</p>
<p>Hoe is dit allemaal verandert door de Arabische intifada, de opstand die vier maanden geleden begon? In januari werden demonstrerende massa’s, ongeacht hun sociale afkomst of religie, verenigd door de slogan ‘<em>Al-Sha’b yurid isquat al-nizam!’</em> (‘Het volk wil de val van het regime!’). Van Tunesië tot Caïro, van Saana tot Bahrein zien we Arabieren de rug rechten en opstaan. Op 14 januari, terwijl de massa’s richting het ministerie van binnenlandse zaken trokken, vluchtte de dictator van Tunesië, Ben Ali, naar Saudi Arabië. Op 11 februari bracht een landelijke opstand de Egyptische dictator Hosni Mubarak ten val en op hetzelfde moment braken in Libië en Jemen opstanden uit.</p>
<p>In het bezette Irak gingen mensen de straat op om te protesteren tegen de corruptie van Maliki’s regime en, meer recent, tegen de aanwezigheid van Amerikaanse troepen en bases. Jordanië werd in beroering gebracht door landelijke stakingen en rebellerende stammen. De protesten in Bahrein escaleerden en er werd het vertrek van de monarchie geëist, een ontwikkeling die de angst om het hart van de Saudische kleptocratie en hun Westerse beschermheren – die zich geen Arabië zonder sultans kunnen voorstellen – deed slaan. Terwijl ik schrijf, vecht het corrupte en gewelddadige regime van de Syrische Ba’ath partij voor zijn leven.</p>
<p>De opstanden werden door onvrede over twee soort factoren bepaald: economisch – massale werkloosheid, stijgende prijzen, een tekort aan levensmiddelen – en politiek: vriendjespolitiek, corruptie, repressie, marteling. Egypte en Saudi Arabië waren de twee voornaamste pijlers van de Amerikaanse strategie in de regio, zoals onlangs nog erkend werd door de Amerikaanse vice-president toen deze verklaarde zich meer zorgen te maken over Egypte dan over Libië. De zorg is dat een democratische regering, ontsnapt aan Amerikaanse controle, het vredesverdrag met Israël zou kunnen opzeggen. Voorlopig is Washington erin geslaagd de politieke verandering te kanaliseren in een overgang onder supervisie van Mubaraks voormalige minister van defensie en zijn bevelhebber van het leger – vooral de laatste staat dicht bij de Amerikanen.</p>
<p>Het regime van Mubarak is nog grotendeels intact en dringt nu aan op stabiliteit en een einde aan de stakingen. Achter de schermen vinden koortsachtige onderhandelingen tussen Washington en de Moslim Broeders plaats. Met enkele wijzigingen is de oude grondwet nog steeds van kracht. Het lijkt er nog lang niet op dat het Latijns Amerikaanse model van grote sociale bewegingen welke politieke organisaties voortbrengen die zegevieren in verkiezingen en vervolgens hervormingen doorvoeren in de Arabische wereld herhaald zal worden. Tot nu toe wordt de economische status quo er nog niet bedreigt.</p>
<p>In Tunesië en Egypte blijft de massabeweging waakzaam maar ontbreekt het haar aan politieke instrumenten om de wil van de mensen te vertegenwoordigen. De eerste fase is voorbij, de tweede, van het inperken van de bewegingen, is begonnen.</p>
<p>De NAVO bombardementen op Libië waren een poging van het Westen om zich als de voorhoede van ‘democratie’ te positioneren nadat elders pro-Westerse dictators verjaagd waren. De bombardementen hebben de situatie nog slechter gemaakt. Het zogenaamde voorkomen van een bloedbad heeft tot de dood van honderden, veelal onder dwang vechtende, soldaten geleid en heeft de verachtelijke Muammar Kadaffi de kans gegeven om zich voor te doen als een anti-imperialist.</p>
<p>Het Libische volk heeft, ongeacht de uitkomst, verloren. Of het land wordt verdeeld in een privéstaat van Kadaffi enerzijds en een pro-westers protectoraat geleid door een select groepje zakenlieden anderzijds, of het westen schakelt Kadaffi uit en neemt de controle over heel Libië, inclusief de enorme olie-reserves, over.</p>
<p>Elders in de regio blijkt het westen niet zo enthousiast te zijn over ‘democratie’. De VS gaf het groene licht aan een Saudische interventie in Bahrein om plaatselijke democraten te onderdrukken, religieuze tegenstellingen aan te wakkeren en demonstranten ter dood te veroordelen. Bahrein is een gevangenenkamp, een giftige cocktail van Guantánamo Bay en Saudi Arabië.</p>
<p>In Syrië is het veiligheidsapparaat, geleid door de familie Assad, overgegaan tot grootschalig dodelijk geweld maar is er tot nu toe niet in geslaagd de democratische beweging de kop in te drukken. De Syrische oppositie wordt niet gedomineerd door fundamentalisten: het is een brede beweging die alle sociale lagen omvat – behalve de kapitalistische klasse welke loyaal blijft aan het regime.</p>
<p>In tegenstelling tot in veel andere Arabische landen bleven in Syrië veel intellectuelen thuis – gedwongen door huisarrest en marteling. Seculiere socialisten als Riad Turk maken deel uit van de ondergrondse leiding van de beweging in Damascus en Aleppo. Niemand hier wil westerse militaire interventie, niemand wil een herhaling van Irak of Libië. De Israëliërs en Amerikanen zouden het liefst zien dat Assad bleef, net zoals ze er eerder de voorkeur aan hadden gegeven dat Mubarak  was aangebleven. In Jemen heeft de lokale despoot honderden burgers laten doden maar het leger is verdeelt en de Amerikanen en Saudi’s proberen hier, net zoals in Egypte, koortsachtig een nieuwe coalitie te vormen – maar de opstandige massa’s weigeren elke deal met de zittende machthebber.</p>
<p>De VS wordt geconfronteerd met een nieuwe politiek landschap. Het is nog te vroeg om te zeggen wat de uitkomst zal zijn, het einde is nog niet in zicht.</p>
<p><em>Dit artikel verscheen eerder op de website van de Guardian. Tariq Ali is een anti-oorlogsactivist, journalist en schrijver van onder andere ‘The clash of fundamentalisms. Crusades, jihads and modernity.’Vivendie rorum, utem, publicipio in ilis, C. C</em></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/06/22/wie-zal-de-arabische-wereld-vorm-geven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Dood van een anachronisme</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/05/03/dood-van-een-anachronisme/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/05/03/dood-van-een-anachronisme/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 03 May 2011 19:29:43 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Daniel Princen</dc:creator>
				<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlogen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.grenzeloos.org/?p=2124</guid>
