Borderless

20 January 2019

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 46 min 11 sec geleden

May verliest stemming. Corbyn nu aan zet?

16/01/2019 - 12:00

door Frank Slegers 16 januari 2019   Eerlijk is eerlijk: een tijd geleden dacht ik nog dat de Britse premier Theresa May het scheidingsakkoord met de EU relatief makkelijk door het Britse Parlement zou loodsen. Het leek ook zo eenvoudig. Met de EU was een overgangsperiode afgesproken tot einde 2020, eventueel te verlengen: tijdens die overgangsperiode bleef alles bij het oude. De overgangsperiode zou gebruikt worden om afspraken te maken om de toekomstige relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU definitief vorm te geven. Ook vanuit democratisch standpunt was dat een goed scenario: op die manier was er meer tijd om democratisch vorm te geven aan de toekomstige relatie. Het scheidingsakkoord zelf zou niet veel om het lijf hebben, en enkel de scheiding in maart 2019 bevestigen. Kat in het bakkie, toch? Hoe kon het dan misgaan? Tactische blunders Theresa May Theresa May beging enkele tactische blunders. Om te beginnen aanvaardde zij dat het scheidingsakkoord zelf al een bepaling zou bevatten over de Ierse kwestie. Die bepaling komt hier op neer: wat er ook gebeurt met de rest van het Verenigd Koninkrijk, er mag in geen geval een harde grens met controles komen tussen Noord-Ierland en de Ierse republiek. Noord-Ierland moet zonodig deel blijven uitmaken van de Europese douane-unie, en onderworpen blijven aan andere Europese regels die grenscontroles overbodig maken, zoals gezondheidsvoorschriften voor de productie van voedsel. Anders dreigen de gewapende conflicten in Noord-Ierland weer op te laaien, zo werd gezegd, want het ontbreken van een zichtbare grens op het Ierse eiland maakt deel uit van de vredesakkoorden die een einde maakten aan het geweld. Deze zogenaamde Ierse backstop moest niet per definitie in het scheidingsakkoord, want gedurende de overgangsperiode tot einde 2020 zou sowieso niets veranderen. De Ierse kwestie kon opgepakt worden tijdens de onderhandelingen over de definitieve toekomstige Brits-Europese relatie. Maar dat wilde de EU niet. Aan de EU-kant van de tafel zit de Ierse Republiek natuurlijk mee aan tafel. Die wilde meteen spijkerharde waarborgen. May gaf toe. Eerste blunder. Later schreef May verkiezingen uit, in de hoop haar parlementaire meerderheid te versterken. Tweede blunder. Dat viel immers tegen. May verloor zetels, en was om voort te regeren nu afhankelijk van de zetels van de DUP, een reactionair unionistisch partijtje uit Noord-Ierland. Die zagen de bui al snel hangen: als Noord-Ierland een statuut krijgt dat een grens op het Ierse eiland overbodig maakt, dan krijgt Noord-Ierland een statuut dat verschilt van de rest van het Verenigd Koninkrijk: dan komt er een grens in de zee dwars door het Verenigd Koninkrijk. Dat is onaanvaardbaar, niet alleen voor de DUP, maar voor alle politieke krachten die gehecht zijn aan de eenheid van het Verenigd Koninkrijk, Theresa May inbegrepen. Dan blijft er maar één oplossing: indien er geen ‘harde’ grens mag komen, noch tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland, noch tussen Noord-Ierland en het Verenigd Koninkrijk, dan moet ook de rest van het Verenigd Koninkrijk deel blijven uitmaken van de douane-unie en onderworpen blijven aan een aantal regels van de gemeenschappelijke markt. Dat schoot bij de harde Brexiteers, die helemaal los willen komen van de Europese Unie, natuurlijk in het verkeerde keelgat. Want tot nog toe heeft voor de Ierse kwestie niemand een andere oplossing gevonden dan blijvend lidmaatschap van Noord-Ierland van de Europese douane-unie. De backstop dreigt daarom geen voorlopige noodoplossing maar een permanente oplossing te worden, zodat ook de rest van het Verenigd Koninkrijk gekluisterd blijft aan de Europese douaneregels (tarieven, quota,…) en andere regels. Het perspectief van een autonoom handelsbeleid verdwijnt dan ver achter de horizon. Schoktherapie Theresa May probeerde haar akkoord nog te redden door te dreigen dat het anders tot een harde Brexit komt: een uitstap uit de EU zonder afspraken en zonder overgangsperiode. Het is immers kort dag, maart zit er aan te komen. Dergelijke harde Brexit zou leiden tot chaos en grote economische schade, want de Britse en Europese economieën zijn nu eenmaal sterk geïntegreerd, niet alleen via intensieve handel, maar ook in de vorm van geïntegreerde financiële markten en productieprocessen. Dat lijkt de harde Brexiteers echter niet af te schrikken: alles lijkt er op te wijzen dat zij uit zijn op een soort schoktherapie: een diepe economische crisis die het kader schept om harde neoliberale hervormingen door te drukken, en zo het Verenigd Koninkrijk als een autonoom neoliberaal baken op de wereldkaart te zetten. Dat is niet het plan van May, maar omdat May kost wat kost haar Conservatieve Partij wil samenhouden ruiken de harde Brexiteers hun kans: als zij elk akkoord torpederen, en tegelijk nieuwe verkiezingen of een nieuw referendum kunnen tegenhouden, dan is het niet uitgesloten dat het Verenigd Koninkrijk willens nillens zonder akkoord uit de EU crasht. Maar niet alleen de harde Brexiteers rekenen op de crisis die nu ontstaan is, om hun slag thuis te halen. Ook veel Remainers voelen hun kansen rijpen. Zij weten dat er absoluut geen meerderheid is voor een harde Brexit, niet in het Britse parlement en niet in het bedrijfsleven. Zij hopen dat een aanslepende crisis de onzekerheid over een goede afloop van de Brexit bij de bevolking doet toenemen, zodat er meer animo ontstaat voor een tweede referendum en een intrekking van de Brexit. Wat doet Labour? Het alternatief van Labour is duidelijk: nieuwe verkiezingen. Zo hoopt Labour een mandaat te krijgen om de Brexit te heronderhandelen met de Europese Unie. Dat zullen ze in Brussel niet fijn vinden, maar als Labour vóór maart 2019 verkiezingen wint zullen ze niet anders kunnen. [caption id="attachment_16098" align="alignleft" width="300"] The People's Assembly March, 1 juni 2017. Foto Ant Smith (Creative Commons).[/caption] Jeremy Corbyn heeft al laten weten hoe hij dat ziet: hij wil best sterke handelsrelaties met de Europese Unie, maar hij wil ook de handen vrij houden voor een links overheidsbeleid. Zo wil hij niet dat de Britse regering gebonden is aan de Europese aanbestedingsregels, en hij wil niet dat Britse overheidsbedrijven die in de marktsector opereren onderworpen zijn aan de concurrentieregels zoals dat wel het geval is in de EU. Dat zal in Brussel natuurlijk op weerstand botsen, want daar heerst het dogma van de ondeelbaarheid van de gemeenschappelijke markt: wie vlotte markttoegang wil moet de regels van de gemeenschappelijke markt op de koop toe nemen. Dat kan een pittig gevecht worden, en links een kans bieden in solidariteit ook in de Europese Unie op te komen voor een meer sociaal en minder neoliberaal Europa. Corbyn wil overigens ook de arbeidsmigratie reguleren, dus een einde maken aan het vrij verkeer van arbeid en diensten met de Europese Unie. Links en rechts komt hem dat op kritiek te staan, alhoewel het redelijk lijkt dat een land zeggenschap heeft over haar grenzen, ook over arbeidsmigratie. Opvallend is dat veel van de critici vrij verkeer eisen van Europese arbeid. Waarom Nederlanders of Belgen wel vrij zouden kunnen gaan werken in een zelfstandig Verenigd Koninkrijk, en mensen uit India bijvoorbeeld niet, is dan echter niet duidelijk. Ook de grenzen van de EU staan enkel open voor… inwoners van de EU. Theresa May verklaarde een tijd geleden dat na de Brexit arbeidskrachten uit de Europese Unie op dezelfde voet zouden behandeld worden als arbeidskrachten uit de rest van de wereld. Eindelijk eens een sympathieke uitspraak van May! Labour eist dus nieuwe verkiezingen, zodat de kiezer zich kan uitspreken over waar het met het Verenigd Koninkrijk naar toe moet, en dus ook hoe de Brexit moet ingevuld worden. Indien Labour de verkiezingen wint, biedt dit een kans alsnog een positieve invulling te geven aan de Brexit. Maar of die verkiezingen er komen, is verre van zeker. De Conservatieven zullen er alles aan doen om het regeringsroer in handen te houden. Ook in het eigen kamp steunt verre van iedereen Jeremy Corbyn: een regering onder leiding van Corbyn is wel het laatste wat de rechterzijde van de partij wil. Daarom sturen zij niet aan op nieuwe verkiezingen, maar op een tweede referendum. Als de chaos lang genoeg aanblijft kan Remain dat tweede referendum misschien winnen. Dat zou dan weer electoraal koren op de molen zijn van nationalistisch rechts, maar dat zal de rechterzijde van Labour worst zijn, zolang het Britse eiland maar weer veilig onder de neoliberale hoede is gebracht van het Europese moederschip.

Westelijke Sahara: als het hoger economisch belang beslist

14/01/2019 - 14:43

Tien jaar geleden werd onder impuls van Sarkozy de ‘Unie voor het Middellandse Zeegebied’ opgericht, een samenwerkingsverband tussen de Europese Unie (EU) en 15 landen rond de Middellandse Zee. Deze ‘Mediterrane Unie’ zou door bevordering van het menselijk welzijn en duurzame economische ontwikkeling zorgen voor stabiliteit en regionale integratie. Of de Frans-Britse bombardementen op Libië veel aan de stabiliteit hebben bijgedragen is zeer de vraag, en die regionale integratie lijkt ook nogal eenrichtingsverkeer. Europa heeft weliswaar geen kolonies meer in Noord-Afrika, maar die landen hebben wel een aantal troeven die ons interesseren. Ze kunnen bijvoorbeeld fungeren als onderaannemers van de Europese grensbewaking Frontex, en ervoor zorgen dat Afrikaanse armoezaaiers het Oude Continent niet bereiken. Maar naast armoezaaiers lopen daar aan de andere kant van de Middellandse Zee ook wel mensen rond die er een opleiding genoten, en dat is dan weer interessant. Zo vernamen we vandaag dat de Vlaamse ondernemers Marokkaanse informatici willen invoeren om de al dan niet reële krapte in dit segment van de arbeidsmarkt te bestrijden; handig dat het pas ondertekende VN-migratiepact er zal voor zorgen dat deze arbeidskrachten op een veilige gereguleerde manier onze kusten bereiken.

Afrika biedt nog meer dat ons nuttig lijkt. Visgronden bijvoorbeeld, want de onze beginnen leeg te geraken. De  Atlantische kust ten westen van Noord-Afrika heeft nog een en ander te bieden en is gemakkelijk bereikbaar voor Spaanse of Franse vissers. Maar er is een probleem. Bekijk Marokko op Google maps, en je ziet ter hoogte van de Canarische eilanden een stippellijn; ten noorden ervan staat ‘Marokko’, ten zuiden ‘Westelijke Sahara’. Die Westelijke Sahara was tot de dood van dictator Franco een Spaanse kolonie, daarna claimde Marokko het gebied als integrerend deel van het Koninkrijk, terwijl de bewoners (de Sahrawi) een onafhankelijke staat wilden, een eis die verdedigd werd en wordt door het Polisario.

Wanneer de EU nu verdragen of partnerships afsluit met Marokko, wil dit land dat zijn claim op de Westelijke Sahara erkend wordt door de machtige noordelijke buur, alhoewel tot nog toe geen enkel land de aanspraken van Marokko erkende. Ook het Europees Hof van Justitie (EHJ) wees herhaald op de ongegrondheid van de Marokkaanse aanspraken. Maar op 15 december 2018 keurde het comité internationale handel van het Europees Parlement een nieuw associatieverdrag EU-Marokko goed waarin de betwiste claim op de westelijke Sahara erkend wordt; de bezwaren van het EHJ werden dus gewoon genegeerd.

Zoals steeds worden standpunten van een parlementair comité als richtinggevend beschouwd bij een latere stemming in de plenaire zitting van het Parlement. Die plenaire stemming heeft plaats op 16 januari, en als voorbereiding daarop werd een debat gepland op 10 januari. Maar dat was zonder de waard gerekend, in de persoon van Guy Verhofstadt, luidruchtig voorzitter van de liberale fractie (ALDE) in het Europees Parlement. Als fractieleider kon hij misbruik maken van zijn bevoegdheid om de agenda van de parlementszitting mee te bepalen, en op de valreep schrapte hij de discussie over het partnership met Marokko.

Zij manoeuvre is niet het eerste van ALDE in deze aangelegenheid. Patricia Lalonde, de rapporteur (Frankrijk) over de deal met Marokko behoort eveneens tot de liberale fractie en moest zich uit die functie terugtrekken toen ze bleek lid te zijn van de lobbygroep EuroMedA die de Marokkaanse aanspraken ondersteunt; de voorzitter van EuroMedA is overigens een Franse socialist.

Zou het niet verontrustend moeten zijn dat de EU niet alleen niet het baken is van solidariteit, humanisme en mensenrechten dat ze beweert te zijn, maar zelfs de formele regels over rechtsstaat en internationale rechtsorde naast zich neerlegt als er een economisch voordeel mee gemoeid is? (hm)

 

 

Lonen in de Europese transportsector

10/01/2019 - 17:05

Aansluitend bij ons artikel over het ‘mobiliteitspakket’ van de Europese Commissie en het vakbondsverzet daartegen geven we hier enkele cijfers die duidelijk maken hoe moordend de concurrentie is in de sector van het internationaal wegtransport. We ontlenen deze gegevens aan een studie 1 gemaakt door het Franse Comité National Routier (CNR), een studiegroep opgezet door de Franse overheid en bestuurd door  vertegenwoordigers van de transportondernemers en enkele ambtenaren en professoren.

Grafiek 1 vergelijkt de gemiddelde brutojaarlonen van internationale vrachtwagenchauffeurs in 15 landen van de EU, met onderscheid tussen het westen en het oosten van Duitsland waar nog steeds aanzienlijke loonverschillen bestaan. Zoals ook bleek uit een vergelijking van de minimumlonen in het algemeen bedraagt de loonspanning tussen hoogste (Luxemburg) en laagste (Bulgarije) truckerslonen ongeveer een factor 8, ofte 800%.   

 

Grafiek 1

Toch geeft deze vergelijking van de brutolonen geen correct beeld van wat truckers ontvangen. De uitbuiting van de Oost-Europese trucker is iets minder dramatisch dan wat uit Grafiek 1 blijkt. Er worden in de sector immers ook vergoedingen betaald om in zijn levensonderhoud te voorzien in het buitenland. Oost-Europese ondernemers blijken hierin nogal royaal te zijn. De Bulgaarse en Roemeense trucker krijgt jaarlijks gemiddeld  11 500 € reisvergoeding, tegenover 5292 € voor de (west-)Duitse. Grafiek 2 toont de gemiddelden voor de 15 beschouwde EU-landen.

Grafiek 2

Dagvergoedingen hangen in de meeste gevallen af van het land waarin de trucker zich bevindt, en is bv. hoger voor reizen door Duitsland dan door Portugal. Het lijkt dan ook hoogst verbazend dat de Oost-Europese transportondernemers vaak zoveel mogelijk dagen toekennen in dure landen, ook als dit niet in werkelijkheid zo was. De reden is eenvoudig: op deze vergoedingen worden geen sociale bijdragen betaald. Het karige loon wordt dus opgesmukt met vergoedingen, vaak belangrijker dan het loon zelf, die echter geen pensioenrechten e.d. meebrengen en dus ook geen bijdrage leveren aan de uitbouw van een sociale zekerheid die naam waardig.

Als het totaalplaatje dan gemaakt wordt en men de globale kost voor het transportbedrijf van een trucker over één jaar vergelijkt 2, krijgt men resultaten als in Grafiek 3.


Grafiek 3

De spanning tussen hoogste (België) en laagste (het onklopbare Bulgarije) is nu gereduceerd van 800%  naar 350%. Dit blijft natuurlijk een enorm verschil. Welke kapitalist zou geïnteresseerd zijn in het afbouwen daarvan? (hm)

 

Vakbondsmobilisatie tegen het Europees ‘mobiliteitspakket’

09/01/2019 - 17:52

Op maandag 7 januari organiseerden militanten van de Belgische transportbonden wegblokkades aan verschillende grensovergangen. Dit maakt deel uit van een campagne van de Europese Transportarbeidersfederatie (ETF)  om zich te verzetten tegen plannen van de Europese Unie (EU) om de klok terug te draaien in de al niet benijdenswaardige arbeidsvoorwaarden van chauffeurs in het Internationaal transport. Ook elders in Europa hebben tussen 7 en 10 januari acties plaats om de collega-transportarbeiders en het publiek in het algemeen te informeren over het zogenoemde ‘mobiliteitspakket’ dat zijn weg aan het maken is doorheen de Europese instellingen. In de haven van Genua werden meertalige pamfletten verdeeld aan 1300 truckers; gelijkaardige acties in de containerterminals van Szczecin en Gdynia door Poolse bonden, die ook het publiek informeerden in een aantal supermarkten. Omdat er ook gevolgen zijn voor chauffeurs van touringcars was er ook actie aan Victoria Coach Station in Londen, en de ETF-campagne wordt ondersteund in Nederland, Noorwegen, Frankrijk, Spanje…

Pamflet in diverse talen verspreid door vakbonden van de Europese Transportarbeidersfederatie ETF. Klikken op de afbeelding  om de tekst op de achterzijde van het Nederlandstalig pamflet te zien.
 

Wat is dit mobility package? Het is een reeks voorstellen, door de Europese Commissie in drie schijven gelanceerd tussen  mei 2017 en mei 2018, vandaar dat men het heeft over het eerste, tweede of derde pakket. Als men voortgaat op de voorstelling die de Europese Commissie maakt van haar initiatief moet heel Europa gaan applaudisseren, want iedereen vaart er goed bij: het mobiliteitpakket moet het verkeer veiliger maken, overheden worden aangemoedigd om op een intelligente manier belasting te heffen op het verkeer, de CO2-emissie  en de luchtvervuiling zullen verminderen, de administratieve rompslomp voor de ondernemiers zal gereduceerd worden, zwartwerk zal bestreden en de werkomstandigheden voor de transportarbeiders verbeterd! Wat wil je meer? Als kers op de taart wil de Commissie dat er tegen 2022 vrachtwagens zonder chauffeur op de autosnelwegen en vuilniswagens zonder chauffeur in de steden rijden.

Zoals gewoonlijk moeten commissievoorstellen door Europees Parlement en Ministerraad goedgekeurd worden om Europese wetten worden. Maar zie: op 4 juli 2018 is slechts 15% van de europarlementsleden vóór het voorstel, dat dus verworpen wordt, zeer tot ongenoegen van de ondernemerslobby van de sector, maar met een zucht van opluchting door de vakbonden. Alleen bij de Europese liberalen van Verhofstadt (ALDE) stemde een meerderheid voor, zelfs de christen- en sociaal-democraten vonden het te ver gaan als kamperen in de truckcabine gedurende het weekend als de invulling van de wettelijke rust zou beschouwd worden (wat door het Europees Hof van Justitie als onwettig  werd bestempeld), en als toernees van drie weken in het buitenland aanvaard zouden worden. En door minder beperkingen op te leggen aan buitenlandse vervoerbedrijven om binnenlandse opdrachten te vervullen met goedkope buitenlandse chauffeurs (‘cabotage’) vermindert men natuurlijk een neerwaartse spiraal in lonen en arbeidsvoorwaarden niet.

De afwijzing door het Europees Parlement is echter niet het einde van het mobiliteitspakket. Na een dergelijk accident de parcours wordt achter de schermen naar een uitweg gezocht.  Men kan er slechts naar gissen hoe het lobbywerk hierrond verloopt, maar het is complexer dan men misschien denkt. De regeringen van de landen die de goedkoopste chauffeurs leveren, wat ongeveer overeenkomt met de Visegrádgroep,  zijn over het algemeen tegen strengere en meer sociale regels, en ook sommige vakbonden in die landen steunen hen daarin 1. Andere bonden van hun kant spreken zich soms uit voor de  ‘Road Alliance’ die negen West-Europese landen groepeert om naar eigen zeggen oneerlijke concurrentie en sociale dumping in het wegvervoer te bestrijden. Dit soort toestanden is natuurlijk haast onvermijdelijk in een Unie die de economische concurrentie als haar uitgangspunt neemt.

Op 4 december 2018 werd een nieuw voorstel van mobiliteitspakket door de Ministerraad goedgekeurd, en dit wordt op 10 januari 2019 in het transportcomité van het Parlement besproken. De houding van het transportcomité zal meebepalen hoe het plenaire Parlement later stemt, vandaar dus de acties van de Europese Transportarbeidersfederatie.  Maakt de nieuwe tekst komaf met de meest schandalige voorstellen vervat in de eerste? Volgens sommige media wel, zoals het Franse Libération dat op 5 december titelde: L’Union européenne met fin au dumping social dans le transport routier, wat als een overwinning van Macron werd voorgesteld. Een heel ander geluid nochtans in vakbondsmiddens, die inmiddels heel wat gedaan hebben om leden en publieke opinie te informeren over toestanden in de sector, en ook zeer lovenswaardige initiatieven namen om te verhinderen dat Oost- en West-Europese chauffeurs tegen elkaar worden opgezet. Zo deed de Nederlandse FNV onderzoek naar lonen 2 en werkomstandigheden van de goedkope truckers. Het Belgische ABVV verspreidde een brochure in 10 talen met de rechten van de vrachtwagenchauffeurs. Het blijkt zelfs dat de sociale dumping niet stopt bij de transportslaven uit Oost-Europa. In februari 2013 raakte bekend dat Dinotrans uit Letland massaal Filipijnse chauffeurs inzette. Ook een Nederlandse transporteur, Martin Wismans, werkte met Filipijnse chauffeurs. Dankzij de Nederlandse vakbond FNV werd toen fors ingegrepen, en Transport Wismans verloor zijn transportvergunning. Maar een paar weken geleden werden opnieuw honderden Filippijnse chauffeurs ontdekt, levend in onmenselijke omstandigheden.

