Borderless

18 February 2020

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 46 sec geleden

Boekbespreking: Werner Rügemer, De kapitalisten van de 21e eeuw

14/01/2020 - 21:52

door Gerrit Zeilemaker 14 januari 2020 [spacer size="40"]   Het nieuwe kapitalisme dat sinds 1980 in opmars is en na de bankencrisis van  2007 domineert wordt vooral gedirigeerd door Amerikaanse kapitaalgroepen als BlackRock, Vanguard, State Street, Fidelity (FMR), enz. die tientallen biljoenen dollar beheren. BlackRock&Co [efn_note] Vanaf nu worden deze kapitaalgroepen samen als BlackRock&Co aangeduid. [/efn_note] duiken overal in ondernemingen op en beheren dikwijls samen 70 tot 80 % van de aandelen. Ze zijn verstrengeld in een vaak onzichtbare kluwen van belangen, oefenen overal invloed uit en vormen een hiërarchisch netwerk met BlackRock&Co aan de top. Aldus Werner Rügemer in zijn boek De Kapitalisten van de 21e Eeuw [efn_note] Werner Rügemer, Die Kapitalisten des 21. Jahrhunderts, PapyRossa Verlag, 357 blz., ongeveer 20 € [/efn_note]. In deze ‘algemene schets van de opkomst van de nieuwe financiële spelers’, zoals de ondertitel luidt, schetst hij de macht en werkwijze van deze nieuwe financiële groepen, de ‘transnationale  kapitalistische klasse’. Kapitaalgroepen als BlackRock&Co, private equity investeerders en hedgefunds worden ook wel de schaduwbanksector genoemd. Die benaming is treffend: ze werken ook het liefst zo anoniem mogelijk. Eén voor één beschrijft Rügemer de verschillende soorten financiële organisaties en schetst aan de hand van voorbeelden hun duistere werkwijze. [efn_note]Rügemer rekent ook Google, Apple, Microsoft, Facebook, Amazon en de platformbedrijven als Über en Airbnb tot het netwerk van 21ste eeuwse kapitalisme. [/efn_note] Zo werken ze vooral met de voorkennis van ingewijden, want niet alleen handelen ze met aandelen van ondernemingen waarin ze zelf geïnvesteerd hebben, maar ze speculeren zelfs tegen deze ondernemingen. Voor eigenaren als BlackRock&Co zijn ze de basis van speculaties. Boetes nemen ze daarbij op de koop toe. BlackRock&Co zijn de grootste insiders van het westerse kapitalisme. Ze hebben nauwe verbindingen met concerndirecties (waar ze vaak zelf inzitten), met regeringen (waaruit ze via de draaideur veel politici aantrekken of ministers en ambtenaren leveren), met ratingbureaus (waar ze als aandeelhouder in vertegenwoordigd zijn), met instituten als het IMF en de Europese Centrale Bank ECB (de draaideur weer) en met top-consultbedrijven als PricewaterhouseCoopers die zowel ondernemingen als regeringen adviseren (en waarin ze ook weer aandeelhouder zijn). Zo kunnen BlackRock&Co niet alleen eerder dan anderen lange-termijnontwikkelingen voorzien, maar ze ook vormgeven en ervan profiteren. Dit wordt ook wel voorkennis genoemd. [efn_note] Men spreekt van handel met voorkennis als iemand aandelen of andere effecten koopt of verkoopt terwijl diegene meer informatie over de onderliggende waarde heeft dan de informatie die algemeen beschikbaar is, dus als hij over voorwetenschap of voorkennis beschikt. Handel met voorkennis wordt gezien als een vorm van marktmisbruik.[/efn_note] Blackrock, de grootste kapitaalgroep, met in 2016 een belegd vermogen van 6000 miljard dollar, 2 maal het bpp van Duitsland, heeft een gerobotiseerd superbrein Aladdin (Asset Liability and Debt Derivate Investment Network). In dit programma worden risicofactoren gewogen als regeringswisselingen, oorlogen en militaire acties, aardbevingen, klimaatveranderingen, stakingen en oppositiebewegingen, veranderingen in consumentengedrag, faillissementen en imagocampagnes. [note note_color="#cccddd" class=" notitie45procent_rechts "] De auteur: Werner Rügemer (° 1941) studeerde literatuur, filosofie en economie. Hij was actief als journalist en doceerde aan de universiteit van Keulen. Hij publiceerde een hele reeks boeken met kritische analyses van de kapitalistische samenleving, o.a. over internetbedrijven, publiek-private samenwerking, privatisering, corruptie, het dwarsbomen van vakbonden, ... Banken konden zijn aanklachten niet appreciëren en spanden diverse processen tegen hem in. Rügemer is ook actief in diverse verenigingen. Hij is medestichter van Aktion gegen Arbeitsunrecht, is lid van Transparency International en van de wetenschappelijke raad van Attac Deutschland. [/note]   Het komt er vooral op aan hoe men door voorwetenschap beurswinsten kan behalen. Zo zou een tip uit de regering Trump over de moord op de Iraanse generaal Soleimani wel eens miljoenen kunnen opleveren. [efn_note] Counterpunch 9 januari 2020, Meet the CEOs Cashing In on Trump’s Aggression Against Iran.[/efn_note] Naar Europa BlackRock&Co waren in de 90er jaren nog niet internationaal actief, maar dat veranderde snel. Met Duitsland als bruggenhoofd kwamen ze naar Europa en namen ook in Frankrijk, Groot-Brittannië, Zwitserland, Italië een belang in talloze ondernemingen. Blackrock zelf is mede-eigenaar in 17.309 ondernemingen, banken en andere financiële instellingen wereldwijd en heeft 70 vestigingen in 30 staten. Het zwaartepunt ligt in de Verenigde Staten en de Europese Unie. Omdat BlackRock&Co ook aandelen in elkaars organisaties hebben gaat het om een superkartel! In Duitsland In Duitsland ging het echt snel met de regering Schröder van SPD en Grünen. Belastingverlagingen en investeringssubsidies voor ondernemingen en 'hervormingen’ van de arbeidsmarkt die werkers ontrechtten, arbeid flexibeler maakten, werkloosheidsuitkeringen verlaagden en werklozen disciplineerden. In 2004 liet de  Duitse regering advertenties plaatsen met als tekst ‘Duitsland is Europees kampioen en de meest aantrekkelijke investeringslocatie’. Larry Fink, de baas van BlackRock, moedigde Duitse topmanagers aan geen langdurige arbeidscontracten meer te geven. Ondertussen zijn BlackRock&Co in alle DAX-ondernemingen [efn_note] De Duitse aandelenindex, beter bekend onder de afkorting DAX [/efn_note] vertegenwoordigd met rond de 5% of meer van de aandelen. Voorts zijn BlackRock&Co mede-eigenaars in honderden andere Duitse ondernemingen en sowieso in duizenden Amerikaanse ondernemingen die in Duitsland en de EU actief zijn, waaronder Apple, Microsoft, Amazon, Facebook, enz. Bovendien zijn BlackRock&Co veruit de grootste privé-eigenaren van honderdduizenden huurwoningen in Duitsland. Het gaat hier voornamelijk om bedrijfswoningen van geprivatiseerde bedrijven die op advies van bovengenoemde consultatiebedrijven zijn verkocht. De huurpraktijken zijn eenvoudig: in de kleine steden en buitenwijken laat men de woningen vervallen, in de grootstedelijke gebieden renoveert men naar luxewoningen, verdrijft men de oude huurders en jaagt men de huren omhoog. In Frankrijk In Frankrijk verschafte de Minister van Financiën Lagarde [efn_note] Christine Lagarde is nu directeur van de Europese Centrale Bank. [/efn_note] in de regering Sarkozy belastingvoordelen aan buitenlandse investeerders, maar kon nog geen arbeidshervormingen door zetten. Dat lukte onder de ‘socialist’ Hollande wel die met advies en hulp van Minister van Economie, Macron, de financiële, belasting- en arbeidsverhoudingen massief dereguleerden. Het moge duidelijk zijn dat BlackRock&Co zeer blij zijn met Macron. Enige maanden na zijn verkiezingsoverwinning nodigde Macron de 21 grootste kapitaalgroepen op het Élysée uit en vroeg om te investeren in Frankrijk: “Kies Frankrijk” was de leus en de staatsaandelen van de Franse spoorwegen en het olieconcern Engie staan te koop. Typerend is dat de bijeenkomst in de zaal plaatsvond waar normaal de regering vergadert. Zo werd BlackRock in enkele jaren tot de grootste kapitalist van Frankrijk. De aandeelwaarde van 18 van de 40 CAC-ondernemingen [efn_note] De CAC 40 is de aandelenindex van de 40 belangrijkste bedrijven aan de Franse beurs. [/efn_note] bedraagt 35 miljard dollar, terwijl in 2016 het totale bezit van BlackRock in Frankrijk 150 miljard waard was. Ook adviseerde Blackrock bij de heftig omstreden pensioenhervormingen in Frankrijk. Ze wil het pensioengeld graag gaan beheren. De directeur van de Franse tak van BlackRock, Cirelli, werd onlangs alvast opgenomen in het Légion d’Honneur. In Groot-Brittannië In Groot-Brittannië is de eens zo omvangrijke automobielindustrie totaal door buitenlandse ondernemingen opgekocht. Britse merken als Bentley, Jaguar en Vauxhall zijn in handen van BMW, VW, Ford, Toyota, Honda en andere buitenlandse ondernemingen. Ook overige oude en nieuwe industrie, detailhandel en infrastructuur als vliegvelden, havens, spoorwegen, tolbruggen, energiecentrales, waterwerken, klinieken, verpleeghuizen, media en land- en grootstedelijke eigendommen zijn grotendeels eigendom van buitenlandse investeerders, waaronder oligarchen en belastingontduikers uit rijke en uitgebuite landen van alle continenten. Ook in Groot-Brittannië behoort BlackRock tot de drie belangrijkste investeerders in de 100 belangrijkste Britse ondernemingen van de FTSE. [efn_note] De Financial Times Stock Exchange Index is de belangrijkste graadmeter van de effectenbeurs van Londen. [/efn_note] Ze zijn mede-eigenaren bij Shell, British Petroleum, Astra Zeneca, Mark&Spencer. In 2014 stimuleerde de Britse Minister Van Financiën, George Osborne, de ‘pensioenrevolutie’ van de BlackRock-lobby. De pensioenen kunnen sindsdien ook in het speciale BlackRock-product ETF [efn_note] Exchange Traded Fund, een indexaandeel [/efn_note] belegd worden. BlackRock kocht de ETF-afdeling van de Barclaysbank en bouwde het uit tot een product dat wereldwijd op beurzen verhandeld wordt. Osborne vergaderde als minister regelmatig met BlackRock-vertegenwoordigers en is nu naast parlementlid, voor vier dagen per maand voor  jaarlijks 750.000 euro bij BlackRock in dienst. Zijn opdracht is de pensioenhervormingen bij de Europese Commissie in Brussel te bevorderen, wat na Brexit wel ingewikkelder wordt. In Zwitserland Ook in het belastingparadijs Zwitserland domineert BlackRock&Co. Als grote aandeelhouders van banken als Credit Suisse, JPMorgan en Deutsche Bank zijn ze mede-eigenaren van UBS. UBS is de grootste vermogensbeheerder ter wereld. Het beheerde vermogen was in 2004 zo’n 2.250 miljard Zwitserse franken. Tevens zijn ze grootaandeelhouders in een reeks van grote Zwitserse ondernemingen. BlackRock&Co hebben bovendien het vermogensbeheer van de Zwitserse ouderdoms- en invalidenverzekering AHV/AVS in handen gekregen. Nadat de president van de Zwitserse Nationale Bank, Philipp Hildebrand, wegens ‘onregelmatigheden’ moest aftreden, werd hij onmiddellijk als Europa-vertegenwoordiger van BlackRock aangeworven. In Italië In Italië zijn BlackRock&Co vergelijkenderwijs minder wijdverbreid en diepgaand vertegenwoordigd als in Duitsland en Frankrijk. Hier zijn nog resten van de oude staats- en familiebedrijven over. Vooral de Chinese Centrale Bank, Peoples Bank of China (PBOC), kocht zich in de gammele banken Unicredit, Monte di Paschi di Siena en Intesa Sanpoalo in. Het is aan te nemen dat de nieuwe en oude familieclans - Agnelli, Benetton, Armani en Berlusconi - die aan de onderontwikkeling van het land en het politieke populisme bijdragen hun kapitaal steeds meer aan BlackRock&Co zullen toevertrouwen. BlackRock adviseert zelfs de Europese Commissie en de ECB In 2012 bezocht de Minister van Financiën van Obama, Timothy Geithner de Duitse Minister van Financiën, Schäuble, tijdens zijn vakantie. Geithner had BlackRock na de crisis met de redding van de banken en verzekeringsinstellingen belast. Hij drong er bij Schäuble op aan om de geldhoeveelheid te verhogen. Kort erna werd BlackRock adviseur van de Europese Centrale Bank (ECB) en verklaarde ECB-voorzitter Mario Draghi “al het mogelijke te zullen doen" voor de euro... Zo adviseert BlackRock bij de aankoop van ondernemings- en staatsobligaties en organiseerde de stresstest voor de vier grootste banken in de EU waarin ze zelf áandeelhouder is. BlackRock zette de risicoanalyses op voor de bankenreddingen in Ierland, Griekenland, Groot-Brittannië en Cyprus. Zo was een groep BlackRock-medewerkers tegelijk met de Troika [efn_note] Het samenwerkingsverband onder leiding van Jeroen Dijsselbloem dat namens de Europese Unie, de Europese Centrale Bank en het Internationale Monetaire Fonds toezicht moest houden op de door deze instellingen verstrekte kredieten aan noodlijdende Europese lidstaten. [/efn_note] onder de codenaam ‘project Solar’ in Athene en onder de naam ‘Claire’ in Cyprus bezig de eigen belangen veilig te stellen. Door de advisering van de ECB waren ze goed op de hoogte. Zo is BlackRock direct betrokken bij de voorstellen rond het Plan PEPP (Pan European Personal Pension). Met het kwaliteitszegel van BlackRock, maar zonder uitkeringsgarantie, zouden werknemers in de EU-lidstaten dit aanbevolen financiële product voor hun oude dag moeten kopen. Daarvoor maakt George Osborne in Brussel reclame en ... krijgt hij van BlackRock een salaris van jaarlijks 750.000 euro. De andere BlackRock lobbyist, de eerder genoemde Hildebrand, dringt op de grensoverschrijdende fusie van Europese banken aan, pleit voor de ontmachting van nationale financiële toezichthouders en wil een centraal bankentoezicht onder controle van de ECB. Met advies van BlackRock natuurlijk! Een schat aan informatie Het boek van Werner Rügemer biedt een schat aan informatie over de werkwijze van het kapitalisme in het digitale tijdperk. Zorgvuldig opgetekend uit honderden bronnen probeert Rügemer inzicht te geven in de grootschalige financialisatie van het hedendaagse kapitalisme. Hij legt het netwerk van verbindingen bloot, waarmee hij de grote macht en werking van het kapitaal toont. Hij toont aan dat deze hedendaagse kapitalisten overal binnendringen. Ze hebben een bijna onontwarbare incestueuze vorm van kruisbestuiving tussen duizenden bedrijven gecreëerd die adviseren over dereguleren en privatiseren en daarmee controleren en profiteren om uiteindelijk te incasseren. Rügemer grootste verdienste is het gedetailleerd blootleggen van dit gigantische web van kapitalistische belangen. Om volledig te zijn moet Rügemer soms wat opsommerig te werk gaan, maar zijn boek blijft goed begrijpbaar en leesbaar. Verwacht geen diepzinnige theoretische bespiegelingen, maar gewoon helder en vooral onthullend hoe het kapitalisme in de hedendaagse praktijk werkt. Geheimhouding, lobbyen achter de schermen is hun grootste troef. Openbaarmaking de onze. Omdat we nog lang niet alle onderdelen van dit boek behandeld hebben zullen we er in volgende bijdragen op terug komen.  

“Podemos kan het bestuur in Spanje veranderen”

