De crisis van sociale reproductie, de rol van vrouwen en feminisme in China

De dramatisch dalende geboortecijfers en het explosief stijgende aantal echtscheidingen wijzen allemaal op de erosie van het kapitalistische gezin in de Volksrepubliek China (VRC). Die trends vormen bovendien een existentiële crisis voor het land, aangezien de toenemende crisis van sociale reproductie in het postsocialistische land ook de reproductie van de noodzakelijke arbeidskrachten bedreigt. Maar wat is die crisis van sociale reproductie precies en wat is er specifiek aan de situatie in de VRC? Welke rol speelt de feministische beweging in de VRC in dit alles?

In dit interview spreekt Ralf Ruckus met Yige Dong, die getuige was van de beweging van jonge feministische activisten in de jaren 2010 en onderzoek heeft gedaan naar de rol van proletarische vrouwen in de VRC. Dong heeft uitgebreid geschreven over verschillende aspecten van de crisis van de sociale reproductie in de VRC, de strijd van vrouwen en feminisme.

Wat wordt volgens jou bedoeld met de term sociale reproductie?

Naar mijn mening verwijst de marxistisch-feministische term sociale reproductie naar de instellingen en processen die de arbeidskrachten en sociale relaties binnen kapitalistische samenlevingen in stand houden en vernieuwen.

Met andere woorden, sociale reproductie gaat over het creëren van de noodzakelijke voorwaarden voor kapitalistische samenlevingen om zichzelf te vernieuwen en in stand te houden. Dat kan verwijzen naar alledaagse taken zoals schoonmaken, koken, zorgen voor kinderen, ouderen en zieken, of naar meer institutionele systemen zoals de gezondheidszorg, het pensioenstelsel en het onderwijssysteem.

De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor het concept van sociale reproductie. Veel mensen die de term gebruiken, doen dat echter op een rechttoe rechtaan en zelfs beschrijvende manier, waarbij geen rekening wordt gehouden met de oorsprong ervan als een kritische term die voortkomt uit een lange marxistisch-feministische traditie. Als we de term echt willen begrijpen, moeten we de latente implicaties ervan ontrafelen, met name in contexten buiten de samenlevingen waar hij is ontstaan.

In essentie benadrukt het concept van sociale reproductie de spanning tussen enerzijds de essentiële rol van sociale reproductie bij het reproduceren van de omstandigheden van het kapitalistische systeem en anderzijds de devaluatie en niet-vergoeding van sociaal reproductieve activiteiten. Met andere woorden, het gebruik van de term sociale reproductie betekent dat we die structurele spanningen die inherent zijn aan het systeem erkennen.

Welke theoretische referenties zijn voor jou nuttig als je de term sociale reproductie gebruikt?

Zoals ik al zei, gebruik ik de term in de context van een kader dat geworteld is in de marxistisch-feministische theoretische traditie.

Ik kwam de term voor het eerst tegen in het begin van de jaren 2010, toen het marxistisch-feministische denken een revival onderging in de academische wereld, in de vorm van de Social Reproduction Theory (SRT). De hedendaagse feministen op het gebied van sociale reproductie die mij hebben beïnvloed, zijn onder meer Lise Vogel, Cindi Katz, Nancy Fraser, Sue Ferguson, Tithi Bhattarcharya, Cinzia Arruzza en Alessandra Mezzadri. Ze putten uit eerdere debatten en activisme van figuren als Mariarosa Dalla Costa, Selma James, Silvia Federici, Leopoldina Fortunati en de overleden Duitse sociologe Maria Mies. Natuurlijk sprak Marx zelf ook over de reproductie van arbeidskracht in deel 1 van Het Kapitaal, maar voor hem was het vanzelfsprekend dat vrouwen al het onbetaalde huishoudelijke werk verrichtten.

Kortom, de ontwikkeling van SRT is het resultaat van collectieve en multigenerationele inspanningen. Nu zijn er veel meer wetenschappers en activisten die zich bezighouden met SRT. Ik vind het interessant dat we een heropleving van SRT zien, gelijktijdig met een wereldwijde crisis van sociale reproductie en zorg, en op een moment dat veel feministen zich aansluiten bij en vorm geven aan een nieuwe golf van internationalistisch socialisme.

Wat is er specifiek aan de term en de discussie over sociale reproductie in de Chinese context?

Dat is een heel goede vraag, want voor zover ik weet, hebben maar weinig mensen geprobeerd om de situatie in China theoretisch te vergelijken met andere situaties elders in de wereld vanuit het perspectief van SRT.

Ik ben een boek aan het schrijven over zorgwerk in de Chinese context tijdens de transformatie van het land van staatssocialisme naar kapitalisme in de afgelopen decennia. Om te theoretiseren wat er anders of uniek is aan China, is zowel een vergelijkende studie van verschillende socialistische contexten als een studie van het kapitalisme en het historisch bestaande socialisme nodig.

