Borderless

14 August 2018

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 1 min 32 sec geleden

Spaanse regering in de kou

30/07/2018 - 13:34

Sinds begin juni wordt Spanje bestuurd door een sociaaldemocratisch minderheidskabinet onder premier Pedro Sánchez. Dit gebeurde nadat het vorige kabinet Rajoy een vertrouwensstemming niet overleefde; Rajoys rechtse Partido Popular kon zich niet langer handhaven in de niet aflatende stroom van corruptieschandalen  en gevallen van illegale partijfinanciering.

De regering Sánchez beschikt met de PSOE echter slechts over 84 van de 350 zetels in het Spaanse parlement. De Partido Popular (PP) heeft er 134, de nieuwe rechtse ‘burgerbeweging’ Ciudadanos 32. Aan de linkerzijde is er Unidos Podemos, de verkiezingscoalitie rond Podemos met Izquierda Unida (IU, waarin de Spaanse communistische partij) die samen met enkele kleinere formaties 67 zetels heeft.

Het deel van het Spaanse politieke spectrum gaande van de PSOE tot IU heeft één eigenschap gemeen: een viscerale afkeer van de hautaine rechtse, corrupte en soms Franco-nostalgische PP en dito leiders als Aznar en Rajoy. Maar het linkerdeel van dit spectrum heeft ook een groot wantrouwen in de sociaaldemocraten van de PSOE. De regeringen Gonzalez (1982-1996) en Zapatero (2004-2011) hebben zich te veel gedragen als beheerders van het Spaans kapitalisme en uitvoerders van het Europees soberheidsbeleid.

In die omstandigheden hebben de linkse formaties in juni wijselijk besloten geen coalitie met de PSOE aan te gaan.  Wel hebben ze een voorwaardelijke inschikkelijkheid toegezegd om het minderheidskabinet vanuit de oppositie te steunen, voor zover het geen antisociale maatregelen wil opleggen. Deze ‘goodwill onder condities’ is vergelijkbaar met de positie van links in buurland Portugal. Sinds eind 2015 wordt het land daar ook geregeerd door een sociaaldemocratisch minderheidskabinet met Antonio Costa  als premier. Het Bloco de Esquerda (Links Blok) en de Portugese Communistische Partij (PCP) traden er evenmin tot de regering toe, maar sloten een akkoord over een aantal te nemen beleidsmaatregelen, en over niet te overschrijden rode lijnen, in ruil voor parlementaire steun. Over de pro’s en contra’s van een dergelijke opstelling wordt binnen radicaal links in Europa nogal wat gediscussieerd.

In Spanje komt de formule van kritische steun aan het sociaaldemocratisch minderheidskabinet reeds na twee maanden fel onder druk. Vrijdag (27 juli) kreeg Sánchez zijn budgetvoorstellen voor  2019 niet goedgekeurd door de onthouding van Unidos Podemos en de Catalaanse independentisten, en door de tegenstemmen van PP en Ciudadano. Het land staat onder EU-toezicht en moet in oktober aan Brussel een begroting voorleggen die bewijst dat Spanje “op het juiste spoor” is om de Europese “afspraken” te halen.

Podemos wilde niet alleen een verhoging van de begrotingsuitgaven, maar zou volgens Euractiv door zijn onthouding ook protesteren tegen de weigering van de PSOE om een onderzoek te starten naar gesjoemel van de voormalige koning Juan Carlos.

Sánchez lijkt voorlopig niet van plan zijn budget te herzien, en wil de begroting volgende maand opnieuw ter stemming voorleggen. (hm)

Het andere Beieren tegen de ‘politiek van de angst’

23/07/2018 - 15:05

Gisteren zondag 22 juli hebben in de Beierse hoofdstad München tienduizenden mensen betoogd als protest tegen de xenofobe hetze tegen vreemdelingen en asielzoekers. Deze hetze wordt niet alleen door uiterst-rechts (AfD, Pegida) aangewakkerd, maar ook door de Beierse christendemocraten van de CSU, Beierse zusterpartij van Merkels CDU.  Volgens de politie waren er 25.000 aanwezigen op de slotbijeenkomst op de Königsplatz, en volgens de organisatoren hebben, niettegenstaande de stromende regen, wel 50.000 mensen aan de betoging deelgenomen, véél meer dan ze hadden verwacht.

 

Vele tientallen organisaties hadden opgeroepen tot deze betoging tegen de politiek van de angst, waaronder vluchtelingenorganisaties, kerkgroepen, vrouwenbewegingen, antifascistische groepen, partijen (SPD, Grüne, Die Linke, DKP), vakbonden, sociale bewegingen …

In hun oproep herinnerden ze aan het volgende:

  •  In plaats van de waarden van onze democratische basisorde te vertegenwoordigen, worden ze ontmanteld, vluchtelingen worden gecriminaliseerd, geïnterneerd in deportatiekampen, gedeporteerd naar oorlogsgebieden en wie hen helpt wordt verdacht gemaakt;
  •  In plaats van onderwijs en informatie te verstrekken en misdaadstatistieken eerlijk te communiceren, wordt angst op een massale schaal aangewakkerd. En in Beieren is de strengste politiewet (PAG) in werking getreden die de Bondsrepubliek Duitsland ooit heeft gezien;
  • In plaats van eerlijke wereldhandel te bevorderen en de oorzaken voor wegvluchten weg te nemen, worden inhumane regimes met geld en wapens ondersteund en worden oorlogen uitgevochten;
  • In plaats van sociale problemen aan te pakken, zoals de noodsituatie in de verpleegkunde, armoede onder ouderen en onzekere arbeidsomstandigheden, in plaats van betaalbare huisvesting te creëren en een redelijk minimumloon op te leggen, vinden er culturele schijn-debatten plaats, zoals Söders verplichting om kruisbeelden op te hangen in openbare gebouwen (Kreuz-Erlass), of debatten over de islam versus de dominerende cultuur;
  •  In plaats van volledige gelijkheid te bevorderen, ongeacht seksuele geaardheid en sekse, wordt een achterhaalde kijk op de wereld ondersteund.

 

 

Hoe principieel is het groene verzet tegen meer Europese defensieuitgaven?

18/07/2018 - 22:39

Door Herman Michiel 18 juli 2018   Regelmatige lezers van Ander Europa zullen opgemerkt hebben dat we ons herhaald positief uitlieten over de standpunten van de Europese Groenen in het Europees Parlement wanneer het gaat over de steeds meer militaristische koers die de Unie vaart. Nog recent schreven we ter gelegenheid van de stemming op 3 juli over het Europese Programma voor Defensie Industrie Ontwikkeling: "Het enige echte verzet tegen de militarisering van de EU, toch op parlementair vlak, kwam er van radicaal links (met in Nederland de Jong en Mineur van SP en Hazekamp van de PvdD) en Groenen (Eeckhout en Sargentini van GroenLinks, Staes van Groen en Lamberts van Ecolo)". Een pluim voor Groen dus, ook al moesten we daarbij eerder al opmerken dat wie voor uittrede uit de NATO is, ook niet bij de Groenen terecht kan. Hoe dan ook, het is verheugend dat Europees radicaal links niet helemaal alleen staat in zijn verwerping van een militair Europa. Maar nu de kwestie van de militarisering steeds meer aan bod komt, en politici ­ - ook de groenen - ­ hun argumentatie naar buiten brengen (binnen minder dan een jaar zijn er trouwens Europese verkiezingen), stel ik me steeds meer vragen over de principiële aard van het groene verzet. In een column in Knack (11 juli) haalt Groen europarlementslid Bart Staes zeer vocaal uit naar Trump, en hij ziet (terecht) in diens eis dat de Europeanen veel meer uitgeven aan 'defensie' een lobbyoperatie voor de Amerikaanse wapenindustrie. Maar wat stelt Staes daartegenover? "De kern van de problematiek rond de Europese defensie is samenwerking en efficiëntie en niet de hoeveelheid euro's", schrijft hij, en hij laat er geen enkele twijfel over bestaan dat inefficiëntie het grote probleem is van een Europese defensie. "Het heeft geen enkele zin om de uitgaven voor Europese defensie te verhogen als het gebrek aan samenwerking en efficiëntie niet structureel wordt aangepakt"; "De problemen waarmee de Europese defensie vooral kampt zijn inefficiëntie en een gebrek aan samenwerking als gevolg van versnippering"; "In plaats van meer te spenderen, moet er eerst en vooral slimmer gespendeerd worden", enzovoort. Staes verwijst trouwens naar de Europese Commissie die berekende dat de 'inefficiëntie' jaarlijks tussen de 25 en de 100 miljard euro kost, we moeten daarom "even zuinig en efficiënt zijn met het uitgeven van belastinggeld voor militaire doeleinden als voor andere beleidsdomeinen" ... De hele discussie rond de militaire ambities van de Europese Unie wordt op deze manier herleid tot een kwestie van zuinigheid en coördinatie die door een beter 'management' kan opgelost worden. Helaas blijken deze opvattingen gemeengoed te zijn onder de Europese Groenen. Het Nederlandse Groenlinks laat net dezelfde klok luiden: "De 28 landen van de Europese Unie geven gezamenlijk 180 miljard euro per jaar uit aan defensie. Dat is bijna de helft van het Amerikaanse budget. Toch kan de EU slechts zo'n tien procent van de Amerikaanse militaire vermogens leveren, bijvoorbeeld qua aantal militairen die op (vredes)missie kunnen worden gestuurd. Die beroerde verhouding tussen prijs en prestatie moet de EU rechttrekken. Het geld voor defensie kan zoveel efficiënter worden besteed als EU-landen hun legers geleidelijk in elkaar schuiven." En het is niet anders bij een zwaargewicht als Reinhard Bütikofer (Die Grünen), co-voorzitter van de Europese Groene Partij en met verantwoordelijkheden in tal van internationale delegaties van het Europees Parlement. In een artikel in de Green European Journal vinden we net dezelfde argumentatie terug als van zijn Vlaamse en Nederlandse collega's: However, short-sightedness dominates the debate on European defence policy. The primary problem is not a lack of military spending, but that the total armaments expenditure of all EU countries, about three times that of Russia, is spent so inefficiently that their military capabilities fall short. EU taxpayers’ money is being squandered on defence procurement. Instead of coordination, we have fragmentation. Where the Americans have 30 different weapons systems, the EU has 178. Increasing defence spending will feed the armaments lobby but will not help to resolve the real issues. Which is why we Greens say that Europe needs to do more for common security, but above all it has to focus on efficiency.   De Groenen zijn dus tegen een verhoging van de Europese defensiebudgetten, want het doel kan evengoed bereikt worden door meer samenwerking, coördinatie, rationalisatie, meer efficiëntie. Maar er wordt bitter weinig gezegd over die gestroomlijnde, gecoördineerde efficiënte Europese militaire macht zelf. Waarvoor zal die ingezet worden? Welke middelen zijn nodig voor welke conflicten? Wie zal over wat beslissen? Waarom zou het militair apparaat van een unie van kapitalistische landen, tegen alle historische ervaringen in, niet ingezet worden ter verdediging van kapitalistische belangen? De afwezigheid van deze bekommernissen in de groene argumentatie is des te opvallender en betreurenswaardiger aangezien de Groenen, in tegenstelling tot de sociaaldemocraten, zich wel van een aantal risico's bewust zijn. In Staes' efficiëntiepleidooi zitten tussendoor een aantal belangrijke vaststellingen. Zo hebben de 'Amerikaanse' oorlogen na 2001 bijgedragen tot meer terrorisme, en hij verwijst ook naar het vredesinstituut in Stockholm (SIPRI) dat de blijvende hoge militaire uitgaven als een obstakel ziet voor het zoeken naar vreedzame oplossingen. Bütikofer besluit zijn artikel met een aantal mooie overwegingen over "een groene veiligheidsstrategie die het militaire niet als startpunt ziet", en hij geeft ronduit toe dat het Europees Parlement absoluut geen controle heeft over de Europese defensiefondsen. Maar dit volstaat blijkbaar niet om het groene denken iets te laten uitstijgen boven de technocratenleuze voor meer 'efficiëntie". Zou het wel volstaan om herhaling van blunders te vermijden als de deelname aan de oorlog in Kosovo (1999) of Afghanistan (2001) onder de Duitse  grüne buitenlandminister Joschka Fischer?? [note]Zie hierover bv. De Wereld Morgen, Wat is er geworden van de Duitse Groenen? [/note]  