14/01/2020 - 13:27

Tommy Greene en Eoghan Gilmartin (*) 14 januari 2020 Dit artikel verscheen op 7 januari 2020 in Jacobin. Nederlandse vertaling door Ander Europa. [spacer size="40"] Het was decennia geleden dat er in het Spaans parlement nog eens zo’n krachtig weerwoord was geweest tegen de retoriek van de ‘verdediging van het vaderland’. Zich verzettend tegen de toenemende nationalistische politiek verklaarde Pablo Iglesias op 7 januari aan een opgewarmd Congres [efn_note] Vertaalde uittreksels en video op De Wereld Morgen.[/efn_note] dat het echte ‘verraad’ tegenover Spanje erin bestaat “de rechten van de werkenden aan te vallen, publieke huisvesting te verkopen aan aasgierfondsen en de welvaartstaat met zijn openbare diensten te privatiseren”. Voor uiterst rechts tot wie Iglesias zich richtte, vormen hij en zijn medestanders simpelweg een bende op hol geslagen populistische communisten en regionale nationalisten. In de ogen van Spaans-nationalistische partijen zoals Vox is de leider van Podemos het boegbeeld van een ‘anti-Spaanse’ troep die bediend wordt door een machtwellustige ‘sociopaat’ in de figuur van eerste minister Pedro Sánchez. De kern van het debat waren de vooruitzichten voor het historisch coalitieakkoord tussen de centrumlinkse socialistische Partij (PSOE) van Sánchez en Iglesias’ Unidas Podemos, bij de inzwering op 7 januari van de nieuwe Spaanse regering. Nu met steun van Catalaanse en Baskische regionalisten en een bonte verzameling onafhankelijken vormen de twee partijen, na jaren van valse start, uiteindelijk wat ze noemen een ‘progressieve coalitie’, of in de woorden van de tegenstanders: een ‘Frankensteinregering’. Zo’n coalitie had er al lang moeten zijn, na een decennium van soberheidsbeleid na de financiële crash en na Spanjes ernstigste constitutionele crisis sinds het land in de jaren ‘70 de overgang naar de democratie maakte. Sinds Podemos bijna vijf jaar geleden het tweepartijensysteem [efn_note] Bedoeld is het alleen-regeren van ofwel de rechtse Partido Popular, of de centrumlinkse PSOE. [Noot van de vertaler][/efn_note] opengooide was een dergelijke coalitie met de PSOE steeds onmogelijk gebleken, zelfs wanneer dat rekenkundig mogelijk was. Dat veranderde allemaal met de algemene verkiezingen van november 2019. De linkse partijen verloren anderhalf miljoen stemmen (waarvan 800.000 bij de PSOE) en Sánchez vond geen mogelijkheid om een akkoord te sluiten aan de rechterzijde. Hij werd er uiteindelijk toe verplicht de weg in te slaan naar de ‘progressieve‘ agenda waar hij tot dan toe alleen maar vaag naar verwezen had. Na de vorige algemene verkiezingen van april 2019 was het zomerse coalitieoverleg tussen PSOE en Podemos gepolariseerd, en door Sánchez’ partij vaak met kwade trouw gevoerd. Maar door de electorale tegenslag in november, zowel voor PSOE als Podemos, in een klimaat van toenemende nationalistische spanningen naar aanleiding van de Catalaanse kwestie, werden ze vlug naar een coalitie gedreven. [caption id="attachment_18180" align="alignleft" width="350"] Sánchez en Iglesias. Cartoon door Luis Grañena in ctxt.es, een website met CC BY-NC 4.0 licentie.[/caption] In een periode waarin links in Europa een teruggang kent zal deze regering de meest linkse zijn in het hele continent. Ze zal het niet alleen moeten doen zonder internationale bondgenoten, maar ze zal ook moeten werken binnen de beperkingen van de Spaanse constitutionele crisis, de Europese budgetregels, en de virulente tegenkanting van rechts en van de belangrijkste Spaanse economische en media krachten. Gedurende jaren zijn deze krachten erin geslaagd een PSOE-Podemos coalitie te blokkeren. Er is geen twijfel dat ze zullen proberen deze regering met een flinterdunne meerderheid te neutraliseren, of zelfs te elimineren. Maar niettegenstaande deze grote uitdagingen zijn er ook positieve vooruitzichten. De formatie van Pablo Iglesias zal ook ministerposten bezetten, posten waarvan ze sinds lang denkt dat ze onmisbaar zijn om de wispelturige PSOE aan haar beloften te houden van sociale hervorming en democratische vernieuwing. Naast de benoeming van Iglesias zelf als vice eerste minister zal er voor Podemos ook een belangrijke portefeuille zijn voor Yolanda Diaz als minister van arbeid, en voor Irene Montero als minister voor gelijkheid. Izquierda Unida [efn_note]Izquierda Unida is de partner van Podemos in Unidas Podemos. Izquierda Unida ontstond in de jaren ’80 als coalitie rond de Spaanse communistische partij.[Noot van de vertaler] [/efn_note] stuurt leider Alberto Garzón als minister van consumentenzaken, die daarmee de eerste communistische minister wordt in meer dan 80 jaar. Er werd ook aangekondigd dat de bekende socioloog en theoreticus van de sociale bewegingen Manuel Castells minister wordt voor de universiteiten op voorstel van En Comú Podem, de Catalaanse vleugel van Podemos.   Beperkingen   Het regeringsprogramma dat verleden week goedgekeurd werd weerspiegelt onvermijdelijk de veranderde machtsbalans voor Spaanse links sinds de doorbraak van Podemos vier jaar geleden. Toen er voor het eerst sprake was van een coalitie kon Iglesias aandringen op onderhandelingen onder gelijken. Inderdaad, bij de verkiezingen van december 2015 scheelde het maar 1,5% of zijn partij stak de PSOE voorbij. Maar de besprekingen vielen in duigen onder druk van de rechtervleugel van de PSOE en van de belangrijkste economische machtscentra. De media en corrupte elementen binnen de politie trokken ook aan hetzelfde zeel om Podemos te criminaliseren via een reeks gefabriceerde schandalen. De daaropvolgende periode werd gekenmerkt door splitsingen in Podemos, een zekere vermoeidheid bij de anti-soberheidbeweging en een heroriëntatie van de Spaanse politiek rond een scherpe nationalistische verdeeldheid, wat slopend was voor de partij. Podemos voerde vrij goede campagnes bij de twee opeenvolgende verkiezingen in 2019, leed daarbij aanzienlijke verliezen maar behield toch meer steun dan gevreesd. De 38 zetels bij de verkiezingen van november 2019 waren er nog steeds bijna dubbel zoveel als het historisch record van radicaal links (de 21 zetels van Izquierda Unida in 1996), maar toch ver verwijderd van de 120 zetels van de PSOE en het eigen record van 69 zetels bij de eerste verkiezingsdeelname in december 2015. Tijdens de verkiezingsnacht maakte Iglesias zich sterk dat de prijs die zijn partij zou vragen om een PSOE-regering te steunen niets minder was dan een complete coalitieovereenkomst. Maar na het voorakkoord voor de vorming van een dergelijke regering zag hij ook in dat hij als kleinere broer pijnlijke toegevingen zou moeten doen. Dat betekende afstand nemen van kernmaatregelen van het programma, zoals de nationalisatie en omvorming tot publieke Investeringsbank van de geredde bank Bankia, het opzetten van een publieke energiemaatschappij en de door Podemos voorgestelde belasting op bankwinsten, bedoeld om de 60 miljard euro te recupereren die bij de redding in 2011 waren verloren gegaan. Maar de belangrijkste toegeving is wellicht het aanvaarden van de begrotingsregels van de Europese Unie. Het coalitieakkoord verplicht de regering tot “instemming met de begrotingsdiscipline om zo de houdbaarheid van de overheidsbudgetten te garanderen”. In de paragraaf getiteld “Belastingsrechtvaardigheid en evenwichtige budgetten” belooft het akkoord nieuwe sociale programma’s en een geleidelijke belastinghervorming, maar onderstreept ook de ‘begrotingsverantwoordelijkheid’ en de ‘vermindering van het begrotingstekort en de overheidsschuld op een manier die verenigbaar is met economische groei en jobcreatie’. De balans tussen deze twee strijdige doelstellingen zal ongetwijfeld over de toekomst van deze regering beslissen.   Sociale vooruitgang   Na de publicatie van het programma hebben sommigen bij antikapitalistisch links gewezen op de weg die Podemos doorlopen heeft sinds de partij bij de stichting in 2014 er zich toe verbond om een schuldaudit te organiseren en te weigeren de illegitieme delen van de Spaanse overheidsschuld te betalen. Maar Europa in haar geheel bevindt zich nu in een zeer verschillende situatie. De golf van linkspopulistische krachten die zich tegen het politiek establishment verzetten - de beweging rond Corbyn, SYRIZA, La France Insoumise - is nu duidelijk op zijn retour. De verkiezingsresultaten van Podemos passen ook in dit bredere kader. Nochtans valt in het coalitieakkoord de belofte op voor talrijke sociale en democratische stappen vooruit. Na een decennium van aanvallen op arbeiders- en burgerrechten komen in het akkoord, ondanks zijn beperkingen, een hele reeks krachtige maatregelen aan bod die gericht zijn op de sociale en territoriale crisissen van het land. Wat betreft werkersrechten verbindt het coalitieakkoord er zich toe de neoliberale hervormingen in te trekken die de conservatieve Partido Popular in 2012 doorvoerde; deze hervormingen hielden een verzwakking in van de collectieve onderhandelingspositie en vergemakkelijkten het voor bedrijven om te ontslaan, inclusief omwille van ziekteverzuim. Maar de coalitie zal geen komaf maken met de hervormingen van de arbeidsmarkt die de PSOE in 2010 doorvoerde. De regering zal ook het minimumloon met een derde verhogen in de loop van de legislatuur, en een nieuw charter van arbeidsrechten opstellen om het hoofd te bieden aan precaire levensomstandigheden. In het regeerakkoord staan ook belangrijke eisen van de feministische en huisvestingsbeweging. In het oog springend is controle op de huurprijzen - iets waartegen de PSOE zich verzette tijdens de onderhandelingen - en een nieuw programma voor gratis publieke kindercrèches voor kinderen tot drie jaar. Er komt wetgeving op gelijkheid in het ouderschapsverlof, met betaalde afwezigheid uitgebreid tot 16 weken voor zowel moeders als vaders. Wat betreft de versterking van de openbare dienstverlening zal het collegegeld aan de universiteiten verminderd worden tot het niveau van voor de crisis. Investeringen in het gezondheidssysteem verhogen van 5,9% naar 7% van het BBP, terwijl de outsourcing van diensten zal verminderd en vertraagd worden. Er zijn ook belangrijke maatregelen voor progressieve belastingen, waaronder een verhoging met 2% voor inkomsten boven 130.000 euro per jaar, toenemend tot 4% voor inkomens boven de 300.000 euro. Daarnaast ook een ‘Tobin tax’ op financiële transacties, een ‘Googlebelasting’ op grote techbedrijven die hun belastingen elders declareren en een verhoging met 4% op kapitaalwinsten boven de 140.000 euro. Nog andere belangrijke hervormingen zijn het intrekken van de Spaanse ‘muilkorfwet’ [efn_note] Zie Ander Europa, De Spaanse ‘muilkorfwet’ of de dreiging van de Staat [Noot van de vertaler][/efn_note], het invoeren van een wettelijke regeling op euthanasie, het verbod op het openbaar ophemelen van het franquisme, en het verdiepen van de Spaanse wet op het historisch geheugen, waaronder een audit over de de diefstal van rijkdommen en bezittingen door de fascisten op het eind van de Burgeroorlog.   Een constitutioneel dilemma   Een ander domein waar de coalitie belangrijke vooruitgang betekent voor links in het algemeen, te midden van een ongunstig politiek klimaat, is de netelige kwestie van de Spaanse grondwet. Aangemoedigd door de achteruitgang van links in heel het continent is Europees rechts in toenemende mate bezig met de hervorming van het publieke discours rond thema’s in een cultuurstrijd die munt slaat uit de tekorten van de traditionele media, en zoveel mogelijk probeert te scoren rond reactionaire culturele twistpunten via nieuwere web-gebaseerde mediakanalen. Links heeft geprobeerd deze aanvallen af te slaan, zoals recent bleek bij de Britse Brexit-gedomineerde verkiezingen. Dat was ook duidelijk te zien in de televisiedebatten tijdens de Spaanse verkiezingscampagne in november. Hier in Spanje is de kwestie die rechts het meest toeliet een cultuuroorlog te voeren en de ‘vijanden van Spanje’ te demoniseren de constitutionele crisis uitgelokt door het onafhankelijkheidsstreven in Catalonië. Rechts heeft een aantal PR-stunts opgezet die zo uit de scenario’s kwamen van Donald Trump en figuren van Europees extreemrechts zoals Marine Le Pen en Matteo Salvini. De invloed uitgaande van dergelijke boodschappen, gelijktijdig met de weerslag van het proces van de Catalaanse onafhankelijkheidsleiders, resulteerde in aanzienlijke vooruitgang voor Santiago Abascal’s Vox, de laatste loot aan Europa’s extreemrechtse opstandbeweging. De nieuwe PSOE-Podemos regering echter berust op een akkoord met een heel andere kracht, de Catalaanse Republikeinse Linkspartij (ERC, Esquerra Republicana de Catalunya), die noodzakelijk is voor een parlementaire meerderheid en het goedgekeurd krijgen van wetsvoorstellen. De verhouding tussen PSOE en ERC is een heel pak verbeterd sinds de verkiezingen van november. Oriol Junqueras, leider van ERC, heeft ondertussen al een jaar in de cel doorgebracht en staat voor een gevangenschap van 13 jaar wegens rebellie; de unionistische retoriek van de harde lijn gebruikt door de PSOE gedurende de verkiezingscampagne leek wel tot een breuk te leiden die achteraf moeilijk zou kunnen hersteld worden. En toch, alhoewel de verhoudingen niet echt harmonieus zijn, zijn de spanningen van de voorbije herfst de laatste weken opzijgeschoven. Dit vereiste heel wat politieke maturiteit van ERC: aanknopen met de PSOE, terwijl de ERC-leiders vastgehouden worden als politieke gevangenen. Dat staat ook in sterk contrast met de obstructie gevoerd door de andere onafhankelijkheidkrachten: het centrumrechtse Junts Per Catalunya en het radicaal linkse CUP (Candidatura d'Unitat Popular), die beiden stemden, samen met de Spaanse nationalistische partijen tegen het premierschap van Sánchez. ERC kon echter belangrijke toegevingen losfutselen in ruil voor de toezegging tot onthouding bij de investituurstemming. Zo was er de aanbeveling door de openbare aanklager (officier van justitie) aan het hooggerechtshof dat de immuniteit als Europees parlementslid van Junqueras zou erkend worden. Daarnaast ook het opzetten van een onderhandelingstafel tussen Madrid en Barcelona, verdergaand dan de bilaterale commissie voorzien in het Catalaans autonomiestatuut van 2006. Voorts een overeenkomst om voorstellen goedgekeurd aan de onderhandelingstafel voor te leggen aan een publieke stemming in Catalonië, en naar verluidt de mogelijkheid voor een nieuw autonomiestatuut voor de regio. Maar om de spanning rond de Catalaanse kwestie te milderen was het noodzakelijk om rond de pot te draaien in verband met de meest omstreden grondwettelijke kwesties. Zoals de journalist Lola García zei lijkt het akkoord tussen PSOE en ERC haast op een ‘bloemlezing van dubbelzinnigheden’. De ERC kan erop wijzen dat ze door hard onderhandelen toegevingen behaalde die verder gaan dan de beloftes van het verguisde statuut van 2006, met het vooruitzicht van nog beter in de toekomst. De PSOE van haar kant kan bogen op de onderhandelde erkenning dat iedere stap naar meer zelfbeschikking moet plaatsvinden binnen het kader van de huidige Spaanse grondwettelijke regeling. In het bijzonder kan de belofte van ERC om ‘institutioneel loyaal’ te blijven verkocht worden aan de kopstukken van de PSOE als de bevestiging van die grondwettelijke regeling en een impliciet verzaken aan een eenzijdige weg naar onafhankelijkheid. Er wordt gehoopt dat dit ademruimte schept voor een zinnige dialoog tussen Madrid en Barcelona, wat enkele maanden geleden nog onmogelijk leek. De noodzakelijke constructieve dubbelzinnigheid die aan de basis ligt van het akkoord vormt echter ook de inherente broosheid ervan. In het beste geval houdt het akkoord stand door het inzicht van politieke noodzakelijkheid onder drie partijen die elk op zich onder druk staan. Theoretisch kan het akkoord op elk ogenblik opgeblazen worden, en het lot van deze regering zal grotendeels afhangen van de mate waarin het kan weerstaan aan controverses en aanvallen door Spaans rechts.   Druk van de elite   Historisch gezien kan het regeringsprogramma bestempeld worden als gematigd sociaaldemocratisch, in de eerste plaats bekommerd om de sociale bescherming te herstellen en de welvaartstaat te versterken na een decennium van soberheidspolitiek na de financiële crisis. Maar hoe gematigd ook, de Spaanse elites zullen zich over de hele lijn en permanent verzetten, zodat een onophoudelijke politieke inzet van de coalitiepartners nodig zal zijn. Iglesias schreef daarover in een brief aan de leden van Podemos:

“Rechtse partijen en de media-arm van de economische machten zullen hard toeslaan bij iedere stap die we zetten, hoe klein ook: we zullen een minderheid vormen in een regering met de PSOE, waarin we zullen geconfronteerd worden met veel beperkingen en tegenstellingen, en waarin we zullen moeten het hoofd bieden aan veel dingen. En nog eens, er zullen er zijn die veel miljoenen euro’s investeren en vele uren televisie besteden om ons te demoraliseren, frustreren en ons ervan te overtuigen dat we geen kans op slagen hebben.”

De voorbije weken hebben we al gezien hoeveel middelen daarbij ter beschikking staan van de Spaanse oligarchie, toen ze probeerden de onderhandelingen te dwarsbomen met juridische wapens. In december beschuldigden openbare aanklagers het regionale hoofd van Podemos in Madrid, Isa Serra, van openbare rustverstoring omwille van haar deelname aan een protest tegen huisuitzetting zes jaar geleden. En als de onderhandelingen tussen de PSOE en ERC naar een eindpunt gingen maakte de Centrale Verkiezingsraad, die een conservatieve meerderheid heeft, inderhaast een wet om de conservatieve Catalaanse premier Quim Torra en Junqueras te verhinderen hun verkozen functie op te nemen. De misdaad ter staving van Torra’s uitsluiting was zijn weigering om gele stroken te verwijderen van openbare gebouwen, opgehangen ter ondersteuning van de Catalaanse gevangenen. De PSOE-Podemos coalitie kan nog veel meer dergelijke ‘juridische oorlogsvoering’ verwachten want de elites en de rechtse partijen zijn van plan hen constant met wettelijke middelen en de daaraan gekoppelde controverses in de media uit te dagen. In een dergelijke hogedrukatmosfeer zal het centristisch instinct van Sánchez waarschijnlijk vroeg of laat op de proppen komen. Zijn leiderschap van de PSOE was gekenmerkt door constante tactische zwenkingen; zijn weigering om een coalitie te vormen met Podemos verleden zomer was hoofdzakelijk te wijten aan zijn terughoudendheid om te regeren tegen de economische elites en de rechtervleugel van zijn eigen partij in. Nu de werkgeversunie (CEOE) hard van leer trekt tegen de voorgenomen economische hervormingen van de coalitie (ze noemt ze ‘dichter bij het populisme dan bij de economische orthodoxie’) zal de verleiding voor de PSOE groot zijn om haar toezeggingen te doen verwateren, als ze al niet de meest controversiële ervan inslikt. In de voorbije jaren betoogde Iglesias dat alleen de aanwezigheid van Podemos in een kabinet kon verzekeren dat een door de PSOE geleide regering de nodige hervormingen zou doorvoeren. Voor hem is het gevaar om op sleeptouw genomen te worden en als kleine coalitiepartner zijn radicale identiteit te verliezen een risico dat men er moet bijnemen. In oktober zei Juan Carlos Monedero, medestichter van Podemos, daarover in Jacobin:

“Een op verandering gerichte (transformatieve) politieke kracht kan zich niet beperken tot protest, maar moet de belofte waarmaken dat je dingen via verkiezingen kunt veranderen. We hebben Podemos opgericht met de duidelijke bedoeling om te regeren, en als een instrument om alternatieven uit te werken, en niet enkel een oppositionele kracht te zijn. We willen daarmee niet beweren dat er geen risico’s zijn. De institutionele logica van het besturen zou ertoe kunnen leiden dat onze transformatieve ingesteldheid verstikt wordt. Het is daarom essentieel dat onze regeringsdeelname gecombineerd wordt met een versterking van onze buitenparlementaire structuren.”

In de voorbije vijf jaar heeft Iglesias bewezen niet alleen een briljante communicator te zijn, maar ook een scherpzinnige politieke actor. Hij stak de kop terug boven water zelfs na herhaaldelijk afgeschreven geweest te zijn. Met minister van arbeid Yolanda Diaz heeft de Spaanse werkende klasse een bewezen bondgenoot; verleden jaar werd ze er nog van beschuldigd weerstand te bieden aan de veiligheidsdiensten toen ze met twee andere volksvertegenwoordigers van Podemos tussenkwam om stakende arbeiders te verdedigen tegen charges met de wapenstok van de politie. Om de aanwezigheid van Podemos en het kabinet te doen wegen zullen de partijleiders middelen moeten vinden om druk uit te oefenen op de PSOE, in het bijzonder door momenten van verhoogde sociale mobilisatie te baat te nemen om Sánchez niet van koers te doen veranderen. Dat zal allemaal niet gemakkelijk zijn. Maar geconfronteerd met toenemend Spaans nationalisme is het alternatief voor dit experiment dat centrum links en radicaal links samen brengt een regering van hard rechts en extreemrechts. Zo bekeken is mislukking geen optie.   (*) Tommy Greene is een freelance journalist en vertaler gevestigd in Madrid. Eoghan Gilmartin is schrijver, vertaler en medewerker van Jacobin, eveneens gevestigd in Madrid.

‘België zou de NAVO beter de rug toekeren’

12/01/2020 - 20:11

Vrije tribune door Ludo De Brabander, Vrede vzw Paula Polanco, intal Bram Vranken,Vredesactie Samuel Legros, CNAPD verschenen in Knack  11 januari 2020   Zeventien jaar na de invasie van Irak leek de wereld opnieuw af te stevenen op een desastreuze oorlog in het instabiele Midden-Oosten. Voorlopig lijkt een verdere escalatie van het conflict tussen de VS en Iran afgewend, maar een kleine vonk kan voldoende zijn om het te doen escaleren. Het Amerikaans sanctieregime wordt nog versterkt en over en weer klinkt er nog dreigende taal. De VS spelen met vuur. De buitenrechtelijke executie van Qasem Soleimani met droneraketten, wat ook zijn misdaden zijn, is niet alleen een provocatieve oorlogshandeling, maar ook een schending van het internationaal recht. We mogen niet tolereren dat de Amerikaanse president Donald Trump voortdurend de internationale rechtsorde ondermijnt. We kunnen niet aanvaarden dat België en de andere lidstaten van de Europese Unie deze manier van optreden niet duidelijk veroordelen. Oproepen voor vrede worden systematisch bekritiseerd. 'Ben je tegen de oorlog, dan steun je het misdadige Iraanse regime', zo luidt het hier en daar. Het is een binaire opstelling die doet denken aan de discussies in de aanloop naar de oorlog tegen Irak in 2003. Ook toen luidde de beschuldiging dat de vredesbeweging met haar anti-oorlogsstandpunt van dictator Saddam Hoessein een anti-imperialistische held maakte. Onzin natuurlijk. Veel vredesorganisaties veroordeelden de repressie van Saddam Hoessein tegen zijn bevolking en deden dat ook toen diens troepen Iran aanvielen wat trouwens gebeurde met de steun van de VS. Zij klaagden de Amerikaanse en Europese bewapening aan van de dictatuur in Bagdad, waaronder ook producten voor de aanmaak van chemische wapens. [caption id="attachment_18174" align="aligncenter" width="600"] Belgische delegatie op de NATO-tegentop in Warschau, 9 juli 2016 (Foto Vrede vzw en No To Nato)[/caption] De ruïnes van de Brits-Amerikaanse Golfoorlog De vredesbeweging waarschuwde destijds voor de nefaste gevolgen van de oorlog in Irak en kreeg jammer genoeg gelijk. Zoals dat ook het geval was voor de militaire interventies in Afghanistan, Libië en Syrië. Het is nodig om er aan te herinneren dat de Islamitische Staat, de Iraakse vluchtelingenstroom en de invloed van Iran in de regio het gevolg zijn van de destabiliserende en verwoestende Brits-Amerikaanse Golfoorlog die vele honderdduizenden slachtoffers heeft geëist. Nu dreigt de geschiedenis zich te herhalen, maar in media en politiek tekenen we stemmen op die dat alweer lijken te zijn vergeten. De gevolgen van een nieuwe oorlog zullen zonder twijfel catastrofaal zijn. En dat op de eerste plaats voor de Iraanse en Iraakse bevolking die al zwaar op de proef is gesteld in een regio die door geostrategische belangen zwaar is gedestabiliseerd. Zij die de buitenrechtelijke executie van een hoge Iraanse generaal toejuichen of zich in medeplichtige stilte hullen, moeten goed beseffen dat de militaire confrontatiepolitiek de autoritaire krachten in beide kampen alleen maar kan versterken. In Irak trekt een jonge generatie - niet in het minst in het sjiitische zuiden van Irak - al wekenlang de straat op. Zij trotseerde harde repressie om in het verweer te komen tegen corruptie, bezetting, voor werk en, ja, tegen de Iraanse en Amerikaanse invloed en machtspositie in haar land. De executie van Qasem Soleimani en de oorlogsretoriek die ermee gepaard gaat is bezig die beweging kapot te maken. Dat geldt ook voor de progressieve krachten in Iran die nu van onpatriottisch gedrag kunnen worden beschuldigd. De VS, die onze regeringen als bondgenoot beschouwen en de dominante macht zijn binnen de NAVO, dragen een grote verantwoordelijkheid voor de destabilisering van de regio. Washington heeft een eind gemaakt aan het politiek proces door zich in mei 2018 terug te trekken uit een goed werkend nucleair akkoord met Iran en het afkondigen van sancties die niet zozeer het regime, maar de bevolking raken. De Europese Unie was het daar niet mee eens, maar weigert daar nog altijd ondubbelzinnig tegen in te gaan en met een alternatief en geloofwaardig plan voor Iran voor de dag te komen. Door zich zo volgzaam te gedragen draagt de Europese Unie bij tot de ontmanteling van het internationaal systeem. Via de NAVO riskeren we voortdurend betrokken te raken bij de Amerikaanse oorlogspolitiek en dus is het beter dat ons land de Alliantie de rug toekeert.   België moet verantwoordelijkheid nemen Als vredesbeweging willen we het consequent opnemen voor de internationale rechtsorde, hoe zwak die vandaag ook moge zijn, en strijden tegen het groeiend militarisme, autoritarisme, imperialisme en unilateralisme. Als lid van de VN-veiligheidsraad moet België (dat nu het voorzitterschap waarneemt) zijn verantwoordelijkheid nemen en alles uit de kast halen om de oorlogslogica waarin de wereld verzeild dreigt te raken, te stoppen. Het VN-Handvest en het internationale recht mag niet verworden tot een vodje papier. De Europese Unie moet afstand nemen van het oorlogsbeleid van het Witte Huis en beide kampen ertoe bewegen om plaats te nemen aan de onderhandelingstafel. Er is geen andere optie. Oorlog zal het Midden-Oosten onvermijdelijk verder destabiliseren en de gevolgen zullen zich wereldwijd laten zien. Daarom zeggen we: stop! Niet in onze naam!

