25 September 2020

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 35 min 49 sec geleden

New but just as bad as before: the European asylum and migration policy

1 uur 49 min geleden
Bewaren als PDF

Herman Michiel (Ander Europa)
25 September 2020

 

On 23 September, the European Commission launched its proposal for a new asylum and migration policy. This consists of five legislative texts 1, which must therefore be approved by both the European Parliament and the Council of Ministers.  “The old system did not work, we are now making a fresh start,” said European Commission president von der Leyen. However, if one thing is clear, it is that the new plans were not made to guarantee the rights of migrants and asylum-seekers and to avoid thousands of new deaths, but to reconcile ‘divergent perspectives’ and ‘restore trust between member states’.

A telling but frankly perverse example is the proposal of ‘division of labour’, or ‘solidarity’ in EU jargon, between, on the one hand, member states that are not necessarily opposed to taking a (limited) number of asylum seekers within the framework of a European ‘redistribution policy’, and on the other hand, member states that do not want to take the slightest number of them. The latter could, however, demonstrate their ‘solidarity’ by taking responsibility for the repatriation of rejected asylum seekers…  The pressure could be increased by stipulating that those who have not been repatriated after eight months must be granted the right of residence in the country responsible for expelling them. The EU would even appoint a coordinator of deportation policy. All well considered, countries such as Hungary or Poland, accused by the EU for their lack of respect of the rule of law, would act as subcontractors for deportation, a practice in which several people have already been killed in states governed by the rule of law …

However, the EU wants to ensure that its standing as the ‘guardian of the rule of law’ stands up to scrutiny, even if this involves questionable tricks. ‘Push backs’ are illegal (intercepting refugees and putting them back across the border before they have even been able to apply for asylum), but they do happen. In its proposals, the European Commission foresees a ‘monitoring mechanism’ to identify such illegal practices. That’s at least something, one would say, but the responsibility would lie with the member states themselves. It is as if you would leave it to Ireland or the Netherlands themselves to report on their ‘beggar thy neighbour’ fiscal arrangements.

Another issue is the pressure on a number of countries at the external borders. It has become clear to everyone that the ‘Dublin regulation’ is one of the major stumbling blocks to a better European policy. It stipulates that the country in which an asylum seeker enters the EU (in most cases: Greece or Italy) is responsible for examining the asylum application. This creates a situation as terrifying as that on the Greek islands (Moria…) and explains, albeit not condones, the fact that vessels in the Mediterranean carrying rescued migrants are prevented from docking in Italian ports. “We will abolish Dublin”, the European Commission president had said a few days before the new plans were made public. But there is no sign of this. On the contrary, with a new system of ‘pre-entry screening’, there is a threat of more bottlenecks and hot spots at the borders. A pre-selection will be carried out there, and only those who are allowed through will be able to apply for asylum. Ylva Johansson, the commissioner responsible for migration, said that the pre-selection must be done ‘very quickly’, and that there will be ‘many negative decisions’. She also suggested a criterion for such quick decisions: whoever comes from a country from which less than 20% of asylum applications are deemed acceptable will not get through the pre-selection and will be quickly sent back.

In an initial reaction to the Commission proposals, Amnesty International says:

“This pact is presented as a fresh start, but in reality it aims to raise the walls and strengthen the fences. Rather than a new approach to bringing people to safety, it turns out to be an attempt to reintroduce a system that has failed for years, with all the consequences that entails”.

 

And even the ever so EU-friendly European Trade Union Confederation (ETUC) is reacting sharply:

“The Commission’s proposal moves the EU further away from an approach to migration and asylum based on solidarity and human rights and towards a system which prioritises getting vulnerable people back into poverty and conflict zones as quickly as possible to appease populists.

This Pact is about managing relations between member states, not about the needs of migrants – which should be the EU’s starting point. The EU has a duty of solidarity towards migrants, and stronger borders and more returns cannot be dressed up as solidarity.”

 

Hits: 3

Lesbos: Griekse regering wil humaan kamp PIKPA sluiten

7 uur 14 min geleden

door Filip De Bodt 25 september 2020 verschenen op 24 september op Climaxi   Na de brand in het Moria-vluchtelingenkamp te Lesbos, probeert de Griekse rechtsconservatieve regering Mitsotakis om vluchtelingen op Lesbos in gesloten kampen te krijgen. Om ze daar te krijgen moeten alle andere initiatieven sluiten. Dit tegen de wens van de vluchtelingen zelf en de lokale bevolking. Climaxi steunt het kamp en lokale coöperaties via de verkoop van producten op onze website www.ecofair.be.  Dat doen we omwille van de menselijkheid en omdat we vinden dat een lokaal ontwikkelde solidaire economie het beste alternatief is tegen de aankomende klimaatramp. Die zorgt er mee voor dat mensen over de ganse wereld op de vlucht slaan. PIKPA is een kleinschalig vluchtelingenkamp in de omgeving van Mytilene (Lesbos) waar mensen samen verblijven, leren en arbeiden. Ze besturen het kamp samen met Griekse vrijwilligers uit de lokale bevolking. Samen met onze internationale partners maakten we een verklaring en voeren we actie om deze tegen 31 oktober aangekondigde sluiting ongedaan te maken: “In een tijd waarin in  Lesbos een nieuw, onmenselijk kamp werd heropgebouwd nadat een grote brand het Moria-kamp had verwoest, worden alle waardige alternatieven voor de opvang van vluchtelingen aangevallen. De Griekse minister van Asiel en Migratie Mitarakis kondigde woensdag in de pers aan dat de regering het Pikpa-kamp eind oktober zal sluiten. Het Pikpa-kamp is een open, door de gemeenschap gerunde plaats waar enkele van de meest kwetsbare vluchtelingen van het eiland worden opgevangen. Al jaren komen vele actoren samen in het Pikpa-kamp om enkele van de meest kwetsbare mensen op het eiland te ondersteunen. Het nieuws van de geplande sluiting van het Pikpa-kamp komt na de eerdere aankondiging van de regering dat het Kara Tepe-kamp, dat ook onderdak biedt aan kwetsbare mensen, eind december moet worden gesloten. Zolang Europa en de Griekse regering weigeren om vluchtelingen een waardig onderkomen en een waardige opvang te bieden, zullen we Pikpa blijven verdedigen, nu meer dan ooit. Dit is geen strijd om een plaats te verdedigen. Dit is een strijd om solidariteit, waardigheid, gelijkheid en inclusie te verdedigen. Dit is een strijd om weerstand te bieden aan de giftige agenda van segregatie, insluiting, vernedering, onderdrukking, xenofobie en haat. We weten dat we kunnen rekenen op de steun van veel Europeanen (organisaties, instellingen, politici en individuen) en we zullen deze steun met al onze kracht mobiliseren.Mensen van het eiland halen is de enige oplossing, in combinatie met het behoud van capaciteit om mensen te ontvangen in waardige accommodaties zoals Kara Tepe, Pikpa en bestaande appartementen voor de mensen die nieuw op het eiland aankomen. Het nieuwe, onmenselijke concentratiekamp (zonder elektriciteit, water en andere noodzakelijke basisvoorzieningen) is onaanvaardbaar.De bescherming, de veiligheid en het welzijn van de bewoners van het Pikpa-kamp is onze eerste prioriteit. Ze moeten waardig en met respect voor hun uiterst kwetsbare situatie worden behandeld.”   Wat doen wij? Climaxi houdt nauw contact met de organisaties op het eiland Lesbos, stimuleert mee de internationale campagnes en probeert mensen in het Europees Parlement te benaderen om daar een discussie los te weken. We deden een nieuwe bestelling olijfolie, olijven en andere producten bij onze partners.   Wat kan jij doen?
  1.     De lokale coöperaties én vluchtelingenorganisaties in Lesbos hebben steun nodig. Bestel hun producten via www.ecofair.be
  2.     Er is een internationale petitie die na de brand in Moria aan de Europese en Griekse politici een nieuwe politiek vraagt.
  3.     Stuur een fb-bericht naar Mitarakismail de man. Gebruik daarvoor de verklaring tussen haakjes hierboven. Of sms ‘Save PIKPA’ naar het nummer 00 30 21 0338 7230
Méér info over PIKPA. Wie een affiche wil om zelf te printen: stuur een bericht naar info@climaxi.be en dan sturen we je een printklare pdf.

Het einde van de (Nederlandse) geschiedenis?

7 uur 17 min geleden
Bewaren als PDF

25 september 2020 – In het concept verkiezingsprogramma van de SP voor de Tweede Kamerverkiezingen in maart 2021 wordt het voorstel hernomen van een historisch nationaal museum: “In een nationaal historisch museum laten we zien hoe onze vrije democratische samenleving is ontstaan en welke strijd mensen hiervoor hebben geleverd. Hoe ooit verschillende ideeën hebben gebotst en daaruit de huidige samenleving is ontstaan.

Dit voorstel wordt wel eens gezien als een voorbeeld van de nationalistisch-identitaire koers van de SP. Maar dat hoeft niet zo te zijn. Ook in een democratisch Europa, bijvoorbeeld, zal er plaats zijn voor een verscheidenheid aan volkeren, met een eigen geschiedenis en identiteit. Er bestaat niet zo iets als een Europees volk of Europese natie. Ook in veel lidstaten van de bestaande EU leven trouwens verschillende volkeren samen, en dat gaat niet altijd goed. Hoe dit alles vorm zou moeten krijgen in een democratisch Europa is voer voor debat.

Wat me stoort in de tekst is het woordje “ooit”, alsof deze strijd tot het verleden behoort en we vandaag een volgroeide democratische samenleving kennen. Het einde van de geschiedenis als het ware. Ook de SP zelf denkt daar anders over: zij ziet de strijd voor het socialisme immers als een gestage uitbreiding van de democratie (op dat ‘gestage’ valt een en ander op af te dingen, maar dat is een andere discussie).

Dat deze strijd voor democratie niet tot het verleden behoort, merk je ook aan de uiteenlopende manieren waarop naar dat verleden wordt gekeken, of het nu gaat om Zwarte Piet of de Gouden Eeuw. Een museum zou dus geen verkalkt monument met steriele plaatsjes uit het verleden mogen zijn, maar een vrijplaats voor discussie over onze huidige samenleving, haar democratische verworvenheden – heel belangrijk, niet alleen de parlementaire instellingen maar ook de democratische vrijheden – en beperkingen: economische machtsongelijkheid, vormen van onderdrukking, sociale en fysieke grenzen,… Europa en mondiale verhoudingen krijgen in het museum dan vast ook een plekje. (fs)

Hits: 10

Nieuw maar even slecht: de nieuwe Europese migratieplannen

24/09/2020 - 19:06

door Herman Michiel 24 september 2020   Op 23 september lanceerde de Europese Commissie haar voorstellen voor een nieuw asiel- en migratiebeleid. Het gaat om vijf wetgevende teksten, die bijgevolg zowel door het Europees Parlement als door de Raad van ministers moeten goedgekeurd worden [efn_note] Voor een korte situering van de vijf wetteksten, zie Statewatch. [/efn_note]. “Het oud systeem werkte niet, we nemen nu een nieuwe start”, aldus commissievoorzitter von der Leyen. Als er echter één ding duidelijk is, is het dat de nieuwe plannen niet gemaakt zijn om de rechten van migranten en asielzoekers te garanderen, en om duizenden nieuwe doden te vermijden, maar om “divergerende perspectieven “ te verzoenen en “het vertrouwen tussen de lidstaten“ te herstellen. Een sprekend maar rechtuit pervers voorbeeld hiervan is het voorstel van ‘taakverdeling’, of ‘solidariteit’ in het EU-jargon, tussen lidstaten die niet per se gekant zijn tegen het opnemen van een (beperkt) aantal asielzoekers in het kader van een Europees ‘herverdelingsbeleid’, en lidstaten die daar op geen enkele manier willen van weten. Deze laatsten zouden dan wel hun ‘solidariteit’ kunnen laten blijken door zich verantwoordelijk te stellen voor de repatriëring van afgewezen asielzoekers. De druk kan daarbij nog wat verhoogd worden door de bepaling dat wie na acht maanden niet gerepatrieerd is moet verblijfsrecht krijgen. De EU zou zelfs een coördinator van het uitzettingsbeleid aanstellen. Maar het zouden dus in de eerste plaats landen zijn als Hongarije of Polen, door de EU met de vinger gewezen voor hun gebrek aan respect voor de rechtsstaat, die als onderaannemers van de uitzettingen zouden gaan fungeren, een praktijk waarbij al menige dode is gevallen in onbesproken ‘rechtsstaten’… De EU wil echter haar blazoen als ‘hoeder van de rechtsstaat’ van alle smet vrijwaren, ook al komen daar bedenkelijke trucs aan te pas. ‘Push backs’ zijn illegaal (het onderscheppen en terug over de grens zetten van vluchtelingen nog voor ze een aanvraag hebben kunnen doen), maar ze gebeuren wel. In haar voorstellen voorziet de Europese Commissie een ‘monitoring mechanisme’ om dergelijke illegale praktijken in kaart te brengen. Goed, zou men zeggen, maar de verantwoordelijkheid zou wel bij de lidstaten zelf liggen. Het is alsof je het aan Ierland of Nederland zou overlaten om hun onsolidaire fiscale constructies zelf in kaart te brengen. Een andere kwestie is de druk op een aantal landen aan de buitengrenzen. Het is stilaan voor iedereen duidelijk dat de ‘Dublinregeling’ een van de grote struikelblokken is voor een beter Europees beleid. Die regeling bepaalt dat het EU-land waar een asielzoeker aankomt (in de meeste gevallen: Griekenland of Italië) verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Hierdoor ontstaan de hemeltergende situaties zoals op de Griekse eilanden (Moria…) en het is een verklaring, zij het geen goedkeuring, van het feit dat reddingschepen op de Middellandse Zee met drenkelingen aan boord verhinderd worden aan te meren in Italiaanse havens. “We zullen Dublin afschaffen”, had de commissievoorzitter nog gezegd enkele dagen voor de nieuwe plannen publiek gemaakt werden. Daar is echter niets van terug te vinden. Integendeel,  met een nieuw systeem van ‘pre-entry screening’  dreigen er nog meer flessenhalzen en ‘hot spots’ aan de grenzen te ontstaan. Daar wordt een preselectie doorgevoerd, en slechts wie doorgelaten wordt kan een asielaanvraag doen. Ylva Johansson, de commissaris verantwoordelijk voor migratie, zei dat de preselectie “zeer vlug” moet gebeuren, en dat er “veel negatieve beslissingen” zullen zijn. Ze suggereerde ook een criterium voor zulke vlugge beslissing: wie uit een land komt waarvan minder dan 20% van de aanvragen positief beantwoord wordt, geraakt niet door de preselectie en wordt teruggestuurd. In een eerste reactie op de commissievoorstellen zegt Amnesty International:

“Dit pact wordt voorgesteld als een een frisse start, maar in werkelijkheid heeft het de bedoeling om de muren te verhogen en de hekken te versterken. In plaats van een nieuwe aanpak om mensen in veiligheid te brengen, blijkt dit een poging te zijn om een systeem terug op te voeren dat al jaren faalt , met alle gevolgen van dien.”

En zelfs het altijd zo EU-vriendelijke Europees Vakverbond reageert scherp:

"Het voorstel van de Commissie brengt de EU verder weg van een op solidariteit en mensenrechten gebaseerde aanpak van migratie en asiel, en het brengt ons nader bij een systeem dat prioriteit geeft aan het zo snel mogelijk terugbrengen van kwetsbare mensen naar armoede- en conflictgebieden, en dit  om populisten te sussen. Dit pact gaat over het beheer van de betrekkingen tussen de lidstaten, niet over de behoeften van migranten - dat zou het uitgangspunt van de EU moeten zijn. De EU heeft de plicht om solidair te zijn met migranten;  sterkere grenzen en meer terugkeer kunnen niet verkocht worden als solidariteit."

 

Peter Mertens (PVDA) stelt Europees Wederopbouwfonds voor

22/09/2020 - 14:45
Bewaren als PDF

22 september 2020 – Zopas publiceerde Peter Mertens, de voorzitter van de (Belgische) PVDA, bij Epo een nieuw boek: “Ze zijn ons vergeten”. De coronacrisis komt in dit boek uitgebreid aan bod. De maatschappelijke aspecten van de coronacrisis krijgen in al hun dimensies het vlees en bloed van echte mensen, en zo tekenen de krachtlijnen zich af van een andere aanpak van de crisis. Alleen dat al maakt het boek het lezen waard.

Het is een sterk verhaal. Veel aandacht gaat in het boek naar verzet van het bedrijfsleven om coronaregels ook te laten gelden achter de fabriekspoort: “Blijf in uw kot! Dat is onze burgerplicht. Behalve wanneer het gaat om het grootbedrijf. Dan ligt het allemaal veel moeilijker. Dan moet je misschien toch niet in “uw kot” blijven; alsof werkplaatsen geen samenscholingen zouden zijn.” (Blz. 28).

De belangen van het bedrijfsleven zijn de spreekwoordelijke elephant in the room in de zogenaamde afweging tussen economie en gezondheid.

Peter Mertens is optimistisch: “Een slapende reus is weer tot leven gekomen: de werkende klasse” (Blz. 44) en “(…) het virus bracht de vakbond weer tot leven” (Blz. 47). Maar hij is niet zo naïef dat met het diskrediet van het neoliberalisme en de herwaardering van de overheid alles nu wel ten goede zal keren: “Het is een populaire misvatting te denken dat neoliberalen geen overheidstussenkomst willen. Natuurlijk willen ze die wel, om de belangen van het grote geld te dienen welteverstaan. De staat is nooit weggeweest uit de economie. De kern van het neoliberalisme is niet de relatie tussen markt en staat, maar wel de totale onderwerping van de staat tot slaaf van het kapitaal.” En verder: “In tijden van crisis en pandemie is iedereen socialist, maar dat socialisme is er niet voor iedereen”. (Blz. 101).

Europees Wederopbouwfonds

Opmerkelijk is het alternatief waarmee het boek eindigt: dat is meteen een voorstel voor Europa. De grote maatschappelijke opdrachten die de coronacrisis aan het licht heeft gebracht moeten Europees worden aangepakt. Peter Mertens stelt de oprichting voor van een Europees Wederopbouwfonds, gefinancierd door een vermogensbelasting en de uitgifte van overheidsobligaties, om Europese publieke consortia op te richten op vier terreinen: energie, vervoer, het digitale en de zorg. Dit “Prometheusplan” moet de hefboom vormen voor een diepgaande maatschappelijke omschakeling als antwoord zowel op de sociale als op de ecologische en klimaatcrisis.

Dat betekent niet dat Peter Mertens nu een fan is geworden van de EU in haar huidige vorm: “Het initiatief is nu aan de overheid. De Europese verdragen die dat verhinderen moeten de prullenmand in” (Blz. 134).

Zo geeft Peter Mertens een interessante voorzet aan het debat ter linkerzijde. Met exit-strategieën gaan we er in Europa immers niet komen: de linkerzijde heeft positieve plannen nodig voor Europa, die mensen kunnen enthousiasmeren en vertrouwen geven om de confrontatie aan te gaan met de neoliberale grendels die de Europese Verdragen zetten op sociale en ecologische alternatieven.

Hopelijk komt rond dit “Prometheusplan” een constructieve discussie op gang. Persoonlijk vond ik dat in de uitwerking van de voorstellen er weinig aandacht is voor consuminderen en voorstellen zoals een radicale arbeidsduurvermindering. Maar misschien was het ook niet de bedoeling een volledige blauwdruk te schetsen van een alternatieve samenleving.

Koop het boek in elk geval (ook in Nederland te bestellen in elke boekhandel), en laat ons desgevallend weten wat je ervan vindt. Als het boek tot een productief debat leidt aan de linkerzijde in de lage landen of in Europa, dan komen we daar zeker terug. (fs)

Hits: 3

APPEAL TO THE LEFT PARTIES IN THE EUROPEAN PARLIAMENT – (EN-NL-FR-DE-ES)

21/09/2020 - 21:48
Bewaren als PDF

September 2020

 

APPEAL TO THE LEFT PARTIES IN THE EUROPEAN PARLIAMENT

On 23 July, the vast majority of the Left Group (GUE/NGL) in the European Parliament approved, together with the social democratic (S&D), Green and rightist (EPP, Renew) parties, a resolution which opposes the ‘European deal’ of 21 July, in which the Council of the European heads of state and government reached an agreement on a European recovery plan and the multi-annual budget.

There is indeed much to be said against this deal, which was a compromise to meet the concerns of the ‘frugal’ member states, led by the Netherlands, which explain the problems of southern states like Italy and Spain as the consequence of their ‘irresponsible’ budgetary policy. The deal implied the reduction of a number of items of the recovery plan and the EU budget, including health and climate. That is a valid reason for opposition, also from the left. But the resolution of the European Parliament requests not only the restoration of the original amounts of money for socially responsible causes, but also for absolutely indefensible ones. The two most reprehensible items are the European Defence Fund and the Integrated Border Management Fund.

The Defence Fund is a surreptitious way of channelling European money to the military industry under the guise of ‘industrial policy’. The 21 July deal grants ‘only’ 7 billion for this fund. The military-industrial lobby is of course disappointed, because initially 13 billion € was foreseen. We cannot accept that left and progressive parties support a request for more money for the militarization of Europe.

And there is the ‘Integrated Border Management Fund’. By endorsing the Parliament resolution, the left-wing group calls for the strengthening of Frontex, the EU’s increasingly militarised approach to migration and asylum policy, responsible for thousands of drowning people in the Mediterranean, for outsourcing border surveillance to dictatorial regimes. This policy that has already been condemned by several humanitarian organisations, and can in no way be supported by progressive forces.

It should also be remarked that the resolution is silent on the conditions which, according to the European deal of 21 July, will be attached to the allocation of grants and loans from the Recovery Fund to the Member States. By supporting the resolution, one keeps quiet about this ‘money in exchange for neoliberal reforms’ horse trade.

We conclude that the resolution fundamentally contradicts progressive views in general, and the programmes of left-wing parties in the EU in particular. By approving it, the already severely weakened left in Europe makes itself superfluous.

The signatories of this call  urge the left fraction in the European Parliament and its member parties to seriously reconsider their strategic options. We also  appeal to the progressive forces in the social democratic, green and other parties  to resist the militarization of Europe and an increasingly inhuman and antisocial policy.  

 

Signatories of the appeal:

Signed as an organisation:

Agir pour la Paix (Belgium), Belgische Coalitie stop uranium wapens, Bruxelles Panthères, Comité Surveillance OTAN, (Belgium), Communist Party of Finland, International Coordinating Committee of “No to war – no to NATO”, Leuvense Vredesbeweging (Belgium), Links Ecologisch Forum (LEF, Belgium), Mouvement Citoyen Palestine (Belgium), Socialist Democracy (Ireland), Stop Wapenhandel (Netherlands); Vredesactie (Belgium), Vrede vzw (Belgium)

Individual signatories:

Dirk Adriaensens, Brussells Tribunal (Belgium); Tassos Anastassiadis, member TPT, journalist (Greece); Karel Arnaut, antropologist, KU Leuven (Belgium); Jean Batou, solidaritéS/Ensemble à Gauche, member Geneva  Parliament (Switzerland); Reiner Braun, Kampagne Stopp Air Base Ramstein (Germany); Ingeborg Breines, former president International Peace Bureau  (Norway); Bob Brown, All-African People’s Revolutionary Party  (USA); Marijke Colle,  ecofeminist, member SAP (Belgium); Filip De Bodt, Climaxi (Belgium); Ludo De Brabander, Vrede (Belgium); Lieven De Cauter, Philosopher, RITCS, School of Arts, &  Department of Architecture KULeuven;  Herman De Ley, Em. Professor, Ghent University (Belgium); Klaus Dräger, former policy advisor of the GUE/NGL on employment & social affairs (Germany); Yannis Felekis, member TPT, immigrant support activist (Greece); Pierre Galand, former senator Parti Socialiste (Belgium); Eloi Glorieux, former member Flemish Parliament, peace and ecological activist; Kees Hudig, editor Globalinfo.nl (Netherlands); Anton Jäger,  University of Cambridge/Université Libre de Bruxelles; Ulla Jelpke, member of German Parliament (DIE LINKE); Dimitris Konstantakopoulos, editor defenddemocracy.press, former member of the Secretariat of SYRIZA (Greece); Stathis Kouvélakis; Costas Lapavitsas, Prof. of Economics, SOAS (London), former member of the Greek Parliament; Tamara Lorincz, PhD candidate, Wilfrid Laurier University, (Canada); Herman Michiel, editor Ander Europa (Belgium); Anne Morelli, honorary professor ULB (Belgium); Karl-Heinz Peil, Friedens- und Zukunftswerkstatt (Frankfurt, Germany); Lucien Perpette, member Fourth International (Slovenia); Stefanie Prezioso, member Swiss Parliament; Matthias Reichl, press speaker, Center for Encounter and active Non-Violence (Austria); Nordine Saïdi, decolonial activist (Belgium); Catherine Samary, Alter-European economist (France); Ingeborg Schellmann, member Attac (Germany); Rae Street, activist against NATO (UK); Daniel Tanuro, ecosocialist, author, member Gauche Anticapitaliste (Belgium); Eric Toussaint, spokesperson CADTM International; José Van Leeuwen, Docp/BDS, Netherlands, Willy Verbeek, president Beweging.net Herent (Belgium); Andy Vermaut, climate and peace initiative Pimpampoentje, president PostVersa (Belgium); Marie-Dominique Vernhes, in the name of 12 members of the working group ‘Europa’ of Attac Germany; Asbjørn Wahl, author and trade union adviser (Norway); Prof. David Webb, Campaign for Nuclear Disarmament (UK); Andreas Wehr, Marx-Engels-Zentrum Berlin; Thomas Weyts, member SAP (Belgium); Thodoris Zeis, member TPT, lawyer, refugees and immigrant support (Greece); Bob Zomerplaag, Enschede voor Vrede (Netherlands).