Geen wonder dus dat zowat alle vakbonden het compromis van 4 december afwijzen. Zo stelt de Deutsche Gewerkschaftsbund (DGB) dat noch op het gebied van lonen, noch op dat van werk- en rusttijden en van het misbruik van uitzendkrachten (‘detachering’) een aanvaardbaar compromis voorligt. Als er ergens vooruitgang is, wordt het door andere bepalingen volledig onderuit gehaald. Zo is het positief dat een vrachtwagen vaker naar het thuisland zou moeten terugkeren, maar daartegenover staat dat de chauffeur bereid moet zijn niet langer twee, maar drie weken na elkaar in zijn cabine te slapen. Bovendien is de definitie van ‘thuisland’ niet het thuisland van de chauffeur, maar van de vrachtwagen. Een Let of Est die voor een Slowaaks transportbedrijf werkt zal daardoor niet vaker zijn familie in Letland of Estland  zien…

De transportsector is een illustratie bij uitstek van hoe de geglobaliseerde kapitalistische economie functioneert. De hele planeet is het speelveld geworden van bedrijven op zoek naar goedkope, goedkopere, de goedkoopste werkkrachten waarvan de levensomstandigheden van geen tel zijn. Gedreven door de vrijemarktideologie worden miljoenen tonnen goederen verplaatst van Oost naar West, en van West naar Oost, wat in de EU zorgt voor meer dan een vijfde van de totale CO2-uitstoot.  Wie nog gelooft dat de EU onze bescherming is tegen het geglobaliseerde kapitalisme moet wel van het erg naieve soort zijn!
Het wordt in ieder geval interessant om op te volgen hoe dit conflict tussen arbeid en kapitaal verder evolueert. (hm)

 

In de aanloop naar de Europese verkiezingen – Deel 1: de instellingen van de EU

07/01/2019 - 13:23

Herman Michiel 7 januari 2019   Zoals we ook bij de verkiezingen van mei 2014 deden [note]Zie het overzicht van onze artikels van destijds, Europese verkiezingen 2014  [/note], brengt Ander Europa in de komende maanden informatie en kritische analyses over de situatie, de standpunten en initiatieven van de linkerzijde in de Europese Unie (EU). Als inleiding daarop plannen we een aantal korte oriënterende artikels, die het algemeen kader schetsen waarin een en ander gebeurt. Zo gaat het hier in dit eerste artikel over de EU-instellingen; het laat u hopelijk toe u een beter idee te vormen over de toestand van de democratie in Europa. Andere topics die aan bod zullen komen zijn o.a. evoluties bij de Europese  politieke families, markante gebeurtenissen en ontwikkelingen in de voorbije vijf jaar (vluchtelingen, Europa’s militaire plannen, 'onorthodox' monetair beleid van de Centrale Bank...), diverse initiatieven om de Unie te hervormen (o.a. Varoufakis en DiEM), enzovoort.   Tussen 23 en 26 mei 2019 hebben de vijfjaarlijkse verkiezingen voor het Europees Parlement plaats, in 27 van de nu nog 28 lidstaten die de Europese Unie telt; zoals bekend stapt Groot-Brittannië naar alle waarschijnlijkheid op 29 maart uit de Unie. Het aantal parlementzetels wordt daarmee ook wat verminderd, van 751 naar 705. Naast de vernieuwing van het Parlement komt er vanaf 1 november ook een andere Europese Commissie. Daartoe wijst elk van de 27 regeringen 'haar' commissaris aan; de voorzitter van de Commissie – momenteel Jean-Claude Juncker – wordt door de Europese Raad (de regeringsleiders) aangewezen. Sinds 2014 wordt nogal wat bombarie gemaakt over 'Spitzenkandidaten', namelijk kandidaat-commissievoorzitters die voorgedragen worden door de politieke fracties in het Europees Parlement. Zo dragen de Europese christendemocraten (vertegenwoordigd in de Europese Volkspartij, EVP) de Duitse CDU-er Manfred Weber voor, terwijl de sociaaldemocraten (S&D) de Nederlander Frans Timmermans (PvdA) naar voren schuiven. De Spitzenkandidaatformule wordt vooral gesteund vanuit het Europees Parlement, met het voorstel dat de kandidaat van de fractie die het sterkst uit de verkiezingen komt (sinds 1999 de EVP [note] Zie bv. https://www.robert-schuman.eu/en/european-issues/0319-political-families-in-the-european-elections-may-2014-an-assessment [/note]) automatisch commissievoorzitter wordt. Maar de grote lidstaten (Duitsland, Frankrijk) hebben liever dat de Europese Raad, essentieel zij zelf dus, daar een beslissende hand in hebben. Als de aangewezen commissievoorzitter ook door het Parlement goedgekeurd wordt verdeelt hij de portefeuilles onder de nationaal aangewezen commissarissen; de resulterende Commissie moet dan nog de goedkeuring van het Parlement krijgen. We vernoemden tot nog toe drie instellingen van de EU: het Europees Parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad, waarvan alleen de eerste verkozen wordt. Ter staving van de democratische natuur van het Europees bouwsel verwijzen de promotoren ervan steevast naar de verkiezing van het Europees Parlement. Maar als men dit iets meer van nabij bekijkt blijft van democratie weinig over. Vraag aan een beginnende middelbare scholier wat een parlement doet, en hij of zij zal u zeggen dat het de wetten maakt. Dit is echter niet het geval in de EU. Het Parlement kan alleen stemmen over wetsvoorstellen die door de Europese Commissie worden voorgelegd; in het jargon heet het dat de Commissie het wettelijk initiatiefrecht heeft. Maar de goedkeuring van het Parlement volstaat niet, ook de Raad van de EU moet akkoord gaan. Deze 'Raad van de EU' of 'Raad van Ministers' is een vierde EU-instelling, niet te verwarren met de reeds vernoemde Europese Raad. Ze bestaat uit de ministers van de lidstaten, en is bijvoorbeeld samengesteld uit de ministers van landbouw als het over landbouwaangelegenheden gaat, de ministers van financiën als het over financiën gaat, enzovoort. Op het eerste gezicht lijkt de rol van de EU-Raad als stem vanuit de lidstaten een gezonde voorzorg te zijn, die moet verhinderen dat een supranationale instelling als het Parlement maatregelen opdringt die in een aantal lidstaten niet welkom zijn. En zijn ministers van de lidstaten niet voortgekomen uit democratische verkiezingen van parlementen die een regering met deze ministers op de been brachten? Zulke argumenten houden geen steek als men bedenkt hoe democratie binnen de lidstaten verloopt. Het is moeilijk, maar niet onmogelijk: aanhoudend protest tegen regeringsmaatregelen dwingt een regering tot toegevingen (zoals de 'gele hesjes' konden afdwingen in Frankrijk), of tot ontslag, en dan komen er nieuwe verkiezingen en een nieuwe regering. In de Europese Unie is dit onmogelijk. Er is geen enkele mogelijkheid om de Europese Raad of de Raad van Ministers te doen vallen, hoe groot het misnoegen in Europa over het beleid ook moge zijn. Het Europees Parlement kan een motie van wantrouwen jegens de Commissie aannemen en haar in principe tot aftreden dwingen, maar zover is het tot nog toe nooit gekomen. En dat in een groot aantal belangrijke lidstaten de regering terzelfdertijd weggebonjourd zou worden is alleen denkbaar in een political fiction roman. Zowel de Commissie, de Ministerraad als de Europese Raad blijken zich dus buiten de greep van de Europese burgers te situeren, en ook die vijfjaarlijkse verkiezingen maken van dat Parlement-zonder-wetgevend-initiatief een niet veel democratischer lichaam. Er is meer. Zelfs indien er linkse meerderheden in de lidstaten zou ontstaan, die progressieve commissarissen naar Brussel sturen en progressieve parlementsleden naar Straatsburg, dan nog zouden deze met handen en voeten gebonden zijn aan de Europese verdragen. Welnu, de verdragen, na het Verdrag van Lissabon (2007) samengevat in het Verdrag betreffende de  Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VwEU), zijn neoliberale catalogi die niet de rechten van de burger maar die van  'de markt' in minutieuze bepalingen vastleggen. Het volstaat dus niet dat er progressieve politici aan het roer van de EU komen, ze zouden dat roer volledig moeten omgooien. Dat kan alleen betekenen dat ze de legaliteit van de EU de rug toekeren  en een heel ander Europees verhaal beginnen te schrijven. Dat is de reden waarom linkse krachten zeggen dat de EU niet hervormbaar is, dat ze niet volgens haar eigen regels in een progressieve richting geduwd kan worden. Naast de twee Raden, de Commissie en het (pseudo)-parlement moeten we nog twee andere instellingen vermelden die een fameuze grendel betekenen voor elk progressief initiatief. Het betreft de Europese Centrale Bank (ECB) en het Europees Hof van Justitie (EHJ). De ECB beheert de munt van de lidstaten die de euro ingevoerd hebben (de eurozone). Dat zijn er momenteel 19 van de 28; in feite zijn alle lidstaten [note] Behalve degene die expliciet om een uitzondering vroegen: het Verenigd Koninkrijk dat hoe dan ook de Unie verlaat, daarnaast Denemarken, en in een lichtjes andere context Zweden. [/note] verplicht zich zodanig te schikken dat ze aan de voorwaarden voldoen om de euro in te voeren. Door de catastrofale ontwikkelingen met de eurocrisis, en de toenemende anti-EU stemming in Oost-Europa en elders, durven de Europese leiders daar momenteel niet op aandringen. Maar wat een buitengewoon wapen die euro is in de handen van een neoliberaal regime hebben we duidelijk kunnen zien in Griekenland. Het kan ook subtieler: de ECB hoeft  zelfs maar te dreigen met het dichtknijpen van de liquiditeitenkraan om een onwillige regering tot 'betere' inzichten te brengen. Als niet verkozen orgaan dat vrijwel buiten elke controle opereert [note] Het typeert het gevoel van ongenaakbaarheid binnen de ECB dat Draghi zich niets aantrok van de herhaalde vraag van de  Europese ombudsvrouw  Emily O’Reilly om de 'G30', een club van CEO's van private en centrale banken, te verlaten [/note] kan de leiding van de ECB het zich bijvoorbeeld permitteren om regeringen in het geheim te chanteren, zoals gebeurde met Italië, Spanje en Ierland [note]Zie bv. ECB threatened to end funding unless Ireland sought bailout, en  The Secret Tool Draghi Uses to Run Europe [/note]. [caption id="attachment_16037" align="alignleft" width="370"] Hof van Justitie van de EU (februari 2018). Deze heren, en ook een paar dames, hebt u nooit verkozen, maar hun uitspraken over stakingsrecht, overheidsinitiatief, concurrentieregels en duizend andere dingen zijn wel bindend in alle lidstaten. [Foto: Hof van Justitie van de EU][/caption]  Tenslotte het Europees Hof van Justitie, een instituut dat een sleutelrol vervult in de depolitisering en juridisering van de besluitvorming, die daardoor nog beter beveiligd wordt tegen eventuele democratische inmenging. Want welke sociale agitatie zou in staat zijn de macht te breken van het onverkozen gezelschap dat bij de burger nauwelijks bekend is, maar door zijn interpretatie van de Europese verdragen de rechtsorde in de lidstaten in belangrijke mate beïnvloedt? Vakbonden zijn zich daar min of meer bewust van geworden door de uitspraken van dit Hof in de geschillen Viking en Laval (2007). Het EHJ erkent weliswaar het stakingsrecht (!), maar stelt dat vakbondsacties de vrijheden van de interne markt niet op een buitenproportionele wijze mogen verstoren. We zouden zo nog honderden voorbeelden kunnen geven van uitspraken van het EHJ met verregaande sociale en politieke implicaties, maar waar geen verkozen vertegenwoordiger of sociale organisatie aan te pas kwamen. Maar er is één uitspraak van meer dan een halve eeuw geleden, met continentale gevolgen, waar bijna nooit over gerept wordt: de uitspraak in het geschil 'Costa versus Enel', van 15 juli 1964. Die houdt niets minder in dan dat de toenmalige en toekomstige lidstaten van de EEG/EU hun nationaal recht, inclusief hun grondwet, ondergeschikt maken aan de Europese verdragen. De lidstaten deden dus in een heel aantal materies afstand van hun soevereiniteit, maar dat gebeurde in de grootste onverschilligheid van politieke partijen en parlementsleden, men vond het niet nodig kiezers en burgers hierover te informeren, laat staan ze hierover te laten beslissen. Nationale wetgeving die strijdig is met Europese verdragen moet verwijderd worden, in de hiërarchie van het recht heeft het Europese de voorrang… Zelfs wie zich volmondig achter een Europese federale staat schaart, zou moeten verstomd staan over de ondraaglijke lichtheid van het democratisch besef bij onze politici.   Na deze korte tour d'horizon van de belangrijkste Europese instellingen zal duidelijker geworden zijn waarom linkse partijen en kritische burgers zich niet veel illusies maken over de inzet van de Europese verkiezingen. Het Parlement speelt maar een marginale rol in het Europees beslissingsproces, en bovendien wordt het gedomineerd door rechtse, en steeds meer ultrarechtse krachten (waarop we in toekomstige artikels nog dieper ingaan). Maar in de komende vier maanden zullen er zich meer kansen aanbieden dan gewoonlijk om publiek het debat te voeren over belangrijke kwesties: vluchtelingen en migranten, het neoliberaal soberheidsbeleid, de vooruitgang van extreem rechts, de militaire ambities van de Europese Unie, en klimaatbeleid onder kapitalistische voorwaarden, enzovoort. Als politiek ongebonden redactie hebben we als Ander Europa ook de vrijheid om kritische analyses te brengen van de standpunten die door linkse organisaties en partijen ingenomen worden. Ook met uw wensen en vragen dienaangaande willen we rekening houden; u kunt een reactie plaatsen bij onze artikels of ons schrijven op ons contactadres.  

De EU-invulling van het VN-pact voor geregelde migratie

26/12/2018 - 16:47

De EU laat er geen gras over groeien: terwijl het migratiepact in New York ondertekend werd kwamen in Marokko de eerste gepantserde legervoertuigen aan. “De voertuigen zullen worden gebruikt in de strijd tegen de illegale immigratie en kwamen afgelopen donderdag in de haven van Algeciras aan”, aldus Bladna van 19 december. Ook Senegal en Mauritanië  worden bedacht met pick-ups, quads en laptops om de migratie ‘in goede banen’ te leiden.

De plechtige goedkeuring van het pact in Marrakech was ook een gelegenheid om op hoog niveau een aantal zaken te regelen (Euractiv, 20 december). De Marokkaanse overheid tekende op 17 december een akkoord over migratiecontrole met de EU, en ontving in ruil 148 miljoen € uit het Emergency Trust Fund van de Europese Commissie; volgens Forbes kreeg Marokko sinds 2014 van de EU al 232 miljoen € “to support migration-related actions “. Is het ver gezocht om de steeds opmerkelijker goodwill van de EU m.b.t. de Marokkaanse aanspraken op de Westelijke Sahara ook in dit verband te zien?

Europese leiders hopen ook tegen betaling van enkele miljoenen migratieakkoorden te kunnen afsluiten met generaal al-Sisi, president van Egypte en vanaf januari voorzitter van de Afrikaanse Unie. In februari is er in Cairo een topontmoeting tussen de EU en de Arabische Liga met migratiecontrole als onderwerp. (hm)

Brochure “The Militarisation of the European Union”

25/12/2018 - 14:36

Klikken om down te loaden (PDF, 36 blz., 0,5 MB).

Transform!, het tijdschrift uitgegeven door de Partij van Europees Links, brengt een brochure uit over de militarisering van de Europese Unie: “The Militarisation of the European Union – Questions for a 21st century Left security concept” (ook beschikbaar in het Duits, Frans en Spaans.)

In zijn voorwoord schrijft Roland Kulke, coordinator van de uitgave (onze vertaling):

De voorzitter van de Europese Commissie, Juncker, lid van de conservatieve Europese Volkspartij, gebruikte het resultaat van het Brexit-referendum om onmiddellijk op te roepen voor de militarisering van de EU. Sinds de beslissing over Brexit is het enige project dat de neoliberale elites van de EU en haar lidstaten nastreven dat van een multidemensionele militarisering van de EU. In zijn ‘State of the Union’ op 12 september 2018 bediscussieerde Juncker slechts één project voor de EU: de EU voorbereiden als een global player in de machtspolitiek. Onze Europese elites gebruiken de EU voor een nieuwe ronde van militarisering van onze samenlevingen. Ze overtreden openlijk de regels van het Verdrag van Lissabon (artikel 41.2), dat expliciet verbiedt ook maar een cent van de EU-gelden te gebruiken voor de defensiesector.

In de aankondiging wordt deze beknopte brochure expliciet voorgesteld als een bijdrage “om de discussie te stimuleren onder Europese linkse partijen en bewegingen over de huidige militarisering van de Europese Unie”. Dat is inderdaad dringend nodig, maar ons inziens zijn een aantal kansen verkeken bij de samenstelling van de brochure. De auteurs werden vooral gezocht in de onmiddellijke omgeving van de Partij van Europees Links, met als gevolg dat twee ervan Syriza-partijgangers zijn (Katerina Anastasiou en Panos Trigazis). Helaas is Griekenland ook onder Syriza één van de drie EU-landen met de hoogste defensieuitgaven (als % van het BBP) gebleven, een ‘prestatie’ waar Tsipras uitdrukkelijk voor geprezen werd door NATO-chef Stoltenberg… De militaire samenwerking Griekenland-Israel is ook allesbehalve wat je zou verwachten van een links regime. Daar staat tegenover dat de brochure geen plaats inruimt voor de vredesbeweging, de vele moedige groepen (om er maar enkele te noemen: Stop Wapenhandel, Vrede, Vredesactie, IMI …, of de Europese koepel ENAAT) die acties voeren tegen Europese wapenbeurzen, het Europees Defensieagentschap etc.,  en sinds vele jaren de burgers proberen in te lichten over wat op het spel staat. Ook een eminent specialist als Claude Serfati, goed bekend bij Transform!, mocht eigenlijk niet ontbreken.

Misschien heeft Transform! met zijn eenzijdige aanpak het doel toch al enigzins bereikt en is de discussie gestart ? (hm)

 

 