Ik wil hier twee aspecten aan de orde stellen. Ten eerste is China een uitschieter – een uniek geval – vanwege zijn communistische of socialistische verleden. Wat de terminologie betreft, weet ik dat die definitie controversieel is, maar het China van de jaren vijftig tot zeventig verschilde categorisch van het kapitalisme zoals wij dat kennen. Ik pleit dat een belangrijk verschil was dat de Chinese staat sociale reproductie serieus nam, althans op het niveau van het debat. In feite bouwde de Chinese revolutie haar legitimiteit, althans gedeeltelijk, op de belofte van een toekomst waarin iedereen te eten had, onderdak en onderwijs kreeg – sociale reproductieve rechtvaardigheid, zo je wilt. Na de machtsovername bouwde de Chinese Communistische Partij (CCP) een stedelijk welzijnsprogramma op dat bedoeld was om arbeiders van de wieg tot het graf welzijnsdiensten te bieden.

Natuurlijk was dat socialistische welzijnssysteem onbevredigend, ongelijk en grotendeels beperkt tot de beste staatsbedrijven (SOE's) en partijbestuursorganen. Maar mijn onderzoek op het niveau van basisorganisaties toont aan dat mensen echt geloofden dat de partij de burgers de nodige welzijnsvoorzieningen moest bieden en dat soms ook deed. Hoewel ze niet altijd succesvol waren, stelden gewone mensen dus wel eisen aan de staat op basis van die beloften.

Mijn onderzoek toont ook het categorische verschil aan tussen de jaren vijftig en tachtig in de Volksrepubliek China – waarbij de jaren tachtig misschien wel het gouden tijdperk van de staatsbedrijven en hun welzijnsbeleid waren – en wat er in de jaren negentig begon te gebeuren. Met de markthervormingen van de jaren negentig werden alle dienstverlenende eenheden die welzijnszorg boden in de staatsbedrijven – zoals kleuterscholen, kantines en gezondheidscentra – gesloten of geprivatiseerd.

Dat brengt me bij mijn tweede punt. De ommezwaai van China naar het kapitalisme ging gepaard met de ontwikkeling van een van de meest sobere welzijnsstelsels van nu (althans in vergelijking met het percentage van het bbp dat landen besteden aan welzijn, zorg en onderwijs). Hoewel de reproductie van de beroepsbevolking heel belangrijk is voor de Chinese economie, is China inderdaad een van de slechtste landen op het gebied van sociale reproductie, vooral als het gaat om de plattelandsbevolking. Gedurende de hele geschiedenis van de Volksrepubliek China hebben plattelandsgemeenschappen een onevenredig groot deel van de totale kosten van sociale reproductie gedragen, waardoor zij in feite een, weliswaar heel beperkte, verzorgingsstaat in bepaalde stedelijke gebieden hebben gesubsidieerd.

In die zin, als het belangrijkste inzicht van SRT bestaat uit die spanning – het verschil tussen de noodzaak en de devaluatie van deze processen – dan is China uniek omdat het de grootste kloof heeft. Maar gezien het socialistische verleden van de Volksrepubliek China, beroept de arbeidersklasse in China zich nog steeds op haar erfenis van sociale reproductie als ze eisen stelt.

Wat zijn op basis daarvan de oorzaken en symptomen van de huidige crisis van sociale reproductie in China?

Sinds de oprichting in 1949 kent de Volksrepubliek China een tweeledig arbeidssysteem. In die tijd bestond meer dan negentig procent van de beroepsbevolking uit boeren en behoorde slechts tien procent tot de stedelijke arbeidersklasse. Het socialistische sociale zekerheidsstelsel gold alleen voor de tien procent van de beroepsbevolking in de steden, en zelfs dat was zeer ongelijk en beperkt. De plattelandsbevolking moest voor haar sociale zekerheid op zichzelf vertrouwen en bovendien belasting betalen die de industriële accumulatie in de stedelijke gebieden subsidieerde.

In de jaren tachtig woonde nog steeds tachtig procent van de bevolking op het platteland. Maar toen de markthervormingen van start gingen, konden plattelandsbewoners naar de steden trekken om hun arbeidskracht te verkopen. Veel vrouwelijke migranten van het platteland werkten in de informele zorgsector, omdat stedelijke gezinnen met twee inkomens en bejaarde ouders en kleine kinderen nu huishoudelijke taken en bepaalde zorgtaken konden uitbesteden door hen in dienst te nemen.