Uw privacy als EU-geschenk aan Washington

09/01/2020 - 16:25

Door Herman Michiel 9 januari 2020   Misschien herinnert u het zich: in april-mei 2018 was er nogal wat zenuwachtigheid bij heel wat  bedrijven, administraties, website-uitbaters of internetwinkels, want op 25 mei werd de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van kracht.   AVG/GDPR Deze Europese verordening, ook bekend als GDPR (General Data Protection Regulation) heeft als bedoeling de privacy van personen te waarborgen door de verwerking van persoonsgegevens door bedrijven en organisaties strikt te reglementeren [efn_note] Deze persoonsgegevens hoeven niet noodzakelijk elektronisch (via e-mail bv.) verzameld en gestockeerd te worden, het kunnen ook steekkaarten, microfiches of andere databestanden zijn. Voor de beveiliging van het elektronisch dataverkeer (e-mail...) is er een aparte E-privacyverordening. Over het gelobby rond dit laatste, zie Corporate Europe Observatory (CEO), Big Data is watching you.[/efn_note].  Dit is verre van overbodig, want om allerlei redenen wordt op persoonsgegevens wereldwijd jacht gemaakt. De commercie wil maar al te graag weten of u geïnteresseerd bent in parfums, citytrips of in detectieveromans, beleggersfirma’s weten graag waar kapitaalkrachtig volk zit, verzekeringen kunnen uw medisch dossier gebruiken om u de schuld te geven van het incident, de farmaceutische sector kan met dat dossier ook wel wat beginnen, enzovoort, en dan hebben we het nog niet over criminele organisaties. Of over die burgemeester die e-mailadressen, verkregen in het kader van een verkavelingswijziging, voor de verzending van verkiezingspropaganda gebruikte (hij kreeg in het kader van de AVG een boete van 2000 € [efn_note]In het eerste jaar van toepassing van AVG werden in totaal voor 56 miljoen € boetes uitgeschreven, waarvan één van 50 miljoen aan het adres van Google. [/efn_note]), of over het onvergelijkbaar veel grotere schandaal over Facebook/Cambridge Analytica. Het is goed dat onze privacy legaal beschermd wordt, het is goed dat de EU zorgt voor een uniforme en grensoverschrijdende regelgeving, want in het digitaal tijdperk zijn onze persoonsgegevens natuurlijk ook in een wip de grens over. Door de Algemene verordening gegevensbescherming zijn wereldwijd alle bedrijven en organisaties gebonden die met persoonsgegevens van ingezetenen van EU-landen omgaan [efn_note] Ook een aantal niet-EU landen zoals Noorwegen en Zwitserland zijn aangesloten bij AVG.  [/efn_note]. Gegevens over EU-ingezetenen mogen door een bedrijf in de EU alleen getransfereerd worden naar een derde (niet-EU) land als bepaalde voorwaarden voldaan zijn. In het gunstigste geval (vanuit bedrijfsstandpunt) bevestigde de EU dat de gegevensbescherming in dit derde land voldoende is, d.w.z. vergelijkbaar met AVG (‘essential equivalence’); het land geniet dan van een zogenoemde ‘adequacy decison’. Is dit niet zo dan moet het bedrijf bij elke gegevensuitwisseling een clausule opnemen, een Standard Contractual Clause (SCC), waarbij het verklaart conform AVG te handelen. We laten het aan de lezer over uit te maken of hij/zij zich hierdoor erg beschermd voelt in zijn privacy. Safe Harbor Dit is allemaal een beetje ingewikkeld, maar deze wereld is nu eenmaal ingewikkeld. Het wordt echter bedenkelijk als men gaat kijken hoe het gesteld is in het geval van de belangrijkste potentiële misbruikers van onze privacy: de grote cyberspace bedrijven, de Gang of Four of GAFA (Google, Apple, Facebook, Amazon).  Amerikaanse bedrijven dus die een quasi-monopolie hebben op het dataverkeer, de online-handel en de datamanipulatie wereldwijd.  Gegevensbescherming in de USA is te zwak opdat ze van een adequacy decison zou kunnen genieten, en de administratie van de USA heeft zich van meetaf aan verzet tegen Europese ‘bemoeiing’ met het doen en laten van de grote succesnummers van het Amerikaans kapitalisme. Washington bedong een aparte regeling, afwijkend dus van de Europese standaards. Zo sloot de Europese Commissie met Washington in het jaar 2000 al het Safe Harbor akkoord; Amerikaanse bedrijven die zich bij dit akkoord aansloten, zo ‘n 4400, konden rustig persoonsgegevens uit Europa naar de USA versluizen. Wat er daarna mee gebeurde heeft de gemoederen in het Brusselse Berlaymontgebouw nooit erg bewogen. Maar op 6 oktober 2015 verklaarde het Europees Hof van Justitie Safe Harbor niet verenigbaar met het Europees recht. Dit was een uitspraak naar aanleiding van een zaak aangespannen door de Oostenrijkse privacy-activist Max Schrems bij de Ierse privacyregulator, wegens het doorspelen van persoonsgegevens door Facebook Ireland aan de moedermaatschappij en bijgevolg aan de NSA. De National Security Agency is de Amerikaanse cyberspionagedienst, dezelfde NSA waarvan bekend werd dat ze de mobiele telefoon van Angela Merkel afluistert. Maar ook van de andere grote high techfirma’s is bekend dat ze een open-deurpolitiek hebben met de spionagediensten, en – voor wat hoort wat – dat de Amerikaanse overheid hun schutsengel is die hen behoedt voor de kwaal van de eerlijke belastingen [efn_note]Zie Norbert Häring, US-Regierung verteidigt Google und Co. gegen Besteuerung [/efn_note]. Onder die omstandigheden moet men weinig illusies hebben dat die overheid streng (of zelfs maar enigszins) zal toezien op de privacyrechten van u en mij. Het is juist dat in de States zelf enig protest ontstond tegen het gesjacher met de privacy, in die mate zelfs dat high techbedrijven hun blazoen proberen op te poetsen door de vraag naar meer ‘transparantie’ in het NSA-optreden. Maar zelfs als hiervan iets zou komen heeft het alleen betrekking op Amerikaanse staatsburgers. De privacy van Europeanen en andere bewoners van deze planeet is pasmunt waarmee hun overheden enige goodwill proberen te winnen van de Washington-hegemon.   Privacy Shield Op het afgeschoten Safe Harbor volgde daarom een nieuw akkoord, Privacy Shield, dat van de Europese Commissie in februari 2016 de adequacy decision kreeg en al in juli van dat jaar in voege trad. Opnieuw een handige regeling voor Amerikaanse bedrijven, want ze moeten slechts een aanvraag doen bij het Amerikaans Ministerie van Handel (DoC) en zich met de Privacy Shield-principes akkoord verklaren om een vrijgeleide te krijgen in hun gebruik van Europese privacydata. Omdat het praktisch onmogelijk is voor Europese burgers een klacht in te dienen als ze zich door Amerikaanse bedrijven (of de NSA...) geschaad voelen in hun privacy werd een troostprijs toegevoegd aan Privacy Shield : een ombudspersoon die klachten zou onderzoeken. Die ombudsinstantie bleek in de praktijk een papieren bestaan te leiden, en Privacy Shield bleek slechts Safe Harbor onder een andere naam te zijn. Privacy-activist Max Schrems en andere verdedigers van het recht op privacy (zoals Privacy International en Access Now) gingen opnieuw in de aanval en opnieuw moet het Europees Hof van Justitie zich uitspreken over de wettigheid van Safe Harbor bis. De uitspraak is nog hangende, maar op 19 december 2019 bracht de advocaat-generaal van dat Hof een  advies uit in de zaak ‘Schrems 2.0’. Hij had scherpe kritiek op Privacy Shield wegens het gebrek aan bescherming van de privacy [efn_note]Zie hierover ook Electronic privacy information center (EPIC), Data Protection Commissioner v. Facebook & Max Schrems (CJEU) [/efn_note]; een definitieve uitspraak wordt in de komende maanden verwacht.   Nieuwe Commissie, meer privacy? Het zal in de nieuwe Commissie von der Leyen zeker niet ontbreken aan commissarissen die zich met digitale materie bezighouden; de privacy-activisten van Access Now tellen er zes! Of dat een zesvoudige garantie is dat er niet langer met persoonsgegevens zal gesjacherd worden is een andere kwestie. Zo is commissaris Thierry Breton (die de gebuisde Sylvie Goulard vervangt) niet alleen verantwoordelijk voor de militaire industrie, maar ook voor de digitale eenheidsmarkt. De geknipte vent voor deze portefeuilles, want deze multimiljonair was tot voor kort président-directeur général  van ATOS, een bedrijf voor ‘digitale dienstverlening’, dat naar eigen zeggen “elke dag oplossingen biedt aan militairen en personeel van de binnenlandse veiligheid”. Op het gebied van de veiligheid van de privacy van burgers claimt ATOS wel geen speciale competenties. Integendeel, in een interview met Les Echos [efn_note] Les Echos, 7 januari 2020. Voor een korte samenvatting in het Engels, zie Euractiv. [/efn_note] suggereert hij dat de EU de slag om de persoonsgegevens als commerciële troef verloren heeft van de States en China, maar dat dit niet zal gebeuren voor de datacommunicatie tussen bedrijven (Business to Business of 'B to B'). Een andere betrokken commissaris is Margrethe Vestager, zoals in de vorige Commissie verantwoordelijk voor het concurrentiebeleid en nu ook voor het ‘digitaal tijdperk’. Het moet gezegd, Vestager legde Google verschillende miljardenboetes op en kreeg daardoor het aura van onverdroten heldin in de strijd tegen de high tech giganten. Maar die boetes waren omwille van inbreuken op de vrije concurrentie, het watermerk van elk Europees beleid. Als mevr. Vestager dezelfde energie aan de dag legt in de verdediging van de privacy van Europese burgers bieden we haar gratis een column aan op deze site.   Oproep

Het kritisch opvolgen van wat in de EU gebeurt rond privacy, digitale rechten en dergelijke is een taak op zich, al was het maar het opvolgen van wat gespecialiseerde ngo’s als Access Now, EDRI, Statewatch, netzpolitik  en diverse andere hierover berichten. We hadden het in dit artikel over een paar aspecten van AVG/GDPR, maar ook over de e-privacyverordening, of Passenger Name Record (PNR) en aanverwante dossiers zou er heel wat te zeggen zijn. Wie zich geroepen voelt om hierin bij te dragen gelieve contact met ons op te nemen.

 

Groot-Brittannië: minimumloon omhoog vanaf 1 april

02/01/2020 - 13:17

2 januari 2020 – De Britse regering kondigde aan dat het minimumuurloon vanaf 1 april 2020 zal verhogen van 8.21 £ per uur naar 8.72 £. Dit is een nominale verhoging met 6.2%, die neerkomt op 930 £ per jaar, of omgerekend aan de huidige koers, 1079 €. Dat geldt voor een fulltime baan voor wie minstens 25 jaar is; de lonen voor leerjongens (apprentices) en min-25 jarigen liggen een stuk lager en verhogen met diverse percentages (zie grafiek).

 

De verhoging zal voelbaar zijn voor 3 miljoen werknemers en boven de inflatie van 1,5% uitkomen. Toch is dit verre van voldoende om de loonstagnatie van het laatste decennium te compenseren; het gemiddeld loonniveau in Groot-Brittannië ligt nog steeds onder dat van voor de financiële crisis. Daarom had Labour een minimumloon van minstens 10 £ per uur op het programma, voor iedere werker vanaf 16 jaar, een bedrag dat zelfs door de Living Wage Foundation, een stichting van een reeks bedrijven,  als passend erkend wordt.

(Deze informatie werd toegevoegd aan het artikel Minimumlonen in de EU)

EU: banken redden ja, voedselbanken helpen nee

30/12/2019 - 16:18

30 december 2019 – Tijdens de eindejaarsperiode worden in veel steden feestmaaltijden aangeboden aan mensen die het jaar in armoede, en wat er vaak bijhoort: eenzaamheid, doorgebracht hebben. Natuurlijk bieden zulke initiatieven geen structurele oplossing voor de armoede en neigen ze soms naar liefdadigheid, maar terzelfdertijd is het een gebaar van daadwerkelijke solidariteit die door de ‘feestelingen’ erg geapprecieerd wordt 1.

Voedselbank Maassluis

Wat in steden in de Nieuwjaarsperiode gebeurt, gebeurt ook in Europa, op grotere schaal en het jaar rond. Er zijn voedselbanken, er worden voedseloverschotten opgehaald bij grootkeukens en warenhuzen en verdeeld over gaarkeukens, vzw’s en allerlei armoedeorganisaties. Geen structurele oplossing, een vorm van kruimelverdeling van wat van de tafels der betergestelden valt, nep-solidariteit van de private sector (die zich op de borst kan kloppen voor haar ‘sociale verantwoordelijkheidszin’ en ondertussen bespaart op de afvalverwerking) maar terzelfdertijd een mogelijkheid tot overleven voor een hele categorie van mensen. De Europese Voedselbankfederatie (FEBA) verdeelde in 2018 via de 418 aangesloten voedselbanken 781 miljoen kilogram voedsel, goed voor dagelijks 4,3 miljoen maaltijden die via 45.700 liefdadigheidsinstellingen uitgereikt worden (grotendeels door vrijwilligers) aan 9,3 miljoen van de armste Europeanen.

Welnu, de Europese Voedselbankfederatie maakt zich zorgen dat de EU de subsidiëring van de FEBA-voedselinzamelacties drastisch zal terugschroeven. FEBA-voorzitter Jacques Vandenschrik ziet in de geplande fusionering van diverse Europese fondsen (Europees Sociaal Fonds ESF, Youth Employment Initiative, het Fonds voor Hulp aan de Minstbedeelden FEAD, het Tewerkstellings- en Sociale Innovatiefonds EaSi en het Gezondheids Actieprogramma) tot één ESF+ fonds, de subsidie voor zijn voedselbanken tot de helft verminderen in de komende budgetperiode 2021-2027 2.

De Europese Commissie wil in het nieuwe meerjarenbudget bezuinigingen doorvoeren om het wegvallen de bijdrage van Groot-Brittannië te compenseren, en om haar monstersubsidie aan de militaire industrie (13 miljard €) te financieren. “Een fout economisch beleid”, aldus Vandenschrik, die vreest dat de vele armen in Oost-Europa de eerste slachtoffers zullen zijn. Natuurlijk verdedigt de de Europese Commissie zich met bureaucratisch gebrabbel (de fusie van verschillende fondsen in het ene ESF+ zou voor betere synergieën zorgen …) en ze roept de lidstaten op om vrijwillig de eigen sociale budgetten op te trekken.

Eens te meer blijkt het ‘Europees sociaal model’ een creatie van Brusselse spindoctors te zijn. Als zelfs caritatieve gewetensussende initiatieven moeten wijken voor investeringen in wapens is dat ‘model’ een wrede grap. (hm)

 