Migratie? De rijken profiteren

24/12/2018 - 17:11

door Gerrit Zeilemaker 24 december 2018   De migrantenproblematiek wordt vooral vanuit Europees/Westers oogpunt bezien. Zelden komen meningen en opvattingen van de achterblijvers uit landen van herkomst aan de orde. Wat weten we over de economisch-politieke situatie in die landen in het Midden-Oosten en Afrika? Wat weten we eigenlijk over de beweegredenen van de migranten? En wie profiteert eigenlijk van die migratievoordelen? Tijd om het daar eens over te hebben.   Braindrain uit Ierland. Het idee begon in mij te rijpen toen ik een artikel van de bekende Ierse journalist Patrick Cockburn las over de slechte behandeling van zijn polio in een Iers ziekenhuis [note] https://www.counterpunch.org/2018/11/06/my-childhood-experience-of-polio-taught-me-an-important-lesson-about-the-effects-of-migration-on-healthcare/ [/note]. Het werd Patrick duidelijk dat het vooral een gebrek aan geschoold personeel was. Het probleem in Ierland van de jaren ’50 was dat veel van de beste verpleegkundigen naar Engeland waren gegaan, omdat ze daar beter betaald werden en betere arbeidsomstandigheden en vooruitzichten hadden. Meer dan een derde van de artsen en meer dan de helft van de verpleegkundigen in Groot-Brittannië zijn elders opgeleid. De economische winst voor Groot-Brittannië is een verlies voor de armste landen in de wereld. Cockburn geeft een concreet voorbeeld. De opleiding van een arts kost zo’n £220.000 en die van een verpleegkundige £125.00. Dit  levert voor Groot-Brittannië in het geval van de 293 Ghanese artsen en 1.021 Ghanese verpleegkundigen die in Groot-Brittannië werken een voordeel van £103 miljoen op. Meer dan jaarlijkse de ontwikkelingshulp van Groot-Brittannië aan Ghana. Gezien deze aderlating is de mededeling in een rapport van de Department for International Development, “onze nadruk ligt op het helpen van Ghana om haar afhankelijkheid van hulp te beëindigen en te zorgen dat het een sterke handelspartner voor Groot-Brittannië wordt”, buitengewoon hypocriet.   Voorbeeld Gambia Van het Ierland van de jaren ’50 maken we een stap naar het hedendaagse Gambia. De republiek Gambia is een smalle strook land langs de Gambia-rivier en is 250 km lang en enige tientallen kilometers breed. Het land wordt vanaf de Atlantische Oceaan volledig omgeven door Senegal. De 25-jarige Gambiaanse journalist Saikou Suwareh Jabai vertelt [note] http://www.taz.de/!5543474/ [/note] over zijn beide broers die vier keer uit Spanje en Italië teruggestuurd werden. De jongere broer besloot na 12 jaar (!) terug te keren, de oudste reist nog steeds tussen verschillende Noord-Afrikaanse staten heen en weer. Een derde broer overleed in Libië. Jabai moest de verantwoordelijkheid voor de familie op zich nemen. Minstens 30.000 Gambianen wonen in Duitsland en minstens evenveel in Spanje en Italië. Een aderlating op een bevolking van 2 miljoen. Jabai neemt het de Europeanen niet kwalijk dat ze Gambianen terugsturen. Het zijn de jammerlijke levensomstandigheden die er voor zorgen dat ze weg gaan. Alleen Gambianen kunnen deze omstandigheden verbeteren door banen te creëren en lonen te verhogen. Gambianen kunnen dan legaal reizen met echte paspoorten, en dat  is volgens Jabai de oplossing. Trots en onafhankelijk.     Militaire aanwezigheid Maar hiermee komen de Europeanen toch wat gemakkelijk weg. Nemen we Frankrijk. Tijdens de laatste 50 jaar vonden 67 staatgrepen plaats in 26 Afrikaanse landen, waarvan 41 in Franstalige landen. De Fransen begonnen hun ‘discipline’ van Afrikaanse leiders met de moord op Sylvanus Olympio in Togo in 1963, omdat hij een eigen munt wilde invoeren in plaats van de Franse franc. Sinds de koloniale tijd heeft Frankrijk zijn troepen permanent in Afrika gestationeerd. Deze nemen deel aan het controleren van de interne politiek van de Afrikaanse naties van Françafrique, evenals hun grenzen. In 2017 waren 36.000 Franse militairen in het buitenland ingezet [note] https://www.pambazuka.org/human-security/us-and-wars-sahel [/note]. Newsweek concludeerde in 2014 “dat Frankrijk zijn oude Afrikaanse empire aan het heroveren was en dat ze niet vochten om Afrika te redden, maar Frankrijk”. De militaire aanwezigheid van Amerika in Afrika via AFRICOM [note] https://theintercept.com/2018/12/01/u-s-military-says-it-has-a-light-footprint-in-africa-these-documents-show-a-vast-network-of-bases/ [/note] is stiekem uitgegroeid tot 34 bases in Nigeria, Somalië, Kenia, Libië, Tunesië, Djibouti, Camaroon, Mali en Tsjaad. “We have increased the firepower” (We hebben de vuurkracht verhoogd), concludeerde de bevelhebber van AFRICOM, generaal Thomas Waldhauser.   Neokoloniale chaos in Congo De Congolese historicus Bénédicte Kumbi Ndjoko [note] https://www.blackagendareport.com/congo-abyss [/note] vat de situatie in haar land kort samen: “In Congo schept het geglobaliseerde kapitalisme een permanente chaos.” Haar land kent 4,5 miljoen inheemse vluchtelingen en 630.000 vluchtelingen in nabuurlanden. Het Westers imperialisme streeft naar de balkanisering van Congo om zo makkelijker de rijke grondstoffen te kunnen plunderen. Congo is onder andere één van de belangrijkste producenten van kobalt, een grondstof voor batterijcellen en accu’s, waarvan de Duitse auto-industrie steeds afhankelijker wordt voor de bouw van elektrische auto's. De wereldwijde e-mobiliteit op basis van de huidige lithium-ionen-technologie is niet mogelijk zonder  het kobalt van Congo  [note] https://www.deutschlandfunk.de/kobaltabbau-im-kongo-saubere-autos-dreckige-batterien.766.de.html?dram:article_id=436683 [/note].   Shell en Heineken en Britse bedrijven in Afrika Ondertussen vervuilt Shell de Nigerdelta al tientallen jaren. In Mozambique wist Heineken [note] https://www.ftm.nl/zoeken?query=heineken  [/note] zoveel investeringsvoordeel te bedingen dat men zich in Maputo afvraagt of de investeringen zoals die van Heineken het land wel iets opleveren. De internationale ngo ActionAid berekende onlangs dat het straatarme Mozambique jaarlijks ruim een half miljard aan belastinggeld misloopt door dergelijke gunstige belastingregelingen. In Zuid-Afrika besteedt Heineken banen uit en gebruikt oproepkrachten in dienst van een onderaannemer tegen de helft van het salaris van een (soms eerst ontslagen) vaste werknemer. Heineken kreeg de afgelopen jaren bijna zeven miljoen euro belastinggeld voor landbouwinvesteringen in Afrika. Heineken had in 2017 een nettowinst van 2,2 miljard euro. Dit rapport [note] https://www.waronwant.org/sites/default/files/TheNewColonialism.pdf  [/note] onthult de mate waarin Britse bedrijven nu de belangrijkste minerale hulpbronnen van Afrika beheersen, met name goud, platina, diamanten, koper, olie, gas en steenkool. Het documenteert hoe 101 bedrijven die genoteerd zijn aan de London Stock Exchange (LSE) - de meeste van hen Brits - mijnbouwactiviteiten hebben in 37 Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara en samen de $ 1 biljoen aan waarde van de meest waardevolle bronnen van Afrika beheersen.   Arme landen ontwikkelen rijke landen Een Amerikaans/Zweeds onderzoek “[note] https://www.theguardian.com/global-development-professionals-network/2017/jan/14/aid-in-reverse-how-poor-countries-develop-rich-countries [/note] kwam tot bevindingen als: “In 2012 ontvingen ontwikkelingslanden in totaal $ 1,3 biljoen, inclusief alle hulp, investeringen en inkomsten uit het buitenland. Maar datzelfde jaar stroomde er ongeveer $ 3,3 biljoen uit. Met andere woorden, ontwikkelingslanden stuurden $ 2 biljoen méér naar de rest van de wereld dan ze ontvingen. Als we kijken naar alle jaren sinds 1980, dan zijn deze netto-uitstromen goed voor een oogverblindend totaal van $ 16.3 biljoen - dat is hoeveel geld het laatste decennium is weggelekt uit het wereldwijde zuiden, ongeveer het BBP van de Verenigde Staten. De conclusie is dan ook: ” Rijke landen ontwikkelen niet de  arme landen; arme landen ontwikkelen de rijke landen!   Ongelijkheid, Afrika delft het onderspit Volgens de Oostenrijkse publicist en uitgever Hannes Hofbauer [note] https://www.heise.de/tp/features/Massenwanderungen-haben-sowohl-in-den-Herkunftslaendern-als-auch-den-Ziellaendern-der-Migranten-4205760.html [/note] heeft de ongelijkheid die leidt tot migratie zeer concrete oorzaken. Hij noemt de zogenaamde partnerschapsovereenkomsten van de Europese Unie met meer dan 30 Afrikaanse en Caribische landen. Deze vrijhandelsovereenkomsten openen markten voor overproductie van goederen uit de EU die op de Afrikaanse markt gedumpt worden. Afrikaanse producten vinden slechts theoretisch hun weg naar de Europa, ze zijn niet concurrerend. “In Ghana, bijvoorbeeld, kwam vóór de partnerschapsovereenkomst 95 procent van het pluimvee van binnenlandse fokkers en na de inwerkingtreding van de overeenkomst was het slechts 11 procent. Het zijn de zonen (en dochters) van deze boeren die geen uitzicht meer hebben op overleven in hun thuisland en die de Middellandse Zee oversteken naar Europa. Hetzelfde gebeurt met lokale vissers, die hun visgronden verliezen door bilaterale contracten omdat grote trawlers uit Spanje, Portugal of Japan alles tot aan de kust leeg vissen. Nogmaals, de volgende generatie probeert hun geluk in emigratie.” Zelfs in Europa ingezamelde kleding verstoort de textielmarkt in Afrika.   Ongelijkheid ook tussen Europese landen onderling Dezelfde ongelijke verhoudingen zoals tussen het globale Zuiden en Europa bestaan ook binnen de EU, aldus Hofbauer. Tien procent van de artsen in Duitsland komen uit Roemenië, Servië en Bulgarije en zijn daar opgeleid. De opleiding van een arts kost in Duitsland ongeveer 200.000 tot 300.000 euro. De armere economieën betalen en het rijke noorden bespaart. Ondertussen is de gezondheidszorg in het Europese zuidoosten in de problemen. “De menselijke aderlating in de periferie is enorm, Bulgarije heeft in de afgelopen 25 jaar 20 procent van zijn bevolking verloren. Als je het meest actieve deel van de bevolking neemt, degenen die tussen de 20 en 45 jaar oud zijn, is het verlies zelfs 41%. Een recente studie van het IMF heeft berekend dat tussen 1990 en 2012 20 miljoen Oost-Europeanen naar het westen zijn geëmigreerd. Zonder deze massale emigratie, vervolgde het IMF, zou de bbp-groei [in deze landen; GZ] 7% meer zijn geweest.” Maar het IMF blijft trouw aan haar neoliberale doctrine, stelt Hofbauer ons gerust. “Ze adviseert dat landen in Oost-Europa, die al lijden onder een groot tekort aan geschoolde arbeidskrachten, goedkopere arbeid invoeren uit Oekraïne, Albanië of Wit-Rusland. Polen en Slowakije hebben al gereageerd door hun immigratiewetgeving aan te passen en te liberaliseren. In Slowakije produceren Oekraïners al bij Volkswagen, KIA en Renault-Peugeot, en in Polen houden meer dan een miljoen Oekraïners hele sectoren in leven.”   Wie profiteren in het bijzonder van de migratievoordelen? De armen in de rijke westerse landen in ieder geval niet, lonen stagneren al jaren, schulden lopen op en de welvaartstaat wordt overal afgebroken. Ook migranten in Europa profiteren amper. Voor hen blijven overwegend banen aan de onderkant van de samenleving over, discriminatie op de arbeidsmarkt, of een bestaan in de bijstand, dikwijls slechte huisvesting en ‘zwarte’ scholen. In de landen van herkomst verdwijnen de best opgeleide jongeren en de potentieel grootste bedreiging voor plaatselijke potentaten. De gelden die migranten overmaken naar landen van herkomst verlichten de armoede nauwelijks. De geldzendingen voorkomen onrust voor de potentaten, leiden nauwelijks tot economische ontwikkeling, maar wel tot verlies van de meest geschoolde en actieve bevolking. Dit geeft hun gelegenheid de ontginning van grondstoffen voor een appel en een ei aan westerse bedrijven te gunnen en daardoor tot verhoogde groei van hun bankrekeningen in Zwitserland of Luxemburg. De afhankelijkheid en armoede blijft. De Mexicaanse ontwikkelingseconoom Raul Delgado Wise, Unesco-coordinator voor migratie en ontwikkeling en voorzitter van het Internationale Netwerk voor Migratie en Ontwikkeling stelt vast: [note] https://monthlyreview.org/2013/02/01/the-migration-and-labor-question-today-imperialism-unequal-development-and-forced-migration/ [/note] “Als men naar de data kijkt is migratie het subsidiëren van het Noorden door het Zuiden.” Delgado Wise kritiseert: “Geldzendingen van migranten zijn het nieuwe ontwikkelingsmantra, maar beïnvloeden de economieën van het Zuiden nadelig.” De huidige migratie verscherpt de onderlinge concurrentie van werkers in het noorden en zuigt landen in het zuiden economisch leeg, versterkt de positie van plaatselijke potentaten en dictators en bevoordeelt vooral de multinationale ondernemingen in het noorden. Iedere migratiepolitiek van links kan alleen maar vanuit die klassenpositie vertrekken!  

Vluchtelingen Griekenland: We Gaan Ze Halen

21/12/2018 - 22:14

“Ontroerd” was het eerste woord dat ik vanmorgen hoorde in Utrecht, in de hal waar tientallen mensen samen kwamen voor het vertrek van ‘We Gaan Ze Halen’. Om tien uur vanochtend vertrokken ze, met enkele tientallen auto’s en een grote bus, richting Griekenland. Daar zitten 16.000 vluchtelingen vast en gaan hun vierde winter in, in mensonwaardige omstandigheden. De actievoerders hebben de Griekse regering gevraagd 150 vluchtelingen toe te staan met hen mee te reizen naar Nederland. Ze gaan ze halen.
Ik kreeg ook een krop in de keel: wat een fijne mensen die het vreselijke lot dat medemensen onder onze ogen wordt aangedaan niet meer verdragen, niet meer aanvaarden, en in plaats van Kerst te vieren met de familie de moeilijke tocht naar Griekenland ondernemen. Velen doen dit vanuit een religieuze overtuiging: er werden verhalen verteld over Jezus en Maria die niet welkom waren in de herberg, en over de barmhartige Samaritaan. Zo eenvoudig kan het zijn: mensen in nood moet je helpen.
Toch aarzelde staatssecretaris Mark Harbers (VVD) niet deze mensen af te schilderen als potentiële mensensmokkelaars. Terwijl het de Nederlandse regering is die schaamteloos verzaakt aan haar belofte 4.000 vluchtelingen uit Griekenland een veilige haven in Nederland te bieden.
Met haar dapper initiatief heeft We Gaan Ze Halen onze verantwoordelijkheid voor deze vluchtelingen weer op de agenda gezet. De kans is klein dat zij daadwerkelijk 150 vluchtelingen mee krijgen, maar ze hebben deze mensen wel al uit de vergetelheid gehaald. Daar zullen ze niet opnieuw in verdwijnen als wij onze verantwoordelijkheid nemen.
Een goed begin is de website  van We Gaan Ze Halen te bezoeken, en de reis naar Griekenland te volgen en bekend te maken. Maar dat is maar een begin. Het echte werk begint als ze terug zijn. (fs)

CouncilLeaks?

20/12/2018 - 12:50

Grote schandalen als LuxLeaks, de Panama Papers of Facebook–Cambridge Analytica kwamen pas aan het licht nadat werknemers van bedrijven of overheidsambtenaren ze naar buiten brachten, de zogenaamde ‘whistleblowers’ of ‘klokkenluiders’. Zo ’n klokkenluider loopt echter wel het risico op represailles vanwege zijn werkgever, of zelfs juridische vervolging wegens het ‘stelen van informatie’, zoals Antoine Deltour  die voor het Luxemburgs gerecht gesleept werd.

In april 2018 nam de Europese Commissie het initiatief voor een wet die klokkenluiders moet beschermen als ze inbreuken op EU-wetgeving aan het licht brengen; dit behelst een breed terrein, gaande van financiële diensten tot dierenwelzijn, privacy of voedselveiligheid. Zoals bekend moeten de meeste wetsvoorstellen van de Commissie door het Europees Parlement (EP) en de Raad van Ministers goedgekeurd worden (‘codecisie’). De juridische commissie van het EP zette onlangs het licht op groen voor goedkeuring in plenaire sessie, en voegde er een aantal versterkende amendementen aan toe. Zoals het de gewoonte is in de Europese ‘democratie’ beginnen er nu geheime onderhandelingen in beperkte kring met vertegenwoordigers van Commissie, Parlement en Raad (een zgn. ‘trialoog’) om te zien of er een compromis kan bereikt worden over het geamendeerde commissievoorstel.

Het nieuwskanaal Politico Europe vermoedt echter dat de Raad een manoeuvre aan het voorbereiden is waarbij lekken in verband met belastingsontduiking/ontwijking  niet onder de EU-wet zouden vallen. De juridische dienst van de Raad bracht inderdaad een advies uit om deze gevallen in een aparte wet onder te brengen; die heeft dan zo goed als geen kans om goedgekeurd te worden want het volstaat dat bijvoorbeeld Luxemburg of Ierland zich verzet en er is geen wet. Een ‘elegante’ oplossing, want Europa kan dan bogen op een geavanceerde klokkenluiderswet, maar de klok luiden over verdachte belastingspraktijken zou voor ambtenaren of bankbedienden hachelijk blijven…

Oogverblinding dus, maar daar heeft de EU wel een handje van weg, zoals nog bleek met de Europese ‘zwarte lijst’ van belastingsparadijzen. (hm)

 

 

 

 

 

Uw parlement, uw stem, uw geld … voor de wapenindustrie

18/12/2018 - 19:12

Vredesorganisaties hebben de voorbije jaren al herhaald de aandacht gevestigd op de toenemende rol die de EU gaat spelen in militaire aangelegenheden. Er is een nieuwe kwalijke wending in het EU-beleid waarbij militaire projecten via het Europees Defensiefonds meegefinancierd zouden worden door het EU-budget. Half november nog drukten een hele reeks organisaties van over heel Europa in een gemeenschappelijke verklaring hun bezorgdheid uit over deze evolutie, en onderzoekers en academici verzetten zich in een open brief in het bijzonder tegen het voornemen om autonome wapensystemen (killer robots) te ontwikkelen.

Over het voorstel van de Europese Commissie om in het volgende meerjarenbudget (2021-2027) dertien miljard euro te voorzien voor het Europees Defensiefonds werd op 12 december in het Europees Parlement (Straatsburg) gestemd; het Parlement beslist immers mee over het Europees budget. Het slechte nieuws is dat de ontwerpresolutie door een meerderheid goedgekeurd werd; beter nieuws is dat het maar een krappe meerderheid was (54% van de uitgebrachte stemmen was voor 1). Alleen de links-radicale fractie (GUE/NGL), de groenen (Groenen/VEA) en uiterst-rechts (ENF) stemden tegen. Het militariseringsbudget werd dus goedgekeurd door de christendemocraten (EVV), de liberalen (ALDE), de Europese Conservatieven (ECR) en de sociaaldemocraten (S&D). Bij deze laatsten waren er bijna evenveel onthoudingen (64) als voor-stemmen (71), maar slechts 32 (vooral Duitsers) tegen. Eens te meer leverden de sociaaldemocraten aan hun rechtse collega’s de nodige troepen om een verwerpelijke tekst goed te keuren. En als je zo zwaar betaald wordt maar niet eens een opinie hebt  en je onthoudt bij een zo fundamentele aangelegenheid zit je volgens mij niet op je plaats.

De 13.000.000.000 € zit daarmee nog niet in de kas van het Europees Defensiefonds, want ook de Raad van ministers moet zich uitspreken, maar men ziet al hoe de neuzen wijzen. Het is ook niet onmiddellijk hoopgevend voor degenen binnen GUE/NGL die rekenen op een ‘brede alliantie van democraten’ om in Europa een andere koers te gaan varen 2.

Vanuit de linksradicale fractie kwam er een minderheidsrapport over de kwestie van het budget voor het defensie-agentschap, dat we hier weergegeven (onze vertaling)

 

Het [meerderheids-]rapport bepleit een vlugge militarisering van de EU en haar lidstaten. Ze promoot een wapenwedloop, subsidieert militaire initiatieven, verhoogt investeringen in defensie, militair onderzoek en de ontwikkeling van uitrusting en wapentuig, niettegenstaande de sociale crisis en de gevolgen voor het milieu. Het rapport is in tegenspraak met Artikel 41(2) van het Verdrag over de Europese Unie (VEU), dat uitgaven uit het budget van de Unie verbiedt die voortkomen uit operaties met gevolgen op militair of defensievlak. Het rapport bepleit ook samenwerking tussen de EU en de NATO.

Wij tekenen verzet aan want het rapport

  • geeft vorm aan de EU als een mondiale speler op militair vlak;
  • dient ertoe de defensiesector en het militair-industrieel complex te subsidiëren en zal waarschijnlijk de uitvoer van wapens doen toenemen;
  • militariseert het civiel beleid en gebruikt industrie en competitiviteit als een voorwendsel om de defensiecapaciteit van de EU verder te ontwikkelen in het kader van het Gemeenschappelijk Veiligheids- en Defensiebeleid en het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GVDB/GBVB);
  • geeft steun aan verdere civiel-militaire samenwerking.

Wij vragen:

  • een radicale ontwapening op EU-en wereldvlak;
  • geen militaire financiering uit het EU-budget en een strikte interpretatie van Artikel 41(2) van het VEU;
  • overheidsgeld ter ondersteuning van kwalitatieve jobs, herindustrialisering en kmo’s;
  • de bevordering van civiel onderzoek en ontwikkeling ten dienste van het volk en zijn noden;
  • dat alle activiteiten zich strikt afspelen binnen het charter van de Verenigde Naties en het internationaal recht;
  • louter-civiele vreedzame oplossingen voor conflicten en de scheiding van civiele en militaire acties;
  • de scheiding van de EU ten opzichte van de NATO.

 

In dit minderheidrapport is er dus sprake van een tegenstrijdigheid met de EU-wetgeving. De linksradicale fractie had daarover juridisch advies ingewonnen bij experten van de universiteit van Bremen. Hun studie bevestigt het standpunt dat financiering van militaire projecten met het EU-budget indruist tegen het Verdrag over de EU, maar volgens Euractiv maakt de Europese Commissie zich daarover weinig zorgen. (hm)

 