Nu is die vermarkting van zorgwerk meer uitgesproken dan ooit tevoren. Hoewel de meeste middenklassegezinnen in veel landen met een hoog inkomen zich geen uitbesteding van zorgwerk kunnen veroorloven, kunnen veel gezinnen met een witte boordenbaan dat in de eerste en tweede rangs steden van China wel, omdat arbeidskrachten van het platteland relatief goedkoop zijn. Dat komt doordat plattelandsmigranten hun arbeidskracht verkopen om industrieel of zorgwerk in de stad te doen, terwijl hun eigen sociale reproductie tot voor kort tegen heel lage kosten op het platteland plaatsvond. Om hun kinderen die in de stad werken te ondersteunen, zorgden oudere ouders op het platteland voor hun kleinkinderen terwijl ze daarnaast ook nog landbouwwerk verrichtten.

De crisis van de sociale reproductie ligt in het feit dat dit tweeledige systeem de afgelopen twintig jaar minder houdbaar is geworden. De kosten van levensonderhoud voor migrerende arbeiders zijn even snel gestegen als de kosten voor het onderwijs en de gezondheidszorg van hun kinderen. Die gestegen kosten van levensonderhoud betekenen dat migranten banen met hogere lonen nodig hebben. Bovendien willen veel van hen niet langer in sweatshops werken.

De stijgende kosten van migrerende arbeidskrachten hebben al geleid tot kapitaalvlucht uit China. China kon de kosten van arbeidsreproductie dragen dankzij het tweeledige systeem, maar wat als dat systeem instort? Als de lonen van migrerende arbeiders zo laag zijn dat mensen aan de onderkant van de ladder hun eigen sociale reproductie niet meer kunnen betalen? Naar mijn mening is dat de hoofdoorzaak van de crisis van sociale reproductie.

Zoals wijlen Giovanni Arrighi opmerkte, hadden andere supermachten in het verleden verschillende manieren om om te gaan met de stijgende kosten van arbeidsreproductie toen ze op weg waren om wereldheersers te worden. Het Britse Rijk kon bijvoorbeeld de kosten van sociale reproductie uitbesteden door informele arbeid in zijn koloniën uit te buiten. De Verenigde Staten verlaagden de kosten van sociale reproductie door in de achttiende en negentiende eeuw gebruik te maken van slavernij en daarna door een discriminerend immigratiebeleid. China is niet in staat geweest om de kosten van sociale reproductie op dezelfde manier uit te besteden en heeft deze tot nu toe dus volledig zelf moeten dragen. Hoe de Chinese regering met die steeds urgenter wordende kwestie zal omgaan, blijft een open vraag.

Dat brengt ons bij de volgende vraag: hoe beïnvloedt de crisis van de sociale reproductie vrouwen uit verschillende klassen in China?

Plattelandsbewoners worden het meest getroffen door de crisis van de sociale reproductie. De Chinese plattelandscultuur is in sommige opzichten patriarchaler en seksistischer dan die in de stad. In vergelijking met hun stedelijke tegenhangers wordt de emotionele en zorgende arbeid van plattelandsvrouwen voor familieleden (vooral ouderen) eerder als vanzelfsprekend beschouwd. De verwachting is dat vrouwen dat werk gratis doen. De oudere vrouwelijke bevolking bevindt zich in een bijzonder ellendige situatie, omdat ze vaak voor de kleinkinderen moeten zorgen en tegelijkertijd op het land moeten werken, omdat alle jongeren de dorpen hebben verlaten.

Maar zij zijn niet de enigen die hierdoor worden getroffen. Vrouwelijke migrerende arbeiders werken niet alleen in fabrieken, zoals die van Foxconn waar iPhones worden gemaakt, maar vormen ook 's werelds grootste informele zorgkracht. Nu telt China ongeveer dertig miljoen huishoudelijke arbeiders. Bijna allemaal zijn het vrouwen en komen ze van het platteland. Hun huishoudelijk werk is zeer informeel, ongereguleerd en uitbuitend.

Een ander aspect van de crisis in de sociale reproductie treft ook de stedelijke middenklasse. Dat blijkt uit de vorming van de 'sandwichfamilie': een gezin in de werkende leeftijd met een onevenredig groot aantal ouderen en jonge afhankelijke personen. China is in dit opzicht heel eigenaardig, aangezien het sinds 1980 het éénkindbeleid heeft gevolgd. In 2015 werd dat beleid opgeheven, waardoor gezinnen maximaal drie kinderen mogen krijgen. Nu hebben veel middelbare stellen met een kantoorbaan mogelijk vier bejaarde ouders en meerdere kinderen om voor te zorgen. Vanwege gendernormen moeten vrouwen – als dochters, echtgenotes en moeders – nog steeds het grootste deel van de zorg in die gezinnen op zich nemen. Hoewel die personen, zoals ik al eerder zei, misschien genoeg geld verdienen om een deel van de zorg uit te besteden, dekt dat niet altijd de toenemende vraag naar zorg.