Op en rond de Aquarius

17/07/2018 - 22:59

De journaliste Annelise Borges van Euronews bracht in juni 10 dagen door op de Aquarius. Dit reddingsschip wordt samen uitgebaat door Médecins sans Frontières en SOS Méditerranée, en redde reeds het leven van vele migranten die de Middellandse Zee proberen over te steken. Hierbij het relaas (52 min.) van een aantal reddingoperaties.

(klikken voor de video)

Debatten binnen Die Linke over migratie

16/07/2018 - 13:19

door Frank Slegers, 16 juli 2018   Op het recente congres van Die Linke in Leipzig werd het standpunt van de partij over vluchtelingen en migratie met een overtuigende meerderheid bevestigd. De centrale resolutie kreeg een grote meerderheid. Dat ging echter niet zonder slag of stoot. Een minderheid was het met name niet eens over een open grenzenbeleid voor ‘economische migranten’. In deze minderheid vinden we bekende namen terug zoals die van de fractievoorzitster in de Bundestag Sahra Wagenknecht: in de partij in de minderheid, maar buiten de partij erg populair (haar toespraak op het congres hier). Ook Fabio De Masi, die op onze site regelmatig aan het woord komt, behoort bijvoorbeeld tot deze minderheid. Zijn argumenten vind je terug in dit interview. In de aanloop naar het congres publiceerden een reeks bekende figuren uit Die Linke, ook uit de vakbondswereld, in dezelfde zin een aantal stellingen. Argumenten ter ondersteuning van de meerderheid vind je in dit stuk van een andere stroming binnen Die Linke, de Antikapitalistische Linke (AKL). Het debat werd ontsierd door persoonlijke rivaliteiten. Toch kan je er niet omheen dat Die Linke een rijke democratische debatcultuur kent. Iedereen ondersteunt het recht van vluchtelingen op asiel in Europa. Iemand als De Masi vindt bijvoorbeeld dat vluchtelingen niet alleen recht hebben op asiel, maar ook vrij hun verblijfplaats moeten kunnen kiezen binnen de Europese Unie: landen waar ze familie hebben, of een netwerk, of waarvan ze de taal kennen. Landen die dan minder vluchtelingen moeten opvangen kunnen andere landen financiële steun geven voor de kosten van de opvang.   Economische migranten Het debat draait rond de ‘economische migranten’. We proberen de kern van beide standpunten te vatten, waarbij de formuleringen die volgen volledig voor onze rekening zijn. In het centrum van de politiek van Sahra Wagenknecht, Fabio De Masi of ook veel syndicale verantwoordelijken staat de verdediging van de na-oorlogse welvaartsstaat. Die is door de arbeidersbeweging binnen de nationale grenzen afgedwongen, en vastgelegd in een reeks wetten en instituties. Onder druk van een grote toevloed van arbeidskrachten uit derde landen wordt deze welvaartsstaat onhoudbaar: niet enkel door een overaanbod aan arbeidskrachten, maar ook omdat het hier om kwetsbare mensen gaat die sowieso op de arbeidsmarkt een zwakkere positie hebben. De welvaartsstaat heeft het recht zichzelf te verdedigen door het controleren van haar buitengrenzen. Links moet deze verdediging van de welvaart, tegen een race to the bottom, koppelen aan strijd tegen  de grondoorzaken van de ellende elders (dus verzet tegen militaire interventies, geen wapenexport naar dubieuze regimes, geen neoliberale vrijhandel, echte ontwikkelingshulp, enz.), om zo het perspectief te openen van een meer rechtvaardige wereld. Daartegenover staat de mening dat dergelijke opvatting over de verdediging van de nationale welvaartsstaat voorbijgaat aan de realiteit van de geglobaliseerde wereld: het kapitaal gebruikt de grenzen als beschot tussen rijke landen en lageloonlanden waar het goedkope arbeidskrachten kan inzetten. Hoe harder de grenzen, hoe meer het kapitaal kan profiteren van een wereldwijd gesegregeerde arbeidsmarkt, en die uitspelen tegen onze lonen. Meer dan ooit is het fundament van een linkse politiek daarom niet de verdediging van grenzen, maar de solidariteit wereldwijd, ook met de mensen die bij ons een beter bestaan willen opbouwen. Hoe gaat links bovendien bepalen wie economische migrant is en wie niet? Wie binnen mag en wie niet? Met welke middelen andere dan politiegeweld en militarisering gaan de ongewenste migranten buitengehouden worden? Hoe bouw je eenheid op de werkvloer of in de wijk wanneer je een grote groep mensen feitelijk als ongewenst beschouwt? Links moet dus niet meedoen aan gecontroleerde grenzen, maar een eigen praktijk uitbouwen van solidariteit ongeacht waar iemand geboren is of opgegroeid.

Interview met klimaatspecialist van Yperseele over Europees klimaatbeleid

10/07/2018 - 16:47

De Europese Commissie organiseert op 10-11 juli een tweedaagse conferentie voor ‘belanghebbenden’ (stakeholder conference) met het oog op de strategische klimaatdoelstellingen van de EU tot 2050. De Commissie is verantwoordelijk voor het uitwerken van een plan waarmee de Europese Unie de doelstellingen kan halen waartoe ze zich in december 2015 verbond door het klimaatakkoord van Parijs.

Laten we niet op de zaken vooruitlopen en niet op voorhand het pessimisme de bovenhand geven. Maar zo geruststellend is een en ander niet. Het begint al met de Europese commissaris verantwoordelijk voor het dossier: Arias Cañete, die bij zijn aantreden in de Commissie Juncker belangen in de olieindustrie  bleek te hebben. Het ‘stakeholder event’ zelf, met een duizendtal genodigden, gaat door onder het motto “EU vision for a modern, clean and competitive economy“; een zoveelste uiting dus van het EU-axioma over de weldaden van de economische concurrentie, terwijl het steeds duidelijker wordt dat concurrentie en zorgzaam omgaan met de planeet niet samengaan. Zeker, onder de uitgenodigde  ‘stakeholders’  zitten vertegenwoordigers van wind- en zonneenergieproducenten, maar ook van energiemultinationals als Iberdrola en E.ON, of de World Nuclear Association,  de belangengroep van de kernenergiesector, of de International Association of Oil & Gas Producers. De Commissie kan zich indekken voor kritiek door te wijzen op de aanwezigheid van vertegenwoordigers van de Europese Consumentenorganisatie (BEUC), en zelfs van de Europese vakbondskoepel ETUC (Europees Vakverbond), maar  haar ‘pluralisme’ gaat niet zo ver om bijvoorbeeld de experten van Greenpeace  erbij te betrekken.

Ter gelegenheid van deze conferentie had Euractiv het goede idee om een uitgebreid interview af te nemen van de gerenommeerde Belgische klimaatspecialist Jean-Pascal van Ypersele. Deze UCL-professor werd in 2015 bijna voorzitter van het IPCC ( Intergovernmental Panel on Climate Change, organisatie van de Verenigde Naties), maar werd door sommige collega’s verguisd als een ‘radicale klimaatactivist’. Van zijn hand verscheen onlangs bij EPO een populariserend werk over het klimaatprobleem, In het oog van de klimaatstorm. In het interview stelt hij dat de EU haar doelstellingen voor 2030 flink zal moeten bijsturen om de doelstelling van Parijs te halen, nl. de opwarming  beperken tot  ‘aanzienlijk onder de 2°C, en streven naar 1,5°C’, en tegen 2050 te komen tot een nul-uitstoot van CO2.