Boekbespreking: C. Lapavitsas, The Left Case Against the EU

17/12/2018 - 16:47

Door Herman Michiel 17 december 2018   Costas Lapavitsas is bekend in radicaal linkse kringen als marxist en overtuigd tegenstander van de Europese Unie (EU). Hij bepleit de uittrede uit de eurozone als voorwaarde om progressieve hervormingen in een land mogelijk te maken. Griek van geboorte (Thessaloniki, 1961) stueerde hij economie in Londen. Hij doceert aan de School of Oriental and African Studies (SOAS, University of London) en is een van de weinige Westerlingen die thuis zijn in de ontwikkelingen van het marxisme in Japan, een land waarvan hij de taal beheerst. Lapavitsas werd parlementslid voor Syriza na de verkiezingen in januari 2015, maar verliet die partij na haar capitulatie van juli 2015.Hij komt regelmatig tussen op debatten en conferenties van radicaal links. Lapavitsas heeft zijn analyses over de onhoudbare economische verhoudingen binnen de EU, en in het bijzonder binnen de Europese muntunie, in talloze artikels en interviews uiteengezet, en hij becommentarieert ook regelmatig de ontwikkelingen in Griekenland en binnen links in Europa . Zijn nieuwste boek, The Left Case Against the EU [note] Costas Lapavitsas, The Left Case Against the EU, Polity Press, Cambridge (UK),  december 2018, 160 blz., ongeveer 17 € (paperback). [/note] biedt echter de kans om vrij beknopt (141 bladzijden, noten, referenties en index niet meegerekend) met dit 'iconoclaste' argumentarium kennis te maken.Een recente bespreking van het boek in Counterfire [note] Martin Hall, The Left Case Against the EU – book review, Counterfire 13 december 2018, https://www.counterfire.org/articles/book-reviews/20038-the-left-case-against-the-eu-book-review . [/note] stelt zelfs dat het onder de kerstboom zou moeten liggen van elk lid van Labour "want deze essentiële tekst legt de onverzoenlijkheid uit tussen socialisme en de EU". U begrijpt het al: ook niet-leden van Labour kunnen er hun voordeel bij doen!   Diepgaande crisis van de EU  De eerste vier hoofdstukken geven een algemene oriëntatie op het vlak van politiek, economie en ideologie in de Europese Unie. (Op het eind van deze bespreking vindt u de inhoudstafel van het boek.) Wat we in het voorbije decennium in de EU meemaken is niet zomaar een financieel-economische crisis, maar ook een politieke crisis, waarbij de EU aan ideologische autoriteit verloor en haar eenheid zag in het gedrang komen. De manier waarop de crisis werd aangepakt was er een van 'koude berekening, eerder dan solidariteit als operationeel principe', aldus Lapavitsas; de eurozone moest koste wat het wil gered worden, en dat was op de rug van de zwakste lidstaten. Daarbij werd de democratie uitgehold, "en dat werd door de volkse klassen terecht gezien als een verlies van soevereiniteit" (p. 5). Toen de EU-structuren ook niet in staat bleken een relatief gering aantal vluchtelingen en asielzoekers op te vangen, en de Middellandse Zee het graf van duizenden mensen werd, vond uiterst rechts daarin een geschikte kans om onrust te stoken. Ze hadden het over 'horden vreemde invallers in het continent', en een bedreiging voor de ... soevereiniteit. Wat was en is de positie van links [note]Lapavitsas hanteert de 'brede' definitie van 'links', waar ook de sociaaldemocratie toe behoort; dit blijkt bv. op p. 8.  [/note] in deze eerder chaotische situatie? Volgens Lapavitsas was er een kentering in het begin van de jaren '80, meer bepaald na de draai van Mitterrrand tussen 1981 en 1983. De mislukking van zijn radicaal keynesiaans programma leidde zijn minister van financiën Jacques Delors ertoe te besluiten dat de toekomst lag in de EEG, de Europese Economische Gemeenschap, die onder Delors leiding als Europees Commissievoorzitter (1985-1995) zou uitgroeien tot de Europese Unie, met inbegrip van een muntunie. Het was de periode waar de neoliberale ideologie het Europees beleid ging bepalen. Een groot deel van links zag in de EEG/EU nog de enige mogelijkheid voor een sociaal beleid; zelfs een radicaal als Toni Negri zwoer bij de EU als afrekening met de verfoeilijke natiestaat. Lapavitsas is zoals bekend een hevige criticus  van deze ontwikkeling. De EU en de muntunie (EMU) zijn geen neutrale instellingen, maar zijn geconstrueerd in het belang van het kapitaal en tegen de belangen van de werkende bevolking (p. 11). De hoofdstukken 2 tot 4 tonen in meer detail aan hoe dit in zijn werk ging, en hoe de euro in het bijzonder een neoliberale dwangbuis betekent voor de meeste eurolanden. Aan de hand van statistieken en grafieken toont Lapavitsas aan dat er één grote winnaar was van deze ontwikkeling: Duitsland, of meer precies: het Duits kapitaal, want grote delen van de Duitse werkende klasse werden via de Hartz-hervormingen onder SPD-kanselier Gerhard Schröder het slachtoffer van het Duits 'succes' (p. 45 e.v.). Maar Lapavitsas is absoluut geen aanhanger van enige samenzweringstheorie; niet Duitsland, maar Frankrijk drong aan op de euro, en dit werd door de Duitse leidende kringen alleen onder voorwaarden aanvaard. "Er zijn weinig grotere historische dwalingen dan die van het leidend blok in Frankrijk als het dacht via de euro Duitslands rol als hegemon te bekampen", aldus Lapavitsas (p. 32). Een fundamentele vaststelling die door de auteur ontwikkeld wordt is de onleefbaarheid van een muntunie onder landen waarvan de economieën grondige verschillen vertonen. De overschotten op de handelsbalans van Duitsland en andere kernlanden als Nederland, en het spiegelbeeld ervan, de tekorten op die van perifere landen als Griekenland of Spanje, zijn geen crisisaccidenten, maar diepgewortelde gevolgen van verschillen in het economisch weefsel. Kon daar nog iets aan gedaan worden via het muntbeleid (devaluatie) zolang men over zijn eigen munt beschikte is die mogelijkheid verdwenen sinds de invoering van de euro. Dezelfde vaststelling als men het streven van de Europese Centrale Bank naar een gemiddelde inflatie van ongeveer 2% in de eurozone beschouwt: terwijl in Spanje of Ierland oververhitting dreigde en de inflatie had moeten afgeremd worden, was hogere inflatie in Duitsland wenselijk geweest, maar in het eenheidsmuntregime zijn deze twee strevingen onmogelijk te verzoenen. Hierop wordt vanuit links soms geantwoord dat de Europese Unie een 'transferunie' moet worden, en dat er dus overheidsgeld van de ene lidstaat moet vloeien naar de andere, zoals er in de meeste landen transfers zijn tussen rijkere en armere regio's. Lapavitsas is daar absoluut geen voorstander van (in tegenstelling misschien tot wat sommigen zich voorstellen van 'Griekse extremisten' of van een nogal lichtvoetige interpretatie van 'solidariteit') en het is misschien nuttig zijn argumentatie hierover wat uitvoeriger te bekijken (p. 35-36, mijn vertaling): "De Verenigde Staten zijn ook een land met kapitalistische verhoudingen, maar er is één staatsbestel en één demos. Een uniek staatsbestel en demos kunnen in de EU niet bij dictaat en nog minder achter de rug gecreëerd worden. Het idee dat er ooit een overkoepelende Europese staat zou kunnen ontstaan met voldoende macht om op monetair vlak hetzelfde te doen als de Verenigde Staten is een fictie van de bureaucratische en academische verbeelding. Het zou grote historische gebeurtenissen vergen opdat de volkeren in Europa zouden aanvaarden dat de overheidsschuld van een land de directe verantwoordelijkheid zou zijn van de regering en het volk van een ander land. Het is ook onwaarschijnlijk dat er een permanent mechanisme van budgettaire transfers zou kunnen tot stand gebracht worden binnen de Europese Monetaire Unie. Welke Europese natie zou bereid zijn om langdurig de begunstigde te zijn van een andere? Het zou catastrofale gevolgen hebben voor de interne politieke structuren, het democratisch bestel, de cultuur, en de relaties met andere landen. De euro was een 'fout' compromis, maar dat was onvermijdelijk onder de verschillende onafhankelijke natiestaten die de EMU oprichtten." Het wordt hopelijk ook duidelijk dat het begrip demos (Grieks voor volk) hier geen mythische 'identitaire' eigenschappen toeschrijft aan een 'volk', maar verwijst naar de politieke en historische banden die binnen bepaalde bevolkingsgroepen bestaan.   Griekenland Natuurlijk gaat Lapavitsas dieper in (Hoofdstuk 5) op de gebeurtenissen in zijn geboorteland, waar hij in 2015 als lid van de Vouli (Grieks Parlement) vanop de eerste rijen aan deelnam en waar hij als links econoom natuurlijk ook heel wat over te zeggen heeft. Hij ontkent geenszins de structurele, langetermijnzwaktes van de Griekse economie en van het staatsapparaat ('the rapacious and inefficient state machine'). Een overdreven aandeel van de dienstensector ten nadele van industrie en landbouw, met een te groot gewicht van import tot gevolg, zwakke productiviteitsgroei, een gebrekkig belastingssysteem, enz. Maar deze structurele gebreken leidden pas tot de existentiële crisis van het land nadat en doordat het toetrad tot de eurozone. Kort samengevat: traditioneel moest Griekenland hoge rentes betalen om te lenen, maar dat veranderde na de invoering van de euro. Publieke en private schuld namen sterk toe, de private sneller dan de publieke, maar deze laatste stond reeds op een hoog peil door de aanwas van de staatsschuld vanaf de jaren 80. De snelle economische groei, soms meer dan 4%, na de toetreding tot de euro gaf de valse indruk dat het land zich een plaats was aan het veroveren binnen de Europese economieën. Als de buitenlandse geldschieters zich daarvan bewust werden sloten ze de geldkraan en probeerden zoveel mogelijk hun leningen te recupereren. Het gevolg: de 'sudden stop' van de economie in 2010. Maar naast deze interne redenen zijn er ook andere die te maken hebben met het functioneren van de eurozone in haar geheel. Een indicatie voor de concurrentiepositie van een land is de  loonkost per eenheid product  (unit labor cost, ULC). Welnu, die zou voor heel wat landen, in het bijzonder uit de periferie, positiever uitgevallen zijn indien de Duitse lonen een normale evolutie hadden gekend, en niet op de gekende brutale wijze aan de ketting waren gelegd. Bovendien verloren landen samen met hun nationale munt ook de mogelijkheid om iets te doen aan de inflatie, de rentevoet, de wisselkoers… Zo kwam Griekenland (en andere landen uit de periferie) in een situatie terecht die vergelijkbaar is met wat veel landen uit de 'Derde Wereld' overkwam in de jaren 80. De lage rentevoet van de eerste euro-jaren vloog de pan uit, het IMF komt op de proppen aan de zijde van de ECB en de Europese Commissie (EC), de Trojka, in 2010 werd het eerste Memorandum opgelegd. Maar Lapavitsas merkt op dat Athene toen nog een belangrijke troef in handen had die de PASOK-regering van Papandreou nooit heeft proberen uit te spelen: het overgrote deel van de Griekse overheidsschuld viel in 2009 onder Griekse jurisdictie, wat aan het Parlement de mogelijkheid gaf om eenzijdig de terugbetalingsvoorwaarden te wijzigen. Dit is niet gebeurd, en de hele 'reddingsoperatie' van de Trojka kwam erop neer de banken (in de eerste plaats Duitse en Franse) te bedienen en Athene de onderhandelingstroef uit handen te spelen, wat zoals men weet de Trojka uitstekend gelukt is. Niet de Vouli, maar de Trojka dicteert sindsdien de voorwaarden. Lapavitsas stelt zich hierbij nog een vraag die niet vaak gesteld wordt. De houding van de Trojka is gemakkelijk te begrijpen in het licht van de neoliberale ideologie die het IMF en de regeringen en instellingen van de EU doordringt; ook de latere meningsverschillen tussen het IMF en de twee andere partners kan men begrijpen aan de hand van de verschillende focus (voor het IMF de globale kapitalistische belangen, voor EC en ECB de neoliberale hervormingen in de lidstaten). Maar aan de hand van welke klassenbelangen kan men de Griekse houding uitleggen? Lapavitsas preciseert deze vraag in gramsciaanse termen: welke zijn de belangen van het Grieks historisch blok die een verklaring bieden voor de beslissingen in 2010? Onder 'historisch blok' wordt sinds Antonio Gramsci verstaan: de alliantie van dominante delen van de kapitalistische klasse met lagere klassen, en die een hegemonische rol speelt in de economie, politiek en de cultuur van een land. Maar, aldus Lapavitsas, niet wat dit historisch blok wilde doen bij de crisis van 2010 is belangrijk, maar wat het vooral niet wilde doen. En dat was uit de Europese Muntunie stappen, ook al impliceerde dit het verlies van soevereiniteit. Vanwaar deze vasthoudendheid aan de euro? Lapavitsas geeft verschillende overwegingen. Voor de Griekse banken was het van belang operationeel te blijven, en niet het risico te lopen genationaliseerd te worden. Minder evident is de inschikkelijkheid van de industriële en constructiesector. Volgens Lapavitsas speelde schrik voor sociale en economische onrust bij uitstap een rol. Een tweede aspect is dat de euro in Griekenland een symbool is geworden voor moderniteit en vooruitgang, een ideologische band van dit perifere land met West-Europa.   En SYRIZA ? Maar wat verklaart de uiteindelijke capitulatie van een linksradicale partij als SYRIZA in juli 2015? Lapavitsas bevestigt dat SYRIZA niet geïntegreerd was in de Griekse machtsmechanismen en er vanaf 2013 een bedreiging voor vormde met zijn rebellerende taal en steun voor pleinbezettingen (Syntagma). SYRIZA genoot een enorme volkse steun, waardoor het in januari 2015 ook aan de macht kwam. Het ontbrak ook niet aan radicalisme; tussen een vijfde en een derde van de Griekse bevolking, vooral onder de armsten, stond open voor het staken van de schuldbetalingen en een exit uit de euro (p. 104). Deze radicale bevolkingslagen keken vanzelfsprekend naar links; een natuurlijke partner zou in principe de Griekse communistische partij (KKE) geweest zijn met haar roemrijk verleden van verzet tegen de nazibezetting en het kolonelsregime. Maar de KKE bleek totaal irrelevant bij de gebeurtenissen in Griekenland. Met gauchistische stellingen ('alleen door het neerslaan van het kapitalisme aan de Griekse crisis overwonnen worden') ontbrak het de KKE totaal aan voorstellen in verband met de schuld en de euro. "De KKE neutraliseerde zichzelf als politieke kracht, en maakte praktisch geen gevaar uit voor het Grieks historisch blok gedurende de crisis." Het verzet tegen de Trojka kwam dus politiek volledig onder de verantwoordelijkheid van SYRIZA. Hierin was er de leidende kring rond Alexis Tsipras, die zich voornam het soberheidsbeleid te bestrijden en een schuldherschikking te bekomen door 'harde onderhandelingen' te voeren met de Europese leiders. Daarnaast was er een belangrijke (maar zwak georganiseerde) minderheid, verenigd in het 'Links Platform', die aanstuurde op eenzijdige schuldafwijzing en uitstap uit de euro. Bovendien werd de uiterst belangrijke functie van minister van financiën uitgeoefend door Yanis Varoufakis, die zelfs niet echt tot links kan gerekend worden. Reeds bij de eerste deelname van Varoufakis aan een bijeenkomst van de Eurogroep (11 februari 2015) bleek de onderhandelingsstrategie geen enkele kans te maken. Griekenland had enkel de keuze in te stemmen met de 'reddingsoperatie' zoals beraamd door de Trojka. En op 20 februari tekende Varoufakis een overeenkomst om aan alle schuldverplichtingen te voldoen en geen unilaterale acties te ondernemen. Dit leidde tot een serieuze twist binnen SYRIZA tussen de leiding en het Links Platform, maar, merkt Lapavitsas op, het dispuut werd in de partij en het Parlement uitgevochten, en bereikte niet de straat, de buurten en de werkplaatsen. Lapavitsas besluit het Griekse hoofdstuk met een uitdrukkelijke boodschap (p. 112): links moet niet proberen een anti-soberheidsbeleid ten voordele van de werkende klassen te voeren en terzelfdertijd proberen in de muntunie te blijven. 'Ongehoorzaamheid', 'creatieve dubbelzinnigheid' bij de onderhandelingen zullen niets opleveren; in de plaats daarvan moet een linkse regering zich voorbereiden op een breuk met de muntunie en gaan voor een directe uitdaging en mogelijks verwerping van de EU.   En bijgevolg… In een besluitend hoofdstuk zet Lapavitsas zijn inzichten op een rijtje. Een aantal formele regels, zoals de verkiezing van een Europees Parlement, kunnen de fundamenteel ondemocratische aard van de EU niet verdoezelen. Een van de krasse uitingen daarvan is het Europees Hof van Justitie, dat waakt over de correcte toepassing  van het geheel van neoliberale regels, acquis communautaire genoemd. Het is de taak van links om alle illusies in de mogelijkheid van een fundamentele hervorming van binnenin de EU te doorprikken. Nergens wordt die illusie duidelijker uitgedrukt dan door DiEM25, het initiatief van Yanis Varoufakis dat zich onder andere tot doel stelt om de EU tegen 2025 te democratiseren. Varoufakis heeft blijkbaar niets geleerd uit de mislukking van SYRIZA, aldus Lapavitsas. Hij gaat ook nogal uitgebreid in tegen degenen die de Franse president Macron voorstellen als een belofte voor grondige veranderingen in de EU. Macron rekent daarbij op de Frans-Duitse as, maar "het Duitse establishment zal geen enkele verandering toelaten die haar mogelijkheden om handelsoverschotten te realiseren zou bedreigen"; bovendien is zijn hervormingsprogramma in Frankrijk zelf een poging om de Franse arbeidersbeweging uit te schakelen. Een groot deel van links in Europa heeft bijgedragen tot de illusies over de EU als een bron van democratie, egalitarisme en sociaal liberalisme [note] Een exponent van deze stroming is Hilary Wainwright, uitgever van het linkse Britse blad Red Pepper. In een reactie op een interview met Lapavitsas over zijn nieuwe boek herhaalt ze de mythe van de 'antifascistische' oorsprong van de Europese integratie (zie ook Ander Europa, Links europeanisme en het Brexit-debat).  [/note]. Dit belet links om radicaal antikapitalistische maatregelen te verdedigen en de neoliberale EU-moloch te bevechten. Klopt het dat Lapavitsas de uittrede 'uit Europa' als absolute voorwaarde ziet om een dergelijk radicaal links programma te kunnen doorvoeren? Voor de eurolanden van de periferie, in het bijzonder van Zuid-Europa, vindt hij de uitstap uit de Muntunie inderdaad noodzakelijk om een programma van tewerkstelling, armoedebestrijding en duurzame groei te kunnen uitvoeren [note] Het is interessant erop te wijzen dat iemand als de marxistische econoom Michel Husson, die altijd zeer weigerachtig stond tegen het verlaten van de muntunie als element van een linkse strategie, na de capitulatie van SYRIZA schreef dat "een uitstap uit de euro vandaag Griekenland misschien minder zwaar zou komen te staan dan de toepassing van het derde memorandum". Maar "dat zou niet alle problemen van de Griekse economie oplossen", voegt hij eraan toe; ik heb evenwel niet de indruk dat auteurs als Lapavitsas of Cédric Durand dat ooit beweerden. [/note]. Voor de kernlanden van de EU liggen de zaken heel wat moeilijker, aldus Lapavitsas, want dat zou de ontmanteling van de monetaire unie betekenen en het uitbouwen van een alternatief vereisen. "Regelrechte concurrentie op de wisselmarkten is zeker niet wat er in de plaats moet komen van de muntunie. Europa heeft nood aan een systeem van stabiliserende wisselkoersen, gekoppeld aan een manier om betalingen te doen tussen landen" (p. 132). Er zijn de voorbije jaren in alternatieve economische kringen inderdaad heel wat discussies geweest over alternatieven voor de euro ('gemeenschappelijke' munt, bancor-geïnspireerde systemen ...). Voor zover het nodig zou zijn ziet men hier ook duidelijk dat linkse uitstapoverwegingen als die van Lapavitsas niet kunnen samengevat worden als "weg met de EU, terug naar de natiestaat" [note] Deze boekbespreking maakt ook duidelijk hoe misplaatst het is om Lapavitsas' strategische ideeën voor te stellen als "vertrekkend van de wijdverspreide illusie dat het volstaat om via verkiezingen tot een formele verwerping van de Europese verdragen te komen", zoals Marc Botenga schreef in Lava. [/note]. De hervormingen die de auteur bepleit voor het onmiddellijke om doorgevoerd te worden door een linkse regering (eind soberheidsbeleid, tewerkstellingsprogramma's, loonherstel... [note] Voor Griekenland zelf heeft hij meegewerkt aan de uitwerking van een concreet plan, zie Eurozone failure, German policies and a new path for Greece, Rosa Luxemburg Stiftung, januari 2017. [/note]) kunnen als 'links keynesianisme' bestempeld worden. Lapavitsas is het daarmee eens, maar hij verwijt degenen die daarvoor hun neus ophalen een gebrek aan inzicht over hoe de klassenstrijd in de praktijk verloopt. "Een dergelijk beleid zou de machtsbalans in het voordeel van de arbeid en tegen het kapitaal doen uitwijken, en zo de basis leggen voor een socialistische transformatie van Europa" (p. 136). Een links programma op middellange en lange termijn zou voor nog veel grotere uitdagingen staan. Zo heeft de globalisering een wereldwijd netwerk van toeleveringsketens (supply chains) doen ontstaan, met desindustrialisering van heler regio's en een enorme milieunefaste toename van de wereldhandel tot gevolg. Duurzame veranderingen vereisen ook een omkeerbeweging in de financialisering, wijzigingen in de eigendomsverhoudingen, enzovoort. De laatste bladzijden van het boek zijn gewijd aan beschouwingen over Brexit, "een van de weinige momenten in de geschiedenis waar een breuk binnen de leidende kringen toelaat dat een diepere breuk binnen de maatschappij tot uiting komt".[su_spacer] Inhoudsopgave:   Ch. 1. The European Union and the Left 1.1 Fragmentation and retreat of democracy 1.2 The challenge for the Left Ch. 2. The evolution of the EU since Maastricht 2.1. Neoliberalism and hegemony in the EU – drawing on Hayek 2.2. Neoliberalism and state monopoly over money 2.3. Creating the euro: A lever of neoliberalism and conditional German hegemony 2.4. The “architectural flaws” of the euro 2.5. The broader context of conditional German hegemony Ch. 3. The ascendancy of Germany and the division of Europe 3.1. A distinctive financialised economy 3.2. The defeat of German labour in the 1990s 3.3. The competitive advantage of Germany and the creation of the Southern periphery 3.4. The unstable core of the EMU and the Central European periphery Ch. 4. The Eurozone crisis: Class interests and hegemonic power 4.1. Crisis erupts 4.2. Imposing a neoliberal agenda 4.3. An unstable and fraught equilibrium Ch. 5. Greece in the iron trap of the euro 5.1 The proximate causes of the Greek crisis 5.2 Long-term weaknesses of the Greek economy 5.3. The lenders impose bail-outs and bring disaster 5.4. Class and national interests in the Greek disaster 5.5 The political debacle of SYRIZA Ch. 6. Seeking democracy, sovereignty, and socialism 6.1. Democracy and sovereignty in the EU, once again 6.2 The impossibility of radical reform 6.3. A class-based stance for the Left 6.4. What to do?

Linksradicale fractievoorzitster Europees Parlement dwaalt over Brexit

13/12/2018 - 15:58

Gabi Zimmer, fractieleider van de linkse fractie GUE/NGL in het Europees Parlement

In een verklaring op 10 december zei Gabi Zimmer, fractieleidster van radicaal links in het Europees Parlement (GUE/NGL) , dat de ‘deal’ die de Britse regering van Theresa May bereikte met de EU ‘finaal’ is en dat daarover niet opnieuw kan onderhandeld worden. Ze werpt zich daarbij op als een doorsnee-woordvoerster van de Europese Unie (EU), en haar statement verschilt in niets van dat van het ‘extreme centrum’, van Jean-Claude Juncker of van de liberaal Guy Verhofstadt als luidruchtigste woordvoerder.

Ook Zimmers verwoording verraadt op geen enkele wijze dat het om het standpunt van een linkse politieke fractie gaat. Ze spreekt van ‘de Britten’ die nu moeten weten of ze het voorstel aanvaarden of niet, ‘de Britten’ die moeten kiezen tussen zich te pletter storten en geen deal tekenen of terugkeren naar de EU. Dergelijke taal miskent zelfs de meest elementaire linkse noties over een klassenmaatschappij. Meteen worden alle Britse arbeiders die voor Brexit stemden  door de linkse parlementsfractie in één zak gestopt met Tories, UKIPers en tutti quanti. Is dit het standpunt van de hele GUE/NGL ? Ik hoop van niet, maar een fractievoorzitter wordt wel ondersteld in naam van de fractie te spreken …

Het zou zeer kortzichtig zijn om dit standpunt te verdedigen met het argument dat de Brexit-deal tot stand kwam onder de rechtse vleugels van Theresa May, en dat het een reactionaire Tory-regering door links niet lastig genoeg kan gemaakt worden.  Het is niet zoals men het zou wensen, maar Theresa May vertegenwoordigt momenteel de hele Britse natie. De EU onderhandelt over de toekomstige relaties met alle burgers van het eiland. Het is helemaal niet uitgesloten, en dat hoopt heel Europees en Brits links,  dat  Theresa May morgen de plaats moet ruimen voor Jeremy Corbyn. Zal Zimmer dan kameraad Corbyn ook voor de keus stellen: zich te pletter storten en geen deal tekenen of terugkeren naar de EU-stal ? De GUE/NGL zou zich dan een trouwer EU-adept tonen dan een lid van de sociaaldemocratische S&D-fractie…

Zoals door Ander Europa al een paar keer betoogd is: continentaal links moet de banden met Brits links aanhalen, de ontwikkelingen in de Britse Labour Party behoren tot de hoopgevendste in heel politiek Europa. Een standpunt als dat van Zimmer daarentegen is een kaakslag van ‘weldenkend’ Europa in het gezicht van een groot deel van de Britse werkende klasse. “Het leedvermaak over de moeilijke positie van  May druipt er in onze media van af”, schreef Frank Slegers hier een jaar geleden; leent radicaal links zich nu ook al tot dit platvloersheid?  (hm)

 

Een evaluatie van het Europees monetair beleid door denktank Minerva

13/12/2018 - 12:29

(Klikken op de afbeelding om het document te downloaden. PDF, 6.7 MB )

De Vlaamse denktank Minerva 1 publiceert een uitgebreide studie, “QE – for the people? Monetair beleid na de Grote Financiële Crisis“. De auteurs, Hielke Van Doorslaer en Mattias Vermeiren, zijn professor resp. doctoraal onderzoeker aan het Ghent Institute for International Studies (Rijksuniversiteit Gent). We hebben het lijvige document (53 blz.) nog niet doorgenomen, maar willen het meteen onder de aandacht brengen van wie meer wil begrijpen van monetair beleid. Daarover verschijnt al niet veel dat leesbaar is door de leek, en in het Nederlands is de keuze nog veel beperkter. De auteurs vermelden expliciet dat ze het debat over monetair beleid willen “democratiseren in de zin dat we met dit rapport een vorm van bewustwording over de impact van het gevoerde monetair beleid willen creëren bij een ruimer publiek, en daarmee de deelnemers aan het democratische debat willen verruimen.” Een lovenswaardige intentie, die op het eerste zicht ook weerspiegeld wordt in de tekst zelf.