Bovendien investeren middenklassegezinnen in China vanwege de krimpende arbeidsmarkt veel in het onderwijs van hun kinderen. Moeders uit de middenklasse, die mogelijk betaald werk hadden, trekken zich steeds vaker terug uit de arbeidsmarkt om intensieve en onbetaalde zorg te verlenen ter ondersteuning van het onderwijs van hun kinderen.

Mannen gebruiken vaak het excuus dat ze het druk hebben met hun '996' (een populair internetidioom dat betekent: werken van 9 uur 's ochtends tot 9 uur 's avonds, 6 dagen per week) en daarom geen tijd hebben voor zorgwerkzaamheden. De crisis is dus niet alleen te wijten aan het tekort aan relatief 'goedkope' zorgarbeiders of het feit dat de vergrijzende bevolking meer zorg nodig heeft, maar houdt ook verband met een competitieve en moordende arbeidsmarkt in het algemeen. Psychologisch gezien voelen mensen uit alle klassen, en vooral vrouwen, zich overweldigd door de zorg voor familieleden van verschillende generaties.

Als we het hebben over de economische druk die de afgelopen tien jaar is toegenomen, in hoeverre draagt de crisis van sociale reproductie dan bij aan een cruciaal keerpunt in het traject van het kapitalisme in China?

Dat is een belangrijke vraag. De stijgende arbeidskosten hebben kapitaalvlucht veroorzaakt. Het is een mythe dat dit uitsluitend te wijten is aan de aanvankelijke tarievenoorlog van Trump. Lang voordat de Amerikaanse tarieven werden verhoogd, was het kapitaal al begonnen China te verlaten op zoek naar goedkopere arbeidskrachten en grondstoffen. De Chinese regering heeft hierop gereageerd door industriële modernisering in de binnenlandse economie te bevorderen. Ze wil de ontwikkeling ondersteunen van een hoger opgeleide beroepsbevolking en kapitaalintensieve industrieën die het ongeschoolde en laagbetaalde werk in de huidige arbeidsintensieve, exportgerichte sectoren moeten vervangen. Voor economen ligt het probleem dus in de kloof tussen de ambitie van de leiders om de industrieën te moderniseren en het feit dat veel arbeiders in China ongeschoold of laaggeschoold zijn, terwijl veel migrerende jongeren werkloos zijn.

Dat is zeker iets om naar te kijken, maar de werkelijkheid is ingewikkelder dan dat. Meer investeren in het menselijk kapitaal van migrerende arbeiders betekent niet dat ze allemaal werk zullen vinden, noch lost het alle problemen op. Vanuit een SRT-perspectief bekeken, vereist accumulatie een leger goedkope en precaire arbeidskrachten – die tegelijkertijd de ruggengraat van de economie vormen en zichzelf niet in stand kunnen houden vanwege bezuinigingen; die tegenstrijdigheid is ingebouwd in het kapitalisme zelf. Het systeem is dan ook crisisgevoelig.

Naar mijn mening zijn die tegenstrijdigheden en crises de motoren die kapitaal in staat stellen zich te ontwikkelen. Hoewel de staat misschien meer wil investeren in onderwijs en menselijk kapitaal, zal ze haar bezuinigingsbeleid voortzetten. Ze wil geen gelijkmatige verdeling van middelen of gelijke kansen op het gebied van onderwijs of vaardigheden. Wat we zien is dat kapitaal 'naar buiten gaat', dat wil zeggen de globalisering van Chinees kapitaal dat in handen is van de top van de Chinese samenleving. Terwijl Chinees kapitaal in andere ontwikkelingslanden investeert, blijft de meerderheid van de bevolking in China arm en ongeschoold. Die situatie is gunstig voor de machthebbers in China, omdat ze zo de bevolking in verschillende, concurrerende lagen kunnen verdelen.

Van tijd tot tijd bieden ze een pleister op de wond door selectieve welzijnsbeleidsmaatregelen in te voeren. Als ze willen dat gezinnen meer kinderen krijgen, kunnen ze daarvoor een kinderbijslag geven. Het valt nog te bezien of dat zal werken, gezien de begrotingscrisis waarmee lokale overheden de afgelopen jaren te maken hebben gehad.

Tot nu toe heb ik me vooral gericht op het structurele niveau. Ik wil nog iets toevoegen aan de vraag over het keerpunt. Het is belangrijk om het belang van eigen initiatief te benadrukken, omdat de veerkracht van het kapitalisme en de opkomst van het welvaartskapitalisme elders verband houden met het verzet en protest van de gewone arbeiders. Het politieke klimaat in China is niet bevorderlijk geweest voor dat soort veranderingen, maar tijdens de massale ontslagen in de jaren negentig hebben arbeiders van staatsbedrijven massaal verzet gepleegd. Hoewel het nu zelden in het nieuws komt, protesteren Chinese arbeiders op dit moment nog steeds in kleine groepen. Het is dus belangrijk om na te denken over strategieën aan de basis om weerstand te bieden en eisen te stellen.