Prof. van Yperseele waarschuwt voor de gevolgen van een onverantwoordelijk beleid, maar is niet pessimistisch wat de haalbaarheid van ambitieuze doelstellingen betreft … op voorwaarde dat de politieke wil bestaat. Hopelijk kunnen burgers en bewegingen in Europa aan de Commissie duidelijk maken dat er niet met hun welzijn en dat van de planeet kan gedobbeld worden. (hm)

 

Die Linke en de SP: zoek het verschil

08/07/2018 - 12:37

door Frank Slegers 8 juli 2018   Het is opvallend hoe Die Linke in Duitsland en de SP in Nederland een verschillende aanpak hebben van migratie en vluchtelingen. Daar gaan we in dit artikel op in. De SP is onder voorwaarden niet principieel gekant tegen de opvang van vluchtelingen in Noord-Afrika of elders "in de regio". Jasper van Dijk, de woordvoerder ter zake van de SP, zei daarover, in de Tweede Kamer tijdens de recente debatten rond de Europese toppen, het volgende: Het idee van aanmeldcentra in de regio kán een oplossing zijn. Je bepaalt dan in de regio wie in aanmerking komt voor asiel in Europa. Dat heeft een aantal voordelen. Mensen hoeven niet langer in gammele bootjes te stappen. De meest kwetsbare vluchtelingen krijgen dan een eerlijke kans, in plaats van de mensen die het geld hebben voor de oversteek. Je voorkomt ook dat kansloze migranten de oversteek maken. Die centra moeten wel aan voorwaarden voldoen. Ze moeten voldoen aan internationale standaarden en verdragen. Er mogen geen mensenrechten geschonden worden. Ze moeten op een veilige plek staan. Er zijn grote zorgen over die voorwaarden. Zie bijvoorbeeld de brandbrief van 21 organisaties, waaronder Amnesty en VluchtelingenWerk. Er is een verschil tussen opvangen in de regio en opsluiten in de regio. Terecht vragen de organisaties om garanties voor adequate opvang en het respecteren van mensenrechten.(...) Naast alle plannen voor aanmeldcentra moeten we ons werkelijk inzetten voor de aanpak van de grondoorzaken en de verbetering van de opvang in de regio. Op dit moment voldoen we beslist niet aan die eis. Neem de cijfers van de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR: er zijn miljarden extra nodig voor opvang in de regio. Ook Nederland zou zijn bijdrage niet moeten verlagen. Op een ander moment voegde van Dijk er aan toe dat Nederland, indien die aanmeldcentra er komen, uiteraard ook bereid moet zijn vervolgens erkende vluchtelingen op te nemen. Wie A zegt moet ook B zeggen. Netjes toch? Nu is het wel zo dat van Dijk ver van de enige is die allerlei voorwaarden koppelt aan het inrichten van "aanmeldcentra" "in de regio". Sterker nog: het is moeilijk een verklaring te vinden die níet zegt dat de mensenrechten "natuurlijk" moeten worden gerespecteerd... Al die Europese plannenmakers is het maar om één ding te doen: drenkelingen vermijden. Toch? Schijnheiligheid troef! Dat weet van Dijk ook wel. Dus hij koppelt aan zijn kritische steun voor "aanmeldcentra in de regio" een voorwaarde, en behaalde hiervoor een meerderheid in de Tweede Kamer: elk akkoord over dergelijke aanmeldcentra moet eerst getoetst worden in de Tweede Kamer. Geen kat in een zak!     Luchtfietserij Toch kan je je afvragen of de SP hier niet mee doet aan de luchtfietserij die op de Europese toppen over migratie schering en inslag is. Daar worden allerlei plannen gemaakt waarvan geen mens kan zeggen wat nu precies beslist is, laat staan hoe die plannen gerealiseerd zullen worden. Zoals de voorzitter van de liberale groep in het Europees Parlement, Guy Verhofstadt (ja, die!), terecht opmerkte gaat het op die toppen eigenlijk al lang niet meer over vluchtelingen of migranten, maar om politieke spelletjes en machtsverhoudingen in de schoot van de EU. Ondertussen gaat het reële Europees 'vluchtelingenbeleid' gewoon door: de Europese grenzen worden dichtgetimmerd, helpende ngo's en individuen worden gecriminaliseerd, met verwerpelijke regimes "in de regio" worden achter de schermen allerlei afspraken gemaakt, en mensen op de vlucht creperen op zee, in de woestijn of in kampen. Want die kampen "in de regio" bestaan al, en de enige echte vraag is of er nog bijkomen, en wie het op zich gaat nemen de vluchtelingen daar samen te drijven. Links moet zich dus niet bezig houden met een discussie over de kwaliteit van virtuele kampen "in de regio" of terugkeerdeals. Daarmee legitimeert links het dichttimmeren van de Europese grenzen, en de dood op zee, in de woestijn of de kampen van duizenden vluchtelingen. Links doet immers of het de EU waarlijk te doen is om het vinden van een humane oplossing, en gaat de confrontatie met het werkelijke Europese vluchtelingenbeleid uit de weg. De verdenking dat het de SP eigenlijk zelf ook te doen is om de vluchtelingen buiten de grenzen te houden wordt sterker als je weet dat Europarlementslid Dennis de Jong al lang pleit voor "opvang in de regio", en voor regionale conferenties waarin de plaatselijke regimes eerst en vooral maar eens hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Is een andere aanpak voor links mogelijk? Ja zeker, en die is vrij eenvoudig: eisen dat hier en nu stappen gezet worden om een einde te maken aan de vreselijke ellende: veilige vluchtwegen zodat mensen in Europa asiel kunnen aanvragen, een menselijk en veilig onthaal in Europa voor mensen op de vlucht voor vervolging, oorlog en honger. Zoals vluchtelingenorganisatie en anderen tot in den treure herhalen: de kampen "in de regio" bestaan al, wanneer gaat Europa een fair deel van die vluchtelingen in Europa opvangen, in plaats van de facto het asielrecht in Europa af te schaffen? Die Linke Die Linke heeft een aanpak die bestaat uit drie luiken, waarvan er twee ook terug te vinden zijn bij de SP: de grondoorzaken die mensen op de vlucht drijven aanpakken, en een sociaal beleid dat zorgt dat sociaal zwakkere mensen niet met elkaar moeten concurreren voor schaarse woningen, zorg of culturele goederen. Maar Die Linke zegt dus niet: laten we eerst die twee luiken aanpakken, en daarmee lost het probleem zichzelf op. Integendeel, links heeft vandaag niet de macht om de eerste twee luiken af te dwingen: integendeel, militaire avonturen, neoliberale globalisering, het gaat gewoon door. De vluchtelingen mogen daar niet het slachtoffer van worden. Daarom eist Die Linke in het derde luik hier en nu veilige vluchtwegen, geen uitzettingen, recht op familiehereniging, open grenzen. Daarmee gaat het politiek de confrontatie aan met het verhaal van rechts. Die Linke begrijpt dat het niet enkel een kwestie is van morele rechtlijnigheid. De zogenaamde vluchtelingencrisis is een moeras waarin links dreigt ten onder te gaan. Het is een vicieuze cirkel: hoe meer rechts zijn zin krijgt, hoe meer migranten en vluchtelingen in de illegaliteit en de miserie worden gedrongen, hoe meer de bevolking er bang van wordt, hoe sterker rechts wordt, enzovoort... Dat proces is nu al enkele jaren bezig. De verrottingsstrategie van rechts schept de voedingsbodem waarop het zelf welig tiert. Het laatste wat links moet doen is in het rechtse verhaal mee gaan. Links verliest zo ook het gevecht om het leiderschap in de samenleving. Het heeft dan geen antwoord op de rechtse strategie, die geen achterlijke terugplooi is, maar een verhaal aangepast aan de hedendaagse wereld: racisme en vreemdelingenhaat zijn maar een middel om de natie, het oude Europa of het Westen één te maken, met het oog op de genadeloze oorlog die zich ontwikkelt in een geglobaliseerde instabiele wereld. De mensen met een migratieachtergrond hier of in die landen aan de andere kant van het water: één pot nat, niet te vertrouwen, gevaarlijk. Om het initiatief terug te winnen moet het globale rechtse verhaal een globaal links antwoord krijgen: het anti-racisme bij ons ingebed in een daadwerkelijk internationalistische visie van wereldwijde solidariteit en samenwerking. Het is niet allemaal lente en zonneschijn bij Die Linke, maar ze proberen tenminste, en verdienen binnen Europees Links hiervoor meer steun.

Europees Parlement stemt in met militarisering van de EU en met ontwikkeling van controversiële wapens

06/07/2018 - 14:36

“Vandaag, 3 juli,  heeft het Europees Parlement ingestemd met het Europese Programma voor Defensie Industrie
Ontwikkeling (EDIDP), dat is voorgesteld door de Europese Commissie in juni 2017 als voorloper van een
toekomstig Europees Defensiefonds.”

Zo begint een persmededeling van het  Europees Netwerk tegen Wapenhandel (ENAAT) en de Nederlandse ngo Stop Wapenhandel. Dit bevestigt onze vrees die we eerder al uitten 1 dat  de ‘weldenkende’ politieke families in Europa ons ‘stoemelings’ naar een gemilitariseerd Europa aan het voeren zijn. “Door het EPIDP te aanvaarden, steunt het Parlement de ontwikkeling van een EU die met militaire middelen reageert op complexe problemen. Ook accepteert het Parlement de disproportionele invloed van het militair-industriële complex op EU-beleidsontwikkelingen:
de bedrijven die de EU over EDIDP [European defence industrial development programme]  adviseren zijn dezelfde die profiteren van dit financieringsprogramma”, aldus de persmededeling. In afwachting van de nieuwe begroting 2021-2027, waarin 13 miljard [!] voor militair onderzoek zou vrijgemaakt worden, keurt het Europees Parlement dus nu al een ‘potje’ van 500 miljoen goed voor de twee komende jaren. Er was aanvankelijk wel wat twijfel of dat Parlement zou instemmen met toepassingen als gewapende drones en killer-robots, maar die gêne is ondertussen ook verdwenen.

De goedkeuring (478 voor) kwam er door de EVP (christendemocraten), S&D (sociaaldemocraten), ALDE (liberalen), ECR (Conservatieven) en een deel van uiterst-rechts. PvdA-ers Jongerius, Piri en Tang stemden voor; dat deden ook de Franstalige Belgische socialisten Arena, Tarabella en Bayet  niettegenstaande de iets linksere toon die ze soms aanslaan (maar er zijn ‘Waalse’ belangen gemoeid met de wapenfabriek van het Waals Gewest, Fabrique Nationale de Herstal). Het moet misschien als een daad van heroïsch verzet aangerekend worden dat Kathleen Van Brempt van de sp.a zich onthield.

Het enige echte verzet tegen de militarisering van de EU, toch op parlementair vlak,  kwam er van radicaal links (met in Nederland de Jong en Mineur van SP en Hazekamp van de PvdD) en Groenen (Eeckhout en Sargentini van GroenLinks, Staes van Groen en Lamberts van Ecolo). (hm)

 

 

 

 

 

 

TINA moet dood

06/07/2018 - 12:26

Geen schrik van een mondje Frans? Bekijk dan de interviews met twee medewerkers van CEPAG, de vormingsorganisatie van de socialistische vakbond FGTB in Franstalig België. Olivier Bonfond is de auteur van «Il faut tuer TINA. 200 propositions pour rompre avec le fatalisme et changer le monde», waarin afgerekend wordt met het pessimistische gevoel dat er geen alternatieven bestaan (Thatcher’s There Is No Alternative, TINA).

De tweede gast is Nicolas Latteur; in «Travailler aujourd’hui. Ce que révèle la parole des salariés» nam hij 44 getuigenissen op van werkende vrouwen en mannen, over hun frustraties en desillusies op de werkvloer, maar ook over het verzet tegen de vervreemdende arbeid.

 

 

Meer videos als deze bekijken? Zie de site van CEPAG.

Europees Links: vluchtelingen even vergeten?

03/07/2018 - 14:19

Onlangs verscheen het eerste nummer van de Nieuwsbrief van Europees Links. Die brief is gericht aan individuele leden, want naast de partijen in de lidstaten heeft Europees Links ook individuele leden.