Over pensioenen in Europa en Nederland

25/12/2019 - 16:07

Door Gerrit Zeilemaker 25 december 2019   Sinds de jaren 1990 wordt in Europa de vergrijzing als schrikbeeld verspreid. Waar in Europa het dalende geboortecijfer als ernstige bedreiging van de welvaart wordt gezien, wordt in Afrika het grote aantal kinderen als oorzaak van armoede gezien. De oplossingen van de paniekzaaiers zijn overal hetzelfde, of ze nu door het IMF worden gepresenteerd, door de OESO, de EU, de verschillende overheden, economische onderzoeksinstellingen, of de G30; de pensioenleeftijd moet omhoog, de pensioenen moeten omlaag en geïndividualiseerd. Het probleem is urgent. De pensioenen moeten hervormd. Vooral de jongeren worden tegen ouderen in stelling gebracht. Ouderen dreigen de pensioenpot leeg te eten wordt beweerd. Voor jongeren blijft niets meer over. Opmerkelijk dat deze roerende zorg voor jongeren niet geldt als het om het klimaat gaat. Dan mag eindeloos getreuzeld worden en is van urgentie geen sprake. Jongeren worden ook opgezadeld met studieleningen, (die in Nederland zijn opgelopen tot 19 miljard euro) [efn_note] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/steeds-meer-studenten-lenen-steeds-hogere-bedragen-nationale-studieschuld-stijgt-naar-19-3-miljard-euro~b14e7fd9/ [/efn_note], hebben flexibele en slecht betaalde banen en zijn nauwelijks in staat om een huis te betalen. Niet urgent genoeg soms? De argumenten zijn ook overal hetzelfde; door stijgende levensverwachting en het dalende geboortecijfer neemt het aantal gepensioneerden toe en het aantal werkenden af, minder jongeren moeten voor meer ouderen zorgen. Klinkt logisch, maar wat zijn de werkelijke ontwikkelingen.   Steeds minder werkenden moeten voor steeds meer ouderen zorgen. Is het werkelijk een probleem? Dat Europa vergrijst kan niet ontkend worden, maar is dat voor de pensioenen nu echt wel zo’n probleem? Bovendien neemt de vergrijzing rond 2040 weer af, dus dan denk je: het probleem is te overzien. Niet voor economen, beleidsmakers en het grootste deel van de Europese politici. Laten we kijken naar wat feiten. De arbeidsparticipatie in Europa is gestegen van 66,8% in 2002 naar 73,2% in 2018, een stijging van 9,6%. [efn_note] https://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php?title=Employment_statistics/nl#Arbeidsparticipatie_naar_geslacht.2C_leeftijd_en_opleidingsniveau [/efn_note] Ook in Nederland is 2018 de arbeidsparticipatie weer op het niveau van voor de crisis, mede dankzij een toegenomen participatie van ouderen. In 2019 stijgt deze verder. [efn_note] https://www.cpb.nl/sites/default/files/omnidownload/Macro-Economische-Verkenning-MEV-2019.pdf [/efn_note] Maar ook de gemiddelde leeftijd waarop ouderen met pensioen gaan is aanmerkelijk gestegen. Zo lag in Nederland de gemiddelde pensioenleeftijd in 2006 op 61 jaar, maar was in 2018 al gestegen naar 65 jaar. [efn_note] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/32/werknemers-in-2018-gemiddeld-65-jaar-bij-pensionering [/efn_note] De gemiddelde pensioenleeftijd in Duitsland is 64 jaar en in Frankrijk 62 jaar. Overigens is het gemiddelde pensioen in Frankrijk 1.400 €, in Oostenrijk 2.250 € en in het rijke Duitsland 902 € [efn_note] https://taz.de/Rentenproteste-in-Frankreich/!5644353/ https://www.knack.be/nieuws/belgie/de-pensioenen-onbetaalbaar-waarom-lukt-het-in-oostenrijk-dan-wel/article-opinion-905509.html?cookie_check=1577181907 [/efn_note]. Strijd zoals in Frankrijk loont dus wel degelijk! En is het niet slim om eerst werkloze jongeren aan het werk te helpen? Maar daar wordt nooit over gepraat in de pensioendiscussie. De werkeloosheid onder jongeren in Europa is aanzienlijk en was in 2017 gemiddeld 16,8%. (Nederland 8,9 %, Belgie 19,3%, Frankrijk 22,3%, Spanje 38,6% en in Griekenland zelfs 43,6%) [efn_note] https://longreads.cbs.nl/europese-meetlat-2019/werkloosheid/ [/efn_note] Hoort u er wel eens iemand over? Tot slot is ook de arbeidsproductiviteit en het bruto binnenlands product (bbp) voortdurend toegenomen. In Nederland is bijvoorbeeld de arbeidsproductiviteit tussen 1998 en 2018 met 26% toegenomen. [efn_note] https://www.cbs.nl/nl-nl/visualisaties/dashboard-arbeidsmarkt/banen-werkgelegenheid/toelichtingen/werkgelegenheid-en-economische-groei [/efn_note] Terwijl het bbp in Europa van 2009 tot 2018 met 3.576 miljard is toegenomen is in Nederland het bbp van 625 miljard in 2009 naar 774 miljard euro in 2018 gegroeid, een toename van bijna 150 miljard of bijna 24%. [efn_note] https://appsso.eurostat.ec.europa.eu/nui/show.do?dataset=nama_10_gdp&lang=en [/efn_note] De kans dat stijgingen van de arbeidsproductiviteit en bbp op langere termijn zullen uitblijven is nihil. Zelden wordt de stijging van de arbeidsproductiviteit en de stijging van het bbp bij de discussie over de pensioenen betrokken. Kernelementen van de pensioendiscussies Kernelementen in een pensioendebat zijn levensverwachting, rekenrente en dekkingsgraad. Ik zal deze aspecten één voor één behandelen, waarbij een gezonde kritiek niet zal ontbreken. 1. Levensverwachting berekenen is modern ‘koffiedikkijken’! Een statistische voorspelling van de levensverwachting is geen exacte berekening, maar een zeer onnauwkeurige en manipulatiegevoelige modelberekening die in het verleden extreem foutgevoelig is gebleken. [efn_note] Zie hier voor een vernietigend commentaar van een Duitse statisticus op de modellen die in Duitsland gebruikt worden om de levensverwachting te voorspellen: https://www.nachdenkseiten.de/upload/pdf/gbosbach_demogr.pdf [/efn_note] Welke prognose over de volgende 60 jaar zou in 1950 bijvoorbeeld rekening gehouden hebben met de anticonceptiepil, de oliecrises, de ineenstorting van het Sovjetblok en de immigratiegolven ? Schijnzekerheid tot achter de komma... [caption id="attachment_18127" align="alignleft" width="300"] De neoliberale onheilsprofeten weten al een halve eeuw op voorhand hoe de pensioenfactuur zal ineenzitten, maar kunnen hun eigen begroting (het gaat over de Belgische begroting onder de rechtse liberale regering Michel) nog geen jaar op voorhand berekenen...[/caption] Bovendien verschijnen steeds meer berichten dat de levensverwachting daalt. Dit is in de VS het geval, maar ook in een groot aantal Europese landen. In Duitsland, Frankrijk, België en Italië is de daling het grootst. Naar oorzaken wordt gezocht, maar griepepidemieën en medicijnmisbruik, zoals pijnstillers gooien hoge ogen. Vooral “de ‘sociaal zwakkeren’, iedereen uitgesloten van medische vooruitgang en de 'wanhopigen' zijn bijzonder kwetsbaar in tijden van crisis.” [efn_note] https://www.faz.net/aktuell/wissen/der-grund-fuer-die-gesunkene-lebenserwartung-in-westlichen-laendern-15741064.html [/efn_note] In Nederland verloopt de toename van de levensverwachting niet gelijkmatig over de jaren. Er zijn perioden waarin de trend versnelt of juist stagneert. In Nederland, maar ook in andere West-Europese landen, is de levensverwachting sinds 2014 nauwelijks toegenomen. [efn_note] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/44/prognose-levensverwachting-65-jarigen [/efn_note] Consequent onvermeld in pensioendiscussies zijn de verschillen in levensverwachting tussen laagopgeleide en hoogopgeleide 65-jarigen. In Nederland gaan hoogopgeleiden gemiddeld acht maanden jonger met pensioen  en zijn langer gezond. Laagopgeleiden hebben vaker dan hoogopgeleiden beperkingen aan het gehoor, het zicht of bewegingsapparaat. Het verschil in levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen tussen deze twee groepen was in 2015/2018 voor 65-jarigen ruim 6 jaar. [efn_note] https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/33/verschil-levensverwachting-hoog-en-laagopgeleid-groeit [/efn_note] Hoewel gepraat wordt over hoog- en laagopgeleid zou je net zo goed kunnen praten over arm en rijk, iets wat in het pensioendebat helemaal niet aan de orde komt. De laaggeschoolden werken langer, dikwijls zwaarder, betalen relatief langer premie en profiteren korter van hun pensioen. Dat is pas echt pensioendiscriminatie!   2. Over de rekenrente Een rekenrente wordt gebruikt om pensioenverplichtingen te verdisconteren bij pensioenfondsen. [efn_note] In de oudedagsvoorziening gaat men uit van een verplicht collectief basispensioen als eerste peiler zoals in Nederland de AOW waarvoor de premie direct aan pensioenen wordt uitbetaald. Dit wordt een omslagstelsel of repartitiestelsel genoemd. In dit artikel gaat het vooral verder over de tweede peiler, de pensioenfondsen op kapitaalbasis. Dat wil zeggen collectieve pensioenfondsen waarvan de premies belegd worden, een kapitaaldekkingsstelsel. Als derde peiler bestempelt men de individuele voorzieningen voor de oude dag, bij bijvoorbeeld particuliere verzekeraars. [/efn_note] Dan gaat het om de vraag hoeveel aan premies en beleggingsopbrengsten nodig is om over langere termijn pensioenuitkeringen te kunnen doen. Tot de jaren 70 van de vorige eeuw werd hiervoor in Nederland een vaste rekenrente van 3% gebruikt. Vanaf de jaren 1970 tot 2006 gold een rekenrente van 4%. Vanaf 2006 werd in Nederland van een vaste rekenrente naar een fluctuerende marktrente overgestapt. Dit als gevolg van een nieuw Financieel Toetsingskader (FTK), waarin onder andere geëist werd dat voor het opvangen van verschillende risico’s vermogensbuffers worden aangehouden. Met deze rekenrente wordt de opbrengst van de pensioenfondsen ingeschat, maar hoe nauwkeurig is dit? Zo schreven een grote groep bestuurders en hoogleraren in een brandbrief aan de fractievoorzitters van de Tweede Kamer: “Over het algemeen wordt het merendeel van de pensioenvermogens aangehouden in aandelen, vastgoed, grondstoffen, private equity, hedgefondsen, bedrijfsleningen en andere zakelijke waarden. (…) Staatsleningen maken over het algemeen slechts een beperkt deel van de portefeuille uit. Maar op het rendement van dit beperkte deel rekenen we  volgens de huidige rekenregels wel de hele portefeuille af.” [efn_note] https://www.volkskrant.nl/columns-opinie/aan-de-fractievoorzitters-van-de-tweede-kamer-der-staten-generaal~b30213b7/?referer=https%3A%2F%2Fwww.mejudice.nl%2Fartikelen%2Fdetail%2Frisicovrije-rekenrente-tast-grondslag-van-ons-pensioenstelsel-aan [/efn_note] Zij wijzen voorts op het ‘unieke’ van de Nederlandse pensioenfondsen (boordevol vermogen, ‘momenteel al 48 (!) keer de in 2018 uitgekeerde pensioenen’), maar ook uniek in de bepaling van de rekenrente. Nederland heeft in Europa namelijk de laagste rekenrente. In 2017 golden in Europa de volgende rekenrentes, ook wel disconteringsvoeten genoemd: [spacer] Land Disconteringsvoet (%) Land Disconteringsvoet (%) Nederland 1,2 Finland 2,8 Denemarken 1,4 Ierland 3,0 Zweden 1,6 VK 3,1 Slovenië 1,8 Duitsland 3,3 Portugal 2,0 Italië 3,4 Noorwegen 2,6 Luxemburg 3,7 Cyprus 2,8 Spanje 4,2 Gemiddeld 2,1 [spacer] Daarboven zijn de buffervereisten in Nederland ook de hoogste van Europa. Dus kort samengevat heeft Nederland de grootste pensioenpot van alle Europese landen als percentage van het bbp, gebruikt het de laagste disconteringsvoet voor het contant maken van de pensioenverplichtingen en past de hoogste buffervereisten toe [efn_note] https://www.mejudice.nl/artikelen/detail/de-hervorming-van-een-goed-pensioenstelsel en https://eiopa.europa.eu/Publications/Reports/2017%20IORP%20Stress%20Test%20Report.pdf [/efn_note]. De gebruikte rekenrente wordt een ´marktrente´ genoemd, maar wordt sterk beïnvloed door monetair politieke beslissingen van de Europese Centrale Bank, die op dit moment zelfs negatieve rentes hanteert. Een negatieve rente betekent dat je voor de huidige premies later minder terugkrijgt. Gek genoeg heeft de European Insurance and Occupational Pensions Authority (EIOPA), de verzekeraars, besloten om de hoogte van de rekenrente voor verzekeraars te baseren op inflatieverwachtingen en gerealiseerde reële rentes. Uit de mededeling van EIOPA blijkt dat de hoogte van de rekenrente op dit moment (2017) uit zou komen op 3,65% (2% inflatieverwachting vermeerderd met de gemiddelde reële rente van 1,65%). [efn_note]  https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-32043-365.html [/efn_note] Daarmee hebben verzekeraars een concurrentievoordeel ten opzichte van collectieve pensioenfondsen. Dat past weer goed bij het initiatief in het kader van de ontwikkeling van de Europese kapitaalmarktunie om een pan-Europees Persoonlijk Pensioen Product (PEPP) te ontwikkelen. Het PEPP-initiatief streeft ernaar meer huishoudelijke besparingen naar de kapitaalmarkten te sluizen. Het gaat om het stimuleren van de markt van privé pensioenen. Aanbieders zullen vooral banken, verzekeraars en vermogensbeheerders zijn; die wensen natuurlijk ‘nationale fiscale prikkels’ (belastingaftrek), wat betekent dat de consument-belastingbetaler uiteindelijk voor zijn eigen pensioenproduct betaalt. Voor de aanbieders een goudmijntje... [efn_note] https://ec.europa.eu/transparency/regdoc/rep/1/2017/NL/COM-2017-343-F1-NL-MAIN-PART-1.PDF [/efn_note] De invloed van particuliere verzekeraars was ook groot bij de pensioenplannen van Macron. Niet alleen heeft het Amerikaanse beleggingsconcern Blackrock aan de pensioenplannen meegeschreven, ook de Hoge Commissaris voor Pensioenen, Jean-Paul Delevoye, die sinds september dit jaar als minister lid is van de regering, moest op 16 december ll. ontslag nemen wegens een verzwegen bijbaan bij een alliantie van verzekeringsgroepen. Hij wordt vervangen door een politicus die als personeelschef van een supermarktketen bekend stond om zijn heksenjacht op vakbondsleden en ageerde als een ‘psychopaat’.[efn_note] https://www.heise.de/tp/features/Proteste-in-Frankreich-Rebels-with-a-cause-4620009.html [/efn_note]   3. Over de dekkingsgraad De dekkingsgraad geeft aan in hoeverre een pensioenfonds in de toekomst aan zijn verplichtingen (de uitkeringen) kan voldoen. Met de rekenrente wordt de huidige waarde van het pensioenfonds vergeleken met de contante, de huidige waarde van de verplichtingen. De toezichthouder in Nederland heeft bijvoorbeeld de regelgeving voor pensioenfondsen aangescherpt en hun toezicht geïntensiveerd. De meeste fondsen liggen momenteel op schema om aan hun minimale solvabiliteitsvereiste van 105% te voldoen, maar ze hebben nog steeds onvoldoende financiering om het vereiste solvabiliteitsniveau van ongeveer 130% te halen.[efn_note] https://ec.europa.eu/info/sites/info/files/economy-finance/final_country_fiche_nl.pdf [/efn_note] Waar van de collectieve pensioenfondsen een eigen vermogen, een dekking, van 30% gevraagd wordt eist De Nederlandsche Bank van de wankele bankensector een eigen vermogen van minimaal slechts 5%! Het gebruik van een marktrente leidt tot enorme schommelingen in de waardering van de dekkingsgraad van de Nederlandse pensioenen, wat leidt tot grote onrust en onzekerheid onder de deelnemers. Zo lag de dekkingsgraad in het tweede kwartaal van 2015 op 108,9, in het eerste kwartaal van 2016 op 96,3% en in het derde kwartaal van 2018 op 110,3% en in het derde kwartaal van 2019 weer op 98,2%. [efn_note] https://statistiek.dnb.nl/dashboards/pensioenen/index.aspx [/efn_note] Met zo’n gejojo is natuurlijk geen zinnig beleid te maken. De bedoeling van pensioenhervormingen in Nederland was juist om meer zekerheid te verschaffen. Het tegendeel is het geval. Met een negatieve marktrente is de dekkingsgraad van de meeste pensioenfondsen onder de 100% gedaald en dreigen zelfs kortingen nadat al jarenlang de indexering opgeschort was. Zo vertoonde de Staat van Baten en Lasten van het grootste Nederlandse pensioenfonds, het Algemeen Burgerlijk Pensioenfond (ABP, het pensioenfonds van ambtenaren en leerkrachten), van 2016  naar 2017 een enorm verschil van 37 miljard euro. Dat is 18.500 euro per deelnemer, werkend en gepensioneerd, of circa 5% van het Nederlandse BBP. [efn_note] http://www.luxetveritas.nl/blog/?p=3633 [/efn_note] Vanzelfsprekend veroorzaakt een vast rendement veel minder grote verschillen in dekkingsgraad. Zoals eerder vermeld gold tot de jaren 70 van de vorige eeuw in Nederland een vaste rekenrente van 3% en vanaf de jaren 70 tot 2006 een rekenrente van 4%. Het gemiddeld rendement voor collectieve pensioenfondsen was van 1961 tot en met 1988 6,5% en vanaf de jaren ‘90 zelfs 7%. [efn_note] http://www.tpedigitaal.nl/sites/default/files/bestand/pensioenbesparing_en_stabiliteit.pdf [/efn_note] Het totale vermogen in de Nederlandse pensioenfondsen is dan ook gestegen van 400 miljard in 2002 naar ruim 1.560 miljard euro in 2019, zo’n 200% van het Nederlandse bbp. De ingelegde premie was in 2018 32,6 miljard euro [efn_note] https://statistiek.dnb.nl/dashboards/pensioenen/index.aspx [/efn_note]. De uitkeringen uit de pensioenfondsen waren in 2018 30,6 miljard. [efn_note] https://statistiek.dnb.nl/downloads/index.aspx#/details/kasstroomoverzicht-van-pensioenfondsen-kwartaal/dataset/716dbfed-50ce-47c2-bfc9-803dccaccb93/resource/e9b016e8-8747-4b8c-bbc5-2e17186a86c1 [/efn_note] Met andere woorden de ingelegde premie was in 2018 één miljard hoger dan de uitkeringen! Het kapitaaldekkingstelsel is door niet indexeren omgebogen naar een omslagstelsel!   Nederlands pensioenbeleid is schadelijk voor iedereen Niet-indexeren is zowel schadelijk voor de gepensioneerden als voor werkenden. De afgelopen vijf jaar heeft het niet- indexeren van pensioenen geleid tot een verslechtering van de pensioenen met 20%. Dat betekent dat de totale pensioenuitkering in 2018 (30 miljard euro) slechts 80% is van de uitkering bij wel indexeren en dat er zo’n 7,5 miljard minder uitbetaald werd. Dat is circa 1% van het Nederlandse bbp, wat ook een nuttige stimulans voor de economie zou zijn geweest. Ondertussen loopt in Nederland de armoede bij ouderen op. Vooral de alleroudsten leiden onder de toenemende zorgkosten [efn_note] https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/armoede-in-nederland-grootst-bij-oude-ouderen-en-gezinnen-met-jonge-kinderen~bb12199b/ [/efn_note] De stijging van het basispensioen, de AOW, blijft al jaren achter bij de stijging van het bbp en wordt langzaam uitgehold, en de bedrijfspensioenen gaan al jaren niet omhoog. Ook een akelig vooruitzicht voor de werkenden waarvan de lonen al jaren achterblijven bij de stijging van de arbeidsproductiviteit. Tegelijkertijd worden de pensioenen steeds verder ‘versoberd’, gaat de pensioenleeftijd omhoog en gaat het FNV akkoord. Stakingen worden gebruikt als stoom afblazen in plaats van strijdmiddel om nefaste beleidsbeslissingen tegen te houden.   Druk op de pensioenen ook internationaal opgevoerd De laatste duit in het zakje deed de G30 met een beleidsnota: Fixing the Pension Crisis [efn_note] https://group30.org/publications/detail/4678 [/efn_note]. De aanbevelingen lezen als een cadeaulijstje ten gunste van de financiële ondernemingen. De zeskoppige werkgroep bestaat dan ook onder andere uit topmanagers van Blackrock en grote banken als de Zwitserse UBS en de Spaanse BBVA. De aanbevelingen zijn gezellig in de ‘wij’-vorm geschreven en vooral met gebruik van het woord ‘moeten’.
  • Verhoging van de pensioenleeftijd;
  • Overheidsdwang tot privésparen;
  • Gedeeltelijke overgang van vaste pensioenverplichtingen naar slechts toegezegde pensioenbijdragen;
  • Subsidies voor werkgevers die kapitaalgefinancierde bedrijfspensioenen aanbieden;
  • Deregulering van het beleggingsbeleid van private pensioenfondsen;
  • Meer financiële educatie die "de toegang van spaarders tot aanbieders, producten en advies verbetert".
  • De politiek moet de nadruk leggen op schaarste aan financiële middelen en bij de bevolkingen het idee aanpakken dat mensen recht hebben op pensioenvoorziening.
  • "Depolitisering" van het pensioenbeleid, onder meer door de oprichting van een onafhankelijk orgaan met beslissingsbevoegdheden dat belangrijke parameters zoals de pensioengerechtigde leeftijd definieert en hervormingen plant. [efn_note] http://norberthaering.de/de/27-german/news/1195-g30-rente [/efn_note]
De elite blijft doorgaan met plannen om pensioenen uit te hollen en te privatiseren. De Franse werkers gaan door met staken, demonstreren en protesteren. Moge de rest van de Europese werkers zich bij hun Franse collega’s aansluiten! De elite zal niet stoppen als wij ze niet een halt toe roepen. Een Nieuwjaarsbelofte: Ander Europa zal in 2020 nog meer over de pensioenstrijd berichten.  