  OPROEP AAN DE LINKSE PARTIJEN IN HET EUROPEES PARLEMENT

Op 23 juli heeft de overgrote meerderheid van de linkse fractie (GUE/NGL) in het Europees Parlement samen met de sociaaldemocratische (S&D), groene en rechtse (EVP, Renew) partijen een resolutie goedgekeurd die zich verzet tegen het ‘Europees akkoord’ van 21 juli, waarin de Raad van de Europese staatshoofden en regeringsleiders een compromis had bereikt over een Europees herstelplan en de meerjarenbegroting.

Er valt inderdaad veel te zeggen tegen dit akkoord, dat een compromis was om tegemoet te komen aan de bezwaren van de ‘vrekkige’ lidstaten, onder leiding van Nederland, die de problemen van zuidelijke staten als Italië en Spanje verklaren als gevolg van hun ‘onverantwoordelijk’ begrotingsbeleid. Het akkoord hield in dat een aantal posten van het herstelplan en de EU-begroting, waaronder gezondheid en klimaat, werden verlaagd. Dat is een geldige reden voor verzet, ook van links. Maar in de resolutie van het Europees Parlement wordt niet alleen gevraagd om de oorspronkelijke bedragen te respecteren voor maatschappelijk verantwoorde initiatieven, maar ook voor absoluut onverdedigbare doelen. De twee meest verwerpelijke punten zijn het Europees Defensiefonds en het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer.

Het Defensiefonds is een heimelijke manier om Europees geld naar de militaire industrie te versluizen onder het mom van ‘industriebeleid’. Het akkoord van 21 juli geeft ‘slechts’ 7 miljard euro voor dit fonds. De militair-industriële lobby is natuurlijk teleurgesteld, want aanvankelijk was 13 miljard euro voorzien. We kunnen niet accepteren dat linkse en progressieve partijen een verzoek steunen dat meer geld voor de militarisering van Europa eist.

En dan is er nog het ‘Geïntegreerd Grensbewakingsfonds’. Door de resolutie van het Parlement te steunen, roept de linkse fractie op tot de versterking van Frontex, de steeds meer gemilitariseerde aanpak van het migratie- en asielbeleid van de EU, verantwoordelijk voor duizenden drenkelingen in de Middellandse Zee, voor het uitbesteden van de grensbewaking aan dictatoriale regimes. Dit beleid, dat al door verschillende humanitaire organisaties is veroordeeld, mag op geen enkele manier door progressieve krachten worden gesteund.

Ook moet worden opgemerkt dat in de resolutie wordt gezwegen over de voorwaarden die volgens de Europese overeenkomst van 21 juli zullen worden verbonden aan de toekenning van subsidies en leningen uit het Herstelfonds aan de lidstaten. Door de resolutie te steunen, zwijgt men over de koehandel die neerkomt op ‘geld in ruil voor neoliberale hervormingen’.

We concluderen hieruit dat de resolutie fundamenteel in tegenspraak is met progressieve standpunten in het algemeen en de programma’s van de linkse partijen in de EU in het bijzonder. Door de resolutie goed te keuren maakt links zichzelf overbodig.

De ondertekenaars van deze oproep dringen er bij de linkse fractie in het Europees Parlement en zijn leden op aan om haar strategische opties serieus te heroverwegen. Wij doen ook een oproep aan de progressieve krachten in de sociaal-democratische, groene en andere partijen om zich te verzetten tegen de militarisering van Europa en tegen een steeds onmenselijker en antisocialer beleid. □

 

Ondertekenaars van de oproep:

Signed as an organisation:

Agir pour la Paix (Belgium), Belgische Coalitie stop uranium wapens, Bruxelles Panthères, Comité Surveillance OTAN, (Belgium), Communist Party of Finland, International Coordinating Committee of “No to war – no to NATO”, Leuvense Vredesbeweging (Belgium), Links Ecologisch Forum (LEF, Belgium), Mouvement Citoyen Palestine (Belgium), Socialist Democracy (Ireland), Stop Wapenhandel (Netherlands); Vredesactie (Belgium), Vrede vzw (Belgium)

Individual signatories:

Dirk Adriaensens, Brussells Tribunal (Belgium); Tassos Anastassiadis, member TPT, journalist (Greece); Karel Arnaut, antropologist, KU Leuven (Belgium); Jean Batou, solidaritéS/Ensemble à Gauche, member Geneva  Parliament (Switzerland); Reiner Braun, Kampagne Stopp Air Base Ramstein (Germany); Ingeborg Breines, former president International Peace Bureau  (Norway); Bob Brown, All-African People’s Revolutionary Party  (USA); Marijke Colle,  ecofeminist, member SAP (Belgium); Filip De Bodt, Climaxi (Belgium); Ludo De Brabander, Vrede (Belgium); Lieven De Cauter, Philosopher, RITCS, School of Arts, &  Department of Architecture KULeuven;  Herman De Ley, Em. Professor, Ghent University (Belgium); Klaus Dräger, former policy advisor of the GUE/NGL on employment & social affairs (Germany); Yannis Felekis, member TPT, immigrant support activist (Greece); Pierre Galand, former senator Parti Socialiste (Belgium); Eloi Glorieux, former member Flemish Parliament, peace and ecological activist; Kees Hudig, editor Globalinfo.nl (Netherlands); Anton Jäger,  University of Cambridge/Université Libre de Bruxelles; Ulla Jelpke, member of German Parliament (DIE LINKE); Dimitris Konstantakopoulos, editor defenddemocracy.press, former member of the Secretariat of SYRIZA (Greece); Stathis Kouvélakis; Costas Lapavitsas, Prof. of Economics, SOAS (London), former member of the Greek Parliament; Tamara Lorincz, PhD candidate, Wilfrid Laurier University, (Canada); Herman Michiel, editor Ander Europa (Belgium); Anne Morelli, honorary professor ULB (Belgium); Karl-Heinz Peil, Friedens- und Zukunftswerkstatt (Frankfurt, Germany); Lucien Perpette, member Fourth International (Slovenia); Stefanie Prezioso, member Swiss Parliament; Matthias Reichl, press speaker, Center for Encounter and active Non-Violence (Austria); Nordine Saïdi, decolonial activist (Belgium); Catherine Samary, Alter-European economist (France); Ingeborg Schellmann, member Attac (Germany); Rae Street, activist against NATO (UK); Daniel Tanuro, ecosocialist, author, member Gauche Anticapitaliste (Belgium); Eric Toussaint, spokesperson CADTM International; José Van Leeuwen, Docp/BDS, Netherlands, Willy Verbeek, president Beweging.net Herent (Belgium); Andy Vermaut, climate and peace initiative Pimpampoentje, president PostVersa (Belgium); Marie-Dominique Vernhes, in the name of 12 members of the working group ‘Europa’ of Attac Germany; Asbjørn Wahl, author and trade union adviser (Norway); Prof. David Webb, Campaign for Nuclear Disarmament (UK); Andreas Wehr, Marx-Engels-Zentrum Berlin; Thomas Weyts, member SAP (Belgium); Thodoris Zeis, member TPT, lawyer, refugees and immigrant support (Greece); Bob Zomerplaag, Enschede voor Vrede (Netherlands).

 

APPEL AUX PARTIS DE GAUCHE AU PARLEMENT EUROPÉEN

Le 23 juillet, la grande majorité du groupe de gauche (GUE/NGL) au Parlement européen a approuvé, ensemble avec les partis social-démocrate (S&D), vert et de droite (PPE, Renouveau), une résolution qui s’oppose à l’accord européen du 21 juillet, dans lequel le Conseil des chefs d’État et de gouvernement européens est parvenu à un compromis sur un plan de relance européen et le budget pluriannuel.

Il y a en effet beaucoup à dire contre cet accord, qui était un compromis pour répondre aux préoccupations des États ‘frugaux’, menés par les Pays-Bas, qui expliquent les problèmes des États du Sud comme l’Italie et l’Espagne comme la conséquence de leur politique budgétaire ‘irresponsable’. L’accord impliquait la réduction d’un certain nombre de postes du plan de relance et du budget de l’UE, notamment la santé et le climat. C’est une raison valable d’opposition, également de la part de la gauche. Mais la résolution du Parlement européen demande non seulement le rétablissement des montants initiaux pour des causes sociales, mais aussi pour des causes absolument indéfendables. Les deux plus répréhensibles sont le Fonds européen de Défense et le Fonds pour la gestion intégrée des frontières.

Le Fonds de Défense est un moyen subreptice de canaliser l’argent européen vers l’industrie militaire sous le couvert de la ‘politique industrielle’. L’accord du 21 juillet n’accorde ‘que’ 7 milliards pour ce fonds. Le lobby militaro-industriel est bien sûr déçu, parce qu’initialement 13 milliards d’euros étaient prévus. Nous ne pouvons pas accepter que les partis de gauche et progressistes soutiennent une demande de fonds supplémentaires pour la militarisation de l’Europe.

Et il y a le “Fonds pour la gestion intégrée des frontières”. En approuvant la résolution du Parlement, le groupe de gauche demande le renforcement de Frontex, l’approche de plus en plus militarisée de l’UE en matière de politique d’immigration et d’asile, responsable de la noyade de milliers de personnes en Méditerranée, sous-traitant la surveillance des frontières à des régimes dictatoriaux. Cette politique a déjà été condamnée par plusieurs organisations humanitaires, et ne peut en aucun cas être soutenue par les forces progressistes.

Il convient également de noter que la résolution est muette sur les conditions qui, selon l’accord européen du 21 juillet, seront attachées à l’allocation de subventions et de prêts du Fonds de relance aux États membres. En soutenant la résolution, on se tait sur ce marchandage, échangeant de l’argent contre des réformes néolibérales.

Nous concluons que la résolution contredit fondamentalement les vues progressistes en général, et les programmes des partis de gauche dans l’UE en particulier. En l’approuvant, la gauche européenne, déjà fortement affaiblie, se rend superflue.

Les signataires de cet appel demandent instamment à la fraction de gauche du Parlement européen et à ses partis membres de reconsidérer sérieusement leurs options stratégiques. Nous appelons également les forces progressistes des partis sociaux-démocrates, verts et autres à résister à la militarisation de l’Europe et à une politique de plus en plus inhumaine et antisociale.  

 

Signataires de l'appel:

Signed as an organisation:

Agir pour la Paix (Belgium), Belgische Coalitie stop uranium wapens, Bruxelles Panthères, Comité Surveillance OTAN, (Belgium), Communist Party of Finland, International Coordinating Committee of “No to war – no to NATO”, Leuvense Vredesbeweging (Belgium), Links Ecologisch Forum (LEF, Belgium), Mouvement Citoyen Palestine (Belgium), Socialist Democracy (Ireland), Stop Wapenhandel (Netherlands); Vredesactie (Belgium), Vrede vzw (Belgium)

Individual signatories:

Dirk Adriaensens, Brussells Tribunal (Belgium); Tassos Anastassiadis, member TPT, journalist (Greece); Karel Arnaut, antropologist, KU Leuven (Belgium); Jean Batou, solidaritéS/Ensemble à Gauche, member Geneva  Parliament (Switzerland); Reiner Braun, Kampagne Stopp Air Base Ramstein (Germany); Ingeborg Breines, former president International Peace Bureau  (Norway); Bob Brown, All-African People’s Revolutionary Party  (USA); Marijke Colle,  ecofeminist, member SAP (Belgium); Filip De Bodt, Climaxi (Belgium); Ludo De Brabander, Vrede (Belgium); Lieven De Cauter, Philosopher, RITCS, School of Arts, &  Department of Architecture KULeuven;  Herman De Ley, Em. Professor, Ghent University (Belgium); Klaus Dräger, former policy advisor of the GUE/NGL on employment & social affairs (Germany); Yannis Felekis, member TPT, immigrant support activist (Greece); Pierre Galand, former senator Parti Socialiste (Belgium); Eloi Glorieux, former member Flemish Parliament, peace and ecological activist; Kees Hudig, editor Globalinfo.nl (Netherlands); Anton Jäger,  University of Cambridge/Université Libre de Bruxelles; Ulla Jelpke, member of German Parliament (DIE LINKE); Dimitris Konstantakopoulos, editor defenddemocracy.press, former member of the Secretariat of SYRIZA (Greece); Stathis Kouvélakis; Costas Lapavitsas, Prof. of Economics, SOAS (London), former member of the Greek Parliament; Tamara Lorincz, PhD candidate, Wilfrid Laurier University, (Canada); Herman Michiel, editor Ander Europa (Belgium); Anne Morelli, honorary professor ULB (Belgium); Karl-Heinz Peil, Friedens- und Zukunftswerkstatt (Frankfurt, Germany); Lucien Perpette, member Fourth International (Slovenia); Stefanie Prezioso, member Swiss Parliament; Matthias Reichl, press speaker, Center for Encounter and active Non-Violence (Austria); Nordine Saïdi, decolonial activist (Belgium); Catherine Samary, Alter-European economist (France); Ingeborg Schellmann, member Attac (Germany); Rae Street, activist against NATO (UK); Daniel Tanuro, ecosocialist, author, member Gauche Anticapitaliste (Belgium); Eric Toussaint, spokesperson CADTM International; José Van Leeuwen, Docp/BDS, Netherlands, Willy Verbeek, president Beweging.net Herent (Belgium); Andy Vermaut, climate and peace initiative Pimpampoentje, president PostVersa (Belgium); Marie-Dominique Vernhes, in the name of 12 members of the working group ‘Europa’ of Attac Germany; Asbjørn Wahl, author and trade union adviser (Norway); Prof. David Webb, Campaign for Nuclear Disarmament (UK); Andreas Wehr, Marx-Engels-Zentrum Berlin; Thomas Weyts, member SAP (Belgium); Thodoris Zeis, member TPT, lawyer, refugees and immigrant support (Greece); Bob Zomerplaag, Enschede voor Vrede (Netherlands).

 

APPELL AN DIE LINKEN PARTEIEN IM EUROPÄISCHEN PARLAMENT

Am 23. Juli nahm die große Mehrheit der Linksfraktion (GUE/NGL) im Europäischen Parlament, zusammen mit den sozialdemokratischen (S&D), grünen und rechten (EVP, Renew) Parteien eine Entschließung an, die sich gegen den ‘European Deal’ vom 21. Juli ausspricht, in dem der Rat der europäischen Staats- und Regierungschefs eine Einigung über ein europäisches Konjunkturprogramm und den Mehrjahreshaushalt erzielt hat.

Vieles spricht in der Tat gegen diesen Deal, der ein Kompromiss war, um den Bedenken der ‘frugal four’ Mitgliedstaaten, angeführt von den Niederlanden, entgegenzukommen, die die Probleme von Südstaaten wie Italien und Spanien als Folge ihrer ‘unverantwortlichen’ Haushaltspolitik erklären. Das Abkommen beinhaltete die Kürzung einer Reihe von Posten des Konjunkturprogramms und des EU-Haushalts, darunter Gesundheit und Klima. Das ist ein triftiger Grund für Widerstand, auch von links. Aber die Entschließung des Europäischen Parlaments fordert nicht nur die Wiederherstellung der ursprünglichen Geldbeträge für sozial verantwortliche Zwecke, sondern auch für absolut unhaltbare. Die beiden verwerflichsten Punkte sind der Europäische Verteidigungsfonds und der Fonds für die integrierte Grenzverwaltung.

Der Verteidigungsfonds ist eine schleichende Art und Weise, europäische Gelder unter dem Deckmantel der “Industriepolitik” in die Rüstungsindustrie zu lenken. Die Vereinbarung vom 21. Juli sieht für diesen Fonds ‘nur’ 7 Milliarden vor. Die militärisch-industrielle Lobby ist natürlich enttäuscht, denn ursprünglich waren 13 Milliarden € vorgesehen. Wir können nicht akzeptieren, dass linke und fortschrittliche Parteien eine Forderung nach mehr Geld für die Militarisierung Europas unterstützen.

Und es gibt den ‘Integrierten Grenzschutzfonds’. Indem sie die Entschließung des Parlaments unterstützt, fordert die linke Fraktion die Stärkung von Frontex, dem zunehmend militarisierten Ansatz der EU in der Migrations- und Asylpolitik, der für Tausende von Ertrinkenden im Mittelmeer verantwortlich ist, und die Auslagerung der Grenzüberwachung an diktatorische Regime. Diese Politik, die bereits von mehreren humanitären Organisationen verurteilt wurde, kann in keiner Weise von fortschrittlichen Kräften unterstützt werden.

Es sollte auch angemerkt werden, dass die Entschließung zu den Bedingungen schweigt, die gemäß der europäischen Vereinbarung vom 21. Juli an die Gewährung von Zuschüssen und Darlehen aus dem Wiederaufbaufonds an die Mitgliedstaaten geknüpft werden. Die Resolution unterstützen ist schweigen über diesen ‘Geld im Austausch für neoliberale Reformen’-Kuhhandel.

Wir kommen zu dem Schluss, dass die Resolution den progressiven Ansichten im Allgemeinen und den Programmen linker Parteien in der EU im Besonderen grundlegend widerspricht. Durch ihre Annahme macht die ohnehin schon stark geschwächte Linke sich selbst überflüssig.

Die Unterzeichner dieses Aufrufs fordern die linke Fraktion im Europäischen Parlament und ihre Mitgliedsparteien auf, ihre strategischen Optionen ernsthaft zu überdenken. Wir appellieren auch an die fortschrittlichen Kräfte in den sozialdemokratischen, grünen und anderen Parteien, sich der Militarisierung Europas und einer zunehmend unmenschlichen und unsozialen Politik zu widersetzen.  □

Unterzeichner des Aufrufs:

Signed as an organisation:

Agir pour la Paix (Belgium), Belgische Coalitie stop uranium wapens, Bruxelles Panthères, Comité Surveillance OTAN, (Belgium), Communist Party of Finland, International Coordinating Committee of “No to war – no to NATO”, Leuvense Vredesbeweging (Belgium), Links Ecologisch Forum (LEF, Belgium), Mouvement Citoyen Palestine (Belgium), Socialist Democracy (Ireland), Stop Wapenhandel (Netherlands); Vredesactie (Belgium), Vrede vzw (Belgium)

Individual signatories:

Dirk Adriaensens, Brussells Tribunal (Belgium); Tassos Anastassiadis, member TPT, journalist (Greece); Karel Arnaut, antropologist, KU Leuven (Belgium); Jean Batou, solidaritéS/Ensemble à Gauche, member Geneva  Parliament (Switzerland); Reiner Braun, Kampagne Stopp Air Base Ramstein (Germany); Ingeborg Breines, former president International Peace Bureau  (Norway); Bob Brown, All-African People’s Revolutionary Party  (USA); Marijke Colle,  ecofeminist, member SAP (Belgium); Filip De Bodt, Climaxi (Belgium); Ludo De Brabander, Vrede (Belgium); Lieven De Cauter, Philosopher, RITCS, School of Arts, &  Department of Architecture KULeuven;  Herman De Ley, Em. Professor, Ghent University (Belgium); Klaus Dräger, former policy advisor of the GUE/NGL on employment & social affairs (Germany); Yannis Felekis, member TPT, immigrant support activist (Greece); Pierre Galand, former senator Parti Socialiste (Belgium); Eloi Glorieux, former member Flemish Parliament, peace and ecological activist; Kees Hudig, editor Globalinfo.nl (Netherlands); Anton Jäger,  University of Cambridge/Université Libre de Bruxelles; Ulla Jelpke, member of German Parliament (DIE LINKE); Dimitris Konstantakopoulos, editor defenddemocracy.press, former member of the Secretariat of SYRIZA (Greece); Stathis Kouvélakis; Costas Lapavitsas, Prof. of Economics, SOAS (London), former member of the Greek Parliament; Tamara Lorincz, PhD candidate, Wilfrid Laurier University, (Canada); Herman Michiel, editor Ander Europa (Belgium); Anne Morelli, honorary professor ULB (Belgium); Karl-Heinz Peil, Friedens- und Zukunftswerkstatt (Frankfurt, Germany); Lucien Perpette, member Fourth International (Slovenia); Stefanie Prezioso, member Swiss Parliament; Matthias Reichl, press speaker, Center for Encounter and active Non-Violence (Austria); Nordine Saïdi, decolonial activist (Belgium); Catherine Samary, Alter-European economist (France); Ingeborg Schellmann, member Attac (Germany); Rae Street, activist against NATO (UK); Daniel Tanuro, ecosocialist, author, member Gauche Anticapitaliste (Belgium); Eric Toussaint, spokesperson CADTM International; José Van Leeuwen, Docp/BDS, Netherlands, Willy Verbeek, president Beweging.net Herent (Belgium); Andy Vermaut, climate and peace initiative Pimpampoentje, president PostVersa (Belgium); Marie-Dominique Vernhes, in the name of 12 members of the working group ‘Europa’ of Attac Germany; Asbjørn Wahl, author and trade union adviser (Norway); Prof. David Webb, Campaign for Nuclear Disarmament (UK); Andreas Wehr, Marx-Engels-Zentrum Berlin; Thomas Weyts, member SAP (Belgium); Thodoris Zeis, member TPT, lawyer, refugees and immigrant support (Greece); Bob Zomerplaag, Enschede voor Vrede (Netherlands).

 

LLAMAMIENTO A LOS PARTIDOS DE IZQUIERDA EN EL PARLAMENTO EUROPEO

El 23 de julio, la gran mayoría del Grupo de Izquierda (GUE/NGL) en el Parlamento Europeo aprobó, junto con los partidos socialdemócrata (S&D), verde y de derechas (PPE, Renew), una resolución que se opone al “acuerdo europeo” del 21 de julio en el que el Consejo de los jefes de Estado y de Gobierno europeos llegó a un acuerdo sobre un plan de recuperación europeo y el presupuesto plurianual.

En efecto, hay mucho que decir en contra de este acuerdo, que fue un compromiso para responder a las preocupaciones de los Estados miembros “frugales”, encabezados por los Países Bajos, que explican los problemas de los Estados del sur como Italia y España como consecuencia de su política presupuestaria ‘irresponsable’. El acuerdo implicaba la reducción de varias partidas del plan de recuperación y del presupuesto de la UE, incluyendo la salud y el clima. Este es una razón valida para oponerse, también de la izquierda. Pero la resolución del Parlamento Europeo pide no sólo la restauración de las cantidades originales de dinero para causas socialmente responsables, sino también para las absolutamente indefendibles. Las dos más censurables son el Fondo Europeo de Defensa y el Fondo de Gestión Integrada de Fronteras.

El Fondo de Defensa es una forma subrepticia de canalizar el dinero europeo a la industria militar bajo el disfraz de ‘política industrial’. El acuerdo del 21 de julio concede “sólo” 7 mil millones para este fondo. El lobby militar-industrial está, por supuesto, decepcionado, porque inicialmente se preveían 13 mil millones de euros. No podemos aceptar que los partidos de izquierda y progresistas apoyen una petición de más dinero para la militarización de Europa.

Y está el ‘Fondo para la Gestión Integrada de Fronteras’. Al apoyar la resolución del Parlamento, el grupo de izquierda pide que se refuerce Frontex, el enfoque cada vez más militarizado de la UE en materia de política de migración y asilo, responsable de que miles de personas se ahoguen en el Mediterráneo, y que se externalice la vigilancia de las fronteras a los regímenes dictatoriales. Esta política que ya ha sido condenada por varias organizaciones humanitarias, y no puede ser apoyado de ninguna manera por las fuerzas progresistas.