In de Nieuwsbrief staat een oproep tot eenheid van de voorzitter, Gregor Gysi. De oproep somt de punten op die volgens Gysi de basis kunnen vormen van linkse eenheid in Europa.

In deze oproep ontbreekt echter elke referentie aan migratie of vluchtelingen, toch een heikel thema, dat symbool staat voor het moreel failliet van de EU.

Waarom ontbreekt dit thema? Die Linke, de partij van Gysi, heeft duidelijke en goede standpunten, dus daar kan het niet aan liggen.
Werden de vluchtelingen even ‘vergeten’ omdat lang niet iedereen binnen de Europese linkerzijde even rechtlijnig is?

Dat geeft toch aan welke vreselijke verantwoordelijkheid de linkse partijen dragen die buigen voor de druk van populistisch rechts. Terwijl de Europese Unie iedere morele grens overschrijdt, en op de rug van vluchtelingen en migranten de deur openzet voor uiterst-rechts, is links niet te horen. Wordt Europees Links zo de gevangene van de dubbelhartige linkse partijen in Europa, in naam van de eenheid? Dan misschien toch beter geen eenheid.

We stuurden een brief naar Europees Links met een vraag om opheldering, en houden onze lezers op de hoogte.

De tekst van de oproep vind je hier. (fs)

100.000 protesteren tegen 60-urenweek in Oostenrijk

02/07/2018 - 12:55

In de Oostenrijkse hoofdstad Wenen hebben zaterdag 30 juni meer dan 100.000 mensen geprotesteerd tegen het voornemen van de ÖVP-FPÖ-regering om werkdagen van 12 uur en werkweken tot 60 uur toe te laten.  Oostenrijk wordt sinds begin van het jaar bestuurd door een coalitie van christen-democraten (ÖVP) en het uiterst rechtse FPÖ, de partij van wijlen Jörg Haider 1. Met kanselier Sebastian Kurz (ÖVP) lanceert de christendemocratie een nieuw exemplaar van het heel rechtse soort op de Europese bühne; Kurz legde al contacten met de Lega in Italië en de CSU in Duitsland om tot een Europese As van migrantenbuitenwippers te komen.

Maar ook op binnenlands vlak schrikt de ÖVP-FPÖ-regering er niet voor terug de oorlog te verklaren aan hele delen van de bevolking. Op 5 juli wil ze een wet laten stemmen die rechtstreeks gedicteerd is door het Oostenrijks patronaat, de Vereinigung der Österreichischen Industrie. Flexibiliteit! Als een ondernemer oordeelt dat er een tijdlang 12 uur per dag moet gewerkt worden, desgewenst 60 uur per week, dan moet dat kunnen! “De Staat mag de ondernemingen niet in de weg staan“, aldus Kurz. Wie dacht dat de Europese arbeidstijdenrichtlijn hier misschien een stokje zou voor steken heeft het ook mis, want deze spreekt weliswaar van een maximale werkweek van 48 uur, maar dit wordt berekend als een gemiddelde over 3 maanden, en zelfs langer; nu eens weken van 60 uur, dan een paar van 32 en alles klopt. Maar wie dacht aan premies voor overwerk moet die natuurlijk vergeten; de 12-urendag is immers een ‘normale’ werkdag…

Geen wonder dus dat de Oostenrijkse vakbond (ÖGB) alle hens aan dek riep; de opkomst zaterdag in Wenen lag naar verluidt ook boven de aanvankelijke verwachtingen. ÖGB-voorzitter Katzian riep de regering op om haar eigen programma ernstig te nemen; “daarin is veel sprake van democratie en burgerdeelname, maar als jullie willen weten of de mensen werkdagen van 12 uur en werkweken van 60 uur willen, hou dan een referendum en respecteer het resultaat”. De ÖGB is niet zinnens het bij deze betoging te laten, en ook na een eventuele parlementaire goedkeuring van de wet voort te gaan met de strijd ertegen. (hm)

 

Wenen, 30 juni (Foto ÖGB)

 

 

Vrijhandelsakkoord EU-Japan eerstdaags doorgeramd

28/06/2018 - 12:45

Paul-Emile Dupret, medewerker van de radicaal-linkse fractie (GUE-NGL) in het Europees Parlement, deelt mee dat de goedkeuring van JEFTA, het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Japan, zeer binnenkort door de goedkeuringsmolen gedraaid wordt:

  • 6 juli: ondertekening op de Ministerraad
  • 11 juli: ondertekening in Brussel door de twee partijen, EU en Japan
  • (waarschijnlijk)  december 2018 : ratificatie door het Europees Parlement
  • (waarschijnlijk) februari-maart 2019: voorlopige toepassing van het vrijhandelsakkoord

Voor meer informatie over JEFTA, zie onze vroegere berichten:

 

Weg met Trump, leve de EU?

27/06/2018 - 11:42

Door Herman Michiel 27 juni 2018   Repliek op een standpunt van MO-redacteur John Vandaele In het online-magazine MO.be verscheen zopas een interessante beschouwing over de positie van de Europese Unie in het door Donald Trump gewijzigde internationaal landschap. In De handelsoorlogen van Trump dwingen de EU een echte globale speler te worden legt MO-redacteur John Vandaele niet alleen uit welke de gevolgen (kunnen) zijn van het moeilijk voorspelbaar Trump-beleid, maar ook welke conclusies wij daaruit als Europeanen moeten trekken, of nog precieser: welke de gevolgen daarvan zijn voor het beleid van de Europese Unie. De analyses die in MO [note] Er is enerzijds het (gratis) online-magazine MO.be, anderzijds het gedrukt (betalend) kwartaalblad MO*. [/note] verschijnen zijn om meerdere redenen relevant. MO beschikt over een gedegen redactie, en is daardoor in staat soms diepgravend werk te verrichten over complexe onderwerpen, getuige daarvan de MO*papers. Voorts is de redactie weliswaar onafhankelijk, maar gezien het project gesponsord wordt door een aantal belangrijke Vlaamse ngo's, zoals de ontwikkelingskoepel 11.11.11, FOS (ontwikkelingspool van de socialistische beweging), OXFAM-Wereldwinkels, de 'ethische'  bank Triodos en anderen, is MO de spreekbuis van een deel van het Vlaamse progressieve middenveld. Minder kort op de bal, omzichtiger en doorgaans minder 'militant' dan De Wereld Morgen, vormen de twee initiatieven samen een niet te missen medium voor het Vlaams progressieve kamp.   Leve een Europees defensiebeleid? We willen het hier niet hebben over de ongelofelijke lichtzinnigheid waarmee Trump door de Amerikaanse politiek raast, zoals uit de doeken gedaan door John Vandaele. Als hij vraagtekens plaatst bij het voordeel dat de Amerikaanse arbeider daarvan kan verwachten, of de gevolgen voor een bepaalde geostrategische berekenbaarheid van de toekomst, kan men hem daarbij enkel bijtreden. Problematischer wordt het als hij daaruit besluiten trekt voor het beleid van de EU. Een paar dagen geleden schreef ik een stukje "Donald Trump: het geheim wapen van de Europese bewapeningslobby" waarin ik stelde dat Trumps dreiging om Europa de Amerikaanse militaire bescherming te ontzeggen als het niet fors méér uitgeeft in de militaire sector, een gedroomd argument geeft aan de Europese bewapeningslobby. Volgens mij is John Vandaele één van de slachtoffers van dit geheim wapen. Zo schrijft hij: Als de Europeanen echt voor zichzelf moeten zorgen in de grote wereld, zal de EU wellicht ook meer moeten besteden aan defensie en zullen de 27 lidstaten in elk geval veel meer moeten samenwerken op dat vlak. Dat zal haar stem ook zwaarder doen doorwegen in de NAVO (als die het Trumpisme kan overleven). Het zal de EU bovenal toelaten een eigen beleid te voeren dat afgestemd is op onze belangen.   Het probleem met deze stelling, die ongetwijfeld niet alleen de mening van de auteur vertolkt, is dat de EU helemaal niet zinnens is een eigen beleid te voeren dat afgestemd is op "onze belangen". De EU heeft haar defensiebeleid verdragsrechtelijk volledig in het NAVO-kader geplaatst; niettegenstaande het einde van de Koude Oorlog stelt de NAVO zich steeds agressiever op en is bijvoorbeeld een negatieve factor voor vreedzame relaties tussen de EU en haar Russische buur. Men ziet ook nu al waarvoor hogere 'defensie'-budgetten zullen dienen: een vloot aan peperdure nieuwe gevechtsvliegtuigen die geen vrede, maar dood en vernieling zaaien, en nieuwe stromen vluchtelingen op gang brengen; deze kunnen dan met een militair versterkt Frontex buiten de grenzen gehouden worden. Als dit beleid op iemands belangen is afgestemd is het op dat van de wapenhandelaars en de security-business, die zich nu reeds kunnen vermeien in toenemende Europese subsidies. onderzoeksgeld. De EU mag dan een Nobelprijs voor de vrede binnengehaald hebben, er is geen enkele van haar instanties bezig met het uitstippelen van een echt autonoom vredesbeleid. Pertinente vragen worden alleen gesteld door vredesonderzoekers zoals Ludo De Brabander van Vrede: Hebben we gevechtsvliegtuigen nodig die bommen droppen in andere landen? Passen ze binnen een vredespolitiek? Antwoord: Neen!  (…) Hebben we gevechtsvliegtuigen nodig die kernbommen moeten transporteren en afvuren? Antwoord: Neen! De nucleaire strategie is een misdaad.  (…)  Het fundament van het debat ligt in de aard van onze veiligheidspolitiek die een vredespolitiek moet zijn. Zijn vertrouwen stellen in een grotere inzet van de EU op militair vlak houdt bovendien een enorm bijkomend risico in: het beleid zal nog meer dan nu al het geval is aan de democratische controle ontsnappen. Binnen de nationale arena's is de democratische inbreng in het defensiebeleid al problematisch (Wie besliste ooit dat er Amerikaanse kernbommen in België konden opgesteld worden? Wat gebeurt precies op onze militaire missies? Wat wordt er allemaal bedisseld in het dossier over de vervanging van de F-16's?) Maar eenmaal dit beleid op Europees niveau bepaald wordt geeft men een volmacht aan de intergouvernementele machtcenakels. Zelfs het Europees Parlement zal geen enkele vat hebben op dit beleid. Een nationale regering kan vallen, maar de Europese Raad kan onmogelijk ten val gebracht worden.   Waarvoor staat de EU? Het is niet enkel op het vlak van het militaire dat John Vandaele hoge verwachtingen stelt in een EU die zich minder op de transatlantische partner verlaat. "Trump is de antipode van al waar de EU voor staat", schrijft hij, want "de Unie is een verbond van soevereine staten die op basis van regels en afspraken hun continent verbinden en welvarender maken. De EU wil dat model ook extrapoleren tot een multilaterale wereldorde waar door middel van akkoorden en samenwerking vooruitgang mogelijk wordt." Vandaele schrijft de tegenstelling eigenlijk niet toe aan de recente zwenking in het VS-beleid sinds Trump, maar aan fundamentele trekken van het Amerikaans politiek bestel; de ondertitel van zijn stuk luidt "De VS zijn al langer dan Trump de antipode van de Europese Unie". Nu is het ongetwijfeld waar dat Europa en de VS op een aantal belangrijke punten verschillen, en als je het mij vraagt, in het voordeel van Europa. In heel wat (West-)Europese landen is er een vrij uitgebouwde Sociale Zekerheid, een aanzienlijk deel van de dienstverlening gebeurt door openbare diensten, vakbonden zijn weliswaar verzwakt maar spelen vaak nog een belangrijke rol, van een Europees militair-industrieel complex vergelijkbaar met het Amerikaanse kan men momenteel niet spreken, wie zonder bestaansmiddelen valt kan meestal bij een centrum voor maatschappelijk welzijn aankloppen en heeft kans er enigszins geholpen te worden; het leeuwenaandeel van de mondiale ontwikkelingshulp komt uit Europa. Maar beweren dat de EU dit model wil "extrapoleren" is onterecht. Helaas is het tegendeel het geval: de Europese Unie is bezig de essentie van dit "Europees model" af te breken. Openbare diensten worden onder druk van de EU geprivatiseerd, vakbonden worden in het kader van de economic governance buiten spel gezet, overheidsinitiatief wordt door budgettaire regels steeds meer aan banden gelegd, en zelfs het naleven van "regels en afspraken" zoals de Conventies van Genève komt steeds meer onder druk.(Nog niet gemerkt dat organisaties als Amnesty International of Human Rights Watch het steeds vaker over de EU en sommige van haar lidstaten hebben?)  Niet onder invloed van Trump, Bush of Obama, maar door onze eigen Europese leiders, die steevast kunnen verwijzen naar Europese verdragen en hun marktfundamentalistische filosofie om hun afbraakpolitiek te legitimeren. In dit ideologisch steekspel wisselen de EU-propagandisten handig hun woordgebruik: ze spreken van een "Europees sociaal model" en doen alsof het door de Europese Unie tot stand gebracht werd; in werkelijkheid betreft het in het verleden zwaar bevochten overwinningen van de arbeidersbeweging, die de EU naarstig aan het ondergraven is. Opvallend is ook dat Vandaele het nergens heeft over democratie, wel over "regels en afspraken", "akkoorden", "verbintenissen", "handelsregels", de "voorspelbaarheid van de internationale verhoudingen". En hij heeft gelijk dat de EU het "respecteren van de regels" hoog in het vaandel voert, ja, dat ze dit principe stilaan hoger plaatst dan de democratische beginselen. “‘Verkiezingen veranderen niets. Het enige wat telt, zijn de gemaakte afspraken", hoorde de Griekse minister van financiën Varoufakis zeggen bij zijn eerste bijeenkomst van de eurogroep. Democratie en voorspelbaarheid zijn inderdaad geen goede vrienden, maar aangezien voorspelbaarheid sterk gekoesterd wordt door de bedrijfswereld - "stabiele verhoudingen zijn essentieel voor een goed economisch klimaat" - is deze laatste geen goede vriend van de democratie. De EU bijgevolg ook niet.   Het moeilijke alternatief We zouden het nog over een hoop andere discussiepunten kunnen hebben die uit John Vandaeles artikel naar voor komen. Is een apart budget voor de eurozone zo 'n goed idee, of enkel een lapmiddel om een congenitaal foute euro langer drijvende te houden? Leek de ontmoeting Merkel-Macron echt "hoop te wekken", en welke hoop was dat dan?  Bestaat er zoiets als "de fundamentele wereldbeschouwing van de Europeanen"? Dit zijn inderdaad de strohalmen waaraan een gelovige in het "Europees alternatief" zich kan vastklampen, maar biedt dit een perspectief voor de grote groep mensen die hopen op een rechtvaardiger wereld? Persoonlijk denk ik van niet. De consequentie is echter nogal huiveringwekkend. De EU is geen stap vooruit richting rechtvaardiger wereld, maar een serieus obstakel op de weg daarheen. Er moet een Europees alternatief komen, maar daarvoor moet de EU gedeconstrueerd worden. Het duurde decennia om de EU te creëren, hoelang zal het duren om ze te neutraliseren en er een progressief project voor in de plaats te stellen? Niemand kan het zeggen, dit alternatief lijkt een ontzaglijke opgave, maar ik zie geen alternatief.Ik zou het graag eens zijn met Francine Mestrum die een aantal jaren geleden schreef "De kortste weg naar een ander Europa is dit Europa", maar ik denk dat dit een zware inschattingsfout is.