Een nieuwe geel-rode coalitie aan de macht in Italië

19/12/2019 - 13:14

Door Chiara Filoni (*) 19 december 2019 Verschenen op 9 december bij CADTM Nederlandse vertaling: Ander Europa   De crisis van de voorbije zomer Het gaat over onenigheid op het vlak van een der belangrijkste ecologische en sociale strijdthema’s in Italië, nl. het TAV-project voor een hogesnelheidstrein Turijn-Lyon, dat aanleiding gaf tot de val van de regering. Op 7 augustus verwierp de Senaat de motie voorgesteld door enkele senatoren van de Vijfsterrenbeweging [efn_note] De Vijfsterrenbeweging of M5S (Movimento Cinque Stelle) werd in 2010 medeopgericht door Beppo Grello, een komisch acteur. Zijn beweging zei het te zullen opnemen tegen de elites, de verloederde politieke partijen en de corruptie en voor directe democratie, en kreeg al vlug het adjectief ‘populistisch’, al spelen zowel linkse als rechtse tendensen binnen M5S. Bij de parlementsverkiezingen van 2018 kwam de partij als eerste uit de bus met maar liefst 32,7% van de stemmen, tegenover 17,3% voor de Lega en 14% voor Berlusconi’s Forza Italia. Na veel geaarzel sloot de M5S zich uiteindelijk bij geen enkele politieke fractie aan in het Europees Parlement na de verkiezingen van mei 2019. [Noot van de vertaler] [/efn_note] met de vraag aan het Italiaans Parlement om zich uit te spreken tegen het project voor een hogesnelheidstreinverbinding Turijn-Lyon en om andere dingen te bedenken om er de financiële middelen aan te besteden. In tegenstelling daarmee worden alle moties, voorgesteld door centrum-links, ten gunste van de lijn Turijn-Lyon aangenomen door de Lega [efn_note] De Lega is geëvolueerd naar een uiterst-rechtse partij geleid door Matteo Salvini. In 1991 opgericht door Umberto Bossi als een regionale partij in het Noorden van Italië (Lega Nord) verdedigde ze de zelfstandigheid, soms ook de afscheiding van ‘Padania’ met veel demagogie over financiële transfers van noord naar zuid en tegen immigranten. Vanaf 2018 presenteert de Lega zich als een nationale partij, en de Lega Nord werd de Lega. Ze haalde bij de parlementsverkiezingen van 2018 17,4% van de stemmen, en 34,2%. bij de Europese verkiezingen van 2019. Europees is de Lega aangesloten bij Identiteit en Democratie, de groep waarbij ook het Vlaams Belang, het Duitse AfD en Marine Le Pen’s Rassemblement National behoren. [Noot van de vertaler]  [/efn_note] van Salvini en rechts. Op 8 augustus volgt dan een motie van wantrouwen vanwege de Lega aan Eerste Minister Giuseppe Conte. De Lega, die kan bogen op haar resultaat bij de Europese verkiezingen van 26 mei (34,2% tegen 15% voor M5S), speelt haar arrogant spel: met haar motie van wantrouwen tegen de Eerste Minister laat ze de alliantie vallen met de Vijfsterrenbeweging (waarvoor Conte borg stond) en dus ook de regering. Ze roept vervroegde verkiezingen uit want ze weet dat ze als winnaar zal uitkomen en een andere alliantie kan aangaan - meer logisch dan de vorige - met de rest van rechts. Op 20 augustus neemt Giuseppe Conte ontslag in de Senaat, en ondanks de pogingen van Salvini om opnieuw een regering te vormen met M5S (en na het intrekken van de motie van wantrouwen) viel dezelfde avond de regering.   Van ’geel-groen’ naar ‘geel-rood’ Deze verwikkelingen stellen een einde aan de geel-groene regering [efn_note] Geel is de kleur van de Vijfsterrenbeweging, groen die van de Lega Nord. Sinds de Lega Nord een nationale partij werd (Lega tout court) verkiest leider Salvini het blauw als de Lega-kleur. Wanneer er sprake is van ‘geel-rood’ betreft het rood hier de Partito Democratico, aangesloten bij de Europese sociaaldemocraten. Zeer licht rood dus. [Noot van de vertaler] [/efn_note] die 14 maanden had geduurd. Maanden van conflicten en frustraties tussen de twee partijen die aan de macht waren, de Lega en de Vijfsterrenbeweging. Deze laatste werd door de Lega steeds meer opzij gedrumd, vooral na de Europese verkiezingen (en ondanks het belangrijk verschil in kamerzetels: 216 voor M5S tegen 125 voor de Lega). M5S kreeg het zwaar te verduren door haar coalitie met de Lega. De misverstanden waren al zichtbaar vanaf het begin van de legislatuur, vooral bij de linksere minderheid van M5S en hun kiezers, die verplicht waren steeds repressieve en conservatieve maatregelen te aanvaarden in naam van de stabiliteit van de coalitie. M5S had wel een en ander moeten slikken: vooreerst het ‘Salvini decreet’ dat het nog moeilijker maakt om een verblijfsvergunning te krijgen in Italië (door in feite de humanitaire bescherming op te heffen en de mogelijkheden om het statuut van vluchteling te krijgen sterk te beperken) en om het burgerschap te verwerven (van 24 naar 48 maanden). Het enige resultaat was de toename van het aantal mensen zonder papieren, en vervolgens de sluiting van de Italiaanse havens voor de reddingschepen van ngo’s die in de Middellandse Zee opereren. Die sluiting werd legaal door het decreet Sicurezza bis, dat boetes voorziet van 3500-tot 5500 euro per geredde migrant, de onmiddellijke arrestatie van de kapitein en de inbeslagname van het schip als de kapitein geen gehoor geeft aan het bevel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken (wat indertijd neerkwam op alleen maar Salvini!). Hetzelfde decreet destabiliseert de procedure voor ontvangst van de migranten, beperkt de financiering ervoor (van 35 naar € 21 per migrant) voorziet een repatriëringsfonds van 2 miljoen euro en beperkt het recht op betoging (met de mogelijkheid van arrestatie of zeer belangrijke boetes voor manifestanten die een helm dragen tijdens de actie). De dossiers veiligheid en TAV zijn niet de enige ‘hete aardappels’ van de vorige regering. Andere wetsvoorstellen van de Lega schijnen de Vijfsterrenbeweging niet echt te storen: de flat tax (niet progressieve belasting met vaste aanslagvoet, voorlopig nog niet toegepast), het dossier wettige zelfverdediging (waardoor elke gewapende verdediging tegen een bedreigende of gewelddadige indringing altijd wettelijk geoorloofd is, vooral in zijn eigen huis), diverse schandalen waarbij vooraanstaande leiders van de Lega betrokken waren (waaronder Salvini, door het gerecht beschuldigd van gijzeling in de kwestie van het schip Diciotti) en het vermoeden dat de Lega door Rusland gefinancierd werd. In naam van deze ‘alliantie ten koste van alles’ neemt M5S dus afstand van haar belangrijkste politieke principes: de eerlijkheid in de politiek, en het ‘gezond verstand’; daardoor geeft de Vijfsterrenbeweging eerder blijk van een reactionaire onverschilligheid. Als het huwelijk tussen de twee partijen dus op de klippen loopt neemt de President van de Republiek het heft terug in handen, zoals dat ook gebeurde in 2011 bij de financiële crisis onder Berlusconi, en in 2014 bij de interne crisis van de regerende Partito Democratico. Op gevaar af nieuwe verkiezingen te moeten uitschrijven raadpleegde hij de verschillende partijen met het oog op de vorming van een nieuwe coalitie. De enige krachten die bereid lijken daarop in te gaan zijn de M5S en de Partito Democratico (PD) [efn_note] De Partito Democratico (PD) is het zeer heterogeen eindproduct van allerlei evoluties in het naoorlogs Italië, met als belangrijkste element de aftakeling van de ooit zeer sterke Communistische Partij. De PD werd in 2007 opgericht als de fusie van (onder andere) voormalige communisten, christen- en sociaaldemocraten; in haar huidige configuratie leunt de PD aan bij de Amerikaanse Democratic Party. Bij haar oprichting haalde ze nog 33% bij de parlementsverkiezingen, maar in 2018 was dit geslonken tot 18,8%. Van 2013 tot 2018 werd de Italiaanse eerste minister telkens geleverd door de PD: Enrico Letta, Matteo Renzi en de huidige PD-voorzitter Paolo Gentiloni. Renzi verliet de partij in september 2019 en richtte een nieuwe, ‘sociaal-liberale’ partij op, Italia Viva. [Noot van de vertaler][/efn_note], met een nieuwe voorzitter, Nicola Zingaretti), twee partijen die elkaar historisch gezien wel vijandig gezind zijn. Een nieuw mislukt huwelijk? Waarschijnlijk. In ieder geval komt er op 5 september een nieuwe regering uit de bus, Conte II, ook ‘geel-rood’genoemd. Sommige kranten spreken van “de meest rode regering uit de geschiedenis van de Italiaanse Republiek”, maar het is niet duidelijk of je daarbij moet lachen of wenen.   Regeringen komen en gaan, de schuld blijft bestaan, jongeren blijven weggaan Nog afgezien van de interne ruzies bij de institutionele politiek blijft de politiek-economische situatie van het land dramatisch. Op vlak van de openbare schuld is de situatie alarmerend: sinds 10 jaar is Italië, na Griekenland, het tweede meest met schulden beladen land in Europa, ten bedrage van 2439 miljard euro, 134,8% van het BBP. En het wordt alleen maar erger: op Griekse staatsobligaties wordt minder rente betaald dan op Italiaanse, en dit voor verschillende termijnen (5, 7 en 15 jaar) [efn_note] Il Sole 24 ore, Spread, Grecia meglio dell’Italia : titoli di stato meno rischiosi, 8/12/2019, beschikbaar op https://www.ilsole24ore.com/art/spread-grecia-e-meglio-dell-italia-ACTKORx [/efn_note]. Daarop heeft Klaus Regling, de chef van het ESM recent verklaard dat Italië geen beroep zal moeten doen op het ESM omdat er geen onmiddellijk risico is: de schuld in procent van het BBP is ongeveer dezelfde als acht of tien jaar geleden. Geen paniek dus! Ga maar door met samengestelde interest te betalen aan de banken en alles komt in orde! Sinds de jaren 1980 wordt ongeveer 100% van de Italiaanse overheidsschuld gevormd door rentebetalingen ten gevolge van de samengestelde interest. (Bij een schuld komt de interest op die schuld, en het nieuwe schuldbedrag moet met een nieuwe, grotere lening worden afbetaald. Dit kan zich jaar na jaar herhalen, zodat de te betalen intrest belangrijker wordt dan de eigenlijke schuld.) Nu is deze praktijk in Italië (en in andere landen zoals Zwitserland en Ecuador) wel verboden, maar ze wordt toch getolereerd, want het brengt veel geld op voor de bankiers die de openbare schuld in handen hebben (90% van de Italiaanse openbare schuld is in de handen van banken, verzekeringen en investeringsfondsen). Bovendien wordt, ten gevolge van de nieuwe hervorming van het ESM, de Italiaanse schuld als draagbaar beschouwd, en een eventuele herstructurering van die schuld wordt zelfs niet meer in overweging genomen; als oplossing ziet de Europese Unie alleen maar economische groei en nieuwe leningen voorzien van nieuwe soberheidmaatregelen [efn_note] Met een nieuwe hervorming gaat het SME na of de openbare schuld draagbaar is en ze stelt een gedragslijn voor: voor de ‘goed presterende’ landen worden de nieuwe leningen ‘zonder tegenprestatie’ (in het Engels: PCCL, Precautionary conditioned credit line) toegekend, terwijl bij  landen met een schuldratio van meer dan 60% van hun BBP een lening gepaard moet gaan met stevige soberheidmaatregelen (zgn. Eccl, Enhanced conditions credit line). [/efn_note]. Volgens het Italiaans onderzoeksinstituut Svimez verlieten van 2000 tot nu meer dan 2 miljoen mensen uit het zuiden van Italië hun stad. De helft ervan zijn jongeren van minder dan 34 jaar, en ongeveer een vijfde ervan heeft een universitair diploma. De toekomst ziet er nog somberder uit: volgens de prognoses van het onderzoeksinstituut zal het zuiden in de komende 50 jaar nog 5 miljoen bewoners verliezen, hoofdzakelijk opgeleide jongeren, met een weerslag op het BBP van 40%. Wat doet de regering om hier tegenin te gaan? Nog steeds volgens Svimez heeft het ‘burgerinkomen’ [efn_note] Het burgerinkomen (Reddito cittadinanza) is maximaal 780 euro en moest volgens M5S de armoede verbannen. [/efn_note] alleen een geldelijke impact en verbetert dit het sociaal beleid en de sociaal- economische situatie niet, in het bijzonder voor personen in het zuiden van het land. In 2017 waren er in dat zuiden 845.000 families die leven in absolute armoede. In 2018, na de invoering van het burgerinkomen, werd dit aantal herleid tot 822.000, wat neerkomt op een teruggang van 10,3% naar 10%. Dat is nogal pover, vooral als men het vergelijkt met de armoedegraad van centrum-Noord (5,6%) en als men weet dat meer dan de helft van wie van een burgerinkomen geniet (53%) in het zuiden woont en op de eilanden.   De economische politiek van de «geel-rode» regering Zoals militanten van het Comité voor Opheffing van de Derde Wereld Schuld (CADTM) in Italië opmerken ligt de Italiaanse financieringswet voor 2020, die deze weken ter debat staat, volledig in het verlengde van de vorige regeringen. Regeringen wisselen, maar de automatische piloot van het neoliberalisme blijft de sociale en economische politieke keuzes beheersen. Nu ze voor het ogenblik even gevrijwaard is van het populisme van Salvini toont de Europese Unie zich plots ‘flexibeler’ (tussen vele aanhalingstekens) tegenover de nieuwe regering: zij is nu bereid een tekort van 2,4% en het stopzetten van de geplande btw-verhoging te aanvaarden. Zoals altijd het geval bij wetgeving op het einde van het jaar moet er bespaard worden. Maar de tekst van de wet maakt niet duidelijk hoe het geld moet worden gevonden om de btw (23 miljard) te bevriezen en om te snijden in de «fiscale wig» (ongeveer 5 miljard belastingvermindering voor arbeid/st/ers). En daar moet de «Green New Deal dan nog aan toegevoegd (voorstel van de Democratische Partij on meer te gaan investeren in groene energie) en de ‘gezinsbonus’ (hogere toeslagen voor kinderdagverblijven en moederschap). Enerzijds spreekt men over het amputeren van de ‘gezondheidskaart’ (het niveau van directe bijdragen van de burgers aan de openbare uitgaven), anderzijds weet men al uit het document ter voorbereiding van de financieringswet 2019 dat de gezondheidsuitgaven in verhouding tot het BBP met 6,6% zullen dalen in 2019-2020, met 6,5% in 2021 en met 6,4 % in 2022. En dat terwijl de voorziene verhoging voor gezondheidsuitgaven met 8,5 miljard over drie jaar afhankelijk is “van stoutmoedige groeivooruitzichten”. Dit alles in een context van economische stagnatie en van een waarschijnlijke nieuwe economische en financiële crisis! Om de eindejaarswet af te ronden heeft de Democratische Partij gevochten voor het schrappen van andere belastingen dan de Vijfsterrenbeweging in het vooruitzicht had gesteld: de belasting op plastic (40 cent op elke kilo polystyreen, kurken, tetrapacks, detergenten en etiketten) en de heffing op gesuikerde dranken moest worden uitgesteld tot volgende zomer. Blijft de beruchte tampon-taks: een vermindering van de BTW van 22 naar 5% op biologisch afbreekbare maandverbanden. Evenwel, al gaat het om een milieuvriendelijke maatregel, dan toch enkel een die de gender- en sociale ongelijkheid versterkt, want de meeste vrouwen (dus vooral de vrouwen uit de volkse klassen) gebruiken gewone maandverbanden. Er wordt gewag gemaakt van een ‘rode’ regering, de “roodste uit de geschiedenis van de Italiaanse republiek”, toch is er geen spoor van een belasting op de fortuinen of van het aan banden leggen van de belastingontduiking. Geen enkel antwoord wordt aangedragen op de crisis van het klimaat, op de schuld, op de kloof tussen de noordelijke en zuidelijke regio's of op de sterk toegenomen armoede. Dat alles in een land waar het onroerend goed en de financiële activa 95% van het privévermogen (ongeveer 10 000 miljard Euro) vertegenwoordigen en waar het gros van de belastingen voortkomt uit de IRPEF (dit zijn in Italië de algemene, directe, progressieve persoonsbelastingen), en dus betaald wordt door de werkende bevolking en de gepensioneerden.  Meer algemeen gaat de verdeeldheid in de nieuwe regering niet over de neoliberale maatregelen, die de M5S moeiteloos heeft aangenomen. Een voorbeeld daarvan is de verdediging van de openbare watervoorziening (die in 2011 voorwerp was van een referendum, waarover de Italianen een gunstig advies hadden uitgebracht dat reeds herhaaldelijk met de voeten werd getreden). In het Zuiden van het schiereiland waar het waterbeheer nog volledig openbaar was stelt de M5S voor een grote onderneming voor diensten van openbaar nut op te richten(‘utilities’) in de vorm van een publiek-private samenwerking, die aan het financiekapitaal de controle geeft over de middelen van de grootste aquaduct van Europa [efn_note] Bersani M., Il Movimento 5 stelle pronto a svendere anche l’acqua pubblica, 2/12/2019, beschikbaar op https://www.italia.attac.org/il-movimento-5-stelle-pronto-a-svendere-anche-lacqua-pubblica/ [/efn_note]. Deze onderneming vervolledigt het kader voor de financialisering van het waterbeheer en onttrekt het aan de controle van de plaatselijke collectiviteiten.   De Sardines De ‘Sardines’ zijn een beweging, die op 4 november ll. ontstond op de Piazza Grande van Bologna. Die mobilisatie zal zich uitbreiden naar tientallen andere Italiaanse steden en haalt sinds enkele weken de voorpagina van – ook de buitenlandse – kranten. De benaming komt voort uit het plotse succes van de beweging vanaf de eerste samenkomst in Bologna waar 6000 mensen werden verwacht, maar het er uiteindelijk 15 000 werden, die zich als sardientjes in een blik moesten samenpakken! Dat alles met enkele klikken op Facebook. Aan de basis van de mobilisatie ligt een groepje van vier jonge Bolognezen, die de gok aangingen meer volk te bijeen te brengen dan de meeting van Salvini, die naar Bologna zou komen voor zijn kiescampagne in de volgende regionale verkiezingen van 26 januari. Een gewonnen gok! Zij waren met meer dan twee keer zoveel. Hun politieke eisen zijn beperkt: ‘tegen Salvini’, tegen het populisme, voor vrede, meer beweert de beweging ook niet te willen zijn. Zij bestaat uit jongeren, leerkrachten, kunstenaars, migranten, die eenzelfde gevoel van onvrede delen over de politiek van de instellingen, zoals die door de officiële vertegenwoordigers belichaamd wordt. Heel vaak kiezen zij voor de Democratische Partij of voor de M5S, maar herkennen zij zich niet langer in de antwoorden die beide partijen bieden. In de oproep van Bologna herkennen we eveneens een reactie op het idee van Salvini dat hij zich een historisch ‘rode’ regio zoals Emilia-Romagna kan toeëigenen bij de volgende verkiezingen. Vele deelnemers in de sociale beweging kritiseren de pogingen tot electorale recuperatie van de beweging door personen, die verbonden zijn met de Democratische Partij, met de wereld van de coöperaties of met de CGIL (het Algemeen Italiaans Vakverbond, een van de belangrijkste Italiaanse vakbewegingen). Dat is zeker ook zo, maar er drukt zich ook een gevoel in uit van de man/vrouw in de straat dat men genoeg heeft van het racisme, dat zowat overal verspreid wordt en van de rechtse en uiterst rechtse oproepen tot haat. Ook blijkt er een gevoel te behoren tot een brede antifascistische stroming en tot het opnieuw in bezit nemen van de openbare ruimte. Zelfs al is het als radicaal links of als sociale beweging niet makkelijk om zijn plaats te bepalen, toch is de dialoog met de ‘piazza's’ (‘pleinen’) fundamenteel om andere dan de heersende rechtse antwoorden te beginnen geven op een historisch moment, dat tegelijk veel ongenoegen bij de bevolking schept. (*) Chiara Filoni is medewerkster van CADTM-België.

Vakbondspublicatie over migrante arbeiders

18/12/2019 - 17:15

18 december 2019 – Het nieuwe nummer van het halfjaarlijkse magazine HeSaMag (Health and Safety at Work) van het Europees Vakbondsinstituut (ETUI, European Trade Union Institute) is voor een groot gedeelte gewijd aan migranten en Europa. Onder de titel  “Migrant workers in Fortress Europe” zijn er bijdragen en fotoreportages over diverse aspecten:

Hesamag bestaat ook in het Frans en van de reeks artikelen over migratie werd een speciale uitgave gemaakt die kan gedownload worden: Special Edition with ETUC insert (pdf – 1.34 Mb)

 

Waarom mislukte Labour?

18/12/2019 - 12:36

18 december 2018 - Ook socioloog en publicist Ludo De Witte (auteur van o.a. "Lumumba" en "Als de laatste boom geveld is, eten we ons geld wel op") vindt de mislukking van Corbyn en het  links project van Labour belangrijk genoeg om naar de oorzaken te zoeken.  Op zijn Facebookpagina schrijft hij: [spacer] Drie belangrijke redenen waarom Labour de verkiezingen verloor, ondanks haar radicaal-links, populair programma: a) zoals Lee Jones op ‘The Full Brexit’ stelt, zag Labour niet dat Brexit geen populistisch afleidingsmanoeuvre van een revolte tegen het neoliberalisme was, maar de vorm die deze revolte in het land had aangenomen. In plaats van de uitslag van het referendum (pro Leave) te omarmen en haar sociaal programma te enten op een breuk met de neoliberale EU (de (her-)nationaliseringen in het Labour-programma zijn incompatibel met alles waar de EU voor staat) duwde de sociaaldemocratische vleugel van de partij een voorstel door waarmee het referendum zou worden tenietgedaan. Het gaf de populistische clown Johnson alle ruimte om zich als behoeder van de wil van de volksklassen en van de democratie te positioneren. Ewald Engelen, professor financiële geografie (Universiteit van Amsterdam) zegt het zo: “De Labourpartij stelde een erg progressief programma voor, maar is er duidelijk niet in geslaagd om daarmee het gros van de kiezers te overtuigen. Een belangrijke verklaring is de dubbelzinnige houding van voorzitter Jeremy Corbyn over de brexit. Hij wilde zich niet openbaren als een voorstander van de brexit en heeft uiteindelijk voor het zoutloze compromis gekozen om een tweede referendum te organiseren. Corbyn had daarentegen moeten benadrukken dat de Europese Unie een grote neoliberale efficiëntiemachine is, waarin het voor lidstaten onmogelijk is om bijvoorbeeld de macht van de aandeelhouders breken. Zijn sociaaleconomisch programma bood een uitstekende aangelegenheid om voor een brexit te pleiten.” b) onder zionistische druk accepteerde Labour de stelling dat kritiek op Israël = een vorm van antisemitisme is. Het ontwapende partijleider Jeremy Corbyn, een lifelong supporter van het recht op zelf beschikking van het Palestijnse volk en een activist tegen alle vormen van racisme, op efficiënt weerwerk tegen zijn demonisering in de media (inclusief door de BBC, by the way) als een hypocriet, onbetrouwbaar leider. c) sinds de verkiezing van Corbyn tot partijleider is het interne leven van de partij getekend door een permanente aanval van de rechtervleugel – de Blairites – op zijn leiderschap. Na een mislukte coup van de rechtervleugel in the Parliamentary Labour Party na het EU referendum (2016) was dat nog meer het geval. Sociaaldemocraten van Labour schrokken er niet voor terug om zelfs tijdens de verkiezingscampagne zelf afstand te nemen van Corbyn. Het destabiliseerde en diskrediteerde Labour – ondanks de fantastische deur-aan-deurcampagne van tienduizenden leden georganiseerd in Momentum. De ondermijnende rol van de Parliamentary Labour Party als aanstoker van deze permanenet burgeroorlog houdt een belangrijke les in, ook voor ons: de leiding van een echt transformatieve progressieve partij hoort in handen te zijn van de leden. En niet van de parlementaire fractie, die hoe dan ook, met de tijd, bewust of onbewust, “greep” krijgt op het partijleven en vrijwel automatisch een behoudsgezinde kracht wordt.

De Franse vakbond CGT blijft mobiliseren tegen Macrons plannen

16/12/2019 - 15:22

16 december 2019 - In een mededeling herhalen de verschillende CGT-federaties de redenen voor hun acties tegen de regering Macron, en dreigen die te versterken als de regering geen oor heeft voor de eisen. Hier de  mededeling in Nederlandse vertaling:     De federaties bij de spoorwegen, van het transport, mijnwezen en energie en van de chemische industrie stellen het volgende vast: De hervorming beantwoordt aan geen enkele dringende financiële noodzaak, zoals het laatste rapport van de Oriëntatieraad voor de Pensioenen bevestigt. De CGT heeft talrijke voorstellen voor nieuwe financiering geformuleerd die een oplossing zouden betekenen voor de conjuncturele moeilijkheden. Maar de regering heeft deze hervorming opgezet en probeert op een zeer ideologische manier ze op te dringen, zonder rekening te houden met de werkelijke noden. De bevolking is in meerderheid tegen deze hervorming, niettegenstaande de vele interventies van de regering. De verkozenen van de Republiek die het volk vertegenwoordigen zouden daarmee moeten rekening houden, en niet alleen hun eigen politieke kamp verdedigen. De loontrekkenden van onze beroepscentrales offeren een deel van hun wedde op in de hernieuwbare staking. Heel veel andere loontrekkenden brengen hetzelfde offer meerdere malen per week tijdens de interprofessionele actiedagen. Dit is niet gemakkelijk voor de families en toont aan dat de wereld van de arbeid, zowel in de openbare dienst als in de privé, sterk tegen deze hervorming is. De president van de Republiek kan tegen de burgers van het land niet inbrengen dat hij legitiem verkozen is, want zijn campagnebeloften beantwoorden helemaal niet aan het huidig project. Bovendien wordt de geloofwaardigheid van deze hervorming in de grond geboord door de talrijke onthullingen over de verschillende bezigheden van de rapporteur, waarvan sommige getuigen van een directe band met de verzekeringssector. Onder deze omstandigheden moet de regering een punt zetten achter haar koppigheid. Ze moet het land de voortzetting van een moeizaam conflict besparen dat zowel lasten meebrengt voor de stakers als voor de bevolking, in het bijzonder tijdens de eindejaarsfeesten. De CGT-federaties bij de spoorwegen, van het transport, mijnwezen en energie en van de chemische industrie bevestigen dat de regering over één week beschikt om de terugtrekking van haar project aan te kondigen en de herlancering van waarachtige onderhandelingen ter verbetering van het huidig systeem. Dat is haar verantwoordelijkheid ten opzichte van een ongeloofwaardige hervorming die ze lanceerde zonder overleg, en die het land tegen haar mobiliseert. Als de Eerste Minister volhardt in zijn bewering dat “het land verstoord is maar niet geblokkeerd” zullen de werknemers van de publieke en de private sector er de conclusie uit trekken dat ze, om gehoord te worden, de mobilisatie moeten verstevigen, meer stakingsoproepen lanceren in alle ondernemingen en nog meer betogingen organiseren. Montreuil, zondag 15 december 2019  