		<description><![CDATA[Twee mei kwam er een definitief einde aan Osama bin Ladens dertigjarige politieke loopbaan. Na tien jaar bondgenoot van het westen te zijn geweest was er hij twintig jaar lang een fanatieke vijand van. Maar op het moment van zijn dood was zijn politieke rol al uitgespeeld.De aanslagen van 11 September 2001 staan bekend als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Twee mei kwam er een definitief einde aan Osama bin Ladens dertigjarige politieke loopbaan. Na tien jaar bondgenoot van het westen te zijn geweest was er hij twintig jaar lang een fanatieke vijand van. Maar op het moment van zijn dood was zijn politieke rol al uitgespeeld.<span id="more-2124"></span>De aanslag<img class="alignleft size-medium wp-image-2125" title="Bin Laden staat weer op de voorpagina's" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/bin-laden-300x213.jpg" alt="" width="300" height="213" />en van 11 September 2001 staan bekend als een van de ernstigste gevallen van <em>blowback</em>,  onbedoelde negatieve gevolgen van geheime operaties, in de geschiedenis. Al Qaida kreeg immers vorm in de door de Amerikanen gesteunde jihad tegen de Russen in Afghanistan in de jaren tachtig .</p>
<p>Westerse veiligheidsdiensten hadden toen al decennialange ervaring  met samen werken met rechts-radicale islamitische fundamentalisten. Sinds de jaren vijftig hadden de Verenigde Staten en andere westerse mogendheden in de Arabische wereld dit soort stromingen gesteund om linkse en nationalistische bewegingen in de regio te ondergraven.</p>
<p>De ideologische wortels van het islamitische fundamentalisme liggen bij Jamal Eddine al-Afghani (1838 – 1897). Deze werkte samen met Groot-Brittannië, toen de dominante wereldmacht, in een poging om het langzaam desintegrerende Ottomaanse rijk te vervangen door een nieuw, pro-Brits kalifaat. Dat plan mislukte. Meer succes hadden de Britten in de jaren twintig in wat nu Saudi-Arabië is. Gesteund door de Britten versloeg het huis van Al Saud met hun fundamentalistische <em>Ikhwan</em>-strijders concurrerende stammen en creëerden zij de eerste fundamentalistisch islamitische staat ter wereld. Toen al waren er twijfels of fundamentalisten onder controle te houden waren; &#8216;Vandaag een zwaard in de handen van de prins, morgen een dolk in zijn rug&#8217; beschreef een vriend van de nieuwe dynastie de <em>Ikhwan</em>. Afghani&#8217;s voornaamste volgeling, Mohammed-Abduh (1849 – 1905) stichtte de salafistische beweging, de stroming waar Al-Qaida&#8217;s gedachtegoed uit voortkwam en die in jaren twintig versmolt met de fundamentalistische islam van het Saudische koningshuis. Geïnspireerd door al-Afghani&#8217;s gedachtegoed vormde Hassan al-Banna (1906 – 1949)  in 1928 in Egypte de Moslim Broeders, een beweging die nog bestaat en waar onder andere Hamas uit is voortgekomen.</p>
<p>Na de Tweede Wereldoorlog verving de VS Groot-Brittannië. Net zoals de Britten werkten de Amerikanen samen met fundamentalistische krachten in de regio en met het Saudische koningshuis. In de jaren zestig werkten ze onder andere samen met de Egyptische Moslim Broeders tegen de nationalistische, naar de Sovjet-Unie neigende regering van Gamal Abdel Nasser. Na de Zesdaagse Oorlog met Israël in 1967 en de dood in 1970 van Nasser verloor het seculiere Arabische nationalisme dat hij als geen ander belichaamde aan aantrekkingskracht. Naast linkse bewegingen kwamen in de nasleep van de Arabische nederlaag in het nieuwe decennium nieuwe, meer radicale fundamentalistische stromingen op.</p>
<p>Nasser werd opgevolgd door Anwar Sadat, een voormalig lid van de Moslim Broeders. Deze sloot bondgenootschappen met Saudi-Arabië en de VS en legaliseerde de door Nasser onderdrukte Moslim Broeders waarmee hij samen tegen Egyptisch links streed. In 1980 kwamen verschillende groepen met oorspronkelijk hun wortels in de Moslim Broeders samen om de Islamitische Jihad te vormen. In wat een terugkerend patroon zou worden werd Sadat op 6 oktober 1981 het slachtoffer van de geest die hij zelf uit fles had gelaten toen hij vermoord werd door de Islamitische Jihad.</p>
<p>In de jaren zeventig probeerden de Amerikanen in Afghanistan, dat zich al sinds de jaren vijftig in de Sovjet invloedssfeer bevond, dezelfde strategie toe te passen als in het Midden-Oosten; het steunen van fundamentalistische groeperingen tegen gezamenlijke vijanden. Op 3 juli 1979 tekende de Amerikaanse president Jimmy Carter de eerste order om in het geheim de tegenstanders van de regering in Kaboel te steunen. Pas enige maanden later, op 24 december 1979, viel het Sovjet-leger Afghanistan binnen in een poging om hun door de opstandelingen in het nauw gedreven bondgenoten te steunen. De Russen liepen recht in de Amerikaanse val en raakten verwikkeld in een uitzichtloze oorlog met de Afghaanse opstandelingen waarvan het overgrote deel islamitische fundamentalisten waren. Zbigniew Brzezinski, Carter&#8217;s nationale veiligheidsadviseur en een van de architecten van het plan, was in 1998 vol trots over het succes; &#8216;wat is van meer belang in de wereldgeschiedenis? De Taliban of het ineenstorten van het Sovjet-rijk? Een paar nijdige Moslims of de bevrijding van centraal-Europa en het einde van de Koude Oorlog?&#8217;</p>
<p>In januari 1980 bezocht Brzezinski Sadat en kreeg toestemming om via Egypte de Afghaanse mujahedin te steunen. Oude Egyptische wapenvoorraden werden door de Amerikanen via Pakistan naar de Afghanen doorgesluisd. De wapens waren van Sovjet-makelij, ooit geleverd aan Nasser, en dus niet traceerbaar naar de VS. Naast wapens gaven de VS financiële steun en de Saudi&#8217;s beloofden op hun beurt de Amerikaanse donaties te verdubbelen. Het geld werd via de Pakistaanse inlichtingendienst, de ISI, naar de Afghanen doorgespeeld. Zowel in Egypte als in de VS zelf ontvingen vrijwilligers voor de Afghaanse jihad militaire training &#8211; ironisch genoeg onder andere van de <em>Navy</em> SEAL&#8217;s, dezelfde eenheid die Bin Laden heeft omgebracht. De fundamentalistische strijders leerden onder andere om te gaan met explosieven, automatische wapens, mijnen en werden getraind in allerlei sabotage-methoden.</p>
<p>Naarmate de oorlog in Afghanistan escaleerde werd de Amerikaanse regering steeds enthousiaster: eerst was het plan slechts om de Sovjet-Unie te verzwakken door een slepende guerrillaoorlog maar nu leek een regelrechte overwinning een mogelijkheid te worden. Steun aan de Afghaanse rebellen nam toe:  Amerikaanse en Saudische donaties aan de Afghaanse jihad in 1984 bedroegen samen 250 miljoen dollar, bijna net zoveel als de voorafgaande drie jaar samen. In 1986 ging het om 470 miljoen, in 1987 was het 630 miljoen. Amerikaanse diplomaten slaagden erin ook China te overtuigen de rebellen te steunen; tussen 1981 en 1984 leverde het land voor 600 miljoen dollar aan wapens aan de rebellen.</p>
<p>Een van die &#8216;nijdige Moslims&#8217; waar Brzezinski zo laatdunkend over sprak was natuurlijk Bin Laden. Meteen na de Russische inval in Afghanistan trok hij naar de regio waar hij zijn fortuin, dat hij in een door zijn vader opgezet constructiebedrijf verdiende, gebruikte om Arabische vrijwilligers voor de Afghaanse jihad te trainen en te bewapenen. Bijna tegelijkertijd begon hij fundamentalistische groeperingen in Egypte te steunen, waaronder de Islamitische Jihad, de moordenaars van Sadat. In 1985 vormde hij de organisatie die later bekend zou worden als Al Qaida. Met behulp van een netwerk van recruteringscentra in Saudi-Arabië, Egypte en Pakistan wierf hij strijders voor de Afghaanse jihad. De ISI was notoir corrupt en veel van het geld en de wapens die via deze organisatie naar de Afghanen moesten bleven aan de Pakistaanse strijkstok hangen. Bin Laden bewees zich echter als een efficiënt organisator, net zoals in zijn eerdere loopbaan in het constructiebedrijf van zijn vader.</p>