Die Linke toont linkse ruggengraat

25/06/2018 - 09:52

door Frank Slegers 25 juni 2018   Van 8 tot 10 juni congresseerde de Duitse partij Die Linke in Leipzig. Het werd een interessant congres, ook voor de linkerzijde in de rest van Europa. We belichten enkele punten. Het congres vertrekt van de vaststelling dat de ruk naar rechts in Europa in een stroomversnelling zit. De samenleving staat op een keerpunt, niet enkel in Duitsland. Er is iets aan het slippen gegaan. De aangenomen resoluties ademen duidelijk onrust uit over deze ontwikkeling, en een scherp aanvoelen van de verantwoordelijkheid op de schouders van Die Linke. Liever dan mee te plooien onder de druk van rechts en uiterst rechts, en het eigen verhaal aan te passen, gaat Die Linke de confrontatie aan. Vluchtelingen Dat doet Die Linke meer bepaald wanneer het gaat over migranten en vluchtelingen. De herkozen co-voorzitters van Die Linke, Katja Kipping en Bernd Riexinger, benadrukken in het persbericht na het congres zelfs dat zij erg blij zijn met de aangenomen resoluties, juist omdat het standpunt over migratie en vluchtelingen bevestigd werd. Dat standpunt bestaat uit drie luiken: (1) aanpakken van de grondoorzaken die mensen op de vlucht jagen; (2) vluchtelingen zijn welkom; (3) een sociaal offensief is nodig om het leven van alle mensen beter te maken. Het loont de moeite de tekst van het tweede luik volledig te citeren: Wij willen een einde aan het sterven van mensen in de Middellandse zee en aan de buitengrenzen van Europa. Daartoe zijn veilige en legale vluchtroutes nodig, open grenzen, een menswaardige opvang van vluchtelingen en een lastendeling in Europa. Uitzettingen verwerpen we. We willen dat mensen het recht hebben te blijven, en in plaats van gezinnen uit elkaar te rukken willen we ze weer verenigen. Europees Links Het congres nam ook een opvallend standpunt in over Europees Links (EL). EL is een Europese politieke partij, die een aantal linkse partijen in Europa overkoepelt, niet te verwarren met de linkse fractie in het Europees Parlement. EL is momenteel een koepel die bestaande linkse partijen in Europa overkoepelt. Onder bepaalde voorwaarden kunnen ook individuen rechtstreeks aansluiten, maar die spelen niet echt een rol. Dat bevredigt Die Linke niet, omdat er weinig dynamiek uitgaat van EL (dat is het minste wat je kan zeggen). Daarom stelt Die Linke voor EL van een koepel om te vormen tot een Europese Partij gedragen door individuele leden. Daar kan je van alles van denken. Enerzijds is het een aantrekkelijk idee: een Europese linkse partij die vandaag bijvoorbeeld de slagkracht en de middelen zou hebben om Europees het initiatief te nemen voor een mobilisatie tegen Fort Europa. Anderzijds is het niet duidelijk hoe een dergelijke Europese partij zich zou kunnen ontwikkelen naast of boven de bestaande linkse partijen die ingeworteld zijn in de geschiedenis en het politieke en sociale weefsel van de verschillende landen. Maar het voorstel geeft in ieder geval aan dat het gevoel van urgentie in delen van de Europese linkerzijde zich ontwikkelt. We kunnen niet lijdzaam blijven toezien hoe populistisch rechts de toon zet. De centrale resolutie en meer nieuws over het congres vind je op de website van Die Linke: https://www.die-linke.de/partei/parteistruktur/parteitag/leipziger-parteitag-2018/.

Minitop moet Grote Coalitie redden

22/06/2018 - 14:27

Wanneer wordt door de EU spoedberaad gehouden over de vluchtelingenproblematiek? Als er weer eens tientallen of honderden mensen verdrinken op de Middellandse Zee? Nee, in het verleden gaf dat nog nooit aanleiding tot dringend overleg. Maar nu komt er in het komend weekend wel een inderhaast bijeengeroepen Europese minitop bijeen, alhoewel er al binnen een week een tweedaagse topbijeenkomst gepland is. De reden: Angela Merkels CDU/CSU – SPD Große Koalition dreigt onder druk van haar meest rechtse flank (de uiterst conservatieve CSU, zeer “christelijk” maar niet geplaagd door enige barmhartigheid voor de naaste als die niet uit Beieren stamt) uiteen te vallen. Merkel moet een geloofwaardig anti-asielplan kunnen voorleggen, zoniet dreigt de CSU het Hongaarse of Italiaanse voorbeeld te volgen en de grenzen te sluiten.

Laat ons voorbijgaan aan het merkwaardig detail dat Berlijn in no time en om strikt nationale redenen een Europese topbijeenkomst kan bijeenroepen, iets waarin Athene nooit geslaagd is, alhoewel er daar de voorbije jaren ook ernstige binnenlandse problemen rezen. Laat ons eerder kijken naar de plannen waarover men op de minitop een voorakkoord wil, zodat Merkels coalitie zonder probleem gered wordt op de eigenlijke top van 28-29 juni. De EU wil vluchtelingenkampen (hotspots) oprichten in Afrika, of in ieder geval buiten de Europese Unie. De Europese verdragen kennen wel geen enkele bevoegdheid toe aan de Unie op het Afrikaans grondgebied, en niet één van de landen die in het Brussels vizier liggen gaf al aan geïnteresseerd te zijn, maar men hoopt natuurlijk dat, zoals in het verleden al vaker gebeurde, een zak euros de geesten van de buitenlandse leiders verlicht.

Zonder twijfel zullen de Europese autoriteiten er angstvallig over waken dat deze opvangkampen aan alle regels van het humanitarisme voldoen, zoals ingeschreven in de Europese verdragen. Toch zouden de minitoppers er goed aan doen nog eventjes te luisteren naar een commentaar uit een obscuur uithoekje van Europa, verschenen in de Times of Malta:

Een voorstel dat momenteel zeer populair is in Europa is om de grenzen verder naar het zuiden te verleggen, zoadat de ontvangstcentra voor migranten liggen in bijvoorbeeld Libië of Niger. Deze centra zouden de asielaanvragen verwerken en het aantal mensen verminderen die de levensbedreigende oversteek over de zee maken.

Natuurlijk zeggen ze ons dat deze centra zouden moeten beantwoorden aan de strikte regels van de mensenrechten, met volle respect voor de menselijke waardigheid. Maar deze regels worden momenteel zelfs niet gerespecteerd in de Europese onthaalcentra.

Daar heerst er overbevolking, enorme stress, zowel bij de migranten als bij het personeel, en sociale problemen die voortkomen uit de aanwezigheid zelf van de centra. Wie kan er nu geloven dat Europa in Libië en Niger normen kan waarborgen die ze niet in Malta, Italië, Griekenland of elders kan waarborgen?

Het ziet er veel meer naar uit dat men de gevaren wil uitbesteden, eerder dan de verantwoordelijkheid op te nemen om ze te verminderen. Uit het zicht, uit het hoofd…

(hm)

Aardbei rijmt nog steeds met slavernij

21/06/2018 - 14:05

Het is niet de eerste maal dat we berichten over de uitbuiting van seizoenarbeiders, vooral arbeidsters, in de fruitpluk in Zuid-Europa 1.  Het ging o.a. over Oost-Europese vrouwen die ingezet werden in Griekenland en in Zuid-Italië. Ook op de tuinbouwvelden in Zuid-Spanje vond men begin jaren ‘2000 veel Bulgaarse, Roemeense en Poolse pluksters. Niettegenstaande de zeer lage ‘lonen’ ondervonden werkgevers en lokale autoriteiten wel een aantal nadelen bij die keuze: soms werd het tijdelijk contract voortijdig beëindigd, en anderzijds keerden niet alle Oost-Europeanen naar hun land terug na de pluk. Vanaf 2006 werden ze volgens El País steeds meer door Marokkaanse vrouwen vervangen; de Zuid-Spaanse provincie  Huelva sloot een overeenkomst af met Marokko, het Programa de Gestión Ética [!] de la Inmigración Temporera. Van een Europees non-discriminatiebeleid had deze overeenkomst blijkbaar weinig last, want aanwervingsvoorwaarden waren o.a. vrouw zijn en een minderjarige zoon hebben, wat terugkeer naar huis na  de plukcampagne zo goed als een zekerheid maakt.

Veel minder zeker is blijkbaar de Gestión Ética van de tijdelijke immigranten. Niet alleen het respect voor de werkuren, maar ook voor de persoon zelf van de Marokkaanse vrouwen is verre van verzekerd. Sommige werkgevers blijken het tijdelijk arbeidscontract ook te interpreteren als de vrijheid om seksueel over vrouwen te beschikken. Niettegenstaande hun kwetsbaarheid hebben sommigen onder hen een proces tegen de werkgever ingespannen.

Het is onder deze omstandigheden uiterst verheugend dat een Spaanse vakbond het opnam voor deze arbeidsters in een zeer  zwakke positie. De Sindicato Andaluz de Trabajadores (SAT) riep op voor een betoging “tegen arbeids- en seksuele slavernij” op 17 juni, daarin gesteund door andere vakbonden (CNT, CGT) en feministische organisaties. Naar verluidt  waren er duizenden deelnemers aan deze solidariteitsmars.
De SAT is een kleine militante bond, in 2007 opgericht en reeds meermaals opgemerkt door zijn directe acties. Zo gingen ze over tot “expropiación forzosa” (gedwongen onteigening) van enkele winkelwagens met voeding die ze aan een armenvereniging overmaakten, een andere keer schoolmateriaal om arme gezinnen te ondersteunen bij het begin van het schooljaar. (hm)

 

 

Stop CETA: dringende oproep

19/06/2018 - 11:29

 

Het Vlaams Parlement stemt op 20 juni over de ratificatie van CETA,  het vrijhandelsverdrag EU-Canada. De Belgische Kamer zal datzelfde doen in de komende weken. Pietro Emili (Europees Volkshuis) en Michel Vanhoorne (Links Ecologisch Forum), beide voortrekkers van de campagne tegen CETA, doen een ultieme oproep om via een mail-actie aan de volksvertegenwoordigers de ratificatie te verhinderen. Zoals bekend volstaat het dat één Belgische assemblee de ratificatie weigert opdat België niet ratificeert.

Via deze link komt u bij de oproep.