Cabe señalar también que la resolución guarda silencio sobre las condiciones que, según el acuerdo europeo del 21 de julio, se adjuntarán a la asignación de subvenciones y préstamos del Fondo de Recuperación a los Estados miembros. Al apoyar la resolución, uno guarda silencio sobre este comercio de caballos que equivale a “dinero a cambio de reformas neoliberales”.

Concluimos que la resolución contradice fundamentalmente los puntos de vista progresistas en general, y los programas de los partidos de izquierda en la UE en particular. Al aprobarla, la ya muy debilitada izquierda europea se hace superflua.

Los firmantes de este llamamiento instan a la fracción de la izquierda en el Parlamento Europeo y a sus partidos miembros a reconsiderar seriamente sus opciones estratégicas. También hacemos un llamamiento a las fuerzas progresistas de los partidos socialdemócratas, verdes y otros para que se resistan a la militarización de Europa y a una política cada vez más inhumana y antisocial.   □

 

firmantes de la llamada:

Signed as an organisation:

Agir pour la Paix (Belgium), Belgische Coalitie stop uranium wapens, Bruxelles Panthères, Comité Surveillance OTAN, (Belgium), Communist Party of Finland, International Coordinating Committee of “No to war – no to NATO”, Leuvense Vredesbeweging (Belgium), Links Ecologisch Forum (LEF, Belgium), Mouvement Citoyen Palestine (Belgium), Socialist Democracy (Ireland), Stop Wapenhandel (Netherlands); Vredesactie (Belgium), Vrede vzw (Belgium)

Individual signatories:

Dirk Adriaensens, Brussells Tribunal (Belgium); Tassos Anastassiadis, member TPT, journalist (Greece); Karel Arnaut, antropologist, KU Leuven (Belgium); Jean Batou, solidaritéS/Ensemble à Gauche, member Geneva  Parliament (Switzerland); Reiner Braun, Kampagne Stopp Air Base Ramstein (Germany); Ingeborg Breines, former president International Peace Bureau  (Norway); Bob Brown, All-African People’s Revolutionary Party  (USA); Marijke Colle,  ecofeminist, member SAP (Belgium); Filip De Bodt, Climaxi (Belgium); Ludo De Brabander, Vrede (Belgium); Lieven De Cauter, Philosopher, RITCS, School of Arts, &  Department of Architecture KULeuven;  Herman De Ley, Em. Professor, Ghent University (Belgium); Klaus Dräger, former policy advisor of the GUE/NGL on employment & social affairs (Germany); Yannis Felekis, member TPT, immigrant support activist (Greece); Pierre Galand, former senator Parti Socialiste (Belgium); Eloi Glorieux, former member Flemish Parliament, peace and ecological activist; Kees Hudig, editor Globalinfo.nl (Netherlands); Anton Jäger,  University of Cambridge/Université Libre de Bruxelles; Ulla Jelpke, member of German Parliament (DIE LINKE); Dimitris Konstantakopoulos, editor defenddemocracy.press, former member of the Secretariat of SYRIZA (Greece); Stathis Kouvélakis; Costas Lapavitsas, Prof. of Economics, SOAS (London), former member of the Greek Parliament; Tamara Lorincz, PhD candidate, Wilfrid Laurier University, (Canada); Herman Michiel, editor Ander Europa (Belgium); Anne Morelli, honorary professor ULB (Belgium); Karl-Heinz Peil, Friedens- und Zukunftswerkstatt (Frankfurt, Germany); Lucien Perpette, member Fourth International (Slovenia); Stefanie Prezioso, member Swiss Parliament; Matthias Reichl, press speaker, Center for Encounter and active Non-Violence (Austria); Nordine Saïdi, decolonial activist (Belgium); Catherine Samary, Alter-European economist (France); Ingeborg Schellmann, member Attac (Germany); Rae Street, activist against NATO (UK); Daniel Tanuro, ecosocialist, author, member Gauche Anticapitaliste (Belgium); Eric Toussaint, spokesperson CADTM International; José Van Leeuwen, Docp/BDS, Netherlands, Willy Verbeek, president Beweging.net Herent (Belgium); Andy Vermaut, climate and peace initiative Pimpampoentje, president PostVersa (Belgium); Marie-Dominique Vernhes, in the name of 12 members of the working group ‘Europa’ of Attac Germany; Asbjørn Wahl, author and trade union adviser (Norway); Prof. David Webb, Campaign for Nuclear Disarmament (UK); Andreas Wehr, Marx-Engels-Zentrum Berlin; Thomas Weyts, member SAP (Belgium); Thodoris Zeis, member TPT, lawyer, refugees and immigrant support (Greece); Bob Zomerplaag, Enschede voor Vrede (Netherlands).

 

Hits: 3

When european leaders speak of offering grants …

21/09/2020 - 16:11
Bewaren als PDF

Herman Michiel
30 May 2020

Timeo neoliberales et dona ferentes

 

I would like to draw attention to an unusual proposal for overcoming the economical consequences of the corona crisis which was made or supported by at least the governments of France, Spain and Italy. I am surprised that it received so little attention by the left, and by the media in general.

 

Eternal bonds

 It concerns the proposal to use ‘eternal bonds’ as a means for financing a European recovery plan. As is well known, bonds are the instrument by which states contract loans on the financial markets in order to finance their debt. A 10-year bond of 10 billion euro at an interest rate of 2% e.g. means that the state pays yearly 200 million interest, and has to pay back the loan after 10 years, which usually means that the state contracts a new loan in order to do so. However, the period of 10 years can in principle be extended to 20, 50, 100 years, meaning that for a long time only interest has to be paid. There is no reason why ‘eternal bonds’ could not be considered, meaning they are never paid back, but the issuer has to pay interest till the end of days. Eternal bonds are sometimes called ‘consols’ for historical reasons.  Debts contracted for war purposes have often been of the very long type.

In the framework of the corona crisis, consols have been proposed by the Spanish prime minister Sánchez (he spoke of 1500 billion euro, see Reuters, April 20, Spain seeks 1.5 trillion euro recovery fund using EU perpetual debt) and the Italian government said to be interested in the proposoal. Moreover, similar ideas were advanced within the liberal fraction (Renew Europe) of the European Parliament (see Guy Verhofstadt, Toward a European Reconstruction Fund and Dragoș Pîslaru, Reforms, investment and the EU Recovery Plan).

In contrast with ‘corona bonds’, consols would not add to sovereign debt. If the consols are issued by the European Commission, they could be distributed as grants. The annual interest to be paid, would depend on a number of factors. If the bonds are offered on the financial markets, investors will expect a considerable return; Verhofstadt speaks of a rate of 2,5%, although billionaire George Soros – who is in favour of consols for financing the European recovery fund, see The EU should issue perpetual bonds to fund the economic recovery from coronavirus – mentions 0,50%. For a fund of 1 trillion, this amounts to the rather modest interest of 5 billion, which shrinks in relative terms by the years due to inflation. But there is the other ‘utopian’ possibility of a zero (or very low) rate, which would not attract financial markets, but the European Central Bank could immediately buy the bonds and ‘monetize the debt’. Of course, this would be ‘against the treaties’, but shrewd jurists could probably find something on it if political leaders would opt for such a way out of a 1929 like crisis.

 

But where is the catch?

Some will warn for a terrible inflation which would follow, the more so if the money would be newly created by the ECB (instead of attracting existing money held by the financial markets). Not being an economist (and even if I were …) I have no estimate of the risk for an uncontrollable inflation. But I know that inflation in the EU still not reaches 2% after the 2,5 trillions of injected QE money by the ECB. Moreover, if the money is spent on new (green, social …)  projects, this would not directly influence consumer prices, as consumers will not buy more windmills. And would it be that terrible if inflation increased due to full employment and increased wages? Isn’t inflation the euthanasia of the rentier? And very importantly, consols should possibly be considered as an exceptional solution to an exceptional problem, but there are other permanent measures which the Left should defend and which diminish the mass of excess money: a tax on wealth, on benefits, on upper incomes, on capital and capital gains…

 

Neoliberal sugar uncles?

But the intriguing question is: why the heaven would neoliberals as Verhofstadt and Macron defend grants to member states?

A first answer could be that some liberal politicians are more aware than others of the extremely serious situation in which COVID-19 has brought the European capitalist order, and their favoured European ‘project’ in particular. This is also true for Merkel. Not surprisingly, the proposal for a Recovery Fund she made with Macron on May 18  [1]  is not based on eternal bonds, but is generally considered as ‘revolutionary’ in that it breaks with European usage and proposes to distribute hundreds of billions of euros as grants, not as loans. The problem of Merkel-Macron will be to convince their not less neoliberally minded but less strategically thinking Dutch, Austrian and Scandinavian colleages of the necessity of such move.

For Macron, it is also a means to show some independence vis-à-vis Germany,  and strengthen ties with countries as Spain and Italy with which France is in better economical ‘resonance’ than with Germany.

But the most important consideration is that neither the consols of Verhofstadt, nor the grants of Merkel-Macron are intended to be ‘free’. To the contrary, they would be an extremely poisonous ‘gift’ which would oblige the ‘beneficiaries’ to perform ‘structural reforms’ in order to make their economies ‘sustainable’. Useless to enter into details what this means, simply remember Greece. Or listen to Dragoș Pîslaru, MEP belonging to Renew Europe and co-rapporteur in the European Parliament on RISP, the ‘Reform and Investment Support Programme’. He writes:

“The option that avoids the thorny prospect of joint liability for debt, is a grant scheme financed by perpetual bonds, as proposed by two Renew Europe Members of the European Parliament colleagues and backed also by the Spanish government. Member states would pay additional contributions into the EU budget, which would be used to pay the interest on a bond that never expires. This could generate new EU own resources of over €1 trillion, which could make its way back to member states through the RISP, in light of its beefed-up role as an engine of recovery.”

Consols as reform support, a well chosen application of the principle ‘never waste a good crisis’… Since many years, the EU and Berlin in particular is looking for ways – not only of the stick type, but also carrot-like – to force member states on the ‘prodigious way forward of competitiveness and growth’. Consols as the carrot, wouldn’t that be wonderful?

In that respect, the Merkel-Macron proposal is not different. The Franco-German declaration said the recovery fund “will be based on a clear commitment of member states to follow sound economic policies and an ambitious reform agenda”. The same holds true for the proposal made by the European Commission on 27 May, which (unsurprisingly) is in the same spirit as the the Merkel-Macron proposal: 500 billion grants [2], 250 billion loans, and “member states will have a say in deciding on access to the funds.”, which is another way of saying that ‘conditionality’ will be imposed.

To appreciate the perfidity of this ‘conditionality’, one should imagine a government as the one of Spain, a country which suffered enormously from the corona crisis. Madrid was always very reluctant, also under a right government, to accept European ‘help’ when conditional on reforms, as is the case when accepting money from the European Stability Mechanism (ESM). But ESM-money is in the form of loans. What if it are ‘gifts’, only conditional on some ‘sound economic reforms’ ?? Would poor Sánchez explain to PP, Ciudadanos, Vox and their voters that he refuses the gifts because there are some ‘strings’ attached? Will Podemos insist on refusing them?? One can expect similar tensions in Italy between PD and the M5S, but ‘realists’ will decide that the offer is irresistible…

 

And the Left?

Considering these proposals (consols, European grants) are made by the right [3], one could judge that they should be rejected by the left. I think this would be a mistake. If there is one positive side to these perfidious proposals, it is that they show that in principle, financial means exist to support a green recovery, to invest in the public sector (health, education, housing…) without saddling member states up with more debts. This insight could become an important antidote to the ‘handbags economy’ vision (Mary Mellor) of the state household, a ‘populist’ element of neoliberal ideology. Money is not the ‘scarce commodity’ that banks collect from thrifty citizens and lend out to industry and governments to be invested in productive and social projects. Money is mainly created ‘from nothing’ by banks, which have the surprising privilege to be allowed to make profits using a sovereign competence. The European Union drove this anomaly to the top by forbidding its central bank to lend to its governments.

Consols bought by the ECB may seem too unrealistic in the present context. But one realises that the real problem is not the degree of ‘realism’ but rather the market fundamentalism of the EU if one notices that even much milder proposals, fully compatible with the European treaties, get no chance.   Fabio de Masi, former MEP of Die Linke and others (e.g. Pierre Larrouturou) have pointed to the legal possibility for the European Investment Bank (EIB) to be financed at a very low rate by the European Central Bank and lending to states at a very low rate as well, without increasing their debt in the Maastricht sense. Quoting the influential think tank Bruegel, de Masi recalls that „…borrowing by the EIB has no implications in terms of European fiscal rules. It is recorded neither as new debt nor as a deficit for any of the member states, which means that new government spending could be funded without affecting national fiscal performance.”

The German financial journalist Norbert Häring mentions still another source of readily available cash which could be put at the disposal of member states to fight the coming crisis. He writes that the central banks which form the Eurosystem “have total reserves in the triple-digit billion range”. These profits could be distributed, which has “the advantage that courts can hardly classify them as prohibited monetary public financing, because it is undisputed that governments are the beneficiaries of central bank profits.”

It is curious that so little has been tried by anti-austerity forces to promote such ideas. The European Trade Union Confederation “welcomes the ambitious EU recovery strategy proposed by Ursula von der Leyen”, and so do social democrats and Greens. What tune will they sing when the EU pulls the strings attached to the ‘ambitious strategy’?

 

NOTES

[1]  the following references, communicated to me by Klaus Dräger, may be useful:
To the original Merkel proposal (in English): https://www.bundesregierung.de/resource/blob/975226/1753772/414a4b5a1ca91d4f7146eeb2b39ee72b/2020-05-18-deutsch-franzoesischer-erklaerung-eng-data.pdf .

Analyses and commentaries:

https://www.politico.eu/article/germany-conservatives-eurobond-awakening/, https://www.politico.eu/article/franco-german-recovery-deal-meets-resistance/, https://www.politico.eu/article/giuseppe-conte-distorted-stereotypes-hinder-a-common-eu-recovery/.

Note also that Macron did not insist on his consols idea, and quickly took his place back at the ‘French-German axis’.

[2] This is the amount of grants mentioned in most commentaries, although the official statement (page 14) speaks explicitly only about 310 billion € grants and says ambiguously that “500 billion of the funds channeled through Next Generation EU will be used to fund the grant component of the Recovery and Resilience Facility and reinforce other key crisis and recovery programmes. “

[3] A recent publication of GUE/NGL mentions briefly that Covid-19 bonds “should be perpetual and interest-free as a form of permanent money creation in order to compensate for an extraordinary economic shock; these bonds can also be issued by the future European Recovery Fund or the EIB, as long as they are issued without macroeconomic or other conditionalities and immediately bought by the ECB.” See Solidarity is the cure – Reimagining a post-pandemic Europe, page 11.

 

Hits: 1

Τα fake news της Ευρωπαϊκής Επιτροπής

21/09/2020 - 16:00
Bewaren als PDF

του Herman Michiel
11 May 2020 

Greek translation of  Het fake news van de Europese Commissie over coronahulp aan de lidstaten,
published on https://tpt4.org/2020/05/18/εε-μια-πολύ-fake-μάχη-κατά-του-κορονοϊού/

 

 

Η Ευρωπαϊκή Επιτροπή φοβόταν, λέει, στις ευρωπαϊκές εκλογές του 2019, ότι απειλούνταν από εσκεμμένες παραποιήσεις πληροφοριών από « ξένες δυνάμεις » (υπονοείτο κυρίως η Ρωσία του Πούτιν!). Και είχαν παρθεί διάφορα μέτρα για να αποκρουστεί η διάδοση λαθεμένων ειδήσεων (fake news) και αποπληροφόρησης, για παράδειγμα με συνεχή παρακολούθηση της κάλυψης στα κοινωνικά δίκτυα. «Η αποπληροφόρηση είναι μια λαθεμένη ή παραπλανητική είδηση που μπορεί να δειχτεί ότι δημιουργήθηκε, παρουσιάστηκε και κυκλοφόρησε με στόχο το οικονομικό όφελος ή για να παραπλανήσει εσκεμμένα την κοινή γνώμη», γράφει η Επιτροπή. Στο παρόν άρθρο, δείχνω ότι η παρουσίαση που κάνει η Ευρωπαϊκή Ένωση της βοήθειας που προσφέρει στα κράτη μέλη για την κρίση του covid-19 αποτελεί παραπλάνηση της κοινής γνώμης και θα έπρεπε να θεωρείται ως fake news, σύμφωνα με τον ίδιο τον ορισμό της Ευρωπαϊκής Επιτροπής!

Εδώ από κάτω βρίσκεται συμπυκνωμένη μια παρουσίαση από την Επιτροπή της γιγαντιαίας κινητοποίησης χρηματικών πόρων υπέρ των κρατών μελών στον αγώνα τους κατά της κρίσης του κορονοϊού.

 

« Η ΕΕ κινητοποιεί όλους τους δυνατούς πόρους για να απαντήσει γρήγορα, ισχυρά και συντονισμένα, στην πανδημία του κορονοϊού. Το συνολικό ποσό που κινητοποιεί ανέρχεται, ώς τώρα, σε 3.400 δισεκατομμύρια ευρώ », γράφει η Επιτροπή.

Ουάου!!!

3.400 δισεκατομμύρια (ή 3,4 τρισεκατομμύρια)1!!! Περίπου όσο και το συνολικό ΑΕΠ της Γερμανίας!

Αλλά ας δούμε πώς φτάνουμε σε αυτό το αστρονομικό ποσό. Ποσό που πρέπει να σημειώσουμε είναι μόνο για τις άμεσες ανάγκες των κρατικών αρχών που βρέθηκαν ξαφνικά να πρέπει να αντιμετωπίσουν τον ιό. Δηλαδή, επισημαίνουμε, δεν πρόκειται ακόμα για την αντιμετώπιση της οικονομικής κρίσης που θα ακολουθήσει αναγκαστικά την κρίση του covid-19.

  • Ας πάρουμε το γράφημα πάνω και ας αρχίσουμε από το πορτοκαλί τριγωνάκι των 100 δισεκατομμυρίων ευρών που προβλέπεται από το « SURE »2. Αυτό θα επιτρέψει στις κρατικές αρχές να συμβάλουν στη χρηματοδότηση της προσωρινής ανεργίας (κατά πολύ χρησιμοποιείται από τις επιχειρήσεις). Η διευθέτηση αυτή παρουσιάζεται συχνά ως στραμμένη στο να εμποδίσει εργαζομένους να χάσουν τη δουλειά τους, αν και γίνεται όλο και πιο φανερό πως χρησιμοποιείται με μαζικό τρόπο καταχρηστικά από τις επιχειρήσεις σε προγραμματισμό των επερχόμενων απολύσεων που θα κάνουν. Όμως, πέρα από αυτό, το ερώτημα που τίθεται είναι: από πού άραγε η ΕΕ, που διαθέτει έναν ετήσιο προϋπολογισμό μόνο 150 δισεκατομμυρίων ευρώ περίπου, θα μπορέσει να βρει τα 100 δισεκατομμύρια ευρώ για το SURE; Η απάντηση είναι συγκλονιστική:. Πρώτον, τα κράτη μέλη δέχονται να βάλουν 25 δισεκατομμύρια ευρώ στο τραπέζι, ως εγγυήσεις με τις οποίες η Ευρωπαϊκή Επιτροπή θα πάει να δανειστεί ένα συνολικό ποσό 100 δισεκατομμυρίων ευρώ. Στη συνέχεια, τα κράτη μέλη που το χρειαστούν μπορούν να έχουν ένα μερίδιο από αυτά τα 100 δισεκατομμύρια, αν και με τη μορφή δανείων που θα πρέπει να αποπληρωθούν αργότερα, ενώ οι τόκοι τους θα πρέπει να πληρώνονται κάθε χρόνο όπως γίνεται και με όλα τα κρατικά δάνεια.
  • Το δεύτερο τριγωνάκι (μπλε) των 200 δισεκατομμυρίων ευρώ έχει για στόχο να στηρίξει τις επιχειρήσεις (είναι μια « ασπίδα προστασίας »), αλλά και αυτό τροφοδοτείται με κατά πολύ παρόμοιο τρόπο όπως και το προηγούμενο: τα κράτη μέλη δίνουν 25 δισεκατομμύρια ευρώ ως εγγύηση (αυτή τη φορά όμως είναι εθελοντικά) και με αυτά η Ευρωπαϊκή Τράπεζα Επενδύσεων (BEI) θα ενθαρρύνει τις ιδιωτικές τράπεζες να χορηγήσουν δάνεια στις επιχειρήσεις.
  • Έπειτα, είναι το τριγωνάκι των 330 δισεκατομμυρίων ευρώ. Εδώ δεν πρόκειται καθόλου για « ευρωπαϊκό χρήμα »: πρόκειται για χρήματα που μπορούν να προσφέρουν τα κράτη (επιδοτήσεις, μειώσεις ή αναστολή ορισμένων φόρων, κλπ.) επειδή η Ευρωπαϊκή Ένωση χαλάρωσε τους δημοσιονομικούς κανόνες που έχει επιβάλει στα κράτη μέλη (δημοσιονομική ισορροπία, δημόσιο χρέος κάτω του 60%, κλπ.) στη σημερινή κατάσταση κρίσης. Για μια ακόμα φορά, δεν υπάρχει ούτε ένα ευρώ σε αληθινή « ευρωπαϊκή βοήθεια ».
  • Αυτό μας πάει στο πράσινο τριγωνάκι των 240 δισεκατομμυρίων ευρώ. Είναι το τριγωνάκι που έχει αναφερθεί ιδιαίτερα από τα μέσα ενημέρωσης. Εδώ τα λεφτά προέρχονται από τον Ευρωπαϊκό Μηχανισμό Σταθερότητας (ESM3), αυτόν που δημιουργήθηκε ως ταμείο από το οποίο υποχρεώθηκαν οι Έλληνες να δανειστούν για να αποπληρωθούν τα δάνειά τους στις γαλλικές, γερμανικές και άλλες τράπεζες. Αυτό έγινε ίσως με κάπως πιο ήπιο ρυθμό απ’ό,τι θα απαιτούσαν οι χρηματοπιστωτικές αγορές, αλλά συνοδευόταν από απαιτήσεις: Μεταρρύθμιση! Ιδιωτικοποιίηση, λιτότητα, μείωση των κοινωνικών υπηρεσιών, κλπ. Αυτό είναι που ονομάζεται « αιρεσιμότητα » που συνοδεύει τα δάνεια που χορηγεί ο ESM. Σε σχέση με τα δάνεια που χορηγεί ο ESM, υπάρχει ασφαλώς μια υπόσχεση ότι, στο πλαίσιο της κρίσης του covid-19, η αιρεσιμότητά τους θα μειωθεί στο ελάχιστο (προς μεγάλη απογοήτευση του Ολλανδού υπουργού οικονομικών, Hoekstra), αλλά ούτε η Ισπανία ούτε η Ιταλία, οι δύο χώρες που έχουν πληγεί περισσότερο από τον κορονοϊό στην ΕΕ, δεν έχουν καμία διάθεση να χρησιμοποιήσουν το ταμείο αυτό, εξαιτίας της θανατερής του φήμης στην ελληνική κρίση. Άλλωστε, οι χώρες αυτές υποστήριζαν ένα « κορονο-ομόλογο ». Έτσι και εδώ έχει αναγγελθεί ένα ποσό 240 δισεκατομμυρίων, αλλά ούτε ένα λεπτό, ούτε ένα σεντ, δεν έχει δοθεί και ίσως ούτε ένα σεντ δεν θα δοθεί ποτέ.
  • Υπάρχει ακόμα αυτό το μικρό πράσινο βαθύ τριγωνάκι, με 70 δισεκατομμύρια, που προέρχεται απευθείας από τον προϋπολογισμό της Ευρωπαϊκής Ένωσης και το οποίο, άρα, δεν είναι δάνειο. Αλλά, ακόμα κι εδώ, η κοινή γνώμη παραπλανάται και, αν εφαρμόσουμε τον ορισμό που δίνει η ίδια η Ευρωπαϊκή Επιτροπή, πρόκειται για παραπληροφόρηση. Γιατί δεν αφορά πρόσθετα ποσά, αλλά για χαλάρωση, για παράδειγμα, των όρων χρήσης των διαρθρωτικών πόρων που είχαν χορηγηθεί και που μπορούν, τώρα, να χρησιμοποιηθούν ως δαπάνες για την κρίση. Επίσης θα μπορέσει να χρησιμοποιηθεί ακόμα και το αχρησιμοποίητο τμήμα από αυτά τα κονδύλια. Ωστόσο, ακριβώς, τα διαρθρωτικά και περιφερειακά ταμεία είναι πρακτικά τα μόνα στην ΕΕ που υλοποιούν κάποιου είδους αλληλεγγύη με μια ελάχιστη συμβολή στη μείωση του οικονομικού χάσματος ανάμεσα στις χώρες και στις περιοχές… Πράγμα που σημαίνει ότι ο επαναπροσανατολισμός αυτών των πόρων προς την πάλη κατά του κορονοϊού σημαίνει, άρα, αναγκαστικά μείωση της οικονομικής ενσωμάτωσης των πιο φτωχών τμημάτων της Ένωσης!
  • Το μεγαλύτερο μέρος της πίττας, ωστόσο, είναι το τμήμα που είναι άσπρο: αυτό ανέρχεται σε 2.450 δισεκατομμύρια ευρώ. Πρόκειται για ποσά που δαπανώνται, όμως, όχι από την ΕΕ αλλά από τα κράτη μέλη με τη μορφή κρατικών ενισχύσεων προς τις επιχειρήσεις. Ήδη από την αρχή της κρίσης, η ΕΕ αναγκάστηκε να επανεξετάσει τη μία από τις θεμελιώδεις της αρχές, δηλαδή την από θέση αρχής άρνηση των (περισσότερων) κρατικών ενισχύσεων, για να μην κινδυνεύει « ο ελεύθερος και ανόθευτος ανταγωνισμός ». Αυτός είναι και ο λόγος που η ΕΕ επιτρέπει τώρα στα κράτη μέλη να αυξήσουν τα χρέη τους χορηγώντας κρατικές ενισχύσεις στις επιχειρήσεις, πράγμα που αποτελεί και το πιο σημαντικό στοιχείο μεταξύ όλων των μέτρων στήριξης προς τα κράτη μέλη.