Als de Chinese staat zonder 'goedkope' arbeidskrachten komt te zitten en als er een tekort ontstaat aan arbeiders die voor ouderen kunnen zorgen, dan moet hij de massa iets bieden. Ik ben van mening dat voor de mensen die dit aan den lijve ondervinden, zelfs een versie van het huidige kapitalisme in China met een genereuzere sociale infrastructuur beter is dan helemaal geen verandering.

Hoe gaat de Chinese staat om met de verschillende aspecten van de crisis van de sociale reproductie?

Ik weet niet wat voor multidimensionaal schaakspel de regering in Peking speelt, als ze dat al doet. Ze ziet de dringende behoefte aan meer arbeiders op de zorgmarkt, met name meer arbeiders om voor ouderen te zorgen. De Chinese bevolking vergrijst snel. Er zijn niet genoeg kinderen om alle plaatsen in kinderdagverblijven en kleuterscholen te vullen, waardoor kleuterscholen en basisscholen sluiten. Er is een snelgroeiende zogenaamde zilveren economie die zich richt op zorg voor ouderen, maar mensen willen niet in die sector werken vanwege het lage loon en het saaie werk.

Er is dus enige onderhandelingsmacht ten opzichte van de staat. Hoewel de staat probeert de kwaliteit van huishoudelijk werk te standaardiseren, is hij nog steeds niet bereid om dat werk te formaliseren. Huishoudelijke arbeiders in China vallen niet onder de arbeidswetgeving en hebben daarom geen arbeidsbescherming. Hun contract is gebaseerd op het burgerlijk recht. Dat betekent dat ze alle aansprakelijkheid en verantwoordelijkheid dragen, zonder veel rechten te hebben. De staat zou huishoudelijk werk moeten formaliseren in plaats van winstgerichte bureaus in staat te stellen die zorgarbeidsmarkt te domineren.

De staat volgt ook een selectieve strategie om het vruchtbaarheidscijfer te verhogen. Sinds dit jaar is de centrale overheid begonnen met het uitkeren van kinderbijslag, waarbij elk kind in aanmerking komt voor een totaalbedrag van 1.500 dollar, verdeeld over de eerste drie jaar na de geboorte. Dat is slechts een druppel op een gloeiende plaat. We kunnen het traject van Japan of Zuid-Korea als voorbeeld nemen. Toen het vruchtbaarheidscijfer eenmaal extreem laag was geworden, konden de regeringen het, wat ze ook deden, niet meer omhoog krijgen.

Het is niet voldoende om gezinnen genereuzere uitkeringen te geven. Het invoeren van dergelijke stimuleringsmaatregelen betekent niet dat mensen plotseling zullen besluiten om meer kinderen te krijgen. Het is al een systemisch probleem geworden, met zowel materiële als psychologische gevolgen. Mensen zijn pessimistisch en willen geen nieuw leven brengen in een samenleving die gekenmerkt wordt door lijden. Dat werd duidelijk tijdens de covid-19-pandemie. In een videoclip die viraal ging op sociale media, zei een overheidsfunctionaris tegen een man: 'Als je dit en dat niet doet, zullen we je kinderen straffen.' De man antwoordde: 'Er komen geen kinderen, wij zijn de laatste generatie!' Zo ontgoocheld zijn sommige mensen in China al.

Hoe hebben vrouwen uit verschillende sociale klassen in China gereageerd op de verschillende aspecten van de crisis?

Ik heb gesproken met veel migrerende arbeiders en ontslagen stedelijke arbeiders. Hoewel veel van hen lijden onder dit patriarchale systeem en cultureel seksisme, hebben ze wel degelijk veel zeggenschap. Ze volgen niet alleen maar wat de familie van hen verwacht. Foxconn-arbeiders die ik heb gesproken, vertelden me dat ze in de fabriek kwamen werken om geld te verdienen voor hun kinderen die naar school gingen, en dat ze zich zorgen maakten over het toekomstige huwelijk van hun kinderen – vooral als ze een zoon hadden – vanwege de hoge bruidsschat. [1]

Sommige vrouwen hebben ook hun toevlucht genomen tot sociale mediaplatforms zoals WeChat, waar ze dingen posten als: 'Ik moet eerst nadenken over hoe ik nu een vrouw kan zijn. Ik moet iets voor mezelf doen. Ik moet genieten van de kleine dingen in mijn leven.' Ze hechten evenveel waarde aan economische onafhankelijkheid en zelfrespect als aan de toekomst van hun kinderen.

De afgelopen vijftien jaar is er ook een verfrissende opleving geweest van het Chinese feminisme, dat wereldwijd aanhangers heeft gekregen. Die opleving wordt vooral aangestuurd door relatief jonge, goed opgeleide en technisch onderlegde Chinese vrouwen die enigszins Engels spreken. Ze hebben al voor ingrijpende veranderingen in de volkscultuur gezorgd. De markt heeft het snelst gereageerd op de veranderende mentaliteit. Als je nu een succesvolle film wilt maken, moet je een feministisch element toevoegen, bijvoorbeeld een krachtige vrouwelijke hoofdrolspeler.

