Borderless

16 July 2019

Ander Europa

Subscribe to Ander Europa feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Updated: 17 min 1 sec ago

Nederland: de winst van de PvdA en het verlies van de SP

Tue, 05/28/2019 - 10:49

door Frank Slegers 28 mei 2019

De PvdA onder aanvoering van Frans Timmermans heeft de Europese Verkiezingen met vlag en wimpel gewonnen. Dat kwam als een grote verrassing. De PvdA haalt 18,9 procent van de stemmen, twee keer zoveel als onlangs in maart bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten (8,52 procent), en viermaal zo veel als In 2017 voor de Tweede Kamer (amper 5,7 procent). In 2017 leek de PvdA totaal uitgeteld. Ook als je rekening houdt met het verschil in opkomst, 40 procent bij Europese verkiezingen tegen 80 procent bij landelijke, is de uitslag van dit weekend betekenisvol. Wat verklaart deze uitslag? Volgens peilingen zou voor de helft van de PvdA-kiezers de figuur van Frans Timmermans de doorslag hebben gegeven. Frans Timmermans is niet de eerste de beste. Hij staat binnen de PvdA aan de rechterkant, was minister van buitenlandse zaken, is nu eerste vicevoorzitter van de Europese Commissie, en kwam op als Spitzenkandidat voor de Europese sociaaldemocraten. Een lijsttrekker waar je mee kan uitpakken, dus, en die in het kandidatenveld wat dat betreft geen concurrentie had! Maar ongetwijfeld speelden meer fundamentele factoren. Het verzet tegen de Europese Unie heeft de laatste jaren enkele stevige klappen gekregen. De eerst was de capitulatie voor de Trojka van het Griekse Syriza onder leiding van Alexis Tsipras. De volgende is nog onderweg met de Brexit, de puinhoop die Theresa May er van maakte, en Labour dat vooralsnog niet slaagt het initiatief naar zich toe te trekken. Fervente voorstanders van de Europese Unie lijken zo momenteel de wind in de zeilen te hebben, zeker in een rijk land als Nederland, dat in de Europese Unie tot de winnaars behoort. Dat zet je niet zomaar op het spel. En als je dan nog een kandidaat hebt die je het gevoel geeft, misschien tegen beter weten in, dat je meteen stemt voor een democratisch, sociaal en ecologisch Europa, dan lijkt dat in deze verkiezingen op links wel een fijne keuze. Het valt trouwens op dat de winst van de PvdA niet ten koste gaat van GroenLinks, ook een kritische fan van de EU, dat met 10,9 procent vier procent vooruitgaat, en het niveau houdt dat het behaalde voor de Tweede Kamer (9,13 procent) en de Provinciale Staten (10,76 procent). Regeringspartijen Mark Rutte probeerde van de Europese verkiezingen een tweestrijd te maken tussen de VVD en het extreemrechtse Forum voor Democratie (FvD). Uit de winst van het FvD bij de Provinciale Staten verkiezingen werd geconcludeerd dat ook de VVD kwetsbaar was voor de extreemrechtse populisten. Premier Rutte speelde hier handig op in door te proberen de kiesstrijd te herleiden tot een confrontatie tussen de VVD en het Fvd, een beetje zoals Macron in Frankrijk met het Rassemblement National van Le Pen. Ditmaal was de VVD met haar 14,6 procent sterker dan het FvD met 10,9 procent. Toch blijft de VVD ver onder haar niveau van 2017 (21,29 procent), ditmaal te verklaren door de opmerkelijke remonte van de PvdA, die ook door Rutte werd uitgeroepen tot winnaar van de verkiezingen. Van de regeringspartijen was vooral D66 de morele verliezer: traditioneel erg pro-EU en ook ditmaal met een sterk pro-Europees verhaal. Zij leveren twee Europese zetels in en halen 7 procent, een stuk onder hun resultaat voor de Tweede Kamer (12,23 procent). Verschillende redenen worden aangehaald. D66 verliest traditioneel wanneer zij aan een regering deelneemt, wordt geleid door een nieuw nog niet zo bekend gezicht, en de lijsttrekster moest in volle campagne bekennen dat zij niet helemaal correct was omgegaan met onkostendeclaraties… Extreem rechts Wat extreem rechts betreft was het verhaal ditmaal minder deprimerend dan in maart na de Provinciale Staten. Toen haalde het FvD uit het niets 14,53 procent, naast de PVV van Geert Wilders die ook nog eens 6,94 procent haalde. Extreem rechts leek dus even goed voor meer dan 20 procent. Deze stijging van extreem rechts ging vooral ten koste van de VVD, die vergeleken met 2017 7,5 procent inleverde. Het succes werd dit keer echter niet herhaald. Het FvD haalde nog 10,9 procent, maar vooral ten koste van de PVV die met 3,5 procent uit het Europees Parlement verdwijnt. De som van beide, 14,4 procent, blijft steken op het niveau van de 14,84 procent die beide opgeteld haalden voor de Tweede Kamer in 2017. Voor het FvD was het even slikken, na de euforie van de Provinciale Staten. Waarom werd het succes van de Provinciale Staten niet herhaald? Misschien moet ook extreem rechts inleveren door de nieuwe populariteit van de Europese Unie? Misschien hebben ook de fratsen van de leider van het FvD Thierry Baudet en de interne strubbelingen een aantal kiezers aan het denken gezet? Opvallend is dat vergelijkingen in de peilingen tussen de Provinciale Staten en de Europese Verkiezingen opnieuw bevestigen dat extreem rechts haar stemmen haalt in het rechtse kamp. Verschuivingen spelen zich vooral af binnen de schoot van dat kamp. De SP krijgt weer een klap Dank zij de winst van de PvdA zit ‘links’ sinds de verkiezingen van 2017 in een stijgende lijn. Als je de stemmen van de PvdA, GroenLinks, de Partij voor de Dieren (PvdD) en de Socialistische Partij (SP) optelt gaat het van 27,11 procent via 29,55 procent naar 37,20 procent. Op links handhaaft de Partij voor de Dieren haar stemmenaantal (4 procent) en haar Europese zetel. De Socialistische Partij (SP) verliest echter haar twee zetels, en verdwijnt uit het Europese Parlement. Voor de SP is dit een enorme opdoffer. Aan de linkerzijde is zij de grote verliezer. Zij haalt nog maar 3,4 procent, een verder verlies, na de 9,09 procent voor de Tweede Kamer, het verlies in de gemeenteraadsverkiezingen en onlangs de 5,91 procent voor de Provinciale Staten. Wat is hier aan de hand? De SP lijdt zeker onder het verlies aan aantrekkingskracht van eurosceptische verhalen. De centrale slogan van haar campagne was ‘Brussel niet de baas’. De inhoudelijke opvulling daarvan kwam niet uit de verf. Centraal in de beeldvorming stond de relatie en de verdeling van macht tussen de Europese Unie en Nederland. Wat dat betreft had de SP de maatschappelijke wind tegen. Maar dit verklaart niet alles, want het is de zoveelste nederlaag op rij. De SP lijkt zich terug te trekken op een beperkt register: inkomens, doorgeslagen marktwerking, sociale onzekerheid, woonbeleid… De SP heeft natuurlijk ook andere standpunten, maar zij heeft geen offensieve eisen rond kwesties zoals het klimaat, racisme, vrouwenonderdrukking, oorlog en vrede, …, die door de hele partij in een bundelend geheel gedragen worden. In 2006 haalde de SP voor de Tweede Kamer nog 16,85 procent van de stemmen. In 2010 verloor zij echter 10 van de 25 zetels. Dat waren de verkiezingen van de doorbraak van de PVV van Geert Wilders. Van deze klap heeft de SP zich niet meer hersteld. De partijleiding lijkt toen de conclusie te hebben getrokken dat haar focus moet liggen op het terugwinnen van de kiezers die aan de PVV verloren gingen, de boze kleine burger onderaan de maatschappelijke ladder. Daarbij wordt soms ver gegaan in het toegeven aan racistische en xenofobe instincten. Kwesties die voor deze kiezers minder belangrijk zijn, zijn dat ook voor de SP. Dit alles wordt doorspekt met een nationalistische identitaire ondertoon. Een debat lijkt in de partij niet meer te vermijden. In de aanloop naar de Europese verkiezingen werd de partijleiding al bijna in de minderheid gesteld wat betreft haar dubieuze houding in verband met vluchtelingen. Het debat is nu snel aan het verbreden. De huidige partijvoorzitter Ron Meyer heeft al aangekondigd uit de verkiezingsnederlagen zijn conclusies te trekken en zich in de herfst niet herkiesbaar te stellen. Maar de SP is organisatorisch niet uitgerust voor een productief en constructief debat. De organisatie is erg top-down. Leden mogen hun mening geven in afdelingsvergaderingen, maar wat de afdelingsvoorzitter daar verder mee doet in de Partijraad is niet altijd duidelijk. Platforms die de grenzen van de afdeling overschrijden zijn not done, al melden de kranten dat een groep naar aanleiding van het migratiedebat interne feitelijk haar bestaansrecht heeft afgedwongen. Het zou jammer zijn als het debat beperkt bleef tot electorale strategieën, laat staan tactische keuzes, zoals het baldadig satirisch filmpje over Frans Timmermans waarmee de SP politiek Nederland enkele dagen op zijn kop zette, en waarop veel critici nu focussen. In een parlementaire democratie zijn verkiezingen weliswaar belangrijk. Maar belangrijker nog is in de samenleving krachten te mobiliseren voor maatschappelijke verandering, want daar zitten ook de behoudsgezinde tegenkrachten. Wie eerlijk naar de linkerzijde in Europa kijkt weet dat er wat dat betreft meer vragen dan antwoorden zijn. Ook in de SP zal ‘de oplossing niet als bij toverslag uit de lucht komen vallen. Maar de SP lijkt een vogel voor de kat als aanzetten tot verandering niet gepaard gaan met een meer open en kameraadschappelijk debat in de schoot van de partij.

Portugees Bloco doet het goed

Tue, 05/28/2019 - 10:40

Het linkse Bloco haalde in Portugal een mooi resultaat: het steeg van 4,56 procent van de stemmen naar 9,82 procent, en heeft nu twee zetels: Marisa Matias en José Gusmão zijn de verkozenen. Het Bloco is nu de derde politieke kracht in Portugal.
Ook de regerende sociaaldemocratische partij deed het goed: van 31,47 naar 33,39 procent.
Meer details in het Portugees hier. (fs)

Eerste impressies na de Europese verkiezingen

Tue, 05/28/2019 - 01:24

door Herman Michiel 28 mei 2019   Of je nu veel verwacht of niet van de politieke samenstelling van een parlement, feit is dat verkiezingsresultaten een soort röntgenfoto opleveren van wat in een maatschappij leeft. Als er nu iets opvalt bij die resultaten is het de verdere opgang van extreem rechts, zowat overal in Europa.   Opgang extreem rechts Ver moeten we daarvoor niet kijken. Het Vlaams Belang verdrievoudigde zijn score zowel voor de Vlaamse, federale of Europese verkiezingen; met 18 zetels in de Belgische Kamer wordt het er de derde sterkste partij, in het Vlaams Parlement zelfs de tweede partij, alleen voorafgegaan door de N-VA. Deze grote broer van het Vlaams Belang boet weliswaar bijna 300.000 stemmen in t.o.v. 2014, maar blijft de grootste partij van het land. Zowel N-VA als VB sturen drie vertegenwoordigers naar het Europees parlement. In Nederland verliest Wilders' PVV  zijn vier  Europese zetels, maar  Baudets Forum voor Democratie wint er vier, en beide krijgen waarschijnlijk een extra zetel na het vertrek van de Britten. De uiterst rechtse bankrekeningen zullen goed gespijsd worden... Nog meer uiterst rechtse successen elders in Europa. In Groot-Brittannië haalt de Brexit Party van Farage 31,5%, meer dan het dubbel van Labour. In Frankrijk staat Marine Le Pen's Rassemblement National (ex-Front National) met 23,3% op de eerste plaats en klopt La République en Marche, het vehikel van president Macron. Le Pen's Italiaanse kompaan Salvini van de Lega Nord doet nog beter met meer dan 34% van de stemmen, de Poolse PiS haalde 46% en in Hongarije scoort Orban's Fidesz maar liefst 56%. Dat zal wel volstaan om te illustreren dat extreem rechts de wind in de zeilen heeft.   Geen parallele evolutie links Is de toevloed naar het uiterst rechtse uiteinde van het politieke spectrum misschien de ene kant van de maatschappelijke balans, en wordt ook de andere kant versterkt? Dat zou niet zo onlogisch zijn, en wijzen op toenemende sociale mobilisatie, en polarisatie ten koste van het 'extreme centrum'. Dat centrum is inderdaad verzwakt, en de opmerkelijk verhoogde opkomst bij de Europese verkiezingen (van 43% naar meer dan 50%) wijst op een grotere politieke betrokkenheid. Maar links heeft daar tot nog toe niet, of toch maar zeer gedeeltelijk van geprofiteerd. Bekijken we eerst links in de brede zin, met inbegrip van sociaal-democraten en groenen. De geslaagde campagne van de Nederlandse PvdA met spitzenkandidat Frans Timmermans deed hier en daar de hoop herleven voor een sociaaldemocratisch revival. De uitslag van de Europese verkiezingen in Nederland was inderdaad hoogst verrassend: tegenover 2014 verdubbelde de PvdA haar score (van 9,3% naar 18,9%) en stond daarmee helemaal op kop. Maar men kan niet van een trend spreken; in België gaat het bij de sociaaldemocraten aan beide zijden van de taalgrens zelfs over een historisch dieptepunt. Ook in Duitsland maakt de SPD een zeer slechte beurt, en valt van 27,3% van de stemmen op 15,8%, onder de 20,5% van de Grünen. De 6,19% van de Franse PS is eveneens een kaakslag, alhoewel helemaal in de lijn van de verwachtingen. De Portugese sociaaldemocraten van António Costa zouden een zetel bijwinnen, de PSOE van Pedro Sánchez in buurland Spanje haalt een zeer mooi resultaat met één derde van de stemmen, en zou zo over de grootste groep van sociaaldemocratische parlementariërs in het Europees Parlement beschikken. Maar in globo verliest de fractie van de Europese sociaaldemocraten (S&D) in het Europees Parlement een vijfde van haar zetels (van 185 naar 146), wat dus iets helemaal anders is dan een opgaande trend zoals bij extreem rechts. Er is enige troost te vinden in het relatief goed resultaat van groenen, zowat over de hele Unie. Verrassing in Frankrijk, waar les Verts de derde partij werden, met 13,1% van de stemmen. De Duitse Grünen verdubbelden hun score t.o.v. 2014 en komen zoals reeds vermeld op 20,5%. In Franstalig België verdubbelt Ecolo bijna zijn resultaat van 2014 bij de Europese verkiezingen, het Nederlandse Groenlinks gaat van 2 naar 3 zetels en in haar geheel zou de groene fractie in het Europees Parlement evolueren van 52 naar 69 zetels. Kijken we tenslotte naar ‘radicaal links’, in het Europees Parlement optredend als de fractie GUE/NGL, dan is er sprake van een regelrechte achteruitgang. De GUE valt van 52 op 39 à 42 zetels, wat op een totaal van 751 nog weinig betekent. De grootste groep, die van Die Linke, valt van 7,4% op 5,5% en verliest twee van de zeven zetels (terwijl het uiterst-rechtse AfD van 7 naar 11 gaat). La France Insoumise (Mélenchon) kon geen voordeel halen uit de beweging van de Gele Hesjes, en komt uit op een teleurstellende 6,6%, ver achter de 23,3% van Le Pen; de Parti Communiste Français haalt geen 3%. De Nederlandse SP verliest zijn twee zetels en verdwijnt uit het Europees Parlement. In Griekenland veranderde de score van SYRIZA (ca. 24%) weinig, maar die werd in de schaduw gesteld door de 33% van het rechtse Nea Democratia. Premier Tsipras kondigde vervroegde parlementsverkiezingen aan, die waarschijnlijk op 30 juni doorgaan.  Het door de vroegere minister van financiën Varoufakis opgerichte DiEM25 haalde 3%. Podemos  in Spanje en Bloco in Portugal houden stand, maar boeken geen vooruitgang. De enige heuglijke ontwikkeling aan de linkerzijde is het mooie resultaat van PVDA/PTB in België. Partijvoorzitter Peter Mertens werd samen met tien andere kandidaten verkozen in de Belgische Kamer,  waar ze het rode duo  Raoul Hedebouw en Marco Van Hees komen versterken. In de verschillende deelparlementen komen er vier Vlaamse, tien Waalse en elf Brusselse PVDA/PTB verkozenen. En met Marc Botenga komt er voor het eerst een linkse Belg in het Europees Parlement.   [caption id="attachment_17037" align="aligncenter" width="600"] Peter Mertens op de overwinningsmeeting van zijn partij, 26 mei[/caption]   So what? Het zou niet ernstig zijn om uit deze hele evolutie vlug enkele conclusies te trekken. De trends zijn echter te duidelijk en te algemeen om hierin geen diepere onderstroom te onderkennen. Er is een enorm ongenoegen met de huidige maatschappij-ordening, maar de geschiedenis van de 20e eeuw toont voldoende aan dat het niet automatisch links is dat hierdoor vooruit gaat. Als er misschien toch al iets kan geconcludeerd worden, is het dat links niet geholpen wordt door zich zoveel mogelijk te schikken naar de bestaande orde en de heersende opvattingen, uit schrik zich door radicaliteit te marginaliseren. Een linkse partij die een eind mee gaat met (uiterst-)rechts in de duiding van migranten als gevaar voor de welvaartstaat blijkt daardoor niet de wind in de zeilen te krijgen. Het vervangen van rode vlaggen door tricolores evenmin. En waar er onder progressieven gepoogd wordt om samen te werken helpt het niet om veel water bij de linkse wijn te doen, want dan kun je wel eens in de verkeerde coalitie terechtkomen. Het was spitzenkandidat Frans Timmermans die zondag voorstelde een 'progressieve coalitie' te maken in het Europees parlement, en wel eentje gebaseerd op sociaaldemocraten, groenen, radicaal linksen en ... de liberalen. De Heer behoede ons!  

Europese Parlementsverkiezingen in Griekenland: Hoe liggen de kaarten?

Sat, 05/25/2019 - 13:36

door Bruno Tersago  25 mei 2019   De Vlaming Bruno Tersago woont en werkt in Griekenland, kent het land en de taal. Hij is een kritisch waarnemer van wat er in zijn tweede thuisland gebeurt, maar steekt ook de handen uit de mouwen bij solidariteitscampagnes. Allerlei aspecten van het Balkanland komen ter sprake op zijn blog; in 2015 verscheen zijn boek “Groeten uit Griekenland” bij EPO. We vroegen aan Bruno hoe vandaag in Griekenland tegen de Europese verkiezingen en de EU in het algemeen aangekeken wordt. Hieronder vindt u zijn bevindingen. We danken hem van harte hiervoor .   Op 26 mei gaan de Grieken voor het eerst sinds het bewogen jaar 2015 weer naar de stembus. Op die dag worden zowel Europese Parlementsverkiezingen als Gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Voor de nationale Parlementsverkiezingen is het wellicht nog wachten tot in het najaar. De Grieken hebben het de voorbije jaren heel erg zwaar gehad onder een beleid dat grotendeels in Brussel werd uitgestippeld. Je zou dan verwachten dat ze deze verkiezingen gaan gebruiken om hun protest op dit beleid te laten horen. Bij de vorige stembusgang voor het Europese Parlement en de gemeenteraden, was de partij SYRIZA de grote winnaar. De partij stuurde 6 europarlementsleden naar Brussel. Na het referendum van juli 2015 stond stemmenkanon Manolis Glezos ontgoocheld zijn zetel af. Glezos, meer dan 90 jaar oud, is een halve legende omdat hij als 19 jarige de swastika van de Akropolis haalde. Hij steunde Tsipras, maar wil nu diens naam niet meer in de mond nemen. Konstantinos Chrysogonos is minder bekend. Ook hij keerde SYRIZA de rug toe en zetelt nu in het Europees Parlement als onafhankelijke, net als Sofia Sakorafa, die zich inmiddels bij Yianis Varoufakis aangesloten heeft. Nu de partij al ruim vier jaar aan de macht is in Griekenland, is het interessant om te kijken of de verkiezingsuitslag in 2019 vergelijkbaar zal zijn. De verkiezingscampagnes zijn al weken  aan de gang en de meeste opiniepeilingen zien de oppositiepartij Nea Dimokratia als winnaar uit de bus komen. Die partij put daar vertrouwen uit, niet alleen voor de stembusslag eind mei, maar ook voor die van het najaar. Want in het verleden was de partij die de Europese Parlementsverkiezingen won nadien ook steeds de winnaar van de nationale parlementsverkiezingen. Europa speelt nauwelijks een rol van belang in deze verkiezingen: het komt gewoon niet ter sprake in de campagnes. Alles lijkt op een generale repetitie voor de parlementsverkiezingen later op het jaar. Premier Tsipras maakt zich sterk dat zijn partij genoeg kans maakt om zowel de Europese Parlementsverkiezingen als de gemeenteraadsverkiezingen te winnen. Vier jaar geleden was SYRIZA nog een extreem-linkse partij, maar de voorbije jaren heeft Tsipras geprobeerd om zich te profileren als een sociaal democraat. En dat schijnt te lukken: bredere lagen van de bevolking zien in hem een leider die het corrupte PASOK kan doen vergeten. Hoewel Tsipras niet meer zo fris is, wordt hij door velen wel nog steeds gezien als zuiver, en niet corrupt, hoewel hij heel wat bedenkelijke figuren uit het oude PASOK in de rangen van zijn partij – en na een aantal regeringsherschikkingen zelfs in zijn regering – heeft opgenomen. Maar een groot deel van de oorspronkelijke aanhang van SYRIZA is niet meer zo gewonnen voor Tsipras. Voor hen is hij iemand die zich links noemt maar wel vier jaar lang een neoliberaal beleid heeft gevoerd, exact zoals hem dat opgelegd is door Brussel en Berlijn. Tsipras kan zich sterk maken dat hij zich houdt aan de overeenkomsten met de schuldeisers en dat er daardoor manoeuvreerruimte is om zelf eisen te stellen. Griekenland kan al een paar jaar op rij een primair overschot op de begroting optekenen dat hoger ligt dan door de schuldeisers vooropgesteld. Daarmee kon de Griekse premier het minimumloon enigszins optrekken, en kon hij meer ambtenaren aannemen. En ruim een week voor de Europese parlementsverkiezingen toverde Tsipras nog een paar verrassingen uit zijn hoed. De BTW op de horeca gaat van 23% (opgelegd door de schuldeisers) terug naar 13% en die van een aantal levensmiddelen gaat van 13% naar 6%. Verder kunnen de miljoenen Grieken die in het krijt staan bij de fiscus, hun achterstallige belastingen in 120 maandelijkse schijven afbetalen. Bovendien krijgen ruim 2,5 miljoen gepensioneerden – die in 2010 in 1 keer twee maandlonen moesten inleveren – er nu weer een extra maand bij. SYRIZA, dat de voorbije weken flink achterop lag in de opiniepeilingen, ziet die achterstand nu slinken, wellicht door het effect van de maatregelen. Europa, en met name het ESM (Europese Steunmechanisme) is niet blij en vreest dat Griekenland zijn langzaam weer opgebouwde fiscale geloofwaardigheid dreigt te verliezen. Toch wordt verwacht dat de verkiezingsbeloften en maatregelen van de premier niet voldoende zullen zijn om een aantal mensen te overtuigen. Vooral in het noorden van Griekenland zijn heel wat mensen ontevreden over de overeenkomst die Tsipras heeft gesloten met zijn ambtsgenoot Zoran Zaev over de naam die het noordelijke buurland van Griekenland voortaan zal dragen: Noord-Macedonië. Zij vinden dat Griekenland daarmee een stuk van zijn geschiedenis heeft verkocht. De oppositiepartij Nea Dimokratia speelt in op dat gevoel en profileert zich als een partij die respect heeft voor de Griekse geschiedenis. Onder voormalig partijvoorzitter en premier Samaras is de centrum-rechtse partij, die onder de paraplu van de Europese Volkspartij zit, heel sterk naar rechts opgeschoven. De huidige voorzitter, Kyriakos Mitsotakis, die gematigder is dan zijn voorganger, houdt de extreem-rechtse figuren binnen de partij in de hoop daarmee zo veel mogelijk stemmen binnen te halen op op de rechterflank. Mitsotakis probeert ook stemmen te winnen door te stellen dat het primaire overschot op de begroting er vooral gekomen is door een loodzware belastingsdruk en niet door economische groei. Hij belooft een lagere belastingsvoet en hij wil er voor zorgen dat het belastingsvrije plafond niet verder naar beneden gaat. Een deel van de Griekse bevolking is gewonnen is voor een stem voor Nea Dimokratia, omdat ze teleurgesteld zijn in Tsipras en de huidige regering liever zo snel mogelijk kwijt zijn. Tsipras heeft namelijk niet gebracht wat hij in 2014 en 2015 heeft beloofd en het grootste deel van zijn kiezers hebben niet voor SYRIZA gestemd uit politieke overtuiging. Mitsotakis heeft echter wel een groot nadeel: zijn naam. De Mitsotakis-familie is een van de oudste en grootste families in Griekenland. De vader van de huidige oppositieleider is nog premier geweest. Zijn zus is burgemeester van Athene geweest, en eveneens minister van Buitenlandse Zaken (overigens is haar zoon nu kandidaat-burgemeester voor Athene). Mitsotakis – hoewel door een deel van de buitenlandse pers nu al naar voren wordt geschoven als de nieuwe Griekse premier – is voor heel wat Grieken een lid van de oude politieke garde, de generatie die Griekenland aan de rand van het economische bankroet heeft gebracht. Een verkiezingsoverwinning is derhalve nog lang niet zeker voor Nea Dimokratia. En hoe zit het met de andere partijen en met een aantal hoofdrolspelers uit 2015? De partij extreem-rechts nationalistische partij Onafhankelijke Grieken was reeds in januari 2015 de gedooverfde coalitiepartner van SYRIZA. Ideologisch lagen de partijen ver uit elkaar, maar Tsipras koos voor de populistische partijleider Panos Kammenos omdat die eveneens tegen de leenovereenkomst met de schuldeisers was en het opgelegde programma weigerde te volgen. En samen met Tsipras, maakte Kammenos de voorbije jaren flink wat bochten om toch in de regering te blijven. Dat verhaal eindigde echter in januari 2019, toen Alexis Tsipras met zijn ambtsgenoot Zoran Zaev tot een overeenkomst kwam om het noordelijke buurland officieel Noord-Macedonië te noemen. Dat de noorderburen het M-woord mochten gebruiken, was voor Kammenos een stap te ver. Onafhankelijke Grieken voeren sinds begin dit jaar campagne tegen SYRIZA, maar de partij is leeggelopen en heeft zelfs geen parlementaire fractie meer. Verwacht wordt dat ze de kiesdrempel niet meer haalt. Voormalig parlementslid en strijdvaardig SYRIZA-lid Zoë Konstantopoulou liep in 2015 in de kijker door meteen de kwestie van de oorlogssschuld van Duitsland aan Griekenland weer op tafel te leggen. Eveneens stelde ze een onderzoekscommissie aan onder leiding van de Belg Eric Toussaint, die moest nagaan in hoeverre de huidige Griekse schuld wettelijk is. Toen Tsipras in de zomer van 2015 na het referendum een bocht van 180 graden maakte, stapte ze gedesillunsioneerd uit SYRIZA. Sindsdien heeft een partij “Plevsi Eleftherias” (Koers naar de Vrijheid) en lust ze Tsipras rauw. Ook Konstantopoulou is niet te vinden voor de nieuwe naam Noord-Macedonië en vindt dat Griekenland de naam weggegeven heeft. Het is voor haar echter geen nadrukkelijk partijstandpunt en wellicht haalt zij met haar partij ook de kiesdrempel niet. Niet alleen Konstantopoulou wil niet meer weten van SYRIZA, maar ook het Linkse Platform – de voormalige grootste fractie van de partij – heeft zich van Tsipras afgekeerd. Onder leiding van de weinig charismatische Panagiotis Lafazanis zijn ze verder gegaan als LAE, Volkse Eenheid,  een niet al te subtiele verwijzing naar de Unidad Popular in Chili. De partij breekt geen potten en flirt met de kiesdrempel. En dan is er nog de veelbesproken Yianis Varoufakis, het stemkanon van SYRIZA in 2015, hoewel hij nooit lid was van de partij. Nadat hij in de zomer van 2015 ontslag nam als minister van Financiën verdween hij van het politieke toneel, maar in de coulissen werkte hij verder aan het opstarten van een pan-Europese beweging DiEM25 (Democracy in Europe Movement 2015) met leden uit alle EU-lidstaten. De beweging is ondertussen een feit en ze kan rekenen op de opvallende steun van Pamela Anderson. Varoufakis is de enige die het over Europa heeft in deze campagne, maar hij komt zelf niet op in Griekenland. Speciaal voor deze verkiezingen is hij naar Berlijn verhuisd waar hij de lijsttrekker van zijn beweging is. Als je zes maanden in Duitsland gewoond heb, mag je daar namelijk voor de verkiezingen opkomen. Bovendien ligt de kiesdrempel in Duitsland een stuk lager dan in Griekenland, wat de kans op verkiezing reëel maakt. Maar Varoufakis zal later op het jaar wel opkomen voor de parlementsverkiezingen in Griekenland met de partij MERA25 (Metopo Evropaikis Realistikis Anupakois ofwel Front van Europese Realistische Ongehoorzaamheid). Drie partijen zijn hier nog niet aan bod gekomen: de KKE (Communistische Partij van Griekenland), PASOK en Gouden Dageraad. De communisten kunnen rekenen op de stem van hun traditionele aanhang. Het is een partij die tegen Europa is en wil dat Griekenland uit de EU en de NAVO stapt. Hun kritiek op Tsipras, die volgens hen niet links genoemd kan worden, mag dan wel weerklank vinden in de Griekse maatschappij, maar stemmen zal de KKE er niet mee winnen. PASOK is de voorbije jaren een paar keer van naam veranderd, omdat de partij in verband wordt gebracht met het wanbeleid dat het land tot aan de economische afgrond bracht. Van een superpartij in de jaren 80 en 90, is de partij nu van relatief weinig betekenis. De leidster, Fofi Gennimata, heeft een politiek discours dat vol stofnetten en spinnenwebben zit. Je wint er geen nieuwe kiezers mee. PASOK zal de kiesdrempel wel halen, en zal misschien later op het jaar een mogelijke coalitiepartner worden indien de parlementaire verkiezingen geen duidelijke winnaar opleveren. Gouden Dageraad tenslotte, mag nog steeds opkomen tijdens de verkiezingen, hoewel er al ruim 5 jaar een rechtszaak tegen de partij loopt. De partij probeert het imago wat bij te stellen en wil Grieken laten geloven dat ze geen neonazi’s zijn, maar dat lukt niet bijzonder goed. Gouden Dageraad houdt nog steeds razzia’s tegen migranten en jaagt ook linkse actievoerders op. In de opiniepeilingen staat de partij bijna altijd op de derde plaats. De Europese Parlementsverkiezingen zullen vooral een strijd tussen SYRIZA en Nea Dimokratia worden, maar de arena is Griekenland. De campagne houdt op aan de Griekse grens.      

Stupide nationalisten en perfide hypocrieten

Thu, 05/23/2019 - 16:18

Jean-Claude Juncker haalde gisteren in een interview met CNN uit naar de "stupide nationalisten die verliefd zijn op hun eigen land". Misschien wat kort door de bocht, maar Juncker is Juncker. Niet kort door de bocht, maar uitermate hypocriet wordt de Commissievoorzitter echter waar hij zich als de beschermer van de migranten opwerpt: "They don’t like those coming from far away, I like those coming from far away … we have to act in solidarity with those who are in a worse situation than we are in.” Zijn liefde voor 'wie van ver komt' was wel niet groot genoeg om het op te nemen voor de tienduizenden die van de overkant van de Middellandse Zee kwamen en de duizenden die daarbij het leven lieten. Nee, we zijn geen demagogen die beweren dat Juncker daar persoonlijk voor verantwoordelijk is, en de schuldige nalatigheid van de lidstaten is minstens even groot als die van de Commissie. Maar als Juncker zichzelf opwerpt als het hoofd van de uitvoerende macht in de EU, had hij ontslag moeten nemen als politiek verantwoordelijk voor een humanitaire ramp, voor een falend beleid of zo nodig voor een falende politieke constructie. Alle dramatiek van Juncker ten spijt is het wel zijn Commissie (DG Home) die de militarisering van Frontex superviseert, die derde landen onder druk zet en dicteert hoe migratie moet aangepakt worden. Onder de veelzeggende naam COPs ('common operational partnerships') draineert het directoraat-generaal voor ontwikkeling  (DG Devco) geld bestemd voor Europese ontwikkelingshulp naar projecten om in Afrika politiepatrouilles  (en Europese agenten) in te zetten "in de strijd tegen mensensmokkelaars" In het geval van Senegal gaat het om een 90 miljoen euro. EUobserver bericht hierover: In Senegal gaat het om het nauwkeurig afstemmen van de ministeries van binnenlandse zaken, defensie, financiën en justitie zodat ze informatie over migrantensmokkel beter delen en beheren. Maar het doel is altijd hetzelfde: op termijn wordt een COP een gezamenlijk onderzoeksteam waarbij politieagenten uit Europa kunnen ageren op Afrikaanse bodem om op te treden tegen migrantensmokkel. (hm)    

Hier gaat het in de EU echt over!

Tue, 05/21/2019 - 16:26

door Frank Slegers  21 mei 2019   Ik vraag me regelmatig af waar de debatten in de Europese Unie écht over gaan, en ik ben vast niet de enige. Vandaar de titel van dit artikel. Ik dacht, zo’n titel levert vast veel hits op! Maar genoeg gelachen. Eén reden waarom het allemaal chaotisch lijkt is dat Europa geen vertrouwd links-rechts debat kent. De linkse stem ontbreekt namelijk. Eén baldadig filmpje volstond voor de SP om in Nederland dagenlang in het centrum van het nieuws te staan. Maar op Europees niveau is de stem van links onhoorbaar. Je zou Verenigd Links aan het Schumanplein in Brussel of Europees Links aan de Meeûssquare een schop onder hun kont willen geven. Hebben ze dan niets te vertellen? Waarom raken ze niet uit de Europese bubbel?[spacer size="12"] Hún debat De Europese debatten spelen jammer genoeg vooral op rechts. Op het eerste zicht gaat het vooral over postjes. Er is nu sprake van een coalitie “gaande van Alexis Tsipras tot Emmanuel Macron”, met als belangrijkste doel het voorzitterschap van de Europese Commissie, dat dus niet mag gaan naar de Europese Volkspartij, naar verwachting ook na de Europese verkiezingen de grootste. “Van Tsipras tot Macron”, hoe bedenken ze het! Het zoemt van de geruchten over samenwerking tussen de sociaaldemocraten en de liberalen, die eindelijk begrepen lijken te hebben dat hun programma’s niet echt verschillen. Er wordt dus niet gediscussieerd op basis van verschillende maatschappijvisies, en ook niet uitsluitend in functie van uiteenlopende nationale belangen. Toch gaat de discussie ook niet enkel over postjes. Meer fundamenteel gaat de discussie over de instabiliteit van de Europese constructie, en het bestuur dat hierop een antwoord kan geven. De markt lost niet alles op De basis van de Europese constructie is de gemeenschappelijke markt, met de open concurrentie en de vier vrijheden, het vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten en arbeid. De ondeelbaarheid van die vier vrijheden heeft Michel Barnier als Europees onderhandelaar over de Brexit de Britten nog eens goed ingepeperd. Het volstond voor Barnier vast te houden aan die ondeelbaarheid, en een open grens te eisen tussen de Ierse Republiek en Noord-Ierland, om de Britten helemaal uit verband te spelen. Sindsdien weet iedereen weer: aan de gemeenschappelijke markt en de vier vrijheden wordt niet getornd. De Europese Commissie ziet daar op toe, geruggesteund door het Europees Hof van Justitie. Talrijke Europese op het oog sociale of ecologische maatregelen worden in feite genomen om een gelijk speelveld te waarborgen op de gemeenschappelijke markt. Dat is echt de basis van de Europese Unie. De markt en de rechtsstaat Maar al lijkt niemand aan dit fundament van de EU te willen tornen, toch blijken bij nader toezien de problemen met deze markt niet te ontbreken. En dan hebben we het niet in de eerste plaats over de grenscontroles die hier en daar werden heringevoerd als antwoord op de zogenaamde vluchtelingencrisis. Een eerste probleem is dat een aantal lidstaten het niet zo nauw nemen met de rechtsstaat: onafhankelijke rechters, vrije media, eerlijke verkiezingen, geen corruptie... Dit lijkt te gaan over Europese waarden, maar het verband met de gemeenschappelijke markt ligt voor de hand. Wanneer de overheid in een lidstaat het eigen bedrijfsleven de hand boven het hoofd houdt verstoort dit de eerlijke concurrentie in de gemeenschappelijke markt. Dit is des te meer het geval wanneer dit sluiks gebeurt, achter de schermen, soms verbonden met de criminele onderwereld. De overheid heeft in elke lidstaat nauwe banden met het bedrijfsleven, maar wanneer er corruptie of illegale praktijken in het spel zijn wordt een grens overschreden, en komt Frans Timmermans als de spreekwoordelijke ridder op het witte paard aangestormd om de ‘Europese waarden’ te verdedigen. Maar hoe de boosdoeners aanpakken? Je trapt al snel op nationalistische zere tenen, want als bij toeval zijn de boosdoeners veelal lidstaten die toch al het gevoel hebben als tweederangsleden te worden behandeld. Er wordt nu gedreigd met financiële sancties, maar daarbij worden deze lidstaten nog meer weggezet als bedelaars, altijd bereid hun hand open te houden, maar nooit bereid serieus mee te werken. Al snel gaat het dan over de gekoesterde nationale soevereiniteit, en botst de EU op haar gebrek aan legitimiteit. En dan is er de unanimiteitsregel om al te voortvarende witte ridders stokken in de wielen te steken. Dit is zeker een kwestie die gaat spelen in de zoektocht van de EU naar een nieuw evenwicht. Europese kampioenen Een ander zeer punt in verband met de gemeenschappelijke markt is de kwestie van de ‘Europese kampioenen’: is het concurrentiebeleid niet te streng, met als gevolg dat het de vorming belet van grote Europese bedrijven die de mondiale concurrentie aankunnen? Speelt het concurrentiebeleid niet landen als China in de kaart, waar de overheid wel actief meewerkt aan de vorming van mondiale spelers? De vraag is moeilijker dan op het eerste zicht lijkt. Want als men aanvaardt dat in een aantal gevallen fusies tussen Europese bedrijven moeten worden toegestaan, ook al verstoort dit de open concurrentie in de binnenmarkt, wie gaat dan beslissen in welke gevallen die keuze wordt gemaakt? Dan zullen immers politieke beslissingen moeten worden genomen. Wie gaat de legitimiteit hebben, we noemen maar wat, om een fusie tussen een Duits en een Frans bedrijf wel goed te keuren, en die tussen een Pools en een Hongaars bedrijf niet? Momenteel kan het concurrentiebeleid voorgesteld worden als een ‘objectief’ beleid, met duidelijke regels en als enig doel de markt ten volle te laten spelen. Als het doel echter wordt ‘Europese kampioenen’ uit de grond te stampen moeten politieke keuzes gemaakt worden, en kan men zich niet langer verschuilen achter de markt. De euro Ook de euro werd ingevoerd om de werking van de interne markt te versterken, met name om ‘competitieve devaluaties’ onmogelijk te maken waarbij een lidstaat de eigen munt devalueert om een concurrentievoordeel te halen. Het blijkt echter dat een gemeenschappelijke munt, beheerd door een onafhankelijke Europese Centrale Bank met louter economische motieven, namelijk een stabiele munt met een inflatie in de buurt van de 2 procent, niet volstaat. Wanneer een lidstaat financieel in de problemen komt dreigt immers een gevaarlijke wisselwerking tussen de overheidsfinanciën en de banken. Nog steeds beleggen grote banken bij voorkeur in overheidspapier van de eigen lidstaat. Wanneer de overheidsfinanciën ten gevolge van economische problemen in een lidstaat in de gevarenzone komen, kan de lidstaat niet devalueren of geld bijdrukken. De crisis van de overheidsfinanciën doet dan de waarde van het overheidspapier uitgegeven door die overheid in waarde dalen. Dat brengt de banken in die lidstaat in de problemen, die immers veel van dat overheidspapier in de portefeuille hebben. Zij moeten een beroep doen op overheidshulp, wat die overheid in een nog slechtere financiële situatie brengt, wat de waarde van het overheidspapier nog verder doet dalen, enzovoorts. Wanneer in een lidstaat van de eurozone zoals Italië dergelijke vicieuze cirkel op gang komt bedreigt dat het overleven van de euro zelf, en vervolgens de gemeenschappelijke markt. Dus wordt gezocht naar middelen om de band tussen lidstaten en ‘hun’ nationale banken door te knippen: Europees toezicht, een Europees solidariteitsfonds voor kleinere rekeninghouders, Europese regels voor de afwisseling van bankfaillissementen zodat niet op de eerste plaats de overheid van de betrokken lidstaat betaalt maar ook de aandeelhouders,… Deze hervormingen schieten echter niet op, want supranationaal beheer van de banksector ligt gevoelig. Journalistiek wordt dit dan vertaald als de Duitsers die niet willen betalen voor verliezen geleden door potverteerders in andere lidstaten. Maar meer fundamenteel is het een keuze die opnieuw raakt aan de kern van de Europese Unie: de verhouding tussen het Europees niveau en de soevereiniteit van de lidstaten. Een sociaal en fiscaal Europa? Vooral vanuit sociaaldemocratische hoek wordt het voorstel aangedragen iets te doen aan de instabiliteit van de Europese Unie door het ‘Europese huis af te maken’, door er een sociaal en een fiscaal luik aan toe te voegen. Hiermee hoopt men dan een aantal buffers in te bouwen om schokken op te vangen, en tegelijk tegemoet te komen aan de burgers in Europa. Die zien immers hoe Europese supranationaliteit in de praktijk betekent dat sociale en democratische rechten die ingebed zijn in de nationale architectuur van de lidstaten ondergraven worden. Via een sociaal en fiscaal Europa moet de Europese Unie een echte gemeenschap worden. Vooral in verkiezingstijd hoor je dezelfde riedels weer opduiken: een Europese belasting op dit en op dat, een Europees opgelegd minimumloon, een Europese werkloosheidsverzekering,… Vergeet het maar. Niet een ‘sociaal Europa’, maar wel een aantal schokdempers zitten in de pijplijn om de EU schokbestendiger te maken: enerzijds een Europa in concentrische cirkels, waarbij enkel de lidstaten in de kern het volle gewicht van de Europese rechten en plichten dragen, terwijl de lidstaten die daar niet aan toe zijn wat meer in de marge gedrukt worden. Zo is er het Franse voorstel de eurozone op te tuigen met een stevig budget en een eigen parlement. Anderzijds wordt sinds Jean-Claude Juncker ook duidelijk geopteerd voor een meer ‘politieke’ Commissie, dat is een Commissie die niet blindelings en technocratisch de regels doet naleven, maar rekening houdt met politieke afwegingen. Een Europees leger? Ook voor andere hete hangijzers zoals migratie en klimaat speelt de spanning tussen de legitimiteit van de Europese Unie en de soevereiniteit van de lidstaten. Hoe versterk je de samenhang van de Unie, de onderlinge solidariteit? Een truc zo oud als de politiek is het vinden van een gemeenschappelijke vijand. Die blijken meer dan voldoende voorhanden: Rusland, China, Trump,… De Europese leiders zijn er weliswaar nog niet uit hoe de Europese Unie zich moet opstellen in de schuivende internationale verhoudingen, met standpunten die gaan van het verdedigen van het Atlantisch bondgenootschap tot dromen van een Europees huis waar ook het energierijke Rusland deel van uitmaakt. Maar de consensus groeit wel dat Europa van alle kanten wordt bedreigd, en dus meer van zich af moet kunnen bijten, inbegrepen militair. Nu raakt niets meer aan de nationale soevereiniteit dan het leger. Toch lijkt het er op dat de EU paradoxaal genoeg een nieuwe gemeenschappelijke dynamiek zoekt rond thema’s als veiligheid, politionele samenwerking, bescherming van de gemeenschappelijke buitengrenzen en opdrijven van de militaire samenwerking. Dat sluit naadloos aan bij de verrechtsing van het politieke klimaat, en presenteert de EU als een gemeenschappelijk schild tegen een dreigende buitenwereld. Dat moet dan de ademruimte geven om de andere problemen aan te pakken, die allemaal op het snijpunt tussen Europese legitimiteit en nationale soevereiniteit zitten. Sterk leiderschap gevraagd Maar het blijft moeilijk navigeren in woelige economische en sociale wateren met het niet erg stabiele schip dat de Europese Unie is. Daarom is de eerste bekommernis van de Europese leiders onmiddellijk na de verkiezingen een sterke kapitein of ploeg te vinden om het schip te besturen, daadkrachtig maar niet roekeloos. Daarover wordt nu vergaderd, maar de lezer van Ander Europa hoeft niet langer in onzekerheid te leven. In een vorig artikel heeft deze site al een tipje van de sluier gelicht: de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie wordt Michel Barnier. Stay tuned!  

Merkel: dom of cynisch?

Mon, 05/20/2019 - 16:04

Oskar Lafontaine, één van de oprichters van Die Linke, becommentarieert op zijn Facebookpagina een speech van Angela Merkel. Een paar nagels met koppen, voor u in het Nederlands vertaald. (gz) Is Merkel dom of cynisch? Bondskanselier Angela Merkel heeft een krachtig pleidooi gehouden tegen nationalisme tijdens een verkiezingsbijeenkomst in Kroatië. Europa is "een project van vrede" (daarom voeren we samen met de VS oorlog in het Midden-Oosten, voeren de bewapening op en sturen we interventietroepen naar Afrika), "een project van vrijheid" (daarom maken we ons zo sterk voor de vrijheid van de wikileaks - oprichter Assange) En "een project van welvaart" (dat hebben vooral de Grieken, Spanjaarden, Portugezen en Italianen ervaren na de Duitse dictaten voor loonmatiging en bezuinigingen op sociale voorzieningen). En dan komt het: nationalisme is de vijand van het Europees project, zei ze. Is ze dom of cynisch? Het Duitse exportnationalisme heeft het Europese project al vele jaren schade berokkend. We verkopen onze Europese buren meer goederen dan dat wij bij hen kopen. Daarmee exporteren we werkloosheid. Het Duitse werkgelegenheidsnationalisme leidt ertoe dat artsen en verpleegkundigen uit Oost-Europese landen naar ons komen (daar zijn zeker geen zieken en geen ouderen die moeten worden verzorgd) en kwamen ook meer dan drieduizend artsen uit Griekenland (wat maakt het ons uit of het Griekse gezondheidszorgsysteem nauwelijks nog functioneel is). Vrede in Europa kan alleen bewaard blijven, "als we onze belangen, de Duitse, de Kroatische en die van alle andere lidstaten vertegenwoordigen, en anderzijds ons in de positie van de anderen kunnen verplaatsen", vleide ze. Grappig dat de andere Europese buren deze voorbeeldige overweging niet eens opmerkten. Nadat de Oost- en ontspanningpolitiek van Willy Brandt werd vervangen, met toestemming van Merkel, door een beleid van confrontatie tegen Rusland en economische sancties, is ze nu ook samen met haar potentiële opvolger bezig om de Duits-Franse relatie te verpesten. In Frankrijk wordt steeds vaker gevraagd of je echt kunt spreken van een Duits-Franse vriendschap. En toch zijn de gevestigde partijen in Duitsland, gesteund door de meeste media, er vast van overtuigd dat we voorbeeldige Europeanen zijn. Dit is precies waarvoor Thomas Mann in 1953 had gewaarschuwd in zijn beroemde speech in Hamburg: we hebben nu een Duits Europa. En onze buren zullen dit op de lange termijn niet accepteren. Bron: Oskar Lafontaine via Facebook    

Vakbondssteun voor Europese militarisering?

Sun, 05/19/2019 - 16:31

In een bijdrage in Social Europe Journal (16 mei 2019) doet Peter Scherrer, een kopstuk van de Europese vakbondskoepel EVV (Europees Vakverbond) een aantal voorstellen om ‘Europa heruit te vinden’, en dit vanuit een vakbondsstandpunt (Rethinking Europe—a challenge for trade unions) Scherrer schrijft in eigen naam, maar het is duidelijk dat op die manier ideeën die binnen de EVV-top circuleren op een ‘onschuldige’ manier naar buiten gebracht worden. Uit al zijn voorstellen lichten wij er hier maar één uit. Wij vinden het immers niet zo onschuldig als een Europees vakbondsleider zich uitspreekt ten voordele van...  het oprukkend Europees militarisme. Op een lichtvoetige manier stelt Scherrer eerst dat “vrede stichten zonder wapens niet schijnt te werken”, waardoor de vraag over het succes van  vrede bewerkstelligen mét wapens niet eens gesteld wordt. En dan gaat Scherrer verder:   “We hebben de uitbouw van een Europees leger nodig. In de komende jaren moeten er gemengde eenheden opgericht worden. De operaties zouden daarbij gecoördineerd worden door een Europese Defensie- en Veiligheidsraad. Militaire technologie, zoals de Eurofighter, zou samen geproduceerd worden onder gemeenschappelijke normen. Terzelfdertijd zou een begin gemaakt moeten worden aan actieve ontwapeningsinitiatieven, die krachtig verder gezet zouden moeten worden. “   Hoor je al het applaus vanuit de hoofdkwartieren van de Europese militaire industrie? Vakbondssteun! Het verplicht toevoegseltje over actieve ontwapeningsinitiatieven zal de wapenlobby er graag bijnemen, EU-teksten staan immers bol van de plechtige verklaringen over vrede en sociale gerechtigheid, en blijken in de praktijk totaal onschuldig te zijn. Toeval of niet (niet denk ik), Peter Scherrer was in de periode 2011-2014 personeelsdirecteur bij Arcelor Mittal Bremen, een tussendoortje in zijn carrière bij de grote Duitse metaalbond IG Metall. En misschien ook geen toeval:  Eurofighter heeft zijn hoofdkwartier in het Beierse Hallbergmoos. Werk aan de winkel dus voor vakbondsmilitanten overal in Europa om zich te verzetten tegen elke steun aan de militarisering van de Unie, ook die in eigen rangen, welke tewerkstellingsbeloften daar ook mogen bij voorgespiegeld worden. We herinneren eraan dat het congres van de Duitse vakbondskoepel DGB zich een jaar geleden uitsprak tegen de NATO-eis voor verhoging van de militaire budgetten, en tegen de militarisering van de Duitse buitenlandpolitiek. (hm)

Vijf jaar Europees beleid, doorgelicht door Vredesactie

Thu, 05/16/2019 - 17:43

In onze reeks "In de aanloop naar de Europese verkiezingen" zijn we er niet toe gekomen om ook een overzicht te geven van het Europees asiel- en migratiebeleid. Geen nood, Vredesactie bracht een uitstekende doorlichting; ze zorgden ook voor een overzicht van de militarisering in Europa. We geven hier graag de inleiding op beide stukken, met daarin de verdere verwijzing naar de volledige teksten.         OP 26 MEI 2019 KIEZEN WE WIE ONS DE KOMENDE VIJF JAAR ZAL VERTEGENWOORDIGEN IN HET EUROPEES PARLEMENT. HET UITGELEZEN MOMENT OM HET EU BELEID VAN DE AFGELOPEN LEGISLATUUR ONDER DE LOEP TE NEMEN. IN EEN REEKS ANALYSES EN OPINIES MAAKT VREDESACTIE DE BALANS OP. [spacer size="30"] DEEL I, GRENS- EN MIGRATIEBELEID De situatie aan de Europese buitengrenzen toont een grimmig beeld. De Middellandse Zee is de gevaarlijkste vluchtroute ter wereld, ongeveer 18000 vluchtelingen vonden er de afgelopen vijf jaar de dood. Anderen worden op zee opgepikt en teruggestuurd, bijvoorbeeld naar Libië, waar ze in mensonterende gevangenissen belanden en gemarteld worden. Zij die Europa wel weten te bereiken, lopen het risico langdurig in overvolle slecht uitgeruste vluchtelingenkampen terecht te komen. Dit alles is geen ongelukkige samenloop van omstandigheden, maar een rechtstreeks gevolg van weloverwogen EU-beleid, dat zich kenmerkt door het steeds verder opvoeren en militariseren van grensbewaking. Vredesactie zette samen met Mark Akkerman van Stop Wapenhandel op een rij wat de EU afgelopen legislatuur besliste op vlak van grens- en migratiebeleid. Lees de volledige analyse hier Onze analyse is kort en bondig samengevat in dit opiniestuk waarin we uiteen zetten wat er fout loopt met het grens- en migratiebeleid. Op 2 april organiseerde Vredesactie in samenwerking met the Refugee Party en met steun van het Antwerpse Vredescentrum Border Talk, een gesprek over het gevoerde grens- en migratiebeleid. Lees het verslag van de avond, met talloze links naar videofragmenten en rapporten. [spacer size="30"] DEEL II, MILITARISERING “Europe has to toughen up”. Met die zin gaf voorzitter van de Europese Commissie Juncker afgelopen legislatuur het startschot voor een ongeziene militarisering van het Europees project. Een concreet resultaat daarvan is dat Europa voor het eerst in haar geschiedenis militair onderzoek gaat financieren. Er wordt specifiek interesse getoond om controversiële technologieën te onderzoeken, zoals gewapende drones en volautomatische systemen of 'killer robots'. Die nieuwe wind komt niet uit het niets, maar is er gekomen na stevig gelobby van de wapenindustrie. Vertegenwoordigers van een kleine groep wapenbedrijven adviseerden beleidsmakers bij de opmaak van het beleid. Dezelfde bedrijven zullen de komende jaren profiteren van de nieuwe fondsen. Ondanks vermoedens van belangenvermenging en ernstige vragen over de ethische controles bij het toekennen van projecten, heeft het Europees parlement haar controlerende bevoegdheid over deze fondsen uit handen gegeven. Lees de volledige analyse hier In dit opiniestuk van Andrew Smith van het Britse CAAT lees je hoe de EU, die we tot nu toe kenden als een vredesproject, ten prooi gevallen is aan de wapenhandelaars die ze inhuurde om advies te geven over militaire strategie.  

Alter Summit: verklaring n.a.v. de Europese verkiezingen

Thu, 05/16/2019 - 16:18

Alter Summit is voor de lezers van Ander Europa geen onbekende. Vanaf het ontstaan in 2013 hebben we er regelmatig over bericht. We zorgden ook voor de nederlandstalige versie van het Manifest van Alter Summit. Het Europees netwerk Alter Summit definieert zichzelf als volgt: "We bestaan uit feministische, antifascistische en civiele bewegingen, vakbonden en activistische groeperingen uit meer dan 20 Europese landen. Samen bestrijden we het soberheidsbeleid opgelegd door de Europese instellingen. Alter Summit wil een dynamiek op gang brengen die een brug slaat tussen Europese, nationale en lokale acties." Meer op de website van de beweging. Ter gelegenheid van de Europese verkiezingen gaf Alter Summit een verklaring uit die we in Nederlandse vertaling hieronder weergeven.   Alter Summit:  In mei 2019 worden er verkiezingen gehouden in de lidstaten van de Europese Unie voor een nieuw Europees parlement. Dat gebeurt in een context van toenemende sociale mobilisatie in de verschillende landen. Sinds 2010 hebben de jaren van soberheidsbeleid en antisociale politiek, in het leven geroepen door regeringen en Europese instellingen, een explosieve sociale en politieke situatie gecreëerd die extreem rechts ten goede komt. We nemen deze verkiezingen te baat om bekendheid te geven aan de analyses en voorstellen van ons netwerk, Alter Summit. Sinds 2013 stellen we de misbruiken van het Europees beleid aan de kaak, en werken we op ons niveau aan de ontwikkeling van alternatieven. Om onze doelstellingen te bereiken gebruiken we de internationalisering van de strijd en de eisen als methode. We ijveren voor de bundeling van de sociale strijd in verschillende Europese landen, met als bedoeling om te komen tot een Europese sociale beweging.  

Voor een koersverandering! Zonder fundamentele veranderingen in de verdragen en in het beleid heeft de Europese Unie geen toekomst. De Europese instellingen en Europese regeringen dienen nu de belangen van de financiële markten, zonder respect voor de volkssoevereiniteit. Ze moeten onder democratische controle geplaatst worden, het publiek belang moet de bovenhand hebben, er moet tegemoet gekomen worden aan ecologische en sociale noden. Wat ons betreft streven we naar een politiek, sociaal en democratisch Europa, dat in staat is om de Europese volkeren samen te brengen om zo de enorme uitdagingen van de 21e eeuw aan te gaan. Onze prioriteit is het om Europa uit te bouwen op de basis van gelijkheid, solidariteit en echte democratie. Onze eisen voor een democratisch, sociaal, ecologisch, feministisch en vreedzaam Europa baseren we op deze principes, in solidariteit met de volkeren van de wereld.   Voor een democratisch Europa! De soberheidspolitiek (in het bijzonder via het Europees Semester), de onderhandelingen en de ondertekening van vrijhandelsverdragen, het opleggen van liberalisering en privatisering van de openbare diensten zijn tegengesteld aan de sociale, economische en politieke rechten van de meerderheid, en hebben afschuwelijke gevolgen voor het leven van miljoenen Europeanen. De technocratische en duistere procedures van de EU, het gebrek aan democratie en de leidende rol van financiële en industriële lobbys in het besluitvormingsproces zijn niet aanvaardbaar. De Europeanen moeten in staat zijn om te beslissen over de toekomst van de EU. De alternatieven bestaan: om ze te realiseren en om een echte economische en sociale democratie in Europa te herintroduceren moet de machtsbalans hersteld worden; dat is onze verantwoordelijkheid.   De rechten van de werkende bevolking Het is nu al verschillende jaren dat het vakbonds- en arbeidsrecht continu afgebroken wordt. Het ontstaan van nieuwe technologieën brengt een fundamentele verandering in de arbeidsverhoudingen en tewerkstellingskansen. Nieuwe uitbuitingsverhoudingen herinneren ons aan de arbeidsverhoudingen van een andere eeuw. Het is absoluut noodzakelijk de werkersrechten overeind te houden en er nieuwe te veroveren. De afbouw van het arbeidsrecht moet een eind nemen; collectieve arbeidsovereenkomsten moeten de regel zijn in de arbeidsverhoudingen en andere werknemers bescherming bieden tegen armoede, helse ritmes en uitbuiting via de lonen. Arbeidsduurvermindering wordt een dringende zaak, en dat is ook het geval voor investeringen voor jobs in de ecologische transitie.   Investeren in een ecologische toekomst! De EU moet in heel Europa openbare investeringsprogramma's opzetten voor een sociale en ecologische transitie. Deze transitie moet gebaseerd zijn op een beleid in industrie en landbouw dat een antwoord biedt op de ecologische crisis, maar tezelfdertijd miljoenen kwalitatieve jobs creëert. Dit moet steunen op ecologisch duurzame en sociaal nuttige activiteiten van openbaar belang. Dat behelst meer investeringen in onderwijs, energietransitie, openbaar vervoer en voedselsoevereiniteit. Dat houdt ook een vermindering in van de uitgaven op militaire gebied en voor sociaal en ecologisch schadelijke projecten.   Gelijkheid en sociale rechtvaardigheid! We herbevestigen de gelijkheid tussen mannen en vrouwen, en tussen inwoners en migranten, en bijgevolg gelijke toegankelijkheid tot sociale, politieke en culturele rechten. Niet de veralgemeende toegang tot sociale rechten bedreigt de openbare financiën, zoals men ons probeert te doen geloven, maar belastingsontduiking, cadeaus aan de rijken en het betalen van gigantische interesten aan de banken. De toegang tot de gezondheidszorg, het openbaar beheer van gemeenschappelijke goederen zoals water of energie, daarover valt niets te onderhandelen, en dat moet buiten de handelssfeer gehouden worden. Wij geloven dat de beste manier om onze rechten te behouden, te verdedigen en vooruit te helpen erin bestaat de rechten te verdedigen van al wie in Europa woont, gaande van de meest georganiseerde tot de meest geëxploiteerde werknemers, of ze nu migranten zijn of niet, in armoedige omstandigheden of niet, jong of oud. Ten slotte moet Europa zijn historische schuld tegenover zijn kolonies erkennen. De huidige migratie is een van de meest brutale gevolgen van dit verleden. Een waardige ontvangst en de verbanning van alle discriminatie is een morele en politieke verplichting. Wij verwerpen het beleid van de EU, dat onder andere via Frontex en bilaterale akkoorden tot nog meer doden leidt aan de grenzen en op zee. En we verzetten ons tegen een Europese bijdrage aan de militarisering en de gewapende conflicten in de wereld.  

EU machteloos inzake Iran

Thu, 05/16/2019 - 11:15

Verleden jaar stapten de VS uit de in 2015 afgesloten nucleaire deal met Iran, tot grote verontwaardiging van de Europese Unie.

De discussie gaat echter niet over de vraag of Iran het recht heeft nucleaire wapens te ontwikkelen: dat recht heeft in het Midden-Oosten enkel Israël, daar zijn de EU en de VS het over eens. Er is ook een breed akkoord aan de regionale ambities van Iran paal en perk te stellen, ten faveure van de vrienden in Israël en Saoedi-Arabië. De discussie is dus louter tactisch: hoe hard speel je het? Probeer je het Iraanse regime aan het wankelen te brengen, of is het verstandiger de Iraanse leiders met enige druk hun plek in de regionale pikorde duidelijk te maken?

De Europese leiders waren vooral verbolgen over de ‘exterritorialiteit’ van het Amerikaanse sanctieregime: de VS planden straffen tegen alle bedrijven die het waagden het nieuwe Amerikaanse sanctieregime tegen Iran te omzeilen, ook tegen Europese bedrijven die vanuit Europa handel drijven met Iran of er investeren. Dat schoot bij de Europese leiders in het verkeerde keelgat.

Dus haalde de EU een ‘blokkadestatuut’ van onder het stof, dat sancties voorziet voor Europese bedrijven die zwichten onder de Amerikaanse druk, en zich om die reden uit Iran terugtrekken of de handel met dat land stopzetten. In de praktijk kwam hier echter niets van terecht, zo illustreert een recent onderzoek van het programma ‘Bureau Buitenland’ van de VPRO.

Ook andere Europese maatregelen blijken vooral bedoeld voor de bühne. Zo staan de VS sterk omdat internationale transacties met Iran zich voltrekken in dollars, en de VS het internationaal financieel systeem controleren. Als antwoord zetten Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk voor de gelegenheid een parallel betalingssysteem op, INSTEX genoemd. Aanvankelijk was het bedoeld om ruilhandel met Iran van olie en gas voor goederen te faciliteren, later werd de ambitie teruggeschroefd tot humanitaire hulp en voedsel, en ook dat lijkt niet te lukken.