Επομένως, μπορείτε να το κρίνετε και μόνοι σας: Είναι άραγε πληροφόρηση όλο αυτό; Ή μήπως είναι μάλλον fake news;

Επιπλέον, η γερμανική κυβέρνηση βλέπει σε αυτό μια εξαιρετική ευκαιρία για να ενισχύσει περαιτέρω την ανταγωνιστική της θέση στην Ευρώπη. Πάνω από τις μισές κρατικές ενισχύσεις που έχουν ήδη χορηγηθεί στην Ευρώπη έχουν δοθεί από τη Γερμανία (που αποτελεί μόνο το ένα τέταρτο της ευρωπαϊκής οικονομίας) προς τις επιχειρήσεις της (Adidas, TUI Allemagne, Lufthansa…). Άλλα κράτη μέλη φοβούνται, έτσι, ότι αυτό επιδεινώνει την οικονομική ανισορροπία στην ΕΕ.

Υπάρχουν και δύο πρωτοβουλίες που δεν έχουν περιληφθεί στο πιο πάνω γράφημα:

  • Η πρώτη είναι η « PEPP »4: με αυτήν η Ευρωπαϊκή Κεντρική Τράπεζα μπορεί να αγοράσει τίτλους (μετοχές, ομόλογα) αξίας έως 750 δισεκατομμύρια ευρώ από κυβερνήσεις και από επιχειρήσεις, έτσι ώστε να κρατηθούν χαμηλά τα επιτόκια και να διοχετευτεί χρήμα στην « οικονομία » (αλλά όπως το απέδειξαν και οι προηγούμενες ενέσεις χρήματος από τους πόρους της ΕΚΤ, το αποτέλεσμα είναι μάλλον αδύναμο και οδηγεί στον πλουτισμό των πλουσίων και στην αύξηση των κερδοσκοπικών κεφαλαίων, πράγματα που δεν συμβάλλουν στην πραγματική οικονομία).
  • Η δεύτερη πρωτοβουλία είναι πρόσφατη (4 Μαΐου) και συνίσταται σε μια φανταχτερή εκδήλωση, σε ένα « fancy fair », ή συλλογή πόρων (fundraising), που οργάνωσε η Ευρωπαϊκή Επιτροπή, μέσα από την οποία διάφοροι φιλάνθρωποι, όπως ο πολυδισεκατομμυριούχος Bill Gates, είχαν τη δυνατότητα να εκφράσουν την αγαθοεργία τους συνεισφέροντας σε έναν κουμπαρά 7,4 δισεκατομμυρίων ευρώ για την ανάπτυξη ενός εμβολίου κατά του κορονοϊού. Η Ολλανδία υποσχέθηκε 192 εκατομμύρια ευρώ, το Βέλγιο 27 εκατομμύρια. Δεν είναι απολύτως τίποτα γνωστό για την ακριβή χρήση αυτών των χρημάτων.

Συμπέρασμα

Υπογραμμίζουμε ότι δεν πρόκειται ακόμα για τα μέτρα που θα ακολουθήσουν για να ξαναμπεί η οικονομία σε τροχιά. Για αυτά, προς το παρόν επικρατεί πλήρης διαφωνία μέσα στην Ένωση5, αλλά μπορούμε, χωρίς να κινδυνέψουμε να κάνουμε λάθος, να προβλέψουμε ότι αυτά θα αυξήσουν ακόμα περισσότερο τα βαθιά χάσματα ανάμεσα στα δημοσιονομικά των κρατών…

Στο οποίο θα πρέπει και να επανέλθουμε προφανώς!

 

Σημειώσεις:

1Για να μπορέσει κανείς να εκτιμήσει τα ποσά αυτά, ας πούμε ότι το ΑΕΠ της Ολλανδίας ήταν 812 δισεκατομμύρια ευρώ το 2019, του Βελγίου 473 δισεκατομμύρια ευρώ και της Γερμανίας 3.435 δισεκατομμύρια ευρώ.

2SURE: Support to mitigate Unemployment Risks in an Emergency = προσωρινό ευρωπαϊκό «Πρόγραμμα για την απάλυνση του Κινδύνου Ανεργίας στην Έκτακτη κατάσταση».

3ESM=European Stability Mechanism

4Pandemic Emergency Purchase Programme (PEPP)

5Βλ. Europees relanceplan in quarantaine, door Herman Michiel, 25 april 2020

Hits: 4

Les “fausses nouvelles” de la Commission Européenne

21/09/2020 - 15:34
Bewaren als PDF

par Herman Michiel
11 mai 2010

Traduction par Gauche Anticapitaliste  de l’article Het fake news van de Europese Commissie over coronahulp aan de lidstaten

 

L’Union européenne craignait que les élections européennes de 2019 ne soient menacées par une falsification délibérée des informations par des « puissances étrangères », (sous- entendu comme la Russie de Poutine ). Des initiatives ont été prises pour contrer la diffusion de fausses nouvelles et de désinformation, par exemple en assurant le suivi de la couverture sur les médias sociaux. « La désinformation est une information fausse ou trompeuse dont on peut vérifier qu’elle a été créée, présentée et diffusée dans un but de gain économique ou pour tromper délibérément l’opinion publique », écrit la Commission.

Dans cet article, je démontre que la présentation par l’Union européenne de son aide aux États membres dans cette crise du Covid-19 est une tromperie de l’opinion publique, et devrait donc être considérée comme une fausse nouvelle selon la définition de la Commission européenne elle-même !

Vous trouverez ci-dessous une présentation de la Commission sur le déploiement phénoménal des ressources financières au profit des États membres dans la lutte contre la crise du Corona-virus.

 

« L’UE mobilise toutes les sources possibles pour répondre rapidement, avec force et de manière coordonnée à la pandémie du coronavirus. Le montant total mobilisé à ce jour s’élève à 3 400 milliards d’euros », écrit la Commission. Waouw, 3400 milliards !  soit à peu près autant que le PIB de l’Allemagne !

Mais voyons comment on en arrive à ce montant astronomique, montant destiné uniquement aux besoins immédiats des autorités soudainement confrontées au virus. Notons qu’il ne s’agit pas encore de lutter contre la crise économique qui suivra immanquablement la crise du Covid-19.

Partons du graphique ci-dessus et commençons par le « triangle orange » de 100 milliards d’euros prévu pour « SURE » 1 qui permettra aux pouvoirs publics de contribuer au financement du chômage temporaire (largement utilisé par les entreprises). Cette approche est souvent présentée comme « intelligente » pour empêcher les gens de perdre leur emploi, mais il est de plus en plus évident qu’elle est massivement utilisée de manière abusive par les entreprises en prévision des licenciements à venir.

Mais au-delà de cela, la question demeure : où l’UE, qui ne dispose que d’un budget annuel d’environ 150 milliards d’euros, trouve-t-elle les 100 milliards d’euros pour SURE ? La réponse est plutôt choquante. Premièrement, les États membres doivent mettre volontairement 25 milliards d’euros sur la table en tant que fonds de garantie avec lequel la Commission européenne peut contracter des prêts pour un montant de 100 milliards d’euros. Par la suite, les États membres qui en ont besoin peuvent obtenir une partie de ces 100 milliards, mais sous la forme d’un prêt qui doit être remboursé plus tard et dont les intérêts doivent être payés annuellement comme pour tout prêt d’État.

Le deuxième triangle (bleu) de 200 milliards d’euros est destiné à soutenir les entreprises (un « bouclier de protection ») mais est alimenté de façon largement similaire au précédent : les États membres fournissent 25 milliards d’euros en tant que garantie (cette fois sur une base volontaire) par laquelle la Banque européenne d’investissement (BEI) encourage les banques privées à accorder des prêts aux entreprises.

Ensuite, il y a le triangle de 330 milliards d’euros. Il ne s’agit pas du tout d’argent « européen », mais d’aides que les États membres peuvent accorder (subventions, suppression ou report de certains impôts, etc.) parce que l’Union européenne a assoupli les règles budgétaires qu’elle impose aux États membres (équilibre budgétaire, dette publique inférieure à 60 %, etc.) dans cette situation de crise. Une fois de plus, il n’est pas question d’un seul euro d’une véritable « aide européenne ».

Cela nous amène au triangle vert de 240 milliards d’euros, celui qui a déjà été le plus souvent évoqué dans les médias. L’argent provient du mécanisme européen de stabilité (MES), créé comme un fonds sur lequel les Grecs ont été obligés d’emprunter pour rembourser leurs dettes envers les banques françaises, allemandes et autres. C’était peut-être à un rythme légèrement inférieur à ce que les marchés financiers auraient demandé, mais il y avait des conditions à cela : la réforme ! Privatisation, austérité, réduction des services sociaux, etc. C’est ce qu’on appelle la « conditionnalité » liée aux prêts accordés par le MES. Pour ce qui concerne les prêts consentis par le MES, il y a bien la promesse que dans le cadre de la crise du Covid-19, leur conditionnalité serait réduite au minimum (au grand mécontentement du ministre néerlandais des finances Hoekstra), mais ni l’Espagne ni l’Italie, les pays les plus touchés par le Corona dans l’UE, ne sont enclins à faire usage de ce fonds, en raison de sa sulfureuse réputation depuis la crise grecque. Ces pays étaient d’ailleurs partisans d’un « corona fund ». Une fois de plus, un montant de 240 milliards a donc été annoncé, mais pas un centime n’a été dépensé, et peut-être que pas un centime ne le sera.

Il y a aussi ce petit morceau de triangle vert foncé (70 milliards) provient directement du budget de l’UE et qui n’est donc pas un prêt. Mais là aussi, l’opinion publique est trompée, et si on applique la définition de la Commission européenne à elle-même, il s’agit de désinformation. Car il ne s’agit pas d’argent supplémentaire, mais, par exemple, d’un assouplissement des conditions d’utilisation des fonds structurels qui avaient déjà été accordés et qui peuvent maintenant être utilisés comme dépenses de crise ; une partie de l’argent non utilisé de cette enveloppe sera également mise à disposition.

Mais les fonds structurels et régionaux sont pratiquement les seuls dans l’UE pour lesquels il existe une solidarité via une contribution minimale à la réduction du fossé économique entre les pays et les régions… la réaffectation de ces fonds pour lutter contre le Corona-virus signifierait donc une réduction de l’intégration économique des parties les plus pauvres de l’Union.

La plus grande partie du gâteau, cependant, est la partie blanche, qui s’élève à 2 450 milliards d’euros. Il s’agit de montants dépensés, non pas par l’UE mais par les États membres sous forme d’aides d’État aux entreprises. Dès l’éclatement de la crise, l’UE a dû revenir sur l’un de ses principes fondamentaux, à savoir le rejet de principe de (la plupart) des aides d’État afin de ne pas mettre en péril « une concurrence loyale et non faussée ». C’est pourquoi l’UE autorise actuellement les États membres à augmenter leurs dettes en accordant des aides d’État aux entreprises, ce qui constitue l’élément le plus important dans la liste des mesures de soutien aux États membres.

Dès lors, jugez par vous-même : s’agit-il d’une information ou d’une fausse nouvelle ? De plus, le gouvernement allemand y voit une excellente occasion de renforcer encore sa position concurrentielle en Europe ; plus de la moitié des aides d’État déjà dépensées en Europe ont été accordées par l’Allemagne (un quart de l’économie européenne) à ses entreprises (Adidas, TUI Allemagne, Lufthansa…). D’autres États membres craignent que cela n’aggrave le déséquilibre économique dans l’UE.

Deux initiatives ne sont pas incluses dans le graphique. La première est le « PEPP » 2 qui permettra à la Banque centrale européenne (BCE) d’acheter jusqu’à 750 milliards d’euros de titres (actions, obligations) à des gouvernements et à des entreprises afin de maintenir des taux d’intérêt bas et d’injecter de l’argent dans « l’économie » (mais comme l’a montré la précédente série d’injections de fonds par la BCE, le résultat est plutôt faible et conduit à enrichir les riches et à augmenter les fonds spéculatifs qui ne contribuent pas à l’économie réelle).

La deuxième initiative a eu lieu récemment (le 4 mai) et consistait en une « fancy fair » ou une collecte de fonds (fundraising) organisée par la Commission européenne, où des philanthropes tels que le multimillionnaire Bill Gates pouvaient montrer leur bon cœur d’or en contribuant à une cagnotte de 7,4 milliards d’euros pour le développement d’un vaccin contre le coronavirus. Les Pays-Bas ont promis 192 millions d’euros, la Belgique 27 millions. On ne sait rien sur l’utilisation exacte de cet argent.

CONCLUSION

Soulignons qu’il ne s’agit pas encore des mesures qui devraient suivre pour remettre l’économie sur les rails. Pour celles-là, il règne un désaccord total au sein de l’Union , mais on peut sans se tromper prédire qu’elles creuseront des trous encore plus profonds dans les finances des états… Nous y reviendrons sans aucun doute.

 

Hits: 2

OXFAM-rapport over rijkdom en klimaatverloedering

21/09/2020 - 14:00

21 september 2020 - OXFAM publiceert vandaag, samen met het Stockholm Environment Institute ,  een nieuw rapport. In  Confronting Carbon Inequality  wordt glashelder aangetoond dat de zeer ongelijke verdeling van rijkdom en inkomsten in de wereld ook met een zeer ongelijke bijdrage tot het groeiend gehalte CO2 in de atmosfeer gepaard gaat. Het onderzoek gaat over de periode 1990-2015, tijdspanne waarin het CO2-gehalte in de atmosfeer verdubbelde. Maar niet iedereen is daar even schuldig aan:
  • De rijkste 10% (630 miljoen mensen) veroorzaakte 52% van die globale toename;
  • Als we naar de 1% rijksten kijken is hun bijdrage 15%, terwijl de armere helft van de wereldbevolking, 3,1 miljard mensen, slechts voor 7% instaat!
  • Alle klimaatwaarschuwingen ten spijt blijft de jaarlijkse koolstofemissie stijgen. In 2015 bedroeg die 60% méér dan in 1990. Maar ook die stijging verloopt volgens de rijkdomsverdeling. De toename van de totale emissie door de rijkste 1% lag drie maal hoger dan die van de armere helft van de wereldbevolking.
De volgend grafiek uit het rapport spreekt boekdelen. Men ziet er van jaar tot jaar de totale uitstoot ten gevolge van consumptie toenemen, van ongeveer 22 gigaton koolstofdioxide equivalent in 1990 tot 35 gigaton [1 gigaton = 1000 miljard kilogram; andere serregassen dan koolstofdioxide (bv. methaan) worden omgerekend naar hun CO2-equivalent). Er zijn 4 rijkdomsklassen: in donkergroen onderaan de armste helft van de wereldbevolking; daarboven (lichtgroen) de 40% rijkeren, en bovenaan (grijs en zwart) de rijkste 10% (met in het zwart de rijkste 1%). De bijdrage van de armste helft verandert nauwelijks, en staat voor maar 7% van de toename. de 'middenklasse' bestaat uit 40% van de wereldbevolking en neemt globaal ook ongeveer zoveel van de toename (41%) voor zijn rekening. De bovenste zwarte band heeft betrekking op de 1% rijksten. Hun deel in de toename neemt toe, en beslaat 15% van het totaal; een superrijke eigent zich niet alleen een gigantisch deel van de rijkdom toe, maar trekt zich ook geen reet aan van de klimaatcatastrofe. In het OXFAM-rapport wordt ook aangetoond dat deze superprofiteurs buitensporig veel gebruik maken van het luchtverkeer. Eén van de aanbevelingen van het rapport is dan ook de beëindiging van de taksvrijstelling van vliegtuigkeroseen, een eind aan de reddingsoperaties voor luchtvaartmaatschappijen en de fiscale voordelen voor bedrijfswagens.     Lijkt dit rapport geen uitstekende aanvulling bij  de nogal twijfelachtige  klimaatverklaringen van de Europese Unie? [efn_note]De recente 'stunt'  om de ambities op te trekken van 40% naar 55% (reductie CO2-emissie in 2030 in vergelijking met 1990) berust  minsten voor 5% op een boekhoudkundige truuk.  [/efn_note] Niettegenstaande het klimaatdossier grotendeels valt onder de socialistische eurocommissaris  Frans Timmermans zijn de klasse-aspecten ervan misschien een beetje uit het oog verloren. Wat druk om het zwaar belastende luchtverkeer niet langer te promoten door belastingsvoordelen zou misschien een eerste stap kunnen zijn. Het volledige rapport (The Carbon Inequality Era, 52 blz. ) is hier beschikbaar, samenvattingen  zijn er in het Engels, Frans en Spaans. (hm)  

“Acoger a las personas migrantes o “Acoger a la migración”?

20/09/2020 - 11:05
Bewaren als PDF

Herman Michiel
4 Noviembre 2018

 

Traducción de la versión francesa por Faustino Eguberri para viento sur
Artículo original:
 ‘Welkom migranten’ of ‘Welkom migratie’ ?

 

[El Pacto Mundial para una Migración Segura y Ordenada fue aprobado el lunes 10 de diciembre en una Conferencia Intergubernamental organizada por la ONU en Marrakech en presencia de representantes de más de 160 países. El texto ya había sido aprobado en julio en Nueva York por el conjunto de los miembros de las Naciones Unidas con excepción de EE UU. Más recientemente Austria, Australia, Chile, República Checa, República Dominicana, Hungría, Letonia, Polonia y Eslovaquia se retiraron del proceso. Otros países como Bulgaria, Estonia, Israel, Italia, Eslovenia y Suiza pidieron realizar consultas internas y en Bélgica se produjo una crisis de gobierno por la negativa a suscribir el pacto del partido N-VA. El texto aún debe ser ratificado el miércoles 19 de diciembre en la Asamblea General de las Naciones Unidas. Publicamos a continuación una crítica detallada del mismo realizada por Herman Michiel, miembro del movimiento “La otra Europa”, realizada el 2 de diciembre de 2018 así como un anexo en el que responde a diferentes críticas recibidas. (Nota del traductor)].

Estados Unidos y Hungría ya se retiraron de las negociaciones, y el pasado 31 de octubre Austria anunció igualmente que no sería co-firmante; Chequia, del muy reaccionario Babis, parece igualmente querer retirarse. Debido a que Trump, Orban y Kurz no lo quieren, podría dar la impresión de que se trata de un acuerdo favorable a las migraciones, a las que los regímenes populistas de derechas son tradicionalmente hostiles. Pero las cosas no son tan sencillas: desde el punto de vista de la izquierda también hay mucho que decir sobre este Acuerdo de la ONU.

 

Un amplio consenso en poco tiempo…

En primer lugar, ¿no es extraño que muy raramente se haya oído o leído nada sobre este tratado durante estos dos últimos años? Aunque los debates en la ONU no sean un asunto muy atractivo, la migración se ha convertido en un tema muy candente… y sin embargo las negociaciones se han desarrollado aparentemente sin incidentes notables. Solo ahora, en la fase final, algunos partidos políticos xenófobos archirreaccionarios intentan aprovecharse políticamente clamando alto y fuerte su rechazo, pero en el resto, hay casi unanimidad. Hasta el punto de que ni siquiera nuestro secretario de Estado para la inmigración, Theo Francken (miembro del N-VA), dijo nada en principio sobre este tratado sobre la inmigración.

La rapidez con la que se ha concluido el tratado también es igualmente sorprendente. Oficialmente, la iniciativa se tomó en la Asamblea General de la ONU en septiembre de 2016, en el marco del seguimiento de la Declaración de Nueva York sobre las personas refugiadas y migrantes. El texto se finalizó en julio de 2018, de forma que fuera firmado por casi todos los Estados miembros de la ONU este año. Hay que comparar esto, por ejemplo, con las negociaciones de cara a un acuerdo vinculante de la ONU sobre la responsabilidad de las empresas multinacionales que comenzó en 2014, pero que sigue sin ninguna perspectiva de una eventual conclusión positiva…

 

… pero un consenso ¿sobre qué?

La extrañeza ante la rapidez y la unanimidad de su conclusión ha sido rápidamente atemperada cuando se ha sabido que el tratado sobre las migraciones finalmente… no es vinculante. Esto vale igualmente para el Pacto Mundial sobre las personas refugiadas, que ha sido negociado en paralelo al Pacto mundial sobre las migraciones y que no abordaremos aquí 1.

Los gobiernos europeos pueden firmar sin problemas estos textos ante los media, ya que no les comprometen a mucho. En un debate en la Cámara de Representantes belga (25 abril 2018), el Secretario de Estado Francken mencionó explícitamente el carácter no vinculante del Tratado como uno de los puntos importantes de la posición belga.

Para este tipo de compromiso sin obligación se dice a menudo que no hay que subestimar el efecto de molestia o de vergüenza. Por ejemplo, un ministro de un Estado miembro europeo duda en presentarse en una cumbre europea si no ha liberalizado, privatizado o desmontado socialmente tanto como sus colegas habían convenido de forma informal en la preparación. Pero hay pocas posibilidades de que las y los ministros responsables de las migraciones tengan vergüenza, unos de otros, si han acogido menos demandantes de asilo de los previstos; muy al contrario.

Sin embargo, vinculante o no, un tratado así daría a los gobiernos la ocasión de congratularse y de hacer referencia a sus nobles objetivos; el rechazo de Austria ha sido utilizado por el presidente de la Comisión Europea, Juncker, como una ocasión para denunciarlo como una traición a los valores europeos. La hipocresía es por tanto la baza principal; como ha dicho Amnistía Internacional: mientras sus representaciones diplomáticas negociaban el tratado, los gobiernos atacaban a las ONG que intentaban salvar a las personas migrantes de morir ahogadas.

En lo que concierne al contenido del tratado 2, comprende 23 objetivos para una mejor gestión de las migraciones a nivel local, nacional, regional y mundial, incluyendo una multitud de grandes y bellos principios. Citemos sin ordenar:

 

  • las razones de la migración forzada deben ser reducidas a fin de que la gente pueda vivir en paz y en prosperidad en su propio país
  • la cooperación internacional debe permitir a las migraciones desarrollarse de forma segura y ordenada;
  • las personas migrantes deben tener acceso a los servicios básicosen el país de llegada;
  • sus cualidades deben ser desarrolladas; toda discriminación debe ser eliminada, etc.

A veces en el Tratado se encuentra un sentido del detalle práctico, como el hecho de evitar costes de transferencia elevados cuando las personas migrantes envían dinero a su país de origen, que choca. O también: las personas migrantes deben poder volver a su país de origen y regresar en total seguridad; habría que atenuar los factores negativos y estructurales que impiden a las personas encontrar y conservar medios de subsistencia duraderos en su país de origen y les fuerzan a buscar un futuro fuera; reducir los riesgos y las vulnerabilidades a las que están expuestas las personas migrantes en las diferentes etapas de la migración promoviendo el respeto, la protección y la realización de sus derechos humanos y previendo el suministro de una ayuda y de asistencia sanitaria; intentar responder a las preocupaciones legítimas de las poblaciones, reconociendo que las sociedades sufren cambios demográficos, económicos, sociales y medioambientales a diferentes escalas que pueden tener incidencias sobre las migraciones o derivarse de ellas; habría que esforzarse, en fin, por crear condiciones favorables que permitan a todas las personas migrantes enriquecer nuestras sociedades gracias a sus capacidades humanas, económicas y sociales, y faciliten así su contribución al desarrollo sostenible a los niveles local, nacional, regional y mundial.

En general, este tratado es un catálogo de intenciones vagas y de votos piadosos, sin acuerdos ni compromisos precisos. Además, numerosas disposiciones parecen legitimar las prácticas mas criticables de las que hoy somos testigos. Por ejemplo, la Agencia europea de guarda fronteras y guarda costas, llamada comúnmente Frontex, que controla fronteras de la Unión Europea, puede presumir de aplicar ya un tratado que declara: “Elaborar acuerdos de cooperación técnica que permitan a los Estados demandar y ofrecer medios, equipos y toda otra asistencia técnica para reforzar la gestión de las fronteras”; además “particularmente en el terreno de la búsqueda y del salvamento así como en otras situaciones de urgencia”… pero sin duda solo se trata de una forma de hablar.

En lo que concierne a la gente sin papeles (que ha entrado o se encuentra en situación de residencia irregular), se plantea la cuestión de saber si “… la reglamentación actual está bien adaptada y si las sanciones son justas”. En otros términos, ¡verborrea diplomática! En lo que concierne a la detencióbn de las personas migrantes, el tratado recomienda no utilizarlo más que “como solución en última instancia”; y ni siquiera prohíbe explícitamente la detención de niños y niñas; solo demanda que se busquen alternativas, “en particular para las familias y las ñinas y niños”.

 

¿Viva la migración?

Por tanto, el rápido éxito del Pacto sobre las personas migrantes se debe en gran parte al hecho de que no exige mucho a la vez que ofrece a los gobiernos la ocasión de adornarse con un aire humanitario. Esta impresión se ve reforzada aún más por el hecho de que en 1990, por ejemplo, se votó una Convención, también en el seno de Naciones Unidas, para proteger a las personas migrantes y sus familias 3. En ese caso, quienes firmaron se comprometieron a transponer las disposiciones de la Convención al derecho nacional. Pero ningún país desarrollado lo firmó; incluso hubo que esperar a 2003 para que veinte firmantes (del Sur) se reunieran para que la convención pudiera al fin comenzar…

La gran novedad con este Pacto sobre las Migraciones, es que no solo preconiza una mejor protección de las personas migrantes sino que la migración se presenta como un fenómeno explícitamente positivo. Es el punto 8 de la Convención (traducción nuestra): “A lo largo de toda la historia, la migración forma parte de la experiencia humana y reconocemos que es una fuente de prosperidad, de innovación y de desarrollo sostenible en nuestro mundo globalizado, y que estos efectos positivos pueden ser optimizados mejorando la gestión de las migraciones”.

Otros muchos pasajes demandan igualmente que la migración se vuelva un relato positivo (incluso en los medios, que son designados como formando parte de la gobernanza de la migración); un relato que está inscrito en la Agenda 2030 de las Naciones Unidas para el desarrollo sostenible. Insensiblemente, el llamamiento al respeto por la persona migrante evoluciona hacia una representación de la propia migración como una evolución bienvenida, incluso hasta como una fórmula de desarrollo sostenible 4.

El periodista de izquierdas alemán Norbert Häring ofrece en su blog Dinero y más 5 un relato histórico de los orígenes del Pacto que relativiza un poco esta oda a la migración. Las raíces del pacto se remontan a mucho antes de 2016 y no se limitan geográficamente a Nueva York, sino que se extienden… hasta Davos, el lugar de peregrinación de la élite económica y política mundial. Permitidme resumir brevemente la historia de Häring.

A partir de 2007 comenzaron las discusiones intergubernamentales en el seno del Foro Mundial sobre las Migraciones y el Desarrollo (FMMD). En 2011, el Foro Económico Mundial de Davos comenzó a implicarse y demandó que la movilidad de la mano de obra se convirtiera en una prioridad; ya en diciembre del mismo año, se incluyó al sector privado como asociado en el seno del FMMD. El Foro Económico Mundial asocia igualmente a la Comisión Europea, lo que desembocará en 2013 en la publicación de un documento titulado The Business Case for Migration. Algunas declaraciones sobre este tema muestran claramente lo que interesa a la Voz del sector privado:

  • Se necesitan procedimientos de inmigración flexibles para facilitar la circulación de las y los trabajadores altamente cualificados entre países y ámbitos de los negocios;
  • La importación de competencias puede colmar temporalmente penurias en sectores específicos,
  • La reforma de la inmigración debería concentrarse en la facilitación de la inmigración con competencias y talentos a la vez que se protegen los derechos de las personas migrantes;
  • El aumento de las competencias de las personas migrantes hace de ellas mejores consumidoras;
  • La competitividad de las empresas, de la que dependen la mayor parte de las economías modernas, puede ser claramente reforzada por las personas migrantes y las migraciones;
  • Antes la migración se entendía como una relación entre un individuo y un Estado. Hoy, se comprende mejor como una relación entre un individuo y un empleador [!!].

 

Era evidente que los deseos de las grandes empresas no podían expresarse tan claramente en un texto de la ONU, pero los empresarios pueden estar satisfechos de que su sueño de una movilidad mundial de la mano de obra se haya reproducido claramente en una convención tan favorable a las migraciones de la ONU. Por tanto no es extraño que el acuerdo fuera acogido con entusiasmo por la gran patronal. No hay necesidad de ser un genio para adivinar en qué medida estas consideraciones han jugado un papel en la política (temporal) del Willkommen (bienvenidos) de Angela Merkel. Es la ilustración de que hoy en día no se puede comprender la cuestión de la migración al margen de la cuestión del trabajo, sin comprender adecuadamente la naturaleza del capitalismo actual y de la mundialización neoliberal 6.

 

¿Y entonces?

La migración: ¿una historia positiva? ¿Una contribución al desarrollo sostenible de los países pobres? Es un cínico cuento de hadas de la clase patronal. Porque incluso cuando se trata más bien de un pequeño grupo de personas altamente cualificadas (personal informático, técnico, médico…), su migración representa una pérdida financiera y social para el país de partida 7; ahora bien, es principalmente esta huida de cerebros lo que interesa al mundo de las empresas occidentales. Y no se trata en general de personas que, a riesgo de su propia vida, intenten escapar de la miseria. Pues para las y los desesperados que constituyen lo esencial de la emigración real y para quienes se deberían elaborar soluciones, el Pacto sobre las Migraciones tiene muy poco o nada que ofrecer. Son “refugiadas y refugiados económicos”, que son presentados a menudo como aprovechados y que no pueden invocar el estatuto de refugiado (y por tanto tampoco el de otra convención de las Naciones Unidas, el Pacto Mundial sobre las Personas Refugiadas mencionado anteriormente).

Como elemento positivo, el Pacto sobre las Migraciones también hace referencia al dinero que las personas migrantes pueden enviar a su familia en su país de origen, lo que se llama transferencias de fondos; los países firmantes van incluso a intentar reducir los costes de transferencia al 3% (impulsando un mercado competitivo e innovador de las transferencias de fondos). Las organizaciones de desarrollo subrayan por otra parte que este flujo de dinero hacia los países en desarrollo supera a menudo la ayuda al desarrollo occidental; así un cuarto del PIB de Nepal proviene de las transferencias de fondos.

Por supuesto, cualquiera que se preocupe un poco de la suerte de las familias pobres del Sur está contento de que una parte de las necesidades de quienes han permanecido en el país puedan ser satisfechas de esta forma, a menudo a costa del trabajo penoso de quienes hacen aquí los trabajos duros; sin embargo, presentar y proponer esto como forma de desarrollo sostenible, como hace el Tratado, es indecente, es como si un gobierno propusiera la construcción de barrios de chabolas como una solución al problema de la gente sin techo.

Además, el dinero que vuelve al país de partida solo es un aspecto de la situación financiera de la migración laboral. Por ejemplo, el experto mexicano en desarrollo Delgado Wise estima que la educación y la formación de las y los trabajadores que hayan emigrado de México a Estados Unidos han costado dos veces más caro durante el período cubierto por el Tratado de Libre Comercio de América del Norte, TLCAN, que el montante de los envíos de fondos. Y en conclusión afirma que la migración de mano de obra es una subvención del Norte por el Sur.

Evidentemente, somos muy conscientes de la explotación específica de la mano de obra emigrada. Es la razón por la que la única actitud posible que deberíamos adoptar hacia las personas refugiadas y migrantes económicas es la de la solidaridad.

O como dice el dirigente sindical alemán Hans-Jürgen Urban: “Para la izquierda, el aspecto de clase de la cuestión migratoria debe ser que la mayor parte de las personas refugiadas deben ser consideradas como pertenecientes a una clase mundial de personas que trabajan o viven en la dependencia; los intereses comunes pueden así constituir la base de una política de solidaridad”.

Es una respuesta inmediata a quienes piensan que el Estado de bienestar debería protegerse de esta gente migrante. Aquí también, Urban indica una vía a seguir resueltamente diferente: la expansión del Estado de bienestar ya no debería basarse únicamente en la nacionalidad. Y en lo que concierne a la financiación, defiende una “redistribución política de clase”, en la que las grandes fortunas y las rentas altas contribuyan más al presupuesto estatal (una medida que no es, por supuesto, mencionada en el patronal tratado de las migraciones de la ONU). Con una lucha de este tipo por la ampliación del Estado de bienestar, la izquierda cortaría la hierba bajo los pies a quienes estuvieran tentados por las sirenas xenófobas de la derecha, que comienza a querer defender el Estado de bienestar tras casi haberlo desmantelado. La izquierda haría así una bella síntesis entre, de una parte, su tradición internacionalista y, de otra, la lucha contra la degradación social en su propio país.

En fin, me parece igualmente importante que las organizaciones para el desarrollo reflexionen de forma más profunda en lo que debería ser el desarrollo sostenible. En una primera reacción al proyecto de texto del Pacto sobre las Migraciones, la sociedad civil belga ha subrayado felizmente todo tipo de ambigüedades y de lagunas, así como la falta de realización y de seguimiento, pero ha hecho una evaluación positiva del tono general del texto: “Compartimos el mensaje fundamental según el cual la migración contribuye al desarrollo sostenible tanto de los países de origen como de destino”.

Ahora bien ¿no está en la intención de la operación de Davos que la organizaciones progresistas sean recuperadas por quienes, tras el capital y las mercancías, quieren también hacer la mano de obra mundial indefinidamente móvil? ¿No confunden estas organizaciones aquí la defensa incondicional de las personas migrantes con la defensa de la migración? ¿Tiene algo que ver la salida forzosa de millones de personas de su país de origen con el desarrollo sostenible? No lo creo.

Por supuesto, las y los progresistas de hoy están seducidos cuando se presenta a las personas migrantes bajo una luz positiva y cuando hay respeto y derechos humanos, pero esto no hace de la migración una historia positiva. Pues aunque defiendas a las y los habitantes de los barrios de chabolas, ¿vas a presentar su habitáculo de techo ondulado como una solución duradera al problema de la vivienda?.

De nuevo sobre el pacto de las Naciones Unidas sobre las migraciones

Herman Michiel
25 noviembre 2018
Articulo original: Is het VN-migratieverdrag nu goed geworden omdat uiterst rechts het slecht vindt? (¿Se ha vuelto bueno el Pacto de las Naciones Unidas sobre las migraciones porque la extrema derecha piensa que es malo?)

 

 

Cuando mi artículo sobre el “Pacto de las Naciones Unidas sobre las migraciones” fue publicado a comienzos del mes 8 pocas personas hablaban de ello, solo los medios mencionaban que Austria, siguiendo a otros gobiernos reaccionarios como Estados Unidos o Hungría, anunciaba que tampoco lo firmaría.

Pero algunos días más tarde, se ha vuelto un asunto de actualidad, y en la prensa belga han aparecido títulos como “La crisis gubernamental sobre el pacto migratorio está en el aire”, “Alta tensión en el gobierno sobre el pacto migratorio” … ¿Cómo ha podido ocurrir esto tan repentinamente? Simplemente porque Bart De Wever (presidente de la N-VA), que descubrió un poco tarde que, como partido de derechas demagógico, se perdería una ocasión única si no se sumaba al frente del rechazo, que después se extendió a Polonia, República Checa, Croacia, Bulgaria, Estonia, Australia e Israel. Tres semanas antes de la firma prevista en Marrakech, los Países Bajos, Alemania y Suiza también ponen en cuestión el interés del Pacto.

Contra toda evidencia, el pacto no vinculante impondría finalmente demasiadas obligaciones, pondría en peligro la soberanía nacional, etc. Podríamos llenar aquí páginas de ejemplos en los que nuestros políticos firman tratados vinculantes sacrificando la soberanía en el altar de la competencia libre y no falseada, del libre cambio, de la Alianza del Atlántico Norte, y así muchos. Sin embargo, no sirve para mucho discutir de lógica y de consecuencias con demagogos, pues para ellos su lógica es correcta mientras la manipulación funcione.

“Pero, ¿no tiene Vd. la impresión de estar en mala compañía ahora, señor Michiel, porque en su artículo ha maltratado al Pacto sobre las migraciones? En su opinión, el pacto ha sido inspirado por los lobbies patronales, según el N-VA es demasiado positivo para las personas migrantes, pero el resultado es el mismo: ambos encontráis que no es un buen acuerdo…”

Como no he recibido reacciones a mi artículo, debo por tanto discutir aquí conmigo mismo, una especie de ersatz (sucedáneo) por la ausencia de una cultura del debate digna de ese nombre. Pero me reafirmo: el Pacto de las Naciones Unidas sobre las migraciones no es un paso adelante para evitar las tragedias en el Mediterráneo, para reducir las razones de la migración forzada, para dar esperanza a la gente desesperada.

Se trata casi siempre de migración irregular, y esto no es de lo que se trata en el pacto. En lo que concierne a las personas refugiadas, le está consagrado otro pacto de Naciones Unidas; está también sobre la mesa en estos momentos, pero el destino y el calendario del acontecimiento no están claros por el momento. El Pacto por Migraciones Seguras, Ordenadas que se adoptará en Marrakech en diciembre se refiere esencialmente a la migración de mano de obra, la transferencia de mano de obra para responder a las necesidades de las empresas occidentales.

Yo no me pregunto aquí si/cuanto esto influye en los salarios de una persona trabajadora occidental, pero es un error presentar esto como una contribución al desarrollo sostenible, como está indicado con insistencia en el texto de las Naciones Unidas y -desgraciadamente- como sostienen las organizaciones de desarrollo progresistas en la posición de 11.11.11 en Flandes 9.

Incluso el PVDA/PTB, marxista, que sin embargo prodiga la denuncia de las prácticas y discursos de la ideología capitalista, no va más allá de “Un pacto insuficiente, pero que va en el buen sentido” 10. Según el PTB, “el Pacto intenta impedir que las personas trabajadoras migrantes sean utilizadas como mano de obra explotable sin límites por patronos de mala fe”; si tal fuera el caso, ¿no son un juguete de la patronal de buena fe la mayor parte de las y los trabajadores? El PTB hace sus propias propuestas sobre la cuestión de las personas migrantes 11 y si se leen se constata que el pacto no va en absoluto en su sentido…

Admito de buena gana que toda la lucha política alrededor de las personas refugiadas y de las migraciones plantea nuevos problemas a la izquierda. No es fácil tomar, al mismo tiempo, distancias respecto a racistas xenófobos de derechas que rechazan el Pacto sobre las Migraciones con su estrategia demagógica, así como en relación a grupos de intereses capitalistas que ven la migración laboral como un parámetro complementario en su estrategia de optimización de los beneficios.

Podría aún comprender el que haya quien apruebe el Pacto porque, por ejemplo, intenta reducir los costes exorbitantes que la gente trabajadora migrante paga actualmente para enviar dinero (“transferencias de fondos”) a su familia en su país. Sin embargo, no pienso que podamos permitirnos pagarlo caro dejándonos pillar a remolque por las élites de Davos que consideran la movilidad mundial de la mano de obra como una contribución al desarrollo sostenible. La izquierda debe proseguir su solidaridad incondicional con las personas migrantes, sea el que sea su “estatuto”, pero también continuar trabajando por una sociedad mundial que no empuje a la gente a huir.

 

Hits: 2

Tweede Kamer maakt balans EU herstelfonds

17/09/2020 - 14:08
Bewaren als PDF

17 september 2020 – Onlangs debatteerde de Tweede Kamer in Nederland over het Europees herstelfonds en de meerjarenbegroting, de plannen waarover de Europese Raad in juli moeizaam een akkoord bereikte. Mark Rutte moest zich nu voor zijn parlement verantwoorden voor de aangegane engagementen. Dat parlement had hem met een behoorlijk eurosceptische opdracht naar Brussel gestuurd.

U kan het Kamerdebat hier zelf nalezen. Hier vindt u de brief waarmee de regering verslag deed over de Europese Raad. Het is allemaal best interessant, maar u moet er wel uw tijd voor nemen. Ik licht er enkele punten uit.

In het debat stonden twee samenhangende visies tegenover elkaar: die van Mark Rutte (VVD) en die van Geert Wilders (PVV). Mark Rutte verdedigt het herstelfonds door te wijzen op de Nederlandse belangen: de EU is goed voor de Nederlandse export, Nederland heeft baat bij de euro waarvan de koers een stuk lager ligt dan potentieel de gulden en, vooral, in een onzekere en instabiele wereld heeft Nederland er belang bij ingebed te zijn in het groter geheel van de EU. Het is opvallend hoe Rutte vooral het argument van de onzekere en instabiele wereld bespeelt, wetende dat dit de toenemende populariteit van de EU in Europa verklaart. Hij wil zijn liefde voor de EU niet beperken tot de Nederlandse koopmansgeest.

Daartegenover staat Wilders: die snapt niet waarom miljarden belastinggeld opgehoest door Nederlanders naar mensen in Zuid-Europa gaat, terwijl in Nederland zelf er geen geld is voor een loosverhoging in de zorg, veel mensen in Nederland hun huur niet meer kunnen betalen, onze pensioenen gekort gaan worden… Het is een boodschap die we van Wilders vast nog gaan horen in de komende verkiezingen.

Maar in dit debat heeft Rutte natuurlijk gelijk: het Europees herstelfonds is helemaal niet bedoeld voor de Italianen of de Spanjaarden, maar een politiek signaal naar de mensen in Europa en een economisch signaal naar de financiële markten dat de Europese Unie niet op het punt staat uit elkaar te vallen, maar integendeel gewapend is om de crises aan te pakken.

Het valt echter op welke onwaarschijnlijke juridische spitsvondigheden Rutte uit zijn hoed moet toveren om dit verhaal door de Tweede Kamer te krijgen.

De Tweede Kamer sprak zich duidelijk uit tegen gemeenschappelijke Europese schulden. Maar het herstelfonds wordt niet gespijsd door gemeenschappelijke schulden, aldus Rutte, want iedere lidstaat staat borg voor een eigen aandeel. Op de vraag wat er dan gebeurt met schuld wanneer een lidstaat aan zijn verplichtingen niet kan voldoen, blijft hij het antwoord schuldig. Je kan je ook afvragen hoe dat schuldpapier op de financiële markten er dan gaat uitzien: per lidstaat, of met een coupon per lidstaat? En waarom zou de Italiaanse coupon dan een even lage rente krijgen als de Duitse? Gekker moet het niet worden.

De Tweede Kamer wil geen Europese belastingen. Die komen er ook niet volgens Rutte. Om de schulden terug te betalen komen er wel eigen inkomsten, zoals een heffing op plastic afval, misschien een CO2-heffing, en dergelijke. Maar dat zijn geen belastingen. Het kan zelfs voordelig zijn voor Nederland, want bij de heffing op plastic afval bijvoorbeeld is de verdeelsleutel tussen de lidstaten gunstiger dan bij belastingen het geval zou zijn…

De Tweede Kamer wil waarborgen dat giften aan lidstaten geblokkeerd worden wanneer lidstaten beloofde hervormingen niet doorvoeren. Verdragsrechtelijk is de Europese Commissie hier echter bevoegd, dus hoe kan een lidstaat dan een veto uitspreken tegen uitbetalingen? Ja, zegt Rutte, dat klopt, maar de Verdragen wijzigen was te ingewikkeld. Dus hebben we een politiek akkoord gesloten, zodat intergouvernementeel wordt beslist wat volgens de Verdragen eigenlijk communautaire bevoegdheid is. En Rutte heeft er alle vertrouwen in dat de Commissie zich aan dit politiek akkoord gaat houden.

Waarom heeft Rutte niet gewacht op een akkoord van de Tweede Kamer alvorens het akkoord in de Europese Raad goed te keuren, aldus Renske Leijten van de SP. Dat was toch democratische geweest? Neen, zegt Rutte, want de Tweede Kamer houdt de volle bevoegdheid in verband met begrotingsuitgaven. Uit de hoek van D66 (een regeringspartij) wordt hier aan toegevoegd dat uit de stemming wel zal blijken dat Rutte een Kamermeerderheid achter zich heeft. Ah, zo zit dat. Zodra je een meerderheid hebt is het democratisch? Ze zullen het in Polen of Hongarije graag horen. Wanneer Renske Leijten aandringt moet Rutte toegeven dat een negatieve stemming in de Tweede Kamer wel tot een crisis in de EU zou leiden. En dat is ook zo: de Europese Raad is niet zomaar een bijeenkomst van regeringsleiders, maar een orgaan van de EU, een supranationaal orgaan dat beslissingen neemt die dan bindend zijn voor de leden. Precies zo werkt het ongrijpbare autoritair karakter van de Europese Unie. Een debat in de Tweede Kamer is leuk, maar je moet er niet aan denken de Europese Raad terug te fluiten.

Volgt u nog? Met de ene juridische spitsvondigheid na de andere lult Rutte zich er uit. Als het op inhoud aankomt valt hij terug op de Nederlandse export en een onveilige en instabiele wereld.

Het debat in de Tweede Kamer is een teken aan de wand: geen juridische spitsvondigheid is te veel om geleidelijk het eurosceptisch klimaat in Nederland op te rollen, dit in afwachting van de komende verkiezingen in maart. Als er dan geen ongelukken gebeuren kan het gevecht voor de EU daarna misschien met een meer open vizier gevoerd worden.

De eurofiele politieke krachten in de Tweede Kamer lachten alvast in hun vuistje. Hun kritiek op Rutte is dat hij zich te veel heeft opgesteld als “mister no”, en zo kansen heeft laten liggen om aan het herstelfonds en de meerjarenbegroting een positievere draai te geven.

Opvallend is dat GroenLinks bij de “gemiste kansen” ook de financiële rem op de uitgaven voor migratiebeleid, grensbewaking en defensie vermeldt. Bizar! Maar Rutte stelt gerust: voor deze posten is inderdaad minder geld voorzien dan de Commissie voorstelde, maar toch meer dan in de vorige begrotingen het geval was.

Tenslotte valt het op dat alle partijen, inbegrepen Renske Leijten van de SP – maar dit misschien in een onbewaakt ogenblik -, Rutte voor de voeten werpt dat hij de belofte niet gaat kunnen waarmaken dat lidstaten enkel giften zullen krijgen als ze beloofde hervormingen doorvoeren. Je hoort wel eens dat het neoliberalisme zijn beste tijd gekend heeft. Maar wat een quasi unanieme Tweede Kamer betreft geldt dat misschien voor Nederland maar niet voor de landen in het Zuiden van Europa: die moeten eerst nog eens door de hel van de neoliberale hervormingen.

Gelukkig zal de soep niet zo heet worden gegeten als ze in de Tweede Kamer wordt opgediend. Rutte gaf al aan dat de noodrem enkel wordt ingezet bij “blatant” niet nakomen van beloofde hervormingen. Tot 30 april 2021 hebben de lidstaten tijd om een plan met investeringen en hervormingen in te dienen bij de Commissie. Italië zal er wel voor zorgen dat het hervormingen voorstelt waar het zelf ook achter staat. En in Nederland zijn de verkiezingen dan net achter de rug, dus dan zien we wel weer. (fs)

Hits: 4

Stiglitz’ €-book: excellent stuff for debate

17/09/2020 - 07:43
Bewaren als PDF

Herman Michiel
september 2016

 

I think this book is important, because

  • Social democrats, greens, trade union responsibles should be confronted with the findings of a ‘moderate’,  who moreover is favourably disposed towards them;
  • Stiglitz’ book should also provoke some self-questioning by the majority of the European radical left, who mostly depict an exit from the eurozone in cataclysmic terms.

Left critics will have no problem to show that Stiglitz is an ‘ordinary’ neo-keynesian, whose thinking is not that different from mainstream economic theory. He makes no secret of his credo in ‘inclusive capitalism’. When he speaks of  full employment, it is in the sense of the NAIRU, which in fact subordinates a social need to a macroeconomic model. He promotes the carbon emission markets (though with a sufficiently high price per tonne)and is in general cautious when doing macroeconomic proposals not to disturb the market more than necessary.  His critique of the Troika pertains to its policy; its legitimacy is not really questioned in the book. He presents the neoliberal principles  underlying the construction of the euro mainly as a kind of thinking deficiency, reflecting the ideology of the time when the euro was designed (although  he does not exclude that a political agenda  ‘played some role’). There is no question that Stiglitz is not Chomsky.

 

Expert advice for social democrats and greens…

But the importance of his book lies elsewhere. In Europe, Stiglitz is considered as a social democrat, and as he mentions in the book, he offered advice to several social democrat governments and is befriended with several of their leaders (excluding the Blairs, Schröders etc.). For a few euros, European social democrats can procure with this book a ‘high level advice’ of an internationally renowned expert, who is more than favourably disposed towards them. The same can be said of green politicians and responsible persons in the trade unions, who most often get their insights in the European situation from political leaders in the ‘befriended parties’. In fact, responsible politicians and leaders in these organizations could not disregard a thoroughly argued study which concludes that, if no fundamental reforms are urgently introduced,  a disruption of the eurozone is better than going on with it. This friend of social democracy gives even free advice for eurozone  countries which would envisage divorce, in order to reduce as much as possible the inevitable turmoil it would involve.

Now, we should not have too many illusions in the ‘appeal’ Stiglitz’ verdict will exercise on parties, and up to now, I didn’t come across reactions from these quarters. I am afraid most of them think what ex-‘president’ Van Rompuy said recently (De Tijd, 13 September) about the situation in the EU: “I think we better continue muddling on, albeit that it is not brilliant”.That’s why it could be a good idea for our movement to try to confront politicians with these ‘disturbing’ findings of a Noble prize winner (OK, it’s the Swedish National Bank’s prize), to provoke debates on it where possible, to popularize its conclusions for a broader public.

 

… but also some brainfood for European radical left

There is another, more restricted  public for which Stiglitz’ book should provoke some self-questioning: the majority of the European radical left. It is quite remarkable that the moderate Stiglitz, who as an ex of the World Bank has had some first-hand experience with countries in troubled economic waters, is much less reluctant to ‘preach the benefits of divorce’  (and as already said, offers some practical ideas for it) than are most radical and marxist economists and authors. Que faire de l’Europe?, a joint publication of Attac France and Fondation Copernic (2014) is rather representative for the positions (sometimes called ‘left europeanism’) which have been taken in the European left with respect to the role of the euro. My intention is absolutely not to contribute to the creation of more ‘camps’ and division lines in the European left, and I highly estimate and have learned a lot of authors as the ones of the study mentioned above (to mention  just a few: Thomas Coutrot, Michel Husson, Pierre Khalfa, Catherine Samary, … It should be added that the positions in the book are not necessarily shared by all authors.). But it raises questions when the moderate Stiglitz takes vis-à-vis the euro a similar position as Costas Lapavitsas, Cédric Durand, Frédéric Lordon…, a minority position within the left which is often judged irresponsible by the majority. The latter reproaches the former to minimise the problems of an exit: debt will rise due to the devaluation of the new currency, and the latter is no guarantee that competitivity will improve; there will be an ‘infernal cycle’ of devaluations, “making the EU and the euro the main cause of ‘our’ problems will inevitably contibute to a wave of nationalism.”, breaking with ‘Europe’ (although the eurozone is meant) is looking for solutions in its own little corner, suggesting that staying inside is a condition for real internationalism.

It must be added that the arguments of the minority are not always presented in a very correct way. Often, it is suggested that they think of an exit as a panacea, which should solve all problems; the minority stance is a bit subtler than that … It is not correct neither to present the idea of an exit as the only element of the minority toolbox, and that (in the case of Greece at least) debt restructuring is part of that toolbox seems to surprise some. Or then, when the fact is recognized, it is replied that that is excellent, but does not require an exit out of the eurozone. We come back to this point in an instant. A last point which I regret in this debate is the unfortunate bringing in of names of authors  as J. Sapir or E. Todd (with ideas sometimes very debatable from a left point of view) in a way which may some lead to believe that they are brothers in arms of the ‘minority’. Quod non. (Let me point out that when I speak here of a ‘minority’ and a ‘majority’, it is only for the purpose of the present note.).

But the main thing is that important points of the debate which were ‘abstract’ in 2014, have got a practical answer in 2015, through the developments in Greece. It was probably not manifestly naïve in 2014 to propose that Greece take unilateral measures of debt restructuring and anti-austerity without considering the question of membership of the eurozone. After these developments, everyone knows for sure what happens to a euroland which only starts debating on debt and austerity. This should also shine a different light on the strategy of ‘disobedience’ to the treaties of the EU, proposed by the authors of Que faire de l’Europe? and quite generally within left europeanist circles, as the ‘correct’ orderword. We now know that a party or a government in the eurozone which is serious about disobeying the European rules should be as serious about leaving the eurozone. This implies exit is presented and explained as a possible step in the political programme, that such a step is studied and prepared, that enquiry missions are sent to Iceland, Argentina …, etc. The  recent book, Euro, Plan B – Sortir de la crise en Grèce, en France et en Europe, Ed. du Croquant, August 2016, by Lapavitsas, Flassbeck, Durand, Ethiévant and Lordon, foreword by Cukier and Kouvelakis, is a concrete step in such a preparation process.

The remarkable fact now is that Stiglitz’ book is also a contribution to such a process. After having presented the reforms which he considers essential (and ’eminently doable’) to make the euro ‘work’, but doubting that they will be implemented, he switches to an exit scenario, preferentially amicable, but even in the other case ‘still less onerous than the current depression’. For the practical problem of quickly introducing new currency, for instance, he suggests electronic money would mainly solve the problem (given also poor people get an account and a banking card). Maybe a useful idea in itself, but above all the proof that this moderate neo-keynesian is serious about his diagnosis that European leaders are not likely to be impressed by his recommandations to save the euro, and that ‘muddling on’ is the most probable scenario. In contrast with Que faire de l’Europe?, Stiglitz does not sketch a dantesque scene of infernal devaluations after an exit, in his opinion even a non-amicable divorce would offer more hope for a country like Greece than muddling on. If such thinking had been more common in Greece last summer instead of the left europeanism catastrophic visions of permanent devaluation after an exit, wouldn’t that have helped the Greek left inside and outside Syriza to oppose a third Meomorandum?

 

Urgent measures versus long term wishes

To conclude, I don’t think the main difference between Stiglitz and the ‘left Europeanists’ is, as far as their position on an euro-exit is concerned, one of radicalism, realism in assessing the consequences or the result of differences in political outlook. I think they consider different scenarios and different time scales. Stiglitz sees an enormous problem which takes more victims every day and risks to explode in a non too far off future. He thinks about scenarios which a country like Greece could follow in order to improve the situation (or better: to escape a daily worsening of it). Left europeanists, from their side, have a different perspective: how to transform the eurozone (or the whole EU) from a neoliberal prison into a progressive hopeful project for the peoples of Europe? Their perspective is a scenario (at a non predictible point in time) in which several countries have simultaneously their ‘Syriza’, and take that opportunity to change Europe in a progressive sense. A certain lightfootedness of the approach transpires when Que faire de l’Europe? assumes an argument which is more commonly heard in social democratic circles: Who says the European treaties are set in stone? Didn’t the European Commission close its eyes when States gave massive financial support to their banks? Didn’t the ECB buy sovereign bonds in order to prevent the explosion of the eurozone? Certainly, they did, dear friends, but call me the first time they break their rules in order to service the people.

Whereas the Stiglitz/’minority’  approach offers concrete answers to urgent problems which very probably pose themselves in a not too distant future somewhere in Europe (Greece? Portugal? Italy? Spain?), the other approach seems not to feel any sense of urgency as it depends critically on a rather improbable conjunction of events in a non further defined future, and offers little perspective for the unhappy country which would arrive prematurely at the rendez-vous. Or it should be that the positive developments in a country which enters the first scenario trigger the second one … Rather than the ‘underseller’, it would then become the pacesetter.

 

 

Hits: 1

“Accueillir les migrant.e.s” ou “accueillir la migration”?

17/09/2020 - 07:42
Bewaren als PDF

par Herman Michiel
4 novembre 2018

Traduction par Gauche Anticapitaliste  de l’article  ‘Welkom migranten’ of ‘Welkom migratie’ ?

 

Les 10 et 11 décembre 2018, sera solennellement signé à Marrakech au Maroc le Traité des Nations-Unies sur les migrations, un Pacte mondial officiel pour des migrations sûres, ordonnées et régulières. Sous la présidence du Maroc et de l’Allemagne, 190 États membres des Nations-Unies signeront un accord qui devrait apporter une réponse aux situations migratoires souvent chaotiques des dernières années

Les États-Unis et la Hongrie se sont déjà retirés des négociations et, le 31 octobre dernier, l’Autriche a également annoncé qu’elle ne serait pas cosignataire ; et la Tchéquie du très réactionnaire Babiš semble également vouloir se retirer. Parce que Trump, Orbán et Kurz n’en veulent pas, cela pourrait donner l’impression qu’il s’agit d’un accord favorable aux migrations, auxquelles les régimes populistes de droite sont traditionnellement hostiles. Mais les choses ne sont pas si simples : il y a aussi, du point de vue de la gauche beaucoup à dire sur cette Convention de l’ONU.

 

Un large consensus en peu de temps…

Tout d’abord, n’est-il pas étrange qu’il n’y ait pratiquement rien eu à entendre ou à lire sur ce traité au cours des deux dernières années ? Bien que les débats aux Nations-Unies (ONU) ne soient pas un sujet sexy, la migration est maintenant devenue un thème très chaud… et pourtant les négociations se sont apparemment déroulées sans incidents notables. Ce n’est que maintenant, dans la phase finale, que quelques partis politiques xénophobes archi-réactionnaires tentent d’en profiter politiquement en clamant haut et fort leur rejet, mais pour le reste, il y a quasi unanimité. Au point que même notre secrétaire d’État à l’immigration Theo Francken, n’avait au départ pas dit du mal de ce traité sur l’immigration !

La rapidité avec laquelle le traité a été conclu est également surprenante. Officiellement, l’initiative a été prise à l’Assemblée générale des Nations-Unies en septembre 2016, dans le cadre du suivi de la Déclaration de New York sur les réfugiés et les migrants. Le texte a été finalisé en juillet 2018, de sorte qu’il sera signé par presque tous les États membres des Nations-Unies cette année. Comparez cela, par exemple, avec les négociations en vue d’une convention contraignante des Nations-unies sur la responsabilité des entreprises multinationales qui ont commencé en 20141, mais toujours sans aucune perspective d’une éventuelle conclusion positive….

… mais un consensus sur quoi? 

L’étonnement devant la rapidité et de l’unanimité de sa conclusion est rapidement tempéré lorsque l’on sait que le traité sur les migrations… n’est pas contraignant. Cela vaut également pour le Pacte mondial sur les réfugiés, qui a été négocié en parallèle avec le Pacte mondial sur les migrations et que nous n’aborderons pas ici 2.

Les gouvernements européens peuvent bien signer ces textes devant les caméras, cela ne les engage pas à grand chose. Lors d’un débat à la Chambre des représentants (25 avril 2018), le Secrétaire d’État Francken a explicitement mentionné le caractère non contraignant du Traité de migration comme l’un des points importants de la position belge.

Pour ce genre d’engagement sans obligation on dit souvent qu’il ne faut pas sous-estimer l’effet de gêne ou de honte. Un ministre d’un État-membre européen, par exemple, hésite à se présenter à un sommet européen s’il n’a pas libéralisé, privatisé ou détricoté socialement autant que ses collègues l’avaient convenu de manière informelle dans la préparation. Mais il y a peu de chances que les ministres responsables des migrations aient honte, les uns des autres, s’ils ont accueilli moins de demandeurs d’asile que prévu, bien au contraire.

Cependant, contraignant ou non, un tel traité donnerait aux gouvernements l’occasion de se congratuler et de faire référence à leurs nobles objectifs ; le rejet de l’Autriche a d’ailleurs été immédiatement utilisé par le président de la Commission européenne, Juncker, comme une occasion de le dénoncer comme une trahison des valeurs européennes. L’hypocrisie est donc l’atout principal : comme l’a dit Amnesty International, pendant que leurs diplomates négociaient le traité, les gouvernements s’attaquaient aux ONG qui essayaient de sauver les migrants de la noyade.

En ce qui concerne le contenu du traité 3, il comprend 23 objectifs pour une meilleure gestion des migrations aux niveaux local, national, régional et mondial, comprenant une foule de grands et beaux principes. Citons en vrac : – Les raisons de la migration forcée doivent être réduites afin que les gens puissent vivre en paix et dans la prospérité dans leur propre pays- la coopération internationale doit permettre aux migrations de se dérouler de manière sûre et ordonnée – les migrants doivent avoir accès aux « services de base » dans les pays d’arrivée- leurs qualités doivent être développées davantage- toute discrimination doit être éliminée, etc… On y trouve parfois un sens frappant du détail pratique, comme le fait d’éviter des coûts de transfert élevés lorsque les migrants envoient de l’argent dans leur pays d’origine ! Ou encore : les migrants doivent pouvoir se rendre dans leur pays d’origine et en revenir en toute sécurité ; il faudrait atténuer les facteurs négatifs et structurels qui empêchent les individus de trouver et de conserver des moyens de subsistance durables dans leur pays d’origine et les forcent à rechercher un avenir ailleurs ; réduire les risques et les vulnérabilités auxquels sont exposés les migrants aux différentes étapes de la migration en promouvant le respect, la protection et la réalisation de leurs droits de l’homme et en prévoyant la fourniture d’une assistance et de soins ; tout en cherchant à répondre aux préoccupations légitimes des populations, le tout en reconnaissant que les sociétés subissent des changements démographiques, économiques, sociaux et environnementaux à différentes échelles qui peuvent avoir des incidences sur les migrations ou en découler ; il faudrait s’efforcer enfin de créer des conditions favorables qui permettent à tous les migrants d’enrichir nos sociétés grâce à leurs capacités humaines, économiques et sociales, et facilitent ainsi leur contribution au développement durable aux niveaux local, national, régional et mondial.

En général, ce traité est un catalogue d’intentions vagues et d’appels pieux, sans accords ni engagements précis. De plus, de nombreuses dispositions semblent légitimer les pratiques les plus répréhensibles dont nous sommes témoins aujourd’hui. Par exemple, l’Agence européenne de garde-frontières et de garde-côtes, appelée communément Frontex, qui contrôle des frontières de l’Union européenne, peut se vanter d’appliquer déjà un traité qui déclare : « Élaborer des accords de coopération technique permettant aux États de demander et d’offrir des moyens, des équipements et toute autre assistance technique pour renforcer la gestion des frontières » ; qui plus est « particulièrement dans le domaine de la recherche et du sauvetage ainsi que d’autres situations d’urgence »… mais sans doute ne s’agit ici de rien de plus que d’une figure de style.

En ce qui concerne les sans-papiers (entrées ou séjour irréguliers), la question est posée de savoir si «…  la réglementation actuelle est bien adaptée et si les sanctions sont équitables » En d’autres termes, du verbiage diplomatique ! Toujours en ce qui concerne l’enfermement des migrants, le traité recommande de ne s’en servir que « comme solution de dernier recours » ; et n’interdit même pas explicitement la détention des enfants, elle demande seulement que des alternatives soient recherchées, « en particulier pour les familles et les enfants ».

Vive la migration? 

Le succès rapide du Pacte sur les migrants tient donc en grande partie au fait qu’il n’exige pas grand-chose tout en offrant aux gouvernements l’occasion de mettre une plume humanitaire à leur chapeau. Cette impression est encore plus renforcée par le fait qu’en 1990, par exemple, une convention a été votée, également au sein des Nations-Unies, pour protéger les migrants et leur famille 4. Dans ce cas ci, les signataires se sont engagés à transposer les dispositions de la Convention en droit national. Mais aucun pays « développé » ne l’a signé, il a même fallu attendre 2003 pour que vingt signataires (du Sud) se réunissent pour que la convention puisse enfin commencer……

La grande nouveauté avec ce Pacte sur les Migrations, c’est que non seulement elle préconise une meilleure protection des migrants mais que la migration est présentée comme un phénomène explicitement positif. C’est le point 8 de la Convention (notre traduction) : « Tout au long de l’histoire, la migration a fait partie de l’expérience humaine et nous reconnaissons qu’elle est une source de prospérité, d’innovation et de développement durable dans notre monde globalisé, et que ces effets positifs peuvent être optimisés en améliorant la gestion des migrations ».

De nombreux autres passages demandent également que la migration devienne un récit positif (y compris dans les médias, qui sont désignés comme partie prenante dans la gouvernance de la migration), un récit qui est inscrit dans l’Agenda 2030 des Nations Unies pour le développement durable. Insensiblement, l’appel au respect pour le migrant évolue vers une représentation de la migration elle-même comme une évolution bienvenue, voire même comme une formule de développement durable 5.

Le journaliste de gauche allemand Norbert Häring donne sur son blog « Geld und mehr »6, un historique des origines du Pacte qui relativise un peu cette ode à la migration. Les racines du pacte remontent à bien avant 2016 et ne se limitent pas géographiquement à New York, mais s’étendent jusqu’à… Davos, le lieu de pèlerinage de l’élite économique et politique mondiale. Permettez-moi de résumer brièvement l’histoire de Häring.

À partir de 2007, des discussions intergouvernementales sur la migration commenceront au sein du Forum mondial sur la migration et le développement (FMMD). En 2011, le Forum économique mondial de Davos a commencé à s’impliquer et a demandé que la mobilité de la main-d’œuvre devienne une priorité ; déjà en décembre de la même année, le secteur privé a été inclus en tant que partenaire au sein du FMMD. Le Forum économique mondial associe également la Commission européenne, ce qui débouchera en 2013 sur la publication d’un document intitulé The Business Case for Migration. Quelques déclarations à ce sujet montrent clairement ce qui intéresse la Voix du secteur privé :

  • Des procédures d’immigration souples sont nécessaires pour faciliter la circulation des travailleurs hautement qualifiés entre les pays et les lieux d’affaires ;
  • L’importation de compétences peut combler temporairement des pénuries dans des secteurs spécifiques ;
  • La réforme de l’immigration devrait se concentrer sur la facilitation de l’immigration des compétences et des talents tout en protégeant les droits des migrants ;
  • L’augmentation des compétences des migrants en fait de meilleurs consommateurs ;
  • La compétitivité des entreprises, dont dépendent la plupart des économies modernes, peut clairement être renforcée par les migrants et les migrations ;
  • La migration était autrefois comprise comme une relation entre un individu et un État. Aujourd’hui, il est mieux compris comme une relation entre un individu et un employeur. [ !!]…

Il était évident que les souhaits des grandes entreprises ne pouvaient pas s’exprimer aussi clairement dans un texte de l’ONU, mais les entrepreneurs peuvent être satisfaits que leur rêve d’une mobilité mondiale de la main-d’œuvre ait été clairement reproduit dans une convention aussi « favorable aux migrations » de l’ONU. Il n’est donc pas étonnant que l’accord ait été accueilli avec enthousiasme par les grands patrons 7. Pas besoin d’être grand clerc pour deviner dans quelle mesure ces considérations ont joué un rôle dans la politique (temporaire) du Willkommen d’Angela Merkel. C’est l’illustration qu’il est impossible aujourd’hui de comprendre la question de la migration en dehors de la question du travail, sans une compréhension adéquate de la nature du capitalisme actuel, à savoir la mondialisation néolibérale 8.

Et alors ?

La migration : une histoire positive ? Une contribution au développement durable des pays pauvres ? C’est un conte de fées cynique de la classe entrepreneuriale. Car même quand il s’agit plutôt d’un petit groupe de personnes hautement qualifiées (informaticiens, techniciens, médecins…) ; leur émigration représente une perte financière et sociale pour le pays de départ 9 mais c’est principalement cette fuite des cerveaux qui intéresse le monde des entreprises occidental. Et il ne s’agit généralement pas de personnes qui, au risque de leur propre vie, tentent d’échapper à la misère. Car pour les désespérés qui constituent l’essentiel de l’émigration réelle et pour lesquels des solutions devraient être élaborées, le Pacte sur les Migrations n’a que peu ou rien à offrir. Ce sont des « réfugiés économiques » qui sont souvent présentés comme des profiteurs et qui ne peuvent invoquer le statut de réfugié (et donc pas non plus celui d’une autre convention des Nations Unies, le Pacte mondial sur les réfugiés mentionné ci-dessus).

Comme élément positif, le Pacte sur les Migrations fait également référence à l’argent que les migrants peuvent envoyer à leur famille dans leur pays d’origine, ce que l’on appelle les transferts de fonds ; les pays signataires vont même essayer de réduire les coûts de transfert à 3% (en encourageant un marché compétitif et innovant des transferts de fonds). Les organisations de développement soulignent par ailleurs que ce flux d’argent vers les pays en développement dépasse souvent l’aide au développement occidentale ; ainsi un quart du PIB du Népal provient des transferts de fonds.

Quiconque se préoccupe un tant soit peu du sort des familles pauvres du Sud est bien sûr heureux qu’une partie des besoins de ceux restés au pays, puissent être satisfaits de cette manière, souvent au détriment du travail pénible de ceux qui font ici les sales boulots mais présenter et proposer cela comme forme de développement durable ainsi que le fait le traité est indécent ; c’est comme si un gouvernement allait proposer la construction de bidonvilles comme une solution au problème des sans-abri.

De plus, l’argent qui revient au pays de départ n’est qu’un aspect de la situation financière de la migration de travail. Par exemple, l’expert mexicain en développement Delgado Wise estime que l’éducation et la formation des travailleurs qui ont émigré du Mexique aux États-Unis ont coûté deux fois plus cher pendant la période couverte par l’ALENA que le montant des envois de fonds. Et en conclusion, il affirme que la migration de main-d’œuvre est une subvention du Nord par le Sud.

Nous sommes évidemment bien conscients de l’exploitation spécifique de la main-d’œuvre émigrée. C’est pourquoi la seule attitude possible que nous devrions adopter à l’égard des réfugiés et des migrants économiques est celle de la solidarité.

Ou comme le dit le dirigeant syndical allemand Hans-Jürgen Urban : « Pour la gauche, l’aspect de classe de la question migratoire doit être que la plupart des réfugiés doivent être considérés comme appartenant à une classe mondiale de personnes qui travaillent ou vivent dans la dépendance ; les intérêts communs peuvent ainsi constituer la base d’une politique de solidarité ».

C’est une réponse immédiate à ceux qui pensent que l’État-providence devrait être protégé des migrants. Ici aussi, Urban indique une voie à suivre résolument différente : l’expansion de l’État-providence, qui ne devrait plus uniquement reposer sur la nationalité. Et en ce qui concerne le financement, il défend une « redistribution politique de classe », dans laquelle les grosses fortunes et les revenus élevés contribuent plus au budget de l’État (une mesure qui n’est, bien sûr, pas mentionnée dans le traité des migrations patronal de l’ONU). Avec une lutte de ce type pour l’élargissement de l’État-providence, la gauche couperait l’herbe sous le pied de ceux qui seraient tentés par les sirènes xénophobes de la droite, qui commence à vouloir défendre l’État-providence après l’avoir à moitié démantelé. La gauche ferait ainsi une belle synthèse entre, d’une part sa tradition internationaliste et de l’autre, la lutte contre la casse sociale dans son propre pays.

Enfin, il me semble également important que les organisations de développement réfléchissent de manière plus approfondie à ce que devrait être le développement durable. Dans une première réaction au projet de texte du Pacte sur les migrations, la société civile belge a heureusement souligné toutes sortes d’ambiguïtés et de lacunes, ainsi que le manque de réalisation et de suivi, mais a fait une évaluation positive de la teneur générale du texte : « Nous partageons le message fondamental selon lequel la migration contribue au développement durable tant des pays d’origine que de destination ».

Or n’est-il pas dans l’intention de l’opération de Davos que les organisations progressistes soient récupérées par ceux qui, après le capital et les marchandises, veulent aussi rendre la main-d’œuvre mondiale indéfiniment mobile ? Ces organisations ne confondent-elles pas ici la défense inconditionnelle des migrants avec la défense de la migration ? Le départ forcé de millions de personnes de leur pays d’origine a-t-il vraiment quelque chose à voir avec le développement durable ? Je ne crois pas, non.