Die opleving begon in het begin van de jaren 2010, toen een paar feministische basisorganisaties initiatieven als 'Occupy Men's Toilets' opzetten, waarbij ze vroegen om meer openbare of werkplektoiletten voor vrouwen. Ze hebben ook campagne gevoerd voor zwangerschapsverlof en zich uitgesproken tegen seksuele intimidatie. Die eisen zijn grotendeels overgenomen door de staat. Het nieuwe Burgerlijk Wetboek bevat een paragraaf tegen seksuele intimidatie, er zijn op veel werkplekken meer toiletten voor vrouwen gecreëerd, enzovoort. De staat neemt die eisen bewust over vanwege de brede steun voor die zaken en de grote dynamiek die hun eisen hebben weten te creëren. Maar om de feministische energie volledig te beteugelen, heeft de staat de personen en kleine groepen die aanvankelijk met die eisen kwamen, gearresteerd en het zwijgen opgelegd. Veel van die personen hebben China verlaten.

Hoe zit het met de invloed van feminisme op vrouwen van verschillende leeftijden en verschillende sociale achtergronden? Verwijzen vrouwen in het algemeen naar feminisme als concept, of verwijzen ze simpelweg naar feministische inhoud en eisen?

Vanuit mijn eigen observatie hebben we een categorische verandering gezien. Twintig jaar geleden kwamen kleine groepen feministen samen en drongen aan op die eisen. Maar de meeste mensen onder de algemene bevolking gebruikten de term feminisme niet en wisten niet wat het betekende. Dat is veranderd. Jongere, stedelijke vrouwen lijken de term allemaal te kennen en sommigen van hen durven zich eraan te committeren. Er is een terugslag van mannen die de term op sociale media gebruiken door te zeggen dat feminisme iets slechts is – dat een feminist zijn betekent dat je egoïstisch bent en mannen wilt controleren. Dat laat zien hoe bedreigd ze zich voelen.

Er is ook een kleine groep mannen die dingen zegt als: 'Ik ben een mannelijke feminist!' In de kaskraker Hao Dongxi, een mainstreamfilm uit 2024 die veel geld heeft opgebracht, zegt de mannelijke hoofdpersoon tegen de vrouwelijke hoofdpersoon dat hij een goede relatie met haar wil en daarom een feministisch boek van Chizuko Ueno gaat lezen. [2] Ik was aangenaam verrast toen ik dat hoorde! Ueno is een marxistische feministe uit Japan die de laatste jaren populair is geworden onder Chinese lezers, vooral stedelijke vrouwen. Maar ik had nooit gedacht dat haar naam in een populaire film in China zou verschijnen.

Toch heeft iedereen, net als in andere contexten, zijn eigen mening over wat feminisme eigenlijk betekent. Als je kritisch feminisme vergelijkt met wat sommige zelfbenoemde feministen in China zeggen, zou je kunnen denken dat die 'lean-in'-feminisme of bedrijfsfeminisme vertegenwoordigen, of dat ze niet progressief genoeg zijn. Mijn mening hierover is waarschijnlijk onorthodox. Ik denk dat het in het China nu een goede zaak is dat meer mensen zich feminist noemen, omdat ze te maken hebben met een over het algemeen verstikkende politieke omgeving. Maar de spontane energie van basisorganisaties en zelfbenoemde feministen zal – net als alle andere sociale bewegingen – zeker niet al onze problemen oplossen.

Zelfbenoemde feministen in China zijn bijvoorbeeld heel kritisch over gendergerelateerd geweld, seksuele intimidatie en vrouwenhandel, maar slechts weinigen zijn in staat om na te denken over het Chinese nationalisme. In dat opzicht geef ik het Chinese feminisme niet helemaal de schuld. Commentaar dat kritisch is over het Chinese nationalisme wordt in China veel vaker gecensureerd op internet, terwijl mensen meer ruimte hebben – hoewel die steeds kleiner wordt – om kwesties met betrekking tot gender aan de orde te stellen.

Wat gaat er volgens jou de komende jaren gebeuren, gezien de crisis van sociale reproductie en de sociale onrust daaromheen? Is er een manier om de crisis te verlichten? Of zal dat leiden tot nog ernstigere crisissymptomen?