Jeremy Corbyns Labour versus de Eenheidsmarkt

18/06/2018 - 17:35

  door Costas Lapavitsas (*) Artikel verschenen in Jacobin (30 mei 2018) Nederlandse vertaling: Ander Europa   Als de volgende Labourregering voor een echte verandering wil gaan moet zij zich bevrijden van de dwang door de Eenheidsmarkt.   De laatste weken werd in Groot-Brittannië intens gedebatteerd over de Labour Party en het Brexit-proces. De pleitbezorgers van de Europese Unie streven naar toegevingen vanwege de partijleiding, gaande van een nieuwe stemming over de Brexit tot een voortgezet lidmaatschap van de Eenheidsmarkt en de douane-unie, en een doorgedreven discussie over Brexit op een partijcongres. Ter ondersteuning van de campagne om het Labour-standpunt over de Brexit te wijzigen werd een breed spervuur van publicaties gelanceerd waarin men stelde dat de EU of de Eenheidsmarkt geen invloed zouden hebben op Jeremy Corbyns regeringsprogramma [note] Onder meer in  Renewal, de  New Statesman, de Fabian’s website, de New EuropeanLabourListOpen LabourOpenDemocracy en Open Britain.  [/note]. Maar zijn hun beweringen wel juist? Op drie onderling verbonden domeinen zouden de EU-regels een toekomstige regering Corbyn strenge restricties opleggen: staatshulp, openbare aanbestedingen en nationalisaties. En deze domeinen zijn niet  van de minste.  Zij vatten immers de kern van elke poging om de economie van Groot-Brittannië  om te vormen in socialistische richting, vooral de industriële politiek. Uit het voortkabbelende debat over Brexit blijkt alvast klaar en duidelijk dat de EU onvergelijkelijk zware hinderpalen in de weg zou leggen van een door Corbyn geleide Labourregering, in die mate dat een terugkeer naar de regels van de Wereld Handels Organisatie(WHO) zelfs nog voordeliger zou uitpakken dan het deel uitmaken van de EU of de Eenheidsmarkt.   Staatshulp Weinigen ter linkerzijde zullen het oneens zijn dat een radicale regering in het Verenigd Koninkrijk een verregaande en stoutmoedige industriële politiek moet opzetten. Een interventie in de industrie is van levensbelang om de verderfelijke erfenis van decennia neoliberalisme achter zich te laten en de economische toestand weer meer in overeenstemming te brengen met het belang van de werkenden en de armen. Een programma van openbare investeringen en een hele reeks maatregelen zijn nodig om de productiviteit een boost te geven, vooral in de gedesindustrialiseerde regio's van b.v. Noord-Engeland, Wales en Schotland. Daartoe dient ook de overheersende aanwezigheid van de Londense City in de Britse economie teruggeschroefd te worden. De Europese Unie laat een industriële politiek toe, maar het is van het grootste belang klaarheid te scheppen over de richting waarheen de EU die wil sturen. Het is niet het soort politiek dat met aanzienlijk succes werd gevoerd in verschillende delen van Europa in de naoorlogse decennia, of meer recentelijk in Oost-Azië. De bedoeling was in al deze gevallen een inperking van de markt en het omkaderen van het privaat kapitaal, onder meer voor het promoten van 'nationale kampioenen'. De huidige EU-politiek beoogt integendeel steeds de overeenstemming met de Eenheidsmarkt en dus het concurrentiebeginsel te steunen, meestal door een vermeend 'marktfalen' te herstellen. Haar doel is steeds te zorgen voor een competitieve omgeving, die moet beletten dat lidstaten 'niet succesvolle' of 'spilzieke' ondernemingen zouden ondersteunen. Daardoor heeft de industriële politiek van de EU noch de effectiviteit noch de reikwijdte die een linkse regering in het Verenigd Koninkrijk moet eisen. Dit punt is eenvoudig aan te tonen aan de hand van de staatshulp, een vitaal bestanddeel van de industriële politiek. De regels van de EU voor staatshulp viseren elke interventie in de binnenlandse industrie, die kan geïnterpreteerd worden als 'distorsie' van de concurrentie. Meestal laten die toe dat een regering het algemeen kader van de staatshulp bepaalt, maar verhinderen ze dat een regering de richting, die een industrie, een sector of de economie in haar geheel uitgaan zou gaan vastleggen. De regels laten onder de zgn. 'de minimis regel' enige ruimte voor uitzonderingen en voor regionale tussenkomsten ondanks de algemene beperkingen voor subsidiëring. Maar deze regel laat slechts een steun van minder dan 200.000 Euro per onderneming en over drie jaar toe, wat in de Britse context een zeer geringe som voorstelt. De EU laat ook enkele 'groepsvrijstellingen' toe voor kleine en middelgrote ondernemingen (Kmo's), voor research en ontwikkeling, voor regionale steun, hernieuwbare energie, enz. Deze vrijstellingen zijn meestal klein in omvang en mogen uitdrukkelijk geen aan export verbonden activiteiten betreffen. De beslissing over welke activiteiten van de regel worden vrijgesteld wordt in laatste instantie genomen door de EU, niet door de nationale regering. Dit is een cruciaal punt gezien de vijandige houding van de EU tegenover Corbyns programma, zoals recentelijk nog gemeld op de voorpagina van de Times. De EU-regels worden actief gecontroleerd en agressief kracht bij gezet met herstelboetes en het Europees Hof van Justitie heeft deze praktijk op consistente wijze gefaciliteerd. Net vanwege deze handelswijze van de EU worden vermeende overtredingen van de regels vaak onder de aandacht van de Europese Commissie en het Europees Hof van Justitie gebracht door binnenlandse concurrenten, die er direct belang bij hebben dat bijzondere staatshulp word gestopt. Een nationale politiek wordt dus van binnenin gehinderd door het eigenbelang van private spelers, die zich steeds kunnen beroepen op de EU-mechanismen. Waarschijnlijk zou een Labourregering die de staatshulp tracht uit te breiden binnen het EU-kader al vlug tegen dit probleem aanstoten. Een verder argument van de tegenstanders van de lijn van de Labourleiding over Brexit is dat, zelfs al legt de EU aan staatshulp een aantal beperkingen op,  het uittreden uit de EU geen schone lei zou betekenen en dat een Britse regering via andere transnationale akkoorden aan banden zou worden gelegd. Maar precies de meest prominente van deze akkoorden, de regels van de Wereld Handels Organisatie, maken duidelijk hoe uitzonderlijk restrictief en neoliberaal de EU-politiek over staatshulp wel is. Zelfs al zou Groot-Brittannië uit de EU treden met een harde Brexit (dus zonder bilaterale deal) en louter de regels van de Wereld Handels Organisatie zouden gelden, ook dan zou dit minstens op het gebied van staatshulp feitelijk nieuwe politieke ruimte openen voor een linkse regering. In scherp contrast tot de EU slaan de beteugelende regels van de WHO over staatshulp enkel op subsidiëring (strikt financiële steun), die uitvoer bevorderend of invoer verminderend werkt. De WHO houdt zich niet bezig met de algemene regeringstussenkomsten in de economie en zelfs niet met subsidiëring van de binnenlandse economie, voor zover die geen invloed heeft op de internationale handel. Onder de WHO-regels is het mogelijk subsidies te verstrekken voor alle ondernemingen van een regio. Bovendien heeft de WHO geen centraal mechanisme ter controle of sanctionering van haar al veel mildere bepalingen over staatshulp. Zij beschikt over een mechanisme voor geschillenbeslechting, waaraan andere WHO-lidstaten hun geval kunnen voorleggen, maar er is geen mechanisme om inbreuken op de subsidieregels te bestraffen. In plaats daarvan heeft de WHO een lijst van verboden en aanvechtbare subsidies, die klagende landen toelaten na arbitrage compenserende rechten op te leggen. Men moet er niet aan twijfelen dat om het even welke radicale politiek van een linkse regering zware problemen tegemoet gaat in het EU-kader voor staatshulp. Zij zal waarschijnlijk voor zware uitdagingen komen te staan als zij regionale hulp verleent of steun aan plaatselijke banken, en zelfs bij het oprichten van een nationale investeringsbank. Zij zal waarschijnlijk problemen ondervinden met sectoriële staatshulp voor de herstructurering van de economie. Tenslotte zal zij op tegenstand stuiten bij het opzetten van openbaar eigendom, wanneer overheidsbedrijven steun krijgen en in de plaats treden van private spelers, met het oog op het nastreven van bredere doelstellingen. Op al deze terreinen is het WHO-kader veel permissiever.   [caption id="attachment_15455" align="aligncenter" width="600"] Beeld uit Lexit the Movie - the left wing case for Brexit , geproduceerd door Labour Leave, [/caption]   Openbare aanbestedingen De staatshulp-politiek zal niet de enige doorn in het oog van de EU zijn, eenmaal geconfronteerd met de Labour-voorstellen om de economie te hervormen d.m.v. een nieuwe industriële politiek. De openbare aanbestedingen worden een andere steen des aanstoots. Corbyn heeft zich duidelijk uitgesproken voor een Labourregering die openbare aanbestedingen zou aanwenden ten voordele van de Britse nijverheid (staal b.v.) en aan contracten met de regering voorwaarden zou opleggen over de erkenning van vakbonden, over een beperking van de loonspanning en over snelle terugbetaling van de leveranciers [note] Kleine Britse bedrijven hebben af te rekenen met uitzonderlijk lange wachttijden voor betaling door grote firma's.[/note]. Deze strategische doelen zijn echter nauwelijks te verzoenen met de EU-richtlijnen over openbare aanbestedingen die moeten verlopen in een kader van gewaarborgde concurrentie en gelijke behandeling van aanbieders. De EU erkent voor aanbestedingen weliswaar de mogelijkheid om sociale doelstellingen op te nemen (tewerkstelling,, sociale en arbeidsrechten, sociale integratie, ethische handel, sociaal verantwoordelijk ondernemen en het bevorderen van KMO's), maar dergelijke erkenning van sociale doelstellingen is eng gebonden aan elk openbaar aanbestedingscontract afzonderlijk en zou geen algemeen toepasbare regulering toestaan van het soort dat Corbyn heeft voorgesteld. Erkenning ervan wordt bovendien afhankelijk gemaakt van een hele reeks voorafgaandelijke neoliberale voorwaarden. Aldus kunnen sociale doelstellingen slechts in aanmerking worden genomen in zoverre "de economisch meest voordelige bieder" wordt beoordeeld in termen van de beste prijs-kwaliteitverhouding , indien ze  rechtstreeks verbonden zijn met het voorwerp van het contract, als zij de keuzevrijheid van de contracterende autoriteit niet beperkent en als zij volledig overeenstemmen met de verplichtingen besloten in het EU-Verdrag. Elk van deze voorwaarden op zich kan Corbyns voorstellen tegenhouden, gecombineerd maken zij die voorstellen praktisch onmogelijk. En dan vermelden we niet eens het voorstel tot hernationalisatie van de National Health Service (Nationale Gezondheidsdienst), een van de kernpunten van Labours verkiezingscampagne. Dit voorstel zou stranden op de besluiten van het Europees Hof van Justitie en op de richtlijnen van de Europese Commissie, die de gezondheidszorg als louter economische activiteit beschouwen. Patiënten worden hier immers beschouwd als consumenten met vrije keuze voor een leverancier op een 'vrije markt'. De EU-regels voor openbare aanbesteding zouden dit probleem nog verergeren. Het onttrekken aan de markt van sectoren, die reeds aan private ondernemingen werden aangeboden of het beperken van de aanbieders tot maatschappijen in openbaar eigendom wordt immers uitgesloten. Eens te meer is er een scherp contrast met de WHO-regulering op openbare aanbestedingen. Als het Verenigd Koninkrijk de Eenheidsmarkt vaarwel zegt kan het zich als onafhankelijk lid aansluiten bij de Overeenkomst inzake Overheidsopdrachten (Government Procurement Agreement of GPA) van de WHO en haar antidiscriminatieregels naleven. Deze zouden de regering niet verhinderen de contractanten eisen op te leggen die verder gaan dan de enge opdracht van het contract en dan zijn vermeende “sociale waardevolheid”. Daarbij komt dat de WHO-regels niet van toepassing zijn op contracten die beneden de door elk land zelfstandig bepaalde minimumdrempel vallen. Zij slaan evenmin op private diensten en zijn slechts beperkt van toepassing op aanbestedingen voor defensie. Een linkse regering zou onder die voorwaarden meer ruimte krijgen om lokale werkgelegenheid en ondernemingen te scheppen; ze kan daarbij contracten opstellen waarvan de waarde onder de WHO-grenzen ligt en in sectoren die weinig of niet onderhevig zijn aan de WHO-regels. Ze zou ook de voorwaarden voor toetreding tot het GPA kunnen heronderhandelen inclusief de benedengrenzen en speciale voorwaarden voor KMO's, zoals de WHO het in het verleden voor andere Staten toeliet. Groot-Brittannië zou ook een hoop keuzemogelijkheden hebben in verband met instellingen van de openbare sector en huisvestingsmaatschappijen.   Nationalisatie Zoals voor staatshulp en openbare aanbestedingen hebben de EU-regels ook ernstige implicaties voor mogelijke nationalisaties. De Labour Party kondigde plannen aan om het spoor, de post, de energiesector, de watervoorziening en een aantal private financieringsinitiatieven(PFI's) [note] Particuliere financieringsinititatieven (PFI' s) in het Verenigd Koninkrijk zijn een vorm van publiek-private samenwerking (PPS) en slaan op regelingen, waarbij de openbare sector diensten uitbesteedt en daarbij gebruik maakt van de managementvaardigheden en financieringsmogelijkheden van de particuliere sector. [/note] te nationaliseren. Hoewel de EU talrijke lidstaten telt met genationaliseerde industrieën en diensten zijn haar regels toegesneden op een traject naar privatisering, die hernationalisatie op zijn best ineffectief indien niet onmogelijk maken. In de onmiddellijk naoorlogse Britse geschiedenis werkten de openbare sleutelindustrieën en diensten onder openbaar monopolie. Corbyn verwijst naar dit vrij succesvol model als hij stelt dat hij sectoren “terug in openbaar eigendom” wil nemen. Maar de EU staat zoals algemeen geweten vijandig tegenover openbare monopolies en eist dat openbare ondernemingen aan dezelfde concurrentieregels onderworpen zijn als de privésector. Enkel in uitzonderlijke toestanden kan ter vermijding van concurrentie een wettelijke monopoliebescherming worden verleend. Uitzonderingen gelden vooral  op het gebied van de kosten voor infrastructuur en voor het verzekeren van een openbare dienst waar de markt tekortschiet, maar ze zijn niet bedoeld om die markt uit te schakelen. In Groot-Brittannië werden het spoor, de post, de energie en het water al geprivatiseerd. Hierdoor wordt elk pleidooi om deze sectoren opnieuw aan de markt te onttrekken ernstig verzwakt. In de praktijk betekent de EU-regel tot verbod op publieke monopolies dat de Staat weliswaar zelf een  openbare dienstverlener op de markt kan plaatsen, zonder echter die markt in haar geheel af te schaffen. Staatsdiensten zouden moeten gaan concurreren met andere dienstverleners, die niet aan dezelfde verplichtingen moeten voldoen. De geschiedenis van dergelijke regelingen in Europa en elders toont hoe makkelijk overheidsdiensten gefnuikt worden door rivalen, die aan lagere kost werken door lagere lonen te betalen, door te bezuinigen op gezondheid en veiligheid of zelfs door enkel diensten aan te bieden waar geld kan worden verdiend. Op dit ogenblik zijn de Franse vakbonden van het openbaar spoorbedrijf SNCF in staking tegen de voorgestelde hervormingen bij het spoor, die onder meer het publieke monopolie willen afschaffen en  concurrentiële aanbieders willen toelaten. Beide 'hervormingen' zijn volgens de Franse regering op middellange termijn nodig om in orde te zijn met het “vierde spoorwegpakket” van de EU. Het is werkelijk stuitend te zien dat vele linkse Britse voorstanders van de EU wegkijken van de hinderpalen voor een genationaliseerde dienst, hinderpalen die nu al massale protesten van arbeiders in andere Europese landen uitlokken. Concurrentieregels en richtlijnen van de Europese Commissie bemoeilijken ook het kosteloos voorzien in diensten door staatsondernemingen, iets wat de Ieren mochten ontdekken tijdens hun recente campagne tegen de waterbelasting. De EU houdt vast aan een kost-per-service benadering als het gaat om publieke goederen en tracht daarmee de dienstverlening steeds te onderwerpen aan de logica van de markt. Dit gaat fundamenteel in tegen de visie van Nye Bevan [note] Brits politicus en minister voor de Labour Party in de naoorlogse periode en oprichter van het Britse openbare gezondheidssysteem (National Health Service, NHS). Hij werd hierdoor bij de Britten zeer populair. [/note] op de openbare dienst, waarop Corbyn zich beroept, namelijk dat hij universeel moet zijn en gratis toegankelijk. Het is ook moeilijk in te zien hoe het gratis maken van een dienst zoals het openbaar vervoer  onder de EU-concurrentieregels niet zou geïnterpreteerd worden als het illegale verstoren van de private concurrentie. Tenslotte zouden nationalisaties nog worden tegengegaan via de EU-regels voor staatshulp. Zoals boven gezegd zouden onder de WHO-regulering enkel uitvoergedreven nijverheden aan banden worden gelegd en dan nog onder heel beperkte voorwaarden. Dit zou aanzienlijke ruimte vrijmaken voor nationalisatie van en hulp aan op het binnenland gerichte industrieën en diensten. De regels van de EU slaan daarentegen zowel op de buitenlandse als de binnenlandse markt, waaruit volgt dat genationaliseerde maatschappijen strenge grenzen zouden worden opgelegd voor de hoeveelheid staatshulp, die zij kunnen ontvangen. Het zgn. “beginsel van de marktinvesteerder”, de regel  van de marktconcurrentie, is voor de EU primordiaal. Uitzonderingen zouden kunnen, als men kan bewijzen dat er geen concurrentie bestaat of dat er aan de concurrentie geen afbreuk wordt gedaan, wat in het Verenigd Koninkrijk in de meeste gevallen waarschijnlijk onmogelijk is. Voor een linkse regering, die als bedoeling heeft openbare nutsvoorzieningen en andere geprivatiseerde nijverheden weer in openbaar eigendom te brengen, om investeringen te verhogen, dienstverlening te verbeteren en aan sociale doelstellingen tegemoet wil komen zouden deze regels voor staatshulp onoverkomelijke obstakels vormen, vooral door het ingebakken neoliberaal perspectief en de waarschijnlijke vijandige reactie van de Europese instellingen.   Het opbouwen van een nieuwe economie Een groot deel van de Britse linkerzijde ondersteunt het blijven in de Eenheidsmarkt. Jammer genoeg loopt haar beeld van de Eenheidsmarkt als een voortzetting van de traditionele 'sociale markteconomie' tenminste dertig jaar achter. Vandaag is de Eenheidsmarkt een zeer restrictieve neoliberale omgeving die niet enkel tot een soberheidsbeleid aanzet, maar ook de ruimte voor een radicale industriepolitiek inperkt. Zelfs voor Duitsland, dat buitengewoon heeft geprofiteerd van de EU-regels en van het invoeren van de Euro betekent de zgn. 'sociale markt' in toenemende mate een diep gesegmenteerde arbeidsmarkt, waar onzeker werk en inkomensongelijkheid gestegen zijn. De Eenheidsmarkt rust op de Vier Vrijheden van de EU, vrijheid van verkeer van goederen, diensten, kapitalen en arbeid. Deze werden als individuele vrijheden herbevestigd in het Verdrag van Maastricht van 1992, waardoor het Europees Hof van Justitie ruim baan kreeg om tussen te komen ter handhaving van deze 'vrijheden'. Het idee dat dit kader verenigbaar is met een regering, die het tij wil keren na decennia van neoliberaal beleid en economische macht wil overdragen van kapitaal naar arbeid is ronduit naïef. De Brexit-campagne was een zeer akelig politiek moment, geleid door xenofoben en racisten. Maar de stemming weerspiegelde ook een veel diepere kloof in de Britse maatschappij. De steun voor Brexit was onevenredig hoog onder werkenden in die delen van Groot-Brittannië die geteisterd zijn door veertig jaar neoliberale politiek. Een linkse regering hoeft geen deel uit te maken van de Eenheidsmarkt om een meer vooruitstrevende en eerlijke migratiepolitiek naar voor te schuiven (en dat moet zij doen als zij in de geest van het internationalisme wil blijven). Zij kan zich evenmin veroorloven de industriële politiek van hervormingen, nodig om de schrijnende ongelijkheid in Groot-Brittannië aan te pakken, op te offeren op het altaar van de Eenheidsmarkt. Het gros van de werkende bevolking in Groot-Brittannië houdt vast aan de exit, maar heeft tegelijk behoefte aan informatie, argumenten en vooral politiek leiderschap van de linkerzijde die ooit haar spreekbuis was. Jammer genoeg toont het openbaar vertoog aan de linkerzijde dat velen de werkelijkheid, die aan de basis ligt van de referendumuitslag niet verwerkt hebben. Het is tijd om te stoppen met zich vast te klampen aan een ingebeelde vroegere toestand. Links moet dit moment aangrijpen als een historische kans om de economie van Groot-Brittannië om te vormen, maar zonder de dwangbuis van de Eenheidsmarkt. (*) Costas Lapavitsas is professor economie aan de University of London. Hij zat voor Syriza in het Grieks parlement tot aan de capitulatie van Tsipras, daarna trad hij toe tot de Griekse “Volksunie” ( Laïkí Enótita).  