Les progressistes d’aujourd’hui sont, bien sûr, séduits lorsque les migrants sont présentés sous un jour positif et qu’il y a respect et droits de l’homme, mais cela ne fait pas encore de la migration une histoire positive. Car si vous défendez les habitants des bidonvilles, vous n’allez quand même pas présenter leur abri en tôle ondulée comme une solution durable au problème du logement ?

Hits: 3

Plannen voor een “Europese FBI”

17/09/2020 - 00:02

  Europol, de politiedienst van de EU, zou toestemming moeten krijgen om grensoverschrijdende misdrijven te onderzoeken en op te sporen. Een voorstel in die richting wordt in december van de Commissie verwacht en het Duitse voorzitterschap van de Raad wil het initiatief steunen met een conferentie in Berlijn. Burgerrechtengroepen waarschuwen tegen een "data-wasmachine". Officieel mag de Europese Unie geen structuren creëren die concurreren met die van de lidstaten. Dit geldt ook voor Europol: de politiedienst in Den Haag moet het onderzoek naar grensoverschrijdende criminaliteit en terrorisme coördineren, maar heeft geen politionele bevoegdheden. Onderzoek en opsporing is uitsluitend voorbehouden aan de autoriteiten van de lidstaten en zij zijn ook verantwoordelijk voor maatregelen om af te luisteren, doorzoekingen van huizen en arrestaties. Sinds enkele jaren dringen politici van de CDUCSUSPD en FDP erop aan dat Europol wordt uitgebreid tot een "Europese FBI". Het gaat dan om de Amerikaanse autoriteit, die als federale politie verantwoordelijk is voor zowel de strafrechtelijke vervolging als de observatie  door inlichtingendiensten. De conservatieve Duitse partijen hebben het voorstel zelfs opgenomen in hun Europees verkiezingsprogramma, en ook de "Politie-Unie" is voorstander. Uitgebreidere bevoegdheid Een aantal van deze eisen zal worden weerspiegeld in de herschikking van de vier jaar oude Europol-verordening die op 6 december door de Europese Commissie zal worden gepubliceerd. Het Duitse ministerie van Binnenlandse Zaken is van plan om op 21 en 22 oktober in Berlijn een conferentie over de "toekomst van Europol" te organiseren en de jaarlijkse bijeenkomst van Europese politiechefs op 1 en 2 oktober in Den Haag zal ook de nieuwe verordening bespreken. De belangrijkste pijlers van het voorstel zijn al bekend. In een publicatie voor een voorlopige effectbeoordeling schrijft de Commissie dat Europol moet worden versterkt om "nieuwe bedreigingen aan te pakken". Het toepassingsgebied van de strafbare feiten waarvoor Europol bevoegd is, wordt aldus uitgebreid. Het agentschap zou dan zijn eigen opsporingen kunnen doen in het Schengeninformatiesysteem (SIS II) en gebruik kunnen maken van het Prüm-kader voor het opzoeken van biometrische gegevens in heel Europa. Mag Europol verzoeken doen tot onderzoek in de lidstaten? Europol zou ook meer informatie van particuliere bedrijven moeten verwerken. Dit zijn onder meer internetproviders, reisbureaus, luchtvaartmaatschappijen en banken. Tot nu toe heeft Europol dergelijke gegevens in uitzonderlijke gevallen en op verzoek ontvangen; in de toekomst zou dit in een geautomatiseerde procedure kunnen gebeuren. Het Finse voorzitterschap van de Raad had eind vorig jaar al de weg bereid in conclusies over de samenwerking van Europol met particuliere instanties. Het meest omstreden voorstel is waarschijnlijk dat Europol kan verzoeken om het instellen van een onderzoek in een lidstaat. De regeringen zullen hierdoor waarschijnlijk hun soevereiniteit aangetast zien, dus het is de vraag of de verordening daadwerkelijk zal worden aangenomen. De nieuwe bevoegdheid zou echter kunnen worden gecoördineerd met het Europees openbaar ministerie (EuStA), waarmee Europol hoe dan ook nauwer zal samenwerken. Het gaat erom dat het nieuwe orgaan niet alleen misdaden tegen de financiële belangen van de Unie zou mogen vervolgen, maar ook onderzoek zou mogen doen naar terrorisme. De EuStA zou dan samen met "speciale adviseurs" die bij Europol worden gedetacheerd voor de uitgebreide taken van de lidstaten, onderzoeken kunnen uitvoeren.   Nieuw personeel voor acties in de lidstaten Zoals het een "Europese FBI" betaamt, zou Europol ook meer personeel moeten hebben voor grensoverschrijdende onderzoeken. Daartoe wil het agentschap een pool van "gastdeskundigen" opzetten die, naar het voorbeeld van het "Permanente Korps" van Frontex, op verzoek van een lidstaat als "groep van rechtshandhavingsdeskundigen" daarheen kunnen worden gestuurd. Europol heeft dit voorstel twee weken geleden in een document gepubliceerd en het is ook opgenomen in een planningsdocument voor de komende twee jaar. Daar wordt gesproken over ambtenaren op het gebied van "speciale tactieken". Dit zijn undercoveronderzoeken, geheime bewaking, hulp bij ontvoering en afpersing, gijzelingsonderhandelingen, de "tussenkomst van specialisten", getuigenbescherming of de "actieve opsporing van voortvluchtigen". Het voorstel van de Commissie voorziet ook in een nauwere samenwerking van Europol met derde landen. Deze landen worden niet genoemd, maar het zijn waarschijnlijk landen in de westelijke Balkan en Noord-Afrika. Dit zou ook gelden voor de geheime diensten: In een proefproject ontwikkelt de Commissie een nieuwe procedure waarbij Europol lijsten met persoonsgegevens van derde landen ontvangt en deze vervolgens in SIS II invoert. De buitenlandse geheime diensten die een dergelijke signalering hebben afgegeven, zullen later op de hoogte worden gebracht van de resultaten van de zoekopdrachten. In dit verband waarschuwen de burgerrechtenorganisaties EDRi en Statewatch voor een "gegevenswasmachine" als de informatie die naar Europese systemen wordt doorgestuurd, afkomstig is uit landen met een laag niveau van gegevensbescherming.   Van 'controleorgaan' tot stimulans voor meer bespionering De nieuwe initiatieven bouwen voort op maatregelen die Europol de afgelopen jaren hebben versterkt om grensoverschrijdende onderzoeken te coördineren. Wanneer er twee of meer lidstaten bij betrokken zijn, biedt Europol "mobiele kantoren" aan en ondersteunt het met digitale forensische middelen of capaciteit voor het ontsleutelen van gegevensdragers. In een "innovatielab" zoekt Europol naar antwoorden op de uitdagingen die de nieuwe technologieën met zich meebrengen, zoals de toegang tot afluistervrije 5G-communicatie, het gebruik en de bestrijding van kleine drones of het traceren van crypto-currencies. Het agentschap moet ook een "EU-innovatiecentrum" worden en het relevante onderzoek van bedrijven, instituten en universiteiten coördineren. Een van de appologeten van een machtige recherchepolitiemacht van de EU is Boris Pistorius, minister van Binnenlandse Zaken van Nedersaksen, die samen met Susanne Mittag, lid van de Duitse Bondsdag, gedurende zes maanden als onderdeel van het Duitse Raadsvoorzitterschap het voorzitterschap van de Gemengde Parlementaire Controlecommissie (JPSG) over Europol zal bekleden. Eigenlijk wordt Europol verondersteld beter te worden gecontroleerd en ingeperkt door het tamelijk tandeloze orgaan van de leden van het Europees Parlement en de parlementen van de lidstaten van Europol. De twee SPD-politici gebruiken het nu juist als een versneller voor meer bespionering en controle door de Europese Unie. (*) Matthias Monroy is uitgever van het Duitse mensenrechtentijdschrift Bürgerrechte & Polizei/CILIP. Netzpolitik.de is een "platform voor digitale rechten"

Vakbonden hebben nieuwe strategieën nodig

16/09/2020 - 00:27

door Asbjørn Wahl(*) 16 september 2020 Artikel verschenen op Social Europe Journal (SEJ) van 15 september 2020 Nederlandse vertaling: Ander Europa Met dank aan SEJ voor toelating   Overal ter wereld staan de vakbonden in het defensief, onder immense druk van sterke economische en politieke krachten. We hebben te maken met een veelvoud aan crisissen. Werkgevers vallen op alle fronten aan, en de pandemie wordt als excuus gebruikt om de vakbonden, de lonen en de arbeidsomstandigheden verder te ondermijnen. Sinds het neoliberale offensief rond 1980 begon, hebben we een enorme machtsverschuiving meegemaakt, van arbeid naar kapitaal. Desondanks zijn grote delen van de vakbeweging blijven vasthouden aan de ideologie van het sociale partnerschap - met de sociale dialoog als belangrijkste beïnvloedingsinstrument - wat in de huidige situatie contraproductief blijkt te zijn. Een groeiend aantal vakbonden beseft echter dat we ons in een kritieke situatie bevinden en dat we nieuwe moedige stappen moeten zetten om het tegen onze tegenstanders op te nemen. We moeten onze vakbonden hervormen, ze in efficiëntere instrumenten veranderen en ze beter voorbereiden op de komende confrontaties.   Gebrek aan discussie De vakbonden verzetten zich tegen de neoliberale herstructurering van onze samenlevingen. Ze zijn verenigd in hun strijd tegen privatisering en deregulering van onze openbare diensten. Ze eisen veilige banen, betere arbeidsomstandigheden, gezondheid en veiligheid op het werk en een 'rechtvaardige transitie' om een klimaatcatastrofe te voorkomen. Al met al hebben de vakbonden een indrukwekkende lijst van progressieve eisen. Het probleem is dat het daar vaak bij blijft. Er is een gebrek aan discussie en beleid over de volgende stap als en wanneer onze specifieke eisen worden aangenomen en uitgevoerd. En aangezien de economische, sociale en politieke ontwikkelingen vooral in de tegenovergestelde richting gaan, is het belangrijk dat we ook onze organisaties op hun zwakke en sterke punten beoordelen. Het ontwikkelen van onze strategieën is een bijzondere uitdaging. Onze geheel aan doelstellingen vereist diepgaande sociale en economische transformaties, dus we staan voor een op belangen gebaseerde strijd. Geen twijfel dat het een kwestie van macht is. We zullen daarom meer vakbonden nodig hebben die in staat en bereid zijn om te strijden. We moeten brede sociale allianties opbouwen. Er zal een massale mobilisatie van sociale krachten en wederzijdse solidariteit nodig zijn. We staan echter voor een probleem zolang grote delen van de internationale vakbeweging gevangen zit in de valkuil van de sociale dialoog.   Een andere arena In de overheersende opvatting is sociale dialoog een doel op zich geworden - een manier om vooruitgang te boeken met betrekking tot werkgevers en regeringen. Natuurlijk is de mogelijkheid om face-to-face met werkgevers te praten belangrijk, maar dat geeft ons op zich niet meer macht. Het geeft ons alleen maar een andere arena waarin we kunnen tot uitdrukking brengen welke macht we al hebben. Het is het feit dat we onze leden vertegenwoordigen, met hun vermogen en wil om actie te voeren, die ons macht geeft in de 'dialoog' en aan de onderhandelingstafel. Toch is de ideologie van het sociaal partnerschap steeds verder verwijderd geraakt van de machtsverhoudingen waaruit zij is voortgekomen. Niemand bekritiseert de vakbonden omdat ze naar vergaderingen met werkgevers gaan. Dat is natuurlijk noodzakelijk en belangrijk. De kritiek gaat over het doen alsof de sociale dialoog het belangrijkste middel is om invloed te krijgen. In plaats van onszelf te vernederen door te bedelen om "een plaats aan de tafel", moeten we onze middelen en ons beleid richten op het opbouwen van sterke vakbonden met industriële spierballen. In de huidige kapitalistische samenleving is het duidelijk dat als je geen potentiële bedreiging vormt voor de belangen van de werkgevers, je machteloos bent, met of zonder sociale dialoog.   Klassecompromis Het is nuttig om te kijken naar de oorsprong van de sociale dialoog. Het gaat allemaal terug tot de institutionalisering van het historische klassencompromis tussen arbeid en kapitaal na de Tweede Wereldoorlog - met het centrum in West-Europa. Dit compromis (wat we er ook van vinden), is gebouwd op macht. Het was het resultaat van een zeer specifieke historische ontwikkeling, waarin de vakbonds- en arbeidersbeweging de belangen van het kapitaal kon bedreigen door middel van mobilisatie en strijd. Het klassencompromis was niet het resultaat van oproepen aan de werkgevers, maar van het feit dat ze een lesje hebben geleerd door middel van arbeidsconflicten. De werkgevers waren geïnteresseerd in het sluiten van een deal met de werknemers, niet om aardig te zijn, maar om iets ergers te voorkomen, van welke aard dan ook. Het klassencompromis is tot stand gekomen op basis van 50 jaar harde klassenstrijd. Het was de daarmee gepaard gaande verschuiving in de machtsverhoudingen ten gunste van de arbeid die de vakbeweging via tripartiete onderhandelingen en sociale dialoog invloed gaf. Nu de machtsverhoudingen aanzienlijk zijn verschoven ten gunste van de werkgevers, is het klassencompromis al ingestort of staat het op het punt dat te doen. Met een zwakke vakbonds- en arbeidersbeweging, zeer in het defensief, zijn de werkgevers niet meer geïnteresseerd in een compromis, ook niet in een effectieve sociale dialoog. Het getuigt van de crisis waar we inzitten dat de vakbonden in Europa in de afgelopen veertig jaar gemiddeld met de helft zijn ingekrompen - een aanval op de vakbonden die zijn weerga niet kent in de moderne tijd. Erop vertrouwen dat sociale dialoog ons in een dergelijke situatie zal redden, is in het beste geval naïef.   Effectieve strategieën  Het is niet moeilijk te begrijpen wat werkgevers willen. Ze willen de welvaartsstaat afschaffen, steeds grotere delen van onze economieën en samenlevingen privatiseren en er naamloze vennootschappen van maken, en de vakbeweging neerslaan. Om daar tegen op te treden, hebben we sterkere vakbonden nodig die bereid zijn hen uit te dagen. We moeten de huidige politieke conjunctuur analyseren, programma's en beleid ontwikkelen en met visies voor de dag komen die enthousiasme en optimisme opwekken, en we moeten  en effectieve strategieën bedenken om het zo ver te laten komen. Maar wat van cruciaal belang is zijn de machtsverhoudingen: er zal wel een zetel aan de onderhandelingstafel beschikbaar zijn zodra de werkgevers beseffen dat het beter is om ons daar te hebben dan op straat of aan het piket.   (*) De Noor Asbjørn Wahl heeft een lange carrière in de vakbeweging op nationaal en internationaal niveau achter de rug. Hij is nu vakbondsadviseur, politiek auteur en activist. Tot voor kort was hij voorzitter van de Commissie Stedelijk Transport van de Internationale Transportarbeidersfederatie (ITF) en leider van de ITF-werkgroep voor klimaatverandering.

Nederland en de brand van Moria

13/09/2020 - 15:20
Bewaren als PDF

13 september 2020 – De branden in het vluchtelingenkamp Moria op Lesbos hebben de Nederlandse regering stevig onder druk gezet. Uiteindelijk moest ze toegeven honderd ‘kwetsbare’ vluchtelingen uit Moria op te nemen, wat dan wel wordt afgetrokken van het quota vluchtelingen dat Nederland jaarlijks hervestigt uit vluchtelingenkampen. Per saldo komt er zo geen extra vluchteling binnen. Om de rechterflank van de regering helemaal binnen te halen werd de asielprocedure in één moeite door verkort en verstrengd. Zelfs voor een aantal historische coryfeeën van de VVD kon dit schandalig “compromis” niet door de beugel.

Een petitie van De Goede Zaak met als titel ‘Kabinet, vang de slachtoffers van de ramp in Moria op!’ wordt zeer breed getekend. Wat eist deze petitie precies? De Nederlandse regering moet 500 weeskinderen opnemen, ruimhartig investeren in humanitaire hulp en gaan samenwerken met de andere regeringen in Europa om de crisis op te lossen. De focus op weeskinderen heeft niet alleen als voordeel dat het aansluit bij een eerdere vraag van de Griekse regering, maar het vergroot ook de politieke druk. Even cynisch: weeskinderen kunnen moeilijk afgeschilderd worden als gelukszoekers of verholen arbeidsmigranten, en in de nasleep dreigt ook geen familiehereniging. Maar zo voeg je eigenlijk een extra voorwaarde aan de asielprocedure toe (‘kwetsbaarheid’), en je gaat de kern van het debat uit de weg, namelijk dat niet alleen de EU, maar onder die dekmantel ook Nederland het asielrecht al tijden aan hun laars lappen. In feite beperkt deze petitie de Nederlandse verantwoordelijkheid tot weeskinderen op de Griekse eilanden, de rest is window dressing. Ik heb de petitie niet getekend.

Hetzelfde dacht ik bij een reactie van Jasper van Dijk, woordvoerder in deze van de SP. Die voert al een tijdje campagne om “alleenstaande kinderen” van de Griekse eilanden in Nederland op te nemen. Hij reageert nu op de Moria-crisis: “We moeten voorkomen dat Lesbos het afvoerputje van Europa blijft. Daarom moet er een veel betere asielprocedure komen. Mensen die recht hebben op asiel moeten verdeeld worden over Europa, mensen die daar geen recht op hebben moeten terugkeren. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid om dat te realiseren, niet alleen van Griekenland.” Dat klinkt mooi, maar het komt er toch op neer dat, afgezien van “alleenstaande kinderen”, het oude standpunt bevestigd wordt dat asielprocedures aan de buitengrenzen van de EU moeten worden georganiseerd, waarna erkende vluchtelingen “eerlijk” (want het is een last), en als ze  niet “veilig” “in de regio” kunnen worden opgevangen, over de EU worden verdeeld. Maar moet Nederland dan niet zelf het asielrecht volledig handhaven zolang de EU dit niet doet? Het feit dat zowat alle lidstaten zich verschuilen achter de Europese “impasse” is precies de oorzaak van de “afvoerputjes” waarin de EU vluchtelingen wegspoelt. (fs)

Hits: 1

Wat schuilt achter het Energiecharterverdrag?

13/09/2020 - 00:01

door Herman Michiel 13 september 2020    Van 8 tot 11 september had de tweede onderhandelingsronde voor de herziening van het Energiecharterverdrag plaats. De rest van dit artikel moet uitleggen wat deze zin betekent, en welke machinaties hierachter schuilgaan.   Van charter naar verdrag December 1991. Het IJzeren Gordijn is gevallen, de Sovjet-Unie hield op te bestaan. Het Westen triomfeert, het kapitalisme ziet een enorm wingewest open gaan. Met name de energiesector opent voor de westerse multinationals schitterende perspectieven, want het Oosten heeft olie heeft, en het Westen kapitaalkrachtige ondernemingen in de sector  Alleen, hoe veilig is het voor het kapitaal om zich in deze terra incognita te vestigen? Er wordt een charter opgesteld, vol ronkende verklaringen over internationale samenwerking, duurzaamheid, wederzijds voordeel, en het wordt getekend in Den Haag op 17 december 1991. Multinationals zijn zeer gelukkig met de formule van een charter als het gaat over duurzaamheid, corporate responsability of mensenrechten, want het heeft geen juridische waarde en verplicht tot niets. Maar als het over winst en investeringen gaat moeten er dwingende afspraken zijn, een internationaal verdrag dus. En zo geschiedde: in 1994 werd het Energiecharterverdrag (Energy Charter Treaty, ECT) getekend, dat in 1998 van kracht werd. Een succes voor het Europees offensief naar Oost-Europa toe. ISDS - ICS En dit verdrag bevat wel degelijk sluitende garanties, toch voor de multinationals: de beruchte ISDS-clausule. Sinds de contestatie van de vrijhandelsverdragen TTP, CETA en andere is de term ISDS (Investor-state dispute settlement) al beter bekend. ISDS is de rode loper voor multinationals, waardoor buitenlandse bedrijven monsterboetes kunnen afdwingen van overheden wanneer hun winstvooruitzichten bedreigd worden door bv. klimaatmaatregelen, reglementering over tabaksreklame enz. Een buitenlands bedrijf kan zich wenden tot een uitzonderingsrechtbank waar gespecialiseerde zakenadvocaten een uitspraak doen over het ‘dispuut’ tussen de investeerder en de staat. Een veroordeelde staat kan geen beroep aantekenen, ook al kunnen de boetes vele miljarden bedragen. En toch, de Europese Unie stopt stelselmatig een ISDS-clausule in haar vrijhandelsverdragen. Wat ISDS betekent in een verdrag over energie kan men vlug begrijpen aan de hand van twee voorbeelden. Toen Duitsland zijn kernuitstap besliste, spande de Zweedse energiereus Vattenfall een ISDS-zaak in met een schadeclaim van 4,7 miljard euro wegens de vroegtijdige sluiting van drie centrales. Het Britse olie-en gasbedrijf Rockhopper eist honderden miljoenen van Italië, dat om ecologische redenen olieboringen voor zijn kust verbood. Pittig detail: Italië was al anderhalf jaar uit het Energiecharterverdrag gestapt als Rockhopper zijn eis indiende, maar dit doet niet ter zake omdat het verdrag gedurende 20 jaar blijft nawerken!   Stront aan de knikker De promotoren van het verdrag, in de eerste plaats de Europese Unie (die de grootste bijdrage levert voor de secretariaatskosten van het verdrag) kunnen niet klagen: een vijftigtal landen - de meeste in Europa, maar ook Japan en landen in Centraal Azië - traden toe, en tientallen nieuwe kandidaten staan in de wachtrij [efn_note] De Verenigde Staten zijn geen partij van het verdrag, wat niet wegneemt dat Amerikaanse bedrijven via een postbusfiliaal in een verdragsland een zaak aanspannen tegen een ECT-land. [/efn_note]. Ook de investeerders kunnen niet klagen: ze konden tientallen schadeclaims indienen, wat hen zeker al 51,6 miljard euro opbracht (alleen al bij de 128 bekende gevallen, maar veel van deze potjes blijven gedekt). Zelfs de dreiging daarmee was soms al voldoende om overheden te laten inbinden bij de vereisten voor meer milieuverantwoorde energieprojecten. Toch stellen zich voor de promotoren een aantal problemen. Al in 2009, toen Rusland zich uit het verdrag terugtrok, werd gesproken over de wenselijkheid van een ‘modernisering’ ervan; 2020 werd als een streefdatum gezien. Nieuwe ontwikkelingen zorgden echter ondertussen voor complicaties. Het gaat over het volgende:
  1. Zelfs de Europese Commissie kon op den duur niet meer doen alsof ze het protest tegen ISDS niet hoorde. “ISDS is de giftigste afkorting in Europa geworden”, moest handelscommissaris Malmström toegeven. Oplossing: de afkorting ISDS wordt vervangen door de afkorting ICS, wat nu staat voor Investment Court System. “Iets helemaal anders dan ISDS”, zegt de handelscommissaris; “een ISDS-zombie”, zeggen Europese ngo’s, want ook onder deze nieuwe naam kunnen multinationals blijven overheden aanklagen als ze menen winst te derven. Hoe dan ook, de Europese Commissie die voor de EU de onderhandelingen voert moet logischerwijze ISDS zien te vervangen door ICS.
  2. Het Energiecharterverdrag maakt geen enkel onderscheid tussen fossiele of hernieuwbare energiebronnen en heeft als bedoeling investeringen te beschermen, wat ook de gebruikte energiebron moge zijn. Dat is natuurlijk vervelend voor een Commissie die de Green Deal als uithangbord gebruikt. Van diverse zijden wordt al gezegd dat het Energiecharterverdrag niet verenigbaar is met het klimaatakkoord van Parijs.
  3. Twee derde van de ISDS geschillen in het kader van ECT zijn intra-EU, m.a.w. ze worden aangespannen door een bedrijf gevestigd in een EU-lidstaat en richten zich tegen de overheid van een andere EU-lidstaat. Maar het Europees Hof van Justitie (EHJ) beschouwt zichzelf als de hoogste juridische instantie van de Unie. In 2018 oordeelde het EHJ al dat ISDS-geschillen ten gevolge van bilaterale akkoorden (tussen twee EU-lidstaten) tot haar unieke bevoegdheid behoren. Het is best mogelijk dat het EHJ hetzelfde standpunt inneemt bij multilaterale akkoorden zoals het Energiecharterverdrag.
Aangezien wijzigingen aan het verdrag unaniem moeten goedgekeurd worden door de contractanten, is de afronding van de ‘modernisering’ tegen het eind van het jaar quasi uitgesloten. Japan heeft bijvoorbeeld al gezegd dat het geen verandering wil. Een eerste onderhandelingsronde had in juli 2020 plaats; over de resultaten werd zo goed als niets bekend gemaakt. Zelfs over het precieze mandaat waarmee de Europese Commissie in naam van de EU-lidstaten de onderhandelingen voert heerst grote onduidelijkheid. Bij een vragenronde in de Belgische Kamer (15 januari 2020) zei Marie Christine Marghem, minister van energie, milieu en duurzame ontwikkeling:

Het mandaat van de Europese Commissie behelst niet de beëindiging van de bescherming van investeringen in fossiele energie. Dat betekent dat België voor sommige van zijn keuzes in verband met de bescherming van het leefmilieu zou kunnen gedaagd worden voor een arbitragehof door investeerders in fossiele energieën.”

