25 January 2021

Ander Europa

Abonneren op feed Ander Europa Ander Europa
www.andereuropa.org
Bijgewerkt: 13 min 59 sec geleden

Democratie in de FNV

18/12/2020 - 18:23

door Willem Bos 18 december 2020   Volgend voorjaar kunnen de leden van de FNV een nieuwe voorzitter kiezen. Daarbij hebben ze de keus tussen twee kandidaten: de huidige vicevoorzitters Tuur Elzinga en Kitty de Jong. Bij de vorige verkiezing konden de FNV-leden hun stem maar uitbrengen op één kandidaat: Han Busker. Dat het er nu twee zijn is vanuit democratisch oogpunt nauwelijks een vooruitgang te noemen. Maar dat betekent niet dat in de FNV de democratie ver te zoeken is. In de huidige structuur kent de FNV twee verkiezingen waarbij alle leden hun stem kunnen uitbrengen. De eerste is de verkiezing van het FNV-Ledenparlement (LP). Het ledenparlement is formeel het hoogste orgaan van de FNV en kiest de leden van het bestuur (met uitzondering van de voorzitter). Eigenlijk is de naam Ledenparlement verwarrend. De 105 leden van het LP worden niet gekozen op basis van een algemene lijst van kandidaten waar alle FNV-leden hun stem op uit kunnen brengen. FNV-leden kiezen leden van het LP in de sector waarin zij actief zijn. In de 26 sectoren waarin de FNV is opgedeeld worden kandidatenlijsten opgesteld en de leden in die sectoren stemmen op kandidaten op de lijst van hun sector. Als lid dat werkzaam is in de ene sector kan je dus niet stemmen op een kandidaat in een andere sector. Je zou dus kunnen zeggen dat er sprake is van 26 afzonderlijke verkiezingen met 26 afzonderlijke lijsten op basis waarvan het LP wordt samengesteld, waarbij de omvang van de sector bepalend is voor het aantal leden van die sector in het LP. Voor een vakbond, een vereniging die mensen primair organiseert op basis van hun werk, is een dergelijke structuur niet onlogisch. De leden van het LP zijn dus gekozen door de FNV-leden in hun sector en leggen in principe ook verantwoording af aan hun kiezers, dat wil zeggen in hun sector. Hoe dat precies geregeld is, verschilt per sector, en in de ene sector functioneert die verantwoording beter dan in de andere. De algemene publieke verslaggeving van de vergaderingen van het LP op de site van de FNV is zeer summier. Het LP is, zoals gezegd, formeel het hoogste orgaan van de FNV, het kiest (met uitzondering van de voorzitter) het bestuur, het bepaalt het beleid van de FNV, beslist over voorstellen van het bestuur en controleert het bestuur. Het heeft dus zeker de bevoegdheden van een parlement in een parlementaire democratie, maar gezien de wijze van verkiezing en verantwoording zou het ook ledenraad of sectorenraad kunnen heten. Een dergelijke structuur waarbij een direct door de leden gekozen orgaan formeel het hoogste orgaan is, is voor zover mij bekend uniek voor een vakorganisatie van de omvang van de FNV, en een cruciale democratische verworvenheid.   De voorzitter Naast het direct door de leden gekozen LP kent de FNV ook een direct door de leden gekozen voorzitter. Daar zit dus een ingebouwde spanning. Als we de verenigingsdemocratie van de FNV met de inrichting van de politieke democratie op nationaal vlak vergelijken is er dus sprake van een parlementair systeem, waarin het parlement het hoogste orgaan is, maar wel met een direct door de leden gekozen voorzitter van het uitvoerend orgaan: het bestuur. Die voorzitter heeft dus niet zoals bijvoorbeeld de Franse president, of die van de VS, de bevoegdheid om zijn eigen bestuur (regering) samen te stellen en te wijzigingen en in hoge mate zijn (of haar) eigen beleid te bepalen. Dat zijn bevoegdheden van het LP. De FNV-voorzitter wordt dus geacht het door het LP bepaalde beleid uit te voeren, dat is immers het hoogste beleidsbepalende orgaan, maar hij/zij heeft een eigen mandaat van de FNV-leden. Het LP kan de voorzitter wegstemmen, maar daarvoor is een 2/3 meerderheid in het parlement nodig. De vraag is dus: wat kiezen de FNV-leden als ze een voorzitter kiezen? Niet het beleid, de koers van de bond, die wordt immers bepaald door het LP. Blijft over: degene die als voorzitter dat beleid het beste uit kan dragen. Tot zover de papieren werkelijkheid. In de echte werkelijkheid is de FNV-voorzitter natuurlijk meer dan het gezicht van de bond en de loyale uitvoerder van het door het LP bepaalde beleid. In tegenstelling tot de leden van het LP, die hun vakbondswerk in principe naast hun gewone werk doen, en die maar gemiddeld eens per maand als LP bij elkaar komen, is de voorzitter net als de rest van de leden van het dagelijkse bestuur fulltime vakbondsbestuurder, overlegt en onderhandelt namens de bond op allerlei niveaus, heeft directe toegang tot de media en heeft een staf van deskundigen tot zijn beschikking. Hij of zij heeft dus een behoorlijke macht, niet alleen namens de organisatie waarvan hij/zij de spreekbuis is, maar ook over de organisatie.   Democratie Als we dus kijken naar de democratie in de FNV als geheel hebben we met twee, direct door de leden gekozen ‘organen’ te maken: het LP en de voorzitter. En de vraag is dan welke van de twee moet het belangrijkste zijn. Formeel is dat het LP, en ook principieel lijkt mij dat juist. Dat is immers het orgaan dat in de sectoren door de leden is gekozen, en dat in de sectoren aan de leden verantwoording af moet leggen. Als er alleen sprake was van een gekozen voorzitter en niet van een gekozen LP was de zaak helder. De verkiezing van de voorzitter was dan een keuze voor de koers van de bond. Hoe is het LP met deze dubbelheid omgegaan? Er is voor gekozen om de kandidaten voor het voorzitterschap door een toetsingscommissie te laten beoordelen. Op basis van de beoordeling van de toetsingscommissie is er in een besloten zitting van het LP (het ging immers om personen) over het resultaat van de toetsing gesproken en is bepaald welke gegadigden kandidaat mogen zijn. Ik denk dat het LP daarmee een grote fout heeft begaan. Natuurlijk kan het LP een profiel voor de beoogde voorzitter opstellen, en natuurlijk kan het LP kijken in hoeverre de kandidaten naar het oordeel van het LP aan dat profiel voldoen. En natuurlijk kunnen ze hun oordeel daarover aan de leden duidelijk maken, hoe schadelijk dat ook voor kandidaten kan zijn, maar die hebben natuurlijk altijd de gelegenheid om zich tijdens de procedure terug te trekken. Dat lijkt mij een normale democratische procedure. Ook bij alle andere gekozen functies in de FNV (lid LP, lid sectorbestuur et cetera) wordt er gewerkt met een dergelijke toetsingscommissie. Het grote verschil met de verkiezing van de voorzitter, maar overigens ook bij leden van algemeen en het dagelijkse bestuur, is dat zij zich niet kandidaat kunnen stellen bij een negatief advies. Nu is er één van de kandidaten die een negatief advies van de toetsingscommissie heeft gekregen, die toch zijn kandidatuur wil handhaven, maar niet op de kieslijst staat. Het gaat hier om Niek Stam, de FNV-bestuurder uit de Rotterdamse haven en gekend criticus van de koers van de FNV en van het LP. Over de vraag of Stam geschikt is als FNV-voorzitter hadden de FNV-leden moeten beslissen bij de verkiezingen in het voorjaar van 2021. Door hem een plaats op de kieslijst te weigeren heeft het LP de FNV en zichzelf een slechte dienst bewezen.    

Zwartboek illegale pushbacks aan de Europese grenzen

18/12/2020 - 18:18

18 december 2020 - Naar aanleiding van de Internationale dag van de migranten werd vandaag een lijvig zwartboek voorgesteld over illegale terugdrijvingen (pushbacks) van migranten.  Op 1500 bladzijden in twee volumes werden getuigenissen van honderden migranten en asielzoekers samengebracht, het resultaat van vier jaar werk; aan de Europese buitengrenzen waren ze het slachtoffer van grove schendingen van mensenrechten. De documentatie werd opgesteld door  Border Violence Monitoring Network (BVMN) en onder de auspiciën van GUE/NGL, de linkse fractie in het Europees Parlement,  vandaag publiek gemaakt. De europarlementsleden Left Malin Björk en Miguel Urbán stelden het zwartboek op symbolische wijze voor aan de Europese commissaris voor asiel en migratie Ylva Johansson. De twee volumes van het zwartboek kunnen gedownload worden: Vol1  Vol2.    

Brochure over arbeid, (minimum-)lonen en vakbondswerk in Europa

17/12/2020 - 17:36

[caption id="attachment_19970" align="alignleft" width="120"] Klikken om down te loaden (pdf, 7,7 MB, 196 blz)[/caption]     17 december 2020 - Zopas verscheen Benchmarking Working Europe 2020, de jaarlijkse downloadbare publicatie van het Europees Vakbondsinstituut (ETUI) over lonen, loononderhandelingen,  werkloosheid, syndicalisatie, maar ook over de impact van een iets vergroenende industrie  en andere aspecten van de wereld van de gesalarieerde arbeid. Voor wie zich speciaal voor minimumlonen interesseert is er het vierde hoofdstuk ( p. 97 - 117). Een van de vele grafieken is hieronder weergegeven:  het statutair minimum uurloon (mei 2020) in 22 lidstaten, gaande van 12.38 €/uur in Luxemburg tot 1.87 € in Bulgarije. [spacer size="20"] Zoals men het kan verwachten wijzen de auteurs op het belang van collectieve loonstrijd (collective bargaining), en bijgevolg van vakbondslidmaatschap, om ook de minima omhoog te halen. Maar met dat lidmaatschap zit het niet goed. Absolute en relatieve cijfers dalen systematisch, zoals uit onderstaande grafiek blijkt: [spacer size="20"] [caption id="attachment_19969" align="aligncenter" width="700"] Lidmaatschap van vakbonden in de EU, 2000 - 2018. In het blauw de absolute cijfers (linkerschaal, miljoenen), paarse curve de aansluitingsgraad (%, rechterschaal). Van een 44 miljoen gesyndiceerden in 2000 naar 33 miljoen in 2018, met een sterke afname in de recente periode, en een aansluitingsgraad evoluerend van 39% naar 26%. [/caption] De studie besteedt ook aandacht aan de impact van de coronacrisis op de arbeidsomstandigheden en de mogelijke toekomstscenario's.    

Voor democratie in de vakbond FNV!