Get Brexit done…

16/12/2019 - 12:08

door Michael Roberts (*) 16 december 2019   Get Brexit done! Dat was de campagneslogan van de zittende conservatieve regering onder premier Boris Johnson. En het was de boodschap die een voldoende aantal van die Labour-kiezers, die in 2016 hadden gestemd om de EU te verlaten, overhaalde om de Conservatieven te steunen. Een derde van de Labour-kiezers bij de verkiezingen van 2017 wilde de EU verlaten, vooral in de Midlands en Noord-Engeland en in de kleine steden en gemeenten die weinig immigranten hebben. Ze hebben de gedachte aanvaard dat hun verarmde levensomstandigheden en openbare diensten te wijten waren aan de EU, immigratie en de 'elite' uit Londen en het zuiden. Groot-Brittannië is geografisch het meest verdeelde land in Europa. De verkiezingen bevestigden deze ‘geografie van de onvrede’, waarbij de sterftecijfers binnen Groot-Brittannië meer variëren dan in de meeste ontwikkelde landen. De verdeling van het besteedbaar inkomen is ongelijker dan in enig vergelijkbaar land en is de afgelopen tien jaar nog toegenomen. Ook de verschillen in productiviteit zijn groter dan in enig vergelijkbaar land. Het ‘Leave’ standpunt was sterker bij degenen die oud genoeg zijn om zich de ‘goede oude dagen’ van de Engelse ‘suprematie’ te herinneren toen we 'nog de controle hadden’ voordat we in de jaren 70 toetraden tot de EU. [efn_note] Opmerkelijk is dat de ‘Regenboogcoalitie’ (optelsom van Labour, LibDem, SNP en Greens) bijna 80% haalde bij de jongeren, terwijl de verhouding omgekeerd lag bij de +70-jarigen. Zie https://www.nachdenkseiten.de/?p=57074  [Noot van de  vertaler, GZ] [/efn_note]Eenmaal in de EU hadden we de instabiele jaren zeventig en de vernietiging van industriële ondernemingen en de bijhorende gemeenschappen in de jaren tachtig. De stroom van Oost-Europese immigranten (eigenlijk vooral naar de grote steden) in de jaren 2000 was de laatste druppel. [efn_note] Ook hiervoor had Johnson zijn oplossing: een puntensysteem naar Australisch voorbeeld. "Na de Brexit komen er drie soorten visums voor mensen die naar het VK willen komen. 'Bijzonder getalenteerden' blijven welkom, ook als ze nog geen baan hebben. Anderen hebben een baan nodig, maar wie een nuttig beroep heeft, zoals verpleegkundige, wordt versneld toegelaten. Voor laagbetaald werk worden alleen nog maar tijdelijke visums afgegeven.” Bron Het Financieele Dagblad. [Noot van de vertaler, GZ] [/efn_note] In de ‘Remain-hoofdstad’ van Engeland, Londen, werd een stem voor Labour gezien als voor de ‘Remain’-partij, de Liberaal-Democraten werden weggedrukt. De LD's deden het slecht, maar hadden nog steeds een hoger aandeel (11%) dan in 2017. Het conservatieve deel van de stemmen steeg slechts licht t.o.v. 2017 (van 42,3% naar 43,6%), maar Labour zakte van 40% in 2017 naar 32 %. De opiniepeilingen en exit-peilingen waren dus zeer nauwkeurig. De totale opkomst daalde van 69% in 2017 tot 67%, met name in de Brexit-gebieden. Zo was opnieuw de ‘partij van de stemonthouding’ de grootste. Dit was duidelijk een Brexit-verkiezing. De Labour-partij had het meest radicale linkse programma sinds 1945. Het sociale en economische manifest van het linkse Labour-leiderschap was in feite behoorlijk populair. De campagne van Labour was uitstekend en de opkomst van activisten voor het werven van stemmen was geweldig. Maar uiteindelijk maakte het weinig verschil. Brexit domineerde nog steeds en Labour-stemmen gingen verloren. Niet elke kiezer wilde 'Brexit realiseren', maar er waren er genoeg die in 2016 voor ‘Leave' hadden gestemd en nu de vertraging en het uitstel door de voormalige premier May en het Parlement zat waren en de kwestie geregeld wilden zien. Gewoonlijk is er een verband tussen het winnen van verkiezingen en de toestand van de economie . Bij deze verkiezing was het over het algemeen anders. Maar toch suggereerde de 'index voor economisch welzijn' (WBI, well-being index gebaseerd op een mix van de verandering in reëel besteedbaar inkomen en het werkloosheidspercentage. Zie de grafiek hier onder) een verbetering sinds voormalig premier May haar meerderheid in 2017 verloor. De economie stagneerde misschien op vlak van investeringen en productie, maar het gemiddelde Britse huishouden voelde zich sinds 2017 iets beter af, met volledige werkgelegenheid en een lichte verbetering van het reële inkomen. Dat hielp de regering Johnson.   [caption id="attachment_18067" align="aligncenter" width="600"] Britse 'welzijnsindex', 1971-2019.[/caption] Wat nu? De regering onder Johnson zal nu snel stappen ondernemen om wetgeving door het Parlement te laten goedkeuren die het VK nodig heeft om uiterlijk eind januari 2020 de EU te verlaten. En dan begint het meer omslachtige proces van het sluiten over een handelsovereenkomst met de EU. Dat zou tegen juni 2020 voltooid moeten zijn [efn_note]In feite moet dit 31 december zijn. [Noot van de vertaler] [/efn_note], tenzij het VK om een verlenging vraagt. Johnson zal proberen dat te voorkomen en hij kan nu allerlei concessies doen aan de EU om een deal te sluiten zonder de angst voor verzet van 'no deal' Brexiters in zijn partij, omdat hij een voldoende grote meerderheid heeft om ze uit te schakelen. Met de Brexit-kwestie waarschijnlijk uit de voeten rond deze tijd volgend jaar zal de Britse economie, nu op de knieën (stagnatie van het bbp en investeringen), waarschijnlijk een korte opleving kennen. En zonder de 'onzekerheid' van de voorbije periode kunnen buitenlandse investeringen terugkeren, huizenprijzen herstellen en met spanningen op de arbeidsmarkt kunnen de lonen zelfs stijgen. (De opwaardering van het Britse pond bij het bekend worden van Johnson's overwinning, zoals getoond in onderstaande grafiek van Roberts' blog,  illustreert waarschijnlijk het dalen van de onzekerheid. Noot van de vertaler)   [caption id="attachment_18068" align="aligncenter" width="500"] Het Britse pond veert op als Johnson's overwinning zich aankondigt. Getoond is de koers van het pond tegenover de dollar in de dagen rond vrijdag 12 december.[/caption]   De regering van Johnson kan zelfs enkele van Labour's voorstellen stelen en de overheidsuitgaven voor een korte periode stimuleren. [efn_note] Daar wordt nu al rekening mee gehouden: “Maar hij [Johnson] is een pragmaticus en zal zich aanpassen aan zijn nieuwe achterban. Het zwaartepunt is verschoven richting de prioriteiten van de nieuwe kiezers in het noorden en midden van het land, en die zijn heel anders dan die van de vrijemarktdenkers onder de traditionele Tories.' (…) “Tijdens de campagne sorteerde Boris Johnson bijvoorbeeld al voor op soepeler regels voor noodlijdende sectoren. Hij zei na de Brexit af te willen van Europese staatssteunregels en 'snel en gemakkelijk' te willen ingrijpen als een bedrijf of sector het moeilijk heeft.” Bron Financieele Dagblad   [Noot van de vertaler, GZ] [/efn_note] Op langere termijn is de toekomst van de Britse economie somber. Alle studies tonen aan dat buiten de EU de Britse economie in reële termen langzamer zal groeien dan het zou zijn geweest als het EU-lid was gebleven. De mate van relatief verlies wordt geschat op 4-10% van het bbp in de komende tien jaar, afhankelijk van de voorwaarden van de handels- en arbeidsmarktovereenkomst met de EU. [efn_note] Zie Michael Roberts, Brexit: 100 days and after   en Gerrit Zeilemaker, De EU en Brexit: Project Angst [Noot van de vertaler, GZ] [/efn_note] Ook is het nog onduidelijk hoeveel schade het aan de financiële sector in de Londense City zal aanrichten. Maar dit is allemaal relatief, het gaat over een mindergroei van jaarlijks 0,4% à 1%. Als het VK bijvoorbeeld in de EU met 2% per jaar zou groeien, zou het dan met ongeveer 1,5% zijn. En dan is er de joker in het spel: de wereldeconomie. De grote kapitalistische economieën groeien in het langzaamste tempo sinds de Grote Recessie (2008). Er kan een tijdelijke wapenstilstand zijn in de lopende handelsoorlog tussen de VS en China, maar deze zal opnieuw uitbreken. En de winstgevendheid van bedrijven in de VS, Europa en Japan daalt, naast de stijgende bedrijfsschuld. Het risico van een nieuwe wereldwijde economische recessie is het hoogst sinds 2008. Als er een nieuwe wereldwijde malaise komt, kan de stemming van het Britse electoraat sterk veranderen; en de Brexit-bubbel van de regering Johnson wordt dan doorgeprikt. (*) Michael Roberts is een Brits marxistisch econoom, de auteur van The Great Recession: a Marxist view (2009) en The Long Depression: Marxism and the Global Crisis of Capitalism  (2016). Hij schrijft uitvoerig op zijn blog. waar ook dit artikel verscheen op 13 december 2019. Nederlandse vertaling door Ander Europa. We publiceerden van Roberts ook onlangs Het economische beleid van Labour: Een hele uitdaging voor de boeg.

Britse verkiezingen: resultaten en commentaren

15/12/2019 - 13:13

door Herman Michiel 15 december 2019   Al wie streeft naar een fundamentele kentering in Europa is natuurlijk diep teleurgesteld in de zware nederlaag van Labour en zijn linkse voorzitter Jeremy Corbyn. Het blijft echter zaak koelbloedig over de redenen voor deze mislukking na te denken en te discussiëren, zoals ook de discussie over de mislukking van Syriza nog voortduurt. Hier voorlopig alleen enkele elementaire gegevens en een overzichtje van enkele commentaren.   Resultaten Het deelnamepercentage van 67,3% was ietsje lager dan dat van 2017. De partijen kregen de volgende kiezerspercentages achter zich (met tussen haakjes het verschil t.o.v. de vorige parlementsverkiezingen van 2017):   [caption id="attachment_18061" align="aligncenter" width="650"] CON: Conservatives, LAB: Labour, LD: Liberal-Democrats, SNP: Scottish National Party, GRN: Greens, BRX: nieuw opgerichte Brexit Party.[/caption] Uitgedrukt in de verdeling van de 650 zetels, en vergeleken met de drie recentste voorbije verkiezingen is het beeld als volgt:   [caption id="attachment_18062" align="aligncenter" width="607"] Zetelverdeling in het Brits Parlement. Blauw: Conservatieven (Tories), roze: Labour, oranje: Liberaal-Democraten, geel: Scottish National Party. De ene nog niet toegekende zetel op het ogenblik van het opmaken van deze grafiek (door Le Monde) ging naar de Tories, die dus over 365 zetels beschikken, 39 méér dan de vereiste 326 voor een meerderheid.[/caption]   Commentaren Men kan misschien de volgende lijn trekken doorheen de vele commentaren op het verkiezingsresultaat, in het bijzonder op de nederlaag van Labour. De meesten wijzen op de onduidelijke, wijfelende en onstandvastige positionering van de partij wat Brexit betreft; het deel van links dat voor Leave was wijst op het succes van Johnson en de Tories en betreurt dat Labour dat niet even consequent verdedigd heeft, bovendien gesterkt door een aantrekkelijk links programma voor na de Brexit. De linkse Remainers kunnen niet veel meer doen dan wijzen op de moddercampagne ('antisemitisme', 'gauchisme'...) tegen Corbyn en Labour, maar dat verklaart toch niet waarom Labour een hoop arbeidersstemmen verloor aan de Conservatieve brexiteers. Dan is er nog 'europeanistisch links', te vinden bij sociaaldemocraten, groenen maar ook bij een groot deel - onder andere de leiding - van 'radicaal links' (de linkse fractie GUE/NGL in het Europees Parlement). Hier geen fundamentele kritiek van de 'Europese integratie' zoals belichaamd door de EU, en het uitstappen uit de Unie wordt als een vorm van gebrek aan solidariteit beoordeeld. Hier hoort men, als er al iets te horen is,  vooral jammerklachten over de spijtige keuze van de Britten. Onder 'europeanistisch links' zou men normaal gezien ook DiEM25 moeten schikken, de beweging gestart door Yanis Varoufakis, de gewezen Griekse minister van financiën onder Tsipras, gezien hun hoop om binnen 5 jaar de EU gedemokratiseerd te hebben, maar zoals verder zal blijken is DiEM25 toch nog een geval apart. Naarmate men meer naar rechts opschuift hoort men duidelijker de jubel over de nederlaag van het linkse project van Corbyn. Brexit is dan nog alleen maar de gelukkige zet van rechts om de gehate tegenstander uit te schakelen. In wat volgt citeren we uit een aantal uiteenlopende commentaren op de uitslag van 12 december. Het zijn eerder individuele kritisch-linkse commentatoren die de Labournederlaag toeschrijven aan een dubbelzinnige, wijfelende houding in de Brexitkwestie, terwijl Johnson ad nauseam herhaalde we get Brexit done, en als volleerd opportunist nog wat beloftes deed over sociale investeringen. Zo stelt Ewald Engelen, professor financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam in Knack:

“De Labourpartij stelde een erg progressief programma voor, maar is er duidelijk niet in geslaagd om daarmee het gros van de kiezers te overtuigen. Een belangrijke verklaring is de dubbelzinnige houding van voorzitter Jeremy Corbyn over de brexit. Hij wilde zich niet openbaren als een voorstander van de brexit en heeft uiteindelijk voor het zoutloze compromis gekozen om een tweede referendum te organiseren.

Corbyn had daarentegen moeten benadrukken dat de Europese Unie een grote neoliberale efficiëntiemachine is, waarin het voor lidstaten onmogelijk is om bijvoorbeeld de macht van de aandeelhouders breken. Zijn sociaaleconomisch programma bood een uitstekende aangelegenheid om voor een brexit te pleiten.”

Een gelijkaardige analyse bij Lindsey German van het radicaal linkse Counterfire. In haar vele columns verdedigde ze sinds maanden en met enthousiasme het Labourprogramma, maar ze zag met lede ogen de toenemende Remain-vriendelijke houding van de partij, die naar de verkiezingen ging met de belofte van een tweede referendum over brexit. Haar oordeel over de verkiezingsuitslag ligt in het verlengde daarvan:

“There is one overwhelming reason and it is absolutely glaring. Johnson’s slogan of ‘get Brexit done’ cut through everything else. People who voted Leave deserted Labour in huge numbers. Many of them voted for the Brexit Party or didn’t vote, and some directly backed the Tories, even when led by a charlatan like Johnson who cares nothing for their real interests.”

Weinig commentaar voorlopig bij het voorzitterschap van de linkse fractie (GUE/NGL) in het Europees Parlement. Medevoorzitter Schirdewan houdt het bij “een trieste dag voor de mensen in Groot-Brittannië” en “triest dat een boodschap van hoop zich niet kon doorzetten tegen een unfaire en smerige campagne van de Conservatieven”. Ook bij de sociaaldemocratische fractie (S&D), waartoe Labour effectief behoort, alleen maar tranen om een verkeerde keuze van de Britse kiezer, die evenwel moet ‘gerespecteerd worden’. Bij de Partij van de Europese Socialisten en Demokraten (PES) voorlopig zelfs geen enkele commentaar... Bij DiEM25 daarentegen, de beweging voor de demokratisering van de EU gestart door Varoufakis, vinden we onder de kop Message to our British and European comrades een warme schouderklop richting Corbyn en medestanders: “We are with Jeremy Corbyn, the thousands of activists and millions of voters who supported a bold vision and a Green New Deal that DiEM25 is also advocating for the whole of Europe. Perhaps this day in England is bleak, but it too shall pass.”, schrijven Srećko Horvat en Erik Edman. En een stukje analyse dat in voorzichtige termen eveneens de onduidelijke houding van Labour inzake Brexit lijkt aan te wijzen als het grote gebrek in de campagne:

We need clear positions. No middle-of-the-road politics. What happened to Labour is a sort of repetition of what happened in Catalonia: instead of progressives using a good opportunity, a possibly useful crack in the fossilised status quo, this opportunity is derailed through political events that we do not respond to with sufficient determination (in this case Brexit, in Catalonia: independence). The more undecisive progressives are, the more decisive will be the victories of the national populists.”

De juiste toon voor verslagen links wordt ook gezet bij het inleidend citaat, dat Tony Benn laat zeggen: “There is no final victory, as there is no final defeat. There is just the same battle. To be fought, over and over again. So toughen up, bloody toughen up.” In Le Monde (13 dec) wordt Labour’s flou i.v.m. Brexit vermeld als oorzaak van de nederlaag, maar ook un programme très radical en ‘het fel aangetaste imago van leider Corbyn ‘die ervan beschuldigd werd niet genoeg gedaan te hebben tegen het antisemitisme in de partij’. De militant rechtse Economist, gaat nog wat verder en spitst alles toe op de corbynistas en hun extreem-links programma:

Having won three elections under a moderate [sic]  leader, Tony Blair, Labour has now lost four as it has charged ever further to the left.”  En “Mr Corbyn was toxified by his habit of praising left-wing dictatorships, palling around with terrorists and turning a blind eye to anti-Semitism.

In een volgend artikel zullen we de marxistische econoom Michael Roberts aan het woord laten over de verkiezingsuitslag, Brexit en de toekomst.  

Bedrijfsbelang vs. Green Deal

12/12/2019 - 18:38

12 december 2019 - In het bericht Mercosur: vrijhandel tegen klimaat wezen we op de tegenstelling tussen de klimaatambities van de Europese Unie en haar vrijhandelsbeleid. Die tegenstelling blijkt ook in de energiepolitiek van de EU. Op 9 december schreven een hele reeks ngo’s een open brief [efn_note] Open letter on the energy charter treaty, 9 december 2019. [/efn_note] aan de commissarissen, ministers en parlementsleden van de EU waarin ze wijzen op de onverenigbaarheid van de klimaatdoelstellingen van Parijs met een weinig bekend maar vérreikend verdrag in verband met energie, het Verdrag inzake het Energiehandvest (Energy Charter Treaty, ECT). De directe aanleiding is dat dit verdrag van 1994 momenteel voor ‘modernisering’ wordt herbekeken, op het ogenblik dat de nieuwe Commissie von der Leyen haar Green Deal voorstelt. In de open brief lezen we:

“Wij – 278 organisaties uit de civiele maatschappij betrokken bij milieu, klimaat, consumenten en handel, waarbij ook vakbonden, denken dat het ECT onverenigbaar is met de uitvoering van het Parijse Klimaatakkoord, met een rechtvaardig overgangsbeleid dat samen met de werknemers en hun vakbonden wordt ontwikkeld, en met andere onmisbare openbare beleidsmaatregelen. Het ECT werd gebruikt, en zal in de toekomst steeds meer gebruikt worden, door bedrijven die handelen in fossiele brandstoffen en kernenergie om zich te verzetten tegen overheidsbeslissingen die deze energiebronnen willen afbouwen. Het verdrag kan ook een obstakel zijn om van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie een investeringsprioriteit te maken, om energieproductie onder overheidscontrole te brengen, en om maatregelen te nemen die een eind moeten maken aan energiearmoede. Het ECT is in zijn huidige vorm voorbijgestreefd en een bedreiging voor het algemeen belang.”

De dreiging die van ECT uitgaat is van dezelfde aard als die bij vrijhandelsverdragen: de rode loper voor bedrijfsbelangen, ten koste van het openbaar belang. ECT bevat o.a. een investeerdersbeschermingsclausule, het beruchte ISDS, waarmee bedrijven beroep kunnen doen op uitzonderingsrechtbanken om monsterboetes af te dwingen van overheden. Friends of the Earth geeft daarvan twee voorbeelden:
  • Het Zweedse Vattenfall eist 6,1 miljard € van Duitsland wegens zijn geplande kernuitstap;
  • Het Duitse Uniper kondigde aan dat het de Nederlandse overheid zou dagvaarden en schadevergoeding eisen in het geval een wet gestemd wordt over de steenkooluitstap [efn_note] zie hierover Milieudefensie, Nederland steeds dichterbij eerste claim van multinational. Milieudefensie is één van de ondertekenaars van de open brief. [/efn_note].
Het is veelzeggend dat de bepalingen in het Handvest die de bedrijfsbelangen behartigen bindend zijn, terwijl verklaringen over duurzaamheid en energie-efficiëntie dat niet zijn... Een filmpje over de tegenkanting van bedrijven tegen de Nederlandse kolenuitstap: [spacer] [spacer]

Minimumloon in Portugal omhoog

12/12/2019 - 11:06

12 december 2019 – In een bericht  meldt het Europees Vakverbond dat de Portugese eerste minister Antonio Costa beloofde de Portugese minimumlonen geleidelijk op te trekken naar 750 € per maand. Dit zou een verhoging met 25% betekenen, die evenwel pas in 2023 zou bereikt worden.

(Dit bericht werd toegevoegd aan het artikel Minimumlonen in de EU).

Een nieuw rondje stront gooien naar Corbyns Labour

11/12/2019 - 15:41

11 december 2019 - We schreven het onlangs nog: de klassenstrijd speelt zich in Groot-Brittannië deels binnen de Labour Party af, en dit ten gevolge van het uiterst ondemocratische alles-of-niets verkiezingssysteem. Dit verklaart bv. hoe twee absoluut politiek tegengestelde figuren als Tony Blair en Jeremy Corbyn in dezelfde partij kunnen zitten en er zelfs het voorzitterschap van kunnen verwerven. Het verklaart ook dat Labourparlementsleden de partij de rug toekeren als er een socialist als Corbyn tot partijleider verkozen wordt, en er niet voor terugschrikken aan de smerigste beschadigingscampagnes deel te nemen. Een staaltje daarvan zien we vandaag in een aantal Britse kranten, waar uitgesmeerd over een volle pagina opgeroepen wordt om vooral niet voor Labour te stemmen morgen (12 december). Want Labour is 'antisemitisch en extremistisch', Corbyn wil uit de NATO en hij heeft vriendjes bij Hamas en Hezbollah...

Vijftien ex-Labour MPs zetten hun naam onder dit rioolschrijfsel, en het is niet moeilijk om hun motivatie te achterhalen. Zo is er de pas uitgetreden Ann Coffey; ze werd in 1997 door Tony Blair aangezocht als zijn parlementair verbindingspersoon (Parliamentary Private Secretary). Chris Leslie is een andere 'Blairite', adviseur van de rechtse Social Market Foundation. Of neem John Woodcock, een tijdlang voorzitter van de Labour Friends of Israel, verdediger van de Saoedische interventie in Jemen, en ervan overtuigd dat met Corbyn Labour overgenomen is door extreem-links. Schoon volk dat met drek gooit... Men spreekt soms over de verspreiding van fake waarheden en de ondermijning van de democratie door Poetin of de Alt Right, maar dit soort leden van de 'Parliamentary Labour Party' moet niet voor hen onderdoen. (hm)

Mercosur: vrijhandel tegen klimaat

10/12/2019 - 21:18

De EU wil op wereldvlak een leidende rol spelen op het gebied van de strijd tegen de klimaatopwarming, en men kan niet ontkennen dat ze op dat vlak belangrijke initiatieven nam. Maar één ding verhindert de EU om die rol consequent en effectief te spelen:  haar huwelijk met de kapitalistische bedrijfsbelangen. Ja, de EU neemt maatregelen om de uitstoot van CO2 (en andere schadelijke stoffen, zoals methaan, zwavel, roet, fijn stof) te reduceren, zowel bij de productie als bij het transport. Maar terzelfdertijd stelt de EU alles in het werk om nog meer goederen over de oceanen te transporteren, nog meer handelsgerichte productie te stimuleren, met alle gevolgen vandien: méér uitstoot, méér ontbossing, om nog niet te spreken van de sociale ontwrichting die er meestal mee gepaard gaat. Een nieuwe studie illustreert dit contraproductieve EU-beleid. De EU heeft in juni de onderhandelingen afgerond voor een zoveelste vrijhandelsverdrag, nu met Mercosur. Dit is een douane-unie tussen Brazilië, Argentinië, Uruguay en Paraguay, en nog een reeks andere landen zijn ermee geassocieerd. Een aanzienlijke markt van meer dan een kwart miljard mensen, waarvan de bovenlaag best wat meer Europese wagens kan afnemen. De Mercosur agro-business van haar kant wil meer landbouwproducten, in het bijzonder rundvlees, naar Europa verschepen. De Mercosur-EU deal wordt dan ook soms lapidair een ruil van cars for cows genoemd, maar de EU wil ook meer kaas en wijn exporteren, en naast beef produceren Brazilië en Argentinië bv. ook soja, tabak, en ethanol (‘biobrandstof’). Volgens de bekende slogans zal vrijhandel hier dus voor beide partijen een win-win-operatie zijn die iedereen ten goede komt. Maar kleine producenten, en vooral de boeren in het Zuiden weten ondertussen wel beter [efn_note]Zie bv. Het Nieuwe kolonialisme, Het vampierverdrag tussen EU en Mercosur stoppen! [/efn_note]. Maar ook vanuit een ecologisch standpunt heeft handel, en transatlantische handel in het bijzonder, een prijs. Medewerkers van GRAIN [efn_note] GRAIN is een kleine internationale vzw, gevestigd in Barcelona, die opkomt voor kleine boeren en sociale bewegingen in hun strijd voor gemeenschapsgecontroleerde en op biodiversiteit gebaseerde voedselsystemen. Hun website is drietalig Spaans-Engels-Frans.  [/efn_note] berekenden deze prijs aan de hand van de aangekondigde exportquota vermeld in de EU-Mercosur vrijhandelsdeal, zich beperkend tot de 8 belangrijkste agrarische producten. Ten gevolge van het geplande vrijhandelsverdrag zou de export voor deze producten verhogen, zoals getoond in onderstaande figuur.   De implicaties voor de CO2-productie worden als volg ingeschat:
  • Verhoging van de emissie met één derde (van 25,5 miljoen ton naar 34,2 miljoen ton per jaar)
  • Het grootste deel daarvan (82%) afkomstig van de rundvleesexport naar EuropaDe
  • De extra-uitstoot komt overeen met die van een stad als Lissabon.
Hierbij werd rekening gehouden met de extra-uitstoot ten gevolge van de extra-productie (wat instaat voor 2/3 van de extra-uitstoot), die tengevolge van de veranderde grondbestemming (ca 1/3) en die ten gevolge van het transport (ca 1%). Men zou kunnen inbrengen dat vleesimport uit Brazilië en Argentinië de (gedeeltelijke) vermindering zal meebrengen van de productie in Europa – een argument dat politieke leiders hier niet luid zullen verkondigen –   maar in het geval van biobrandstof zal dat veel minder het geval zijn. De hele studie kan men hier raadplegen. (hm) (Met dank aan Paul-Emile Dupret, medeweker van de linkse fractie in het Europees Parlement, voor het wijzen op deze studie)

Van Oost naar West, kapitaal vaart best

08/12/2019 - 19:15

door Herman Michiel 8 december 2019   Water stroomt van hoog naar laag, en Europees geld van West naar Oost, dat lijkt een evidentie. Moeten die eeuwige kankeraars in Oost-Europa dan niet eindelijk eens enige dankbaarheid betuigen aan onze Unie, en vooral aan de West-Europese lidstaten die jaarlijks miljarden pompen via structuur-, cohesie- en ik weet niet welke andere Europese fondsen om die ex-communistische dictaturen er beetje bij beetje bovenop te helpen? Dat ziet men verkeerd, zegt Clotilde Armand in de Europese editie van Politico. Nu moet ik er meteen bij vermelden dat de geloofsbrieven van zowel Politico als van Clotilde Armand argwaan kunnen wekken bij linkse scherpslijpers. Politico is een Amerikaans, eerder rechts mediabedrijf dat sinds 2015 ook een Europese tak heeft die dagelijks bericht over Europese politiek, deels op een gratis toegankelijke website.  De Frans-Roemeense zakenvrouw Clotilde Armand van haar kant werd in mei verkozen in het Europees Parlement op de lijst van de Red Roemenië Unie (USR), Europees aangesloten bij de liberale fractie Renew Europe van Macron-Verhofstadt. Aan de scherpslijpers zou ik zeggen dat het feit dat mevrouw Armand de liberale en de Europese zaak goed genegen is mijns inziens nog wat pittigheid toevoegt aan haar in Politico vertolkte stelling. En die stelling luidt: “In tegenstelling tot wat men algemeen aanneemt stroomt het meeste geld in Europa van Oost naar West, en niet omgekeerd.” In vogelvlucht beschrijft Armand de ‘integratie’ van Oost-Europa in de Europese Unie:

“Wanneer Oost-Europese landen begonnen toe te treden tot de Europese Unie werd er een deal gesloten. De regeringen in het Oosten gingen akkoord om handelsbarrières uit de weg te ruimen zodat Westerse bedrijven toegang kregen tot een groot aantal consumenten die ongeduldig uitkeken om het beste te maken van hun nieuwe kapitalistische levenswijze. Ter compensatie beloofden de Westerse regeringen om geld van de EU naar het Oosten te laten stromen zodat het ex-Sovjetblok de infrastructuur zou kunnen uitbouwen die het dringend nodig had. De investeringen stroomden oostwaarts. Voormalige overheidslicenties werden gekocht voor een habbekrats en Westerse bedrijven eigenden zich een goed deel toe in elke sector van de oostelijke economie, met als gevolg dat verfijnde consumentengoederen hun intrede deden in de huishoudens van het Oosten. De minst ontwikkelde regio’s kregen grote cheques. Dit werd een succes genoemd. De Europese ‘cohesiepolitiek’ deed haar magisch werk: het Oosten begon de rest van de club bij te benen. Maar de grootste ‘winnaars’ van deze ontwikkeling zijn West-Europese landen, waarvan sommigen nu de portemonnee dichthouden en aangeven dat ze niet langer kunnen 'aanzienlijk meer betalen aan de EU dan ze terugkrijgen'. Maar in werkelijkheid verbleekt het bedrag dat Westerse landen naar Oost-Europa sturen via het EU-budget in vergelijking met de winsten die Westerse bedrijven maken op basis van hun investeringen in het Oosten.”

De onderstaande grafiek illustreert deze Oost-West deal; zo ziet men bv. dat in de periode 2010-2015 de jaarlijkse Europese subsidies aan Tsjechië gemiddeld 2% van het (Tsjechische) bbp bedroegen, maar dat er 7,5% van het bbp als winst naar het Westen werd versluisd. Waar we het iets anders zouden formuleren dan mevrouw Armand is waar ze zegt dat de grootste winnaars van deze ontwikkeling West-Europese landen zijn. In werkelijkheid stromen de winsten naar private Westerse bedrijven en hun aandeelhouders, terwijl EU-subsidies berusten op belastingen. Op de keper beschouwd bestaat de Europese ‘solidariteit’ er dus in dat belastingbetalers zorgen voor de nodige infrastructuur opdat Westerse bedrijven van Oost-Europa een nieuw wingewest kunnen maken. De Westerse investeringen in Oost-Europa worden ook al te gemakkelijk voorgesteld als het begin van een moderne economische ontwikkeling. In een recente bijdrage op deze site laat Jacques Pauwels een heel andere klok horen: “Deze landen werden gedeïndustrialiseerd, omdat privatisering ervoor zorgde dat westerse bedrijven en banken er zich vestigden en een ‘shocktherapie’ toepasten met massale ontslagen van werknemers in naam van efficiëntie en concurrentievermogen. Een voorheen onbekende gesel, werkloosheid, verscheen precies op het moment dat sociale diensten, voorheen als vanzelfsprekend beschouwd, werden opgeheven omdat ze niet in de neoliberale vorm pasten.”  Nergens is dit duidelijker dan in het geval van de opslorping van Oost-Duitsland door de Bondsrepubliek. “Allemagne de l’Est, histoire d’une annexion” titelde Le Monde Diplomatique van november boven een zeer lezenswaardig artikel. De vraatzucht van het westers kapitaal was zo groot dat zelfs Karl Otto Pöhl, gewezen voorzitter van de Duitse Bundesbank, sprak van een “paardenremedie die geen enkele economie zou kunnen doorstaan”... Wie zich – terecht – zorgen maakt over de invloed van demagogische en extreemrechtse politieke krachten in Oost-Europa kan onmogelijk aan deze feiten voorbijgaan. Mevrouw Armand, het is zeer de vraag of Emmanuel Macron, Guy Verhofstadt en uw collega’s van Renew Europe hun kritiek op het Oost-Europese ‘illiberalisme’ met deze inzichten zullen verrijken…

Kan Jeremy Corbyn het ‘momentum’ grijpen?

06/12/2019 - 18:26

Door Jens Berger (*) Verschenen op 4 december op NachDenkSeiten (*) 6 december 2019   Slechts een paar dagen geleden leek het erop dat de verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk al voorbij waren. Polls voorspelden maar liefst een meerderheid met 68 zetels op overschot voor de conservatieve Tories. Maar ze hadden niet met de de activisten van Labour gerekend, die een fantastische campagne op straat en op internet hebben opgezet, die herinneringen oproept aan de campagne “kies Willy!” [efn_note] Bedoeld is de kiescampagne van  Willy Brandt in 1972. [Noot van de vertaler] [/efn_note]. De voorsprong van de Tories brokkelt onophoudelijk af. Nauwkeurige voorspellingen zijn onmogelijk, vooral omdat recente studies iets verbazingwekkends hebben aangetoond: een groot deel van de kiezers wil tactisch kiezen en dus vooral Boris Johnson tegenhouden. De race is blijkbaar nog niet gelopen en de kansen voor Jeremy Corbyn zijn veel beter dan eerder gedacht. Als het aan de klassieke media lag, zouden de verkiezingen inderdaad al achter de rug zijn. Een recente studie van de Loughborough University [efn_note] Zie The Independent, General election: British newspapers’ attacks on Labour have intensified while Tories continue to get positive coverage, study finds [/efn_note] heeft de berichtgeving  van een aantal geselecteerde kranten in de afgelopen drie weken geanalyseerd. Het is niet verwonderlijk dat de berichtgeving van Labour met een waarde van -75,70 in de afgelopen week zo catastrofaal was dat zelfs twijfelaars niet kunnen ontkennen dat er een massale campagne tegen Labour en haar partijleider Jeremy Corbyn gevoerd wordt. Overigens komen de Tories op waarden tussen +15,87 en +29,98. De door de staat gerunde BBC neemt ook al lang deel aan deze campagne [efn_note] The Guardian, 3 december 2019, In its election coverage, the BBC has let down the people who believe in it [/efn_note] en gedraagt zich in haar berichtgeving vaak als een Tory-persbureau. Maar de verkiezingscampagne vindt gelukkig niet alleen in de klassieke media plaats. Rond Labour heeft Momentum [efn_note] Zie de website van Momentum. [/efn_note] de afgelopen jaren een krachtig campagneplatform gecreëerd [efn_note]Zie Spiegel online, Die Corbyn-Armee [/efn_note] dat al in de vorige verkiezingscampagne de aandacht heeft getrokken.[efn_note] NachDenkSeiten, 18 augustus 2016, Ist das der Beginn vom Ende der Deutungshoheit? [/efn_note]. Momentum heeft 50 fulltime medewerkers en meer dan 40.000 leden die actief campagne voeren - enkele duizenden van hen hebben de laatste weken van de verkiezingscampagne vrij genomen en maken nu - centraal gecoördineerd door Momentum [efn_note] Zie My Campaign Map  [/efn_note]- een last-minute verkiezingscampagne in de belangrijkste kiesdistricten. Men gaat van deur tot deur en spreekt mensen op straat aan.   ‘Willy’-campagne 2.0 [caption id="attachment_18014" align="alignleft" width="211"] Uit een brochure van Momentum, de beweging die in 2015 ontstond om Jeremy Corbyn te steunen. (Klikken om de brochure te openen)[/caption] Een groot deel van de verkiezingscampagne vindt echter opnieuw plaats op de sociale netwerken. Alleen al de Facebookpagina van Jeremy Corbyn heeft meer dan 4,8 miljoen interacties opgeleverd (likes, comments of retweets) - meer dan alle Britse partijen (inclusief Labour) samen [efn_note]Zie New Statesman America, 2 dec. 2019, On Facebook, Jeremy Corbyn is getting all the attention [/efn_note]. Maar deze cijfers zeggen niets over de werking ervan in de breedte. Moderne communicatie via de sociale netwerken is geen eenrichtingscommunicatie van de afzender naar de ontvanger. In de Corbyn-, Labour- en Momentum-omgeving hebben zich duizenden groepen gevormd die op eigen initiatief berichten, video's en liedjes posten om campagne te voeren voor Labour. De belangrijkste onderwerpen hier zijn gezondheidszorg en het onderwijssysteem, evenals het verzet tegen het bezuinigingsbeleid en de oproep tot herverdeling van boven naar beneden. Voor buitenlandse waarnemers is het met name interessant dat het onderwerp Brexit op zijn best in de marge voorkomt. In een video laten de makers bijvoorbeeld jongeren raden [efn_note] Zie Facebook [/efn_note] hoe duur bepaalde gezondheidszorgdiensten zijn in de VS. De video werd binnen 20 uur meer dan vier miljoen keer alleen al op Facebook bekeken. In een tweede video over het onderwerp legt de Amerikaanse acteur Rob Delaney aan de Britten de voordelen uit van hun gezondheidszorg [efn_note] Facebook [/efn_note]. Zelfgemaakte video's van oude [efn_note] Twitter [/efn_note] en jonge [efn_note] Twitter  [/efn_note] mensen, vuilnismannen [efn_note] Facebook [/efn_note], brandweerlieden [efn_note] Facebook [/efn_note], artsen [efn_note] Facebook [/efn_note] en verpleegkundigen [efn_note] Facebook [/efn_note] en zelfgemaakte campagnespots [efn_note] Twitter [/efn_note] worden via deze groepen verspreid en vinden vaak honderdduizenden kijkers. Er zijn honderden van deze video's en elke dag worden er tientallen nieuwe toegevoegd. Maar ook de campagnevoerders van Labour zelf kunnen via deze kanalen honderdduizenden tot miljoenen kijkers bereiken - zelfgemaakte spots voor een jonger publiek [efn_note] Twitter [/efn_note], campagnefilms voor het nationale gezondheidssysteem NHS [efn_note] Facebook [/efn_note] of voor een echt vredesbeleid [efn_note] Facebook [/efn_note] en films met verkiezingsbijeenkomsten [efn_note]Facebook [/efn_note]. Vooral populair zijn grappige films over Boris Johnson [efn_note] Twitter [/efn_note] of de Britse miljardair en Tory-fan Richard Branson [efn_note] Facebook [/efn_note], die zich binnen de kortste keren verspreiden. Het doel van Labour is zelfs niet om kiezers van de Tories te overtuigen; het gaat meer om het mobiliseren van eigen, meestal jongere, kiezers. In de afgelopen week - net voor de deadline - registreerden zich bijna 700.000 nieuwe kiezers; een record. Zonder twijfel heeft Jeremy Corbyn het momentum. De hamvraag is of dit voldoende zal zijn om de voorsprong van de Tories in de verkiezingsvoorspellingen in te halen.   [spacer] Kunnen de Britten Boris Johnson met tactiek verslaan? Onmogelijk is het niet. Bij de laatste algemene verkiezingen in 2017 stond Labour twee weken voor de verkiezingen nog steeds met 9% op de Tories achter. Bij de verkiezingen zelf was de voorsprong van de Tories tot 2% geslonken. Volgens de laatste onderzoeken is de kloof momenteel 7%, met een foutenpercentage van +/- 3% [efn_note] Wikipedia [/efn_note]. De New Statesman concludeert al dat een Labour-regering zich momenteel binnen het statistische foutenpercentage bevindt. [efn_note] New Statesman, 2 dec. 2019.[/efn_note] Zelfs de voormalige stafchef van Boris Johnson waarschuwt al voor een ‘zeer reële mogelijkheid’ [efn_note] Express, 30 nov. 2019. [/efn_note] dat het niet genoeg zou kunnen zijn voor de Tories om tot een regeringsmeerderheid te komen. Maar nauwkeurige voorspellingen zijn onmogelijk bij deze verkiezingen. In het Verenigd Koninkrijk bestaat er een meerderheidskiessysteem, waar alleen de winnaar in elk kiesdistrict een mandaat krijgt. Uiteindelijk maakt het niet uit of de Tories 45% of 99% van de stemmen krijgen in hun landelijke bolwerken met veel Torykiezers van middelbare leeftijd, en dat verstoort de betekenis van landelijke peilingen. Doorslaggevend zijn – daar zijn alle waarnemers het erover eens –  de kiesdistricten waarin de verschillen klein zijn, en de kiesdistricten waarin Labour en de Liberaal-Democraten stemmen van elkaar kunnen wegsnoepen. En hier is het bijzonder spannend omdat weliswaar veel deze twee partijen scheidt, maar ze hebben in de Tories een gemeenschappelijke tegenstander, en beide partijen willen vooral Boris Johnson tegenhouden. Uit een recent onderzoek van Remain United [efn_note] The London Economic, 2 dec. 2019. [/efn_note] bleek dat 48% van de aanhangers van Labour en zelfs 55% van de aanhangers van de liberaal-democraten tactisch zullen stemmen om de ​​Torykandidaat in hun kiesdistrict tegen te houden. Gebaseerd op de peilingen van vorige week zou daarmee de voorsprong van de Tories tot slechts acht zetels smelten. Als de trend naar Labour slechts met nog eens twee procentpunten zou doorzetten (en dit is vandaag al het geval volgens recente peilingen), zouden Labour, de Liberaal-Democraten en de Schotse SNP een meerderheid in het Lagerhuis hebben. En de studie van Remain United staat niet op zichzelf. Een soortgelijk onderzoek van de Electoral Reform Society [efn_note] Politico, 4 dec. 2019 [/efn_note] kwam tot een zeer vergelijkbare conclusie – hier waren het 30% van de kiezers die over partijgrenzen heen één kandidaat of één partij in hun kiesdistrict zullen stemmen, om een andere kandidaat tegen te houden. Een andere studie door Best for Britain [efn_note] The Independent, 27 nov. 2019. [/efn_note] schat het aantal tactische stemmen dat nodig is om Boris Johnson te verslaan op minimaal 117.314; dit zou voldoende zijn in de 57 omstreden kiesdistricten om op basis van de huidige voorspellingen de Torykandidaten daar te verslaan. Let wel, het gaat over een stemmenwissel tussen de oppositiepartijen en niet over het winnen van Torystemmen. De cruciale vraag voor de verkiezingen van 12 december is of de tegenstanders van Boris Johnson hun eigen troepen kunnen mobiliseren en tactisch stemmen kunnen aanmoedigen. Als dit lukt, zal het moeilijk worden voor Boris Johnson, en zou ondanks alle voorspellingen van een nederlaag de volgende premier van Groot-Brittannië Jeremy Corbyn kunnen zijn. (*) NachDenkSeiten is een Duitse website opgezet als “informatiebron voor burgers die hun twijfels hebben over de mainstream opiniemakers en zich verzetten tegen de gangbare slogans”. De website is gratis toegankelijk, het initiatief wordt gefinancierd met vrijwillige bijdragen. Naast de redactionele artikels – met extra aandacht voor manipulatie van de publieke opinie – worden ook interessante publicaties in andere media aangegeven, eventueel met kritische commentaar. Er zijn ook verwijzingen naar videos. In tal van steden ontstonden rond NachDenkSeiten gespreksgroepen. Het hier gepubliceerde artikel verscheen op 4 december onder de titel Kann Jeremy Corbyn das Momentum nutzen? De Nederlandse vertaling is door Ander Europa. We danken auteur en redacteur Jens Berger voor de toelating tot overname.