De ‘QE’ in de titel van het rapport doet bij sommigen een belletje rinkelen; het gaat inderdaad over quantitative easing of ‘kwantitatieve verruiming’, een operatie die zowel door de Amerikaanse Fed, de Europese Centrale Bank (ECB), de Bank of Japan als de Bank of England werd doorgevoerd in een poging de gevolgen van de financiële crisis die in 2008 losbarstte tegen te gaan. Het succes daarvan is zeer omstreden. Zoals in de conclusie van de Minervastudie staat: QE als middel om de economie terug aan te wakkeren is grotendeels mislukt, niet in het minst door “een besparingsbeleid dat het vertrouwen van bedrijven en consumenten verder ondermijnde”. De ECB heeft zowat 2500 miljard euro (!) in het financieel systeem gepompt, maar dit leidde niet tot een investeringsgolf en tewerkstelling, maar tot meer ongelijkheid. Banken hadden immers geen verplichtingen over de aanwending van dit monetair manna. Vandaar het idee dat door sommige economen gelanceerd werd: in plaats van het gecreëerde geld in het banksysteem te pompen kan het beter aan de huishoudens worden uitgedeeld (‘helicoptergeld’), wat meer kans biedt op een toename van de vraag. Het Minervarapport staat eerder positief tegenover dit idee; in ieder geval is het resultaat van hun denkwerk al gratis ter beschikking. (hm)

 

Europese vakbondscoordinatie van migratiewerkers

10/12/2018 - 12:44

EPSU, de koepel van Europese vakbonden in de openbare diensten, zette op initiatief van de Italiaanse en Spaanse bonden FP-CGIL en CC.OO-FSC een Europese coördinatie op voor  werkers actief in de opvang van migranten en vluchtelingen. Het gaat om dokters, verpleegsters, migratieambtenaren, grenswachters, tolken, sociaal assistenten, opvoeders etc.; in Italië alleen al zouden ca. 65.000 mensen tewerkgesteld zijn in deze sector, bij lokale en nationale overheden, ngo’s en steeds meer ook bij privébedrijven.

EPSU licht het initiatief als volgt toe:

“Terwijl deze werknemers werken in verschillende administratieve en culturele omgevingen, worden ze alle geconfronteerd met dezelfde problemen, zoals lage lonen, onderbemanning, onvoldoende of onaangepaste training, niet in het minst wat betreft internationaal asielrecht, wisselende jobinhoud ten gevolge van de steeds wisselende migratie- en asielwetgeving, die kan botsen met hun initiële opleiding. Nieuwe wetten die erop uit zijn migranten en wie hen probeert te helpen te criminaliseren hebben ook een negatieve impact op de werknemers die belast zijn met de ontvangst, zorg en integratie van nieuwkomers in Europa.

Het netwerk zal proberen de Europese banden te versterken, werknemers ondersteunen bij het vervullen van een openbare dienstverlening gericht op gastvrijheid, met respect voor de waardigheid van migranten in overeenstemming met internationale regels over asiel en hulp aan personen in nood. 

Het netwerk zal ook een platform bieden om te discussiëren over migratiewetgeving op nationaal en EU niveau, over de rol van EU-agentschappen, Frontex en het European Asylum Support Office, dat onlangs veel kritiek kreeg in Griekenland. Het zal EPSU-alternatieven voorstellen voor een gemeenschappelijke, gestructureerde op mensenrechten gebaseerde aanpak van migratie en asiel in de EU, in tegenstelling met dehumaniserende maatregelen van opsluiting en uitbesteding aan derde landen, het enige punt waarover consensus bestaat in de EU.”  

Een uitgebreidere toelichting vindt men in het EU CARE statement van 6 november 2018,  “European solidarity? A European network of public service workers to welcome migrants” (beschikbaar in meerdere talen).

Bron: EPSU, ETUC 

Hieronder een filmpje van FP-CGIL, de Italiaanse bond die mee aan de basis ligt van het Europees coordinatieinitiatief.

De EU van crisis naar crisis: Groot Brittannië. Deel 2

09/12/2018 - 18:46

door Gerrit Zeilemaker 9 december 2018   In mijn vorig artikel [note] https://www.andereuropa.org/de-eu-van-crisis-naar-crisis-groot-brittannie-deel-1/ [/note] concludeerde ik dat de positie van Labour met betrekking tot Brexit de grote onbekende in alle mediacommentaren en berichten was. Wel werd de leider van Labour, Jeremy Corbyn, de afgelopen jaren op alle mogelijke manieren beklad en besmeurd. Volgens een parlementslid van de Tories zou hij voor Tsjecho-Slowakije gespioneerd hebben. Voor anderen is hij een Russische agent en herhaalde malen is Corbyn, een consequent verdediger van de rechten van het Palestijnse volk voor antisemiet uitgemaakt. Niets is te gek om hem zwart te maken. Niet alleen de bladen van het Murdoch-concern blonken uit in deze smeercampagne, ook de ogenschijnlijk linkse Guardian en de ‘onafhankelijke’ BBC [note] https://www.thecanary.co/uk/2018/09/28/damning-evidence-of-misleading-distorted-and-inaccurate-reporting-on-the-labour-antisemitism-row-2/ [/note] deden naar hartenlust mee. Zelfs een parlementslid van Labour beschuldigde Corbyn openlijk van antisemitisme. Ook binnen Labour ontmoet Corbyn heftige tegenstand van vooral zittende parlementsleden die in de tijd van Tony Blair Labour binnengestroomd zijn. De ondemocratische structuur van Labour hielp ook niet echt mee met een National Executive Committee (NEC, nationale uitvoerende raad), waarin vooral de stem van parlementsleden en vakbonden zwaar weegt ten opzichte van die van de leden. De 69-jarige Jeremy Corbyn zit sinds 1983 in het Lagerhuis en voerde een consequent linkse koers, waarbij hij talloze keren tegen de fractiediscipline in stemde. De als ‘fossiel’ bestempelde Corbyn, die overigens als eerste parlementslid een eigen website had, won tot ieders verrassing de verkiezing tot partijvoorzitter. Inzake Europa had Corbyn zich altijd tegen neoliberale inrichting van de EU uitgesproken. Nog in 2015 verklaarde hij bij een referendum voor uittrede te zullen stemmen. Maar daarvoor bestond binnen Labour geen meerderheid. Vooral de vakbonden binnen Labour waren voor Europa om de wetgeving rond arbeidstijd en tijdelijk werk te behouden. Jeremy Corbyn, nu partijvoorzitter, had zich aan deze beslissing te houden en voegde zich bij het Remain-kamp. Het mocht niet baten. Terwijl de leiding van Labour voor blijven optrad, kozen grote delen van de Labour-aanhang voor Brexit. In een derde van de Labour-districten zelfs meer dan 60%. De bekende documentairemaker en linkse activist Paul Mason constateerde dat de beslissende stemmen vooral van linksgeoriënteerde arbeiders kwamen die zeer goed konden uitleggen waarom ze tegen Europa waren. In plaats van zich met deze tegenstelling bezig te houden koos het partijestablishment om Corbyn onvoldoende ondersteuning van het Remain-kamp te verwijten. De parlementsfractie sprak zich met 172 tegen 40 stemmen tegen Corbyn uit. Men besloot tot een nieuwe verkiezing van het partijvoorzitterschap. De uitslag in september 2016 viel echter nog gunstiger uit voor Corbyn, nu enthousiast gesteund door een basisbeweging van Labourleden, Momentum genaamd. De uitslag van het referendum verscheurde de Tories en verleidde Theresa May tot het uitroepen van algemene verkiezingen op 8 juni 2017. De uitslag van de verkiezingen leidde tot een zware nederlaag voor de Tories en tot de grootste verkiezingsoverwinning van Labour sinds de verkiezingsoverwinning van Attlee in 1945. [note] https://www.counterpunch.org/2017/06/09/the-facts-proving-corbyns-election-triumph/ [/note].  Om aan het bewind te blijven moest Theresa May een verbond sluiten met de Noord-Ierse protestantse Democratic Unionist Party (DUP). Opmerkelijk was het verlies van de UK Independence Party (UKIP) die in 2015 nog 12,6% haalden, maar in 2017 tot 1,8% gereduceerd waren. Het is dus mogelijk dat rechtse racistische antimigranten-partijen met een consequent sociaaldemocratisch programma verslagen kunnen worden.   Het programma van Labour Het programma van Labour onder Corbyn ‘For the Many not the Few’ bevat een reeks aan maatregelen als renationalisering van spoorwegen, de post en energienetwerken. Andere punten zijn maatregelen ter stimulering van de economie als de instelling van een investeringsbank, investeringen in de infrastructuur, huisvesting en duurzame energie. Vooral een politiek ter herstel van de industrie en van herregulering van de financiële sector. En herstel van de gezondheidszorg, die zwaar geleden heeft onder bezuinigingen. Verbetering van de positie van de werkers met gelijke rechten voor deeltijd- en voltijdwerkers, verbieden van nulurencontracten, verhoging van het minimumloon, versterking van vakbondsrechten, enzovoort. De radicale (keynesiaanse) econome  Ann Pettifor vertelt hoe zij de macht van de centrale bank van Engeland zou gebruiken [note] https://www.redpepper.org.uk/ann-pettifor-if-i-governed-the-bank-of-england-heres-what-i-do/ [/note], ongewild aangevend wat er zou kunnen gebeuren als die in handen van een Tory-sympathisant zou blijven. Labour zal bovendien immigratieregels ontwikkelen en initiëren, die transparant en eerlijk zijn voor iedereen. Ook komt er wetgeving die ervoor zorgt ‘dat elke werkgever die arbeid uit het buitenland wil aannemen, de werknemers thuis niet onderbiedt - omdat dit verdeeldheid veroorzaakt wanneer het ene personeelsbestand tegen het andere wordt gebruikt.’ [note] https://labour.org.uk/ [/note] Kortom het gonst binnen Labour van progressieve alternatieven die inspireren en leiden tot groot enthousiasme, vooral onder jongeren. Op het Gastonbury festival werd Corbyn door duizenden jongeren toegejuicht. Alles wordt onderzocht, afgewogen en besproken. Van het invoeren van een basisinkomen tot het herfinancieren en het onafhankelijk garanderen van de BBC met een belasting op internetbedrijven, als het instellen van een mediafonds voor het financieren van onafhankelijke nieuwssites. Hier demonstreert links hoe vernieuwing mogelijk wordt als de neoliberale verstarring verbroken wordt. Aan de basis van Labour opereert Momentum met duizenden leden in meer dan 180 groepen in heel Groot-Brittannië. Zij hebben in korte tijd gezorgd voor een enorme toename van het aantal leden. Ze helpen met verkiezingen, organiseren demonstraties, consultaties en trainingen. In het bijzonder richten zij zich op het democratischer maken van Labour. Zo moeten onder andere leden meer invloed krijgen op de keuze van kandidaten in de kiesdistricten. Ze willen "Labour veranderen in een open, democratische, door leden geleide partij die klaar is om verkiezingen te winnen." [note] https://peoplesmomentum.com/about/ [/note]. Alleen een vernieuwd democratisch Labour, waarin de gewone leden kunnen beslissen en beïnvloeden zal in staat zijn niet alleen te regeren, maar ook de Britse maatschappij ten goede te veranderen.   Kritiek op het programma van Labour Kritiek op Labour van links richt zich vooral op het Keynesiaanse karakter van het programma. Zo berekent de marxistische econoom Michael Roberts [note] https://thenextrecession.wordpress.com/2018/09/06/a-plan-for-a-new-economy/ [/note] dat de maatregelen van Labour zullen leiden tot overheidsinvesteringen van niet meer dan 2% van het bruto binnenland product (BBP), terwijl het gemiddelde van de zeven grootste economieën, de G7, gemiddeld 3,5% is. Hij vervolgt: “Echter de bedrijfsinvesteringen in Groot-Brittannië zijn rond de 15% van het BBP. Dus de volledige investeringen van de geplande investeringsbank en de overheid zullen desondanks maar een derde van de bedrijfsinvesteringen zijn. De bedrijfssector zal dus beslissend blijven voor groei, inkomen en investeringen.” Zijn conclusie is dat de vijf grote banken de financiering van investeringen zullen blijven domineren en de uitvoering van de overheidsprogramma’s gemakkelijk kunnen frustreren. Ook is  er kritiek op het ondertekenen door Labour van een ‘Charter of Fiscal Credebility Rule’ (fiscale geloofwaardigheidsregel). [note] https://www.counterpunch.org/2018/12/06/uk-labours-fiscal-credibility-rule-neoliberal-orthodoxy-dies-hard/ [/note]. Deze beoogt de overheidsbalans in evenwicht te brengen, maar kan de uitgaven van de overheid in een crisis beperken. Want wanneer in een crisis de uitgaven aan werkloosheidsuitkeringen oplopen en de belastinginkomsten teruglopen is het beperken van de overheidsuitgaven juist contraproductief. In die zin staat het Charter haaks op het Labourprogramma.   Hoe verder? Dinsdag 11 december wordt in het Lagerhuis gestemd over het Brexitakkoord. De kans dat een meerderheid voor het akkoord stemt is klein. Vele Tories hebben al aangegeven tegen te stemmen, de Noord-Ierse DUP heeft zich tegen het akkoord verklaard evenals Labour. Er bestaat de kans dat een aantal parlementsleden van Labour voor zullen stemmen, maar waarschijnlijk onvoldoende om een meerderheid achter het akkoord te hebben. Als het akkoord weggestemd wordt zal Theresa May’s regering waarschijnlijk vallen, en wanneer niet binnen twee weken een nieuwe regering gevormd kan worden moeten algemene verkiezingen plaatsvinden. Wanneer Labour deze verkiezingen wint staat zij echter voor een dilemma: verder onderhandelen met de EU of radicaal breken met de EU. Onderhandelingen met de EU zullen waarschijnlijk leiden tot een nog hardere opstelling van de EU, vergelijkbaar met de opstelling tegenover Griekenland. De kans dat dit gaat leiden tot een beter akkoord dan het huidige is klein. In het huidige akkoord wordt namelijk al de mogelijkheid van staatsteun vrijwel uitgesloten ook na de Brexit. Zo staat in artikel 16 dat “de EU en de UK het belang van de vrije en onvervalste concurrentie erkennen in hun handel en investeringsrelaties. De EU en de UK accepteren geen anticoncurrerende zakenpraktijken, concentratie van ondernemingen en staatsinterventies  hebben het potentieel het juiste functioneren van markten te verstoren en de voordelen van de liberalisering van de handel te ondermijnen.” Artikel 17 van het huidige akkoord verbiedt om aankoop- of verkoopprijzen vast te stellen, maar dat kan veel door Labour voorgestelde maatregelen dwarszitten, zoals verlaging van huren en energieprijzen, instellen van een minimumloonwet en betaalbare huisvesting van de overheid. Het gaat om een systeem dat de vrije markt in wetgeving vastlegt en overheidsinterventies wettelijk onmogelijk maakt, waarmee het iedere staat kan bedreigen met economische sancties wanneer het te veel uit de pas loopt. Een dwangsysteem dus [note] https://www.thecanary.co/uk/analysis/2018/11/15/mays-terrible-brexit-deal-could-see-corbyns-socialism-banned-from-the-uk/ [/note]   Labour staat dus voor een di- of trilemma:
  • of het uitonderhandelen van een verdrag met de EU, waar de EU erop zal staan dit soort artikelen op te nemen en waarmee Labour haar programma niet of nauwelijks kan uitvoeren;
  • of een verdrag aangaan en vervolgens toch het programma uitvoeren en sancties op de koop toe nemen (tenslotte is Groot-Brittannië groter dan Griekenland);
  • of het radicaal breken met de EU en de confrontatie aangaan.
Voor het laatste zal Labour nog flink moeten radicaliseren en de bevolking moeten mobiliseren, wat ik nog niet direct zie gebeuren, ondanks Momentum. Dat ligt in de toekomst en valt niet te voorspellen. Eerst 11 december afwachten. Wordt vervolgd.  