16/12/2020 - 11:36

Door Gerrit Zeilemaker 16 december 2020    In de vakbond FNV (Federatie Nederlandse Vakbonden) is opschudding ontstaan over het uitsluiten van Niek Stam (FNV Havens) bij de verkiezing van een nieuwe FNV-voorzitter. Een ‘externe onafhankelijke’ toetsingscommissie heeft besloten om Niek Stam niet voor te dragen als kandidaat. De kandidaten-toetsingscommissie koos voor de twee vice-voorzitters Tuur Elzinga en Kitty de Jong. Tuur Elzinga, oud Eerste Kamerlid van de SP wil vooral dat de vakbond zich gaat richten op de middenklasse. Elzinga was hoofdonderhandelaar van het fel bekritiseerde pensioenakkoord.  En Kitty de Jong wil vooral dat de bond zich bezig houdt met discriminatie en vrouwenrechten. Het is niet bekend of de beide overgebleven kandidaten de beslissing van de toetsingscommissie als ondemocratisch hebben afgewezen. Voor zover bekend hebben zij de beslissing kritiekloos voor kennisgeving aangenomen, eerder dan het democratisch recht van de leden om zelf te kiezen te verdedigen.   [caption id="attachment_19960" align="alignleft" width="300"] Niek Stam [/caption] Havenbondbestuurder Niek Stam steekt zijn kritiek op de wijze van leidinggeven binnen het FNV niet onder stoelen of banken. Het dagelijks bestuur praat meer met D66-minister Koolmees dan met bestuurders en kaderleden van de aangesloten bonden, aldus zijn kritiek. Stam wil de sectoren en regio's veel meer zeggenschap geven. Eén van de redenen waarom Stam niet is voorgedragen, is omdat “hij in beperkte mate een boegbeeld van de ingeslagen weg van verandering is binnen het FNV”. Niek Stam vertegenwoordigt de onvrede over de centralisering en de naar binnen gerichte houding van het bestuur. Precies de kritiek die een rapport van een extern adviesbureau een jaar geleden ook in beeld bracht. Stam vindt ook dat “de bond de werkgevers af en toe de stuipen op het lijf moet jagen”. Een buitengewoon gezond standpunt voor een vakbeweging lijkt mij!     Het neoliberale pensioenakkoord: een slecht compromis  De vakbond FNV is van zijn leden en van niemand anders. De leden moeten de macht terugveroveren op de bureaucraten, de vergadertijgers en de carrièremakers. Het FNV dient een strijdorganisatie te zijn! Het FNV is zeker niet bedoeld om slechte compromissen te sluiten en de belangen van de leden schade toe te brengen! Een voorbeeld van een slecht compromis is het neoliberale pensioenakkoord op hoofdlijnen. In besloten vergaderingen uitgewerkt, in hoofdlijnen aan de leden voorgelegd met een positief advies door het FNV-bestuur. Nu de hoofdlijnen duidelijker worden, worden ook de neoliberale kenmerken van het nieuwe stelsel steeds duidelijker, zoals het volledig afhankelijk maken van premie en pensioenuitkeringen van de willekeur van de markt. De ondernemers juichen! De overgang naar het nieuwe stelsel verlangt het vertalen van premie-inleg en opbrengst in persoonlijke potjes die complexe en schreeuwend dure systemen vereisen. Bovendien gaat het compenseren van groepen die door de verandering van premiemethode schade ondervinden, het ‘invaren’, miljarden kosten. Te betalen uit de pensioenpotten, dus door de pensioendeelnemers zelf! Ondertussen gaat het niet-indexeren van de pensioenen op basis van een waardering met een kunstmatig laag gehouden rekenrente op last van De Nederlandsche Bank nog zeker zes jaar door! De achterstand als gevolg van het niet-indexeren is al opgelopen tot 20% voor alle pensioendeelnemers. Voor zowel gepensioneerden als nog werkende deelnemers, want het niet-indexeren werkt door in pensioenopbouw! Tijdens de vergadering van het ledenparlement van het FNV waar het pensioenakkoord is goedgekeurd schijnt FNV-voorzitter Busker gedreigd te hebben met onmiddellijk aftreden als het pensioenakkoord niet werd goedgekeurd! Het pensioenakkoord zelf is voorgesteld als goed voor iedereen. Het ledenparlement stelt geen notulen van zijn vergaderingen op en is daardoor voor de leden volkomen intransparant. De leden weten dus niet welke argumenten door wie naar voren zijn gebracht. Ondertussen wordt deze pensioen-knieval voor de rechtse VVD/D66-regering door D66-minister Koolmees voortdurend door dreigingen met pensioenkortingen beloond die vanuit de FNV-leiding met bedremmeld stilzwijgen worden beantwoord. Verder is nog steeds de vraag niet beantwoord waarom het regelmatig als beste ter wereld genoemde pensioensysteem ‘vernieuwd’ moest worden. Nog steeds is niet duidelijk waarom verbeteringen niet op basis van het huidige stelsel konden plaatsvinden en waarom de FNV-leiding belangrijke eisen (o.a. rond de zware beroepen!) met betrekking tot de pensioenen stilletjes uit het oog verliest. Tel uit je winst!   We moeten vooruit en niet achteruit!  De bond moet democratisch zijn, niet met allerlei organen in een getrapt beslissingsproces die via procedures zich de besluitvorming toe-eigenen en manipuleren. De leden moeten over beleidsbeslissingen zelf via rechtstreekse en directe besluitvorming kunnen beslissen! Zeker met betrekking tot de verkiezing van de voorzitter. Dat betekent dat ze Niek Stam, vakbondsbestuurder in de Rotterdamse haven, rechtstreeks moeten kunnen kiezen! We kunnen niet toelaten dat een toetsingscommissie van elitaire PvdA- en GroenLinks-wethouders en ex-vakbondsbureaucraten (extern en onafhankelijk?) om onduidelijke redenen en vage, voor meerdere uitleg vatbare criteria de keuze laten vallen op nóg twee vakbondsbureaucraten. Democratie betekent ook dat de leiding van een vakbond dicht bij zijn leden staat. Niek Stam heeft in zijn leidinggeven aan de havenarbeiders getoond met en tussen zijn mensen te staan. Bovendien toont hij zich strijdbaar tegenover de ondernemers en draagt creatieve oplossingen aan om akkoorden te sluiten die wél iets opleveren! [spacer size="20"] [spacer size="20"] Het is dus een goed idee om op alle mogelijke wijze de druk op de FNV-leiding te verhogen om de kandidatuur voor alle drie de kandidaten open te stellen. De enig echt democratische oplossing! De verkiezing gaat door van 4 februari t/m 9 maart 2021. Naar de petitie Stel Niek Stam verkiesbaar als voorzitter FNV!!      

Macron: drones tegen binnenlandse vijand, atoomwapens tegen buitenlandse

15/12/2020 - 18:10

door Herman Michiel 15 december 2020   De Franse president Macron heeft zo zijn ideeën om van Frankrijk een veilige plaats te maken. Met zijn wet over globale veiligheid wil hij de binnenlandse vijand vanuit de lucht met drones observeren en vanop de grond met zijn politiemacht bemeesteren, zonder dat bezwarende videobeelden het imago van de robocops kunnen besmeuren. Maar ook voor de buitenlandse vijand heeft Macron zijn oplossing. Er moet een nieuw reuzenvliegdekschip gebouwd worden, 300 meter lang en 75.000 ton zwaar,  om de huidige Charles de Gaulle te vervangen vanaf 2038. Een week geleden kondigde hij fier aan dat het nieuwe tuig ook met kernreactoren zal aangedreven worden. Zoals bij de Charles de Gaulle kunnen de meegevoerde gevechtsvliegtuigen, een dertigtal, kernwapens lanceren. Voor het nieuwe vliegdekschip worden de komende jaren al 1 miljard euro aan voorbereidende studies uitgegeven, en de totale kost wordt geraamd op minstens vijf miljard. Het ding moet vanaf 2038 ‘operationeel’ zijn. Nu de Britten geen deel meer uitmaken van de EU kan Macron er prat op gaan de enige lidstaat te zijn die over zijn eigen kernwapens beschikt. Een totaal voorbijgestreefd vooroorlogs ‘Pruisisch‘ eergevoel, waarmee hij en zijn medestanders een zeer slechte dienst bewijzen aan de wereldvrede, maar een uitstekende dienst aan de Franse militaire en nucleaire industrie, twee sectoren die in de 21e eeuw volledig moeten verdwijnen. Het is des te erger dat de ‘anti-Macron’ en leider van het linkse La France Insoumise Jean-Luc Mélenchon zich op dit vlak niet fundamenteel onderscheidt van Macron, en evenmin van de Parti Socialiste (PS) en de Parti Communiste (PCF) die zich begin jaren 80 bekeerden tot de theorie van de nucleaire afschrikking. In een interview met L’Opinion laat  Mélenchon in zijn kaarten kijken voor zijn kandidatuur bij de Franse presidentsverkiezingen van 2022. Hij staat weliswaar gunstig tegenover het VN-verdrag op het verbod van kernwapens, en is voor de uittrede uit de NAVO, maar “de nucleaire afschrikking blijft voor Frankrijk een onvervangbaar wapen zolang er geen militaire alternatieven bestaan. Men kan niet aan de Fransen vragen om als eersten te ontwapenen. Zij die de meeste kernwapens hebben, de Verenigde Staten en Rusland, moeten beginnen.” Wat zijn opvattingen over oorlog en vrede betreft is Mélenchon dus helemaal geen insoumis. Geef mij dan maar een echte rebel als Jeremy Corbyn. Niet ontmoedigd door de moddercampagne waarmee de gewezen Labourleider door rechts, binnen en buiten Labour, besmeurd werd, lanceerde hij deze week een Project for Peace and Justice. In een geest van internationalisme en gebaseerd op onderzoek en activisme moet het project campagnes ondersteunen tegen oorlog, klimaatverandering en toenemende ongelijkheid.    

Hoorzitting over Europees Herstelfonds

14/12/2020 - 15:32
Bewaren als PDF

14 december 2020 – In Brussel is er een ‘burgerinitiatief’ dat een discussie wil losweken over het Europees Herstelplan. De initiatiefnemers vinden dat de burgers zelf veel te weinig betrokken waren bij een plan van 750 miljard euro, en ze vrezen dat de schulden die overheden daarvoor aangaan aanleiding zullen geven tot een nieuw soberheidsbeleid. Via een petitie willen ze dat over de kwestie een hoorzitting gehouden wordt in het Brussels regionaal Parlement; de duizend benodigde handtekeningen daarvoor werden op 11 december overhandigd.

“Wij ondersteunen dit plan niet, omdat het via de kapitaalmarkten wordt gefinancierd”, zegt Theo Mewis, een van de initiatiefnemers van de petitie, “ons voorstel is om de Europese Centrale Bank rechtstreeks de overheden te laten financieren’.

Een pamflet van de groep vindt u hier.