<p>Na de Russische terugtocht uit Afghanistan in 1989 keerde Bin Laden voor korte tijd terug naar Saudi-Arabië waar hij zijn werk in het familiebedrijf combineerde met steun aan fundamentalistische bewegingen in Egypte, Algerije, Tunesië, Jemen en elders. De Saudische regering werd echter steeds nerveuzer over Osama&#8217;s activiteiten. In 1991 verhuisde Bin Laden, samen met een aantal veteranen van de strijd in Afghanistan, naar een land waar hij meer welkom was: Soedan. Twee jaar eerder was Omar Bashir daar met een militaire coup aan de macht gekomen en Bin Laden had goede banden met het Soedanese Nationale Islamitische Front, de fundamentalistische beweging die op discrete wijze Bashirs coup had gesteund.</p>
<p>Vanuit zijn nieuwe thuisbasis zette hij zijn steun aan fundamentalistische groeperingen voort, nu ook aan bewegingen die zich tegen het Saudische  koningshuis keerden. De Saudi&#8217;s hadden in 1990 Amerikaanse troepen toestemming gegeven zich op Saudisch grondgebied te vestigen. Bin Laden was woedend over wat hij als een schending van heilig grondgebied zag. In een interview acht jaar later verklaarde hij dat het voor islamitische mannen onacceptabel was dat &#8216;Amerikaanse, Joodse en christelijke vrouwelijke soldaten&#8217; heilig grondgebied zouden betreden; &#8216;de heersers in de regio hebben hun mannelijkheid verloren en geloven dat mensen vrouwen zijn maar in de naam van God weigeren zelfs de fatsoenlijke moslimvrouwen om zich te laten verdedigen door de Amerikaanse en Joodse hoeren&#8217;.</p>
<p>In 1992 vonden de eerste aan Bin Laden toegeschreven aanvallen op Amerikaanse soldaten plaats, het volgende jaar gevolgd door de eerste poging om het World Trade Center te vernietigen. In november 1995 eiste een aanslag het leven van 5 Amerikaanse soldaten en 2 Indische arbeiders in de hoofdstad van Saudi-Arabië Riyad. Het jaar daarop werd Bin Laden te riskant voor de Soedanese regering en deze verzochten hem te vertrokken: in 1996 keerde hij terug naar Afghanistan.<br />
De Amerikanen hadden verwacht dat na de Russische terugtocht het regime in Kaboel snel zou vallen: terwijl verschillende groepen opstandelingen het echter met elkaar aan de stok kregen kon deze regering nog enige tijd de hoofdstad controleren. Afghanistan verzonk in chaos tot, met hulp van de Pakistaanse ISI, de Taliban aan de macht kwam. De periode 1994 &#8211; 1998 stond de Amerikaanse regering niet onwelwillend tegenover de Taliban; &#8216;De Taliban zullen&#8217;, zo verklaarde een offcial van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken, &#8216;zich waarschijnlijk ontwikkelen als de Saudi&#8217;s: er zal ruimte zijn voor Aramco (het Saudische oliebedrijf), en pijpleidingen. Er zal een emir zijn, geen parlement en veel sharia-wetten. Daar kunnen we mee leven&#8217;.</p>
<p>Gemotiveerd door de successen en het Amerikaanse debacle in Somalië in 1994-5 besloot Bin Laden het strijdtoneel uit te breiden: in februari 1998 maakte hij de formatie van een &#8216;Wereld Islamitisch Front voor Jihad tegen de Joden en de Kruisvaarders&#8217; (het westen) bekend. Dat jaar kostten aanslagen op de Amerikaanse ambassades in Tanzania en Kenia honderden, merendeels lokale, burgers het leven. Vanaf nu werden niet alleen Bin Laden zelf maar ook zijn Afghaanse beschermers door de VS als vijanden gezien. In 2000 was het Amerikaanse marineschip USS <em>Cole</em> doelwit van een aanval en 11 september 2001 volgden de aanslagen in New York en Washington met bijna 3000 slachtoffers.</p>
<p>Deze aanslagen waren zijn grootste successen maar betekenden ook vrijwel het einde van de rol van Bin Laden in de leiding van Al Qaida. Opgejaagd door de Amerikanen was het voor hem niet mogelijk meer dan een symbolische rol te spelen. Zwaar gehavend is Al Qaida niet meer de goed georganiseerd beweging die het in de jaren tachtig en negentig was: het is nu een &#8216;merknaam&#8217; die gebruikt kan worden door elke groep die zich kan vinden in de methodes en ideologie van Bin Laden.</p>
<p>Osama bin Laden en zijn beweging werden een anachronisme. Twintig jaar lang verklaarde hij de corrupte regimes in de Arabische wereld omver te willen werpen maar de enige keer dat hij een rol had in de val van een regering was met westerse hulp in Afghanistan. In een paar maanden hebben protestbewegingen in de regio al verschillende dictaturen ten val gebracht en doen zij andere op hun grondvesten schudden. Niet alleen in hun werkwijze zijn deze bewegingen het tegenovergestelde van Al Qaida; ook hun idealen – democratie, sociale verbeteringen &#8211; staan lijnrecht tegenover Bin Laden&#8217;s obscurantistische droom van een nieuw kalifaat. De Arabische lente ontdoet groeperingen als Al Qaida van hun propaganda-claim op te komen voor de onderdrukte islamitische massa&#8217;s. Een voormalige CIA-official, Robert Grenier, noemde Osama&#8217;s dood cynisch een &#8216;goede <em>career move</em>&#8216;: nu staat hij eindelijk weer in de schijnwerpers. Voor de de Amerikanen is Bin Ladens dood belangrijk –  maar de geschiedenis had hem al achtergelaten.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/05/03/dood-van-een-anachronisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Weg met het regime van Kadhafi! Nee tegen imperialistische oorlog! Steun de Libische revolutie!</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/weg-met-het-regime-van-kadhafi-neen-aan-de-imperialistische-oorlog-steun-de-libische-revolutie/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/weg-met-het-regime-van-kadhafi-neen-aan-de-imperialistische-oorlog-steun-de-libische-revolutie/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Mar 2011 21:54:19 +0000</pubDate>
		<dc:creator>SAP Belgie</dc:creator>
				<category><![CDATA[Libië]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog en vrede]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dev.grenzeloos.org/?p=1859</guid>
		<description><![CDATA[Het voorbeeld van de Tunesische en Egyptische revoluties volgend, is de Libische bevolking op 17 februari spontaan in opstand gekomen tegen de dictatuur van Kadhafi. De bloedige repressie waarmee het regime de revolte onmiddellijk heeft proberen neerslaan, heeft deze gedwongen zich om te vormen tot een gewapende opstand die aanvankelijk de overwinning behaalde in een [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><strong>Het voorbeeld van de Tunesische en Egyptische revoluties volgend, is  de Libische bevolking op 17 februari spontaan in opstand gekomen tegen  de dictatuur van Kadhafi.<span id="more-1859"></span> De bloedige repressie waarmee het regime de  revolte onmiddellijk heeft proberen neerslaan, heeft deze gedwongen zich  om te vormen tot een gewapende opstand die aanvankelijk de overwinning  behaalde in een groot deel van het land.</strong></strong></p>
<p>Maar de tiran is er in geslaagd zijn troepen te hergroeperen en herop  te bouwen, en zo het verloren terrein terug te winnen op volksmilities  die weliswaar redelijk effectief zijn in de steden, maar totaal niet in  staat zijn om op open terrein weerstand te bieden tegen artillerievuur  en luchtaanvallen.</p>
<p>In naam van de “bescherming van de  burgers” heeft de resoluti<a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/kadafi-visita-italia-por-primera-vez1.jpg"><img class="alignright size-full wp-image-1861" title="kadafi-visita-italia-por-primera-vez" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/kadafi-visita-italia-por-primera-vez1.jpg" alt="" width="468" height="312" /></a>e van de Veiligheidsraad van de VN die een “no  fly-zone” oplegt boven Libië, een gewelddadig luchtoffensief tegen het  land uitgelokt door een reeks imperialistische grootmachten. Deze  agressie komt van dezelfden die nog steeds ongewapende burgers  bombarderen in Afghanistan en Pakistan, die jarenlang wapens hebben  geleverd aan Kadhafi, en hem wekenlang zijn strijdkrachten hebben laten  heropbouwen. Zo werd een oog dichtgeknepen voor de militaire steun die  Algerije en Syrië afgelopen weken aan het regime gaven. De  opstandelingen, die niet beschikken over zware wapens die dezelfde  imperialistische machten hen weigerden te geven, worden belegerd in hun  laatste bolwerken. Met de rug tegen de muur heeft een deel van hun  vertegenwoordigers openlijk opgeroepen tot luchtsteun om een  slachtpartij af te wenden. Tegelijk werd elke aanwezigheid van  buitenlandse troepen op de grond uitdukkelijk verworpen. Net het soort  situatie waarop de imperialistische machten in al hun cynisme hoopten om  hun interventie te rechtvaardigen.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>“Een oorlog om olie”,  zeggen sommigen. Dit is een beetje kort door de bocht&#8230; Veel meer dan   het onder controle krijgen van de Libische gas- en aardolievoorraden  (die slechts 3% van de wereldproductie vertegenwoordigen), is het de wil  om het revolutionaire proces in de Arabische wereld onder controle te  krijgen en te stoppen, die een deel van de imperialistische machten er  toe aanzet vandaag militair tussen te komen in Libië. Het is duidelijk  dat het imperialisme gedestabiliseerd werd door de aan de gang zijnde  volksbewegingen en door de val van Ben Ali en Moebarak. Het huidige  militaire offensief in Libië is dan ook in de eerste plaats bedoeld om  opnieuw het initiatief in hand te nemen in de regio, om het  revolutionaire proces te controleren en een halt toe te roepen. Een  revolutionair proces dat nog onvolledig is, maar nu al de geopolitieke  orde overhoop gooit in een voor de controle van de voor de  kapitalistische economie hoogstnoodzakelijke energiebronnen vitale  regio.</p>
<p>Onder het hypocriete voorwendsel van het  “ondersteunen van de opstand van het Libische volk” tegen dictator  Kadhafi, proberen de imperialisten ons ook te laten vergeten dat ze tot  zeer kort geleden nog zijn bondgenoten waren, net zoals ze Ben Ali en  Moebarak ondersteunden tot vlak voor hun val. Ze proberen ook de  aandacht af te leiden van de volksopstanden tegen de dictatoriale  regimes in Bahrein en Jemen, die vandaag ongestraft en in totale  onverschilligheid in bloed worden gesmoord. De val van deze “bevriende”  dictaturen riskeert immers Saoedi-Arabië te destabiliseren, een echt  sleutelland voor het systeem van imperialistische overheersing en de  controle over de energiebronnen van de regio.</p>
<p>Ander  belangrijk voordeel: de imperialistische interventie in Libië zorgt voor  diepe verdeeldheid binnen de linkerzijde, overal in de wereld, en lokt  een demobiliserende verwarring uit. Zeker, de situatie is dramatisch en  complex, en het lijkt op het eerste zicht moeilijk om zich te  oriënteren. Kadhafi heeft er immers mee gedreigd om de opstandelingen  “huis per huis” op te jagen en te vernietigen, en hun laatste bolwerken  in te nemen “op dezelfde manier dat Franco Madrid is binnengevallen”, in  zijn eigen woorden. Deze dreigementen worden ruimschoots in de praktijk  gebracht in de steden die door zijn soldateska werden heroverd. Helaas  steunen een aantal linkse krachten, geconfronteerd met de slachtpartijen  van de Libische dictator op zijn in opstand gekomen volk, en  geconfronteerd met de onmacht, of eerder de onwil, van de internationale  arbeidersbeweging om effectief en efficiënt dit volk te helpen,  expliciet of “kritisch” de imperialistische militaire tussenkomst.</p>
<p>De  SAP is van oordeel dat elke, zelfs “kritische”, steun aan deze  interventie nochtans een tragische vergissing is. Buiten het feit dat  het erg naïef is om te geloven, of te laten geloven, dat het  Amerikaanse, Franse of Engelse imperialisme vandaag in Libië tussenkomt  ter verdediging van de mensenrechten en de democratie &#8211; daarvoor is hun  politiek van twee maten, twee gewichten elders in de wereld te flagrant,  te evident – dient hun actie ook op geen enkele manier “objectief” de  belangen van de Libische revolutie. Ze is er integendeel op gericht om  haar in de pas te doen lopen, haar te onderwerpen aan hun wil en hun  belangen. Een VS-generaal stelde duidelijk dat het objectief van de  luchtaanvallen geenszins is van bij te dragen tot de overwinning van de  opstandelingen: “Onze missie is niet van de oppositiekrachten te  ondersteunen wanneer deze overgaan tot offensieve operaties”.</p>
<p>We  mogen ook niet toegeven, onder druk van de gebeurtenissen en de  hoogdringendheid, aan de illusie dat de luchtaanvallen de repressie  tegen de bevolking zullen stoppen. Ook al is de huidige situatie in  Libië anders, dan nog bewijzen de voorbeelden van Kosovo en Irak dat  geen enkele “no fly-zone” ooit een tiran heeft verhinderd een bloedige  repressiegolf te ontketenen, of het nu die van de Servische leider  Milosevic tegen de Kosovaren was, of die van Saddam Hoessein tegen de  Shiieten en Koerden. Hoe kunnen we ook maar een moment geloven dat  bombardementen van op 3000 meter hoogte dienen “om burgers te  beschermen” tegen de schoten van de scherpschutters van Kadhafi?</p>
<p>Niet  alleen zullen de luchtaanvallen niet in staat zijn om de repressie en  de bloedbaden stop te zetten, maar ze gaan er integendeel nog andere  uitlokken en het aantal onschuldige slachtofferss nog verder de hoogte  injagen. Hoeveel “vergissingen”, hoeveel “collateral damage” zal er  nodig zijn vooraleer bepaalde mensen, gisteren nog pacifisten , maar  vandaag in pro-imperialistische oorlogsfanaten veranderd, eindelijk de  ogen openen? De “propere”, “chirurgische” oorlog is een mythe.  “Humanitaire oorlogen” gevoerd door het imperialisme bestaan niet.</p>
<p>De  verklaringen van Belgisch minister van Defensie De Crem (CD&amp;V)  hebben het voordeel van de duidelijkheid. Volgens Crembo gaat het hier  wel degelijk om een “offensieve oorlogsoperatie”, die “van lange duur  zal zijn” en waarin “we helaas ook niet kunnen uitsluiten dat er vele  slachtoffers zullen vallen”. Hij licht ook een tipje van de sluier op  wanneer hij stelt dat “een aanwezigheid ook na de operatie noodzakelijk  zal zijn om te verhinderen dat deze tevergeefs was”. De imperialistische  machten zijn niet van plan zich te beperken tot louter luchtoperaties.</p>
<p>Bepaalde  organisaties of stromingen die zich daarentegen, en terecht, verzetten  tegen de militaire agressie, zwijgen dan weer op schandalige wijze over  de misdaden van en de verantwoordelijkheid van het regime van Kadhafi  voor de huidige situatie, zelfs door absurde complot-theorieën te  verspreiden die de revolutionaire opstand tegen het regime  deligitimiseren. Sommigen gaan zelfs zo ver de despoot als een  “anti-imperialist” voor te stellen. Deze simplistische keuze tussen de  pest Kadhafi en de imperialistische cholera moet verworpen worden.  Degenen die samenzweringstheorieën verspreiden als zouden de  revolutionaire bewegingen in de Arabische wereld gestuurd worden vanuit  Washington of Tel Aviv mogen tevreden zijn over hun ondermijningswerk  van een van de grootste democratische en sociale bewegingen die ooit in  de Arabische wereld plaats vonden. Een proces van permanente revolutie  dat een onmiddellijk gevolg is van de kapitalistische crisis  en dat er  toe geleid heeft dat al verschillende dictators, vrienden van het Westen  en Israël, moesten ophoepelen.</p>
<p>Rond al deze zaken dragen  de progressieve krachten en de arbeidersbeweging wereldwijd een enorme  verantwoordelijkheid, door hun passiviteit, hun verwarring of de  ambiguïteit die ze tot op heden tentoon spreidden. Indien er vandaag in  Europa en de rest van de wereld een massale en vastberaden  solidariteitsbeweging met het revolutionaire proces in de Arabische  wereld, en met de Libische revolutie in het bijzonder, zou bestaan, dan  was Kadhafi al lang het zelfde lot beschoren als Ben Ali en Moebarak.  Dan was er vandaag geen enkele “democratische” rechtvaardiging voor de  imperialistische militaire interventie.</p>
<p>De SAP roept op om  een zo breed mogelijke beweging op te bouwen om op straat de  bombardementen op Libïe te verwerpen. Om opnieuw de revolutionaire  processen in de Arabische wereld onder de schijnwerpers te krijgen en  ons te verzetten tegen de bloedige repressie waar ze mee af te rekenen  krijgen, moeten we onze regeringen zo snel mogelijk dwingen de  bombardementen op Libië stop te zetten.</p>
<p>De imperialistische  machten zijn zelf verdeeld. De eerste onenigheid binnen de  oorlogscoalitie, evenals de kritieken op en veroordelingen van de aanval  door de Duitse, Russische, Chinese, Indische, Brasiliaanse,&#8230;  regeringen en door de Arabische Liga (allemaal landen die op hypocriete  wijze groen licht hebben gegeven voor de interventie, of ze hebben laten  begaan), halen de legitimiteit van een militaire operatie onderuit die  niet werd beslist door een Algemene Vergadering van de VN, maar enkel  door de VN-Veiligheidsraad, met haar 15 permanente leden geenszins  representatief voor de volkeren in de wereld.</p>
<p>Eens te meer  de meest elementaire democratische regels met de voeten tredend is de  Belgische regering, net als alle traditionele partijen, groenen en  sociaaldemocraten incluis, strak in de houding gaan staan voor Parijs,  Londen en Washington. Het is ontoelaatbaar dat een regering van “lopende  zaken” beslist het leger te laten deelnemen aan wat neerkomt op een  onvervalste agressie-oorlog. Oorlog is geen “lopende zaak”!</p>
<p>We  moeten daarentegen van onze regeringen een effectief en totaal embargo  eisen op de wapenverkoop aan Kadhafi, van waar de wapens ook komen, en  op de uitvoer van Libische petroleum, tot een legitieme en democratische  regering de macht overneemt. Onze totale solidariteit gaat uit naar het  Libische volk, dat de middelen moet krijgen om zich te verdedigen, en  dus de wapens moet kunnen krijgen die het nodig heeft om de dictator te  verjagen en vrijheid en democratische rechten af te dwingen. Het is het  Libische volk zelf dat zo haar land kan bevrijden, zonder zwaar in de  schuld te staan bij de vroegere beschermheren van de tiran.</p>
<p>Naast  de omverwerping van de dictatuur, zijn de onmiddellijke taken van de  Libische revolutie dezelfde als in Tunesië en Egypte: het revolutionaire  proces zover mogelijk vooruit stuwen, de democratische en  onafhankelijke zelforganisatie van de werkende klasse stimuleren, het  politieke en repressieve apparaat van het oude regime ontmantelen en  vervangen door organen van volksmacht, een grondwetgevende vergadering  (constituante) eisen, elke imperialistische inmenging afwijzen, de  goederen van de corrupte elites in beslag nemen en de rijkdommen van het  land nationaliseren om ze op sociaal rechtvaardige wijze te kunnen  herverdelen.</p>
<p>De SAP is van oordeel dat we in de eerste  plaats moeten vertrekken van de belangen van de Libische revolutie. Een  revolutie die zelf integraal deel uitmaakt van het revolutonair proces  dat sinds twee maand de ganse Arabische wereld, van de Maghreb tot het  Midden-Oosten, doorheen schudt. Momenteel is het de contra-revolutie die  haar kop opsteekt van Libië tot Bahrein, zowel onder het mom van het  “anti-imperialisme” van Kadhafi als onder het mom van het “verdedigen  van de democratie” van Sarkozy en Obama. Het is dit  contra-revolutionaire proces dat we moeten ontmaskeren en bestrijden,  door onvoorwaardelijk de revoluties in de Arabische wereld te  ondersteunen en concrete hulp te bieden aan de linkse en  revolutionair-socialistische krachten en de onafhankelijke vakbonden in  deze landen.</p>
<p><strong>Stop de imperialistische bombardementen op Libië!<br />
</strong></p>
<p><strong>Geen Belgische deelname aan de imperialistische agressie!<br />
</strong></p>
<p><strong>Weg met de dictatuur van Kadhafi! Wapens voor de Libische opstand!<br />
</strong></p>
<p><strong>Saoedische troepen en Zesde Vloot van de VS uit Bahrein!<br />
</strong></p>
<p><strong>Steun aan de revoluties in Noord-Afrika en het Midden-Oosten!<br />
</strong></p>
<p>21 maart 2011 SAP (Socialistische Arbeiderspartij) – Belgische afdeling van de IVe Internationale – <a href="http://www.sap-rood.be/" target="new">www.sap-rood.be</a> – <a href="mailto:info@sap-rood.be" target="new">info@sap-rood.be</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/weg-met-het-regime-van-kadhafi-neen-aan-de-imperialistische-oorlog-steun-de-libische-revolutie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe verder in Libië?</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/hoe-verder-in-libie/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/hoe-verder-in-libie/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Mar 2011 21:46:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Stephen R. Shalom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Libië]]></category>
		<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog en vrede]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlogen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dev.grenzeloos.org/?p=1852</guid>
		<description><![CDATA[Dit interview met Midden-Oosten expert Gilbert Achcar verscheen oorspronkelijk op 19 maart: &#8216;vanuit een anti-imperialistisch perspectief kan en mag men de no-fly zone niet veroordelen.&#8217; Wie vormen de Libische oppositie? Sommige mensen wijzen op het gebruik van de oude, monarchistische vlag door de rebellen. Die vlag is geen blijk van steun voor de monarchie maar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><strong>Dit interview met Midden-Oosten expert Gilbert Achcar verscheen  oorspronkelijk op 19 maart: &#8216;vanuit een anti-imperialistisch perspectief  kan en mag men de no-fly zone niet veroordelen.&#8217;<span id="more-1852"></span></strong></strong></p>
<p><em>Wie vormen de Libische oppositie? Sommige mensen wijzen op het gebruik van de oude, monarchistische vlag door de rebellen.</em></p>
<p>Die  vlag is geen blijk van steun voor de monarchie maar wordt gebruikt  omdat het de vlag was die Libië invoerde nadat het zich losmaakte van  Italië. Deze vlag is een alternatief voor de groene vlag die door  Gadaffi ingevoerd werd. De driekleur symboliseert geen nostalgie voor de  monarchie maar voor de meeste mensen staat zij voor de drie regio&#8217;s van  Libië en de maansikkel en ster zijn ook terug te vinden op de vlaggen  van de Algerijnse, Turkse en Tunesische republieken.</p>
<p>Dus wie  vormen de oppositie? Zoals in alle andere bewegingen die momenteel de  regio in beroering brengen is de Libische oppositie zeer heterogeen. Wat  hen verenigt is het afwijzen van de dictatuur en het verlangen naar  democratie en mensenrechten. Maar hun ideeën voor de langere termijn  lopen sterk uiteen. In Libië in het bijzonder is er sprake van een mix  van mensenrechtenactivisten, voorstanders van democratie,  intellectuelen, tribale leiders en islamitische krachten – een zeer  brede coalitie. De meest prominente politieke kracht is de &#8216;Jeugd van de  revolutie van zeventien januari&#8217;: hun platform is democratisch, ze  eisen een onafhankelijke justitie, politieke vrijheden en vrije  verkiezingen. Daarnaast omvat de Libische oppositie delen van de  regering en de strijdkrachten die de zijde van de rebellen hebben  gekozen – iets dat je niet zag in Tunesië of Egypte. De Libische  oppositie is dus een zeer gemengd geheel en er is geen reden om hen  anders te behandelen dan de bewegingen elders in de regio.</p>
<p><em>Speelde Gadaffi ooit een progressieve rol?</em>Toen  hij in 1969 aan de macht kwam was hij een late vertegenwoordiger van de  golf van Arabisch nationalisme die volgde op de Tweede Wereldoorlog en  de Nakba van 1948. Hij probeerde de Egyptische leider Gamal Abdel  Nasser, die hij zag als een model en inspirator, te imiteren: hij  verving de monarchie door een republiek, wierp zich op als een  verdediger van Arabische eenheid, sloot de Amerikaanse luchtmachtbasis  op Libisch grondgebied en voerde sociale hervormingen door.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/19nicolas.jpg"><img class="alignright size-full wp-image-1854" title="19nicolas" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/19nicolas.jpg" alt="" width="432" height="353" /></a></p>
<p>Vandaar  vervolgde het regime zijn eigen koers, steeds radicaler, geïnspireerd  door een soort &#8216;islamitisch maoïsme&#8217;. In de late jaren zeventig werd  zo&#8217;n beetje alles genationaliseerd. Gadaffi beweerde directe democratie  ingevoerd te hebben en veranderde de naam van het land van een republiek  in &#8216;staat van de massa&#8217;s&#8217; (<em>Jamahiriya</em>). Zijn claim een soort  socialistische utopie verwezenlijkt te hebben overtuigde slechts  weinigen. Zijn &#8216;revolutionaire comités&#8217; waren in wezen delen van het  staatsapparaat, net als de veiligheidsdiensten. Tegelijkertijd speelde  hij een zeer reactionaire rol door het nieuw leven inblazen van  stammenstructuren als middel om zelf aan de macht te blijven. De keuzes  in zijn buitenlandse beleid werden steeds idioter en de meeste Arabieren  vinden hem krankzinnig.</p>
<p>Toen de Sovjet-Unie in crisis kwam liet  Gadaffi zijn socialistische claims vallen en opende hij het land voor  westerse ondernemingen. Hij beweerde dat deze economische liberalisering  gepaard zou gaan met politieke hervormingen maar dit was een loze  belofte. Toen de Verenigde Staten in 2003 Irak binnenvielen, zogenaamd  op zoek naar &#8216;massavernietigingswapens&#8217;, begon Gadaffi zich zorgen te  maken dat hij de volgende zou zijn en maakte hij een verrassende draai:  plotsklaps transformeerde  Libië van een schurkenstaat naar een nauwe  bondgenoot van het westen. In het bijzonder werkte Gadaffi samen met de  VS, dat hij bijstond in de zogenaamde <em>&#8216;war on terror&#8217;</em>, en met Italië dat hij hielp met het vuile werk van het tegenhouden van immigranten op weg van Afrika naar Europa.</p>
<p>Al  deze tijd was Gadaffi&#8217;s regime een dictatuur. In zijn laatste fase  verloor zijn regime elk progressief of anti-imperialistisch spoor het  ooit gehad mocht hebben. Het dictatoriale karakter van zijn regime  blijkt uit de gewelddadige reactie op de protesten. Er werd geen enkele  poging gedaan de bevolking enige democratische ruimte te geven. In een  nu beroemde, tragikomische speech verklaarde hij tegen de demonstranten  dat &#8216;wij centimeter voor centimeter zullen oprukken, huis voor huis,  steeg voor steeg&#8230;we zullen jullie in jullie kasten vinden en noch  genade noch mededogen tonen&#8217;. Dat hoeft niet als een verbazing te komen,  Gadaffi was de enige Arabische heerser die het de Tunesiërs verweet hun  dictator Ben Ali verjaagd te hebben: dat was volgens hem de beste  leider die Tunesiërs zouden kunnen hebben.</p>
<p>Gadaffi nam zijn  toevlucht tot geweld en beweerde dat Al Qaida de demonstranten verslaafd  had gemaakt aan drugs door hallucinogene middelen in hun koffie te  doen. Al Qaida de schuld geven van de opstand was een poging westerse  steun te krijgen. Indien Rome of Washington hulp hadden aangeboden, had  Gadaffi deze met beide handen aangenomen, dat staat vast. Gadaffi heeft  laten blijken bitter teleurgesteld te zijn in zijn maatje Berlusconi  waar hij zo graag mee feestte en klaagt dat ook zijn andere westerse  &#8216;vrienden&#8217; hem in de steek hebben gelaten. De laatste jaren had Gadaffi  vriendschap gesloten met westerse establishment figuren die, in ruil  voor een mooie beloning, bereid waren het risico te nemen om voor gek  versleten te worden door hem te omarmen. Anthony Giddens, het  theoretische brein achter Tony Blair&#8217;s &#8216;derde weg&#8217; stapte in 2007 in de  voetsporen van zijn discipel: hij bezocht Gadaffi in Libië en schreef  een artikel in de Britse krant <em>The Guardian</em> waarin hij verklaarde dat Libië aan het hervormen was en op weg was om het &#8216;Noorwegen van het Midden-Oosten&#8217; te worden.</p>
<p><em>Hoe beoordeel jij resolutie 1973 van de VN veiligheidsraad?</em></p>
<p>De  resolutie is op zo&#8217;n wijze verwoord dat het de vraag om een no-fly zone  van de rebellen in aanmerking neemt en hier een antwoord op lijkt te  zijn. De oppositie heeft uitdrukkelijk gevraagd om een no-fly zone, op  voorwaarde dat er geen buitenlandse troepen ingezet worden op Libisch  grondgebied. Gadaffi wordt gesteund door de meerderheid van de  elitetroepen en beschikt over vliegtuigen en tanks: de no-fly zone zou  zijn grootste militaire voordeel neutraliseren. Dit verzoek van de  oppositie vind weerklank in de tekst van de resolutie die VN-lidstaten  het recht geeft om &#8216;alle noodzakelijke maatregelen te nemen om burgers,  en gebieden bewoont door burgers, die het risico lopen aangevallen te  worden door het Libische regeringsleger, te beschermen&#8217; en sluit een  buitenlandse bezettingsmacht op Libisch grondgebied uit. De resolutie is  een &#8216;verbod op alle vluchten in het Libische luchtruim teneinde burgers  te helpen beschermen&#8217;.</p>
<p>Deze formulering vormt geen garantie tegen  imperialistisch gebruik. Het doel van de operatie, zo wordt geclaimd,  is het beschermen van burgers en niet <em>&#8216;regime change&#8217;</em>: het  oordeel of een actie aan deze criteria voldoet wordt niet overgelaten  aan de rebellen of zelfs aan de VN Veiligheidsraad maar aan de landen  die ingrijpen. Maar gezien de tijdsdruk om het bloedbad dat  onvermijdelijk zou volgen op een inname van Benghazi door de troepen van  Gadaffi te voorkomen en het ontbreken van elk alternatief om de  bevolking te beschermen kan niemand redelijkerwijs tegen de resolutie  zijn. Het is begrijpelijk dat sommige staten zich van stemming  onthielden om, zonder verantwoordelijkheid te nemen voor een dreigend  bloedbad, hun verzet en/of ongenoegen over het ontbreken van adequate  supervisie te laten blijken.</p>
<p>Olie is natuurlijk een factor die  aanwezig is in de westerse opstelling. Het westen vreest een langdurig  conflict. Een grootschalig bloedbad zou hen dwingen Libische olie te  boycotten en dit zou de olieprijs opdrijven, juist op het moment dat  gezien de toestand van de wereldeconomie, dit grootschalige negatieve  gevolgen zou hebben. Sommige landen, de VS inclusief, handelen met  tegenzin. Alleen Frankrijk was enthousiast voorstander van ingrijpen:  dat zou best iets te maken kunnen hebben met het feit dat Frankrijk, in  tegenstelling tot Duitsland dat zich van stemming onthield, en  Groot-Brittannië en bovenal Italië een belangrijk aandeel heeft in de  Libische olie-industrie en hoopt in een post-Gadaffi tijdperk een nog  groter aandeel te kunnen claimen.</p>
<p>We weten allemaal dat de  westerse mogendheden dubbelhartig zijn. Toen in 2008-2009 bijvoorbeeld  burgers in de Gazastrook gebombardeerd worden was dat geen aanleiding  tot bezorgdheid, ook al werden honderden burgers gedoo<a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/19nicolas.jpg"><br />
</a> door Israëlische  oorlogsvliegtuigen in een operatie die deel uitmaakte van een illegale  bezetting. En dan is er nog het feit dat de VS hun cliënten-regime in  Bahrein, waar het een belangrijke marinebasis heeft, toestaat met hulp  van andere Amerikaanse vazallen in de regio met geweld de protesten te  onderdrukken.</p>
<p>Het blijft echter een feit dat als Gadaffi zijn  militaire offensief door zou kunnen zetten en Benghazi zou innemen, een  bloedbad onvermijdelijk zou zijn. De bevolking verkeert duidelijk in  gevaar en er is geen geloofwaardige, alternatieve manier om hen te  beschermen. Het is onmogelijk om in naam van anti-imperialistische  principes tegen maatregelen te zijn die een slachtpartij onder burgers  voorkomen. We zijn ons allemaal bewust van de rol van de politie en de  dubbele standaarden  in burgerlijke staten maar je kunt iemand die op  het punt staat verkracht te worden en geen alternatief heeft, ook niet  op basis van anti-kapitalistische principes verwijten de politie te  roepen.</p>
<p>Al met al moeten we, zonder ons tegen de no-fly zone uit  te spreken, onverzettelijk en waakzaam blijven en de handelingen van de  betrokken staten volgen om zeker te zijn dat ze niet meer doen dan het  beschermen van burgers, zoals voorzien in de VN veiligheidsraad  resolutie. Toen ik beelden zag van de viering in Benghazi van de  resolutie zag ik een grote poster met in het Arabisch de tekst; &#8216;geen  buitenlandse interventie&#8217;. De mensen daar maken een onderscheid tussen  een buitenlandse interventie, waar zij grondtroepen onder verstaan, en  een beschermende no-fly zone. Ze zijn tegenstander van buitenlandse  troepen. Ze zijn zich goed bewust van de risico&#8217;s en slim genoeg om de  westerse mogendheden niet te vertrouwen. Ik denk dus dat men vanuit een  anti-imperialistisch perspectief de no-fly zone niet kan en niet mag  veroordelen aangezien er geen geloofwaardig alternatief is om de  bedreigde bevolking te beschermen. De Egyptische regering zou wapens  leveren aan de rebellen – dat is prima – maar dat alleen zou Benghazi  niet gered hebben. Maar ik herhaal dat we zeer kritisch moeten zijn over  de keuzes van de westerse mogendheden.</p>
<p><em>Wat staat er nu te gebeuren?</em><br />
Dat is moeilijk te zeggen. De resolutie van de VN veiligheidsraad roept niet op tot <em>&#8216;regime change&#8217;</em> maar gaat over het beschermen van burgers. De toekomst van Gadaffi&#8217;s  regime is onzeker. De sleutel is of in het westen van Libië, inclusief  Tripoli, de opstand opnieuw zal uitbreken en het leger zal  desintegreren. Als dat gebeurt, is het snel gedaan met Gadaffi. Maar als  het regime het westen onder controle houdt zal het land in wezen  verdeelt zijn, ook al bevestigt de resolutie de territoriale integriteit  en nationale eenheid van Libië. Misschien dat het regime hiervoor kiest  aangezien het zonet een staakt-het-vuren afkondigde. In dit geval  stevenen we af op een langdurige patstelling, met Gadaffi in het westen  en de oppositie in het oosten. Het zal natuurlijk tijd kosten voordat de  oppositie de Egyptische wapens kan gebruiken om Gadaffi militair te  verslaan. Gezien het Libische landschap zal deze strijd het karakter  hebben van een conventionele oorlog, een oorlog die zich uitstrekt over  grote afstanden. Het vervolg is moeilijk te voorspellen. Het meest  belangrijke is dat we de overwinning van de Libische democratische  opstand moeten steunen. Als Gadaffi de beweging verslaat zal dat een  zware tegenslag zijn voor de revolutionaire golf die momenteel over het  Midden-Oosten en Noord Afrika gaat.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/hoe-verder-in-libie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Ingrijpen in Libië: imperialistische agressie of humanitaire interventie?</title>
		<link>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/ingrijpen-in-libie-imperialistische-agressie-of-humanitaire-interventie/</link>
		<comments>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/ingrijpen-in-libie-imperialistische-agressie-of-humanitaire-interventie/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 23 Mar 2011 21:40:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Bertil Videt</dc:creator>
				<category><![CDATA[Libië]]></category>
		<category><![CDATA[Midden-Oosten]]></category>
		<category><![CDATA[Nieuws]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlog en vrede]]></category>
		<category><![CDATA[Oorlogen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://dev.grenzeloos.org/?p=1848</guid>
		<description><![CDATA[Nadat de Veiligheidsraad het groene licht gaf voor het afdwingen van een no-fly zone vielen deze week de eerste westerse bommen op Libië. &#160; Is militaire actie tegen Libië noodzakelijk om het afslachten van zijn tegenstanders door Gadaffi te stoppen? Of is het imperialistische agressie, gedreven door politiek eigenbelang en zal het slechts leiden tot [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><strong><strong>Nadat de Veiligheidsraad het groene licht gaf voor het afdwingen van  een no-fly zone vielen deze week de eerste westerse bommen op Libië.</strong></strong><a href="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/19obama.jpg"><img class="alignright size-full wp-image-1847" title="19obama" src="http://www.grenzeloos.org/wp-content/uploads/19obama.jpg" alt="" width="400" height="281" /></a><strong><strong><span id="more-1848"></span></strong></strong></p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Is militaire actie tegen Libië noodzakelijk om het afslachten van  zijn tegenstanders door Gadaffi te stoppen? Of is het imperialistische  agressie, gedreven door politiek eigenbelang en zal het slechts leiden  tot een verslechtering van de omstandigheden voor de Libische bevolking?  Links is verdeelt en deze ingewikkelde kwestie kan niet opgelost worden  met kretologie over &#8216;verzet tegen imperialisme&#8217; of &#8216;onvoorwaardelijke  steun aan de rebellen&#8217;. Een concrete evaluatie van de verhoudingen in  Libië, niet revolutionaire retoriek of het verkondigen van abstracte  principes, is bittere noodzaak.</p>
<p>De dubbele standaarden van het  westen zijn overduidelijk. Hoe kunnen we geloven dat politici die tot de  laatste snik Mubarak verdedigden en die zelfs weigeren om het dodelijke  geweld van de monarchie van Bahrein tegen demonstranten te veroordelen,  oprecht begaan zijn met de toestand van mensenrechten in Libië? Net zo  duidelijk is de westerse medeverantwoordelijkheid voor het creëren van  Gadaffi&#8217;s monsterlijke regime. De relatie tussen Tripoli en het westen  heeft pieken en dalen gekend maar over het algemeen wordt hij al  decennialang gesteund en bewapend door verschillende westerse  mogendheden. Het is dus duidelijk dat we zeer sceptisch moeten zijn over  de beweegredenen van de voormalige koloniale machten en over hun  plotselinge goede zorgen voor de Libische bevolking.</p>
<p>Maar geen van  deze overwegingen op zich is een argument tegen de no-fly zone. Een  afwijzing van westers militair ingrijpen moet gebaseerd zijn op een  analyse van de risico&#8217;s en mogelijke gevolgen &#8211; en we moeten onder ogen  zien dat de leiders van de rebellen om een no-fly zone gevraagd hebben.  We moeten een beter alternatief voorstellen dan blogposts met lege  verklaringen van solidariteit en anti-imperialisme.</p>
<p>Als westers  links niet ingaat op het feit dat de leiders van de Libische rebellen om  een no-fly zone gevraagd hebben geven we blijk van een zeer  paternalistische houding tegenover mensen die hun leven wagen in de  strijd tegen een meedogenloze dictator. Niemand kan echt beoordelen in  hoeverre deze leiders de wil van de bevolking vertegenwoordigen. En toen  voor het eerst het idee van een no-fly zone werd voorgesteld, ongeveer  een maand geleden, kon dit idee op weinig  sympathie rekenen van de kant  van de rebellen. Toen leek het erop dat de rebellen op een overwinning  afkoersten en gaven hun leiders goede argumenten tegen een no-fly zone:  een militaire interventie zou Gadaffi de kans geven zich voor te stellen  als het slachtoffer van imperialistische agressie. Bovendien gaven de  rebellen zelf blijk van wantrouwen over de beweegredenen van de westerse  mogendheden. Aangezien de aanhangers van Gadaffi de laatste weken  momentum wonnen moet de ommezwaai van de rebellen gezien worden als een –  begrijpelijke – blijk van wanhoop. Hun eerdere argumenten zijn nog  steeds geldig maar nu de troepen van Gadaffi het grootste deel van het  land onder controle hebben is de situatie veel moeilijker geworden.</p>
<p>Militair  ingrijpen afwijzen is moeilijk en doet ons overkomen als mensen die  weigeren reële problemen onder ogen te zien en die abstracte principes  belangrijker vinden dan mensenlevens. Wat we ten eerste moeten doen is  oproepen tot het leveren van luchtafweergeschut en andere middelen om  zichzelf te verdedigen aan de rebellen. Dit zou hen een betere kans  geven tegen de troepen van Gadaffi die al tientallen jaren lang wapens  hebben ontvangen van het westen. Het is toe te juichen dat de huidige  Egyptische regering wapens levert aan de rebellen. Maar we moeten ook  erkennen dat onze mogelijkheden beperkt zijn en dat westerse  mogendheden, terecht, zeer weinig krediet hebben bij de Arabische  bevolking. Onze eigen regeringen moeten allereerst hun steun aan  dictaturen staken.</p>
<p>Ten slotte is het risico van een grootschalige  militaire interventie reëel – als de oorlogsmachine eenmaal op gang is,  komt zij maar moeilijk tot stilstand. Als de situatie escaleert en  buitenlandse troepen tientallen burgers doden kan de bevolking zich  tegen hen keren en de zijde van Gadaffi kiezen. En we weten allemaal dat  de regeringen van Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten  niet het goed van de mensheid maar strategische belangen in de olierijke  regio op het oog hebben. Het risico dat westers militair ingrijpen  nieuwe problemen zal creëren is groot. Al op de eerste dag berichtten  media dat inwoners van Tripoli zich tegen de aanvallen keerden en meer  mensen zich achter Gadaffi schaarden. De oude kolonel gebruikt de  aanvallen om zichzelf te presenteren als de verdediger van de natie  tegen &#8216;barbaarse kruisvaarders&#8217; en de oppositie als buitenlandse agenten  weg te zetten. Zodra westerse bommen onschuldige slachtoffers eisen –  onvermijdelijk tijdens langdurige militaire operaties – zal Gadaffi meer  gehoor vinden voor deze beweringen.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.grenzeloos.org/2011/03/23/ingrijpen-in-libie-imperialistische-agressie-of-humanitaire-interventie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