De linkse uitdaging in de Europese Unie

08/12/2018 - 17:33

Eric Toussaint (*) 8 december 2018   Het is schokkend om te zien dat de rechtse regering die sinds de zomer van 2018 in Italië aan de macht is, weigert het begrotingstekort terug te dringen, terwijl de zogenaamde linkse regeringen buigen voor de bezuinigingspolitiek. Nu de bevolking van de eurozone steeds meer afkeer krijgt van het beleid dat door de Europese leiders en het grootkapitaal wordt opgelegd, moet radicaal links de strijd aanbinden met de structuren van de Europese Unie en de eurozone. De tijd is rijp om de legitimiteitscrisis aan het licht te brengen en te gebruiken als middel om de uitdagingen waarmee de bevolking wordt geconfronteerd, aan te pakken. Links moet een internationalistische, antikapitalistische strategie hanteren, gericht op een breuk met het kapitalisme en streven naar een eco-socialistische federatie van de volkeren van Europa. Een groot deel van de bevolking is voor radicale veranderingen; als links laat zien dat het goede voorstellen heeft en bereid is zich volledig in te zetten voor de verwezenlijking ervan, kan ze de steun van de bevolking winnen. Links moet zich voorbereiden op een radicale koers die internationalistisch, feministisch, ecologisch, antiracistisch, socialistisch, communistisch en ondogmatisch is. Een van de centrale en meest concrete thema's die aan de orde moeten komen, is de manier waarop de overheidsschuld wordt gebruikt om het bezuinigingsbeleid te rechtvaardigen. De manier waarop de regeringen de economische en bancaire crisis die in 2007-2008 begon, hebben aangepakt, heeft geleid tot een enorme toename van de overheidsschuld. Vanaf mei 2010 werd de schuldenproblematiek een centraal punt voor Griekenland en voor de rest van de eurozone. Het eerste programma van 110 miljard euro, opgelegd door de trojka (die speciaal werd opgericht om het uit te voeren), leidde tot een sterke stijging van de Griekse overheidsschuld. Dit was ook het geval in Ierland (2010), Portugal (2011), Cyprus (2013) en Spanje. Dit programma had vijf fundamentele doelstellingen. 1. Het met publieke middelen redden van de particuliere banken  [note]In Griekenland waren ongeveer 15 grote Belgische, Nederlandse, Franse, Duitse, Franse en Griekse banken betrokken. Voor een gedetailleerde analyse zie hier. En Eric Toussaint's presentatie van het Voorlopig Verslag van de Waarheidscommissie 17 juni 2015, hier . [/note] zodat zij de schadelijke gevolgen van hun eigen particuliere kredietzeepbel kunnen vermijden en zo een nieuwe grote internationale financiële crisis kunnen afwenden [note] De grote banken zijn sterk betrokken bij de Amerikaanse en Britse financiële markten en banksystemen. Zij hadden toegang tot grote kredietlijnen van de Federal Reserve. Om deze reden heeft de regering-Obama belangstelling getoond voor de Europese bankencrisis en in het bijzonder voor de Griekse en Ierse situatie.[/note]. 2. Het geven van enorme dwangmiddelen aan de nieuwe publieke schuldeisers, [note]In het geval van Griekenland waren dit de veertien landen van de eurozone, vertegenwoordigd door de Europese Commissie, de EFSF - de Europese faciliteit voor financiële stabiliteit (die werd vervangen door het ESM - Europees Stabiliteitsmechanisme) -, de ECB en het IMF. [/note] die de particuliere schuldeisers vervangen. Dwangmiddelen over de regeringen en instellingen van de perifere landen om een beleid van radicale bezuinigingen, deregulering (waardoor afbraak van arbeidsvoorzieningen en de welvaartstaat), privatiseringen en strenge autoritaire controle op te leggen (zie punt 5 hieronder). 3. Behoud van de omvang van de eurozone (met andere woorden, houdt Griekenland en de andere perifere landen binnen de eurozone), wat een krachtig instrument is in de handen van de multinationals en de grote economieën van de zone. 4. Het neoliberale beleid moet vooral in Griekenland, maar ook in de andere perifere landen van de eurozone meer gewicht in de schaal leggen als voorbeeld voor alle Europese volkeren. 5. Versterking van autoritaire bestuursvormen in heel Europa (zowel in de Europese Unie in het algemeen als in elke lidstaat), zonder gebruik te maken van nieuwe experimenten die lijken op fascistische of naziregimes of die van Franco, Salazar of de Griekse kolonels (1967-1974). Met dit aspect wordt onvoldoende rekening gehouden omdat de nadruk wordt gelegd op de economische en sociale gevolgen. De autoritaire neiging binnen de EU en de eurozone is een belangrijk punt en een doel van de Europese Commissie en de grote ondernemingen. Dit raakt aan de uitvoerende macht, snelle stemprocedures, het beperken of schenden van veel rechten, het negeren van de keuzen van kiezers en, onder andere een toenemende onderdrukking van afwijkende meningen. We moeten lering trekken uit het falen van het beleid van de regering van Alexis Tsipras in 2015 om met de bezuinigingspolitiek te breken. Ook is het noodzakelijk om ons de beperkingen van de socialistische minderheidsregering van Antonio Costa in Portugal te realiseren [note]De uitgaande rechtse coalitie won de meeste stemmen in de algemene verkiezingen van 4 oktober 2015, maar won niet de meerderheid. De verschillende linkse fracties wonnen samen de meerderheid van de zetels in het parlement van de Republiek: de Socialistische Partij werd 2e met 32,4%; de Bloco de Esquerda (Linkseblok) was 3e met 10,3%, en 19 zetels (van 8 in 2011); de Portugese Communistische Partij won één zetel om en kwam op 15; de Groene Partij behield haar 2 zetels. In november 2015 werd een regeringsovereenkomst gesloten: de PS regeerde alleen en de BE en de PCP, hoewel ze weigerden tot de regering toe te treden, zouden hun steun geven wanneer ze dat nodig achtten. [/note]. Een alternatief beleid in het belang van de burgers moet tegelijkertijd het hoofd bieden aan het bezuinigingsbeleid, de overheidsschuld, de particuliere banken, de eurozone, autoritaire tendensen tegengaan en het proces van het opstellen van een nieuwe grondwet lanceren. De ervaringen in de eurozone in de periode 2010-2018 laten duidelijk zien dat het onmogelijk is om te breken met bezuinigingen, tenzij er op zijn minst op alle bovengenoemde problemen wordt gereageerd. Natuurlijk moeten ook de klimaat- en milieucrises worden aangepakt. Dat geldt ook voor de humanitaire crisis die wordt veroorzaakt door het Europese beleid van versterkte grenzen - de oorzaak van zoveel doden in het Middellandse Zeegebied onder immigranten en asielzoekers -, de crisis in het Midden-Oosten, extreemrechts en de opkomst van racisme. Met de verkiezing van Trump, en ook de opkomst van de radicale bewegingen die rond de kandidatuur van Bernie Sanders ontstond en die vooraan staat in de strijd tegen Trump en zijn programma, moeten de Europese radicaal-linkse partijen, vakbonden, feministen en milieuactivisten banden creëren met de krachten van verzet in de VS. Een groot deel van de radicaal linkse partijen met leden in het Europees Parlement, heeft nog steeds een verkeerd beeld van wat de integratie in de EU en de eurozone betekent. Simpel gezegd lijken zij meer voordelen dan nadelen te zien in de EU. Ze zijn van mening dat de EU, net als de eurozone, verenigbaar is met een terugkeer naar een sociaaldemocratisch beleid, iets minder onrechtvaardigheid en met keynesiaanse maatregelen om de economie nieuw leven in te blazen. [caption id="attachment_15945" align="aligncenter" width="600"] Betogers op het Syntagmaplein, Athene, op 3 juli 2015, twee dagen voor het 'OXI-referendum' (Foto Ggia, Creative Commons licentie)[/caption] Gezien de ervaringen van 2015 is het van fundamenteel belang dat degenen die geen illusies hebben in de EU of de eurozone en die authentieke ecologische en socialistische perspectieven zien in een breuk met de EU, zoals die bestaat, krachtig worden gesteund. Het is duidelijk dat noch de EU noch de eurozone kan worden hervormd. Het is duidelijk dat het onmogelijk is om, op basis van de legitimiteit van het algemeen kiesrecht of het democratisch debat, de Europese Commissie, het IMF, de ECB en de conservatieve regeringen die in het grootste deel van Europa aan de macht zijn, aan te zetten tot het nemen van maatregelen die de rechten van het Griekse volk, of in het algemeen van de bevolking van welk land dan ook te eerbiedigen. Het Griekse referendum van 5 juli, werd door de Europese instellingen verworpen en tegen gewerkt door middel van chantage en dwang (zoals het dwingen van de Griekse banken om vijf dagen voor het referendum te sluiten). En de uitslag van het referendum heeft hen er niet toe gebracht om concessies te doen. Integendeel, door alle democratische beginselen volledig te negeren, werden hun eisen alleen maar dwingender. Er zijn zeker veel maatregelen die op Europees niveau genomen kunnen en moeten worden om de economie te stimuleren, de sociale onrechtvaardigheid te verminderen, de schuldenlast draaglijk te maken en de democratie te versterken. In februari 2015 presenteerde Yanis Varoufakis, de toenmalige Griekse minister van financiën, voorstellen in die richting namelijk dat de Griekse schuld ingewisseld zou worden voor twee nieuwe soorten obligaties - groei-geïndexeerde obligaties en/of 'eeuwigdurende' obligaties - waarbij de Grieken alleen de rente zouden betalen  [note]Zie: http://www.latribune.fr/actualites/... (in het Frans). [/note]. Deze voorstellen waren weliswaar gematigd en perfect uitvoerbaar, maar hadden geen enkele kans om door de Europese autoriteiten te worden aanvaard. Dat is het geval met veel voorstellen om de schuldenlast van Griekenland en tal van andere landen te verlichten (gezamenlijke schulderkenning, wederzijdse obligaties in euro's, enz.) Technisch gezien zijn deze voorstellen allemaal haalbaar, maar wat mist is de wil, in de huidige politieke context en machtsverhoudingen in de EU. Een progressieve regering kan er niet op hopen te worden gehoord, gerespecteerd en nog minder, bijgestaan door de Europese Commissie, de ECB en het Europees Stabiliteitsmechanisme. De ECB kan het banksysteem van een land in de eurozone verlammen door de toegang van banken tot liquiditeiten af te snijden. De arbitraire macht van de ECB en de bankenunie gebruikte deze middelen om de dwingende bevoegdheden van de Europese instellingen ten aanzien van Griekenland in 2015 te versterken om er zeker van te zijn dat de poging om een progressieve koers in te slaan zou mislukken. Met het oog op de komende Europese verkiezingen in mei 2019 hebben verschillende linkse krachten voorstellen gedaan die vergelijkbaar zijn met de voorstellen van Varoufakis, ook al is er geen enkele kans dat ze worden uitgevoerd. Want het vereist slechts een paar regeringen van de eurozone om zich daartegen te verzetten, opdat dergelijke maatregelen onuitvoerbaar worden gemaakt, aangezien zij de goedkeuring van de ECB moeten hebben. De EU verdragen zijn uiterst beperkend op het gebied van schulden en tekorten. De Europese autoriteiten, die het beleid onder controle hebben, zouden gemakkelijk kunnen besluiten om af te wijken van de regelgeving met het oog op de crisistoestand (zij doen dit voor regeringen die hen bevallen  [note]Om de minste voorbeelden te noemen: Frankrijk onder Nicolas Sarkozy en Duitsland onder Angela Merkel zijn nooit gesanctioneerd voor hun voortdurende overschrijding van de regel met betrekking tot begrotingstekorten en recentelijk heeft de Europese Commissie ook 'begrip' getoond voor de regering Mariano Rajoy in Spanje in 2015-2016. [/note] ), maar zij waren duidelijk niet van plan dit te doen in het geval van Griekenland. Integendeel, alle onderhandelende partijen hebben zich fel verzet tegen de Griekse regering, ook al gaf deze blijk van grote gematigdheid (op zijn zachtst gezegd). De reguliere media en talrijke Europese leiders behandelden Alexis Tsipras en Yanis Varoufakis als rebellen, of zelfs radicale anti-Europeanen. De trojka heeft tussen januari en juli 2015 gestreden tegen de poging van de Griekse regering om het Europese volk te laten geloven dat er een alternatief is voor het neoliberale kapitalisme. De capitulatie van de eerste regering Tsipras was niet voldoende om het IMF of de Europese leiders tevreden te stellen. De tweede regering van Tsipras bleef onder druk staan om steeds meer neoliberaal beleid toe te passen, vooral om publieke eigendommen en de welvaarts- en pensioenstelsels aan te vallen en het grote kapitaal te helpen door de invoering van juridische maatregelen die tot verdere achteruitgang leidde en de privatisering bevorderen. Hier een (onvolledige) lijst: een wijziging van de wetgeving, zodat in geval van faillissement van een onderneming de banken voorrang krijgen boven de werknemers en gepensioneerden van de onderneming; de volledige marginalisering van de overheid in het aandeelhouderschap van banken; meer bevoegdheden voor de onafhankelijke instantie voor belastinginning; verdere achteruitgang in het systeem van de pensioenen; verdere achteruitgang in het arbeidsrecht en de uitoefening van het stakingsrecht; verdere privatiseringen; aanpassing van de wetgeving om gedwongen huisuitzetting van gezinnen met schulden en gedwongen veiling van goederen van personen met schulden via internet mogelijk te maken; onderdrukking van burgers die hulp verlenen aan mensen die met uitzetting worden bedreigd; een mechanisme van automatische bezuinigingen, als de in het derde memorandum vastgelegde doelstellingen inzake begrotingsoverschotten niet worden bereikt. Toen de termijn van het derde memorandum op 20 augustus 2018 officieel afliep, werden de budgettaire beperkingen gehandhaafd. De regering Tsipras heeft zich ertoe verbonden de komende tien jaar een primair begrotingsoverschot te garanderen. Al deze nieuwe maatregelen en tegenmaatregelen leidden tot meer onrechtvaardigheid en onzekerheid. Griekenland heeft geen vermindering van de schuldvoorraad gekregen en blijft de ECB en het IMF tot de laatste cent terugbetalen [note]Eric Toussaint, "Het beleid van de trojka in Griekenland: Beroof het Griekse volk en geef het geld aan particuliere banken, de ECB, het IMF en de dominante staten van de eurozone", gepubliceerd op 28 augustus 2018. [/note]. Dit is de eerste les: de volkeren en de autoriteiten waarop zij vertrouwen om te breken met de bezuinigingsprogramma's kunnen geen einde maken aan de schendingen van de mensenrechten door de schuldeisers en de grote ondernemingen, tenzij zij krachtige eenzijdige zelfverdedigingsmaatregelen nemen. Sommigen beweren dat als er in Madrid een linkse regering aan de macht komt, zij het gewicht van de Spaanse economie (met het vierde grootste BBP van de Eurozone) zou kunnen gebruiken om te onderhandelen over concessies die Tsipras niet kon krijgen. Maar welke concessies? De productie en werkgelegenheid weer op gang brengen door middel van zware overheidsuitgaven en tekorten? De ECB en Berlijn zouden zich samen met minstens vijf of zes andere hoofdsteden verzetten tegen een dergelijk beleid! Sterke maatregelen nemen tegen de banken? De ECB zou met de steun van de Europese Commissie een dergelijk beleid afwijzen. Het is ook zeker dat als radicaal links tot de regering van een land als Cyprus, Ierland, Portugal, Slovenië of een van de Baltische staten zou toetreden, zij niet het gewicht in de schaal zou leggen om een onbuigzame Europese Commissie of de raad van bestuur van de ECB ervan te overtuigen af te zien van bezuinigingen, privatiseringen te stoppen, openbare diensten te ontwikkelen en de schuld drastisch te verminderen. De landen zullen zich moeten verzetten en eenzijdige maatregelen moeten nemen in het belang van hun bevolking. Kunnen verschillende progressieve regeringen van landen van de eurozone een gemeenschappelijk front vormen voor heronderhandelingen? Het zou zeker zeer welkom zijn als dit zou kunnen gebeuren, maar de mogelijkheid is ver weg, al was het maar om redenen van de electorale agenda (het feit dat verkiezingen in de verschillende Europese landen niet gelijktijdig zijn). Als een Franse linkse kandidaat de volgende presidentsverkiezingen in Frankrijk in 2022 wint en zijn radicaal linkse coalitie de volgende algemene verkiezingen wint, kan een Franse linkse regering dan een hervorming van de euro bewerkstelligen? Het kamp Mélenchon denkt van wel. Er is reden om aan die mogelijkheid te twijfelen. Stel dat Mélenchon de verkiezingen had gewonnen en een regering had gevormd die van plan was een sociaal beleid te voeren en de euro te hervormen. Wat zou haalbaar zijn? Het is voor een Franse regering mogelijk om de huidige verdragen te negeren, maar dat zal niet leiden tot een ingrijpende hervorming van de eurozone. Om dit te doen, zijn er tegelijkertijd progressieve verkiezingsoverwinningen nodig, zowel in grote landen als in perifere landen. Dit gezegd hebbende, is het duidelijk dat de regering van een provocerend Frankrijk en haar bondgenoten, die maatregelen nemen ten gunste van de Franse bevolking en de volkeren van de wereld (bijvoorbeeld door de schulden van Griekenland en de ontwikkelingslanden aan Frankrijk af te schaffen) een positief effect kan hebben in heel Europa. De uitweg uit de crisis gaat niet via een nationalistische aanpak. Het is nu meer dan ooit belangrijk om een internationalistische strategie te kiezen en te streven naar een Europese integratie die alle volkeren die zich verzetten tegen de huidige vorm van integratie die volledig wordt gedomineerd door de belangen van het grootkapitaal, bindt. Er moeten ook nieuwe campagnes en gecoördineerde acties op continentaal niveau en daarbuiten worden gevoerd met betrekking tot de schuldenlast, het recht op huisvesting, de opvang van migranten en vluchtelingen, de volksgezondheid, het openbaar onderwijs, het recht op werk, de strijd voor de sluiting van kerncentrales en de radicale vermindering van het gebruik van fossiele brandstoffen, bestrijding van fiscale dumping en belastingparadijzen, de strijd voor de socialisatie van banken en verzekeringsmaatschappijen, acties tegen steeds autoritairdere  bestuursvormen, de strijd voor de verdediging en uitbreiding van de rechten van vrouwen en de rechten van LGBTI's, de bevordering van gemeenschappelijke goederen en het opstarten van grondwetgevende processen. De zwakke schakels in de inter-Europese dominantieketen bevinden zich in de perifere landen en in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Als Syriza in 2015 een correcte strategie had gehad, zou dat een keerpunt kunnen zijn geweest. Dat is niet gebeurd. Andere zwakke schakels waar radicaal links in de niet zo verre toekomst aan de macht kan komen, zijn Portugal en Spanje en misschien Cyprus, Ierland en Slovenië, enz. Een nieuwe progressieve vooruitgang zou afhankelijk zijn van het vermogen van radicaal links om lering te trekken uit de lessen van 2015 en zo antikapitalistische en democratische voorstellen te doen die steun krijgen. Het lijdt geen twijfel dat de kracht van de volksmobilisatie een doorslaggevende factor zal zijn. Als de druk om echte compromisloze veranderingen door te voeren niet in de straten, de wijken en de werkplekken tot uitdrukking komt, zal de toekomst zeer somber zijn.

Tien voorstellen om een herhaling van de capitulatie van Griekenland te voorkomen