Over de resultaten van de tweede ronde (8-11 september 2020) werd even lakoniek gerapporteerd, het duidelijkst is nog de aankondiging dat de derde ronde gepland is voor 3-6 november 2020. De agenda van de tweede ronde bevatte niet eens de herziening van een ISDS, en de bescherming van investeringen in fossiele brandstoffen kwam er evenmin in voor. Grote ‘fossielen’ als Japan zijn ook niet van plan daarop toegevingen te doen, evenmin als landen zoals Azerbeidzjan, Turkmenistan, Kazachstan of Oezbekistan die een groot deel van hun inkomsten betrekken uit fossiele brandstoffen.   Oei, wat hebben we gedaan? Misschien daagt het nu voor een aantal politici wat ze hebben gedaan, of beter gezegd: hebben laten doen. Onbekommerd lieten ze toe dat investeerders een voet tussen de deur konden zetten om hun fossiele winsten te beveiligen, onder haast onvoorstelbare voorwaarden, zoals overheden die nog 20 jaar de gevolgen dragen van het verdrag, alhoewel ze zich eruit hebben teruggetrokken. Op 8 september publiceerden 150 nationale en Europese parlementsleden van uiteenlopende politieke families een open brief waarmee ze een eind willen aan de bescherming van fossiele energie-investeringen en de ISDS formule grondig willen veranderd of geëlimineerd zien. “Als dit niet lukt na de derde onderhandelingsronde willen we dat de lidstaten samen een weg zoeken om tegen eind 2020 uit het verdrag te stappen.” In juli hadden al een aantal verkozenen in de Franse Assemblée de verwijdering gevraagd uit het energieverdrag van de bescherming voor fossiele brandstoffen die “de klimaatambities van de EU bedreigen”. Gezien het mediatieke stilzwijgen en de politieke onverschilligheid waarmee dit alles kon en kan gebeuren is het zeer onwaarschijnlijk dat dit schandalig verdrag grondig herzien wordt. Eens te meer blijken positieve stappen van de EU, zoals de promotie van het klimaatakkoord van Parijs en de Green Deal, meer dan geneutraliseerd te worden door haar beschermenrol van de kapitalistische belangen. Wie er meer wil over weten verwijzen we naar onderstaande brochures (klikken om te downloaden) [spacer size="30"]  

Te giftig voor de EU, dus: exporteren maar

10/09/2020 - 15:33

10 september 2020 – Twee ngo’s, het Zwitserse Public Eye en Unearthed, een onderzoeksjournalistiek initiatief van Greenpeace UK, publiceren vandaag een studie die ronduit schokkend is. Pesticiden die sinds jaren in de EU verboden zijn, worden jaarlijks met tienduizenden tonnen (!) geëxporteerd naar landen met lage en midden-inkomens. De exporterende firma’s krijgen daarvoor de toestemming van hun nationale autoriteiten én van het Europees agentschap ECHA (European Chemicals Agency). Het heeft de onderzoekers veel moeite gekost om de gegevens te verzamelen, want in veel gevallen wordt het ‘handelsgeheim’ ingeroepen. Ze slaagden er evenwel in om voor 2018 de omvang van het schandaal in kaart te brengen. In dat jaar werden door EU-lidstaten aanvragen  gedaan voor de export van meer dan 81.000 ton (81 miljoen kilo) pesticiden met daarin 41 substanties die in de EU verboden zijn. Paraquat is bijvoorbeeld dodelijk in heel kleine dosissen, en kan leiden tot .Parkinson. De belangrijkste uitvoerders zijn het Verenigd Koninkrijk, Italië, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Spanje en België:  

De importeerders zijn wereldwijd verspreid. Er zijn veel landen-in-ontwikkeling bij (Brazilië, Oekraïne, Marokko, Mexico, Zuid-Afrika) maar de belangrijkste is… de Verenigde Staten. Le Monde, die er vandaag een artikel aan wijdt, merkt op: “Als een boemerang zijn de belangrijkste invoerders ook de landen die de meeste voedingsproducten exporteren naar Europa. Sinaasappelsap, koffie, soja…, kunnen dus residu’s bevatten van uiterst giftige pesticiden op de tafels van Europese consumenten.” Natuurlijk zijn stoffen die giftig zijn voor consumenten het nog duizendmaal meer voor de boeren die ze hanteren. Welke zijn de belangrijkste corporate criminals? De gang wordt geleid door het in Zwitserland gevestigde, Chinees overgenomen Syngenta, het Amerikaanse, in Nederland actieve Corteva, verder Finchimica (Italië), AlzChem (Duitsland), Bayer en vele andere (een gedetailleerde inventaris hier). Le Monde vroeg de Europese Commissie naar een reactie. Is het stupiditeit of hypocrisie? Waarschijnlijk beide samen: “De Europese wetgeving is reeds strenger dan wat de internationale overeenkomsten eisen. Een verbod op export door de EU zal niet automatisch meebrengen dat derde landen deze pesticiden niet meer gebruiken, want ze kunnen ze van elders importeren. Het is efficiënter om deze landen te overtuigen deze pesticiden niet meer te gebruiken.” Telkens opnieuw moet men vaststellen dat er achter een positief initiatief van de EU een ander staat dat het teniet doet, of erger. Met REACH was een goede stap gezet om het milieu van chemische vervuiling te vrijwaren. Maar wat helpt het als men dit wetens en willens negeert wanneer bedrijven er hun winstkansen zien door verminderen? De EU wil zich als ‘humanitair imperium’ op de kaart zetten. Ondertussen is ze verantwoordelijk voor de verdrinkingsdood van duizenden wanhopige vluchtelingen, en blijkbaar ook voor de vergiftiging van ontelbare boeren en consumenten. De bekommernis om de 'rechtsstaat' klinkt als een gebarsten klok.Maar wat hoort men hiervan in de media? (hm)  

Eén stap vooruit, drie stappen terug

09/09/2020 - 13:23

Peter Wahl en Klaus Dräger (*) 9 september 2020   De resultaten van de EU-top (17-21 juli) werden gunstig tot uitbundig becommentarieerd. Weliswaar heeft de massieve overname van schulden door de Commissie het supranationale niveau versterkt, maar als puntje bij paaltje komt staat de EU er nog slechter voor dan vóór Corona.

Als het om geld gaat, vliegen in de EU altijd de stukken in het rond. Deze keer echter werd de strijd gevoerd in een extreme uitzonderingssituatie: de EU zit in een existentiële crisis. En dat heeft ook Angela Merkel begrepen. Nadat ze in april nog de aanzet van de zuiderse landen tot het lanceren van Corona-obligaties had verworpen en daarmee ook een gemeenschappelijk aangaan van schulden, bood het drama van de Coronacrisis nu de gelegenheid om minstens een light versie van gemeenschappelijke kredietopname voor te stellen. Er stonden te veel Duitse belangen op het spel als het conflict verder was geëscaleerd. Onder de aanhangers van ‘meer Europa’ leidde het ‘Herstelprogramma’ tot euforische reacties. Na tien jaar van permanente crisis geloven ze nu in een historische doorbraak. Raadsvoorzitter Michel schepte zelfs op dat dit nu het ‘Copernicaanse keerpunt’ was. De hype verbergt echter drie pijnlijke waarheden:
  • de economische impact van het herstelprogramma wordt ernstig overschat,
  • de conflicten over het geld zijn gebaseerd op diepere, structurele verschuivingen in de informele machtsstructuur van de EU
  • en de al geruime tijd smeulende principeverschillen over de verdere ontwikkeling van de EU breken nu open.
Maar laten we het eerst over geld hebben.   Het gewone EU-budget op besparingskoers  1,8 biljoen (1800 miljard) euro om ‘Europa te redden’ - dat klinkt bombastisch. Maar 1,074 biljoen hiervan komen uit de normale meerjarenbegroting 2021-2027, en deze begroting is een bezuinigingsbegroting. In 2018 was nog 1,346 biljoen euro voorgesteld. In vergelijking met de meerjarenbegroting 2014-2020 zijn de middelen voor het landbouwbeleid met 46 miljard euro verlaagd. Ook voor het cohesiebeleid is er tien procent minder. Aanzienlijk minder gaat ook naar het Europees Sociaal Fonds, het Erasmus-programma, naar onderzoek of naar het EU-investeringsfonds (Invest-EU). In tegenstelling tot het ontwerp van de Commissie werd ook op de bijkomende middelen voor onderzoek (Horizon Europa) gekort. De extra middelen voor migratie, nabuurschapsbeleid, gezondheid (8 miljard Euro) en de EU-programma's voor landen buiten de EU op het gebied van milieu, humanitaire hulp, enz. zijn zelfs volledig geschrapt. De hulp bij de klimaatneutrale herstructurering van de steenkoolregio's (Just Transition Fund) werd sterk verminderd. Von der Leyens Green Deal is duidelijk zwaar gehavend.   Het Corona-wederopbouwpakket: subsidies vs. leningen De zogenaamde 'spaarzame vijf' (Nederland, Oostenrijk, Denemarken, Zweden en Finland) konden duidelijke successen boeken. Het subsidiegedeelte werd gereduceerd van 500 miljard naar 390 miljard, het leninggedeelte werd opgetrokken van 250 miljard naar 360 miljard. De subsidies, met een looptijd van drie jaar, betekenen een jaarlijkse injectie van 130 miljard euro. Gemeten naar het BBP van de EU-27 (14,7 biljoen euro in 2019) gaat het nauwelijks om 0,8 % van het jaarlijkse BBP. Tegenover de omvang van de economische ineenstorting - en ook in vergelijking met de nationale reddingspakketten – blijkt de veel geciteerde 'bazooka' eerder een waterpistool. Daartegenover staat dat lidstaten met een hoge staatsschuld slechts zeer aarzelend een beroep doen op leningen. Bij het eerste Corona-pakket kon voor 240 miljard geleend worden uit het ESM (Europees Stabiliteits Mechanisme), maar tot nu toe werd daar helemaal geen beroep op gedaan. De landen vrezen het stigmatiseringseffect: wie ESM-leningen opneemt, moet op de internationale financiële markten rekening houden met hogere rentetarieven op staatsleningen. Het kernstuk van het Corona-pakket is het wederopbouwfonds (Recovery and Resilience Facility, RRF). Tot 2024 moet het 312,5 miljard aan subsidies ter beschikking stellen. De lidstaten moeten daartoe nationale wederopbouwplannen voorleggen, die door de Commissie zullen worden gekeurd en door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen moeten worden goedgekeurd. De staten zullen er betalingen uit ontvangen, in zoverre ze op geloofwaardige wijze vooruitgang in overeenstemming met de EU-doelstellingen kunnen aantonen. Deze doelstellingen zijn nog niet concreet vastgelegd. Geld uit het Wederopbouwfonds is in elk geval onderworpen aan het zogenaamde Europees Semester, het instrument voor sturing van het economisch beleid door de Commissie.   Nog meer explosief materiaal: de voorwaarden voor Corona-hulp In het verleden heeft het Europees Semester aan verschillende lidstaten het doorvoeren van neoliberale structuurhervormingen als voorwaarde gesteld (b.v. verhoging van de pensioengerechtigde leeftijd, pensioenverlagingen, loonplafonds, beperkingen op collectieve loonovereenkomsten, privatiseringen in de gezondheidssector). Het ‘bende van vijf’ dringt nu aan op verdere 'hervormingen'. Ze konden een 'noodremmechanisme' doordrukken. Zodra een lidstaat bedenkingen heeft bij een nationaal wederopbouwplan worden de betalingen stopgezet en moet de Raad opnieuw beraadslagen en dan hierover een beslissing vellen met gekwalificeerde meerderheid. Het tijdschrift Politico merkt op: “Als één nationaal hervormingsplan aan de staats- en regeringsleiders van de EU wordt voorgelegd, is het waarschijnlijk dat alle andere of een groot aantal ervan over dezelfde kam zullen geschoren worden. Dat kan de komende jaren voor verdeeldheid zorgen en tot giftige onderhandelingen leiden, met aanhoudende onzekerheid en politiek drama rond het tijdstip van de betaling”.   Wie wint, wie verliest? Ook de verdeelsleutel voor de gelden werd gewijzigd. Voor 2023 mag uitsluitend de daling van het BBP in 2020 en het cumulatieve verlies over 2020-2021 als basis worden genomen. Volgens een analyse van het officieuze Bruegel-instituut is dit in het voordeel van de grote EU-landen. Vergeleken met het oorspronkelijke voorstel van de Commissie zouden Duitsland en Frankrijk resp. 20,4 miljard en 7,4 miljard méér subsidies ontvangen. Andere EU-staten krijgen minder. Italië (-1 miljard), Spanje (-9,5 miljard) en Polen (-11,4 miljard) zouden de verliezers zijn, net als de kleinere EU-landen.   Transfers – nog een keer andersom Na de Brexit moesten de kortingen op de bijdragen, die Margaret Thatcher had afgedwongen, eigenlijk worden afgeschaft. Voor Duitsland blijft het bij 3,761 miljard euro per jaar. Voor Nederland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken werden de kortingen zelfs nog opgetrokken. Ook van de douane-inkomsten van de EU moeten de lidstaten een grotere brok ontvangen. De kortingen worden uiteraard gefinancierd door de bijdragen van alle lidstaten.   Meer eigen middelen van de EU, voor een snellere schuldafbouw? Om aan meer eigen middelen te komen heeft de EU-top tot nu enkel ingestemd met de mogelijke invoering van een EU-heffing op niet-recycleerbaar plastic afval vanaf 2021. Alle andere instrumenten (digitale belasting, CO2-grensbelasting, belasting op financiële transacties) moeten de komende jaren nog worden bediscussieerd. Aangezien die allemaal omstreden zijn, zijn hun kansen op realisatie onzeker. Conclusie: de ’historische beslissingen’ van de EU-top zijn in vergelijking met de sanitaire (tweede Coronagolf!), economische en sociale uitdagingen van de pandemie en van de klimaat- en milieucrisis uiterst mager. “Too little, too late”, zoals ook vele mainstream economen bemerkten. Het noodprogramma zou een licht dempend effect kunnen hebben op de landen die het zwaarst getroffen zijn. Maar de dynamiek van economische en sociale desintegratie van EU zal er niet door tegengehouden worden.   Tectonische verschuivingen in de macht-architectuur  De EU is geen toonbeeld van basisdemokratie. De ‘informele machtsmechanismen' (Bourdieu) en de daaruit voortvloeiende hiërarchie zijn altijd een doorslaggevende factor geweest voor de integratie. Als men het heeft over de 'Frans-Duitse motor' is dat slechts een omschrijving van het feit dat er een hegemoniaal machtscentrum is. De topbijeenkomst van juli heeft hier echter een serieuze verschuiving aan het licht gebracht. Enerzijds aan de top van de hiërarchie. Tot aan de Duitse hereniging was Frankrijk de leidende partner, maar ondertussen verplaatste zich het zwaartepunt. In de financiële en eurocrisis is de relatie helemaal omgekeerd. Macron probeert nu Frankrijk weer op een redelijk niveau te tillen, en zegt dat openlijk: “Ik heb geopteerd voor een weg waardoor Frankrijk opnieuw zijn plaats onder de naties van Europa inneemt.” [efn_note] https://www.latribune.fr/entreprises-finance/industrie/aeronautique-defense/souverainete-de-la-france-et-de-l-europe-ce-que-veut-vraiment-emmanuel-macron-839283.html [/efn_note] Of het nu zijn voorstellen zijn voor een begroting en een minister van Financiën voor de eurozone, zijn harde kritiek op het onzinnige Duitse exportrecord of de recente toetreding tot de alliantie van zuidelijke lidstaten die ijveren voor coronabonds, het zijn allemaal pogingen om de economische problemen van Frankrijk ook met hulp van ‘Europa’ aan te pakken. “Make France great again!” Dit is ook duidelijk in het buitenlands beleid, waar hij probeert de Franse troeven uit te spelen, zoals de status van kernmacht en de permanente zetel in de VN-Veiligheidsraad. Ook zijn verklaring over de ‘hersendood’ van de NAVO, of over de Westerse medeverantwoordelijkheid voor de spanningen met Moskou, en zijn pleidooi voor een nieuwe ontspanningspolitiek moeten in dit licht gezien worden. [efn_note] Discours du Président de la République à la conférence des ambassadeurs, 27 augustus 2019. [/efn_note] Controversieel voor Berlijn zijn ook de digitale belastingen voor Amerikaanse bedrijven, het China-beleid, het verzet tegen de uitbreiding van de EU in de westelijke Balkan, of de steun voor generaal Haftar in Libië, waar Parijs aan hetzelfde zeel trekt als Egypte, de Emiraten en Rusland. Dat door de coronapandemie de economische voorsprong van Duitsland  - voorlopig althans - nog groter wordt, houdt de rivaliteit aan de top van de EU-hiërarchie op een hoog vuur.   Zwak leiderschap van het Centrum De dagen van het ‘condominium’, de onbetwiste heerschappij van het Frans-Duitse duo zijn nu echter voorbij. Nog vóór de top was het duo er niet in geslaagd het voorzitterschap van de Eurogroep aan de Spaanse Nadia Calviño toe te wijzen. In plaats daarvan kon een alliantie van Nederlanders, Scandinaviërs, Oostenrijkers en Balten de Ier Paschal Donohoe laten benoemen. [caption id="attachment_19442" align="alignleft" width="300"] De Frans-Duitse as, niet langer wat het was[/caption] Op de top werd uiteindelijk duidelijk dat Nederland, Denemarken, Zweden, Oostenrijk en Finland een machtspolitiek subcentrum gevormd hadden, dat over een enorm blokkeringspotentieel beschikt. Opmerkelijk is ook de partijpolitieke mix binnen deze alliantie. Terwijl de drie noordelijke landen worden geleid door sociaaldemocraten, zijn de regeringen in Den Haag en Wenen rechts-conservatief. Hier worden de eerste gevolgen van de Brexit zichtbaar. Londen was tot nog toe de aanvoerder van het kamp dat verdere soevereiniteitsoverdrachten aan Brussel op afstand hield. De anderen, die er eigenlijk hetzelfde over dachten, konden zich daarachter verstoppen. Maar nu moeten ze kleur bekennen. Zo had Mark Rutte al vóór de coronacrisis verklaard dat “Nederland na de Brexit een leidende rol tegen ‘meer Europa’ zal spelen”. [efn_note] Netherlands Has Responsibility to Lead After Brexit: Rutte, Atlantic Sentinel, 14 januari 2018 [/efn_note] Hij had dit ook al duidelijk gemaakt in een toespraak voor het Europees Parlement in 2018: “Meer en meer Europa is niet het antwoord op de vele problemen van de mensen in hun dagelijks leven. Voor sommigen is de 'steeds hechter wordende unie' nog steeds een doelwit op zich. Niet voor mij.” [efn_note] Speech by Prime Minister Mark Rutte on the future of the European Union - European Parliament, Strasbourg, 13 juni 2018. [/efn_note] Het nieuwe subcentrum is geen tijdelijk fenomeen, maar een uiting van tektonische verschuivingen die een blijvend effect zullen hebben op de verdere ontwikkeling. De moraliserende toespraak van de ''vrekkige vijf'' verbergt het feit dat het niet alleen om geld gaat – de onderliggende reden voor het conflict is uiteindelijk een andere visie dan de aanhangers van ‘Meer Europa!’ op de toekomst van de integratie. Met moraliserende, eurocentrische oordelen ziet men de zaken alleen nog onduidelijker. Want als het gaat om echte solidariteit zijn de zuidelijke landen niet beter, zoals bijvoorbeeld uit hun ontwikkelingshulp blijkt. Terwijl Denemarken met 0,70 procent van zijn BBP precies voldoet aan de doelstelling van de Verenigde Naties, Zweden zelfs 1% haalt en Nederland nog steeds 0,60%, komen Italië en Spanje voor hun solidariteit met de arme landen in het Zuiden maar tot 0,2%.  [efn_note] OESO Database [/efn_note]   Oost-West conflict Een ander subcentrum bestaat al lang: de Visegrád-groep [efn_note] Polen, Hongarije, Tsjechië en Slovakije. [/efn_note]. Hoewel het Hongaarse staatshoofd Orbán op de top van staats- en regeringshoofden in het middelpunt van de belangstelling stond, blijft de groep maar bij elkaar als het erom gaat zich terug te trekken bij kwesties over vluchtelingen en migranten, als het gaat over geld en de richtlijnen van Brussel over de rechtsstaat en de democratie, wat zij zien als een inbreuk op hun soevereiniteit. De poging om de crisis als hefboom te gebruiken om Hongarije te brandmerken is mislukt. Het compromis in de slotverklaring van de Raad komt erop neer dat de kwestie uitgesteld wordt en onbeslist blijft. Zoals president Michel zei: “Het is nog niet volledig duidelijk hoe we optreden.” [efn_note] Frankfurter Allgemeine Zeitung, 25 juli 2020.  [/efn_note] Vermoedelijk zal het conflict bij een volgende gelegenheid opnieuw losbarsten. Ook dit oostelijk subcentrum zal niet zo snel van de kaart verdwijnen, en kan nog verstevigd worden als het conflict escaleert.   Een fundamenteel probleem: imperiale ‘overstretch’  Naast de reeds lang bestaande fragmentering, zoals tussen de landen met de euro en landen daarzonder, NAVO-leden en niet-NAVO-leden [efn_note]Zweden, Finland, Oostenrijk, Ierland en Cyprus zijn geen lid van de NAVO. [/efn_note], binnen Schengen en erbuiten [efn_note]De Europese lidstaten Ierland, Bulgarije, Kroatië, Roemenië en Cyprus behoren niet tot de Schengenzone, terwijl de niet-lidstaten Zwitserland, Noorwegen en IJsland er wel toebehoren. [/efn_note], zal de kloof tussen Noord en Zuid en tussen Oost en West in toenemende mate een stempel drukken op de ontwikkelingsdynamiek van de EU. Corona laat eens te meer zien dat de structuren en procedures van de EU volstaan zolang het goed gaat, maar niet opgewassen zijn tegen grootschalige en complexe crisissen. Daarbij komt dat de problemen van voor de coronatijd niet verdwenen zijn, waaronder een steeds waarschijnlijker harde Brexit, conflicten met de Verenigde Staten, een Koude Oorlog met China, vluchtelingen en migranten, de mankementen van de euro en natuurlijk de klimaatverandering. Het totaalbeeld krijgt steeds meer de kenmerken die we kennen van het verval van de grote imperia. Door de overdreven uitbreiding (‘overstretch’) en de daaruit voortvloeiende heterogeniteit verliest de EU steeds meer de mogelijkheid tot controle en sturing. De Unie wordt steeds kwetsbaarder door externe schokken en interne conflicten. Natuurlijk, in tegenstelling tot de klassieke imperia is de EU op vrijwillige basis tot stand gekomen. Maar de groeiende zwakte van het centrum, het groeiend zelfvertrouwen van de periferie en de steeds sterkere subcentra versterken de middelpuntvliedende krachten en maken de kloven steeds dieper. Wellicht slaagt men er nog wel in om van crisismanagement een permanente toestand te maken, maar dan wel op een hellend vlak. (*) Peter Wahl is voorzitter van de ngo WEED (World Economy, Ecology & Development) en was medeoprichter van Attac-Duitsland. Hij schrijft over Europees beleid, ontwikkelingspolitiek en internationale betrekkingen. Klaus Dräger werkte als adviseur voor tewerkstelling en sociale zaken voor de linkse fractie (GUE/NGL) in het Europees Parlement. Hij is lid van de adviesraad van het Zeitschrift Marxistische Erneuerung Z. Dit artikel verscheen op 31 juli 2020 in Makroskop. (Magazin für Wirtschaftspolitik). Nederlandse vertaling Ander Europa. We danken de auteurs voor de toelating tot vertalen en publiceren.

Pagina's