Waarom betalen multinationals haast geen belastingen?

16/06/2018 - 14:09

Zopas verscheen een uitgebreide wetenschappelijke studie over de belastingsstrategieën van multinationale ondernemingen (MNO’s).  Met hun titel, The Missing Profits of Nations, bekennen de auteurs 1 kleur: elk miljard belasting dat deze bedrijven niet betalen is ten koste van het algemeen welzijn. Een andere aanwijzing dat deze onderzoekers zich terdege bewust zijn van de maatschappelijke functie van universitair onderzoek is dat ze al hun gegevens (paper, exceltabellen, programma’s, presentatie…)  ter beschikking stellen van het publiek (zie http://gabriel-zucman.eu/missingprofits/).

Om maar meteen één van hun bevindingen te vermelden: in de Europese Unie wordt ongeveer 20% van de door buitenlandse MNO’s verschuldigde belasting 2 niet betaald, wat neerkomt op ongeveer 100 miljard  € ; dit is maar iets minder dan de totale jaarlijkse begroting van de Europese Unie!!

Maar belangrijker nog dan nieuw cijfermateriaal is de kritische aanpak van de onderzoekers bij de vraag: waarom betalen MNO’s steeds minder belastingen? Dat laatste betwijfelt niemand; tussen 1985 en 2018 daalde wereldwijd de gemiddelde wettelijke aanslagvoet voor bedrijven van 49% naar 24%; in de Verenigde Staten verminderde ‘populist’ Trump die aanslagvoet in 2018 van 35% naar 21% …
Waarom daalt de belasting op bedrijven? Hierover schrijven de auteurs het volgende:

“De standaard-uitleg is dat landen door de globalisering in een hardere concurrentiestrijd gewikkeld zijn voor productief kapitaal, en daarom de bedrijfsbelasting verlagen. Daardoor trekken ze meer machines, fabrieken en uitrusting aan, wat de productiviteit van de arbeid verhoogt en de lonen laat stijgen. De wereldwijde economische integratie heeft de localisering van kapitaalinvesteringen gevoeliger gemaakt voor verschillen in belastingen, wat tot een meer perfecte concurrentie tussen naties leidde.”

Maar, vragen de auteurs zich af,  is deze visie op globalisering en verandering in fiscale politiek ook empirisch vast te stellen?  Hun antwoord:

Our simple answer is “no.” Machines don’t move to low-tax places; paper profits do. By our estimates, close to 40% of multinational profits are artificially shifted to tax havens in 2015. This tax avoidance and the failure to curb it are the main reason why corporate tax rates are falling globally—not tax competition for productive
capital.

Overheden verlagen dus de belastingen op bedrijven en hebben allerlei speciale regelingen om buitenlands kapitaal aan te trekken, waar natuurlijk geen enkele multinational bezwaar tegen heeft. Maar de grote belastingsverdwijntruc  bestaat niet in het verplaatsen van de productie, maar van de winst; geen zware machines moeten verhuisd worden, alleen bits en bytes. Een van de standaard-verdwijntrucs is het manipuleren van de ‘transfer pricing’. Coca Cola produceert bv. in Frankrijk (relatief hoge belastingsvoet) maar verkoopt het product aan zeer lage prijs (weinig belasting dus) aan een vestiging van Coca Cola (die niet zo veel hoeft voor te stellen) in Ierland (zeer lage belastingsvoet). Resultaat: drastische verlaging van de effectieve belasting. Naast Ierland worden voor Europa in de studie ook Luxemburg, Nederland  en  Zwitserland vermeld als belastingsparadijzen, met België als twijfelgeval (“slechts” 13 miljard € getransfereerd in 2015).

Men komt dan in het lagebelastingland weliswaar tot totaal ongeloofwaardige cijfers van winsten in verhouding tot lonen, zoals de onderstaande grafiek (uit deze studie) laat zien, maar blijkbaar laten overheden zich graag bedriegen.

Bedrijfswinsten (vóór belastingen) in verhouding tot de lonen van het personeel, gemiddeld 36% in landen die niet als belastingsparadijs doorgaan, lopen op tot meer dan 200% in Luxemburg, Ierland en Puerto Rico…

In The Missing Profits of Nations, wordt verder ingegaan op de redenen waarom overheden de eigenlijke belastingsparadijzen niet of weinig aanpakken. Een schat aan gegevens en inzichten, die een ander verhaal laten horen dan “de helaasheid van de globalisering”; een overheid die het probleem wil aanpakken is helemaal niet zo onmachtig als nu beweerd wordt. (hm)

Solidariteitsactie met Elliniko aan Griekse ambassade in Brussel

11/06/2018 - 17:50

Zoals we eerder berichtten hadden vakbondsmilitanten van CGSP-ALR opgeroepen om op 11 juni aan de Griekse ambassade in Brussel te protesteren tegen de dreiging met sluiting van de vrijwilligerskliniek in Elliniko (Athene). Deze polikliniek in zelfbeheer, en gelijkaardige initiatieven elders in Griekenland, spelen een uiterst belangrijke rol voor de gezondheidszorg in het sociaal zwaar geteisterde land.  Sluiting zou voor velen rampzalig zijn.

Een veertigtal vakbondsmilitanten en in Brussel wonende Grieken waren rond 14u aan de ambassade in de Karmelietenstraat bijeengekomen. Er werden slogans tegen het soberheidsbeleid en voor het openhouden van Elliniko gescandeerd, en Yiorgos Vassalos van l’Initiative de Solidarité avec la Grèce qui résiste legde het belang van dergelijke solidariteitsacties buiten Griekenland uit. Er werd een delegatie ontvangen door de consul; hij zei niet op de hoogte te zijn van de voor 30 juni aangekondigde uitzetting, en verbaasd te zijn dat er geen alternatieve locatie kon aangewezen worden. Hij zou bij de Griekse overheid melding maken van het protest vanuit België. (hm)

 

 

 

Foto’s Ander Europa

Pagina's