Om een herhaling van de capitulatie die we in 2015 in Griekenland zagen, te voorkomen, zijn hier tien voorstellen voor sociale mobilisaties en acties voor elke regering die werkelijk in het belang van de mensen opereert, maatregelen die onmiddellijk en gelijktijdig moeten worden genomen. Eerste voorstel: Een linkse regering moet de Europese Commissie op een zeer transparante manier ongehoorzaam zijn, met voorafgaande aankondigingen. De partij of coalitie van partijen (het voorbeeld van Spanje komt in gedachten) die beweert te willen regeren, moet vanaf het begin weigeren om de bezuinigingsmaatregelen te gehoorzamen en zich ertoe verplichten om maatregelen die enkel en alleen dienen om de begroting in evenwicht te brengen weigeren. Zij moeten dit aankondigen: "We zullen niet toegeven aan het dictaat van de Europese Verdragen over een evenwichtige begroting, omdat we meer overheidsuitgaven willen besteden aan sociale ontwikkeling, het beëindigen van de bezuinigingen en het begin van de ecologische transitie. Dit alles betekent dat we gedurende meerdere jaren achtereen grotere begrotingstekorten zullen hebben". De eerste stap is dan ook om op een duidelijke en vastberaden manier ongehoorzaam te zijn. De Griekse capitulatie heeft ons laten zien waarom we de illusie moeten laten varen dat de Europese Commissie en andere Europese regeringen de wil van de bevolking respecteren. Deze illusie kan alleen maar tot een ramp leiden. We moeten ongehoorzaam zijn. Tweede voorstel: Oproep tot volksmobilisaties, zowel op nationaal als op Europees vlak. In 2015 is een dergelijk initiatief in Griekenland en elders in Europa mislukt. Het is duidelijk dat de Europese sociale bewegingen geen groot succes hebben geboekt bij het mobiliseren van demonstraties, die wel plaatsvonden, maar onvoldoende solidariteit met het Griekse volk hebben getoond. Het is echter ook waar dat de strategie van Syriza niet voorzag in oproepen tot volksmobilisaties in Europa, of zelfs in Griekenland. En toen de regering van Tsipras opriep tot mobilisatie door middel van het referendum van 5 juli 2015, werd de volkswil van de 61,5% van de Grieken die weigerden de eisen van de schuldeisers te aanvaarden, niet gerespecteerd. Vergeet niet dat Yanis Varoufakis en Alexis Tsipras vanaf eind februari 2015 tot eind juni 2015 verklaringen hebben afgelegd om de publieke opinie ervan te overtuigen dat er een akkoord in zicht was en dat de situatie verbeterde. Stel je voor dat ze na elke belangrijke onderhandeling hadden uitgelegd wat er op het spel stond door middel van persberichten, verklaringen aan de media en verklaringen in het openbaar - voor het hoofdkwartier van de Europese instellingen in Brussel en elders. Stel je voor dat ze hadden onthuld wat er werkelijk aan de hand was. Dat zou hebben geleid tot bijeenkomsten van duizenden of tienduizenden mensen, en de sociale netwerken zouden dit alternatieve discours hebben doorgegeven aan honderdduizenden of miljoenen anderen. Derde voorstel: Een schuldaudit met participatie van de burgers De situaties in de EU-landen, en natuurlijk ook binnen de eurozone, zijn divers. In sommige Europese landen - zoals in Griekenland - is het absoluut noodzakelijk en een prioriteit om de aflossing van de schuld op te schorten, om zo absolute voorrang te geven aan het voldoen aan sociale behoeften en het waarborgen van de fundamentele mensenrechten. Het is ook een sleutelelement van een zelfverdedigingsstrategie. In Spanje, Portugal, Cyprus en Ierland hangt het af van het machtsevenwicht en het huidige economische beeld. In andere landen is het mogelijk om eerst de audit (onderzoek) uit te voeren en vervolgens een besluit te nemen over de opschorting van terugbetalingen. De specifieke situatie van elk land moet worden bekeken alvorens tot deze maatregelen over te gaan. Geconfronteerd met de dreiging van represailles van de ECB, beschikt de bevolking van de lidstaten van de eurozone over een krachtig wapen van zelfverdediging. De ECB bezit nu grote hoeveelheden staatsobligaties van de landen van de eurozone die zij heeft opgekocht van particuliere banken in het kader van Quantitative Easing. Op 30 september 2018 bezat zij Spaanse staatsobligaties ter waarde van € 256 miljard, € 360 miljard Italiaanse obligaties, € 414 miljard Franse obligaties en € 36 miljard Portugese obligaties [note] Officiële website van de ECB, "Breakdown of debt securities under the PSPP", https://www.ecb.europa.eu/mopo/impl... geraadpleegd op 3 november 2018.[/note]. In totaal bezat de ECB in september 2018 voor 2150 miljard euro aan staatsobligaties van landen in de eurozone (als we de restanten van de in 2010-2012 opgekochte Griekse obligaties meetellen). Wat als een linkse regering in Spanje of Frankrijk tegen de ECB zou zeggen: "Als u probeert te voorkomen dat wij het beleid voeren dat ons volk wil, zullen wij de terugbetaling van de obligaties die u aanhoudt opschorten". De opschorting van betalingen zou zowel betrekking hebben op de rente als op het bedrag dat op de vervaldag verschuldigd is. De regering zou dus een krachtig wapen van zelfverdediging en druk in handen hebben dat zij niet mag aarzelen om te gebruiken. Bovendien, als de schuld door de regering en het volk als ‘afschuwelijk’ wordt beoordeeld, omdat de doelstellingen strijdig waren met de belangen van de meerderheid van de bevolking, zou afwijzing op basis van een audit met burgerparticipatie een legitieme daad zijn. Vierde voorstel: Toezicht op het kapitaalverkeer instellen. Het is belangrijk om te begrijpen wat dat betekent. Het betekent niet dat mensen niet enkele honderden euro's naar het buitenland mogen overmaken. Het is duidelijk dat internationale financiële transacties tot een bepaald bedrag moeten zijn toegestaan. Aan de andere kant is het belangrijk om een strikte controle op de kapitaalstroom boven een bepaalde grens af te dwingen. Vijfde voorstel: De financiële sector en de energiesector socialiseren. Socialiseren van de financiële sector betekent niet alleen het ontwikkelen van een publiek netwerk van banken. Het houdt in dat er een openbaar monopolie op de financiële sector, dat wil zeggen de banken en verzekeringsmaatschappijen, wordt afgekondigd: een socialisatie van de financiële sector onder controle van de burger. Met andere woorden, de financiële sector omvormen tot een openbare dienst [note] Voor een uitleg over de socialisatie van banken, zie What is to be Done with the Banks? Versie 2.0.[/note].  Socialiseren van de banksector betekent:
  • onteigening van de grootaandeelhouders zonder compensatie (of alleen met een symbolische euro); kleine aandeelhouders worden gecompenseerd;
  • het monopolie van de bankactiviteit toe te vertrouwen aan de publieke sector, met één uitzondering: er komt een kleinschalige coöperatieve banksector die onderworpen is aan dezelfde basisregels als de publieke sector);
  • het opstellen - met participatie van de burgers - van een handvest van doelstellingen en taken waarin de openbare dienst van sparen, kredieten en investeringen wordt uitgewerkt ter ondersteuning van de prioriteiten die via een proces van democratische planning zijn vastgesteld;
  • het waarborgen van de transparantie van de rekeningen, die in een gemakkelijk te begrijpen vorm aan het publiek moeten worden gepresenteerd;
  • de oprichting van een openbare dienst voor sparen, kredieten en investeringen met een dubbele structuur: enerzijds een netwerk van kleine nabijgelegen instellingen en anderzijds gespecialiseerde organisaties die belast zijn met het beheer van de fondsen en de financiering van investeringen in projecten die niet door de ministeries van volksgezondheid, onderwijs, energie, openbaar vervoer, pensioenen, de sociaal-ecologische overgang, enz. worden beheerd. De ministeries moeten over voldoende budgetten beschikken om de financiering van de investeringen onder hun verantwoordelijkheid te dekken. De gespecialiseerde organisaties zouden zich moeten bemoeien met zaken die buiten de bevoegdheden en actieterreinen van deze ministeries vallen om een samenhangend geheel te waarborgen [note] Patrick Saurin en Eric Toussaint, How to Socialize the Banking Sector[/note].
Uiteraard blijft de socialisatie van de energiesector ook tijdens de ecologische transitie een prioriteit. De ecologische transitie kan niet plaatsvinden zonder een publiek monopolie op de energiesector, zowel wat betreft de productie als de distributie. Zesde voorstel: Creëren van een complementaire, niet-converteerbare munt en het onvermijdelijke debat over de euro. Of het nu gaat om het verlaten van de eurozone of om het in de eurozone blijven, het is noodzakelijk om een niet-converteerbare aanvullende valuta te scheppen. Met andere woorden, een munteenheid die lokaal wordt gebruikt voor uitwisselingen binnen het land - bijvoorbeeld voor de betaling van pensioenen en salarissen van ambtenaren, belastingen, openbare diensten, enz. Het gebruik van een aanvullende munt maakt een gedeeltelijke opheffing van de dictatuur van de euro en de Europese Centrale Bank mogelijk. Natuurlijk kunnen we het debat over de eurozone niet omzeilen. In verschillende landen is het verlaten van de eurozone een optie die moet worden verdedigd door politieke partijen, vakbonden en andere sociale bewegingen. Verschillende landen van de eurozone zullen niet in staat zijn om echt te breken met de bezuinigingen en een eco-socialistische transitie op gang te brengen zonder de eurozone te verlaten. Een herverdelende monetaire hervorming  [note] Door bij de overgang van de euro naar de nieuwe munt een progressieve wisselkoers toe te passen, zou de hoeveelheid contant geld in de handen van de rijkste 1% worden verminderd en de rijkdom worden herverdeeld onder de huishoudens.[/note], of anders het heffen van een speciale progressieve belasting op inkomens boven de 200.000 euro, moet worden doorgevoerd in het geval van een exit. Dat voorstel zou enkel van toepassing zijn op het vermogen in contanten en niet op persoonlijke bezittingen (eigen woning enz.). Zevende voorstel: ingrijpende belastinghervorming. Afschaffing van de BTW op basisconsumptiegoederen en -diensten, zoals voedsel, elektriciteit en water en andere basisbenodigdheden (tot een bepaald consumptieniveau per persoon) [note] Dit zou kunnen worden gecombineerd met maatregelen om gratis water, elektriciteit, gas, enz. te verstrekken aan particulieren tot een bepaald consumptieniveau.[/note] . Anderzijds, verhoging van de BTW op luxegoederen en -diensten, enz. We moeten ook de belastingen op bedrijfswinsten en inkomens boven een bepaald niveau verhogen - met andere woorden, een progressieve belasting op inkomen, vermogen en luxewoningen. Er zal niet worden gemikt op woningen die door de eigenaar worden bewoond. De belastinghervorming moet onmiddellijk effect sorteren: dat wil zeggen leiden tot een zeer aanzienlijke daling van de indirecte en directe belastingen voor de meerderheid van de bevolking en een zeer aanzienlijke stijging voor de rijkste 10 procent en voor grote ondernemingen. Ook zullen er strenge nieuwe maatregelen genomen moeten worden tegen fraude en belastingontduiking. Achtste voorstel: deprivatisering - "terugkoop" van geprivatiseerde bedrijven voor een symbolische euro. Een symbolische euro betalen aan degenen die van privatiseringen hebben geprofiteerd, zou een passend gebaar zijn en zou de openbare diensten onder controle van de burgers versterken en uitbreiden. Negende voorstel: uitvoering van een breed noodplan voor het scheppen van nuttige banen en voor rechtvaardigheid. Arbeidstijdverkorting zonder loonsverlaging. Intrekking van antisociale wetten en vaststelling van wetten om de situatie van misbruik van hypotheekschulden te verhelpen; landen als Spanje, Ierland, Griekenland, enz. zijn het meest betrokken. Dit zou wel eens wettelijk moeten worden geregeld om rechtszaken te vermijden (aangezien veel huishoudens te maken krijgen met rechtszaken door banken). Een parlement zou bijvoorbeeld een wet kunnen aannemen om hypotheekschulden van minder dan 150.000 euro kwijt te schelden en zo een einde te maken aan dergelijke gevallen. Er zou een omvangrijk programma van overheidsuitgaven worden uitgevoerd om de werkgelegenheid en sociaal nuttige activiteiten te stimuleren door lokale systemen aan te moedigen. Tiende voorstel: Een echt grondwettelijk proces op gang brengen Dit impliceert geen grondwetswijzigingen binnen de bestaande parlementaire instellingen. Het gaat om de ontbinding van het parlement en de verkiezing van een grondwetgevende vergadering door middel van een rechtstreekse stemming, en om het combineren van dit proces met voortdurende strijd op verschillende lokale niveaus, waardoor de basis wordt gelegd voor iets wat lijkt op een "eco-socialistische" samenleving. Om er maar een paar te noemen: stakingen die tot doel hebben de werkomstandigheden te verbeteren in weerwil van de macht van de bazen; de bezetting en overname van fabrieken, de invoering van modellen van zelfbestuur; een nieuwe golf van feministische strijd tegen patriarchale structuren en het streven naar gelijke rechten; bewegingen om migranten op te vangen en te helpen; milieubewegingen gebaseerd op de bezetting van gebieden en directe actie ("ZAD", "Ende Gelände", enz.), die nieuwe vormen van gemeenschapsbeheer uitvinden; "opstandige gemeenten" die zich niet houden aan bezuinigingen of anti-migrantenrichtlijnen en hun eigen netwerken creëren; volksinitiatieven voor overheidsschuldaudits en het in vraag stellen van onwettige schulden. Deze strijd vormt het uitgangspunt voor een constituerend proces met een antikapitalistische oriëntatie. Een dergelijk proces zou ook kunnen worden geïntegreerd in soortgelijke processen op Europees niveau. De te nemen maatregelen moeten de problemen bij de wortel aanpakken en tegelijkertijd in een samenhangend programma worden toegepast. Dit zijn tien basisvoorstellen voor discussie. Eén ding is echter zeker: de te nemen maatregelen moeten de problemen bij de wortel aanpakken en tegelijkertijd binnen een samenhangend programma worden toegepast. Het is niet mogelijk om een einde te maken aan het bezuinigingsbeleid als er niet van meet af aan radicale maatregelen tegen het grootkapitaal worden genomen. Geloven dat er nog een andere keuze is, is zich verschuilen achter een rookgordijn en kan nooit tot echte vooruitgang leiden. De architectuur van Europa is zodanig en de kapitalistische crisis is zo groot dat er geen ruimte is voor een neo-Keynesische productivistische politiek. Het ecosocialisme moet centraal staan in het debat en niet opzij worden geschoven. Er moeten onmiddellijk concrete voorstellen worden gedaan. We moeten de strijd voeren en de weg van een eco-socialistische transitie inslaan. Het is een absolute en onmiddellijke noodzaak. Het is van het grootste belang om mensen uit te leggen wat er nodig en mogelijk is om echte verandering teweeg te brengen. Want in publieke discussies wordt de haalbaarheid van het breken met het neoliberale model voortdurend in twijfel getrokken, na het fiasco van de Griekse ervaring in 2015. De voorstellen moeten een samenhangend programma vormen. Het programma moet vergezeld gaan van een soort gebruikershandleiding. Dit is natuurlijk het moeilijkste deel, maar hoe kunnen mensen anders overtuigd worden van de haalbaarheid van een programma? Er moeten verschillende scenario's worden opgesteld op basis van de lessen van de afgelopen acht jaar in de EU in het algemeen en in de eurozone in het bijzonder. Het is belangrijk om een grondige analyse van de gebeurtenissen in het eerste semester van 2015 in het oog te houden. Er is één duidelijke les die we moeten leren: tegenover een volksregering zou er direct een negatieve reactie van de bestuursorganen van de EU snel komen.  De Europese Commissie, de Eurogroep en de managers van de ECB zouden niet onbewogen blijven als een volksregering zou besluiten de weg van de verandering in te slaan. Er zou geen wachttijd van enkele maanden zijn. De volksregering zelf zou snel moeten handelen. In het geval van Griekenland heeft de ECB in de eerste dagen na de installatie van de regering Tsipras Griekenland onderworpen aan een proces van financiële verstikking. De weigering van de regering Tsipras om krachtige maatregelen van zelfverdediging te nemen leidde tot de eerste capitulatie van 20 februari 2015. [note] Eric Toussaint, "Varoufakis-Tsipras move towards the disastrous agreement with the Eurogroup of 20 February 2015. En Eric Toussaint, " The first capitulation of Tsipras and Varoufakis at the end of February 2015.[/note] Daarna hadden ze nog steeds een radicale koerswending kunnen uitvoeren, maar de regerende groep rond Tsipras handhaafde dezelfde houding van capitulatie die leidde tot het tragische resultaat van juli 2015. Aangezien de Griekse ervaring heeft geleerd dat, tenzij ze bereid zijn om zich te schikken naar maatregelen zoals die van een regering als die van Costa's in Portugal, elke linkse strategie rekening moet houden met het feit dat de sabotagemaatregelen van de Europese autoriteiten sterk en snel zullen komen. Ook de markten zullen negatief reageren en de reguliere media zullen vijandig staan tegenover een volksregering. De linkerzijde zou er verkeerd aan doen er van uit te gaan dat de Eurogroep, de ECB, de huidige Duitse regering en haar bondgenoten in de Eurozone een volksregering in Spanje of Frankrijk of andere Eurozonelanden in staat zouden stellen om ingrijpende veranderingen door te voeren. Voor die instellingen zou het van vitaal belang zijn om elke mogelijke uitbreiding van een authentiek links experiment te voorkomen. Het is daarom onontbeerlijk dat zij laten zien dat zij in staat zijn om radicale voorstellen te doen op het gebied van monetair beleid, schulden, banken, belastingen, de begroting (door te weigeren een primair overschot veilig te stellen vóór de betaling van de schuld), kapitaal/arbeidsverhoudingen, sociale zekerheid, internationaal beleid en -niet minder onontbeerlijk- op het gebied van de politieke democratie, wat inhoudt dat er een authentiek constituerend proces wordt begonnen. We weten dat het uitwerken van een samenhangend programma en het toevoegen van een overtuigende gebruikershandleiding niet voldoende is om de machtsverhoudingen te wijzigen. De mobilisatie van het volk zal het doorslaggevende element zijn. Maar zonder een samenhangend programma en de echte wil om het uit te voeren, zou het risico bestaan dat de volksmobilisatie er niet door zou komen en gefragmenteerd zou blijven. Het bestaan van een programma en de vastbeslotenheid om het erdoor te drukken zou een begin kunnen zijn van het verleggen van  de lijnen en zou het offensief op gang kunnen brengen. Laten we hopen dat we in staat zullen blijken om onze ideeën en voorstellen te confronteren met een gezamenlijk uitgewerkt programma dat verder gaat dan de huidige staat van fragmentatie en abstractie die we in het volkskamp zien. Laten we alles doen wat nodig is in termen van actie en mobilisatie om dat programma uit te voeren.   (*) Eric Toussaint is coördinator van CADTM en lid van de leiding van de Vierde Internationale. Deze tekst is geschreven voor de collectieve publicatie Que faire en Europe ? onder redactie van Alexis Cukier, Benjamin Bürbaumer en Marlène Rosano-Grange, uitgegeven door La Dispute, Parijs. Geplande publicatiedatum: Maart 2019. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos. Met dank voor de overname van het artikel.

Schandalig: Aquarius moet reddingsoperaties op Middellandse Zee opgeven

07/12/2018 - 13:56

Terwijl ‘eerbare’ politici hun deugd demonstreren als voorstanders van het VN-migratiepact (waarmee  ze niet van plan zijn ook maar iets verder te doen) moet een klein maar moedig en efficiënt initiatief van onderuit noodgedwongen de deuren sluiten: het reddingsschip Aquarius moet zijn activiteiten stopzetten. Het door Artsen Zonder Grenzen en SOS Méditerrannée gerunde initiatief heeft sinds 2016 zo ’n 30.000 mensen gered op de Middellandse Zee, en als men er de andere gelijkaardige reddingsinitiatieven bijtelt (de Bourbon Argos, Dignity, Prudence en Phoenix ) – werden sinds 2015 tachtigduizend (80,000) mensen gered. Maar de Aquarius heeft geen vlag meer om onder te varen, het schip kan de haven van Marseille niet langer verlaten. “Het resultaat van een permanente campagne, aangevoerd door de Italiaanse regering en ondersteund door andere Europese landen, om hulporganisaties te delegitimeren, te besmeuren en te boycotten”, aldus een verklaring van Artsen Zonder Grenzen Frankrijk (MSF)

De beschuldigingen door MSF-directeur Nelke Manders aan het adres van de Europese autoriteiten zijn niet mals: “Europa mislukte niet alleen in het organiseren van toezichts- en reddingscapaciteit, maar het saboteerde ook actief de pogingen van derden om levens te redden”. En inderdaad, aan de reddingsteams werd verweten dat ze de mensensmokkelaars hielpen, havenautoriteiten beweerden dat de Aquarius illegaal vuilnis stortte …

Men kan niet beweren dat dit nu eenmaal de beslissingen zijn van regeringen en autoriteiten van rechtse lidstaten, waar de EU ‘helaas’ niets kan aan veranderen. Heel haar aanpak als EU, het beroep op regimes als het Turkse en Libische, de versterking van Frontex (op naar 10.000 grenswachters!), het ‘afkopen’ van terugkeer bij regimes van allerlei slag, de ‘activatie’ van de ontwikkelingshulp, alles wijst erop dat de EU zich op het gebied van migratie als een uiterst rechts regime gedraagt. Als het erop aankwam banken te redden werden – met succes – dreigbrieven geschreven vanuit de Europese Centrale Bank om regeringen onder druk te zetten. Maar het leven van enkele duizenden untermenschen is natuurlijk niets in vergelijking met het leven van een bank. (hm)

 

 

 

DIE LINKE op de bres voor de rechten van migranten

06/12/2018 - 18:05

6 december 2018   Op 30 november hielden het partijbestuur en de parlementsfractie van het Duitse linksradikale DIE LINKE beraad over het thema "Vlucht en Migratie". Ze gaven daarover een verklaring uit [note] "Deutschland ist eine Einwanderungsgesellschaft", Die Linke, 30 november 2018. [/note] in naam van de partijvoorzitters Katja Kipping en Bernd Riexinger, en de fractieleiders in de Bundestag Sahra Wagenknecht en Dietmar Bartsch. Deze gemeenschappelijke verklaring kan als antwoord gezien worden op speculaties over spanningen binnen de partij rond het migratiethema; het was bijvoorbeeld opgevallen dat de door Wagenknecht opgerichte beweging Aufstehen geen medeondertekenaar was van #unteilbar, de oproep voor de massabetoging op 13 oktober in Berlijn tegen racisme en voor een humaan migratie- en asielbeleid. Maar de gemeenschappelijke verklaring in zeven punten is méér dan een partijpolitiek statement, en bevat interessante ideeën die ook elders in Europa kunnen inspireren. We vonden het daarom nuttig om een samenvatting te geven; het vierde punt vertalen we integraal omdat het een standpunt bevat over het nu zo omstreden VN-migratiepact.   "Duitsland is een immigratiesamenleving" Gemeenschappelijke verklaring van de partij-en fractievoorzitters n.a.v. de bijeenkomst van het partijbestuur en de parlementsfractie over het thema "Vlucht en Migratie" op 30 november 2018 Katja Kipping, Sahra Wagenknecht, Dietmar Bartsch, Bernd Riexinger Op basis van het verkiezingsprogramma van DIE LINKE voor de Bondsdagverkiezingen van 2017 en van het besluit "Partij in Beweging" op de eerste bijeenkomst van het zesde partijcongres van 8 tot 10 juni 2018 in Leipzig besluiten wij:   Vlucht en verdrijving zijn een globaal fenomeen en een direct gevolg van oorlogen, geweld en politieke vervolging, van honger-en klimaatcatastrofen. De huidige debatten, onder andere in Duitsland, tonen aan in hoe sterk reeds het rechts gelukt is zich op te dringen in de maatschappelijke uitdagingen in verband met de vlucht- en migratiekwestie. De rechtspopulistische nationalisten koppelen met opzet sociaal onrecht met racistische slogans in het kader van hun chauvinistische cultuurstrijd. Ze drijven de samenleving uiteen en vergiftigen het democratisch samenlevingsverband. Vlucht en migratie zijn emotionele, en terzelfdertijd zeer politieke thema's, want het gaat hier niet alleen om mensen die naar ons komen, maar ook over de vraag hoe we willen leven. De strijd voor de maatschappelijke samenhang is immers een fundamentele kwestie van onze democratie. DIE LINKE heeft als opdracht dit maatschappelijk debat op een verantwoordelijke wijze te voeren. We besluiten bijgevolg samen het volgende:  
  1. Niemand vlucht vrijwillig
Vluchtelingen zijn de boodschappers van ongerechtigheid, van oorlogen en andere machtsverhoudingen, van een onrechtvaardige handelspolitiek, van wapenleveringen, dictatoriale regimes en vervolging. De hand reiken aan mensen die voor hun leven vechten is voor DIE LINKE vanzelfsprekend. Er moeten risicoloze wegen naar Europa geopend worden, reddingsoperaties op zee mogen niet langer gecriminaliseerd worden. Het vluchtelingenverdrag van Genève, het Europees mensenrechtenverdrag en het VN-kinderrechtenverdrag moeten volledig toegepast worden.  
  1. Asiel is een grondrecht
Als enige partij in de Bondsdag heeft DIE LINKE elke beperking van het asielrecht afgewezen. Na de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog is voor ons asiel een grondrecht. Het recht op asiel moet een individueel recht blijven. We zijn daarom tegen elk automatisch terugsturen naar transitlanden en derde landen. De deal tussen de EU en Turkije en elke samenwerking met dictatoriale regimes met het oog op de 'migratiecontrole' moeten onmiddellijk stopgezet worden. Het gebruik van het begrip 'veilige herkomstlanden' moet beëindigd worden.  
  1. Strijd tegen de vluchtoorzaken
Dat vereist een paradigmawijziging in de buitenland- en veiligheidspolitiek. Geen interventieoorlogen meer, want die hebben catastrofale gevolgen. Maar ook de klimaat-, ontwikkelings- en handelspolitiek moeten fundamenteel veranderen. Het kan ook niet zijn dat het budget voor het vluchtelingenwerk van de Verenigde Naties (UNHCR) van vrijwilligheid afhangt. DIE LINKE wil dat de Duitse regering in de Veiligheidsraad opkomt voor verplichte bijdragen voor UNHCR.  
  1. Rechten voor arbeidsmigranten
Arbeidsmigratie is een wereldwijde realiteit. Naar schatting van de Internationale Arbeidsorganisatie ILO zijn er meer dan 150 miljoen arbeidsmigranten. Arbeidsmigratie of vlucht/migratie omwille van economische factoren is een individueel antwoord op de bestaande wereldwijde ongelijkheid. Het is een reactie op de weigering van de rijke landen om door eerlijke handelsbetrekkingen en inkomensverdeling een rechtvaardige globale ontwikkeling mogelijk te maken. Wij zijn gekant tegen het streven van multinationals om te profiteren van de arbeidsmigratie, om de prijs van de arbeidskracht laag te houden, om door vakbonden bedongen minimumvereisten te ontlopen en werknemers hun rechten te ontnemen. Wij verwelkomen het feit dat de Verenigde Naties met het VN-migratiepact vlucht en migratie als een globaal probleem onderkennen, en we ondersteunen fundamenteel elk streven de rechten van vluchtelingen en arbeidsmigranten te versterken. Terzelfdertijd is de overeenkomst een afspiegeling van de huidige ongelijke verhoudingen in de wereld. Aldus hebben de belangen van de economische belangengroepen en van het rijke Westen het kunnen halen op die van het Zuiden, zodat de oorzaken van vlucht en migratie niet verder aangepakt worden. Dat blijkt onder andere uit de interpretatie van de Bondsregering die met het pact effectievere grenscontroles en terugdringingen rechtvaardigt, en op arbeidsmigratie aanstuurt vanuit de belangen van de nationale economie. DIE LINKE hekelt het feit dat in het pact de rechten van de migranten en de verplichtingen van de staten niet afdwingbaar zijn, en gevolgen van migratie zoals brain drain onvoldoende aan bod komen. In plaats daarvan zou Duitsland, het land met wereldwijd de grootste overschotten in handel- en kapitaalverkeer, zich actief moeten inzetten voor de rechtsgeldigheid van het internationaal ILO-verdrag ter bescherming wereldwijd van migrante werknemers. Ter compensatie voor het gevaar van het wegtrekken en weglokken van hooggekwalificeerde arbeidskrachten uit de armere herkomstlanden naar de industrielanden stellen wij de oprichting van een multinationaal compensatiefonds voor, dat gefinancierd zou kunnen worden uit een wereldwijde belasting op financiële transacties. Een dergelijk compensatiefonds zou kunnen aangewend worden voor investeringen in onderwijs, de strijd tegen armoede en de gevolgen van de klimaatopwarming in het Zuiden. Een onmiddellijke eis is dat de rekruteringbureaus die arbeidsmigranten aanwerven over een licentie beschikken, duidelijkheid bieden over lonen en contracten, en dat de kosten voor de aanwerving door de werkgevers gedragen worden. Het thema arbeidsmigratie wordt ook binnen onze partij intensief bediscussieerd. Bij deze discussies, of en hoe arbeidsmigratie gereguleerd en beperkt moet worden en hoe immigratie georganiseerd kan worden, wil DIE LINKE de sociale grondrechten van de betrokkenen beschermen en mogelijk maken.  
  1. Duitsland is een immigratiesamenleving
Wij strijden voor een democratische migratie- en integratiepolitiek, met garanties voor het recht op politieke en culturele deelname van iedereen. We zijn tegen een migratiepolitiek die alleen maar ingesteld is op het economisch nut.  
  1. Sociale zekerheid voor iedereen
Als democratische socialisten komen wij op voor sociale zekerheid en gelijke rechten voor iedereen. Loondumping en zwartwerk moeten door sociale wetgeving en algemene collectieve arbeidsovereenkomsten bestreden worden. Samen met de migranten komen we op voor betere arbeids- en levensvoorwaarden. We eisen daartoe een minimumloon van 12 euro voor iedereen die in Duitsland werkt. We willen dat er geïnvesteerd wordt in betaalbare woningen, scholen en kinderopvang (in het bijzonder in achtergestelde wijken) en in gemeentelijke infrastructuur.  
  1. Samen tegen elke vorm van racisme
Racisme is er niet alleen door vlucht en migratie, maar treft ook velen die in Duitsland geboren werden. Naast agressief taalgebruik en aanvallen op democratische en emancipatorische waarden komt er van rechts ook steeds meer fysiek geweld. Het racisme heeft de voorbije jaren aan belang en aanvaarding gewonnen op basis van de toenemende sociale onrechtvaardigheid. Als antifascistische partij engageert DIE LINKE zich in talrijke bewegingen tegen het antisemitisme, tegen elke vorm van racisme en rechtse autoritaire tendenzen. Of men nu hier geboren is, hier reeds lang leeft en woont, of op de vlucht hier is aangekomen, voor allen luidt ons parool: de waarde van een mens is onaantastbaar.  