Ik zie geen veelbelovende politieke opening in de nabije toekomst waarin die feministische basisactiviteiten plotseling weer kunnen opduiken. Wat we waarschijnlijk zullen zien, is nog meer coöptatie door de staat en door bedrijven van wat er op feministisch gebied aan eisen naar voren komt. Vanuit het perspectief van de staat zullen de lage vruchtbaarheid en de vergrijzing van de bevolking zorgwekkende kwesties blijven. Op dit moment worden er nieuwe sociale voorzieningen rond vruchtbaarheid en vergrijzing ingevoerd. En we zouden een agressievere vermarkting van zorgvoorzieningen kunnen zien, vooral voor ouderen, aangezien dat al is begonnen.

De éénkindgeneratie die in de jaren tachtig is geboren, is nu op een leeftijd gekomen waarop ze zich zorgen moeten maken over hun ouders. Die generatie heeft weinig tijd om voor hen te zorgen, maar beschikt wel over enige financiële middelen. Dat maakt hen een belangrijk doelwit voor bedrijven.

Het is ook mogelijk dat de staat zal proberen buitenlandse arbeidskrachten aan te trekken om een deel van het tekort op te vullen. Dat zou een grote verandering zijn, omdat de Chinese staat nog niet over de capaciteit beschikt om grote aantallen immigranten op te vangen. De staat overweegt die mogelijkheid echter al.

Bovendien heeft de urbanisatiegraad bijna zeventig procent bereikt en wordt slechts dertig procent nog als plattelandsgebied beschouwd. De toenemende verstedelijking, de stijgende kosten van levensonderhoud en de voortdurende vermarkting van arbeid zullen de staat dwingen om betere sociale voorzieningen aan te bieden, zoals pensioenregelingen. Maar veel provinciale overheden hebben letterlijk geen geld en worden door de staat aan hun lot overgelaten: negentig procent van de middelen voor zorg moet door families worden verstrekt. Als je rijk bent, kun je je de nodige zorgdiensten veroorloven, als je arm bent, niet.

Na een nogal somber beeld te hebben geschetst van wat er momenteel gaande is en wat er in de toekomst te verwachten valt, wat zou dan een feministisch alternatief zijn? Waar begint een alternatief perspectief dat uiteindelijk verder zou kunnen gaan dan het patriarchale kapitalisme?

Een veelbelovend aspect is dat veel jongeren het hebben over 'platliggen', waarbij ze weigeren veel te werken of overuren te maken. Dat gebeurt niet alleen in China, maar over de hele wereld. Nu de kansen op sociale mobiliteit afnemen, wil een deel van de jongere generatie niet toegeven aan het kapitalisme of neoliberalisme; ze willen eruit stappen. Ze vragen zich af: 'Waarom zou ik al mijn energie en tijd steken in de bedrijfswereld of de politieke elite? Wat als ik van een schamel loon leef en de tijd gebruik om te doen wat ik wil?' Dat is een spontane manier om ons waardensysteem bij te stellen. Het is misschien niet de beste manier, maar het is zeker een interessante manier.

Een les die we kunnen leren van het feminisme van sociale reproductie is om het huidige waardensysteem in twijfel te trekken. De devaluatie van zorgwerk is willekeurig, vervreemdend en volgt een kapitalistische logica. We moeten elke activiteit in ons leven opnieuw evalueren en we moeten zeker niet alles zien als onderdeel van een marktuitwisseling. Het is erg moeilijk om dat op grote schaal te realiseren. Maar ik denk dat mensen al stappen ondernemen, misschien onbewust, om hun waardesysteem bij te stellen. Ze weigeren te trouwen, kinderen te krijgen en overuren te maken. Dat zijn allemaal noodzakelijke uitdagingen voor de status quo.

Ik ben een voorstander van de progressieve versie van het universeel basisinkomen (UBI), omdat dat ons de kans geeft om ons waardesysteem bij te stellen. Ik weet dat het UBI als abstract idee heel controversieel is, aangezien ook mensen van rechts sommige versies ervan onderschrijven, maar ik zie er een kans in om een situatie te creëren die onvoorwaardelijk humaan is, waarin je kunt heroverwegen wat echt belangrijk is voor jou en voor de gemeenschap. Het feminisme dat Kathi Weeks voorstaat, is in dit opzicht bijzonder interessant. [3]

Mijn laatste vraag: we hebben het over China, en jij bent momenteel in de Verenigde Staten. Wat kunnen vrouwen en feministen buiten China volgens jou leren van de feministische strijd in China?