 

 

Hits: 4

Waarover Links in Europa toch best eens zou nadenken

11/12/2020 - 00:53

11 december 2020   Mag ik eerst de auteur van wat volgt even voorstellen? De Noor Asbjørn Wahl heeft een lange carrière in de vakbeweging op nationaal en internationaal niveau achter de rug. Hij is nu vakbondsadviseur, links activist en politiek auteur (naast vele artikels – één ervan brachten we onlangs in vertaling - ook van het boek The Rise and Fall of the Welfare State). Tot voor kort was hij voorzitter van de Commissie Stedelijk Transport van de Internationale Transportarbeidersfederatie (ITF) en leider van de ITF-werkgroep klimaatverandering. Nu is hij lid van de adviesgroep van de Trade Unions for Energy Democracy network. Een Noor, dus geen ‘EU-burger’, met een wat afstandelijker blik op ‘Brussel’. Anderzijds goed bekend met de EU-realiteit. Noorwegen is wel lid van de ‘Europese Economische Ruimte’ en de ‘Europese Vrijhandelsassociatie’, waardoor veel bepalingen van de Europese wetgeving ook in dat land van kracht zijn. Bovendien heeft hij als internationaal vakbondsmilitant wel heel wat ervaring met de EU, met het bijkomende voordeel als Scandinaviër op veilige afstand te blijven van de weinig kritische Europese opstelling van het Europees Vakverbond (ETUC) [efn_note] Een zeer recent voorbeeldje. Op 7 december stuurt het EVV een brief naar Michel Barnier, de EU-onderhandelaar voor Brexit. De aanhef van de brief spreekt al boekdelen: Dear Michel; het betekent zoveel als “wij vakbondsleiders, eurocommissarissen, EU-diplomaten, één grote familie in onze fantastische Unie”... Met de inhoud van de brief geeft het Europees Vakverbond blijk van volledige instemming met de EU-opvatting over een rechtvaardige economie, namelijk “eerlijke kapitalistische concurrentie”, het level playing field waarvoor ze Barnier om standvastigheid verzoekt in de onderhandelingen. (hm)[/efn_note]. Het is daarom interessant kennis te maken met Asbjørn Wahl’s visie op de EU en de houding van links daartegenover. Zopas verscheen van hem een uitgebreid artikel in de Monthly Review, het langst bestaande (°1949) Amerikaanse socialistische tijdschrift met marxistische, niet-doctrinaire inslag. In The Elephant in the Room – Left Parties and the European Union geeft hij eerst wat achtergrondinformatie over de Europese politieke structuren en voorgeschiedenis, waar een Amerikaans publiek natuurlijk nog minder mee vertrouwd is dan het Europese. Daarna becommentarieert hij de opstelling van links tegenover het EU-regime. Ook binnen linkse politieke bewegingen en organisaties in de Europese lidstaten is hierover heel weinig debat; Wahl’s nuchtere kijk kan daarom ook hier nuttig zijn. In wat volgt zal ik zijn standpunten daarover samenvatten en een en ander uitgebreider citeren.   Herman Michiel     Linkse partijen en de Europese Unie Een samenvatting van de analyse van Asbjørn Wahl   Zwak links Politiek links - links van de sociaaldemocratie - staat zwak in Europa. Kwantitatief, met 39 Europarlementariërs op een totaal van 705, zetelend in de coalitie van Europees Verenigd Links (GUE/NGL) die een gemengd gezelschap is van partijen met uiteenlopende tendenzen en onderscheiden die niet altijd gemakkelijk te begrijpen zijn. Binnen deze coalitie is een meerderheid van de vertegenwoordigde nationale partijen aangesloten bij European Left (EL), een structuur die zich min of meer als een Europese politieke partij opstelt. Uit onvrede met de weg die SYRIZA, aangesloten bij EL, insloeg poogde Jean-Luc Mélenchon (La France Insoumise) tot een alternatieve alliantie binnen GUE/NGL te komen. Tenslotte was er de poging van Yanis Varoufakis om rond zijn DiEM25 initiatief een coalitie tot stand te brengen voor de Europese verkiezingen van 2019 met als doel de EU tegen 2025 grondig te democratiseren en te hervormen. Maar ook kwalitatief staat links in Europa vrij zwak. Het debat over de al dan niet mogelijke hervorming van de EU, het lidmaatschap van de muntunie en van de EU zelf, de strategie van een zegevierende linkse partij, het zijn uiterst belangrijke kwesties, maar bij de grootste linkse partijen “is er blijkbaar onvoldoende kunde of bereidheid om het debat te voeren.”   Vanwaar zoveel illusies?  Terwijl de sociaaldemocratie en de belangrijkste Europese vakbonden steeds enthousiaste supporters van de Europese Unie waren, soms wel met kritiek op bepaalde aspecten van het beleid, kwamen linkse partijen in verschillende landen, in het bijzonder in Scandinavië maar bijvoorbeeld ook in Frankrijk, op tegen lidmaatschap van de EU. Maar in de loop van de jaren verdampte die vraag voor terugtrekking. Wat maakt de verhouding tot de Europese Unie zo problematisch en bijna onvoorspelbaar voor veel linkse partijen in Europa? Twee historische factoren spelen daarbij een rol. Vooreerst het ideologisch narratief dat de oprichting van de EEG, voorloper van de EU, begeleidde: de Europese eenmaking als basis voor een duurzame vrede in Europa, en als werktuig voor sociale vooruitgang. Ten tweede de Europese koers van François Mitterrand, Frans president van 1981 tot 1995. Hij begon zijn ambtsperiode met een links sociaaldemocratisch programma, wat door velen in de arbeidersbeweging gezien werd als de beginnende uitbouw van een socialistisch Europa. Maar na twee jaar liet Mitterrand zijn plannen varen; samen met zijn minister van financiën Jacques Delors dacht hij dat een keynesiaanse politiek eerder in het kader van de EEG moest gezien worden dan van de natiestaten. De Franse socialisten en de sociaaldemocratie in Europa richtten zich toenemend op de economische integratie in Europa. Maar zoals de Duitse sociale wetenschapper Martin Höpner schrijft: “Het is een mythe dat ‘meer Europa’ ons dichter brengt bij een sociaal Europa.

Asbjørn Wahl: “Het blijft een open vraag hoe socialistische en sociaaldemocratische politici zo gemakkelijk konden geloven dat een supranationale constructie zoals de Europese Economische Gemeenschap - gebaseerd op de vier vrijheden (vrije beweging voor kapitaal, goederen, diensten en personen) als de kernelementen van de oprichtingsakte, het verdrag van Rome 1958, en met een totaal gebrek aan democratische structuren - een werktuig had kunnen worden voor een sociaal Europa. Het is nog vreemder hoe dat geloof in stand kon blijven ook nog na de goedkeuring van de Eenheidsakte, die de eenheidsmarkt tot stand bracht in 1986, het verdrag van Maastricht van 1992 die leidde tot nog verdere integratie en de creatie van de Europese Unie, het verdrag van Lissabon van 2007 wat niets anders was dan een aangepaste versie van de grondwet die door referenda in Frankrijk en Nederland verworpen was in 2005, en een reeks andere neoliberale wetteksten, overeenkomsten en verdragen.”

Weliswaar verscherpte linkse kritiek op het Europees beleid… Twee gebeurtenissen deden de linkse kritiek op het Europees beleid toenemen:
  • de financiële crisis van 2008, waardoor grote begrotingstekorten ontstonden als overheden geld gingen pompen in privébanken. Via het Stabiliteit-en Groeipact eiste de EU een budgettair herstel, met massale besnoeiingen in de overheidsuitgaven, ontslagen in de openbare sector en een explosieve stijging van de werkloosheid tot gevolg, alsook massale aanvallen op het arbeidsrecht, op de pensioenen en arbeidsomstandigheden, iets wat men vaak een ‘interne devaluatie’ noemt, in onderscheid met een muntevaluatie die niet langer mogelijk is voor landen van de eurozone. De EU zette haar sociale pijlers niet eventjes tussen haakjes, maar viel ze frontaal aan, met een stijgend ongenoegen van de bevolking tot gevolg.
  • de rol van de EU en de Trojka in de bestrijding van de linkse regering SYRIZA in Griekenland na de verkiezingen van 2015. De rol van de Europese Centrale Bank bij de monetaire drooglegging van Griekenland om zo de regering op haar knieën te dwingen tonen duidelijk aan waar de macht ligt, hoe brutaal die kan opgelegd worden, en hoe machteloos een geïsoleerd en klein land kan zijn daartegenover. Het bleek dat de regering Tsipras niet in staat was en ook niet de wil had noch zich voorbereid had om tegen die macht in te gaan op de enig mogelijke manier, de terugtrekking uit de Europese Economische en Monetaire unie, wat leidde tot haar capitulatie
  … leidend tot meer vragen Doorgaans was de reactie: de EU moet veranderen, door de linkse krachten te bundelen in Europa. Maar dat wierp nieuwe vragen op: kan de EU wel van binnenuit hervormd worden? Hoe zou het in ons land verlopen als we zoals in Griekenland een verkiezingsoverwinning behaalden? Was Grexit een oplossing geweest? Aan de ene kant heeft men Varoufakis, die de hervorming van de Europese Unie als uitgangspunt neemt. Het stichtingsdocument van zijn beweging DiEM25 bevatte de drie volgende eisen: (1) de volledige transparantie van al het werk binnen de centrale instituties van de EU (2) de bevoegdheid voor openbare schuld, de banksector, investeringen, immigratie en herverdeling binnen het jaar terug in handen brengen van de nationale parlementen (3) en op een termijn van twee jaar een grondwetgevende vergadering bijeenroepen met als opdracht om Europa in een volwaardige democratie te veranderen met een soeverein parlement dat de nationale autonomie respecteert en de macht deelt met nationale, regionale en lokale verkozenen.

Asbjørn Wahl: “Dit klinkt allemaal nogal naïef, in het bijzonder omdat deze beleidsopties niet ondersteund worden door een analyse van de machtsverhoudingen en de machtsstructuren binnen de Europese Unie, noch door een beredeneerde strategie hoe dat in de praktijk kan bereikt worden en door wie. Sommigen ter linkerzijde verwerpen uit principiële ideologische gronden iedere exitstrategie uit de Europese Unie. Ze beschouwen de EU, en zelfs de monetaire unie, als een historisch progressieve ontwikkeling die de natiestaat overstijgt en daarom moet verdedigd worden. De muntzone verlaten of uit de EU stappen wordt in deze context niet alleen nutteloos, maar ook een gevaarlijke stap richting de nationalistische en autoritaire krachten van extreem rechts. De Europese Unie moet verdedigd worden in de naam van het internationalisme, terwijl het neoliberaal beleid moet tegengewerkt worden, zegt men dan. Men vindt veel verdedigers van deze ideeën onder de sociaaldemocraten, alhoewel er weinig te merken was van hun strijd tegen het neoliberalisme. Maar veel van deze ideeën kan men ook vinden in delen van links.”

Aan de andere kant is er Costas Lapavitsas, professor economie aan de universiteit van Londen en in januari 2015 verkozen op de lijst van SYRIZA, maar brekend met die partij en Tsipras na de overgave aan de Trojka. Hij is een duidelijke stem in het debat. Aan degenen die de EU zien als een te steunen internationaliseringsproject zegt hij: Costas Lapavitsas [efn_note] Lapavitsas, The Left Case Against the EU, pag. 129–30. [/efn_note]: “Dat is het probleem van links in Europa vandaag. Haar gehechtheid aan de EU als een intrinsiek progressieve ontwikkeling belemmert haar om radicaal te zijn, en integreert haar in de neoliberale structuren van het Europees kapitalisme. Links wordt in toenemende mate afgesneden van haar historische achterban, de werkenden en armen in Europa, die dan natuurlijk op zoek zijn gegaan naar een andere politieke spreekbuis… Onvermijdelijk werd dit vacuum dat links creëerde stelselmatig opgevuld door sommige van de ergste politieke krachten in de Europese geschiedenis, inclusief extreem rechts.” Lapavitsas en geestesgenoten stellen dat de EU en de monetaire unie uitgebreide structurele en institutionele beperkingen opleggen. Asbjørn Wahl had er in een vroegere publicaties al zes vernoemd:
  • het democratisch deficit dat eerder vergroot dan verminderd is;
  • constitutioneel neoliberalisme, waardoor socialisme en keynesianisme illegaal zijn in de Europese Unie;
  • onomkeerbare wetgeving, waarbij 100% overeenstemming moet bereikt worden om een verdrag te amenderen;
  • de euro als een dwangbuis, met een centrale bank buiten democratische controle;
  • ongelijke ontwikkeling van de lidstaten, waardoor gecoördineerde weerstand moeilijk is;
  • de sterke rol van het Europees Hof van Justitie;
  • een veelomvattend systeem van financiële sancties voor overtredingen van de verdragen.
  Plan B: breken met de verdragen Een strijd om de EU van binnenuit te hervormen blijft in de praktijk het gedachtenkader van het grootste deel van links. Toch ontwikkelde er zich gaandeweg een andere opvatting, geïnitieerd door Mélenchon, met als bedoeling mislukkingen zoals die in Griekenland te vermijden. Er moet vooreerst een duidelijk actieplan uitgewerkt worden voor het geval van een linkse overwinning in een lidstaat. Ten tweede moet er gewerkt worden aan een Europese alliantie van partijen, bewegingen en economen die een gemeenschappelijke strategie uitwerken voor een dergelijk beleid. Daarbij wordt onderhandeld met de Europese instellingen op basis van een eisenprogramma (Plan A) maar als hierover geen akkoord kan gevonden worden zijn terugtrekking uit de euro, uit verdragen en andere overeenkomsten (Plan B) geen taboe. ‘Plan B’ (in de zin van een Plan A – Plan B-strategie) werd besproken op een aantal conferenties: Parijs, Madrid en Kopenhagen 2016, Rome 2017, Stockholm 2019. Alhoewel Wahl de Plan B strategie genegen is, wijst hij ook op de huidige zwakheden van de uitwerking ervan. In het begin waren de conferenties een trefpunt voor mensen uit partijen, vakbonden en bewegingen, maar gaandeweg beperkte zich dit meer tot partijen. Over de zienswijze op Plan B bestaat ook nogal wat dubbelzinnigheid, en men kan de indruk krijgen dat het voor sommigen maar een tactisch element is van Plan A. Asbjørn Wahl:  “Misschien gelooft Mélenchon dat Frankrijk groot en belangrijk genoeg is om een beleid dat in strijd is met de EU reglementering te kunnen doorvoeren op basis van dreigementen. Als dat zo zou zijn onderschat hij hoogstwaarschijnlijk de enorme economische en politieke krachten waarmee een linkse regering, zelfs een Franse, zal af te rekenen hebben.” Wahl noemt dan ook het “gebrek aan een analytische en strategische evaluatie van de machtsverhoudingen” een zwakte van ‘Plan B’. Het plan zal veel concreter en offensiever moeten gemaakt worden, en beter bekend onder de mensen als een voorafgaande voorwaarde voor toekomstige mobilisaties. De vraag is ook hoe diep geworteld het Plan B idee is binnen de linkse partijen. Voor sommige die heel ver van regeren verwijderd zijn is het maar een theoretisch model. Anderzijds waren er op de conferentie in Stockholm in april 2019 partijvertegenwoordigers (van het Poolse Razem, de Britse Labour Party, het Ierse Sinn Fein) die toegewijde EU-supporters bleken te zijn. Europees neoliberalisme werd op de conferentie wel bekritiseerd, maar de Plan B strategie was er geen belangrijk thema.   Schrik om met racisten en nationalisten geïdentificeerd te worden Een andere en meer recente evolutie die een radicale linkse kritiek in de weg kan staan is de toenemende vijandigheid van extreem rechts tegenover de EU. “Tijdens de Brexit campagne”, zegt Wahl, “ontmoette ik verschillende linkse mensen die normaal campagne zouden gevoerd hebben pro Brexit, maar dat niet deden omdat ze vreesden ‘kanonnenvlees voor racisten en nationalisten’ te worden. De vrees om door een harde kritiek op de EU ‘samen op te trekken met extreemrechts’ was ook al vóór de Brexittijd gerezen in linkse kringen. Voor sommigen betekent elke verzwakking van de Europese Unie een versterking van deze rechtse krachten, en de Europese geschiedenis heeft voldoende aangetoond hoe gevaarlijk dit is. Dit was één van de redenen opgenoemd door voorzitter Sjöstedt van de Zweedse Linkse Partij (Vänsterpartiet) waarom die onlangs afstapte van haar standpunt dat Zweden de EU moet verlaten. Niet dat Asbjørn Wahl vindt dat “Weg uit de EU!” tot de dagelijkse politieke boodschap van de partij moet behoren: “Er zijn veel tactische redenen om een dergelijke slogan niet prioritair te gebruiken in de huidige Zweedse situatie. Maar in een context als de Griekse, waar links regeringsmacht verwerft, wordt de kwestie doorslaggevend. De vraag naar de terugtrekking uit de eurozone of de Unie is dan niet langer een theoretische kwestie, maar doorslaggevend voor de linkse regering om haar beleid door te voeren - of te capituleren. ” Wahl becommentarieert verder een uitspraak van de linkse Zweedse partijvoorzitter die het heeft over “een kristalheldere lijn die ons scheidt van nationalisme en racisme. Wij staan niet aan dezelfde kant als UKIP, niet aan dezelfde kant als de racisten die de EU bekritiseren. Een afgrond scheidt ons van hen.

Wahl: ”De politieke logica hiervan is onduidelijk. Als er een afgrond is tussen de kritiek op de EU van de Zweedse Linkse Partij en die van de racisten en nationalisten, wat is dan het probleem? Waarom moet de Linkse Partij dan een deel van haar programma in verband met de EU gaan wijzigen om niet gekoppeld te worden aan racisten en nationalisten?” Hij wijst er ook nog op dat de Britse Labour Party en vakbonden een deel van hun geloofwaardigheid en aanhang verloren door niet hun eigen kritiek op de EU en op uiterst rechts uit te spelen. “Op die manier verspeelden ze de kans om de vertegenwoordiger en de stem te zijn van het massale volkse ongenoegen dat terecht over de jaren was ontstaan tegen de neoliberale EU. Geen wonder dan dat de Brexit campagne gekenmerkt was door nationalisme en xenofobie.”

Een laag niveau van klassenstrijd Politieke evoluties in een maatschappij kan men niet los zien van het niveau van de klassenstrijd. Welnu, naarmate het neoliberalisme politiek en economisch hegemonisch werd in de EU kregen kapitalistische krachten een sterk wapen in handen in hun strijd tegen de arbeidersbeweging, wat op zijn beurt een effect heeft op linkse partijen. Inderdaad, als reactie op de eurocrisis die volgde op de financiële crisis van 2007-2009 ging de EU over tot een steeds meer autoritair soberheidsbeleid met instrumenten als sixpack, twopack, Europees Semester, Begrotingspact enzovoort. Het Europees Hof van Justitie kreeg ook een steeds belangrijker rol in arbeidsgeschillen zoals Laval. De vakbondsbeweging is serieus verzwakt, tussen 1980 en 2015 verloor ze in West-Europa de helft van haar leden. De uitbreiding naar Oost-Europa en de vorming van een eengemaakte arbeidsmarkt - onder voorwaarden van een gigantische loonkloof  - heeft ook een zeer belangrijke rol gespeeld. In de eurocrisis bereikte de werkloosheid bovendien recordniveaus, met jeugdwerkloosheid in Griekenland en Spanje tot 50 en meer procent. Dit alles gaf werkgevers vrij spel om de arbeid uit te buiten.

Asbjørn Wahl: “Onder deze omstandigheden zit de vakbeweging in een defensieve positie en een diepe politieke en ideologische crisis. Grote delen van de geïnstitutionaliseerde vakbonden op Europees niveau hebben zich in toenemende mate vervreemd van de leden die ze zouden moeten verdedigen. Ze hangen nog vast aan het historisch compromis tussen arbeid en kapitaal, dat de politieke basis vormde voor groei en welvaart in de naoorlogse periode, maar dat nu ontmanteld is door de werkgevers aangezien de machtsbalans in hun voordeel gekanteld is. Het brutale soberheidsbeleid van de Europese Unie wordt [in een dergelijke vakbondvisie ] geïnterpreteerd als fout beleid, maar niet als een uitdrukking van botsende klassenbelangen. Men beschouwt het dan als zijn taak om regeringen en werkgevers via sociaal overleg ervan te overtuigen dat het beleid fout is en moet gecorrigeerd worden, in plaats van te mobiliseren en te vechten om de machtsbalans te laten keren.”

Het is dan ook te begrijpen dat een verzwakte arbeidersbeweging, doordrenkt van de ideologie van het ‘sociaal partnerschap‘ en een laag niveau van klassenstrijd in het algemeen niet veel externe druk uitoefent op linkse partijen, die daardoor zelf het risico lopen om nog meer geïntegreerd te geraken in het politiek-administratief apparaat van de EU.   Eindbeschouwing Gedurende lange tijd werd de arbeidersbeweging tijdens de vorige eeuw gedomineerd door twee stromingen: communisme en sociaaldemocratie. Met de ineenstorting van het Oostblok en anderzijds het einde van het klassencompromis (‘sociaal pact‘) in West-Europa lijkt er een eind gekomen aan beide. Veel van de huidige linkse partijen hebben niet veel banden meer met die tradities en zijn politiek vaak vrij gematigd en niet diepgeworteld in de werkende klasse. Ideeën over een socialistische strategie en de analyse van economische en machtsverhoudingen zijn vrij zwak, terwijl ze onderhevig zijn aan sociaal liberale en sociaal democratische tendenzen. De meeste van die partijen zijn sterk parlementair georiënteerd en richten zich op een beperkt aantal populaire thema’s die media-aandacht kunnen krijgen. Hun vermogen om sociale krachten te mobiliseren is zwak. Voor velen is het doel een plaats te kunnen verwerven in een regering, meestal in een coalitie met sterkere neoliberale sociaaldemocratische partijen. Waar dit geprobeerd werd (Frankrijk, Italië, Noorwegen, Denemarken…) was de ervaring negatief of zelfs desastreus [efn_note] Asbjørn Wahl, “To Be in Office, but Not in Power: Left Parties in the Squeeze between People’s Expectations and an Unfavourable Balance of Power,” in  The Left in Government: Latin America and Europe Compared, ed. Birgit Daiber (Brussel, Rosa Luxemburg Stichting ,2010). [/efn_note]. Desalniettemin blijft die ambitie overeind, zoals in Duitsland, Nederland en Scandinavië (behalve bij de Deense rood-groene alliantie Enhedslisten). In Spanje trad Podemos in een coalitie met de PSOE.

Asbjørn Wahl: “Deze politieke zelfmoordneiging is moeilijk te begrijpen, des te minder daar we vaststellen dat linkse partijen heel wat meer bereiken als ze  niet toetreden tot een dergelijke coalitie, maar er zich toe beperken om kritische steun te verlenen aan een sociaaldemocratisch gedomineerde regering. Zulke partijen hebben aangetoond dat ze veel meer kansen hebben om hun eigen politiek naar voor te schuiven, inclusief meer druk te zetten op mobilisatie van onderuit, dan compromissen te sluiten in parlementaire achterkamertjes.

Dat de kwestie in/out de eurozone/de EU Asbjørn Wahl echt wel ter harte gaat bewijzen de laatste paragrafen van zijn uitgebreid artikel, waarin hij er nog eens  op terugkomt. Hij vindt weinig consequentie bij tal van linkse partijen in Europa, die zogezegd achter een Plan B strategie staan, maar daar absoluut niets rond doen en in de praktijk handelen alsof de EU hervormbaar was. Ten tweede komt hij nog eens terug op de praktische politieke kwestie over welke programmapunten wanneer moeten naar voor geschoven worden: “Het is een kwestie van strategie en tactiek wanneer men een ordewoord als ‘breken met de Europese verdragen’ naar voren schuift als een centraal thema.” Tenslotte benadrukt hij nog eens dat de problemen van links met de EU alleen zullen toenemen als ze hun kritiek inslikken uit vrees met racisten en nationalisten vereenzelvigd te worden.

Niet de radicale kritiek op de Europese Unie vanuit links is verantwoordelijk voor nationalisme en extreemrechts, maar veeleer het EU-beleid dat het leven van miljoenen werkende mensen verwoest heeft, en zo steeds meer ongenoegen gecreëerd en een groeiend gevoel van machteloosheid bij de mensen. (…) Om te komen tot een internationalistisch, solidair en eengemaakt Europa moet de geïnstitutionaliseerde, autoritaire, neoliberale Europese Unie verslagen worden en vervangen door een Europa eengemaakt op basis van democratie, solidariteit en zelfbeschikking.”

  [spacer size="20"]

CO2-uitstoot in de EU: een klassenkwestie

08/12/2020 - 23:28

8 december 2020 - OXFAM brengt een nieuwe studie uit met een sociale analyse van de klimaatpolitiek. Het is een Europese uitvergroting van de analyse die de organisatie in september over hetzelfde thema uitbracht, maar dan mondiaal gezien. In Confronting Carbon Inequality  in the European Union  wordt de emissiehistoriek 1990-2015 vanuit een klassenstandpunt bekeken, of in economische termen, per inkomensklasse. De analyse houdt conclusies in voor de European Green Deal, voor zover die ook vanuit sociaal oogpunt rechtvaardig moet zijn. Want wat besluit je uit de bevinding dat de armste helft van de EU bevolking haar consumptiegerelateerde CO2-uitstoot met 24% liet dalen, terwijl de rijkste 1% haar aandeel met 5% liet stijgen? Wat besluit je anderzijds uit de vaststelling dat zelfs voor de 50% laagste inkomens de uitstoot toch nog dubbel zo groot was dan het streefdoel van 2015?  Wat de rijksten betreft blijken vliegreizen een belangrijke factor te zijn. Toeval of niet, zopas stuurden 33 klimaat- en burgerorganisaties vanuit de hele wereld  een open brief  naar de voorzitters van de Europese instellingen met de vraag onmiddellijke politieke actie te ondernemen om de totale klimaatimpact van de luchtvaart te verminderen. Het nieuwe OXFAM-rapport kunt u hier downloaden.    

Macron, de Franse Jupiter

07/12/2020 - 19:20

7 december 2020 – Vóór hij in 2017 president van de Franse republiek werd, had Emmanuel Macron zijn visie op die functie vergeleken met die van Jupiter, de oppergod van de Romeinse mythologie. Zoals bekend kan deze vanuit de hoogten van de Olympus het mensentoneel scherp in de gaten houden en indien gewenst met zijn bliksems treffen. De Franse Jupiter wil zijn arsenaal wel moderniseren. Begin 21e eeuw zijn drones het geëigende middel om stervelingen vanuit de hemel te observeren, en eskadrons robocops de moderne versie van de bliksem. Dit en veel meer nog is het onderwerp van het wetsontwerp over globale veiligheid dat in november aan de Assemblée werd voorgelegd en al na een paar dagen goedgekeurd. Fauvergue, een van de auteurs van het ontwerp, kent als gewezen hoofd van de speciale politie-eenheid RAID (Recherche, Assistance, Intervention, Dissuasion) het klappen van de zweep, of toch van de wapenstok. Het wetsontwerp moet nu nog naar de Senaat, waar het in januari zou goedgekeurd worden. Naast het artikel 22 van het ontwerp, dat gaat over de inzet van drones, is artikel 24 een van de andere zeer gecontesteerde. Dit bedreigt met gevangenisstraf van een jaar en een boete van 45.000 euro het verspreiden van herkenbare beelden van politieagenten; dit verbod wordt begeleid door een beperkende clausule die echter bulkt van de vaagheid: “met de bedoeling om schade te berokkenen aan de fysische of psychische integriteit” van de agent. Het artikel lijkt wel een geactualiseerde en geïndexeerde versie van de gelijkaardige Spaanse “muilkorfwet” (’la mordaza’, 2015) maar voor het fotograferen van politie  een boete van ‘slechts’ 30.000 euro gerekend werd. Gezien de vele foto’s en videobeelden die de voorbije jaren opdoken van buitensporig politiegeweld tegen onder andere Gele Hesjes, wordt dit in zeer ruime kringen beschouwd als een zware aanval op de persvrijheid. Tegen de Loi de Sécurité Globale is dan ook al heftig betoogd, op 5 december nog met tienduizenden in heel Frankrijk. Zelfs de Verenigde Naties maken zich zorgen over de staat van de Franse rechtsstaat. De VN liet een rapport opstellen door vijf onafhankelijke waarnemers (Le Monde, The Guardian, 4 december). Ze dringen aan op een herziening van deze wet want “deze zal ernstige gevolgen hebben voor het recht op een privéleven, vrijheid van vreedzame bijeenkomst en van vrije meningsuiting, in het land zelf en in elk ander land dat zich op deze wetgeving zou inspireren”. (hm)    

Verenigd Links doorprikt Europees migratie- en asielpact

03/12/2020 - 15:21

[caption id="attachment_19910" align="alignleft" width="300"] (Klikken om down te loaden)[/caption] 3 december 2020 - Verenigd Links (GUE/NGL), de linkse fractie in het Europees Parlement, brengt een brochure uit waarin de mooie voorstelling die de Europese Commissie zelf geeft van haar Migratie-en Asielpact doorprikt wordt. The Migration and Asylum Pact: Challenging the European Commission’s narrative from a left perspective analyseert zes beweringen over dit pact, weerlegt ze en stelt alternatieven voor. De brochure (21 blz) bestaat in het Engels, Duits, Frans, Spaans en Grieks en kan gedownload worden. Dit ‘pact’ werd op 23 september door de Commissie voorgesteld als een ‘nieuwe start’, maar, stelt Verenigd Links, “in werkelijkheid versterkt het pact het actueel falend beleid door te focussen op afschrikking, verdrijven naar derde landen, versterking van de buitengrenzen van de EU, opsluiting en versnelde procedures aan de grenzen ten koste van het recht op een eerlijke en individuele procedure. Ook het principe van de verantwoordelijkheid van de lidstaat van aankomst blijft overeind.” Een aantal bepalingen blijken aan te sluiten bij de xenofobe posities van regeringen zoals de Hongaarse of de Poolse. Andere winnaars van dit programma zijn de ‘veiligheidsbedrijven’, die afsluitingen, schepen, helikopters, drones of software leveren. De volgende beweringen worden onderzocht, weerlegd en van alternatieven voorzien: [spacer size="20"]

Bewering 1: het pact betekent duidelijke, eerlijke en snellere grensprocedures (maar bij de ‘screening’ worden groepscriteria gehanteerd, zoals het percentage van goedgekeurde asielaanvragen uit een bepaald land of regio);

Bewering 2: einde aan de ‘push backs’, het afdreigen en terugsturen van vluchtelingenbootjes op zee, een internationaal verboden praktijk, door het oprichten van een ‘monitoring mechanisme’ gedurende de ‘screeningprocedure’;

Bewering 3: lidstaten zullen geen onevenredige lasten meer moeten dragen, alle lidstaten dragen bij tot solidariteit; (daarbij wordt ook het sponsoren van uitdrijvingen als solidariteit beschouwd…)

Bewering 4: ‘Geen Moria’s meer’, toestanden dus zoals in het Griekse Moria, in september in de as gelegd,  waar 25.000 mensen bijeen zaten op een plaats voorzien voor 3100;

Bewering 5: het nieuwe pakket gaat om win-win- relaties met derde landen (zoals de subsidiëring van de Libische kustwacht…);

Bewering 6: twee derde van de mensen die internationale bescherming vragen maken misbruik van een systeem en moeten teruggestuurd worden.

Bij herhaling beweert de Commissie dat monitoring en wettelijke garanties garant staan voor het correct verloop. Evenwel, ongeveer tegelijkertijd met het verschijnen van de brochure van Verenigd Links werd de directeur van het Europees grensagentschap (Frontex) verhoord door een commissie van het Europees Parlement, in verband met de ‘push backs’ die door manschappen van Frontex werden uitgevoerd. Uit de ondervraging bleek onder andere dat Frontex in theorie gecontroleerd werd door mensenrechtenobservators, maar dat deze nooit aangesteld waren (“ door bureaucratische beperkingen”, aldus de directeur). Verenigd Links heeft met deze brochure een waardevolle bijdrage geleverd in de strijd tegen de valse propaganda van de Commissie. Met de alternatieve voorstellen op de zes besproken aanklachten is er ook een begin van beleidsalternatief. Dit volstaat echter niet als visie op een alternatief links migratiebeleid; verder debat binnen links is dus nodig. (hm)    

Bedenkelijke praktijken bij Nederlandse SP

01/12/2020 - 15:59

1 december 2020 – Het rommelt serieus binnen de Nederlandse SP. Enkele dagen geleden werden zes jonge leden uit de partij gezet, sommige met regionale bestuursfuncties, officieel omdat ze lid zijn van een andere politieke partij, wat in strijd is met de partijstatuten. Wie echter eventjes gaat neuzen bij het Marxistisch Forum en het Communistisch Platform, de twee groepen waarover het gaat, kan er moeilijk partijen in zien. Het Forum is nog maar in oktober in alle openheid opgericht binnen de SP, en stelt zich als doel “het vormen van een eenheidsfront van marxisten binnen de SP, voor de transformatie van de SP”. De oproep is misschien zéér ambitieus, maar heeft blijkbaar het beste voor met de SP: “Samen zullen we de strijd voor principes en een vitale, daadkrachtige en waarlijk socialistische partij aangaan en de SP weer een toekomst schenken”. Het Platform van zijn kant zegt uitdrukkelijk niet aan een nieuwe politieke partij te timmeren: “Een eigen politieke partij opzetten leidt wat ons betreft tot een sektarische doodlopende weg. De SP is alles behalve ideaal en we hebben er ook de nodige politieke kritiek op, maar ondanks deze gebreken is het zinniger om de bestaande beweging te winnen voor daadwerkelijk socialistische politiek, dan weer van de grond af aan te beginnen “ Dat ziet Arnout Hoekstra, de algemeen secretaris van de SP, anders. Hij heeft zo zijn eigen lezing van de bedoelingen van het Communistisch Platform: “Deze mensen zeggen echt heel enge dingen. Ze willen de bevolking bewapenen om over te gaan tot een burgeroorlog.” Heel gevaarlijk tuig blijkbaar, alhoewel Hoekstra het ook heeft over “geradicaliseerde zolderkamercommunisten” die weliswaar proberen ”om onze partij over te nemen”… De timing van de royering van de ‘zolderkamercommunisten’ was niet toevallig. Op zondag 22 november was er een algemene ledenvergadering van de SP-jongerenorganisatie ROOD, waar een nieuw bestuur zou verkozen worden. Nu hadden zich toch enkele van deze zolderkamercommunisten kandidaat gesteld voor het bestuur! Hup, vlug eruitgezet alvorens ze de partij overnemen! Het mocht niet baten. Op 22 november werd Olaf Kemerink tot voorzitter van ROOD verkozen, een ander uitgesloten gevaarlijk element (Robin de Rooij) tot bestuurslid. De SP zit met een serieus probleem: haar jongeren verkiezen met 75% van de stemmen een zolderkamercommunist tot voorzitter, iemand die het Nederlandse volk gaat bewapenen en een burgeroorlog ontketenen! De reactie van de SP-leiding was navenant: twee dagen na de verkiezing werden aan de jongerenorganisatie alle middelen ontnomen: de website, financiële en administratieve ondersteuning. Vanwaar deze verbetenheid, kan men zich afvragen, en dan nog wel enkele maanden voor de Nederlandse verkiezingen (17 maart 2021) waar elke partij zich met het beste beentje aan de kiezer wil presenteren? Daar draait het blijkbaar grotendeels om, want binnen ROOD waren stemmen opgegaan tegen de toenemende tendens bij de SP-leiding om tot een coalitie toe te treden, al was het met Ruttes VVD. “De consolidatie van de macht van de parlementaire fractie [van de SP] onder leiding van Lilian Marijnissen [partijleidster] stelt slechts een terugkeer naar oude vermoeide ideeën voor; toenadering tot de burgerlijke partijen, inbinden van radicale standpunten en een poging tot het betreden van de politieke mainstream”, aldus een standpunt van het Marxistisch Forum. Deze zolderkamerwaarheid zorgt blijkbaar wel voor een kleine burgeroorlog binnen (?) de SP. (hm)    

De ‘oorlog’ tegen corona

30/11/2020 - 19:00

30 november 2020 - Wie de strijd tegen de coronapandemie met een ‘oorlog’ wil vergelijken kan het beeld nu ook doortrekken naar de oorlogsprofiteurs, de mannen van de zwarte markt die gouden zaakjes doen in tijden van ellende. Le Monde van 27 november [efn_note]Covid-19: comment Gilead a vendu son remdésivir à l’Europe [/efn_note] illustreert dit met het geval van het Amerikaanse farmabedrijf Gilead en zijn coronaproduct remdesivir. Het bedrijf was er in het voorjaar al in geslaagd om zijn molecule, voorheen zonder veel succes ingezet tegen Ebola, voor te stellen als de mirakeloplossing tegen het coronavirus. Tal van organisaties en medische verantwoordelijken wereldwijd maakten zich zorgen dat het bedrijf misbruik zou maken van zijn patentrecht en richtten zich eind maart in een open brief tot de CEO van Gilead. Eind juni maakte die de prijs bekend: 2340 $ per behandeling, bestaande uit zes dosissen. De Wereldgezondheidsorganisatie was ondertussen begonnen aan een grootschalig onderzoek naar de efficiëntie van remdesivir in de strijd tegen het coronavirus. Dit was geen overbodige luxe, want Gilead kon slechts twijfelachtige resultaten voorleggen. Uit een kleinschalig experiment in Wuhan, de vermoedelijke bakermat van het virus, bleek geen enkel effect op de mortaliteit. Gilead veranderde daarop het geweer van schouder en beweerde dat het product de herstelperiode van coronapatiënten drastisch verkort, wat de gemiddelde prijs per patiënt in een Amerikaans ziekenhuis met 12.000 $ zou verlagen… Op 15 oktober publiceert de Wereldgezondheidsorganisatie haar resultaten: remdesivir heeft geen enkel effect, noch op de mortaliteit, noch op de lengte van de hospitalisatie, en op 20 november waarschuwt ze ook voor belangrijke nevenwerkingen. Deze resultaten waren door een contractuele verbintenis al enkele weken voorheen meegedeeld aan Gilead, dat er kon op reageren vóór de publicatie. En net in die week voor de publicatie sluit Gilead een hoop contracten af in Europa: 500.000 behandelingen (drie miljoen dosissen) aan de Europese Commissie, wat het sein is voor een aantal Balkanlanden om hetzelfde te doen. De prijs is die van de Amerikaanse markt:1970 € per behandeling. In totaal zouden volgens Le Monde 35 landen contracten getekend hebben. Er zouden al 640.000 dosissen verkocht zijn, wat Gilead al 220 miljoen euro in het laatje bracht. Jammer toch dat de Europese Commissie, toch zeer goed vertrouwd met de filosofie van big business, zich hier even goed heeft laten vangen… Le Monde brengt ook nog een ontluisterend cijfer over de spreekwoordelijke enorme ontwikkelingskosten van geneesmiddelen. Volgens een ploeg van Engelse, Amerikaanse en Australische onderzoekers is de totale productiekost van remdesivir ongeveer 5,58 $ per zes dosissen, te vergelijken dus met de 420 maal hogere Gilead-prijs van 2340 $. Bij de ontwikkeling van remdesivir waren trouwens voor 70 miljoen $ publieke gelden geïnvesteerd. Is de strijd tegen corona een oorlog? Misschien moeten de oorlogsmisdadigers dan ook eens berecht worden…  (hm)    

Das europäische Kurzarbeitergeld ist ein Geschenk an die Konzerne

27/11/2020 - 15:09
Bewaren als PDF

Klaus Dräger und Herman Michiel –  27 November 2020 – Mit der SURE-Initiative stellt die EU einen Plan für ein europäisches Kurzarbeitergeld vor. Die Maßnahmen werden als Sozialprogramm für die Beschäftigten verkauft. Doch Hauptprofiteure sind wieder einmal die Unternehmen.

Veröffentlicht  on Jacobin.de

Hits: 1

Assange en het Europees Parlement (bis)

26/11/2020 - 23:04

26 november 2020 - Twee dagen geleden brachten we een bericht over de stemming die zou plaats hebben in het Europees Parlement over een rapport aangaande de fundamentele rechten in Europa. Daar was door Verenigd Links (GUE/NGL) een amendement bij voorgesteld om het gevangen houden en beschuldigen van  Wikileaks-klokkenluider Julian Assange expliciet te vermelden als een gevaarlijk precedent voor de persvrijheid. Nu de stemming over dit amendement bekend is kan men zich enkel diep schamen over de kruiperige aard van de meerderheid in dit Parlement, die zich best niet te veel meer zouden uitspreken over persvrijheid en de 'verdediging van de rechtsstaat'. Het amendement werd verworpen (191 voor, 408 tegen, 93 onthoudingen) en wel door het gros van de 'weldenkende' fracties: de christendemocraten (Europese Volkspartij), de sociaaldemocraten (S&D) en de liberalen (Renew). Al deze heren en dames vinden het belangrijker dat de misdaden van de NAVO-bondgenoot in Washington bedekt blijven dan dat een moedig journalist gered wordt. Het amendement werd gesteund door Verenigd Links (met Marc Botenga, PVDA/PTB van Belgische zijde, en Anja Hazekamp,  Partij voor de Dieren van Nederlandse), de Groenen (Lamberts en Bricmont van Ecolo, Matthieu van Groen, Eickhout, Strik en Sparrentak van GroenLinks) en welgeteld 16 sociaaldemocraten, waaronder de Belgische PS-ers Marie Arena en Marc Tarabella.  Het is een kaakslag, niet alleen voor links maar voor decente democraten in het algemeen, dat Vlaams Belangers en soortgenoten nu kunnen verwijzen naar hun stem voor de persvrijheid terwijl 'deftige' partijen dat niet kunnen... Inderdaad, onder de welbekende 'democraten' en 'progressieven' uit onze contreien die er niet om malen dat  Assange uitgeleverd wordt aan Washington vermelden we o.a.  Van Brempt (s.pa), Jongerius, Piri en Tang (PvdA), liberale brulboei Verhofstadt (VLD) , 'voorvechtster van burgerlijke vrijheden en mensenrechten' Sophie in 't Veld (D66), en oudgediende Vlaamse eminenties als Kris Peeters (CD&V), Van Overtveldt en Bourgeois (N-VA).  Ze winnen een gratis verblijf in Belmarsh. (hm)    

Brochure: Een ommuurde wereld – naar een globale apartheid

26/11/2020 - 18:11

26 november 2020 - A Walled World – Towards a global Apartheid is een interessante, zij het ook verkillende studie over het optrekken van muren wereldwijd, in de voorbije halve eeuw. De brochure kwam tot stand door de samenwerking van het Centre Delàs (Barcelona), het Transnational Institute (TNI) en Stop Wapenhandel (Nederland), en de Palestinian Grassroots Anti-Apartheid Wall Campaign. Er is een Engelse en een Spaanse versie, en er zijn samenvattingen in het Nederlands en Catalaans. Alles is te vinden op de site van TNI. “In 1989 waren er zes muren, nu zijn er minstens 63 langs grenzen of op bezet gebied over de hele wereld, en overal ter wereld pleiten politieke leiders voor meer”, schrijven de auteurs; maar als ook ‘muren’ bewaakt door troepen, schepen, vliegtuigen, drones, camera’s, patrouilles op land, ter zee en in de lucht zouden meegeteld worden zijn het er honderden. “Dertig jaar na de ineenstorting in Zuid-Afrika van het apartheidsregime creëert dit een nieuw soort mondiale apartheid”, stelt het rapport. Met dit begrip kunnen “tendensen en structuren van macht en mondiale segregatie” worden verklaard ” waarin “muren slechts een van de fysieke en zichtbare dimensies zijn van het groeiende culturele, structurele en fysieke geweld dat dit systeem in de wereld veroorzaakt.” “Eén van de aanjagers, en profiteurs, van deze golf van muurbouw is het grens-bewakings-industriële complex. Deze industrie pusht een narratief waarin migratie en andere politieke en/of humanitaire uitdagingen aan de grens primair worden gekaderd als een veiligheidsprobleem, waarbij de grens nooit genoeg beveiligd kan zijn, en waarvoor de nieuwste militaire en veiligheidstechnologieën altijd de oplossing zijn.” Beter daarvan worden wapenbedrijven als Airbus, Thales, Leonardo, Lockheed Martin, General Dynamics, Northrop Grumman en L3 Technologies. Ondertussen kunnen Israëlische bedrijven prat gaan op hun praktische ervaring met het optrekken van apartheidsmuren, zoals Magal Security dat de muur op de West Bank bouwde; het werd dan ook uitgenodigd op een workshop van Frontex, het grensbewakingsagentschap van de EU. De nieuwste trend zijn ‘autonome systemen’, drones e.d. beheerd met ‘artificiële intelligentie’. Van virus-proof muren is evenwel nog geen sprake. (hm)    

Ons kent ons: Commissie en Blackrock

25/11/2020 - 18:15

25 november 2020 – De Europese ombudsvrouw Emily O'Reilly  tikt de Europese Commissie op de vingers wegens de onkiese keuze van Blackrock voor het uitvoeren van een studie over het integreren van sociale en ecologische normen in de regulering van banken. ‘Onkies’ is hier wel een zéér sterk understatement, want men kan de keuze van de Commissie eerder een provocatie noemen, toch voor wie zich een klein beetje bekommert om het algemeen belang. Want het Amerikaanse Blackrock is de grootste vermogensbeheerder-beleggingsadviseur ter wereld, met een reputatie die stinkt als een industriële varkensmesterij. Blackrock heeft enorme belangen in de fossiele energievoorziening, in de kaalslag van het Amazonewoud, en is een van de grootste aandeelhouders in Europese banken. Het bedrijf spendeert jaarlijks ook vele miljoenen voor zijn lobbywerk bij de Europese instellingen. Zoiets zou de Commissie dan moeten adviseren over ‘duurzame financiering’… Een uitgebreid rapport hierover bij Corporate Europe Observatory. (hm)

Assange: welke europarlementsleden steunen persvrijheid?

24/11/2020 - 11:12

24 november 2020 - Ik ging in op de oproep van het Belgisch comité Free Assange en stuurde een mail naar de nederlandstalige Belgisch europarlementsleden (met uitzondering van de Vlaams Belangers) met de dringende vraag het "Assange amendement" vanavond goed te keuren. U hebt nog wat tijd om dit ook te doen (de adressen zijn geert.bourgeois@europarl.europa.eupetra.desutter@europarl.europa.eucindy.franssen@europarl.europa.euassita.kanko@europarl.europa.eu ,kris.peeters@europarl.europa.eukathleen.vanbrempt@europarl.europa.eu ,johan.vanovertveldt@europarl.europa.eu,hilde.vautmans@europarl.europa.eu ,guy.verhofstadt@europarl.europa.eumarc.botenga@europarl.europa.eusaskia.bricmont@europarl.europa.eu) Wat druk op de Nederlandse MEPs zou ook zeer welkom zijn!  (hm) Ziehier een mogelijke boodschap:  

Geachte Mevrouw, Mijnheer,

Geacht Europarlementslid,

Op dinsdag 24 november zult u tijdens de avondstemming stemmen over het verslag aangaande de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2018-2019.

Ik roep u op om tijdens deze stemming amendement 44 te steunen.

De rapporteur van dit verslag, Clare Daly, heeft een verwijzing opgenomen naar de oprichter van WikiLeaks, Julian Assange, die erkent dat zijn zaak een bedreiging vormt voor de journalisten en de vrijheid van meningsuiting in Europa.

In de commissiefase hebben EVP, S&D en Renew echter allemaal gestemd om de verwijzing naar Assange uit de tekst te schrappen.

Ik ben van mening dat de strafrechtelijke vervolging van Julian Assange - voor journalistieke activiteiten die volledig binnen de Europese Unie plaatsvonden - vérstrekkende gevolgen heeft. Het bedreigt de persvrijheid in Europa en brengt de grondrechten van alle Europeanen in gevaar.

Ik ben niet alleen in dit geval.

De Europese Federatie van Journalisten zei dat de opsluiting en vervolging van de heer Assange "een uiterst gevaarlijk precedent schept voor journalisten, mediaprofessionals en de persvrijheid".

De Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa heeft erkend dat "de opsluiting en strafrechtelijke vervolging van de heer Julian Assange een gevaarlijk precedent heeft geschapen voor journalisten" en heeft opgeroepen tot "een verbod op de uitlevering van de heer Assange aan de Verenigde Staten en tot zijn spoedige vrijlating".

De Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa, mevrouw Dunja Mijatovic, verklaarde dat "het toestaan van de uitlevering van Julian Assange op deze basis een verlammend effect zou hebben op de vrijheid van de media en uiteindelijk de pers zou kunnen belemmeren bij de uitvoering van haar taak om in de democratische samenleving publiek te informeren en toezicht te houden".

Het is normaal dat dit geval in het verslag van het Europees Parlement over de grondrechten wordt genoemd, en het is onaanvaardbaar dat het is geschrapt. Wat men ook van Assange mag denken, het is een feit dat deze zaak schadelijk is voor de grondrechten in Europa.

De leden van het Europees Parlement moeten zich hiertegen verzetten.

De rapporteur, Clare Daly, heeft in de plenaire vergadering een amendement ingediend, amendement 44, dat de verwijzing naar de zaak-Assange in de tekst toevoegt. Het is van essentieel belang dat het wordt aangenomen.

Steun alstublieft amendement 44 van dinsdagavond.

Ik zal deze stemming zeer aandachtig volgen. Ik hoop dat ik op u kan rekenen om het juiste te doen.

Met vriendelijke groet

XXX

Twee jaar geleden: het ‘Marrakesh Pact’

23/11/2020 - 13:53

door Herman Michiel 23 november 2020   Herinnert u het zich? Twee jaar geleden stond de politieke wereld in rep en roer over het ‘migratiepact’ dat op 10-11 december 2018 in het Marokkaanse Marrakesh zou ondertekend worden. Samen met een verdrag over vluchtelingen was het verdrag over migratie ontstaan in de schoot van de Verenigde Naties. Over de onderhandelingen was weinig inkt gevloeid, en het vlot verloop ervan hoefde eigenlijk niet verbazen aangezien het geen bindende overeenkomsten waren. Zelfs de toenmalige Belgische staatssecretaris voor asiel en migratie Theo Francken (N-VA), nochtans nooit beducht voor wat anti migrantenhetze, had er zijn mond nog niet over open gedaan. Totdat rechtse demagogen te elfder ure in het ‘migratiepact’ een kans zagen om er politiek mee te scoren. Trump en Victor Orbán hadden al aangekondigd het verdrag niet te zullen tekenen, eind oktober 2018 sloot de Oostenrijkse christendemocratische kanselier Sebastian Kurz zich daarbij aan, gevolgd door de Tsjechische premier en miljardair Babis. ‘Marrakesh’ werd een hot item in de media; Francken en de N-VA beseften dat ze een kans aan het verkijken waren en vervoegden in allerijl het anti-Marrakesh kamp. De laattijdigheid van hun reactie compenseerden ze met de hevigheid ervan, en lieten er de Belgische regering over vallen. Maar deze nieuwe politieke constellatie bood ook goedkope propagandamogelijkheden voor de ‘decentere’ vleugel van het politiek establishment, dat zich met de ondertekening toch tot niets verbond. De toenmalige Belgische premier Michel en huidig ‘president van Europa’ kon plechtig verklaren dat “zijn land aan de goede kant van de geschiedenis zou staan”. Commissievoorzitter Juncker hekelde Orbán & Co omdat ze de ‘Europese waarden’ verloochenden. In twee artikels [efn_note] Zie ‘Welkom migranten’ of ‘Welkom migratie’ ?  en Is het VN-migratieverdrag nu goed geworden omdat uiterst rechts het slecht vindt? [/efn_note] heb ik de hypocrisie achter het Marrakesh-vertoon onder de loep genomen, en ook gewezen op het gevaar dat progressieve organisaties zich laten op sleeptouw nemen door patronale standpunten die alleen geïnteresseerd zijn in goedkope arbeidskracht, maar dit verpakken als een bijdrage tot ‘duurzame ontwikkeling’. Er is een hemelsbreed verschil tussen het verdedigen van migranten, mensen die oorlog, geweld, droogte, honger of armoede willen ontvluchten, en het voorstellen van door westerse economische belangen geselecteerde migratie als duurzame ontwikkeling. “Het VN-migratiepact is geen stap vooruit om de drama’s op de Middellandse Zee te vermijden, om de redenen voor ‘gedwongen migratie’ af te bouwen, om hoop te geven aan de wanhopigen”, schreef ik, en in de voorbije twee jaar werd dit door de Europese migratie-en asiel politiek volledig bevestigd. Maar zelfs waar het migratiepact een sprankeltje had kunnen bijdragen om het lot van migranten te verbeteren is er niets veranderd. Ik heb het over het overmaken van geld door migrante arbeiders alhier naar familie in het thuisland, de zogenoemde ‘remittances’, die soms belangrijker zijn dan alle ontwikkelingshulp samen. Bij de transfer van deze gelden profiteren Westerse banken en financiële instellingen van schandalige woekerrentes, waardoor een aanzienlijk deel van de zuurverdiende centen in de verkeerde zakken terecht komt. Een van de bekende kanalen voor dergelijke transfers is Western Union, dat er niet voor terugschrikt 10% en meer van de transfer voor zich te houden. De ondertekenaars van het migratiepact zouden proberen de transferkosten tot 3% te reduceren  (door promotie van  ‘a competitive and innovative remittance market’). Hoever staan ze daarmee? Nergens, zo blijkt uit recente cijfers. In een rapport van de Wereldbank (oktober 2020) lezen we: “Banks continue to be the costliest channel for sending remittances, with an average cost of 10.9 percent in 2020 Q3, while post offices are recorded at 8.6 percent, money transfer operators at 5.8 percent, and mobile operators at 2.8 percent.” Caritas publiceert een tabel die getuigt van de ‘ijver’ waarmee de ‘decente’ politiekers dit zeer beperkte, praktische puntje van het migratiepact nastreven:   Ondertussen gaat de Europese Unie onverdroten verder met de uitbouw van een buitengrenswacht van 10.000 man en is ze die buitengrens steeds verder in Afrika aan het vooruitschuiven…

Het sprookje van de gelijkheid in Europa

20/11/2020 - 16:51

20 november 2020 Door de redactie van German Foreign Policy (*) Met dank voor toelating tot overname Nederlandse vertaling: Ander Europa   Duitse economische onderzoekers voorspellen een groeiende kloof tussen het rijke Noorden en het verarmende Zuiden van de eurozone.   BERLIJN (Eigen  bericht) - De sociaal-economische kloof tussen het rijke Noorden en het verarmende Zuiden van de eurozone zal blijven groeien, volgens een recente studie van het bedrijfsgerichte Institut für Wirtschaftsforschung (IW) in Keulen. De kloof binnen de eurozone was tussen 2009 en 2018 al aanzienlijk toegenomen, waarbij de economie van het Noorden met 37,2 procent is gegroeid, die in het Zuiden slechts met 14,6 procent. Deze ontwikkeling zal zich de komende 25 jaar voortzetten, voorspelt het IW. Wel constateert IW een zeker inhaaleffect in Oost-Europa, dat echter niet zal leiden tot een inhaalslag naar het Westen, gezien de barre startcondities na de deïndustrialisatie van de jaren negentig van de vorige eeuw. De regio dient nog steeds als ‘groot atelier’, met name voor de Duitse exportindustrie, maar dit biedt geen perspectief op zelfstandige groei. Waarnemers verwachten dat de corona-crisis de kloof tussen het Noorden en het Zuiden nog verder zal vergroten. Het Duitse handelsoverschot en de Berlijnse bezuinigingen zijn de werkelijke redenen voor deze ongelijkheid.     Het Zuiden verliest nog steeds terrein In een onlangs gepubliceerde studie van het Institut für Wirtschaftsforschung in Keulen (IW) wordt de groeiende sociaaleconomische kloof in de eurozone gedocumenteerd.[efn_note] Der Süden verliert weiter an Boden. iwd.de 10.11.2020. [/efn_note]. In de studie worden de economische prestaties van de EU-landen tussen 2009 en 2018 geëvalueerd, waarbij deze in drie regionale groepen worden verdeeld: Noord-Europa, Oost-Europa - bestaande uit de nationale economieën die in de loop van de uitbreiding naar het Oosten tot de EU zijn toegetreden - en het Zuiden van de EU, met inbegrip van Frankrijk. Uit de bevindingen blijkt dat de vermeende gelijkheid in Europa een "vergissing" is, volgens een rapport dat eind oktober bij de presentatie van de studie werd gepubliceerd. De doelstelling om tot een toegroei van de economische prestaties te komen ligt voor het Zuiden "steeds verder af"[efn_note] Tobias Kaiser: Der Irrtum von mehr Gleichheit in Europa. welt.de 20.10.2020 [/efn_note]. In die periode groeiden de economische prestaties van Noord- en Noordwest-Europa met 37,2 procent, en met slechts 14,6 procent in het Zuiden van de EU, zo schrijft het IW. Dit leidt tot een gestaag groeiend economisch overwicht van het Noorden over de zuidelijke periferie van de eurozone. Bovendien leidt de opname van Frankrijk onder de zuidelijke staten tot een vertekend beeld, aldus de studie; daarzonder zouden de Zuid-Europese landen tussen 2009 en 2018 een economische groei van slechts 9,9 procent hebben bereikt - gemiddeld minder dan één procent per jaar. Het Noorden neemt steeds meer afstand van het Zuiden. De schuldencrisis in de eurozone en de diepe recessies in de betrokken landen worden genoemd als de oorzaken van het uiteendrijven van de eurozone. Zelfs landen die aanvankelijk hadden geprofiteerd van de invoering van de euro en de sterke daling van de financieringskosten zijn in de nasleep van de eurocrisis economisch teruggevallen.  Helemaal aan de staart komen Griekse regio's, waarvan de economische prestaties in de loop van het geëvalueerde decennium met wel een vijfde zijn gedaald.     Het Oosten is enigszins aan het bijbenen In Oost-Europa daarentegen, dat vooral dient als een uitgebreide werkbank voor exportgerichte Duitse bedrijven, kon volgens de IW-studie tussen 2009 en 2018 een zeker economisch inhaaleffect worden vastgesteld.[efn_note] IW-studie: Nord- und Südeuropa driften wirtschaftlich auseinander. oldenburger-onlinezeitung.de 20.10.2020. [/efn_note]. In die periode is het BBP van die regio - die in twee golven (2004 en 2007) tot de EU is toegetreden - met gemiddeld 49,6 procent gestegen. Zoals algemeen is opgemerkt, is de sociaaleconomische kloof nog steeds aanzienlijk, ondanks de inhaalrace. Dit is te wijten aan het feit dat deze voormalige socialistische landen in de jaren negentig van de vorige eeuw een rampzalige systeemwissel hadden ondergaan, die gepaard ging met een uitgebreide deïndustrialisatie, waardoor ze tegen de tijd dat ze tot de EU toetraden tot een laag sociaal-economisch niveau waren gezakt. Op middellange termijn lijkt er geen sprake te zijn van een echte aanpassing van de sociaal-economische niveaus tussen het Oosten en het Westen, vooral omdat een groot deel van de herindustrialisatie van de oostelijke periferie van de EU nog steeds afhankelijk is van de investeringen van West-Europese - met name Duitse - bedrijven.   Van Freiburg naar Mannheim  De auteurs van de IW-studie gaan er ook van uit dat het Noorden en het Zuiden van de EU in de komende jaren nog verder uit elkaar zullen drijven. Om de aanzienlijke verschuiving van het economische zwaartepunt van de EU naar het noorden te illustreren, heeft het IW het ‘economisch epicentrum van Europa’ berekend, van waaruit ‘de economische prestaties in alle richtingen ongeveer gelijk zijn’. Sinds 2009, d.w.z. sinds het uitbreken van de eurocrisis, is dit punt, dat ook het zwaartepunt van de economische prestaties binnen de EU vormt, geografisch gezien systematisch naar het noorden verschoven, aldus IW. In 2008 lag het nog "ten zuidoosten van Freiburg in Breisgau", maar in 2018 was het 50 km naar het noorden getrokken, nu "ten zuidoosten van Offenburg in Baden-Württemberg". De IW-studie voorspelt dat deze trend zich de komende 25 jaar zal voortzetten. In 2045 zal het economisch zwaartepunt van de EU "in de buurt van Mannheim" liggen.   De pandemie als bron van onenigheid... Waarnemers zijn van mening dat het economisch herstelprogramma van de EU, dat in de zomer van 2020 is aangenomen als reactie op de door de pandemie veroorzaakte economische terugval, de economische onbalans van de EU nauwelijks zal verbeteren [efn_note] Tobias Kaiser: Der Irrtum von mehr Gleichheit in Europa. welt.de 20.10.2020. [/efn_note].  Hoewel een groot deel van de financiën naar de zuidelijke eurozone zal vloeien, is het echter onwaarschijnlijk dat dit snel genoeg zal gebeuren om de huidige recessie te kunnen bestrijden. Van de ca. 209 miljard euro aan subsidies en kredieten die de Italianen bijvoorbeeld hopen te ontvangen, zal in de loop van het komende jaar slechts een miniem deel worden overgemaakt. Het grotere deel van het bedrag zal pas in 2022 beschikbaar zijn. Daarom is het onwaarschijnlijk dat de herstelfondsen de Zuid-Europese landen echt zullen helpen. Waarschijnlijk zorgen ze voor "meer groei op lange termijn". Tegen 2022 zal de economische kloof tussen het noorden en het zuiden echter groter zijn, aangezien de zuidelijke periferie veel harder is getroffen door de gevolgen van de Covid-19-pandemie dan het noordelijke centrum. Medio 2020 voorspelden waarnemers al dat de coronarecessie de EU nog verder zou verdelen, aangezien het Zuiden bijzonder hard zou lijden onder het verlies van inkomsten uit het toerisme [efn_note] Oliver Grimm, Matthias Auer: Die Coronarezession spaltet Europa. diepresse.com 07.07.2020. [/efn_note]. De meest recente voorspellingen van de EU-Commissie gaan uit van een daling van 7,8 procent in de eurozone en 7,4 procent voor de EU in haar geheel, waarbij de Commissie uitdrukkelijk verwijst naar gedifferentieerde economische impact van de pandemie binnen de Unie [efn_note] Economische najaarsprognoses 2020: Herstel onderbroken nu heropleving van pandemie onzekerheid vergroot [/efn_note]. Landen als Italië, Spanje of Frankrijk moeten dit jaar een krimp van hun economische prestaties met meer dan 10% verwachten, terwijl Duitsland kan hopen op een daling van ‘slechts’ ongeveer 6 procent. Al in mei voorspelden de belangrijkste mediaorganen dat Duitsland daarom sterker uit de crisis zal komen dan zijn Europese rivalen [efn_note] Notker Blechner: Deutschland kommt stärker aus der Krise. tagesschau.de 08.05.2020 [/efn_note].   Oorzaken van het Duitse Overwicht He economische overwicht van Duitsland - dat sinds de eurocrisis gestaag is versterkt - is vooral te wijten aan twee langetermijnfactoren: de extreme verschillen in handelsbalans tussen de EU-landen en het bezuinigingsregime dat de voormalige Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble na het uitbreken van de eurocrisis aan de zuidelijke perifere eurozone had opgelegd. Na de invoering van de euro en na de ‘interne devaluatie’ in de loop van Agenda 2010 en Hartz IV, heeft Duitsland tegen 2019 een enorm handelsoverschot van meer dan 1500 miljard euro ten opzichte van de landen van de eurozone opgebouwd. Deze handelsoverschotten - vergaard met behulp van het klassieke beggar-thy_neighbour-beleid [efn_note] Met een ‘beggar-thy-neighbour’-politiek (letterlijk: “ruïneer je buurman”) wordt bedoeld dat een land probeert zijn economische problemen op te lossen door ze af te wentelen op de buurlanden. [Noot van de vertaler] [/efn_note] - leidden tot een deïndustrialisatie en het ontstaan van tekorten - of schulden - vooral in de landen van de zuidelijke eurozone. Ten opzichte van de eurozone steeg het jaarlijkse handelsoverschot van Duitsland van ongeveer 47 miljard euro in 2000 tot meer dan 87 miljard euro in 2004 en 114 miljard euro in 2007, op het moment dat de schulden- en vastgoedzeepbellen hun hoogtepunt bereikten in de EU. Na het uitbreken van de eurocrisis zijn de Duitse exportoverschotten binnen de eurozone gezakt tot 60 miljard euro in 2013, om vervolgens van 2017 tot 2019 weer snel te stijgen tot het niveau van voor de crisis, namelijk 82 tot 90 miljard euro. Gedurende meer dan twee decennia heeft de euro - terwijl hij de perifere nationale economieën van de muntunie de mogelijkheid ontnam om op de Duitse handelsoverschotten te reageren met devaluaties - de Duitse exportsector in staat gesteld zijn positie op de wereldmarkt te versterken ten koste van zijn Europese concurrenten, terwijl hij tegelijkertijd het economische overwicht van Duitsland binnen de EU heeft versterkt. Daar komt nog het strenge bezuinigingsbeleid van de EU bij, dat door de voormalige Duitse minister van Financiën Wolfgang Schäuble aan de eurozone werd opgelegd en dat ten tijde van zijn aftreden zelfs door Duitse critici als ‘destructief’ werd bestempeld [efn_note] Stephan Kaufmann: Eine Politik der Zerstörung. Frankfurter Rundschau 03.03.2017. [/efn_note]. Het bezuinigingsprogramma van Berlijn "kostte de eurozone miljarden aan economische prestaties en miljoenen banen", zo werd opgemerkt. Door het bezuinigingsbeleid van Schäuble hadden landen als Frankrijk en Italië "ongeveer zes procent" - Spanje zelfs ongeveer 14 procent - van hun economische prestaties verloren. Naast de directe schade die de landen in kwestie hebben geleden, heeft dit de economische kloof tussen de tijdelijke wereldkampioen export, Duitsland, en de zuidelijke periferie van de eurozone onverbiddelijk vergroot.   (*) German-Foreign-Policy.com wordt gerealiseerd door een groep onafhankelijke journalisten en sociale wetenschappers die “permanent de hernieuwde pogingen van Duitsland opvolgen om terug een hoge machtsstatus te verwerven op economisch, militair en politiek vlak.”

Polen en Hongarije uit de EU smijten?

19/11/2020 - 12:45
Bewaren als PDF

19 november 2020 – Het is weer crisis in de EU, en dan lees je in de kranten de gekste dingen. Zo weet de editorialist van De Standaard vandaag dat de Europese eenheid tot stand is gekomen om te voorkomen dat antidemocratische en vrijheidsbeknottende regimes nog voet aan de grond zouden krijgen op het continent. Wij hebben altijd geleerd dat het was om een nieuwe oorlog te voorkomen, wat we ook niet echt geloofden. Maar iedere crisis heeft blijkbaar zijn eigen verhaal nodig. Desnoods moet de EU haar geografische eenheid maar op het spel zetten, aldus nog Ruben Mooijman.

Polen en Hongarije desnoods uit de EU zetten? En als morgen Donald Tusk de verkiezingen in Polen wint Polen weer toelaten? En als Marine Le Pen de volgende presidentsverkiezingen wint Frankrijk maar aan de deur zetten? Even serieus blijven Ruben!

Andere proefballonnetjes klinken wat ernstiger: een intergouvernementeel herstelfonds zonder Hongarije en Polen opzetten, dus buiten het institutioneel raamwerk van de EU; of de mogelijkheid van de ‘beperkte samenwerking’ inzetten die in de Europese Verdragen voorzien is wanneer een aantal lidstaten op een terrein verdere samenwerking willen dan andere. Maar uiteindelijk is het allemaal maar bedoeld om Polen en Hongarije onder druk te zetten.

De kwestie van de rechtsstaat is natuurlijk belangrijk: de legitimiteit van de EU staat op het spel, maar ook het goed werken van de gemeenschappelijke markt. Die markt werkt niet als lidstaten met niet-marktconforme middelen, zoals corruptie, eigen bedrijven bevoordelen in de harde concurrentie die de basis vormt van de EU.

Uit allerlei opinies komt inmiddels een aparte visie naar voor over de mensen in Polen of Hongarije. Zo lees je om de haverklap, laatst nog van Geert Mak in de VPRO-gids, dat het volstaat de Europese subsidiekraan dicht te draaien zodat Orbán zijn kiezers niet meer kan omkopen. Hebben die kiezers dan geen opvattingen die verder reiken dan hun portemonnee? Zo is de waard, zo vertrouwt hij zijn gasten.

Misschien is het verschil tussen Polen en, bijvoorbeeld, Nederland niet meer dan dat rechtse nationalisten in Polen momenteel een meerderheid hebben, en in Nederland vooralsnog niet? Eerder dan te vertrouwen op de Brusselse stok en wortel om de Poolse of Hongaarse kiezers weer in het gareel te krijgen lijkt het aangewezen wat meer vertrouwen te geven aan de mensen daar, en de grensoverschrijdende samenwerking tussen progressieve democraten te versterken. (fs)

Hits: 2

Pagina's