Bolkestein herrijst: Europese Commissie wil macht over diensten

04/12/2018 - 15:14

4 december 2018 Bron: Corporate Europe Observatory vertaling door globalinfo.nl (*) met dank voor overname artikel   Vragen en antwoorden over het voorstel om de Commissie nieuwe bevoegdheden te geven om lokale besluiten nietig te verklaren     De EU-instellingen onderhandelen momenteel over nieuwe regels voor de interne markt die een ernstig en duidelijk negatief effect kunnen hebben op de besluitvorming in parlementen, provinciale raden en gemeenteraden [note]Zie ook ons bericht EU bedreigt gemeentelijke democratie,  / [/note] in heel Europa. De Commissie stelt voor de dienstenrichtlijn - ook bekend als de Bolkestein-richtlijn - op een nieuwe en buitengewoon invasieve manier ten uitvoer te leggen. Kortom, de Commissie wil het recht hebben om nieuwe wetten goed te keuren of af te wijzen evenals andere maatregelen die onder de richtlijn vallen. En de richtlijn bestrijkt heel veel verschillende kwesties: bestemmingsplannen (stadsplanning), maatregelen voor woningvoorziening, energievoorziening, watervoorziening, afvalbeheer en meer. De oppositie tegen het voorstel van de Commissie neemt snel toe, met name van gemeenteraden, wiens handelingsbekwaamheid op veel gebieden ernstig kan worden beperkt als het voorstel wordt aangenomen. Omdat zij niet goed op de hoogte waren van de implicaties, ontdekken velen van hen in een laat stadium dat gemeenten zelfs de toestemming van de Commissie moeten vragen voordat zij een maatregel aannemen die betrekking heeft op diensten. In Amsterdam keurde de gemeenteraad unaniem een motie goed waarin staat dat het voorstel "de autonomie van de lokale autoriteiten ernstig aantast en dus een bedreiging vormt voor de lokale democratie." Deze krachtige boodschap ter ondersteuning van de lokale besluitvorming begint te resoneren in steden in heel Europa. Een openbare verklaring tegen het voorstel werd  in korte tijd ondertekend door 75 Europese organisaties, waaronder NGO's, sociale bewegingen en politieke partijen, terwijl de ondertekeningen nog steeds binnenkomen. Waar draait het allemaal om? Corporate Europe Observatory heeft een lijst samengesteld van vragen die ons op dit moment regelmatig worden gesteld, om te proberen belangrijke zorgen over en problemen met dit voorstel uit te leggen. Hoe denkt de Commissie besluiten in de lidstaten stop te zetten of te veranderen? Het voorstel gaat over "kennisgeving", dat wil zeggen de Commissie "op de hoogte stellen", wat vrij onschuldig klinkt. Maar zo eenvoudig is het niet. Momenteel moet de Commissie op de hoogte worden gebracht wanneer een nieuwe beleidsmaatregel die onder de dienstenrichtlijn valt, in de lidstaat wordt ingesteld. De lidstaat kan de Commissie op de hoogte brengen nadat de maatregel is goedgekeurd en in werking is getreden. De Commissie zal dan controleren of de regels zijn gevolgd. Als zij meent dat dit niet het geval is geweest, zal zij met de betrokken lidstaat besprekingen beginnen om tot een oplossing te komen. Deze procedure is ingevoerd sinds de dienstenrichtlijn in 2006 werd goedgekeurd. Een overvloed aan lobby's voor het bedrijfsleven en de Commissie zelf hebben echter geklaagd dat deze aanpak inefficiënt en traag is. De Commissie bootst een voorstel na dat door BusinessEurope is ingediend en is ingegeven door een groot aantal lobbyisten van verschillende andere industriegroepen en heeft een nieuwe en aanzienlijk meer ingrijpende procedure voorgesteld. Volgens het nieuwe voorstel zouden de autoriteiten - of dat nu gemeenten of ministeries zijn - de Commissie moeten informeren over relevante aanstaande besluiten drie maanden vóór de stemming  over het besluit. Dit zou de Commissie de kans geven om de tekst van tevoren te onderzoeken, en in het geval dat zij iets vond dat volgens haar in strijd was met de dienstenrichtlijn, zou ze een "waarschuwing" afgeven. In de "waarschuwing" zou de Commissie vaststellen wat er zou moeten veranderen om goedkeuring te krijgen. Als de suggesties van de Commissie - die kunnen variëren van volledige afwijzing tot kleine aanpassingen - niet worden overgenomen en de gemeenteraad of het parlement in kwestie doorgaat met het aannemen van de maatregel, zal de Commissie een besluit nemen waarbij “de betrokken lidstaat wordt verplicht ... om het in te trekken" (artikel 7). Dit is in wezen en verontrustend genoeg een machtiging voor de Commissie om gekozen assemblees op een groot aantal beleidsterreinen te vervangen, die niet alleen cruciaal zijn voor de economie, maar ook voor de meeste aspecten van de samenleving. Bovendien zou het de besluitvorming fundamenteel veranderen, met name op het niveau van gemeenten en regionale autoriteiten, waardoor het beginsel en de praktijk van lokale democratie in de hele EU worden ondermijnd.   Wat betekent dat in de praktijk? Is het echt zo ernstig? Voordat we verder gaan kijken naar de juridische basis van dit alles - de dienstenrichtlijn - kan het nuttig zijn om een idee te krijgen van wat hier op het spel staat en dit te doen aan de hand van een paar concrete voorbeelden. - Toen de gemeenteraad van Amsterdam zich uitsprak tegen het voorstel van de Commissie, verwees gemeenteraadslid Tiers Bakker, die de motie opstelde, naar pogingen om AirBnB in de stad te reguleren. AirBnB genoot lange tijd zeer flexibele regels in Amsterdam, maar na verloop van tijd werd de service zo wijdverbreid dat het problemen veroorzaakte met betrekking tot de toegang tot betaalbare woningen en de sfeer en het milieu in belangrijke delen van de stad veranderde. De gemeenteraad greep in, reagerend op de eisen van hun kiezers, de inwoners van de stad, en verscherpte de regels, om te ontdekken dat het beperken van het gebruik van AirBnB een schending van de Dienstenrichtlijn zou kunnen zijn. Volgens het nieuwe voorstel zou de gemeente Amsterdam de Commissie toestemming moeten vragen om dergelijke voorschriften in te voeren. - Bestemmingswetten en / of stadsplanning vallen onder de Dienstenrichtlijn, volgens een recent arrest van het Europese Hof van Justitie. Stadsplanning kan beleidsbeslissingen omvatten over waar in een stad de autoriteiten winkels het liefst zouden zien en waar niet, evenals de grootte van winkels. Sommige steden geven er misschien de voorkeur aan om geen enkele grote supermarkt (hypermarkten) te hebben om het bestaan van kleine winkels te waarborgen. Dit planningsgebied valt echter onder de Dienstenrichtlijn. Daarom moet ook hier een besluit aan de Commissie worden meegedeeld, waarbij het EU-orgaan het laatste woord krijgt, misschien niet bij elk individueel planningsbesluit, maar het stelt hen in staat om uitgebreide en langetermijnplannen voor stadsontwikkeling te blokkeren of af te wijzen. - De richtlijn heeft ook met name invloed op arbeidsrechten. Toen de dienstenrichtlijn voor het eerst werd voorgesteld, ontstond er verontwaardiging over het feit dat het dienstverlenende bedrijven in de hele EU zou kunnen laten werken volgens alleen de regels en voorschriften in hun land van herkomst. De vakbonden beweerde dat dit onvermijdelijk zou leiden tot sociale dumping, omdat bedrijven die in een lagelonenland gevestigd zijn, werknemers naar landen met een hoge lonen zouden kunnen sturen en hen een fractie van de lokale lonen zouden betalen. Na massale protesten in de EU werd de arbeidswetgeving uiteindelijk vrijgesteld van de richtlijn. Maar dat betekent niet dat maatregelen die bedoeld zijn om toezicht te houden op de naleving van lokale collectieve overeenkomsten of wetten door servicebedrijven zijn toegestaan. Onlangs heeft de Commissie geklaagd over regels in Denemarken die autoriteiten en vakbonden in staat stellen mogelijke schendingen van collectieve arbeidsovereenkomsten en arbeidsrecht te signaleren. - De dienstenrichtlijn raakt zelfs het gebruik van natuurlijke hulpbronnen. In 2015 besloot de Europese Vrijhandelsassociatie Autoriteit (EVA), die toeziet op de naleving van de regels voor de interne markt in EER-landen (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein), dat de IJslandse wet inzake het gebruik van geothermische energie en grondwater in strijd is met de dienstenrichtlijn doordat die het moeilijk zou maken voor buitenlandse particuliere bedrijven om toegang tot de hulpbron te krijgen. De wet was het antwoord op bezorgdheid in IJsland dat particuliere bedrijven geneigd zijn om een kortetermijnaanpak te hanteren voor het gebruik van geothermische bronnen, waarbij geen rekening wordt gehouden met het publieke belang op lange termijn. Tot nu toe wordt het echter als een inbreuk op de Europese wetgeving beschouwd.   Welke gebieden vallen onder deze procedure en dus ook onder de Dienstenrichtlijn? Besluiten over gebieden en maatregelen sinds 2006 die vallen onder de dienstenrichtlijn, kunnen door de Commissie volgens het nieuwe voorstel worden afgewezen. En de dienstenrichtlijn bestrijkt een groot aantal beleidsterreinen, waaronder de meeste dienstensectoren. Toen de dienstenrichtlijn oorspronkelijk werd ontworpen in 2004, ging het om pure dienstverlening. De Bolkestein-richtlijn - genoemd naar de Commissaris die het heeft opgesteld, Frits Bolkestein - was een buitengewoon vérgaand plan om diensten te liberaliseren en dekt zo ongeveer alles wat je kunt verkopen, maar niet op je voet kan vallen! Maar toen de richtlijn op felle tegenstand stuitte, met meer dan 100.000 mensen die protesteerden in de straten van verschillende lidstaten, werden sommige sectoren en gebieden uit de richtlijn gehaald en op andere terreinen werd de impact ervan verkleind, als antwoord op de publieke verontwaardiging. Maar zelfs in zijn beperkte vorm bestrijkt de richtlijn een groot aantal kwesties en beleidsterreinen. Onder de sectoren vallen onder meer: onderwijs, boekhouding, juridische diensten, consultancy, architectonische diensten, watervoorziening, afvalbeheer, reclame, postdiensten, elektriciteit, gasvoorziening, detailhandel en vele andere sectoren. Het kan zelfs gemakkelijker te begrijpen zijn door te kijken naar de dienstensectoren die niet onder de richtlijn vallen: niet-economische diensten van algemeen belang (d.w.z. diensten in handen van de overheid waar burgers niet voor betalen), financiële diensten, gezondheidszorg, gokken, elektronisch communicatie, audiovisuele diensten (tv en radio), particuliere beveiligingsdiensten, vervoer, uitzendbureaus en notarissen en gerechtsdeurwaarders. Er is ook een vrijstelling voor sociale diensten, maar aanvullende socialezekerheidsregelingen vallen er wel onder   Wat is verboden door de Dienstenrichtlijn? De dienstenrichtlijn is in wezen een lijst van maatregelen, soorten eisen en kaders die de lidstaten niet mogen nemen of opleggen als het gaat om regelgeving over diensten. De richtlijn bestaat uit drie lijsten. De eerste twee bestrijken alle sectoren die niet zijn vrijgesteld van de richtlijn, terwijl de laatste en meest verreikende lijst alle sectoren bestrijkt, minus enkele die expliciet in de tekst worden  genoemd. De eerste lijst beperkt de introductie van autorisatiestelsels, verbiedt residentievereisten voor eigenaars en beperkt beperkingen op het aantal bedrijven en de hoeveelheid activiteit in een sector. Het verbiedt ook eisen om bij te dragen aan verzekeringsregelingen of financiële garantieregelingen (op een paar uitzonderingen na) en verwerpt verplichting van dienstenbedrijven om in een register te worden vermeld (zoals in het Deense voorbeeld hierboven), behalve onder bepaalde voorwaarden. De tweede lijst verbiedt - in principe - eisen van servicebedrijven met betrekking tot minimum aantallen werknemers, maximale of minimale prijzen, limieten voor bedrijfsactiviteiten op basis van de populatie in een bepaald gebied en regels die vereisen dat een bedrijf een specifieke 'juridische vorm' heeft . Een speciale procedure is ook aan deze tweede lijst toegevoegd. Als een lidstaat op bovengenoemde gebieden een verordening instelt, moet deze dit tot nu toe aan de Commissie melden. De Commissie zou de lidstaat vervolgens kunnen vragen (niet verplichten) om de maatregelen niet aan te nemen of weer op te heffen, als zij vindt dat deze te restrictief zijn en dus in strijd zijn met de dienstenrichtlijn. Maar van cruciaal belang is dat tot dusverre de lidstaten niet verplicht waren om de Commissie op de hoogte te brengen voordat de maatregel werd goedgekeurd. De derde lijst, in artikel 16 van de richtlijn, is de meest verstrekkende. Volgens dat artikel moeten dienstenbedrijven vrij zijn om diensten te verlenen en zijn er geen beperkingen toegestaan, tenzij ze niet discrimineren op basis van nationaliteit, en evenredig en 'noodzakelijk' zijn. Wat dit artikel bijzonder streng en restrictief maakt, is dat 'noodzaak' alleen kan worden 'gerechtvaardigd om redenen van openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid of bescherming van het milieu'. Deze juridische frasering sluit tientallen andere legitieme zorgen uit die de regelgeving zouden kunnen motiveren, zoals zorgen over toegang tot betaalbare woningen, een fatsoenlijke levensstandaard, bescherming van stedelijke omgevingen en nog veel meer. Deze laatste lijst was het meest politiek controversieel toen de dienstenrichtlijn in 2006 werd goedgekeurd. Om die reden werden sommige openbare diensten expliciet vrijgesteld van deze specifieke sectie: elektriciteit, gas, postdiensten, watervoorziening en afvalbeheer. Hoewel het bovenstaande de brede reeks gebieden beschrijft die onder de Dienstenrichtlijn vallen, is het echter nog steeds niet helemaal duidelijk welke gevolgen de richtlijn heeft gehad of zal hebben in een bepaalde sector. Dit is in feite heel vaak het geval met EU-richtlijnen, waar de implementatie zorgvuldig moet worden bekeken om de impact en implicaties voor het beleid volledig te kunnen overzien. Is kennisgeving vereist voor de gehele richtlijn, inclusief dat beruchte artikel 16? Op dit moment hoeven lidstaten de Commissie alleen op de hoogte te stellen wanneer zij beslissingen nemen op een beperkt aantal gebieden. Maar onder het nieuwe voorstel is ook artikel 16 opgenomen. Tijdens de vorige strijd en protesten tegen de Bolkestein-richtlijn maakten mensen zich het meest zorgen over artikel 16, vanwege het zogenaamde 'land-van-oorsprong-principe'. Dit beginsel betekent in wezen dat een dienstverlener alleen de regels in zijn land van herkomst hoeft te volgen, en niet die in andere lidstaten waar hij actief is. Na een lange strijd werd het artikel gewijzigd om enkele van de opgeworpen problemen aan te pakken, maar het is nog steeds zeer verreikend. In wezen verbiedt het beperkingen op allerlei soorten diensten, tenzij bewezen kan worden dat ze noodzakelijk zijn om een zeer beperkt aantal doelen te bereiken. Hoe ingrijpend dit is, of zal zijn, komt uiteindelijk neer op interpretatie van de regels. En met haar nieuwe voorstel probeert de Commissie zich duidelijk het recht te geven om de tekst eens en voor altijd uit te leggen in een poging om de "interne markt" te verdiepen.   Maar handhaaft de Commissie niet slechts de EU-wetgeving? Nee, het is niet zo eenvoudig. Zoals duidelijk zal zijn uit de bovenstaande informatie, is de Dienstenrichtlijn een buitengewoon ingewikkelde handeling. Het zit vol met artikelen die een beoordeling van een bepaald geval vereisen alvorens te beslissen of de richtlijn is nageleefd. Bijvoorbeeld: is de maatregel 'evenredig' of niet? Wordt ze aangenomen vanwege "dwingende redenen van algemeen belang"? Dit zijn deels subjectieve vragen die een uitgebreide beoordeling en een duidelijk uiteengezette argumentatie voor elke beslissing in dit verband vereisen. Het voorstel om de "kennisgevingsprocedure" te wijzigen maakt het voor de Commissie mogelijk om definitieve antwoorden te geven op dergelijke vragen en om krachtig op de eigen besluiten te handelen: terwijl de Commissie in de oude versie van de dienstenrichtlijn zou kunnen beslissen “wanneer het passend is” om te "verzoeken" dat een maatregel niet wordt goedgekeurd of ingetrokken, kan de Commissie in het nieuwe voorstel het einde van een maatregel "eisen". Wat de Commissie voorstelt, is niet precies het vasthouden aan en handhaven van EU-wetgeving. Het stelt in feite voor om zijn eigen begrip en interpretatie van de wet te vestigen en te handhaven. En omdat veel van de meest cruciale politieke strijd in de EU gaat over hoe EU-wetten moeten worden geïnterpreteerd, is dit een gewaagde stap - en een duidelijke machtsovername door de Commissie. Bovendien zou kunnen worden aangevoerd dat als het voorstel wordt goedgekeurd, de Commissie haar mandaat op twee manieren mag overschrijden: - De Dienstenrichtlijn is precies dat: een richtlijn. Een richtlijn moet de lidstaten de ruimte geven om bepaalde doelen te bereiken op welke manier ze ook kiezen, in tegenstelling tot 'maatregelen' (regulations) die duidelijk aangeven hoe dingen moeten worden gedaan. Volgens de eigen website van de Commissie vereisen richtlijnen "dat de EU-landen een bepaald resultaat moeten bereiken, maar laat hen vrij om te kiezen hoe dit te doen." De nieuwe kennisgevingsprocedure ondermijnt echter volledig de keuzevrijheid van de lidstaten in dit opzicht. - Uiteindelijk is het niet aan de Commissie om te beslissen of de richtlijn is nageleefd of niet - dat is de rol van het Europese Hof van Justitie. De Commissie kan zich zeker een mening vormen en zij kan een lidstaat waarschuwen dat zij misschien de dienstenrichtlijn schendt, maar beweren dat zij de ultieme wijsheid bezit over de interpretatie van de richtlijn, tot het punt dat het beleid van verkozen parlementen kan worden genegeerd, komt neer op het overschrijden van het eigen mandaat en de rol van de Commissie.   Maar ach, zal het Europees Parlement niet krachtig reageren op deze aanval op de democratie? Helaas, nee, niet zoals het er nu voor staat. Integendeel, de Commissie interne markt van het Europees Parlement heeft al een standpunt ingenomen, dat volkomen onverschillig lijkt te zijn voor de gevolgen die dit zal hebben voor de besluitvorming in parlementen, regionale raden of gemeenteraden. De belangrijkste bijdrage van het Europees Parlement tot dusverre was om te suggereren dat, hoewel de Commissie de kennisgevingen van ministeries en gemeenten analyseert, private ondernemingen de mogelijkheid moeten hebben om input te leveren voor de beoordeling. Dit zou bedrijven met een gevestigd belang in een nieuwe wet of een andere voorgestelde maatregel toestaan druk uit te oefenen op de Commissie om initiatieven te stoppen die in strijd zouden zijn met hun commerciële belangen. Met andere woorden, het Europees Parlement wil een nieuw platform openen voor lobbying door het bedrijfsleven.   Kunnen gemeenten en nationale parlementen niet inbrengen dat dit een ongeoorloofde machtsovername is en een beroep doen op het subsidiariteitsbeginsel? Ja en nee. Nationale parlementen hebben de mogelijkheid om bezwaar aan te tekenen, met behulp van een zogenaamde 'gele kaart'. Daarbij stellen zij dat de Commissie inbreuk maakt op een gebied dat moet worden aangepakt op een lager bestuursniveau, op nationaal of stedelijk niveau. En inderdaad, de Oostenrijkse Bundesrat, de Italiaanse Senaat, de twee kamers van de Franse en Duitse parlementen hebben allemaal de gele kaart opgestoken. Zij hebben verklaard dat het voorstel in strijd is met het 'subsidiariteitsbeginsel' van de EU, volgens hetwelk een probleem dat nationaal of lokaal beter wordt behandeld, niet onder EU-brede regels zou moeten vallen. De resoluties van deze organen sturen een krachtig signaal naar de Commissie. De Oostenrijkse verklaring stelt dat het voorstel "ingrijpt in de wetgevende soevereiniteit van de lidstaten", terwijl de Duitse Bondsdag het argument een stap verder bracht en zei dat het voorstel in feite in strijd is met het EU-Verdrag. Maar volgens de huidige regels zijn sterke bezwaren van verschillende parlementen en raden in Oostenrijk, Italië, Frankrijk, Duitsland en Nederland niet voldoende om het voorstel te laten tegenhouden of de Commissie dit te laten wijzigen. Er zouden bezwaren nodig zijn vanuit ten minste vijf andere landen om de Commissie zelfs maar te dwingen opnieuw naar haar voorstel te kijken.   Wanneer komt het definitieve besluit over het voorstel tot stand? Het kan heel snel zijn. Het voorstel is ingediend in 2016 en het is al erg ver gekomen. De delegaties van de lidstaten (de Raad) zijn op dat moment schriftelijk in onderhandeling met het Europees Parlement om te zien of zij een gemeenschappelijke basis kunnen vinden. De voorzitter van de onderhandelingen - de Oostenrijkse regering - streeft ernaar de onderhandelingen af te ronden voordat het voorzitterschap van de Raad aan de Roemeense regering wordt overgedragen. Daarna zouden de enige twee kleine stappen die nog te maken zijn, een stemming in het Europees Parlement en in de Raad zijn. Er is heel weinig tijd om nog te ageren en de kwestie is uiterst verontrustend, aangezien het voorstel  de lokale democratie en de inbreng van burgers in de EU fundamenteel kan ondermijnen en veranderen, evenals het vermogen van autoriteiten om te reageren op verzoeken van hun kiezers om regelgeving in te stellen in het openbaar belang. Beter vandaag dan morgen. (Zie website CEO voor meer informatie) (*) Globalinfo zoekt donateurs

Pagina's