Heel veel! Als je dat in een langere historische context plaatst en kijkt naar het begin van de twintigste eeuw, besef je dat de Chinese politiek vaak is gevormd door onrust en geweld. Maar in elk moment van de Chinese geschiedenis zie je onverschrokken feministen. In navolging van het werk van Wang Zheng kunnen we van die feministen leren om strategisch te zijn en gebruik te maken van wat ze de ‘politiek van het verbergen’ noemt. [4]

In mijn eigen onderzoek naar het Mao-tijdperk (1949-1976) krijg ik vaak vragen van het publiek als: 'Je hebt het over eigen initiatief, verzet en protest, maar dat blijkt niet uit je gegevens. Waar waren dan de protesten van vrouwelijke arbeiders in de jaren vijftig?' Het is belangrijk om te begrijpen dat verzet in de Chinese context niet alleen betekent dat je de straat opgaat of openlijk protesteert. Soms moesten vrouwen hun werkelijke agenda verbergen, samenwerken met hun mannelijke collega's of een gemarginaliseerde positie innemen in het systeem. Het is beter om veerkrachtig te zijn – water te zijn, om de term van de Hongkongse demonstranten te gebruiken – dan niets te doen. Ik denk dat dit soort veerkracht in de westerse politiek ondergewaardeerd wordt, omdat mensen in het Westen het als vanzelfsprekend beschouwen dat je het recht hebt om openlijk te protesteren. In omgevingen zoals China is die optie niet altijd haalbaar.

Bovendien behoren Chinese vrouwen nu juist vanwege een gevoel van achterstelling tot de meest uitgesproken groep. Ik behoor tot de generatie Chinese vrouwen die volwassen werd toen China zich weer integreerde in de wereldmarkt. De VN-Wereldvrouwenconferentie in Peking in 1995 was een hoogtepunt. Chinese feministen dachten toen dat ons feminisme in vergelijking met het Westen onderontwikkeld was en dat onze mensenrechten als vrouwen niet werden beschermd. Het westerse feminisme was het ideaal waaraan we onze situatie konden afmeten.

Die generatie feministen stelde veel eisen op basis van een geïdealiseerd westers feminisme. Tegenwoordig is duidelijk geworden dat het Westen niet is wat we dachten dat het zou zijn, maar door twintig jaar lang te proberen aan dat ideaal te voldoen, ontstond de energie die mijn generatie feministen ertoe aanzette om hun eisen te stellen. Daarom zijn die feministen zo uitgesproken geweest. Ze hebben altijd gedacht dat het beter kon en dat de Chinese regering zo slecht en achterlijk is als het gaat om het ondersteunen van vrouwen, vooral met betrekking tot individuele rechten, bijvoorbeeld tegen seksuele intimidatie.

Ik denk dat globalisering, met al zijn uitgangspunten en problemen, dit interessante effect heeft gehad op het Chinese feminisme. Dat geldt ook voor mensenrechten-ngo's en arbeids-ngo's. Ook zij stelden eisen en ontwikkelden invloed op basis van hun geïdealiseerde beeld van het Westen. In het verleden hadden Chinese ngo's veel contacten met de VS en zijn bondgenoten via internationale ontwikkelingsorganisaties. Die organisaties waren geen marionetten; ze wisten hoe ze door de politieke spleten moesten navigeren om hun eigen doelen te bereiken.

Nu het Westen – en met name de Verenigde Staten – zijn macht over mondiale sociale bewegingen verliest of afstaat, moeten Chinese activisten hun toevlucht nemen tot hun eigen kracht om methoden voor verandering van binnenuit te ontwikkelen. Dat is zonder twijfel een moeilijke en gevaarlijke taak, aangezien censuur en andere vormen van politieke onderdrukking vrij streng zijn.

Aan de positieve kant is er altijd enige ruimte geweest voor activisten om te manoeuvreren. In een land waar het marxisme ironisch genoeg nog steeds de officiële politieke theorie is, kunnen basisbegrippen uit de marxistische traditie zoals 'arbeid', 'vakbond', 'uitbuiting', 'revolutie', ‘vrouwenemancipatie’ en 'gelijke beloning' niet worden gecensureerd omdat ze overlappen met het officiële discours. Er is een grote groep jongeren (de generaties van na 1990 en 2000) die zich aangetrokken voelen tot die marxistische concepten en ideeën en er enthousiast over discussiëren.

Die kunnen, misschien op onbedoelde wijze, de kiem vormen voor veranderingen in de toekomst. Wie had twintig jaar geleden immers kunnen verwachten dat Chizuko Ueno, de Japanse marxistische feministe, een bestsellerauteur in China zou worden?

Noten

1. Volgens de hedendaagse Chinese sociale normen wordt van de familie van de bruidegom verwacht dat zij de familie van de bruid een aanzienlijk fortuin schenkt in de vorm van geld of eigendom – meestal een appartement en een auto – met een totale waarde variërend van enkele duizenden tot ongeveer twintigduizend euro.

2. De Engelse titel van Hao Dongxi is Her Story.

3. Zie Kathi Weeks. The Problem with Work: Feminism, Marxism, Antiwork Politics and Postwork Imaginaries, Duke University Press, 2011.

4. Zie bijvoorbeeld: Wang Zheng. Finding Women in the State: A Socialist Feminist Revolution in the People’s Republic of China, 1949–1964. Oakland: University of California Press, 2017.

Dit artikel stond op Spectre. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop