5 May 2021

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 1 uur 58 min geleden

Rechtse zege bij regionale verkiezingen in Madrid

5 uur 19 min geleden

5 mei 2021 - De verkiezingen voor de Spaanse autonome gemeenschap Madrid zijn uitgedraaid op een overwinning voor de rechtse Partido Popular (PP) en een nederlaag voor de sociaaldemocraten van de PSOE. Deze uitslag heeft meer dan regionale betekenis. Voor rechts Spanje is de nationale regeringscoalitie PSOE-Podemos, die in januari 2020 aantrad onder leiding van Pedro Sánchez, een doorn in het oog. Onder druk van Podemos, wiens leider Pablo Iglesias als vicepremier fungeerde, werd een gematigd reformistische programma uitgewerkt, maar voor rechts – de PP, Ciudadános en het extreemrechtse VOX - komt dit neer op een communistisch regime. Dit was dan ook de teneur van de verkiezingscampagne van Isabel Díaz Ayuso (PP), de president van de autonome regio Madrid: vrijheid of communisme. Die ‘vrijheid’ hield ook een populistisch verzet in tegen coronamaatregelen van de regering, in een regio die nog meer geteisterd wordt dan gemiddeld. Al zit rechts al 26 jaar vast in het zadel in de Madrileense regio, toch had Ayuso had deze verkiezingen uitgelokt in de hoop een absolute meerderheid voor de PP te halen in het regionaal parlement. Daarin is ze niet geslaagd, maar de PP kon de kiezers van het concurrerende rechtse Ciudadános binnenhalen, en komt er dus versterkt uit. Het was al van meetaf aan duidelijk dat de inzet van deze regionale verkiezing als een nationale krachtmeting tussen links en rechts zou gelden, en Pablo Iglesias had daarom zijn functie in de nationale regering neergelegd om alles te zetten op deze verkiezing. Al won Podemos er drie zetels bij (van 7 naar 10), toen de nederlaag van links in haar geheel bekend werd nam Iglesias ontslag uit alle politieke functies in de partij en de regering. In hoeverre dit ook te maken heeft met zijn gecontesteerd leiderschap van Podemos is niet duidelijk.   [caption id="attachment_20576" align="aligncenter" width="680"] Verdeling van de 136 zetels in het regionaal parlement van Madrid (hel gekleurd de resultaten van 4 mei 2021, licht gekleurd die van 26 mei 2019). PSOE: sociaaldemocraten; PP=Partido Popular, christendemocraten; Cs=Ciudadános, rechts liberaal (verliest zijn 26 zetels); Más Madrid: progressieve Madrileense formatie opgericht in 2018, gesteund door dissidenten van Podemos; VOX: uiterst rechts; UP=Unidas Podemos. Onder de partijnaam staat de verwante politieke groep in het Europees Parlement.[/caption]   Aangezien de Partido Popular met haar 65 zetels geen meerderheid heeft en het rechts-liberale Ciudadános van de kaart geveegd werd (althans in Madrid) zal de PP een akkoord zoeken met het extreemrechtse VOX. Beide partijen hebben al aangegeven daartoe bereid te zijn. Dit is een veeg teken voor wat de Spaanse nationale politiek betreft. De voorzitter van de Partido Popular, Pablo Casado, noemde het verkiezingsresultaat een ‘motie van wantrouwen tegen de regering Sánchez’, en een buigpunt in de nationale politiek. (hm)    

Twee successen van de Europese militaire lobby

04/05/2021 - 18:59

door Herman Michiel 4 mei 2021   Terwijl de meerwaarde van de Europese Unie bij de bestrijding van het coronavirus op zijn zachtst gezegd zeer bescheiden blijkt, mogen de wapenfabrikanten en de militaire lobby niet klagen van hun EU. Op nauwelijks vijf weken haalden ze tweemaal hun slag thuis! Op 22 maart werd de European Peace Facility in het leven geroepen en van 5 miljard euro voorzien. En op 29 april gaf het Europees Parlement zijn toestemming om 7,9 miljard euro uit het Europees budget toe te kennen aan het Europees Defensiefonds dat daarmee militaire research zal financieren.   Defensiefonds Dat er middelen van de Europese begroting naar militaire toepassingen gaan is in strijd met de Europese verdragen. Het artikel 41(2) van het Verdrag betreffende de Europese Unie bepaalt dat “beleidsuitgaven die voortvloeien uit operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied” niet ten laste van de begroting kunnen komen. Maar zoals steeds vindt het juridisch fabriekske van de EU daar een oplossing voor. Op een vraag van een europarlementslid van de linkse fractie over dit illegaal gebruik antwoordde de Commissie dat artikel 41(2) dit inderdaad verbiedt, maar “dat het Europees Defensiefonds evenwel tot doel heeft het concurrentievermogen en het innoverend vermogen van de technologische en industriële defensiebasis van de Unie te bevorderen door onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten te ondersteunen die op defensie zijn gericht, zonder enige financiering te verstrekken voor operaties die gevolgen hebben op militair of defensiegebied.” Het Defensiefonds sorteert bijgevolg onder het hoofdstuk Industrie en Onderzoek en technologische ontwikkeling en ruimtevaart en er is bijgevolg geen vuiltje aan de lucht... Naast de 7,9 miljard euro die uit de Europese begroting naar het Defensiefonds vloeien rekent de EU er verder op dat lidstaten vrijwillige bijdragen zullen leveren ten bedrage van 35,6 miljard in de periode tot 2027 [efn_note] Meer detail over het Defensiefonds op de site van ENAAT, het Europees netwerk tegen wapenhandel. Noteer dat er aanvankelijk niet 7,9 maar 13 miljard uit de begroting naar het fonds zou gaan; de ‘zuinigheidstop’ van juli vorig jaar deed er een paar miljard van af. [/efn_note]. [caption id="attachment_20562" align="alignleft" width="400"] Cartoon door Van Mol, verschenen op de website van de linkse fractie in het Europees Parlement [/caption] Normaal gezien zou het Europees Parlement een zekere mate van toezicht hebben op het gebruik van gelden uit de Europese begroting (in tegenstelling met het gedeelte dat rechtstreeks van de lidstaten komt.) Maar het Parlement gaf deze controlemogelijkheid uit handen, door het beheer van het fonds aan de Europese Commissie over te laten via zogenoemde ‘uitvoeringshandelingen’. “Dit betekent dat het Europees Parlement nauwelijks zeggenschap zal hebben over hoe het fonds de komende zeven jaar door de Commissie en de lidstaten wordt uitgevoerd”, waarschuwt Stopwapenhandel. De Europese Commissie zal dan ook weinig problemen hebben om het argument van het veiligheidsbelang op te dissen als er vragen gesteld worden over dit Defensiefonds. De gang van zaken werd mede vergemakkelijkt doordat het dossier van parlementaire zijde in handen was van Zdzisław Krasnodębski , een Poolse conservatief (ECR, de fractie waar ook de Vlaamse N-VA toe behoort en de Nederlandse SGP). Verzet tegen de militarisering komt er enkel van radicaal links en in zekere mate van Groenen, alhoewel de bezwaren van deze laatsten het vooral hebben over inefficiënties; de sociaaldemocraten zijn van meetaf aan voorstanders, maar komen daar weinig mee naar buiten want er is in hun rangen een zekere verdeeldheid over de kwestie. Onnodig te zeggen dat de lobby van de Europese wapenindustrie tevreden is. ASD (Aerospace and Defence Industries Association of Europe), ziet in het Defensiefonds een “belangrijke bijdrage om de Europese technologische soevereiniteit in een strategische sector te verhogen” en ASD “staat klaar om de Europese instellingen te ondersteunen in hun inspanningen om de Europese defensie verder te ontwikkelen.”   Europese ‘Vredesfaciliteit’ Het tweede Europese wapenfeit (haha) in dit prille jaar 2021 is de oprichting van de ‘Europese Vredesfaciliteit’, gespijsd voor de periode 2021-2027 met een bedrag van 5 miljard euro. Dit geld komt niet uit de Europese begroting, maar van bijdragen van de lidstaten. Er moeten dus zelfs geen ‘uitvoeringshandelingen’ aan te pas komen om elke democratische inmenging te vermijden, alles kan zich afspelen tussen de kanselarijen van de (grote) lidstaten. Met deze ‘vredesfaciliteit’ zal de EU naar eigen zeggen “missies en operaties kunnen uitvoeren in gastlanden (sic)” en er bijstand leveren. “Te denken valt aan het leveren – op verzoek van derde landen of van regionale of internationale organisaties – van militaire en defensie­gerelateerde uitrusting.” Wapenleveringen dus, maar die zullen “vergezeld gaan van grondige risico­beoordelingen en sterke waarborgen”. Over die sterke waarborgen kan men zich een idee vormen op basis van recente uitspraken van Europese leiders. Josep Borrell, de Spaanse sociaaldemocraat die doorgaat voor de ‘hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid’ zei bij zijn eerste bezoek aan Afrika dat de EU zich minder ‘engelachtig’ moet gedragen en dat we onze Afrikaanse bondgenoten moeten voorzien van dodelijke wapens als we de terroristen willen verslaan. Men zou er versteld van staan wie zoal als bondgenoot wordt beschouwd. In een gezamenlijke persconferentie (7 december 2020) met de Egyptische president Sisi - een figuur waar tegenover Poetin een lammetje is - zei de Franse president Macron onomwonden dat hij de verkoop van Franse wapens aan Egypte en economische samenwerking niet zal afhankelijk maken van meningsverschillen over mensenrechten; hij wil immers de slagkracht van Caïro tegen het terrorisme niet verzwakken. In zijn interessant artikel over deze ‘vredesfaciliteit’ heeft Georges Spriet het over acht voorwaarden die aan wapenleveringen zouden gesteld worden. Heeft Macron al niet duidelijk gemaakt dat alleen het Elysée daarover zal beslissen ? Het lijkt erop dat de EU voor dit initiatief geen cynischere term had kunnen bedenken dan ‘vredesfaciliteit’…    

DP World vs. Belgische staat: 150 miljoen a.u.b.

03/05/2021 - 14:59

3 mei 2021 - DP World is een grote operator van containerterminals, met hoofdkantoor in Dubai en zo’n 50.000 werknemers wereldwijd. Het bedrijf is ook aan het Antwerpse Deurganckdok actief, maar spande in 2017 een zaak in tegen de Belgische staat en claimt 150 miljoen euro schadevergoeding wegens ‘onteigening’. Het kanaal voor dergelijke claims heet ISDS, wat men met recht de “rode loper voor multinationals” kan noemen. Onze overheden hebben het aan zichzelf te danken als ze nu voor uitzonderingsrechtbanken gedaagd worden door bedrijven die zich door alles en nog wat in hun winstvooruitzichten bedrogen voelen. Het zijn immers onze overheden die het systeem in het leven geroepen hebben, en de Europese Unie stopt het systematisch in haar vrijhandelsverdragen. Hoe heeft België de winsten van DP World in gevaar gebracht? Het bedrijf heeft twee klachten. In 2014 waren er stakingsacties aan de haven in het kader van het verzet tegen de verhoging van de pensioenleeftijd tot 67 jaar. Ten tweede had DP World een concessie voor het gebruik van havenkade, maar een deel ervan werd niet gebruikt. De havenautoriteiten hebben dit dan voor zeven jaar toegewezen aan een andere uitbater. Ter compensatie kreeg DP World de beschikking over kades op een andere locatie. Maar het bedrijf voelde zich nog steeds geschaad in haar belangen, en stapte in 2017 naar het Arbitragetribunaal van het 'Internationale Centrum voor Beslechting van Investeringsgeschillen' (ICSID), een onderdeel van de Wereldbank, om de regeling aan te vechten. DP World heeft al wel wat ervaring met dergelijke arbitrages. Zo is er een claim van 210 miljoen $ tegen Djibouti, een tegen China Merchants en een andere in Groot-Brittannië. Verleden week raakte bekend dat DP World gelijk kreeg van het arbitragehof in zijn geschil met de Belgische staat; maar er was nog geen uitspraak over het bedrag van de schadevergoeding. Het is ook nog niet duidelijk wie die boete zou moeten betalen (het Havenbedrijf? De staat?) Tegen de claim, en tegen ISDS-clausules in het algemeen, wordt door wakkere burgers al jaren actie ondernomen, maar van enige medewerking van overheidswege is er geen sprake, al zal die de boete moeten betalen. Enerzijds geldt er blijkbaar zwijgplicht in verband met arbitragezaken, op zich al een aanfluiting van de meest elementaire democratische rechten, anderzijds weten overheden maar al te goed dat zij het zijn die deze ‘rode loper voor multinationals’ hebben uitgerold. (hm)    

Fort Europa verdedigen met leugendetectors?

01/05/2021 - 16:17

door  Matthias Monroy (*) 1 mei 2021 Overgenomen van Globalinfo  dat zorgde voor de vertaling van het oorspronkelijk artikel    Drie jaar lang heeft een consortium van Europese bedrijven, instituten, universiteiten en politiediensten in een EU-project gewerkt aan technologieën om het werk van grens- en douaneautoriteiten te vergemakkelijken. Verschillende toepassingen werden gecombineerd in een "intelligent draagbaar grenscontrolesysteem" (iBorderCtrl), dat ambtenaren via een mobiel apparaat kunnen raadplegen. Het principe is dat reizigers zoveel mogelijk persoonlijke gegevens zelf in het systeem invoeren voordat zij het land binnenkomen. Het platform voert vervolgens een risicobeoordeling uit en betrekt daarbij andere gegevensbronnen. Een algoritme beslist of de persoon als ongevaarlijk wordt geclassificeerd. Daarna kan de grensovergang bij automatische controlepoorten snel en soepel verlopen. Wie door iBorderCtrl als risicovol wordt aangemerkt, moet een "handmatige" grenscontrole doorlopen.     Kortere uitgebreide controles Met onderzoek zoals iBorderCtrl wil de EU-Commissie het probleem oplossen dat de controles aan de buitengrenzen van de EU vanaf 2023 aanzienlijk langer zullen duren. Aanleiding is de invoering van een "Entry/Exit System" (EES), waarbij ook reizigers uit visumvrije landen een gezichtsopname en vier vingerafdrukken moeten afgeven. Tot nu toe was dit alleen nodig voor een visum of een asielaanvraag. Voor het EES zullen alle grensovergangen te land, ter zee en op luchthavens worden uitgerust met apparatuur voor het afnemen van biometrische gegevens. Voorts zal worden geïnvesteerd in zelfbedieningskiosken waar reizigers hun gezichtsopname en vingerafdrukken kunnen laten aflezen van de RFID-chip van hun paspoort. Als het paspoort niet biometrisch is, kan de machine de nodige beelden zelf nemen.   Analyses van microgedragingen Een centraal onderdeel van iBorderCtrl is een virtuele grenswacht die reizigers een tiental vragen stelt en nagaat of zij een "positieve" indruk maken. Ook dit wordt meegenomen in de risicobeoordeling. Dergelijke "misleidingsdetectie" door een politieavatar kan bij de grensovergang plaatsvinden, maar ook van tevoren. Dit kan nuttig zijn voor een "reisinformatie- en machtigingssysteem" (ETIAS), dat de Europese Unie in 2023 in gebruik zal nemen. Reizen moeten dan worden aangekondigd voordat zij de grens overschrijden. Frontex zal verantwoordelijk zijn voor de daaropvolgende risicoanalyse van de voorziene reizigers aan de hand van een "watch list". Daarbij zou het grensagentschap ook gebruik kunnen maken van "misleidingsdetectie". Frontex financiert sinds 2009 onderzoek aan de universiteit van Arizona, waarbij de nauwkeurigheid van een Automatic Deception Detection System (ADDS) wordt geëvalueerd. Hiernaar werd verwezen in iBorderCtrl. Het daar gesimuleerde verhoor vond plaats in het kader van een preregistratie, zoals voorzien in ETIAS. Reizigers zouden daarvoor de webcam van hun computer of mobiele toestel moeten gebruiken. De ADDS kwantificeert de waarschijnlijkheid van bedrog door de zogenaamde microgedragingen van de respondenten te analyseren. Het systeem stelt vervolgens een statistische waarschijnlijkheid vast van "bedrieglijk gedrag" van de reizigers. De EU-richtlijn inzake rechtshandhaving verbiedt geautomatiseerde besluitvorming, dus een dergelijke beoordeling moet door een grenswacht worden geverifieerd.   Presentatie aan Frontex Omdat de procedures die in de ADDS worden getest als een "leugendetector" werken, heeft het EU-project hevige kritiek gekregen. In reactie daarop hebben de betrokkenen en de EU-Commissie verzekerd dat het alleen om onderzoek gaat en dat er geen plannen zijn om "bedriegerdetectie" in te voeren in de grenscontrolesystemen van de EU. Deze geruststelling is echter in twijfel getrokken nadat europarlementariër Patrick Breyer een bewerkt document van iBorderCtrl weer leesbaar wist te maken. Het iBorderCtrl-project werd geleid door het Europese IT-bedrijf European Dynamics. Uit het nu niet-gecensureerde document blijkt dat het bedrijf de projectresultaten bij Frontex in Warschau heeft gepresenteerd. Verdere presentaties zouden plaatsvinden tijdens "conferenties, tentoonstellingen, evenementen en workshops". Andere projectpartners kondigden aan dat zij individuele modules aan hun nationale grensautoriteiten zouden presenteren, maar ook in verdere Frontex-workshops. De Manchester Metropolitan University, die ook betrokken is en op wiens 20 jaar oude "Silent Talker"-machine de onderzochte "bedriegerdetectie" is gebaseerd, was van plan deze te presenteren op het Wereldcongres over Computationele Intelligentie. Soortgelijke beloften werden gedaan door de Leibniz Universität Hannover, die het begeleidende ethische onderzoek in iBorderCtrl heeft verricht. Hiervoor zouden de blog en de sociale-mediakanalen van de universiteit worden gebruikt.   Angst voor publiek debat Het is waarschijnlijk niet ongebruikelijk dat onderzoekers aan het eind van een EU-project hun resultaten ophemelen en verdere promotie beloven. De EU-Commissie heeft tenslotte de volledige kosten van 4,5 miljoen euro betaald. Uit de bewerkte delen van het document blijkt echter dat wetswijzigingen bedoeld waren om momenteel verboden technologieën in te voeren. Om de resultaten van iBorderCtrl "doeltreffend" in de bestaande grenscontrolesystemen te integreren, kunnen volgens het document "enkele politieke en juridische hervormingen nodig zijn". Het gaat daarbij om "misleidingsdetectie", maar ook om de geautomatiseerde analyse van Twitter-accounts van reizigers. Daarom, aldus het document, is het "belangrijk dat de resultaten van het project worden verspreid onder de beleidsmakers op EU- en nationaal niveau". Daartoe wordt voorgesteld dat "de voornaamste belanghebbenden naar behoren moeten worden aangesproken". Leden van nationale parlementen en EU-parlementariërs worden genoemd als besluitvormers, evenals de Europese Commissie, politie- en grensautoriteiten en relevante ministeries. Ten slotte, als derde groep, moeten "de burgers" voor de nieuwe bewakingstechnieken worden gewonnen. De makers van IBorderCtrl verwachten geen "duidelijke consensus". Zij voeren zelfs aan dat een controversieel openbaar debat "de uitvoering van het voor iBorderCtrl vereiste beleid zou kunnen belemmeren".   "Lobby voor wetswijzigingen" De scepsis over iBorderCtrl wordt nog versterkt door het feit dat essentiële details over de technische werking van de afzonderlijke toepassingen geheim worden gehouden. Patrick Breyer, die voor de Piratenpartij in het Brusselse parlement zit, heeft hiertegen juridische stappen ondernomen bij het Europese Hof van Justitie (HvJ) in Luxemburg. Na een hoorzitting in februari wacht het parlementslid nu op een uitspraak die openbaar toezicht op de Europese onderzoeksfinanciering mogelijk maakt. Breyer is dan ook geschokt door de onthullingen van het niet-geredigeerde document en bekritiseert "dat EU-onderzoeksfondsen in feite worden gebruikt om te lobbyen voor wetswijzigingen die onze grondrechten beknotten". Dit geldt vermoedelijk ook voor een ander project waarin het onderzoek dat in 2019 met iBorderCtrl werd beëindigd, zal worden voortgezet. Een "Technology-supported Risk Estimation by Predictive Assessment of Socio-technical Security" (TRESPASS) heeft tot doel grenscontrole- en douaneautoriteiten te voorzien van "risicogebaseerde profilering" om "smokkel, illegale immigratie, grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme" op te sporen en te vervolgen. In tegenstelling tot iBorderCtrl heeft de Commissie haar financiering voor TRESSPASS zelfs bijna verdubbeld tot ongeveer 8 miljoen euro.   "Beoordeel de oprechtheid van de reiziger" Ook in TRESSPASS wordt de vooraf door reizigers verstrekte informatie gecorreleerd, gevolgd door een bevraging van de sociale media en het "dark web". Als mensen vervolgens op de luchthaven aankomen, worden ze geobserveerd door een "real-time gedragsanalyse". Reizigers en hun bagage kunnen daartoe met scanners worden gescreend. TRESSPASS gaat ook verder dan iBorderCtrl wat betreft de databanken die voor de risicoanalyse worden gebruikt. Op de website van het project antwoordt TRESSPASS op de vraag of ook "leugendetectoren" worden onderzocht met "Ja, in algemene zin". Als een verdachte reiziger wordt ondervraagd, kan de technologie "nuttig zijn om specifiek opgeleide grenswachten te helpen de oprechtheid van de reiziger en zijn verklaringen sneller en nauwkeuriger te beoordelen".   (*) Matthias Monroy is kenniswerker, activist, redacteur van het Duitse burgerrechtentijdschrift Bürgerrechte & Polizei  (CILIP)

Minimumlonen 2021

29/04/2021 - 19:35

29 april 2021 - WSI, een studiecentrum van de Duitse vakbonden,  bracht een nieuw rapport uit over minimumlonen in de EU (en ook een beetje daarbuiten: USA, Japan, Australië...): WSI Minimum Wage Report 2021. De auteurs, Malte Lübker en Thorsten Schulten, openen en sluiten hun studie met beschouwingen over het voorstel van de Europese Commissie voor een Europese richtlijn over minimumlonen. Ze menen dat het voorstel "een fundamentele paradigmashift betekent in de houding van de Europese Commissie over tewerkstellingsbeleid", iets wat we sterk willen betwijfelen. Maar voor de rest bevat de studie een interessant overzicht van de geldende minimum uurlonen op 1 januari 2021, zowel uitgedrukt in euro (zie grafiek hieronder) als in koopkracht, en ook als percentage van het mediane en het gemiddelde loon van het land in kwestie. Eisen i.v.m. minimumlonen worden immers meestal uitgedrukt als een percentage (50%, 60%) van de mediaan of van het gemiddelde.  Daarnaast ook gegevens over het aandeel werknemers dat door collectieve arbeidsovereenkomsten gedekt wordt (van 98% in Oostenrijk tot 7% in Litouwen), of hoeveel werknemers zouden gebaat zijn met een verhoging van het minimumloon tot de helft van het gemiddeld loon (6,8 miljoen in Duitsland!) of nog: hoeveel vermeerderde het reëel minimumloon (dus inflatie-gecorrigeerd) tussen 1 januari 2015 en 1 januari 2021? Er zijn  twee landen waar het verminderde: de USA (-8,8%) en ... België (-0,6%). (hm) [spacer size="20"] Minimum uurloon (€) op 1 januari 2021 in diverse landen    

Frontex zal vrijwillige terugkeer ‘begeleiden’

28/04/2021 - 13:14

28 april 2021 - De Europese Unie heeft weer een nieuwe ‘strategie’: de “EU-strategie inzake vrijwillige terugkeer en re-integratie”. Dat werd gisteren aangekondigd door de commissaris voor de bevordering van onze Europese levenswijze (sic) en die van Binnenlandse Zaken. Hierdoor krijgt het zeer omstreden grensagentschap Frontex een bijkomend mandaat: het “ondersteunen van lidstaten in alle stadia van het proces van vrijwillige terugkeer en re-integratie van wie geen recht op verblijf heeft in de EU”. Van wie geen verblijfsrecht heeft zou nu maar een derde terugkeren, maar slechts in één van de drie gevallen is dit op vrijwillige basis. De meeste ‘terugkeerders’ worden dus onder dwang uitgezet. Hoe Frontex meer vrijwilligheid zal afdwingen wordt niet uitgelegd, maar dat dit EU-agentschap weinig last heeft van humanitaire overwegingen is ondertussen voldoende gebleken. Verleden week nog verdronken 130 mensen in de Middellandse Zee; humanitaire organisaties vingen de noodsignalen op en verwittigden Frontex … dat alleen een vliegtuig stuurde om het drama vanuit de lucht gade te slaan. Frontex is ook medeplichtig aan het volledig illegale onderscheppen en terugsturen van vluchtelingen op weg naar de EU, de beruchte pushbacks. Aan een dergelijk agentschap wordt dus de taak toegewezen om afgewezen asielzoekers te overreden tot vrijwillige terugkeer en zogezegd een persoonlijk traject uit te stippelen voor een geslaagde re-integratie in hun thuisland… Dat heeft alleen maar voordelen voor iedereen, volgens de Commissie, al was het maar dat een ‘vrijwillige’ terugkeer gemiddeld 560 € kost, tegen 3414 voor een gedwongen. De deportatie-unie moet uiteindelijk ook haar 10.000 grenswachters betalen. (hm)    

Overlopers

26/04/2021 - 21:32

26 april 2021 - Het gebeurt wel vaker dat agenten van de criminele politie zelf in de criminaliteit belanden. Hun contacten, ervaring en inzicht in de mogelijkheden van het ‘milieu’ maken hen vatbaar voor de verleiding op een aanzienlijke ‘salarisverhoging’. Het fenomeen kan zich ook voordoen in de vakbondswereld. Zo in Duitsland, waar de Mitbestimmung innige banden kan scheppen tussen bedrijfsdirecties en vakbondsverantwoordelijken, zoals de voorzitters van de Betriebsräte (ondernemingsraad) van grote bedrijven. De directie van Volkswagen blijkt er goed in te slagen om die voorzitter in hun kamp te lokken. In 2005 werd Klaus Volkert, voorzitter van de ondernemingsraad van Volkswagen AG, verdacht van verduistering en omkoping. Dit laatste door de personeelsdirecteur Peter Hartz (ja, die van de gehate Hartz- hervormingen onder Gerhard Schröders SPD-Grüne coalitie). Volkert werd veroordeeld tot twee jaar en negen maanden gevangenisstraf. Als voorzitter van de Volkswagen Betriebsrat werd Volkert opgevolgd door Bernd Osterloh, die deze functie tot vandaag uitoefent. Maar op 1 mei, symbolische datum voor een vakbondsmilitant, verandert Osterloh van baan, van pet en van salaris. Hij wordt personeelsdirecteur van het Volkswagenfiliaal Traton, waar een grote herstructurering op til staat. “De toezichtsraad heeft er vertrouwen in dat Bernd Osterloh met zijn tientallen jaren ervaring in de Volkswagengroep, de geknipte persoon is om de opdracht van het bedrijf en zijn takken vooruit te helpen”, liet het bedrijf weten. Het vertrouwen is zo groot dat Genosse Osterloh voortaan met een jaarsalaris van ongeveer 2 miljoen euro zal vergoed worden. Overlopers van de criminele politie moeten het meestal met minder stellen. In tegenstelling tot zijn voorganger, kan Osterloh niets illegaals verweten worden. Het vertrouwen schenden van duizenden vakbondsleden is immers geen misdaad. De persoonlijke fout ligt ongetwijfeld bij Osterloh, maar het is ook ongeoorloofd dat zoiets binnen een vakbond mogelijk is. Toezicht op gemandateerden, interne democratie dus, is evengoed een vereiste voor een functionerende vakbond. (hm)    

Defensie en milieu

26/04/2021 - 18:26

26 april 2021 – Defensie en milieu? In Nederland leidt de koppeling van de twee begrippen tot Milieudefensie, een actieve en veelzijdige milieu-en klimaatorganisatie. In België daarentegen roepen de woorden defensie en milieu één beeld op: honderden hectaren brandende heide., in de fik geschoten bij wijze van ‘oefening’. Een ecocide op kosten van de belastingbetaler, een schenking van tonnen CO2 en fijn stof ter bescherming van de burger. Over de collateral damage onder konijnen, patrijzen, korhoenen en dies meer zullen we maar zwijgen. Als de oefening één ding bewezen heeft dan is het dat het opperbevel de laatsten zijn aan wie gevaarlijk wapentuig moet toevertrouwd worden. Een totaal gebrek aan verantwoordelijkheid, aangezien de schietoefeningen in het verleden al ettelijke heidebranden veroorzaakten, en er nu maar weer op los geknald werd in een zo droge periode, met de brandweerwagen in de garage voor herstelling… Maar kijk goed uit uw doppen, uitgerookte burger, das Militär zal zijn stommiteit aangrijpen om meer middelen te vragen. Want wie 12,5 miljard spendeert in F35-gevechtsvliegtuigen kan natuurlijk geen brandweerwagen onderhouden. (hm)    

Senioren, trek een gele vest aan!

21/04/2021 - 13:28

door Herman Michiel 21 april 2021   Alhoewel de Europese Unie, meer in het bijzonder de Europese Commissie, geen bevoegdheid heeft over de pensioenen in de lidstaten, produceert ze daarover toch bergen papier, doet er ‘aanbevelingen’ over, berispt regeringen, lanceert onheilscenario’s en drukt op die manier haar neoliberale agenda door. Zonder bevoegdheid zou de EU normaal machteloos zijn, maar daar staat tegenover dat regeringen maar al te gretig verwijzen naar die aanbevelingen en onheilscenario’s omdat hun agenda essentieel dezelfde neoliberale is. Op die manier worden de ‘gratuite’ Commissiebespiegelingen nationaal beleid. Alle reden dus om ze scherp in het oog te houden.   Groenboek voor grijsaards Op 27 januari 2021 publiceerde de Europese Commissie haar “Groenboek over de vergrijzing”, dat als lancering bedoeld was van ”een twaalf weken durende openbare raadpleging”; de Commissie zou er “rekening mee houden bij haar toekomstige werkzaamheden”. Het groenboek neemt een lange aanloop over “gezond en actief ouder worden”, “levenslang leren”, “intergenerationele billijkheid” en meer van dat, maar komt uiteindelijk bij de essentie: we moeten langer werken! Er werd een kaart geproduceerd waarop te zien is tot welke leeftijd zou moeten gewerkt worden in het jaar 2040 als men “het aantal mensen in de beroepsgeschikte leeftijd op hetzelfde peil houden als in 2020”. Er is een beetje groen op deze kaart, maar heel veel rood tot diep paars, en in dat laatste geval zou er tot de leeftijd van 76 jaar moeten gewerkt worden, op voorwaarde natuurlijk dat men in leven is. In een kritische commentaar doorprikt Reiner Heyse de krokodillenbezorgdheid van de Commissie over de ‘intergenerationele billijkheid’ (m.a.w. het probleem dat jongeren moeten ‘opdraaien’ voor de grijze inactieven). Wat heeft langer werken met rechtvaardigheid naar de jongeren toe te maken, vraagt hij zich af, aangezien zij het in de eerste plaats zullen zijn die gedwongen worden om tot hun 70 of langer te werken? En als men het over rechtvaardigheid wil hebben moet men weten dat mensen met lage inkomens door de band vroeger sterven dan de hogere inkomens; Duitse statistieken geven een gemiddeld verschil van vijf jaar. En er is een vergelijkbaar effect voor wie zware en langdurige arbeid verricht heeft. “De strategie van het langer werken betekent voor miljoenen mensen dat ze niet alleen gedurende een kortere periode van hun pensioen zullen genieten, maar dat ze ook vroeger zullen sterven”, besluit Heyse.   Oppeppend nieuws voor bejaarden? Oh, maar de Commissie heeft nergens gezegd dat mensen tot 76 jaar aan het werk moeten blijven! De Commissie doet enkel suggesties aan overheden, zoals:

“Pensioenstelsels zouden langer werken kunnen ondersteunen door de pensioenleeftijd of loopbaanvereisten, de aangroeipercentages of uitkeringen automatisch aan te passen aan de hogere levensverwachting. Vervroegd pensioen beperken tot objectief gerechtvaardigde gevallen, een algemeen recht instellen om na de pensioenleeftijd te werken en flexibele pensioenregelingen kunnen helpen om pensioenstelsels zowel adequaat als duurzaam te maken.”

De Commissie heeft nog meer ideeen om het vergrijzingsprobleem beheersbaar te houden. Zo kan men “meer aandacht vestigen op ondernemerschap als een late carrièreoptie”, “intelligente woningen” met sensoren en geautomatiseerde systemen kunnen de veiligheid van alleenstaande ouderen verbeteren”, enz. Belangrijker nog: “hoogwaardige, veilige en kostenefficiënte aanvullende pensioenen kunnen gepensioneerden extra spaargeld opleveren”. En op dat vlak houdt de Commissie het niet bij ideeën en suggesties, maar ze nam een initiatief dat weldra effectief van start gaat: PEPP, het pan-European personal pension product [efn_note] In de EU worden zoveel afkortingen geproduceerd dat ze soms samenvallen. Zo heeft ook de Europese Centrale Bank, euh, de ECB, haar PEPP, maar daar betekent het Pandemic Emergency Purchase Programme.  [/efn_note]. “PEPP is een vrijwillige individuele pensioenregeling die in 2022 moet worden uitgerold en consumenten een nieuw pan-Europees product zal bieden om aan pensioensparen te doen”, zegt de Commissie fier. Ze vertelt er in haar Groenboek over de vergrijzing wel niet bij wat de oorsprong is van PEPP. Dat staat wel in een ‘Aanbeveling van de Commissie’ van 29.7.2017 “inzake de fiscale behandeling van persoonlijke pensioenproducten, inclusief het pan-Europees persoonlijk pensioenproduct”. Daar staat het onomwonden:

“Het initiatief inzake een pan-Europees persoonlijk pensioenproduct (PEPP) maakt deel uit van de kapitaalmarktenunie, die erop is gericht kapitaal in de Unie te mobiliseren en het te kanaliseren naar alle bedrijven, inclusief het MKB, infrastructuur en duurzame langetermijnprojecten die dit kapitaal nodig hebben om te expanderen en banen te creëren.”

In realiteit betekent dit dat voor verzekeringsgroepen en financiële concerns als BlackRock, Allianz, Barclays en zoveel andere geldmachines een markt open gaat die volgens schattingen van de Commissie in 2030 zo een 2100 miljard euro zal bedragen (bijna drie keer het huidig Nederlands BBP). Voor deze geldmachine is het wettelijk pensioen inderdaad een doorn in het oog, want het brengt hen niets op;  PEPP is dan natuurlijk een serieuze oppepper. En om twijfelende grijsaards over de streep te halen heeft de Commissie de lidstaten aanbevolen om PEPP van fiscale voordelen te voorzien. Waardoor dan de minderinkomsten moeten gecompenseerd worden staat er niet bij, maar de Commissie geeft wel de raad dat “de houdbaarheid van de overheidsfinanciën nauwlettend moet worden gevolgd.” Tussen haakjes, nergens staat in het Groenboek dat met het oog op de vergrijzing de belasting op kapitalen, kapitaalinkomsten en de hoogste lonen moet verhoogd worden, wat nochtans ook een suggestie zou kunnen zijn. Maar let wel: de Commissie stelt voorwaarden aan aanbieders van PEPP-producten: de pensioenspaarders moeten de garantie hebben dat ze minstens hun ingelegd bedrag zullen terugkrijgen! En de kosten aangerekend aan de pensioenspaarder mogen niet meer bedragen dan 1% van de inleg. Één procent lijkt niet zoveel, maar Reiner Heise rekent in zijn commentaar voor dat wie maandelijks 100 € PEPP-spaart, na 40 jaar 9890 € ‘kosten’ heeft afgedokt.   Seniorenopstand

“Te midden de pandemie die Europa en de wereld in haar greep houdt, heeft de Europese Commissie in Brussel een Groenboek over vergrijzing voorgesteld. Bij de lectuur ervan wordt het duidelijk dat hier onder mooie woorden als ‘solidariteit’ en ‘intergenerationele verantwoordelijkheid’ heel andere bedoelingen steken.”

Dit is de aanhef van een gemeenschappelijke oproep van een Duits en een Spaans ‘seniorenfront’, respectievelijk Seniorenaufstand en de Coordinadora Estatal por la Defensa del Sistema Público de Pensiones (COESPE). Seniorenaufstand is een werkgroep van gepensioneerde vakbondsleden van allerlei federaties in Noord Duitsland, van Bremen tot Berlijn. De COESPE is een coördinatie van zowat 300 lokale gepensioneerdencomités die sinds 2018 in heel Spanje ontstonden en regelmatig demonstraties opzetten ter verdediging van het wettelijk, op repartitie (omslag) gesteund pensioen. Onder het motto ‘wie ook regeert, het wettelijk pensioen moet verdedigd worden’ staat COESPE op zijn onafhankelijkheid tegenover alle partijen. Met hun oproep verzetten de beide seniorenfronten zich tegen de “aanbevelingen van de Europese Commissie ter privatisering en verslechtering van de pensioenen.” De bedoeling is steeds dezelfde, zeggen ze: het wettelijk pensioen tot een aalmoes herleiden of afschaffen en private, op kapitalisatie gebaseerde systemen doordrukken. De grensoverschrijdende samenwerking vinden de twee collectieven ook nuttig om van de ervaringen van de andere te leren. Van Spaanse zijde wordt erop gewezen dat het ‘Pact van Toledo’, in 1995 afgesloten tussen alle politieke partijen en aanvaard door de vakbonden, het kader is waarin sindsdien alle aanvallen op het wettelijk pensioen gevoerd worden. Verleden jaar nog deed dit Pact de aanbeveling om private pensioensystemen in te voeren, collectief te onderhandelen door de vakbonden. COESPE wil dat de grote vakbonden CCOO en UGT deze aanbeveling afwijzen. Seniorenaufstand van zijn kant heeft een vernietigend oordeel over de Riester Rente, door SPD minister Riester ingevoerd in het kader van Schröders Agenda 2010. “De meesten van de 16 miljoen betalenden hebben geld verloren of zullen het nog verliezen, terwijl de verzekeringsmaatschappijen er aardig aan verdienen.” Deze Spaans-Duitse samenwerking van onderuit lijkt ons een uitstekend initiatief dat uitbreiding en navolging verdient. Het toont aan dat er heel wat meer mogelijk is dan te wachten op een Europees initiatief van het Europees Vakverbond (dat, het moet gezegd, een vrij kritische analyse maakte van PEPP). Dat hebben een aantal Belgische vakbondsverantwoordelijken ook begrepen toen ze in januari 2020 financiële steun gaven aan de Franse vakbonden in hun strijd tegen de pensioenhervorming van Macron. De Europese Commissie lanceerde haar Groenboek vergrijzing als uitnodiging ‘om uw stem te laten horen’… via een elektronisch formulier.  We zouden zeggen: laat liever duizend seniorenfronten bloeien, met als antwoord op de pensioenplannen van de Commissie: NEE – NO – NON – NEIN – OXI – NEJ - NENIU!!    

Een groene Bundeskänzlerin? Zoek dekking!

20/04/2021 - 16:24

20 april 2021 - Het partijbestuur van de Duitse Grünen wees gisteren haar covoorzitster Annalena Baerbock aan als kandidaat-kanselier. De Bundestagverkiezingen van 26 september aanstaande zullen immers beslissend zijn voor wie huidig kanselier Angela Merkel opvolgt. De groene kandidatuur is helemaal niet zo symbolisch; volgens zowat alle polls zal het in september gaan tussen de Union (CDU-CSU) en de Grünen die respectievelijk op 26 - 28% en 21 - 23% staan, maar de groenen in een opgaande trend, de christendemocraten een neergaande. De eveneens gisteren aangeduide kandidaat-kanselier van de Union, Armin Laschett, lijkt geen al te goede beurt te maken bij het kiezerspubliek. De SPD, die al vorig jaar de huidige minister van financiën Olaf Scholz als kandidaat aanduidde, komt met circa 16% van de stemmen slechts op de derde plaats. Nog afgezien van het kanselierschap is een deelname van de Grünen aan de regeringscoalitie dus ook vrij waarschijnlijk. Veel progressievelingen zouden waarschijnlijk opgelucht zijn om eens een kanselier te hebben die niet voortkomt uit die oersaaie stal waar ook Adenauer, Erhard of Kohl uit stammen, en aan Gerhard Schröder heeft ook niet iedereen zijn hart(z) verpand. Maar, zegt Jens Berger op nachdenkseiten, wie zichzelf links vindt zou kanselier-in-spe Baerbock best eerst aan een realiteitstest onderwerpen alvorens met felicitaties te zwaaien. En inderdaad, Baerbock heeft al het nodige gedaan om te bewijzen dat met Grünen in een coalitie niets zal veranderen, tenzij meer militaire uitgaven en een agressiever buitenlands beleid. “Meer uitgaven voor onze verdediging”, “meer investeringen opdat geweren zouden schieten en nachtkijkers functioneren”, “meer Europees engagement voor defensie”... Aan de nieuwe Amerikaanse president Biden willen de Groenen een ‘vernieuwde Atlantische agenda’ voorstellen. Wat het Nord Stream-2 project betreft (gaspijpleiding van Rusland naar Duitsland) zou je denken dat vanuit een groen standpunt de fossiele aard van de brandstof het probleem is, maar voor Baerbock gaan de bezwaren over “de geostrategische belangen van de EU”, de “destabilisering van Oekraïne” en het “dwarsbomen van de duidelijke koers tegenover Rusland op EU vlak”. In een eerder bericht had ik het over de steun vanuit een Duitse groene denktank voor “deelname aan de nucleaire bewapening” als een “essentieel element van de strategische band tussen trans-Atlantische partners”. Ik was toen nog zo voorzichtig om dit niet meteen als groen partijstandpunt voor te stellen. Maar het wordt stilaan wel duidelijk dat de Duitse Grünen hun pacifisme van weleer afgezworen hebben om toch maar salonfähig te worden. Merkwaardig trouwens, in dit eerder bericht citeerde ik van de groene websiteWir Grüne im Bundestag stehen für Frieden, Abrüstung, kooperative Sicherheit und eine Kultur der militärischen Zurückhaltung.” Het staat er nog steeds, behalve dat de “cultuur van militaire terughoudendheid” is weggevallen… Groen, sociaaldemocratisch, christendemocratisch, liberaal…, het maakt blijkbaar allemaal niet meer zoveel uit tot welke tint grijs men behoort, de politieke credo’s zijn ongeveer dezelfde. En daarover doet journalist Norbert Häring op zijn blog een interessant boekje open. Wat hebben Annalena Baerbock, Angela Merkel, de gewezen Spaanse premier José María Aznar, gewezen Commissievoorzitter Manuel Barosso, Tony Blair, Nicolas Sarkozy en heler drommen sterren van het 'extreme centrum' gemeen? Ze werden door het Wereld Economisch Forum (Davos) uitgekozen als Young Global Leader  (of de voorloper ervan, Global Leaders for Tomorrow) wat recht geeft op een vorming als leider, met uitgebreide contacten en introducties. Voor consequent links is dit hopelijk een aansporing om in te zien dat een echt vredegericht, antimilitaristisch ecosocialistisch programma een unique selling proposition is, de troef waarmee op termijn kan gewonnen worden. (hm)    

Duits grondwettelijk Hof maakt krom wat recht was

19/04/2021 - 15:54

19 april 2021 - We hebben op Ander Europa al verschillende bijdragen gewijd aan de campagne voor betaalbaar wonen in de Duitse deelstaat Berlijn. Daar kon in november 2020 een mooie overwinning van de huurcollectieven gemeld worden (zie Berlijn bevriest huurprijzen); de Berlijnse Senaat besliste de huurprijzen van heel veel huurwoningen voor vijf jaar te bevriezen op het niveau van juni 2019, de zgn. Mietendeckel  (huurplafond). De huurcollectieven zijn momenteel bezig met een campagne om de grote private vastgoedbedrijven te onteigenen en een groot deel van het woningpark te socialiseren. Maar op donderdag (15 april) besliste het Duits Grondwettelijk Hof  in Karlsruhe (Bundesverfassungsgericht) dat de beslissing van de Berlijnse Senaat ongeldig was; de bevoegdheid voor een dergelijke bevriezing zou alleen op federaal vlak, voor de Bondsrepubliek in haar geheel dus, kunnen genomen worden. De uitspraak is het gevolg van een klacht van parlementsleden van Merkels CDU en van de liberale FDP. Hoe belangrijk de 'Mietendeckel' is werd donderdag meteen duidelijk: dezelfde avond nog dat Karlsruhe zijn besluit bekend maakte, kwamen in Berlijn naar verluidt 20.000 mensen op straat (video), in een mum van tijd gemobiliseerd. Men moet weten dat honderdduizenden gezinnen van de Mietendeckel konden genieten, maar ze zullen niet alleen voortaan de hogere huurprijs moeten betalen, maar dat ook met terugwerkende kracht. [spacer size="20"] [spacer size="20"]De initiatiefgroep “Deutsche Wohnen und Co. enteigenen" reageerde in een persmededeling dat de beslissing van het Grondwettelijk Hof  de gegrondheid aantoont van de eis om de grote vastgoedbedrijven te onteigenen. De lopende petitie om daarover een referendum te organiseren kreeg in ieder geval een flinke boost. (hm)    

Macron en Merkel bellen met Xi

16/04/2021 - 18:33

door Frank Slegers 16 april 2021   Het nieuws kwam als een kleine verrassing: vandaag bellen de Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron met de Chinese president Xi Jinping. Zonder de Amerikanen! En overigens ook zonder vertegenwoordigers van de EU (die zijn vast nog bezig met Sofagate). Het lijkt  een initiatief van Macron. Door de Chinezen wordt dit telefoontje geframed als een “klimaattop”. Dat is dan kort voor de “klimaattop” met 40 wereldleiders die de Amerikaanse president Joe Biden voor eind komende week samenriep, en ook voor de G7 en de komende VN-klimaatconferentie in Glasgow. Vandaag is de Amerikaanse klimaatgezant John Kerry dan weer in China, ook om te praten over het klimaat. Nu betekent “klimaat” in deze kringen “economie”, “nieuwe markten”. Zo was de Europese Unie helemaal niet blij, eerder ongerust, toen de nieuw verkozen Joe Biden vol gas leek te gaan over het klimaat, en John Kerry aanstelde als klimaatgezant: met hun diepe geldzakken vormen de Amerikanen een geduchte concurrent op de klimaatmarkt. China is daar ook een belangrijke speler. Voor elektrische auto’s heb je kobalt nodig. De kobaltmijnen in Congo, waar twee derde van het kobalt gewonnen wordt, zijn merendeels in Chinese handen. Klimaat gaat over economie, maar ook over moreel wereldleiderschap, ‘soft power’. Joe Biden wil het gat dichten dat zijn voorganger Donald Trump hier liet vallen. Xi Jinping was ook kandidaat, want op andere terreinen loopt diens moreel leiderschap behoorlijke deuken op. Zo komen we steeds weer bij dezelfde vraag: wat moet de Europese Unie met de rivaliteit op alle fronten tussen de VS en China? Toch maar weer kiezen voor de VS? Xi Jinping belde eerder al met Angela Merkel om zijn ongerustheid uit te spreken over de Europees-Amerikaanse toenadering tegenover China: “De ontwikkeling van China is een kans voor de EU. We hopen dat de EU onafhankelijk een juist oordeel zal vellen en strategische autonomie zal verwerven in de echte zin van het woord”. Aldus Xi, die blijkbaar verstand heeft van gevoelige snaren. Voor de volledigheid voegde Xi er nog aan toe dat China al vijf jaar na elkaar Duitslands belangrijkste handelspartner is. Xi danst wel op een slappe koord. Hij moet zijn thuispubliek tevreden houden, en gebruikt daarbij een hard nationalistisch vertoog. Maar buiten China speelt dat anders. De behandeling van de Oeigoeren, bijvoorbeeld, helpt niet: het is wereldwijd een iconisch voorbeeld geworden hoe de combinatie van de modernste technieken met een gewetenloos regime leidt tot barbaarse toestanden. Maar vooral economische belangen leiden tot spanningen. De Europese Commissie besloot voorbije zomer tot regels die Europese bedrijven moeten beschermen tegen oneerlijke Chinese concurrentie bij overnames. Brussel noemt China sinds een jaar een „systeemrivaal”. Het coronavirus maakte ook de publieke opinie gevoelig voor de afhankelijkheid van Chinese producten. Er gaan dus heel wat stemmen op om toch maar weer in te zetten op het Atlantisch bondgenootschap: het vrije Westen tegen de rest, Europa onder de sterke paraplu van Uncle Sam, nu verpersoonlijkt door de vriendelijke opa Joe Biden. Heftige retoriek tegen (een selectie van) autoritaire regimes moet dit bondgenootschap smeden. Het Rusland van Putin komt daarbij als geroepen als ideale vijand. De NAVO bespreekt volgend jaar een China-strategie (de militaire uitgaven van de VS bedroegen vorig jaar 732 miljard dollar, die van China 261 miljard). Paul Scheffer vertolkt deze opinie in de NRC van 26 maart zo: “Tegenover de verleiding van afzijdigheid staat de belangengemeenschap van democratieën: conflict is onontkoombaar wanneer het om mensenrechten of territoriale claims gaat. Dan gaat neutraliteit niet helpen. De ervaring leert dat onderdrukking uiteindelijk niet stopt bij de eigen grens.” Geheel volgens de Atlantische traditie van Nederland hoor je vooral dit soort opiniemakers. Maar achter deze redenering zit het beeld van de strijd tussen twee supermachten, waartussen je partij moet kiezen: het opkomende China versus de tanende macht van de VS. Misschien is het niet zo dat de ene supermacht zo rond 2050 vervangen wordt door een andere: misschien gaan we naar een wereld waarin allerlei grotere en kleinere supermachten rivaliseren, zonder duidelijke leider. En hoeft de EU niet te kiezen. Dat is vast wat ze denken in de Duitse automobielbranche. Het gevolg is dan wel dat de EU zelf zich makkelijk uit elkaar laat spelen. Dat ging in de vorige koude oorlog beter. Maar de Duitse partners van Xi hebben wel een punt. Zo lezen we in de NRC van 14 april dat Europese bedrijven in China vorig jaar hun hoogste winsten ooit boekten. De rode loper ging uit voor technologiebedrijven die op de Chinese markt actief zijn. China heeft bepaalde technologieën nog heel hard nodig, en Europa is daarvoor een grotere leverancier dan de VS. Aldus Garrie van Pinxteren in de krant. We mogen ervan uitgaan dat we de komende maanden bestookt blijven worden met opinies over wat de EU moet doen. Daarbij heeft elke opiniemaker wel zijn of haar eigen vijandbeeld, en de gedeelde overtuiging dat de EU zelf het walhalla is van de democratie, de mensenrechten en de duurzaamheid. Onderhuidse stereotypen over de Chinezen (hardwerkende onderkruipers) de Amerikanen (cowboys) of de Russen (Aziatische despoten) zijn dan niet uit de lucht.    

Het Europees-Chinees investeringsakkoord en zijn contestatie

15/04/2021 - 21:53

door Herman Michiel 15 april 2021   Op 30 december 2020 maakten de Europese Commissie en de Chinese Volksrepubliek bekend dat ze een akkoord hadden bereikt over een EU-China investeringsovereenkomst. Er waren zeven jaar en 35 onderhandelingsrondes  voorafgegaan aan het China-EU Comprehensive Agreement on Investment (CAI), maar de eindfase lijkt toch in een holderdeboldersfeertje te zijn verlopen. Daar wijst niet alleen het tijdstip van de bekendmaking op  – ook Westerse diplomaten zitten rond die tijd van het jaar liefst bij de kerstboom – maar in het akkoord zitten verschillende belangrijke hiaten, waarvoor naar toekomstige besprekingen wordt verwezen. Vanwaar dan die haast?   Nog vlug een investeringsakkoord in 2020 Voor de Chinezen had 1 januari 2021 geen al te grote betekenis, aangezien hun Nieuwjaar pas op 12 februari viel. Voor de EU lag dat enigszins anders. Op 20 januari zou Trump de baan ruimen voor Biden als president van de Verenigde Staten, en al verheugen de meeste Europese leiders zich op dit ‘back to normal’, de Trump-episode was een gelegenheid voor de Europese Unie om zich een ietsje vrijer op te stellen tegenover de Atlantische bondgenoot waar het haar handelsbelangen betreft. De CAI-onderhandelingen liepen al wel sinds jaren, maar Biden zou het niet als welkomstgeschenk geapprecieerd hebben als Brussel tot een akkoord kwam met Peking terwijl hij net zijn intrek genomen had in het Witte Huis. En daarmee zitten we volop in de context waarin CAI moet gezien worden: een elementje in de globale machtstrijd die zich steeds duidelijker aftekent tussen de Verenigde Staten, de Volksrepubliek China en de Europese Unie, en die hoogstwaarschijnlijk een van de krachtlijnen zal worden van de eenentwintigste eeuw. Een paar cijfers volstaan om dat te illustreren. Onderstaande grafiek geeft het BBP (2019) van de drie machtsblokken (14.000 miljard euro voor de EU, enz.) maar omgerekend naar globale koopkracht staan de drie ongeveer op dezelfde hoogte. De economische groei van  China ligt systematisch stukken hoger dan de Westerse, zodat verwacht wordt dat de Volksrepubliek vóór 2030 de VS inhaalt wat nominaal BBP betreft.   [caption id="attachment_20507" align="aligncenter" width="600"] Fig. 1 BBP (in miljarden €) in 2019 voor de EU, China en de Verenigde Staten. Japan speelt in een categorie lager, met een BBP dat minder dan de helft van het Chinese is, terwijl het Russische slechts een derde is van het Japanse. Het is natuurlijk zo dat China ongeveer drie keer zoveel inwoners telt als de EU, zodat het gemiddeld BBP per inwoner (‘pro capita’) minder dan een derde bedraagt van dat in Europa.[/caption] Ook andere statistieken laten overduidelijk zien dat China een economische gigant geworden is die de VS en de EU naar de kroon steekt. Als exporteur van goederen is China wereldleider (Fig. 2) ; in 2020 stak China de VS voorbij als belangrijkste handelspartner van de EU.   [caption id="attachment_20508" align="aligncenter" width="600"] Fig. 2 Aandeel in de export van goederen wereldwijd als % van het wereldtotaal. China stak de Verenigde Staten voorbij in 2006, voor de EU gebeurde dat in 2013.[/caption] Als ‘werkplaats van de wereld’ beperkt China zich ook niet tot de export van grondstoffen of halffabricaten, maar verovert zich stilaan een plaats in de high tech sector (IT, telecommunicatie, 5G, robotics, aerospace, medisch materiaal…). Ter ondersteuning daarvan werd in 2015 het tienjarenprogramma Made in China 2025 gelanceerd, en de zenuwachtige Westerse reacties daarop tonen aan dat met het land van de ‘boerenrevolutie’ niet meer gespot wordt. Een ander exportproduct van China dat door de Westerse strategen met argusogen bekeken wordt is… kapitaal (figuur 3). Die strategen weten immers maar al te goed wat buitenlandse investeringen betekend hebben voor de vestiging van de Westerse imperialistische belangen wereldwijd. Dat Amerikaanse bedrijven investeren in Europa en Europese in de VS zijn we gewoon, en het wordt door politici vaak als een succes voor hun inspanningen voorgesteld; maar dat is onder ons, onder Westerse vrienden die het beste met elkaar voor hebben. Kan men dat zomaar verwachten van ‘communistisch China’? En is er wederkerigheid? Profiteren zijn niet meer van ons dan wij van hen? Wat zit in het akkoord?   [caption id="attachment_20509" align="aligncenter" width="600"] Fig. 3 Investeringen (Foreign Direct Investments, FDI) in miljoenen euro door de EU in China (blauw) en door China in de EU (rood). Bron: studiedienst Europees Parlement.[/caption]   Het Europees-Chinees investeringsakkoord (CAI)  Het principieel akkoord van 30 december is in zekere zin de tegenhanger van het zogenoemde US-China Phase1 handelsakkoord dat Trump afsloot met China. Zowel Washington als Brussel willen natuurlijk de grootst mogelijke toegang voor hun bedrijven op de Chinese markt. De Europese Commissie spreekt van een groot succes. Het gaat over [efn_note] Zie ook The EU-China Comprehensive Agreement on Investment: Between Realpolitik and Fundamental Values [/efn_note]:  
  • De opheffing van markttoegangsbeperkingen in sectoren als elektrische wagens, telecom, private ziekenhuizen (!) e.a. In tal van gevallen vervalt de eis dat Europese investeringen moeten gebeuren in het kader van joint ventures met Chinese bedrijven. Ook de eis van technologieoverdracht zou gerelativeerd worden.
  • Ook voor R&D, cloud computing, financiële diensten, vastgoed, maritiem transport, diensten aan de luchtvaartsector… zouden openingen geboden worden;
  • Chinese staatsbedrijven zouden zich op een ‘commerciële’ manier moeten gedragen, en bijvoorbeeld geen a priori voorkeur hebben voor Chinese partners. Er zou transparantie komen over de subsidiëring van deze staatsbedrijven.
  • De EU pakt ook graag uit met haar onderhandelingssucces op het gebied van sociale en klimaatbepalingen. Zo beloofde China om te “werken in de richting van” de goedkeuring van de bepalingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) over dwangarbeid. Over dergelijke sociale en ecologische clausules hebben we het verder nog.
Waarin  de EU niet haar zin kreeg:
  • China legt meer beperkingen op aan Europese directe investeringen in China dan de EU aan Chinese investeerders (anderzijds blijven Chinese investeringen in ‘gevoelige’ sectoren als landbouw, visvangst, audio-visuele en openbare diensten uitgesloten)
  • De oprichting van een arbitragehof voor investeerdersgeschillen, waarover later zou onderhandeld worden. Er is wel arbitrage voorzien van staat tot staat, maar een Europese investeerder kan niet zelf een zaak inspannen tegen de Chinese staat, zoals in het fel gecontesteerde ISDS-mechanisme (cfr. het CETA-verdrag met Canada). In een document spreekt het Europees Parlement daarom over een ‘partieel akkoord’ in tegenstelling tot de bedoeling van een ‘alomvattend’ (comprehensive) akkoord. Het is echter goed mogelijk dat de Commissie het ISDS-thema buiten de onderhandelingen gehouden heeft omdat anders ook de parlementen van de lidstaten CAI moeten goedkeuren…
  • De EU wilde natuurlijk ook de liberalisering van de openbare aanbestedingen, maar daarop heeft China niet toegegeven.
Men moet zich echter goed bewust zijn van het feit dat de Europese Commissie de onderhandelingen voert in naam van de hele EU, maar dat het belang van zo’n akkoord heel verschillend is van lidstaat tot lidstaat. Portugal en Hongarije hebben, ook relatief, veel minder te zoeken in China dan bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk, of ook Nederland. Dat blijkt duidelijk uit onderstaande grafiek (Fig. 4). Het belang voor Duitsland verklaart waarschijnlijk ook deels de rush waarmee het akkoord gesloten werd, twee dagen voor Duitsland het voorzitterschap van de EU doorgaf aan Portugal.   [caption id="attachment_20510" align="aligncenter" width="600"] Fig. 4 Het aandeel van lidstaten in de buitenlandse investeringen in China (als % van de totale Europese investeringen aldaar, gemiddeld over de laatste 20 jaar). Bron: Europese Commissie.[/caption]   Een immoreel akkoord? Over CAI als investeringsakkoord is in de media en door politici weinig commentaar geleverd. Dat zoiets in voorbereiding was, was weinig bekend, maar anderzijds ook niet zeer verbazend. De EU probeert toch overal vrijhandels-en investeringsakkoorden af te sluiten, en men kan toch niet naast een grote groeiende markt als de Chinese kijken? Voor degenen bij wie het hart vlugger gaat kloppen als het over de EU gaat, type Luuk van Middelaar [efn_note] Over Luuk van Middelaar, zie Perry Anderson’s essay De Europese ‘coup’. [/efn_note], was CAI ook een uiting van “Europa’s geopolitiek ontwaken”, waarbij we bovendien blijk konden geven van ons Europees waardenbesef. President Xi Jinping zou immers zijn best doen opdat China de ILO-conventie tegen slavenarbeid zou ondertekenen, en China zal zich blijven inspannen voor het klimaatakkoord van Parijs. Bij haar onderhandelingen verdedigt de EU niet alleen haar zakelijke belangen, maar ook de mensenrechten! Men moet geen buitengewoon ontwikkeld kritisch vermogen hebben om dit soort claims te doorzien, en er de humanitaire saus in te ruiken waarmee de EU haar beleid in de publieke ruimte serveert. Het afsluiten van CAI gebeurde bovendien tijdens een steeds harder wordende repressie van de Chinese autoriteiten tegen de protesten in Hongkong, en al ontbreekt nauwkeurige informatie over de strafkampen voor Oeigoeren in Xinjiang, men kan de rapporten van Amnesty International, Human Rights Watch e.a. niet afdoen als verzinsel. Het lijkt dan ook een opluchting dat uit de mainstream partijen van het Europees Parlement kritiek rijst op het investeringsakkoord. Reinhard Bütikofer, Duitse Groene en voorzitter van de parlementaire delegatie voor relaties met China, wil dat niet alleen de ILO-conventies ondertekend worden, maar dat ook de begin december 2020 aangenomen Europese ‘Sanctieregeling voor de mensenrechten’  erin betrokken wordt en dat er een verbod is op de import van met dwangarbeid geproduceerde producten. Bernd Lange van zijn kant, Duitse sociaaldemocraat en voorzitter van de parlementaire commissie internationale handel, wees op de situatie in Hongkong, en liet verstaan dat er misschien wel eens geen meerderheid zou kunnen zijn voor CAI in het Europees Parlement. Zelfs de Europese christendemocraten (EVP, Conservatieven (ECR) en liberalen (Renew Europe) uitten zekere twijfels. Het Europees Vakverbond formuleerde voor zijn doen een scherpe veroordeling:

“Het Europees Vakverbond beoordeelt het akkoord van de Europese Commissie, die blijkbaar onder druk stond van Frankrijk en Duitsland, als een politieke vergissing. Dat is des te meer het geval op een ogenblik dat er opnieuw systematische en ernstige schendingen van de mensenrechten zijn, waarbij we ons ernstig zorgen maken om de Oeigoerse etnische minderheid in Xinjiang en om de serieuze schendingen van mensenrechten in Hongkong, met willekeurige arrestatie van vakbondsleden, journalisten, academici en andere activisten die voor de democratie opkomen.”

Dit alles lijkt terecht, en een goed tegengewicht tegen het mercantiele streven van de Commissie en de (grote) lidstaten. Het zou zelfs misplaatst zijn te beweren dat dit allemaal geveinsde bekommernissen zijn. De vraag is echter of het een vruchtbare aanpak is.   Individuele sancties, economische sancties ...  Laat ons de ‘humanitaire’ aanpak in het beleid van de Westerse mogendheden van naderbij bekijken. Sinds december 2020 heeft de EU dus ook haar ‘sanctieregeling voor de mensenrechten’ (Human rights sanctions regime, ook soms European Magnitsky Act genoemd omdat het de tegenhanger is van de Amerikaanse sanctiewet. [efn_note] De wet werd in 2012 door het Amerikaanse Congres aangenomen en genoemd naar een Russische advocaat die volgens de gangbare Westerse versie een moedige klokkenluider was die het slachtoffer werd van het Poetinregime waarvan hij de corruptie aan de kaak stelde. De Russische cineast Andrei Nekrasov kwam echter tot heel andere bevindingen. [/efn_note]. De sanctieregeling is van toepassing op individuen en ‘entiteiten’ die betrokken zijn bij ernstige schendingen van de mensenrechten, zoals genocide, foltering, politieke moord enzovoort, waar ook ter wereld. De sancties zijn dan bijvoorbeeld reisverbod (binnen de EU), het bevriezen van tegoeden (voor zover die beschikbaar en gekend zijn) en het verbod binnen de EU om steun te verlenen aan de gesanctioneerde. In maart werd voor het eerst gebruik gemaakt van het nieuwe Europese sanctieregime met ‘targets’ in o.a. Rusland, China, Noord-Korea en Libië; de beslissing daartoe ligt volledig bij de Raad, de lidstaten dus, het Europees Parlement heeft hierin geen bevoegdheid. Op dergelijke sancties volgen meestal tegensancties, en zo moest het prille Belgische Ecolo-kamerlid Samuel Cogolati tot zijn verbazing vaststellen dat hij door China gesanctioneerd werd en in dat land niet meer mag reizen of zaken doen. Poets wederom poets, dit soort sancties lijken vooral een bezigheid voor diplomaten, en zijn meer bestemd voor de publieke opinie, in de EU en daarbuiten (“ wij laten niet met ons spotten!”, “voor ons zijn mensenrechten geen lachertje”!”) dan een daad ter verdediging van de mensenrechten. Het is weinig waarschijnlijk dat Poetin zich in zijn bewegingsvrijheid beperkt zou voelen als hij wegens de vergiftiging van Navalny, of Xi Jinping wegens de Oeigoerse kwestie niet in Europa konden reizen; nog twijfelachtiger is het zelfs of de sanctie ooit zou uitgesproken worden tegen, laat ons zeggen, Joe Biden of Barack Obama wegens ‘extrajudicial killings’ (zoals de drone-aanvallen) of ‘arbitrary detentions’ (Guantanamo), twee ernstige misdaden die in de sanctieverordening expliciet zijn vermeld. In tegenstelling tot de individueel gerichte sancties kunnen economische sancties (handelsembargo’s, export/importbeperkingen…) wel pijn doen, maar de vraag is: aan wie? Er is vooreerst de vraag aan welke landen ze worden opgelegd. Daarover zullen we het verder uitgebreider hebben, maar het is een feit dat de Verenigde Staten vanaf 1960 (al 60 jaar!!) een handelsembargo uitvaardigden tegen Cuba, maar dat nooit deden tegen Chili onder de bloedige Pinochetdictatuur. Maar laten we aannemen dat een regime wordt geviseerd dat zware inbreuken pleegt tegen de mensenrechten. De Duitse sociologe Julia Eder deed een uitgebreid onderzoek naar economische sanctiemaatregelen en komt tot de volgende conclusie:

“Links, solidair met de belangen van de uitgebuitenen en onderdrukten overal ter wereld, bewijst de internationale solidariteit een slechte dienst wanneer ze als oppositiekracht de politiek van machtige staten ondersteunt en legitimeert; zulke politiek zet zich niet in om de uitbuiting en onderdrukking op te heffen, maar ze voor het eigenbelang verder te zetten.”

In haar argumentatie wijst Julia-Eder op verschillende facetten van economische sancties. Ze bereiken meestal hun doel niet, en zijn dientengevolge vaak aanleiding tot nog uitgebreidere maatregelen met een escalatie van het sanctieregime als gevolg. Een spectaculair, tragisch voorbeeld van wat economische sancties kunnen betekenen is Irak, waar ze meer slachtoffers maakten dan de bombardementen. Sancties versterken de sociale ongelijkheid, en principieel is er bovendien het probleem van het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren. Tot een gelijkaardige conclusie komt Peter Wahl, die in een evaluatie van de sanctiepolitiek tegenover China schrijft:

“Het hele sanctiegebeuren is de uitdrukking van ongelijke en onrechtvaardige machtsverhoudingen in de wereld, en is onverenigbaar met de bepalingen van het Handvest van de Verenigde Naties. Al in het eerste artikel ervan wordt bepaald om “bij internationale geschillen of situaties die tot verbreking van de vrede zouden kunnen leiden een regeling of beslechting tot stand te brengen met vreedzame middelen en in overeenstemming met de beginselen van gerechtigheid en het internationaal recht”.

Wahl bevestigt ook de waarneming van Eder dat sancties al vlug tot een escalatie leiden; hij stelt vast dat de Chinese overheid zich steeds zelfbewuster opstelt op het internationaal toneel, en bij Westerse sancties een ‘asymmetrische‘ repliek geeft.   Sancties, een instrument van de Westerse machtspolitiek Eders verwerping van sancties is niet gesteund op een of ander abstract principe, maar op de praktische vaststelling dat sancties uitgaan van een staatsmacht, die er haar eigen belangen probeert mee te dienen, ook al wordt dit verpakt als een humanitaire operatie. Hiermee kunnen we al meteen een argument ontkrachten dat verdedigers van de sanctiepolitiek zullen inbrengen tegen links verzet daartegen. Links staat bijvoorbeeld achter de BDS-campagne (Boycott, Desinvestment, Sanctions) om de rechten van de Palestijnen af te dwingen tegenover Israël. Maar deze sancties gaan niet uit van een staatsmacht, maar van sociale organisaties wereldwijd en zijn tegen het machtsmisbruik van een staat gericht. Ze verdedigen geen staatsbelangen, maar elementaire humanitaire rechten, en de campagne wordt ook door de Palestijnen gesteund. En toch, in tal van ‘humanitaire’ landen probeert men de BDS campagne met wettelijke middelen te boycotten… De Westerse sancties gaan niet zomaar uit van een staatsmacht, maar van een staatsmacht in dienst van de kapitalistische belangen, en dat kan men aflezen uit de sancties die genomen werden, en misschien nog meer uit de sancties die niet genomen werden:
  • Een embargo op wapenleveringen - een sanctie die het voordeel heeft de burgerbevolking niet te treffen, integendeel - werd niet opgelegd aan belangrijke mensenrechtenschenners als Israël, Saoedi-Arabië, Egypte, Qatar, die nog steeds goed bevoorraad worden, onder andere door de Westere wapenleveranciers.
  • Tegen het machtsmisbruik van de Tunesische president Ben Ali werden geen sancties genomen, integendeel, hij was lid van de Socialistische Internationale tot hij onder druk van de volkswoede in 2011 moest vluchten naar Saoedi-Arabië;
  • de EU en haar lidstaten zouden moeten veroordeeld worden wegens de schending van de rechten van asielzoekers en het niet bieden van hulp aan mensen in nood op de Middellandse Zee; maar in een omgekeerde wereld wordt het handvol mensen die al duizenden levens gered hebben door de autoriteiten geboycot. Het is trouwens in het kader van deze politiek dat aan ‘dictator’ en NATO-partner Erdogan geen sancties maar een miljardenpremie wordt toegekend;
  • In dezelfde sfeer kan de houding tegenover Marokko gezien worden, dat beslag legt op de Westelijke Sahara, maar in plaats van sancties komt er uit Washington erkenning en lijkt de EU dezelfde weg op te gaan; voor de EU is Marokko immers een vooruitgeschoven grens in de verdediging van Fort Europa;
  • als de EU werkelijk de bedoeling had de mensenrechten op wereldschaal te verdedigen zoals ze pompeus beweert [efn_note]Zie bv.een recent document van de Raad over ‘op regels gebaseerd multilateralisme’ waarin men leest dat de EU “zich zal verzetten tegen elke poging om terug te komen op het beginsel dat alle mensenrechten universeel, ondeelbaar, onderling afhankelijk en onderling verbonden zijn.” [/efn_note] zou ze een vurig verdediger zijn van het VN bindend verdrag over ondernemingen en mensenrechten; in werkelijkheid heeft de EU het initiatief alleen maar tegengewerkt.
  Maar wat dan wel ? Even samenvatten. De EU is bezig een investeringsakkoord, CAI, af te sluiten met China, terwijl het Chinese regime hard optreedt tegen protest in Hongkong en een repressief beleid voert tegen de Oeigoeren. Vanuit het Europees Parlement is daarop kritiek en wordt aangedrongen op grotere voorwaardelijkheid, onder andere de erkenning van de verdragen over arbeidsrechten van de Internationale Arbeidsorganisatie en sancties tegen verantwoordelijken voor het repressief beleid tegen Oeigoeren en demonstranten in Hongkong. Zulke sancties werden in maart door de Raad van de EU inderdaad genomen, en hun symbolische aard is weinig van aard om het EU-China investeringsakkoord te kelderen, zoals sommigen menen. Waarschijnlijker lijkt dat hiermee het gemor uit het Europees Parlement gaat opdrogen, en dat CAI geratificeerd wordt tijdens het EU-voorzitterschap van Frankrijk in de eerste helft van 2022 [efn_note] Deze inschatting wijkt enigszins af van die van Steffen Stierle, die veel belang hecht aan de februariverklaring van de Europese Commissie over een assertiever Europees handelsbeleid. Hij spreekt zich daarbij niet uit over de verhouding van deze ‘nieuwe strategie’ tegenover het pas afgesloten investeringsverdrag CAI. Maar het is inderdaad niet gemakkelijk te voorzien hoe het economisch belang van goede verhoudingen met China voor Duitsland, Frankrijk, Nederland en andere lidstaten zich zal verhouden tot de traditionele ‘Atlantische trouw’ van alle EU lidstaten en het heraanknopen van goede betrekkingen ermee na de Trump-Biden-wissel. [/efn_note]. We hebben ook opgemerkt dat in het algemeen sancties in de praktijk weinig uithalen en bij economische sancties meestal de verkeerden treffen; bovendien zijn de Westerse regimes niet geneigd effectieve sancties te treffen als ze daardoor in hun belangen, vooral die van hun bedrijven, geschaad worden. Is er hier dan geen sprake van een ‘Catch 22’ situatie? Laat ons beginnen met de reeds aangehaalde stelling: ‘humanitaire sancties’ zijn in de eerste plaats bedoeld voor de publieke opinie; ze moeten ons blijven overtuigen van de fundamenteel democratische natuur van ons bestel en zijn streven naar een betere samenleving. Mede door de rol van veel media, die niet de gewoonte hebben onder het ideologisch vernislaagje te gaan kijken, slaagt men daar ook vaak in. Zo publiceerde Sara Matthieu, Europarlementslid voor Groen, een Opinie in De Wereld Morgen over de Chinese tegensancties als antwoord op de Europese. “Het investeringsverdrag tussen de EU en China (CAI) moet van tafel zolang er sancties gelden van het autoritaire China tegen de democratische instellingen van Europa.” Niet alleen wordt dit Parlement, dat over de Europese sancties niets te zeggen heeft, hier wat over het paard getild wat zijn democratische rol betreft, maar het conflict dat kon rijzen tussen Parlement en Raad bij de goedkeuring van CAI wordt tot een zeer behapbare dimensie herleid. Niet de repressie tegen de Hongkong-demonstranten en de Oeigoeren moet ophouden als voorwaarde, maar het reisverbod in China van een handvol parlementariërs. Men hoeft niet te twijfelen aan de goede intenties van dergelijke verontwaardiging, en al evenmin aan het autoritair karakter van de Chinese (of Russische enz.) overheid, maar wel aan de illusie dat de diplomatieke vertoning van onze aspirant-wereldmacht een vorm van daadwerkelijk humanitair beleid is. Blijft de vraag wat dan wel bijdraagt tot meer respect voor de mensenrechten in de wereld. Ons uitgangspunt is een frustrerende, maar belangrijke vaststelling: het beleid van onze eigen regering veranderen is moeilijk, maar dat van andere regeringen nog duizend keren moeilijker. Wie wil dat er iets verandert in de wereld, moet zich in de eerste plaats bezighouden met de beleidsinstanties waar zij/hij enige vat op heeft. In Europa zijn dat de nationale, eventueel regionale en lokale niveaus, en de EU-instellingen. Het tweede punt is dat we het beleid alhier vanuit een kritische, internationalistische optiek moeten bekijken. Kritisch, in de wetenschap dat overheden zich altijd voorstellen als dienaars van het algemeen belang, en onze Westerse samenlevingen en overheden bovendien  getekend zijn door de heersende kapitalistische verhoudingen. Achter veel beslissingen zitten particuliere belangen, niet toevallig die van beleggers, aandeelhouders, bedrijfslobbys, banken en ondernemingen. Vanuit een internationalistische visie zijn we veel beter in staat om dit te doorzien. Zulke visie wapent ons ook tegen de vijandbeelden (‘wij’ tegen ‘zij’) die overheden gemakkelijk hanteren om eigen verantwoordelijkheden te verdoezelen. Laat het ons wat concreet maken. Als we de menselijke ellende bekijken ten gevolge van de militaire operaties van onze Westerse legers en ons Westers bondgenootschap  (Kosovo, Irak, Syrië, Afghanistan, Libië… ) en ten gevolge van onze wapenleveringen zou een consequent verzet van politieke partijen en gesteund op sociale mobilisatie op termijn veel meer betekenen voor de mensenrechten wereldwijd dan de diplomatieke schermutselingen van de overheden [efn_note] Het is verheugend dat  reacties vanuit Die Linke in deze richting gaan, zie hier en hier. Hopelijk worden ook geen toegevingen gedaan op het gebied van de inzet van de Bundeswehr en het afwijzen van het NATO lidmaatschap. [/efn_note]. En als we weten welke misdaden onze bedrijven ongestraft begaan tegen hele bevolkingsgroepen, is de steun voor een bindend verdrag waardoor bedrijven internationaal aansprakelijk kunnen gesteld worden een vanzelfsprekendheid.  Geen enkele politicus die beweert zich in te zetten voor de mensenrechten zou zich mogen neerleggen bij de weigering van zijn regering om daar volop de schouders onder te zetten. Dergelijke aanpak zou ook meer politieke duidelijkheid scheppen. Het houdt weinig om het lijf om een paar Russen of Chinezen te ‘sanctioneren’ en dat groot uit te bazuinen als een humanitaire prestatie; het wordt lastiger als men in de clinch moet gaan met de belangengroepen vlakbij en de mainstream politiek in eigen land.    

Na de Nobelprijs, een heiligverklaring?

12/04/2021 - 17:06

12 april 2021 - In 2012 kreeg de Europese Unie de Nobelprijs voor de vrede, misschien de hoogste onderscheiding voor bewezen diensten aan de mensheid die men op aarde kan verwachten. Maar het is nog iets anders om door buitenaardse, ja, hemelse instanties opgenomen te worden in de nauwe kring van heiligverklaarden. De toekenning van dat aureool is weer een stap dichter bij zijn verwerkelijking voor Robert Schuman (1886-1963), een van de 'vaders van Europa', die in 1950 als Frans minister van Buitenlandse Zaken en op aanwijzing van zijn kabinetschef Jean Monnet de aanzet gaf tot de 'Europese eenmaking'. Inderdaad, volgens kardinaal Marcello Semeraro, de prefect van de Vaticaanse Congregatie voor de Heiligverklaringen, is er belangrijke vooruitgang geboekt in het proces voor de zalig- en later mogelijke heiligverklaring van Schuman. We mogen niet op de zaken vooruitlopen, maar kan men zich voorstellen wat het voor ons, Europeanen, zou betekenen als er in het vlakbij het Brusselse Schumanplein gelegen Berlaymontgebouw (zo genoemd naar het katholiek klooster dat er vroeger stond) ook een crypte gewijd aan de heilige Schuman kon opgericht worden? Zou dat aan de Europese Volkspartij geen absolute meerderheid bezorgen in Raad en Parlement, zodat eens en voor altijd de laatste sporen van oppositie konden uitgewist worden? Nee, we mogen niet vooruitlopen, want alvorens er van heiligverklaring kan sprake zijn is er het stadium van de zaligverkaring, en daarvoor is geen omgekeerde gekwalificeerde meerderheid in de Congregatie nodig, maar een wonder (en een tweede voor de heiligverklaring). Een wonder is  een "indrukwekkende en rationeel onverklaarbare gebeurtenis". In de Europese context zou als wonder kunnen erkend worden dat er een vennootschapsbelasting van 50% wordt ingevoerd, of dat de EU niet langer de eis boycot van  een bindend VN-verdrag tegen de schending van mensenrechten door ondernemingen , dat kernwapens op het grondgebied worden verboden of zelfs maar dat de militaire budgetten worden gehalveerd en er een actieve vredespolitiek wordt gevoerd. Zulks zou een krachtig signaal uit de hemel zijn dat Schuman zijn volgelingen heeft gecontacteerd. Afwachten! (hm)      

Een ‘steeds nauwere Unie’ … voor wapenproductie en uitvoer

12/04/2021 - 14:51

door Martin Broek (*) 12 april 2021   In hun streven naar een Europese wapenindustrie willen Duitsland en Frankrijk meer samenwerken op het gebied van wapenproductie en daarvoor bedenken ze nieuwe regels. De relatief strikte Duitse uitleg van de wapenexportrichtlijnen dreigt daarmee op een hellend vlak te komen. En in het kielzog van beide grote landen dreigt dit ook te gaan gelden voor het wapenexportbeleid van andere Europese landen. Eind 2019 had de European Round Table, een lobbyvereniging waar ook de bazen van de grote Europese wapenindustrieën deel van uitmaken, een speciale bijeenkomst in Toulouse, Frankrijk. Ze kregen daar gezelschap van Angela Merkel en Francois Macron. Op de agenda stond “een ambitieuzer Europees industrie- en innovatiebeleid.” Eerder in 2019 presenteerden de Duitse bondskanselier en de Franse president al het Verdrag van Aken, waarmee hun militaire samenwerking werd geformaliseerd. Er waren daarna nog wel enkele hordes te nemen. Frankrijk wilde de mogelijkheid hebben gezamenlijk geproduceerde militaire goederen naar Saoedi-Arabië te exporteren, terwijl Duitsland een wapenembargo tegen het Saoedische koninkrijk heeft. In aanwezigheid van de top van de Europese militaire industrie hebben Merkel en Macron in de verklaring van Toulouse hun meningsverschillen over wapenexportcontrole bijgelegd. Deze verklaring versoepelt de industriële samenwerking op defensiegebied tussen Frankrijk en Duitsland, met name voor het toekomstige ambitieuze luchtwapensysteem (het Future Combat Air System, FCAS of Next Generation Weapon System, NGWS) en de gevechtstank European Main Battle Tank (de European Main Battle Tank, EMBT of Main Ground Combat System, MGCS), twee van de belangrijkste Europese wapensystemen die momenteel ontwikkeld worden. Daarnaast bevat de verklaring een bijlage van twee pagina's met wapensystemen die van deze samenwerking worden uitgezonderd. Dat zijn handvuurwapens, artillerie, munitie, projectielen en luchtframes en motoren voor militaire vliegtuigen, tankkoepels en chassis. Kern van 'Toulouse' is informatie-uitwisseling in een vroeg stadium van een project, om onenigheid in een later stadium te voorkomen. Gewoonlijk wordt wapenexport gereguleerd door het Gemeenschappelijk Standpunt van de EU (2008/944 / GBVB) en het VN-Wapenhandelsverdrag (ATT). De belangrijkste verandering is dat wanneer er problemen ontstaan over de interpretatie van deze wapenexportregels, er in 'Toulouse' wordt gedefinieerd dat een zogenaamde de-minimisverklaring leidend is. Dit betekent dat wanneer subsystemen en componenten minder dan 20 procent van het wapensysteem uitmaken, het land waar het systeem wordt geassembleerd de exportbeslissing kan nemen (een vergelijkbare de-minimis wordt gevolgd in geval van reparatie, opleiding en revisie). Een specifieke export kan worden stopgezet wanneer de nationale veiligheid van Frankrijk of Duitsland in het geding is. Nederlandse pleitbezorgers van wapenhandel Net voor de Nederlandse verkiezingen gebruikten de (inmiddels afgetreden) parlementariërs Van Helvert (CDA) en Bosman (VVD) de uitkomst van Toulouse om een bijna volledige afbraak van de Nederlandse wapenexportcontrole voor te stellen. Ze schreven een notitie over het Nederlandse wapenexportbeleid waarin ze beweerden dat exportcontrole de Nederlandse militaire industrie ondermijnt door een te strikte en grillige interpretatie van het Europese Gemeenschappelijk Standpunt betreffende wapenexport. Volgens de Nederlandse centrumrechtse parlementariërs is Nederland de padvinder onder volwassen wapenexporterende EU-landen. Ze constateren dat sommige EU-landen streng zijn bij het toepassen van wapenexportcontrole, en andere flexibel. Van Helvert en Bosman categoriseren Duitsland, Zweden en Zwitserland in één groep met Nederland als landen die een strikte uitleg volgen. Frankrijk is de grote boosdoener op het gebied van wapenexport en beperkt deze nauwelijks. Volgens de Nederlandse parlementariërs faalt het Nederlandse wapenindustriebeleid door een te strikte en grillige wapenexportcontrole die deals met conflictregio's en mensenrechtenschenders beperkt. De toenmalige parlementariërs onderstrepen het belang van de Nederlandse militaire industrie met cijfers en analyses. De militaire industrie genereert 0,7 procent van het bbp en levert tienduizenden banen op, maar geeft ook toegang tot de technologie van wapensystemen, de potentie om samen te werken bij ontwikkeling van wapens (waardoor Nederlandse militaire eisen kunnen worden meegenomen). Een sterke Nederlandse militaire industriële basis versterkt zelfs de Europese Unie, aldus de parlementariërs. Met zoveel Europees patriottisme kan men zich afvragen waarom CDA en VVD de aankoop van bijna de gehele vloot van de Koninklijke Luchtmacht in de VS steunden. Het kopen van Apache-gevechtshelikopters, F-35-gevechtsvliegtuigen, C-130-transportvliegtuigen, Chinook-heli's ) en Patriot-raketten versterkt de Amerikaanse wapenindustrie, niet een Europese defensie-industriële capaciteit. Niet alleen in de lucht, maar ook op zee heeft de VS een sterke invloed; projectielen voor Nederlandse marineschepen worden voornamelijk aan de andere kant van de Atlantische Oceaan gekocht. Steun voor Europese productie lijkt slechts als gelegenheidsargument te worden gebruikt.   Europese Unie en Verenigde Staten Dat de VS in de notitie ontbreekt is ook opmerkelijk aangezien de VS is al decennia lang de grootste importeur van Nederlandse componenten zijn. Er zijn nauwelijks politieke problemen geweest bij die leveringen. Nederlandse politici gaan ervan uit dat bondgenoten hun eigen wapenexportcontroles uitvoeren en eindbestemmingen voor onderdelen worden daarom niet gecontroleerd voor Nederlandse export naar de VS, Duitsland en andere EU / NAVO+-landen (behalve Turkije). Het probleem ligt niet op het gebied van de export van componenten. Het probleem voor de Nederlandse militaire industrie en hun spreekbuizen in het parlement zijn grotere subsystemen die worden ingebouwd in grote wapensystemen (vooral marineschepen) die bij export aan het parlement moeten worden gemeld. Bijna nooit zijn die meldingen een reden voor discussie en controverse, wel in het geval van Saoedi-Arabië en Egypte. Sinds de Amerikaanse verkiezingen ligt het 'zachte' Nederlandse beleid ten aanzien van wapenexport naar Saoedi-Arabië in lijn met het standpunt van de VS. Verbazingwekkend hoe snel het buitenlands beleid kan veranderen. Al in de eerste maand ging het beleid van Biden rechtstreeks in tegen het beleid van zijn voorgangers Obama en Trump, die beiden Saoedi-Arabië steunden. De VS lijken op dit moment een meer op mensenrechten gericht wapenexportbeleid toe te willen passen. Flexibel wapenhandelsbeleid De Nederlandse parlementariërs stellen in hun memo voor om bij Europees Defensiefonds (EDF) gefinancierde projecten een algemene vergunning te verlenen nog voordat een wapensysteem is ontwikkeld. Hiermee moet worden voorkomen dat Nederlandse bedrijven buiten de boot vallen omdat potentiële partners vrezen dat de Nederlandse overheid uiteindelijk geen exportvergunning zal verlenen. (p. 11) In door het EDF gefinancierde programma's spelen verschillende Nederlandse bedrijven zoals TNO en Damen een grote rol en er is een groeiend spectrum aan wapens die binnen het programma gesteund worden. Het voorstel opent bijvoorbeeld de deur voor ongebreidelde medewerking aan ontwikkeling, productie en export van drones – dit is namelijk een van de sleuteltechnologieën waarop de EU zich richt – als Nederlandse bedrijven meedoen in met EU-financiering door het EDF. Andere voorstellen van de twee inmiddels afgezwaaide parlementariërs zijn:
  • deelnemer worden aan de Duitse Franse verklaring van Toulouse (of als dit niet lukt het gelijkaardige bilaterale overeenkomst aangaan met een van hen of andere lidstaten van de Europese Unie en Noorwegen)
  • de 20 procent 'de minimis'-regel gebruiken als standaard bij de verkoop van subsystemen en componenten voor belangrijke wapensystemen die door de EU en Noorwegen worden geproduceerd.
  • ruimte creëren voor meer inbreng van het Ministerie van Economische Zaken ten opzichte van het Ministerie van Buitenlandse Zaken als het gaat om wapenexportbeslissingen.
Componenten en subsystemen Componenten vormen het grootste deel (rond 80%) van de Nederlandse wapenexport en worden bij export naar een EU / NAVO + -land niet vaak als problematisch ervaren, ook niet als de eindbestemming van de wapensystemen in Nederland controversieel zou zijn. Ze vallen zelfs onder de Algemene en Globale exportvergunningen [efn_note]  Zie voor een recentere User Guide in het Nederlands: HANDBOEK STRATEGISCHE GOEDEREN EN DIENSTEN; Geschreven voor bedrijven en andere belangstellenden (Nederlands Ministerie van Buitenlandse Zaken, maart 2018)[/efn_note]. Daardoor is er voor wapenindustrieën nauwelijks een belemmering om hiermee internationaal samen te werken en onderdelen tussen bedrijven uit te wisselen. Ook grotere subsystemen voor grote wapensystemen zijn zelden controversieel. Subsystemen kunnen gevechtsdatasystemen en vuurleidingsradar zijn. Thales levert momenteel subsystemen voor Duitse fregatten die naar Egypte worden geëxporteerd. Het is een van de grootste vergunningen die in 2020 zijn afgegeven. De schepen kosten € 5-600 miljoen, de systemen € 114 miljoen. De 20 procent de-minimisregel is misschien net genoeg om zelfs deze grote export buiten controle van het Nederlands parlement te houden. Hoge standaard Bij nadere beschouwing van de Duits-Franse samenwerking wordt wel duidelijk dat Bosman en Van Helvert enkele cruciale punten hebben gemist:
  • de Duits-Franse band is niet zo sterk als het memorandum suggereert. In de media zijn de moeilijkheden tussen Duitsland en Frankrijk bij de ontwikkeling van het Future Air Combat System (het belangrijkste onderdeel van de militaire industriële samenwerking) breed uitgemeten. Na weken van moeizame onderhandelingen werden slechts minieme resultaten bereikt en er is nog steeds een reële dreiging van een veto over het programma. Ook de gevechtstank dreigt vast te lopen. Franse defensiedeskundigen schreven onlangs in een gezamenlijk ingezonden artikel dat Duitsland “een partner is die niets gemeen heeft met Frankrijk.”
  • Bosman en Van Helvert suggereren ten onrechte dat de overeenkomst alle militaire componenten omvat. De bijlage sluit een breed scala aan wapensystemen uit, waaronder houwitsers zoals de PzH2000 (door hen juist als voorbeeld genoemd van een wapen dat baat kan hebben bij een dergelijke overeenkomst).
  •  De ontwikkelingen in het wapenexportbeleid van de Verenigde Staten hebben een dynamiek die richting het Nederlandse beleid gaat. In Frankrijk zelf worden de ontwikkelingen in het wapenexportbeleid ook steeds meer in twijfel getrokken, dat blijkt bijvoorbeeld uit het Franse parlementaire Maire-Tabarot rapport over wapenexportcontroles. Franse politici en ngo's maken zich steeds meer zorgen over wapenexport. Nederland wordt in dat debat naar voren gebracht als voorbeeld.
De Duitse wapenindustrie wil het lakse Franse beleid gebruiken om de Duitse strikte wapenexportcontrole te omzeilen. Er is geen enkele reden om in Nederland dit idee te omarmen. Het huidige wapenexportregime biedt meer dan voldoende ruimte voor industrieën om samen te werken. En slechts in enkele gevallen wordt een levering een halt toegeroepen. Maar dat is nou precies het doel van het wapenexportbeleid. Misschien is het waar dat als Nederlanders geen wapens levert, en andere landen wel, het resultaat nihil is. Maar als Nederland anderen gaat volgt in die laksheid, dan is het resultaat ook duidelijk: dan zal de controle op wapenexporten verzwakken of zelfs verdwijnen. (*) Martin Broek is onderzoeker bij Stop Wapenhandel. Zijn artikel verscheen onder de titel Afbraak wapenexportcontrole. Met dank voor de invitatie tot overname.

Europese stoelendans in Istanbul

09/04/2021 - 23:50

door Frank Slegers 9 april 20121   Turkije is kandidaat-lid van de Europese Unie. Het toetredingsproces is door de EU wel bevroren, maar onlangs verbeterden de relaties. Daarom gingen Charles Michel, voorzitter van de Europese Raad, en Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, op 6 april samen op bezoek bij hun Turkse collega Recep Tayyip Erdoğan. Dit bezoek werd wereldnieuws dankzij de “stoelendans”, waarbij Michel sneller ging zitten dan von der Leyen. Wat gingen beide Europese voorzitters doen in Istanbul? Zoals de Italiaanse premier Mario Draghi achteraf zei: Erdoğan is wel een dictator, maar ook met dictators moet je willen samenwerken om de belangen van je eigen land te dienen. Na een jaar bittere twisten denken de Europese leiders dat het tijd is de banden met de Turkse president weer aan te halen. Zij hopen met Joe Biden in het Witte Huis de ruimte te krijgen om hun ambities als grootmacht in het Midden-Oosten waar te maken, natuurlijk in samenspraak met de Amerikaanse vrienden.   Lastige klant Erdoğan is een lastige klant. Hij beschikt over het tweede sterkste leger van de NAVO, en heeft óók ambities. Met de regelmaat van een klok liep hij de laatste tijd zijn Europese collega’s voor de voeten. Hij aarzelt niet de militaire kaart te trekken. In Syrië bestookte hij de Koerden, nochtans een bondgenoot van de VS en dus het Westen, en hij hield samen met Rusland het regime van Assad recht. In Nagorno-Karabach bezorgde hij samen met hetzelfde Rusland de overwinning aan Azerbeidzjan, en trapte daarmee tegen de zere schenen van de Franse president Emmanuel Macron, medevoorzitter van het comité belast met een vreedzame oplossing voor het conflict. In Libië ondersteunde hij militair de internationaal erkende regering in Tripoli, terwijl (weer) Macron had ingezet op de concurrerende generaal Haftar. Toen Erdoğan geen luchtafweergeschut kon kopen bij zijn bondgenoten van de NAVO kocht hij het in Rusland. In de Oostelijke Middellandse Zee ging hij boren naar gas, in de territoriale wateren van Griekenland en Cyprus. Wat het verdeelde Cyprus betreft stelde hij voor het eiland te verdelen in twee autonome staten, wat meteen de kaart van de territoriale wateren zou hertekenen. Nu valt wel iets te zeggen voor de positie van Erdoğan. Het zijn de Griekse Cyprioten die de hereniging van Cyprus tegenhouden. Verder heeft Griekenland met al zijn kleine eilandjes voor de Turkse kust wel veel territoriaal water. Turkije wordt buiten de exploitatie van het gas in de Middellandse Zee gehouden door een coalitie van Griekenland, Cyprus, Israël en Egypte. Maar de EU volgt de eigen lidstaten, Griekenland en Cyprus. Erdoğan is natuurlijk niet de enige die militair actief is. Frankrijk patrouilleert regelmatig aan de overkant van de Middellandse Zee, waar het ‘historische banden’ heeft. Zo kan je natuurlijk alles uitleggen. Maar de spanning met Frankrijk was te snijden, zeker toen Erdoğan zich ook nog eens opwierp als de leider van de soennitische moslims, en hard uitviel tegen het islamofobe beleid van Macron. Kortom, nu Biden president is van de VS en de banden met de EU weer aanhaalt, werd het volgens de Europese leiders tijd een nieuwe modus vivendi te zoeken met Erdoğan.   Handel Het helpt dat de Turkse economie er slecht aan toe is. De EU is de belangrijkste handelspartner van Turkije, terwijl Turkije de vijfde handelspartner is van de EU. Hier heeft de EU dus wat drukkingsmiddelen. De douane-unie met Turkije ligt dan ook op de onderhandelingstafel. Maar er is  niet alleen handel: Europese bedrijven hebben ook belangrijke investeringen in Turkije, bijvoorbeeld in de auto-industrie. Economische sancties zijn dan een tweesnijdend zwaard, en dat weten vooral de Duitsers, die dan ook ‘pragmatischer’ zijn in hun benadering dan Frankrijk.   Turkijedeal Erdoğan heeft dan weer een andere troef: hij huisvest voor rekening van de EU 3,5 tot 4 miljoen Syrische vluchtelingen. De EU lost het vluchtelingenvraagstuk immers op door vluchtelingen buiten de grenzen te houden. Zo legde de EU 6 miljard euro op tafel voor de ‘Turkijedeal’. In februari vorig jaar stuurde Turkije enkele honderden vluchtelingen in bussen naar de Griekse grens om aan de afspraken te herinneren, en de EU onder druk te zetten. De Europese Commissie zou naar verluidt nu 2,5 miljard euro zoeken om de komende drie jaar verder de “opvang in de regio” van Syrische vluchtelingen te financieren…   Machtsstrijd Na meer dan een jaar spanningen beslisten de EU en Turkije dus dat het weer eens tijd was om te praten, en togen Michel en von der Leyen naar Istanbul. Maar daar liep het mis. Voor de fotoshoot was geen stoel voorzien voor von der Leyen. Zij moest naar een lagere sofa, net zo een als die voorzien voor de Turkse minister van buitenlandse zaken. Dat incident gaf aanleiding tot een ontzettende rel, die nog voort dendert in Brussel. Het raakt immers de gevoelige snaar van de machtsverdeling tussen de Europese instellingen, met name de Raad en de Commissie, die niet echt is opgelost, en een voortdurende factor is van instabiliteit (denk aan: vaccinaties). Michel en von der Leyen gingen in Istanbul even laten zien dat de EU meetelt in de wereld, maar werden door die duivelse Erdoğan voor aap gezet, zo leek het wel. Of was het de macho Erdoğan die von der Leyen vernederde, als wraak voor haar kritiek op de terugtrekking van Turkije uit het Verdrag tegen geweld op vrouwen, onderhandeld in de Raad voor Europa? Turkije zou zich teruggetrokken hebben omdat het Verdrag strijdig is met door haar gekoesterde familiewaarden. Ook Polen en Hongarije zouden overigens om dezelfde reden het Verdrag nog niet hebben geratificeerd… Niets van dit alles, zo lijkt het volgens de laatste berichten. De macho in kwestie zou niet Erdoğan zijn, maar Charles Michel, wiens protocollaire diensten een en ander geregeld hebben met de Turken,… Ter plekke leek hij in elk geval geen probleem te hebben een trapje hoger te zitten dan von der Leyen. Dat weerspiegelt vast hoe menige lidstaat aankijkt tegen de Commissie. De verhoudingen tussen Michel en von der Leyen waren sowieso al niet geweldig. Dit gaat niet helpen. Michel heeft zijn wekelijkse afspraak met von der Leyen voor komende maandag al afgezegd. De relaties van de EU met Turkije vormen een machtsstrijd, zowel in de schoot van de EU (Duitsland of Frankrijk, de Raad of de Commissie,…) als tussen de EU en Turkije. Zoals dat gaat in een machtsstrijd (zie eerder de Brexit) wordt opgeroepen kamp te kiezen: voor de Europese waarden, tegen de vrouwen onderdrukkende dictator Erdoğan. Turkije is volgens de wereldvakbond ITUC één van de tien landen in de wereld waar de arbeidsrechten er het slechtst aan toen zijn. Dan snap je wel dat de EU het moeilijk heeft met Erdoğan, toch?  Spontaan heb je natuurlijk meer sympathie voor de vernederde von der Leyen dan voor de twee macho’s op de grote stoelen… Toch zou kamp kiezen tussen de EU en Turkije een vergissing zijn. Het staat echte solidariteit in de weg, solidariteit van onderop, over de grenzen heen.    

Brexit: de ontsnapping

07/04/2021 - 18:51

 7 april 2021

Dit is het derde essay van Perry Anderson waarvan we de samenvatting door David Elstein vertaalden. Het eerste publiceerden we op 22 maart, zie De Europese ‘coup’. U vindt er ook de verwijzing naar de bronteksten en een korte voorstelling van de auteur. Het tweede, Een Unie van steeds nauwere samenwerking? volgde op 31 maart. De samenvatting van het derde essay door D. Elstein verscheen op 28 maart 2021 bij OpenDemocracy onder de titel Why the UK’s system of government is vastly superior to the European Union.

 

Perry Anderson samenvatting door David Elstein    

Perry Andersons derde essay over het Europese project, 'The Breakaway', schetst de geschiedenis van de betrokkenheid van het Verenigd Koninkrijk, van niet-deelnemer tot afgewezen kandidaat tot lid gedurende 47 jaar en vervolgens tot een kletterend vertrek.

[spacer size="20"] Het Verenigd Koninkrijk was een ongeïnteresseerde toeschouwer toen zes Europese staten de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vormden, de voorloper van de Europese Unie in de jaren vijftig. Het was er evenmin bij betrokken toen bij het Verdrag van Rome in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) werd opgericht, die de Gemeenschap voor Kolen en Staal verving. Later brachten de nationale economische achteruitgang en de roerige buitenlandse ontwikkelingen, zoals de Suez-crisis en de dekolonisatie, de twee Harolds – de premiers Harold Macmillan en Harold Wilson - ertoe toch te opteren voor het lidmaatschap van de Gemeenschappelijke Markt, de Europese vrijhandelszone. De Franse president Charles de Gaulle sprak evenwel zijn veto uit over beide verzoeken. Pas toen Georges Pompidou de Gaulle opvolgde, slaagde een conservatieve eerste minister, Edward Heath, erin de impasse te doorbreken en zich in 1973 samen met Denemarken en Ierland bij de zes oprichtende lidstaten van de EEG aan te sluiten. Een veertigtal van Heath's eigen parlementsleden waren tegen toetreding, maar een groep van 69 pro-Europese parlementsleden van de anders zo vijandige Labourpartij was in de meerderheid, zodat Heath een meerderheid van 17 stemmen kreeg voor de goedkeuring van de wet op de Europese Gemeenschappen in 1972. Misschien weerhield de geringe marge hem ervan zijn belofte na te komen om niet tot de EEG toe te treden zonder "de volledige instemming" van het Britse volk. Hij verwierp het idee van een referendum dat in die formulering besloten lag en vermeed het onloochenbare feit te vermelden dat het Verenigd Koninkrijk een zekere mate van soevereiniteit had opgeofferd door in te stemmen met de suprematie van het Europees recht,  een voorwaarde om lid te worden van de EEG. Het was Wilson die, terug aan de macht gekomen, "opnieuw ging onderhandelen over de door Heath bedongen voorwaarden", en vervolgens in 1975 een referendum organiseerde. Bij een opkomst van 64% was een tweederdemeerderheid het eens met Wilsons akkoord.   De Britse tegenwerking  Toen Margaret Thatcher de algemene verkiezingen van 1979 won, startte zij een campagne om de onevenredige bijdrage van het VK aan de EEG-begroting te verlagen, en slaagde erin tweederde terug te winnen. De Europese Akte van 1987, een ingrijpende herziening van het Verdrag van Rome, droeg haar persoonlijk stempel, nadat ze erdoor was geloodst door de door haar benoemde commissaris. De positie van het land in Europa leek zowel apart als veilig. Maar Thatcher - die gebroken had met haar Minister van Financiën, Nigel Lawson, omwille van zijn pogingen om het pond sterling het wisselkoersmechanisme van de EEG te laten volgen - was vastbesloten zich te verzetten tegen het streven van Brussel en Frankfurt om het mechanisme op te waarderen tot een volwaardige eenheidsmunt. Dit verzet dwong tot het aftreden van haar minister van Buitenlandse Zaken, Geoffrey Howe, die op zijn beurt aan de basis lag van haar eigen vertrek uit Downing Street. Haar voorkeurskandidaat, John Major, haalde het en onderhandelde over een Britse opt-out van de euro. Desalniettemin tekende hij, tot ontsteltenis van veel van de hem genegen Lagerhuisleden, het Verdrag van Maastricht van 1992, dat de Europese Unie creëerde. De anti-Maastricht Tories, die zagen dat de Denen het verdrag in een referendum verwierpen, riepen op om dat in eigen land ook te doen, daarin gesteund door de Liberaal-Democraten. De positie van Major werd fataal ondermijnd toen het VK werd gedwongen uit het wisselkoersmechanisme te stappen, na een run op het pond op ‘Zwarte Woensdag’ later in 1992. Onder zware druk van Brussel hield Denemarken een tweede referendum, waarbij het eerste ongedaan werd gemaakt. Major wist het Britse parlement er uiteindelijk toch van te overtuigen Maastricht te ratificeren, maar zijn gezag over zijn eigen partij was gebroken, en het vernederende vertrek uit het wisselkoersmechanisme had het blazoen van de Tory’s  zo bezoedeld dat Tony Blair de verkiezingen van 1997 met gemak won. De drie opvolgers van Major als leider van de Tory’s, allemaal tegenstanders van Maastricht, moesten electoraal alle drie de duimen leggen voor Blair. Blair's meest geduchte tegenstander bleek zijn minister van Financiën Gordon Brown te zijn, wiens verbeten weerstand alle plannen van de premier om toe te treden tot de eenheidsmunt dwarsboomde. Wat Brown niet had zien aankomen toen hij zelf premier werd in 2007, was de financiële crisis van het jaar daarop. Hij werd in 2010 van het toneel verdreven, en de eerste pro-Europese leider van de Conservatieven sinds Major - David Cameron - kwam aan het hoofd te staan van de grootste partij binnen een coalitie met de Liberaal-Democraten, de meest fervente pro-Europeanen in het Parlement.   De weg naar het referendum  Deze overwinning werd echter overschaduwd door de Europese verkiezingen van 2009, waar de opkomende UK Independence Party (UKIP) Labour verdrong naar de tweede plaats. Onder druk van het verkiezingssucces van UKIP en van zijn eigen ontevreden parlementsleden kwam Cameron in een dynamiek terecht die hij ten onrechte dacht te kunnen beheersen. In 2011 keurde het Parlement wetten goed waardoor een referendum vereist werd alvorens het Verenigd Koninkrijk een nieuw verdrag met de Europese Unie kon sluiten. Ondertussen ondermijnde de vastberadenheid van Angela Merkel om haar geliefd Begrotingspact erdoor te drukken - als bescherming van de eurozone tegen externe en interne druk - de positie van Cameron. Hij sprak zijn veto uit tijdens een stemming in de Europese Raad van december 2011, waar de regeringsleiders van de Europese Unie bijeenkomen. Maar Merkel omzeilde de Raad en zorgde ervoor dat de voorstellen werden opgenomen in een multilateraal intergouvernementeel verdrag dat buiten het bereik van de EU viel. De machteloosheid en marginaliteit van het Verenigd Koninkrijk konden niet duidelijker worden aangetoond. In 2013 beloofde Cameron een in/uit-referendum als hij de volgende verkiezingen zou winnen. De reputatie van de Lib Dems was ernstig beschadigd door beleid dat zij hadden gesteund, en ander dat ze hadden opgegeven,  om in de coalitie te blijven. De verkiezingen van 2015 waren voor hen een electoraal debacle, en Cameron kreeg een duidelijke meerderheid, niet langer gehinderd door een junior partner die zijn veto over een referendum had kunnen uitspreken. Hij koos ervoor om zijn belofte na te komen, daarin aangemoedigd door zijn succes bij het afslaan van een Schotse onafhankelijkheidspoging.   De Brexit-campagne Cameron plande het referendum voor juni 2016, maar waar zijn eigen partij eensgezind was gebleken over de kwestie Schotland, was zij over de Europese Unie diep verdeeld. De overwinning van UKIP in de Europese verkiezingen van 2014 (op basis van evenredige vertegenwoordiging, in tegenstelling tot de normale Britse verkiezingen) had veel Tory-parlementsleden bang gemaakt voor een directe confrontatie in een Westminster-verkiezing, waar het meerderheidsstelsel (‘winner takes all’) van toepassing is. Eén Tory-parlementslid nam ontslag, vocht mee aan de daaropvolgende tussentijdse verkiezingen voor de UKIP, en won. Tientallen Toryparlementsleden vormden een machtige en gedisciplineerde partij binnen de partij, de zgn. European Research Group (ERG, pro-Brexit). Maar haar tactisch vernuft, ontwikkeld in Westminster, zou hoogstwaarschijnlijk weinig uitgehaald hebben in een referendumcampagne. Het was eerder het besluit van een groot deel van Camerons kabinet om zich aan te sluiten bij de Leave-campagne, onder leiding van Michael Gove en Boris Johnson (die geen lid waren van de ERG), waardoor de aantrekkingskracht van Brexit zich uitbreidde tot buiten de harde kern Brexiteers, en een groot deel van de Labour-parlementsleden en -kiezers kon aantrekken. De nieuwe leider van Labour, Jeremy Corbyn, sprak slechts lauwe steun uit voor de Europese Unie en hield zich verre van pro-EU-campagnes met Conservatieven. Het resultaat was dat, hoewel 73% van de parlementsleden van alle partijen Remain steunde en dit het officiële beleid was van alle partijen behalve UKIP, die steun niet echt tot uiting kwam. Dit in tegenstelling tot het Schotse referendum, waarbij anti-onafhankelijkheidspartijen de krachten bundelden om een ‘nee’ te promoten. De mensen dachten daar echter anders over dan hun parlementsleden. Perry Anderson vermeldt dat "de enige sociaal-economische groep waar een meerderheid voor Remain stemde de meest welvarende laag van de bevolking was, bestaande uit leden van de categorieën A en B". Over het geheel genomen won Leave  52%, "oplopend tot 64% in de armste categorieën van C2-DE" [efn_note]Het betreft bevolkingscategorieën die door Britse marktonderzoekers-adverteerders ingedeeld werden in 6 groepen, A, B, C1, C2 , D en E, op basis van het beroepsbezigheid en inkomen van het gezinshoofd.  [Noot van de vertaler][/efn_note]. Kiezers onder de 24 jaar waren 73 tegen 27 voor Remain; de meesten boven de 44 kozen Leave. Met 81% van degenen die voltijds onderwijs volgen die de voorkeur geven aan Remain, "was het in Engeland geografisch gezien alleen al in universiteitssteden dat Remain ruim won".   Waarom heeft "Leave" gewonnen? Voor Remainers, zegt Anderson, was er een gevoel dat het verlaten van de Unie een overwinning zou zijn voor chauvinisme en reactie; en ook dat het "een bedreiging zou vormen voor de levensstandaard, die bij vertrek sterk zou dalen"; maar voor de armste kiezers "was het belangrijkste punt de controle over hun eigen lot en dat van het land, iets dat alleen kon worden veiliggesteld door uit de EU te stappen". Een ander motief voor steun aan Leave was een breder gevoel van herwonnen onafhankelijkheid, waarbij, aldus Anderson, "controle over immigratie en grenzen op de tweede plaats kwam".   Anderson ontkent niet dat immigratie wel degelijk een rol speelde in de beslissingen van de Leave-stemmers. Een van de "twee cruciale erfenissen van New Labour" was de sterke toename van immigratie "als gevolg van het besluit van Blair in 2004 om zijn Oost-Europese bondgenoten te belonen voor hun trouwe rol in de oorlog in Irak" door niet te proberen het vrije verkeer te beperken (zoals Duitsland deed) toen de EU dat jaar werd uitgebreid. "Uiteindelijk kwamen er zo'n 700.000 Polen, veel meer dan waar Blair op had gerekend. Geen enkel ander Europees land kende zo vroeg een instroom van vergelijkbare omvang en snelheid. In 2017 hadden 400.000 Roemenen en Bulgaren zich bij hen gevoegd." De regering Cameron "kon niets doen om de toestroom te stoppen of te verzachten". De tweede erfenis - het falen van Blair om het te halen op Brown en toe te treden tot de euro - "was waarschijnlijk doorslaggevender". Als een land eenmaal deel uitmaakt van de eenheidsmunt, "wint de angst voor de gevolgen van een vertrek het van al het andere als de kwestie bij verkiezingen aan de orde komt". In de eurozone wordt immers "het spaargeld van de mensen in euro's aangehouden. Uit de Monetaire Unie stappen onder zulke omstandigheden zou groot waardeverlies meebrengen. Geen enkele partij met een draagvlak onder de bevolking durft zo'n vooruitzicht te riskeren." Anderson citeert het oordeel van de politiek socioloog Claus Offe: "Hoewel het opleggen van de eenheidsmunt een enorme vergissing was voor Europa, dreigt het terugdraaien ervan nog grotere schade toe te brengen aan de gewone burger." De Leave-campagne slaagde omdat er geen sprake was van een vergelijkbaar gevaar. Ironisch genoeg heeft volgens Anderson geen van beide partijen in het Brexit-debat "de geringste aandacht besteed aan het voor de hand liggende feit dat (afgezien van ministaatjes als Liechtenstein, Monaco of Luxemburg) de twee rijkste landen van Europa, met de meest geavanceerde welvaartssystemen, niet tot de EU behoren: Zwitserland en Noorwegen. Beide samenlevingen hebben integratie met de Unie in volksreferenda afgewezen, wat hun bloei sindsdien niet belemmert."   De moeilijke zwangerschap van Brexit  Cameron trad af na het referendum. Zijn opvolgster, Theresa May, riep in 2017 verkiezingen uit om haar parlementaire positie te versterken, maar ondanks het feit dat ze het aandeel van haar partij in de stemmen met 5% verhoogde, verloor ze genoeg zetels om haar meerderheid in het Lagerhuis te verliezen, waardoor ze afhankelijk werd van de tien parlementsleden van de Democratic Unionist Party (DUP) in Noord-Ierland. De terugtrekkingsovereenkomst die zij met Brussel heeft gesloten, met inbegrip van een achtervangregeling (‘backstop’) die ervoor moet zorgen dat er geen harde grens tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland kan worden opgelegd, heeft de DUP volledig van zich vervreemd. Bovendien namen verschillende leden van haar kabinet ontslag, waaronder Boris Johnson. Met haar partij zwaar verdeeld, had May geen kans om een meerderheid in het Lagerhuis te krijgen voor haar deal zonder steun van Labour. En wat Labour overkwam, was “erger dan chaos”, aldus Anderson, met veel van haar parlementsleden die een tweede referendum steunden, of een 'People's Vote', zonder duidelijkheid over de vraag of dit inhield dat de eerste uitslag ongedaan werd gemaakt, of dat dit alleen maar een tweede opinie betekende. De voorstanders waren verdeeld over wat hun voorkeur had, en de People's Vote organisatie viel uiteindelijk uit elkaar. "Op de achtergrond," zegt Anderson, "onder druk van de PLP [efn_note] PLP staat voor Parliamentary Labour Party, en duidt het geheel van de Labour-verkozenen aan in het Parlement. Alhoewel de term niet ironisch bedoeld is, klopt het dat veel van deze verkozenen zich als een aparte ‘partij’ gedragen en zich weinig gelegen laten liggen aan partijstandpunten. [Noot van de vertaler][/efn_note], de Guardian, de BBC en haar eigen jeugd, dreef de Labour-leiding af naar een veralgemeende obstructiepolitiek in het Lagerhuis." Nadat haar deal herhaaldelijk was afgewezen door het Lagerhuis, trad May uiteindelijk af. Haar opvolger, Johnson, ondervond zowel in de rechtbank als in het Parlement weerstand toen hij zich probeerde te ontworstelen aan de valstrik die May’s einde had betekend. Hij riep herhaaldelijk op tot een akkoord tussen de partijen over vervroegde verkiezingen om uit de impasse te geraken, maar pas toen de Lib Dems, die zelfs een tweede referendum hadden afgewezen, kozen voor verkiezingen waarin zij campagne zouden voeren voor het intrekken van de uittrede-aankondiging, werd Labour gedwongen om zich te laten kennen. Tegen de voorspellingen in had Johnson een terugtrekkingsovereenkomst met de Europese Unie gesloten, die voorzag in een intermezzo van elf maanden waarin over een langetermijnverdrag kon worden onderhandeld. Hij beweerde dat het akkoord een oplossing bood voor de kwestie van de Ierse backstop, maar de DUP was daar niet van overtuigd. Zij verloren echter prompt hun invloed, aangezien Johnson bij de verkiezingen van december 2019 aan een flinke meerderheid geraakte, wat zijn afhankelijkheid van de DUP beëindigde. Corbyn diende daarop zijn ontslag in en zijn opvolger, Keir Starmer, die zo lang voor een tweede referendum had gepleit, besloot nu dat Brexit een feit was en na slechts vier uur debat  loodste hij Johnson’s verdrag met de EU mee door het Lagerhuis.   Tegenstanders van  Brexit  Anderson citeert de gangbare prognoses van een verlies van 4% aan potentiële groei van het Britse BBP bij een overeengekomen vertrek, vergeleken met 6% zonder een akkoord.  "Wat zou anders verwacht kunnen worden, gezien het verschil - de Europese Unie is meer dan zes keer zo groot als het Verenigd Koninkrijk in productie en bevolking - in de onderhandelingsmacht van de twee partijen?" Maar hij merkt op dat macro-economische voorspellingen op lange termijn zelden waterdicht zijn, en dat de EU hoe dan ook verre van een voorvechter van vrijhandel is: "Het is een mercantilistisch blok, vol subsidies (denk alleen maar aan het gemeenschappelijk landbouwbeleid) en beschermingen (denk alleen maar aan diensten) van velerlei aard, bedoeld om buitenstaanders te barricaderen voor de privileges die insiders wel hebben." Anderson laat dan drie auteurs aan het woord over de relatie van het VK met de Europese Unie: Ferdinand Mount, Peter Oborne en Geoffrey Wheatcroft. Allen hadden banden met of sympathieën voor de Tories in het verleden, maar hekelen nu de partij en haar leiderschap, samen met Brexit (Oborne, die Leave had gestemd, zag het niet meer zitten bij de beroering van 2019). Mount had eerder al de Unie bestempeld als "een oligarchie waarin de oligarchen geen reden zien om hun praktijken of hun ambities te wijzigen. Geen enkel vorig imperium ... heeft de centralisatie zo ver doorgevoerd". De euro was "het oligarchenproject dat een einde maakt aan alle oligarchenprojecten". Dat is geschreven in 2012. Ook meer recentelijk, in de Brexit-context, heeft hij niet geprobeerd "de gammele en overduidelijk onvolmaakte instellingen van de EU te verdedigen"; maar hij is zo beledigd door de persoon en het beleid van Boris Johnson ("een louche, verraderlijk karakter"), dat hij niet anders kan dan het Brexiteer-sentiment veroordelen dat hem aan de macht heeft gebracht. Oborne geeft toe dat hij geen "passie heeft voor Remain... alleen een diep knagend gevoel dat we een grote fout maken". Ook Wheatcroft was slechts een ‘lauwe’ Remainer, die zich ervan bewust was dat de Unie te vroeg was uitgebreid en vervolgens op rampzalige wijze de euro aan Zuid-Europa had opgelegd. Hij was het niet eens met het referendum zelf, dat hij demagogisch van aard en misleidend van opzet vond; toch biedt hij geen betere oplossing voor de vraag naar democratische legitimiteit, die de Europese Unie zo duidelijk niet had ingelost. De drie punten van kritiek, aldus Anderson, worden ondermijnd door het feit dat het Verenigd Koninkrijk zich nooit volledig heeft gecommitteerd aan het unieproject: geen enkele Remainer heeft ooit betoogd dat het Verenigd Koninkrijk had moeten toetreden tot de eurozone, of zelfs tot de Schengen-zone voor vrij verkeer.   Nooit de twee  Volgens Anderson is de kern van de zaak dat Westminster en Brussel twee totaal verschillende soorten politieke structuren vertegenwoordigen. Wat ook de zwaktes van het Britse systeem mogen zijn - anachronistische domkoppen als politici, verkiezingen op basis van winner takes all, een ongekozen Hogerhuis, de bevordering van zakkenvullers, een parlement dat "in een oogwenk tot een stemming moet overgaan" - volgens Anderson "blijft het een feit dat Britse regeringen alleen kunnen overleven als zij een meerderheid in het Lagerhuis hebben... en als zij vallen, moeten er verkiezingen volgen om hen te vervangen. "In de EU daarentegen worden de bewindslui door de regeringen benoemd; in de praktijk is dit een flauw afschijnsel van een bewuste democratie.” Hoe irritant ook en “hoe groot ook de tekortkomingen... Westminster is enorm superieur aan deze opgedirkte synarchie" [efn_note] Synarchie betekent letterlijk ‘gemeenschappelijk bewind’, maar wordt meestal pejoratief gebruikt, vooral met de connotatie van de heerschappij van een geheime clan.  [Noot van de vertaler][/efn_note]. Dat is "de eigenlijke bron van de ruzie tussen Londen en Brussel". Voor Andersons staat het vast:

De Europese Unie, zoals die vorm heeft gekregen, spreekt onophoudelijk over democratie en de rechtsstaat, zelfs als zij deze ontkent. Er hoeft geen kwade opzet aan te pas te komen. Wat zij is geworden, staat gegrift in de geest van degenen die zich van het project meester hebben gemaakt: een eenmaking van het continent van bovenaf, heimelijk waar mogelijk, dwingend waar nodig... Van de 27 landen die momenteel deel uitmaken van de Unie, heeft geen enkel land een ononderbroken parlementaire geschiedenis die vergelijkbaar is met die van Engeland.

De fundamentele Euroknoeiboel  Anderson heeft een lage dunk van de "fundamenteel oligarchische" Europese heersende kaste: "de hoogste gelederen zijn al lang gecorrumpeerd door onschendbaarheid bij hun machtsuitoefening". Hij noemt een reeks beschuldigingen en veroordelingen: van misbruik van overheidsgelden, aanranding, verduistering, plagiaat, betrokkenheid bij belastingontduiking, verzwijgen van betalingen, ontvangst van verdachte donaties en onverstandige intimiteit met grote fraudeurs. Deze "smakeloze voorvallen" mogen niet worden "gegeneraliseerd naar de hele Europese politieke klasse"; maar "waar het Europa betreft, is er zelden een tegenstelling tussen eigenbelang en oprecht idealisme". De onderliggende premisse van de Unie "is de passiviteit van de bevolking onder de politieke klasse en haar aanhangers". Bovendien is "het centristische opinieblok dat gematigde conservatieven, gematigde liberalen, pragmatische sociaal-democraten en zelfvoldane Groenen omvat... veel groter dan zijn tegenstanders ter rechter- of ter linkerzijde, en blijft het overweldigend dominant in de Unie". Gebeurtenissen en krachten van buitenaf hebben lagen vaak aan de basis van het centraliserende karakter van de EU. Bij de pandemie is het niet anders. Nu is het 'Next Generation EU' pakket van 750 miljard euro "geprezen als een doorbraak door de Nederlander Luuk van Middelaar", die stelt dat Merkel "de laatste twee taboes van het Duitse monetaire denken heeft doorbroken: collectieve schuld en regelrechte subsidies; voor deze ene keer; maar in Parijs en Berlijn weten ze dat wie deze brug een keer oversteekt, het vaker kan doen: het precedent is geschapen". Hoe wat Anderson deze "krachtige voorwaartse beweging" noemt zich zal ontwikkelen is niet zeker. Een federalistische superstaat lijkt onwaarschijnlijk, en een soort federale pan-Europese politieke unie gecombineerd met een gemeenschappelijk economisch en veiligheidsbeleid voor een gelijkgestemde binnenste groep lijkt nog verder weg. Het federalistische doel is "nooit bereikt; maar evenmin ... is de geleidelijke vooruitgang in die richting ooit gestopt of omgebogen; is het dan geloofwaardig dat deze nu zijn grens heeft bereikt? "Of zou het kunnen dat huidige EU-formule - verwatering van soevereiniteit zonder betekenisvolle democratie, verplichte unanimiteit zonder gelijkwaardigheid van de deelnemers, cultus van de vrije markt zonder bekommernis om de  vrije handel - voor onbepaalde tijd stand zal houden?"    

7 april: Wereldgezondheidsdag

07/04/2021 - 12:08

7 april 2021 - De Wereldgezondheidsdag 2021 staat natuurlijk in het teken van de strijd tegen Covid-19, maar is voor vakbonden en sociale bewegingen die zich inzetten voor de gezondheid als een openbaar goed de gelegenheid om hun eisen kenbaar te maken. Het Netwerk tegen de privatisering en commercialisering van de gezondheidszorg roept in een open brief de regeringen van de lidstaten en de instellingen van de Europese Unie op om de eis voor de opschorting van de intellectuele eigendomsrechten op de vaccins te ondersteunen. Het roept ook iedereen op om de petitie (Europees burgerinitiatief) in die zin te ondertekenen. Er is ook een oproep van een reeks vakbonden, waaronder het Belgische ABVV en ACV, de Franse CGT en Duitse DGB, Ze ondersteunen de eis om de patenten op vaccins op te schorten, en bepleiten de wereldwijde transfer van technologieën voor de productie ervan. Arbeiders, boeren, familiebedrijfjes moeten financieel ondersteund worden en door investeringsplannen moeten miljoenen banen gered worden. Ook  Alter Summit, een netwerk van vakbonden en sociale bewegingen, ondersteunt deze eisen en eist openbaarheid over de productiekosten van vaccins en de overheidssubsidies die eraan besteed werden. Met een grafiek over de evolutie van het aantal ziekenhuisbedden per 1000 inwoners (zie hieronder) wordt ook aangetoond dat de huidige moeilijkheden onder pandemieomstandigheden mede te wijten zijn aan de bezuinigingsrondes van de voorbije jaren. [spacer size="20"] [caption id="attachment_20472" align="aligncenter" width="700"] Ziekenhuisbedden per 1000 inwoners in Europese lidstaten. Grijs: toestand in 1990; rood: toestand in 2018. Behalve in Polen is er een aanzienlijke vermindering, zelfs meer dan 50% zoals in Letland, Finland, Litouwen, Zweden, Italië of het Verenigd Koninkrijk.[/caption]    

COVAX-brochure: vaccin tegen EU-propaganda

06/04/2021 - 18:34

6 april 2021 - De Europese Unie weigert, samen met de rest van de Westerse wereld, in te gaan op de vraag van armere landen van het Zuiden, daarin gesteund door gezondheidsorganisaties, experten, burgerbewegingen, ook een aantal europarlementsleden, om het patentrecht op coronavaccins tijdelijk op te heffen.  Mooie woorden van Commissievoorzitter  von der Leyen ten spijt ("Niemand is veilig tot we allen veilig zijn", "Om corona te overwinnen moeten vaccins alle hoeken van de planeet bereiken, en zo vlug mogelijk") zijn de winsten van Big Pharma een grotere bekommernis van de Europese autoriteiten dan het welzijn van de wereldbevolking. Maar de Commissie heeft haar antwoord klaar: wij zijn bij de belangrijkste donors van COVAX, het initiatief dat wereldwijde toegang vaccins zal garanderen, ook voor lage- en middeninkomenslanden!" COVAX ontstond in kringen van het Wereld Economisch Forum (Davos), de Bill & Melinda Gates Foundation en kreeg steun van de  (op droog zaad zittende) WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie. Nu zou men kunnen zeggen: of de kat grijs of zwart is doet er niet toe, als ze maar muizen vangt. Dan verliest men echter uit het oog dat een ad hoc structuur als COVAX, met weinig doorzichtige beslissingsorganen en financieel afhankelijk van Westerse private en publieke donaties, door Big Pharma en "geostrategische" Westere leiders bij verre verkozen wordt boven de "onteigening van intellectuele eigendom".  Het is een vorm van multistakeholder governance , het ideale kader voor lobby's en onuitgesproken privé-belangen. Over COVAX brachten Friends of the Earth en het Transnational Institute zopas een brochure uit: COVAX: a global multistakeholder group that poses political and health risks to developing countries and multilateralism.  Aanbevolen als vaccin tegen EU-propaganda! (hm)        

Ongeduld in Die Linke … om te regeren

02/04/2021 - 00:29

door Herman Michiel 2 april 2021   In Duitsland is er nogal wat zenuwachtigheid rond de Bondsdagverkiezingen van 26 september aanstaande. Die verkiezingen zullen meebeslissen over de opvolging van huidig bondskanselier Angela Merkel, waardoor ook Parijs, Rome, Madrid, Brussel en de andere  medespelers in het ‘Europees Concert’ richting Berlijn kijken. Werd tot nog toe nooit ernstig betwijfeld dat die nieuwe kanselier opnieuw uit de christendemocratische CDU zou komen, volgens recente polls is dat niet meer zo zeker. De CDU had al veel moeilijkheden om een kandidaat-kanselier voor te stellen, het tegenvallende coronabeleid en het mondkapjesschandaal waarbij Union (CDU/CSU)- politici betrokken zijn verklaart veel van een vrij spectaculaire evolutie in de voorspellingen. Een gemiddelde over een aantal dergelijke polls gaf op 1 februari nog 36% voor de Union, 19% voor de Grünen, 15 voor de sociaaldemocratische SPD en 8% voor Die Linke. Op 29 maart daarentegen waren de cijfers respectievelijk 27%, 22%, 17%, en 7%. Een Kantar-voorspelling gaf  zelfs een lichte voorsprong voor ‘links’, waaronder het samengaan van SPD, Grünen en Die Linke wordt bedoeld, ook bekend als rood-rood-groen (rrg of r2g). Bij onze verslaggeving van de verkiezing van een nieuw voorzitterschap van Die Linke schreven we nog dat “regeringsdeelname van Die Linke op federaal vlak totaal uitgesloten is”. Volgens laatstgenoemde prognose zou dat dus niet het geval zijn, maar prognoses moet men met één of veel  korrels zout nemen. Dat neemt niet weg dat de nieuwe leiding van Die Linke meteen in haar kaarten liet kijken en dat minstens de helft van het nieuwe duo voorzitterschap, met name Susanne Hennig-Wellsow, verklaarde “deze kans te willen grijpen om te regeren”. In een interview met de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 28 maart zegt ze “niet meer te kunnen wachten” omdat zoveel mensen zich zorgen maken over hun  bestaan, een slecht betaalde job hebben of hun kinderen in armoede zien opgroeien. “Daarom moet Die Linke nu regeren, om iets te veranderen”, aldus Hennig-Wellsow. Van de andere helft van het Linke co-voorzitterschap, Janine Wissler, wordt aangenomen dat ze minder staat te trappelen om op het vlak van de deelstaten, laat staan op dat van de Bondsrepubliek, mee te regeren, maar zeer duidelijk was ze daar niet over op het partijcongres van eind februari waarop ze verkozen werd. Het hele scenario van een rood-rood-groene Duitse regeringscoalitie met een SPD-kanselier is weinig waarschijnlijk, maar het geeft ons wel een inkijk in de opvattingen die bovendrijven bij Die Linke; op dat vlak zijn er natuurlijk ook parallellen met de Nederlandse SP, Podemos en anderen. Of men dan effectief meeregeert of niet, de werking van een partij wordt grondig door zulk perspectief bepaald. Wat is daarvan te verwachten voor Die Linke? Het is absoluut duidelijk dat een partij die 7 à 9% haalt geen enkele krachtsverhouding zou hebben tegenover coalitiepartners met een dubbele of zelfs drievoudige score, en die in de voorbije decennia genoeg hebben aangetoond dat ze tot onaanvaardbare compromissen bereid zijn om toch maar hun beheersfuncties te behouden. De afschuwelijke Hartz-IV hervormingen zijn tenslotte het werk van … SPD en Grünen. Het staat ook onomstotelijk vast dat Die Linke haar antimilitaristische, anti-NATO standpunten zou moeten afzweren, zoals SPD-chef Walter-Borjans onlangs nog onderstreepte, en dat om een figurantenrolletje te gaan spelen in een bondsregering. Zou Die Linke er stemmen mee winnen? Dat is verre van zeker. Ze zou er wel leden en sympathisanten door verliezen, want zoals voorbije zomer nog bleek is er een krachtige Duitse vredesbeweging die nauwkeurig opvolgt hoe links zich opstelt in militaire aangelegenheden. Naast zulke speculatieve winst- en verliesrekening is er een fundamentelere overweging. Welke troef kunnen radicaal-linkse partijen uitspelen? Meestal niet hun electorale score, niet hun ‘ervaring’ en ook niet hun goeie verhoudingen met ondernemers, bankiers, het IMF of de OESO. Hun troef is het antikapitalistisch alternatief, het socialisme, een duurzaam sociaal-economisch-ecologisch programma voor de toekomst. Hun partijen zijn niet bedoeld om het bestaande systeem mee te beheren, maar om het toekomstige systeem te propageren, voor te bereiden en er aanzetten toe te geven waar mogelijk. Regeringsverantwoordelijkheid opnemen? Jazeker, maar op voorwaarde dat er een redelijke kans is om het alternatieve programma vooruit te helpen. Dat kan alleen als men voldoende krachtsverhoudingen heeft uitgebouwd, zoniet is men het schaamlapje, de excuus-Truus en het saldo voor een parlementaire meerderheid om er asociale, neoliberale ecocide maatregelen mee door te drukken. Het is een rol waar groenen een woordje kunnen over meespreken, maar dat helaas niet doen. Linkse partijleiders die zeggen dat ze “niet meer kunnen wachten” zouden hun conclusies moeten trekken en een partij zoeken met een tijdsperspectief dat niet verder reikt dan de volgende verkiezingen.    

Pagina's