Over de viering van de val van de Berlijnse muur

02/12/2019 - 15:10

door Jacques Pauwels (*) 2 december 2019   Het is onmogelijk om tegen de verdwijning van muren te zijn die mensen scheiden en het is daarom onmogelijk om de val van de Berlijnse muur in november 1989 niet toe te juichen, of om die reden niet uit te kijken naar de val van andere muren die vandaag, dertig jaar later, nog steeds staan of worden gebouwd. Maar het is legitiem om te onderzoeken of de val van het communisme in Oost-Europa en de Sovjet-Unie, ingeluid door de val van de Berlijnse muur, een overwinning voor de democratie is geweest. Daarbij moet worden bedacht dat democratie niet alleen een politiek maar ook een sociaal gezicht heeft: het is een systeem waarin de demos, de grote massa gewone mensen, niet alleen enige input kan leveren, b.v. via verkiezingen, maar ook enkele voordelen ontvangt, meestal in de vorm van sociale voorzieningen. Laten we de cruciale vraag stellen: cui bono ?, "Wie heeft van de val van de Berlijnse muur geprofiteerd?" Het antwoord zal u misschien verbazen.   [caption id="attachment_17989" align="aligncenter" width="650"] De Muur (Foto in publiek domein CC0, https://www.piqsels.com)[/caption]   Begunstigden van de zogenaamde revoluties in Oost-Europa waren ongetwijfeld de grondbezittende adel, de voormalige heersende klasse, en haar naaste bondgenoot, de Kerk, katholiek in het grootste deel van Oost-Europa maar orthodox in Rusland, voorheen ook een belangrijke landeigenaar. Als gevolg van de Oktoberrevolutie van 1917 in Rusland en de revolutionaire veranderingen die door de Sovjets in Oost-Europa in 1944/45 werden geïntroduceerd, hadden de adel en de Kerk hun uitgestrekte landerijen (en kastelen, paleizen, enz.) verloren, samen met hun eerder overweldigende politieke macht. In de jaren na de val van de Berlijnse muur waren echter niet alleen de adellijke families van de voormalige Duitse en Oostenrijks-Hongaarse keizerrijken, maar ook, en vooral, de katholieke Kerk, in staat om hun landbezit, dat gesocialiseerd was in 1945, terug te winnen. Het resultaat is dat de katholieke Kerk opnieuw de grootste landeigenaar is in Polen, Tsjechië, Hongarije, Kroatië, enz. Aan deze landheer moeten de Oost-Europese plebejers - bijv. Poolse pachtboeren en Sloveense kraamhouders op het kleine marktplein achter de kathedraal van Ljubljana - nu een veel hogere huur betalen dan in de zogenaamd 'slechte oude tijd’ vóór 1990. Veel voormalige aristocratische landeigenaren, zoals de dynastie van de Schwarzenbergs, zijn weer in het bezit van kastelen en grote domeinen in Oost-Europa en genieten opnieuw grote invloed en politieke macht, net als in de zogenaamd ‘goede oude tijd’ vóór 1914 en/of 1945. Over deze dingen is in onze reguliere media echter nooit iets gezegd of geschreven; integendeel, we werden overtuigd om te geloven dat Karol Józef Wojtyla, paus Johannes Paulus II, alleen met de aartsconservatieve Amerikaanse president Ronald Reagan en de CIA tegen de Sovjets samenwerkte om de democratie in Oost-Europa te herstellen. Dat het hoofd van de katholieke Kerk, een eminent ondemocratisch instituut, waarin de paus alles te zeggen heeft, en miljoenen gewone priesters en gelovigen helemaal niets, misschien een apostel van het democratische evangelie zou zijn, is een absurde gedachte. Als de paus echt voor democratie wilde vechten, had hij met de katholieke Kerk zelf kunnen beginnen. Dat Johannes Paulus II echt niets te maken wilde hebben met echte democratie blijkt maar al te duidelijk uit het feit dat hij de  bevrijdingstheologie veroordeelde en met hand en tand vocht tegen de moedige kampioenen van deze theologie - meestal gewone priesters en nonnen - die democratische verandering bevorderden in Latijns-Amerika, democratische verandering die daar veel meer nodig was dan in Oost-Europa. Inderdaad, in het grootste deel van Latijns-Amerika heeft de bevolking nooit geprofiteerd van goedkope huisvesting, gratis onderwijs, medische zorg of de vele andere sociale voorzieningen die in communistisch Polen en elders in Oost-Europa als vanzelfsprekend werden beschouwd. Natuurlijk was de katholieke Kerk in Latijns-Amerika altijd een grote landeigenaar geweest, wiens privileges en rijkdom - vruchten van de bloedige verovering van het land door de Spaanse veroveraars - misschien zouden zijn weggevaagd door een echte democratisering in het voordeel van boeren en andere proletariërs . Het is ongetwijfeld om deze reden dat de paus zich inspande voor verandering in Oost-Europa, maar zich hiertegen verzette in Latijns-Amerika. Hoe dan ook, in de overwegend katholieke landen van Oost-Europa, en met name in Polen, kon de katholieke Kerk veel van haar vroegere rijkdom en invloed terugkrijgen. Maar betekent dit een overwinning voor de democratie? Overweeg dit: democratie betekent gelijke rechten voor alle burgers, maar in Polen bestaat de scheiding van Kerk en staat nu alleen op papier, maar niet in de praktijk, een van de grote successen nochtans van de Franse revolutie, die gelijke rechten biedt aan alle burgers, ongeacht hun geloof, wat een realiteit was onder het communisme; Polen die toevallig niet katholiek zijn, evenals homoseksuelen en feministen, kunnen zich daar niet thuis voelen. Polen is in zekere zin teruggekeerd naar het zeer ondemocratische tijdperk van vóór de Franse revolutie, toen in zowat elk land een specifieke ‘staatsgodsdienst’ werd opgelegd aan alle burgers en er geen sprake was van religieuze vrijheid of tolerantie. In Rusland had de orthodoxe Kerk als gevolg van de revolutie van 1917 vrijwel al haar vroegere rijkdom en invloed verloren. Niettemin slaagde die erin om veel rijkdom en invloed te herwinnen nadat Gorbatsjov en Jeltsin het communistische systeem hadden ontmanteld, het resultaat van een Oktoberrevolutie die ook Kerk en staat had gescheiden. In het Russische hart van de voormalige Sovjet-Unie heeft de orthodoxe Kerk een bijna net zo spectaculaire terugkeer gemaakt als die van de katholieke Kerk in Polen. Het heeft vrijwel de gehele gigantische portefeuille van grond en gebouwen die het vóór 1917 bezat opnieuw in bezit genomen en de staat heeft royaal het herstel van oude (en de bouw van nieuwe) kerken gefinancierd ten koste van alle belastingbetalers, christenen of niet. De orthodoxe Kerk is opnieuw groot, rijk en machtig en nauw verbonden met de staat, precies zoals in het prerevolutionaire, quasi-middeleeuwse tsaristische tijdperk. Met betrekking tot religie heeft Rusland, net als Polen, een grote sprong terug gemaakt naar het Ancien Régime [efn_note] Het Ancien Régime was de periode waarin het Franse koninkrijk op absolutistische wijze werd geregeerd door het huis Bourbon, vóór de Franse Revolutie van 1789. [Noot van de vertaler] [/efn_note]. Wat gewone mensen betreft, is de situatie lang niet zo schitterend. In Rusland hadden de revolutionaire veranderingen die in 1917 werden ingeluid, enorme verbeteringen gebracht in het leven van een groot deel van een voorheen extreem arme en achtergebleven bevolking - niet onmiddellijk, maar zeker op de lange termijn. Tegen de tijd van de val van de Berlijnse muur had de Sovjetbevolking een redelijk behoorlijk niveau van algemene welvaart bereikt, en de meerderheid van de Sovjetburgers verlangde niet naar de ondergang van de Sovjet-Unie. Integendeel: in een referendum in 1991 stemden maar liefst driekwart van hen voor het behoud van de Sovjetstaat, en dat deden ze om de eenvoudige reden dat dit in hun voordeel was. Daarentegen bleek de ondergang van de Sovjet-Unie, voorbereid door Gorbatsjov en bereikt door Jeltsin, een catastrofe voor de meerderheid van de Sovjetbevolking. Het soort wijdverspreide, wanhopige armoede dat vóór de Oktoberrevolutie zo typerend was voor Rusland, kon daar in de jaren negentig een comeback maken, dat wil zeggen op het moment dat het kapitalisme werd hersteld onder de leiding van Jeltsin. Laatstgenoemde orkestreerde misschien wel de grootste zwendel in de wereldgeschiedenis: de privatisering van de enorme collectieve rijkdom, opgebouwd tussen 1917 en 1990, via bovenmenselijke inspanningen en ongekende offers, door de arbeid van miljoenen gewone Sovjetburgers, door wat het 'proletariaat' werd genoemd tot stand was gekomen. Die misdaad kwam ten goede aan een 'profitariaat', dat wil zeggen een kleine groep profiteurs, die superrijk werden, een soort maffia waarvan de bazen bekend staan ​​als 'oligarchen'. Balzac schreef ooit dat 'zich achter elk groot fortuin een misdaad verschuilt’; de grote misdaad die zich verbergt achter de lotgevallen van de Russische (en andere Oost-Europese) oligarchen was de privatisering van de rijkdom van de Sovjet-Unie onder leiding van Jeltsin, en gewone Sovjetburgers waren de slachtoffers van die misdaad. Het is dus niet zo verwonderlijk dat zelfs nu een meerderheid van de Russen de verdwijning van de Sovjet-Unie betreurt en dat in voormalige Oostbloklanden zoals Roemenië en Oost-Duitsland veel, zo niet de meeste mensen nostalgisch zijn over de niet zo slechte tijden vóór de val van de Berlijnse muur, zoals consequent wordt aangetoond door opiniepeilingen. Een belangrijke bepalende factor voor dit sentiment is het feit dat vitale sociale diensten zoals medische zorg en onderwijs, inclusief hoger onderwijs, niet langer gratis of erg goedkoop zijn, zoals ze vroeger waren. Vrouwen verloren ook veel van de aanzienlijke voordelen die ze onder het communisme hadden behaald, bijvoorbeeld met betrekking tot werkgelegenheid, economische onafhankelijkheid en betaalbare kinderopvang. Een meerderheid van de bewoners van voormalige Oost-Europese 'satellieten' van de Sovjet-Unie beleefde eveneens moeilijke tijden na de val van de Berlijnse muur. Deze landen werden gedeïndustrialiseerd, omdat privatisering ervoor zorgde dat westerse bedrijven en banken er zich vestigden en een 'shocktherapie' toepasten met massale ontslagen van werknemers in naam van efficiëntie en concurrentievermogen. Een voorheen onbekende gesel, werkloosheid, verscheen precies op het moment dat sociale diensten, voorheen als vanzelfsprekend beschouwd, werden opgeheven omdat ze niet in de neoliberale vorm pasten. Tegenwoordig is er geen toekomst in Oost-Europa voor jongeren, dus verlaten ze hun thuisland om hun geluk te beproeven in Duitsland, Groot-Brittannië en elders in het Westen. Deze Oost-Europeanen stemmen tegen het nieuwe systeem 'met hun voeten', zoals de Westerse media altijd triomfantelijk kraaiden wanneer dissidenten ten tijde van de Koude Oorlog uit communistische landen overliepen. Terwijl de communistische landen hun burgers uitgebreide sociale diensten en volledige werkgelegenheid boden, met andere woorden, een vrij hoog niveau van sociale democratie, was er zeker geen politieke democratie, althans niet in de conventionele westerse zin van het woord, dat wil zeggen met vrije  verkiezingen, vrije media, enz. In Rusland en Oost-Europa is er nu weliswaar veel meer vrijheid, maar, zoals een inwoner uit de oostelijke gebieden van Duitsland sarcastisch opmerkte, komt deze vrijheid meestal neer op "een vrij zijn van werk, van veilige straten, gratis gezondheidszorg en van sociale zekerheid." Met andere woorden, de politieke democratie is gepaard gegaan met de liquidatie van de sociale democratie; en zoals deze opmerking impliceert, zijn voor velen, zo niet de meeste mensen, voordelen zoals volledige werkgelegenheid, gratis onderwijs, gezondheidszorg, enz. kostbaarder dan de vrijheid die Amerikanen genieten om bijvoorbeeld een president te kiezen tussen de kandidaten van twee partijen, de Democraten en de Republikeinen, die niet zonder reden zijn omschreven als "twee rechtse vleugels van één enkele partij." (Het is niet verrassend dat een groot percentage Amerikanen niet de moeite neemt om te stemmen.) Oost-Europeanen zijn nu misschien vrijer dan vóór de val van de Berlijnse Muur, maar leven ze nu in werkelijk democratische, politieke systemen? Verre van ! Rusland heeft nooit het begin van een echte politieke democratie ervaren; niet onder Jeltsin en niet onder Poetin. Wat betreft de voormalige Sovjetsatellieten, steeds meer mensen daar zijn getraumatiseerd door het verlies van sociale voorzieningen en andere diensten die ze als vanzelfsprekend beschouwden onder het communisme, en niet hadden verwacht te verliezen bij de komst van het kapitalisme. Overtuigd door politici en media-wijsneuzen om hun problemen te wijten aan zondebokken zoals vluchtelingen, hebben ze in toenemende mate extreemrechtse partijen gesteund die autoritair, chauvinistisch, xenofoob, racistisch en soms openlijk neofascistisch of zelfs neonazi beleid bepleiten. Al te veel van de leiders van die partijen en zelfs regeringen in de postcommunistische staten zijn helemaal geen voorvechters van democratie, maar verheerlijken de ondemocratische en soms openlijk fascistische elementen die in hun landen regeerden in de jaren 1930 en/of samenwerkten met de nazi's tijdens de oorlog en monsterlijke misdaden in deze oorlog hebben gepleegd. In Oekraïne, bijvoorbeeld, trekken de neonazi's nu trots door de straten in fakkeloptochten met hakenkruisvlaggen en SS-symbolen. In een groot deel van Oost-Europa bloeit de democratie helemaal niet; ze wordt duidelijk bedreigd. We hebben gezien dat de adel en vooral de geestelijkheid, de voormalige heersende klassen, het dankzij de val van het communisme heel goed hebben gedaan in Oost-Europa en, tenminste wat de Kerk betreft, ook in Rusland. Maar de grootste begunstigden van de veranderingen, ingeleid door de val van de Berlijnse Muur, zijn de internationale elites van het bedrijfsleven, de grote banken en bedrijven. Dit zijn over het algemeen Amerikaanse, West-Europese of Japanse multinationals, en een multinational zijn betekent zaken doen in alle landen en in geen enkele belasting betalen, behalve misschien in belastingparadijzen zoals de Kaaimaneilanden, waar het belastingtarief minimaal is. Na de val van de Berlijnse Muur kwamen de multinationals triomfantelijk Oost-Europa binnen om hun hamburgers, cola, wapens en andere handelswaar te verkopen; om staatsbedrijven over te nemen voor een fooitje; om grondstoffen te graaien; om tegen lage lonen hooggekwalificeerd personeel in te huren, opgeleid op kosten van de staat, enz. (In Rusland leek dit mogelijk onder Jeltsin, lieveling van het Westen, maar Poetin blokkeerde nadien ten gunste van binnenlandse kapitalisten de geplande economische verovering van Rusland door het Westen, en dat is hem nooit vergeven.) De financiële en industriële elite van West-Europa en een groot deel van de westerse wereld in het algemeen is erin geslaagd om op nog een andere manier te profiteren van de val van het communisme. In de onmiddellijke nasleep van de Tweede Wereldoorlog werd de Sovjet-Unie, zelfs in West-Europa, nog steeds terecht beschouwd als de overwinnaar van nazi-Duitsland, en het sociaaleconomische model genoot een enorm aanzien. In deze context voerde de westerse elite haastig politieke en sociale hervormingen door – algemeen bekend als de 'verzorgingsstaat' – om radicalere, zelfs revolutionaire veranderingen te voorkomen, waarvoor zeker een potentieel bestond, het meest duidelijk in landen als Frankrijk en Italië. En tijdens de Koude Oorlog werd het noodzakelijk geacht om een ​​systeem van ‘welvaart’ en hoge werkgelegenheid te handhaven om de loyaliteit van werknemers te behouden tegenover de concurrentie van de communistische landen met hun beleid van volledige werkgelegenheid en uitgebreide systemen van sociale voorzieningen. Maar de verzorgingsstaat beperkte, niet drastisch maar tot op zekere hoogte, de mogelijkheden voor winstmaximalisatie, en 'neoliberale' intellectuelen en politici veroordeelden de regeling vanaf het allereerste begin als een snode staatsinterventie in de veronderstelde spontane en heilzame werking van de 'vrije' markt. ”De ineenstorting van het communisme in Oost-Europa bood de elite dan ook een gouden kans om de verzorgingsstaat en sociale zekerheidsstelsels in het algemeen te ontmantelen. Omdat er geen Sovjet-Unie meer was om mee te concurreren, stond het de elite vrij om straffeloos de sociale diensten terug te draaien, die verbonden waren aan de verzorgingsstaat in heel West-Europa. Daarover schrijft de Belgische historicus Jan Dumolyn:

“In de jaren na 1945 had de elite grote concessies gedaan aan de werkende bevolking uit angst voor het communisme,. . . om mensen stil te houden en de aantrekkingskracht van het socialisme achter het IJzeren Gordijn tegen te gaan. Het is daarom geen toeval dat de sociale voorzieningen na de val van de Berlijnse muur in 1989 zijn teruggedraaid. De dreiging was verdwenen. Het was niet langer nodig om de werkende bevolking te sussen.”

In West-Europa en elders in de westerse wereld is de elite nog steeds erg gefocust op deze taak, duidelijk in de hoop dat er binnenkort helemaal niets meer van de welvaartsstaat overblijft. De val van de Berlijnse muur maakte het mogelijk dat we nu getuige zijn van een terugkeer naar het ongebreidelde, meedogenloze kapitalisme van de negentiende eeuw, een catastrofe voor gewone mensen, voor de demos, en daarom een grote tegenslag voor de zaak van de democratie. De verliezers in het drama van de ineenstorting van het communisme in de Sovjet-Unie en Oost-Europa omvatten dus ook werkers en beambten in westerse landen, dat wil zeggen de meerderheid van de bevolking, die zichzelf ten onrechte als een ‘middenklasse’ beschouwt: hun relatief hoge lonen, gunstige arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen, geïntroduceerd na 1945, werden uitgeroepen tot ‘onbetaalbaar’. De loontrekkenden werd verteld om met minder genoegen te nemen, maar zelfs als ze ermee instemmen dat hun lonen worden verlaagd en hun voordelen worden ‘teruggedraaid’ in het kader van 'bezuinigingsmaatregelen' zien ze hun banen vaak verdwijnen in de richting van de lagelonenlanden van Oost-Europa en de landen van de Derde Wereld met nog lagere lonen. Na de val van de Berlijnse muur mochten de grote West-Duitse bedrijven, die tussen 1933 en 1945 zeer winstgevend met de nazi's hadden samengewerkt, Oost-Duitsland economisch plunderen. Aan de andere kant hebben de West-Duitse arbeiders gezien dat hun lonen - verlaagd door de nazi's maar onmiddellijk na 1945 gestegen - snel daalden, omdat de werkgelegenheid naar gebieden verder naar het oosten verhuisde en er scherpe concurrentie voor de resterende banen aankwam in de vorm van migranten uit Oost-Europa en vluchtelingen uit Syrië, Afghanistan, enz. Deze nieuwkomers worden door vele journalisten en politici beschuldigd van allerlei problemen; dit dient om de aandacht af te leiden van de werkelijke oorzaken van de problemen en biedt tegelijkertijd koren op de molen van allerlei neofascistische en andere extreemrechtse politieke bewegingen. De val van het communisme bleek zeer voordelig voor een minderheid, maar zeer nadelig voor de meerderheid van de bevolking aan beide zijden van de voormalige Berlijnse muur. Het had ook uiterst nare gevolgen voor miljoenen mensen in de Derde Wereld. In de jaren na 1945 boekte de zaak van de democratie daar aanzienlijke vooruitgang, omdat de bewoners van talloze koloniën hun droom van onafhankelijkheid konden waarmaken. Dat was mogelijk dankzij de steun van de anti-imperialistische Sovjet-Unie en ondanks koppig verzet van de westerse mogendheden die toevallig de koloniale meesters waren. De laatste begonnen moorddadige oorlogen tegen de vrijheidsstrijders. Frankrijk en de VS probeerden bijvoorbeeld (tevergeefs) revolutionaire bewegingen in Algerije en Vietnam te breken, waarbij miljoenen mensen werden afgeslacht. In veel kolonies die onafhankelijk werden, maakten de westerse mogendheden gebruik van moord (bijvoorbeeld president Lumumba in Congo), omkoping, embargo's, destabilisatie, staatsgrepen, enz. Ze zetten ook neprevoluties (‘kleurenrevoluties’) op touw om te zorgen dat socialistische experimenten werden voorkomen of tot falen gedoemd, en dat regimes aan de macht kwamen die de belangen van de voormalige koloniale meesters dienden. Maar het was niet gemakkelijk om neokolonialistische projecten na te streven zolang de Sovjet-Unie bestond, omdat Moskou aanzienlijke steun verleende, eerst aan revolutionaire krachten die vochten voor onafhankelijkheid in de koloniën en daarna aan onafhankelijke voormalige koloniën, vooral - maar niet uitsluitend  - wanneer ze kozen voor een Sovjetontwikkelingsmodel. Maar na de val van de muur en de implosie van de Sovjet-Unie vonden de westerse mogendheden, en vooral hun leider, de VS, het veel gemakkelijker om hun wil op te leggen aan de ex-koloniën. Dit betekende niet alleen dat het de voormalige koloniën niet langer was toegestaan het Sovjetvoorbeeld te imiteren en het socialistische pad naar ontwikkeling te volgen, dat nogal wat van hen oorspronkelijk hadden beoogd: voortaan was het ook verboten om een onafhankelijke economische koers te volgen, bijvoorbeeld door hun deuren te sluiten voor westerse exportproducten en investeringskapitaal en/of hun eigen grondstoffen zoals aardolie aan te wenden ten behoeve van hun eigen mensen in plaats van de winst van Amerikaanse en andere buitenlandse investeerders. Dit laatste was/is de grote zonde begaan door mensen als Saddam Hoessein, Bashar al-Assad, Nicolás Maduro en, recentelijk, Evo Morales. Neokoloniale doelstellingen kunnen nu worden bereikt via bombardementen, invasie en andere brute vormen van open oorlogvoering, zoals gebeurde in Irak, Afghanistan, Libië en Syrië, of middels economische oorlogvoering, bijvoorbeeld tegen Cuba en Venezuela. Deze oorlogen hadden een extreem ondemocratisch karakter, omdat ze het leven hebben gekost aan miljoenen, vooral arme mensen, waaronder talloze vrouwen en kinderen. En de regimes die door de overwinnaars zijn geïnstalleerd, zijn allemaal hopeloos ondemocratisch, impopulair, corrupt en soms zelfs niet in staat om een land te regeren. Hoewel deze oorlogen voor miljoenen mensen een catastrofe waren, zijn ze fantastisch geweest voor de (voornamelijk Amerikaanse) westerse producenten van geavanceerde en superdure wapens. De hoge kosten van deze oorlogen zijn gesocialiseerd, ze vallen onder de verantwoordelijkheid van de staat en dus van de gewone burgers die worden opgezadeld met een steeds belangrijker deel van de belastingen, terwijl de winsten worden geprivatiseerd, dat wil zeggen in de portefeuilles van aandeelhouders van (meestal multinationale) ondernemingen en banken terechtkomen, waarvan het belastingtarief consequent is gedaald tot belachelijk lage niveaus. De neokoloniale oorlogen, mogelijk gemaakt, of althans vergemakkelijkt, door de val van de Berlijnse Muur en de val van de Sovjet-Unie, vernietigen dus niet alleen het leven van miljoenen inwoners van arme derdewereldlanden, maar dragen ook bij aan het nog rijker maken van de weinige rijken en het nog armer maken van de vele armen in het westen. Deze oorlogen bestendigen niet alleen de rijkdommen, maar ook de macht van de rijken en machtigen: ze vormen een voorwendsel om de vrijheid van gewone mensen te beperken in naam van de nationale veiligheid en patriottisme. President George W. Bush bereikte dat met zijn repressieve Patriot Act; en het internet en vooral de sociale media worden in toenemende mate gebruikt voor het bespioneren (en dus intimideren) van de oi polloi  [efn_note] Grieks voor ‘de velen’ of in een strikte betekenis, ‘het volk’ [/efn_note] Dankzij de val van de Berlijnse muur is de één procent nu rijker en krachtiger dan ooit tevoren, terwijl de 99 procent armer en machtelozer zijn dan ooit. Als je tot de één procent behoort, ga je gang en vier de val van de Berlijnse muur, dertig jaar geleden. Maar vraag de rest van ons alsjeblieft niet om met je mee te vieren.   (*) Jacques R. Pauwels (1946) is een Belgisch-Canadees historicus, politicoloog en publicist. Hij studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Gent en behaalde in Toronto doctoraten in de geschiedenis en in de politieke wetenschappen. Zijn publicaties over de Eerste en de Tweede Wereldoorlog kregen talrijke vertalingen. Zijn nieuwste boek, De grote mythen van de moderne geschiedenis, verscheen in 2019 bij  uitgeverij epo. Het hier gepubliceerde artikel verscheen op 13 november 2019 op de site van GlobalResearch onder de titel The Fall of the Berlin Wall: To Celebrate or Not to Celebrate? De Nederlandse vertaling is van Ander Europa. We danken auteur J. Pauwels en M. Chossudovsky, uitgever van GlobalResearch, voor de toelating tot vertaling en publicatie.  

Pagina's