Ondertussen sturen de VS oorlogsbodems richting Iran, en is er sprake van oorlogsdreiging. De crisis dreigt het Midden-Oosten en dus de geopolitieke verhoudingen op hun kop te zetten.
De Europese Unie staat er beteuterd bij. Het wordt al een succes genoemd dat de Europese leiders niet uit elkaar gespeeld worden onder de Amerikaanse druk, al is ook dat relatief. Frankrijk suggereerde bijvoorbeeld dat ook de EU de eisen aan Iran moet aanscherpen, door de productie van ballistische raketten te verbieden.

Je kan er gif op nemen dat het resultaat van dit alles zal zijn dat de uitbouw van een militaire poot van de EU na de Europese verkiezingen hoog op de agenda komt. Werk aan de winkel dus voor de Europese vredesbeweging. (fs)

Europa vóór de Europese verkiezingen

Wed, 05/15/2019 - 21:53

Wou u meer weten over de politieke verhoudingen in allerlei landen van de Europese Unie, zo 'n paar dagen voor de verkiezing van een nieuw Parlement? Niet zo eenvoudig, de taalbarrière speelt toch nog altijd een belangrijke rol. Maar als Engels voor u geen groot probleem is kunnen we u de site van de Rosa Luxemburg Stiftung aanraden. Onder de hoofding Euro19 worden er verschillende, niet al te lange,  landenanalyses gebracht, o.a. over Tsjechië, Slovenië, Denemarken, Italië, Frankrijk, Spanje, Griekenland, Duitsland en België. Daarnaast ook een algemene analyse, Fateful elections for Europe?, en een verwijzing naar het EP 2019 Monitoring Project van het met de Stichting verwante blad Transform!. Daar vind je een interactieve kaart van Europa, waar je door aanklikken een commentaar op de situatie van radicaal  links in de diverse lidstaten kunt nalezen. (hm)

Volgens ons wordt het Michel Barnier!

Tue, 05/14/2019 - 21:24

door Frank Slegers 14 mei 2019   Weet u al op welke partij u gaat stemmen voor de Europese verkiezingen? Indien niet hoeft u zich geen zorgen te maken. Achter de schermen nemen de bevoegde personen hun verantwoordelijkheid. Zij kennen hun plicht. De manoeuvres om een nieuwe lichting Europese leiders in het zadel te helpen zijn reeds volop aan de gang. De hoofdprijs is het voorzitterschap van de Europese Commissie, de opvolging van de Luxemburgse christendemocraat Jean-Claude Juncker. De Financial Times herinnerde onlangs hoe Wilfried Martens in zijn memoires (voorwoord: Angela Merkel) beschreef hoe hij in 2004 de Portugees José Manuel Barroso aan de job hielp. De Belgische ex-premier was toen voorzitter van de Europese Volkspartij. Hij speelde magistraal politiek driebandenbiljart, naar het voorbeeld van mijn jeugdheld Raymond Ceulemans (35 keer wereldkampioen). Zijn meesterzet bestond erin de Brit Chris Patten, waarvan hij wist dat die geen schijn van kans maakte, als kandidaat naar voor te schuiven. Toen diens kandidatuur zoals verwacht en verhoopt afgeschoten was, ontstond er een impasse, die Wilfried Martens de kans gaf zijn joker Barroso uit te spelen. De kans is groot dat we ditmaal iets gelijkaardigs gaan meemaken. Manfred Weber is Spitzenkandidaat voor de Europese Volkspartij (EVP), en vermits de EVP naar verwachting de grootste wordt in het Europees Parlement wordt hij volgens de procedure van de Spitzenkandidaten de opvolger van Jean-Claude Juncker. Alleen is deze procedure een soort gentleman's agreement dat nergens wettelijk is vastgelegd, en vinden heel wat Europese regeringsleiders dat het Europees Parlement zo te veel greep krijgt op de samenstelling van de Europese Commissie. Bovendien wordt het met deze procedure bijna altijd een kandidaat van de EVP, want die blijft de grootste, hoezeer het Europees Parlement ook verbrokkelt. Om de grootste te blijven zorgt de EVP er immers voor dat voldoende partijen zich bij haar aansluiten, ook al is het de Hongaarse Fidesz van Victor Orbán, waar anderen hun neus voor ophalen. Nog een erfenis van onze Belgische meester-konkelfoeser Wilfried Martens.   Vergeet Manfred Weber Manfred Weber dus? Vergeet het maar. Om te beginnen is hij een Duitser, wat niet goed valt nu velen wantrouwig staan tegenover de Duitse hegemon. Weber komt ook nog eens uit de aartsconservatieve Beierse CSU. Hij heeft vooral geen enkele bestuurlijke ervaring. In de EVP zelf stuit hij op veel scepsis. En iemand zoals de Franse president Emmanuel Macron ziet het automatisme niet zitten waarmee de belangrijkste job in de EU naar de EVP gaat. Frans Timmermans gaat het ook niet worden, ondanks het filmpje van de SP dat de populariteit van Timmermans in eurofiele kringen allicht een boost heeft gegeven. De sociaaldemocratie ligt op apegapen.   Carambole voor Barnier Dat is de opening waarin Michel Barnier, als alles voor hem naar wens verloopt, zal springen. Hij hoort net als Weber tot de EVP, maar hij is een Fransman, geen Duitser dus, maar wel uit een kernland van de EU. Hij heeft veel bestuurlijke ervaring, was al twee maal Europees commissaris en leidde voor de EU de onderhandelingen over de Brexit. Hij toert momenteel langs de Europese hoofdsteden, zogenaamd in het kader van de Brexit, wat als voordeel heeft dat alle reiskosten voor de Commissie zijn. In feite positioneert hij zichzelf als de man die de impasse rond Weber zal oplossen. Dat de Europese elites toe zijn aan een sterke leidersfiguur staat buiten kijf. Je hoort wel geruststellende berichten dat de 'populisten' niet voldoende stemmen zullen halen om de macht te grijpen in het Europees Parlement, maar dat belet niet dat de kans reëel is dat de EU in de verkiezingen een morele opdoffer krijgt, die de cohesie niet ten goede zal komen. De Europese Unie lijkt wel aan een soort schizofrenie te leiden: enerzijds dendert de bureaucratische machinerie onverstoorbaar door, anderzijds rammelt het aan alle kanten, en is het enkel de vraag uit welke hoek de volgende crisis zal komen. Ook op het wereldtoneel staat de EU vrij machteloos, tien jaar nadat met veel bombarie een would be Ministerie van Buitenlandse Zaken werd geïnstalleerd, nu onder leiding van Federica Mogherini. Zowel inzake het klimaat als inzake Iran bijvoorbeeld staat Europa er machteloos bij, terwijl de Amerikaanse president Donald Trump het ene initiatief na het andere neemt. Zo slaagt onze "grootste handelsmogendheid ter wereld" er niet in een effectief mechanisme op te zetten om de economische sancties van de VS tegen Iran te omzeilen. Of het gaat lukken is verre van zeker. Maar vast staat dat de kern van de Europese leiders, eenmaal de Brexit achter de rug is en de instellingen na de Europese verkiezingen vernieuwd zijn, het moment aangebroken zien om de Europese Unie terug op de sporen te zetten. Daarom maakt Manfred Weber geen kans, en is onze pronostiek dat Michel Barnier de uitverkorene wordt om de impasse rond Weber op te lossen. Het komt er enkel nog op aan de carambole te lukken die Raymond Ceulemans zo meesterlijk voordeed op het biljartlaken, en Wilfried Martens in de Europese politiek.

Groen als alternatief?

Mon, 05/13/2019 - 23:21

Door Herman Michiel 13 mei 2019   We hebben de voorbije weken de Europese programma’s van enkele ‘radicaal linkse’ partijen onder de loupe genomen (de Belgische PVDA/PTB, La France Insoumise,  het Duitse Die Linke en de Nederlandse SP), en wie meent hierin een voorkeur te zien voor deze politieke stroming vergist zich niet. Maar niet iedere progressief zal daar zo over denken; tot de ‘brede linkerzijde’ worden door de band nog twee andere ­­ stromingen geteld: de sociaaldemocraten en de groenen. Over de sociaaldemocratie hebben we het op deze site al vaak gehad. Haar rol als partij van de werkende klasse  met tegengestelde belangen tot die van de bezittende klasse speelt ze niet langer; de sociaaldemocratie is verworden tot de sociaal-liberale vleugel van het politieke spectrum. Nuances kunnen aanzienlijk verschillen van partij tot partij, en binnen die partijen van politicus tot politicus, en heel wat mensen stellen nog steeds hun hoop in ‘de socialisten’ om tot een socialer beleid te komen. Maar telkens opnieuw blijkt dat sociaaldemocraten die belangrijke politieke functies vervullen niet langer de vertegenwoordigers zijn van de werkersbelangen. De voorbeelden liggen voor het grijpen: Wim Kok, Jeroen Dijsselbloem, Willy Claes, Jacques Delors, François Hollande, Gerhard Schröder, George Papandreou, Martin Schulz ... en ook in de voorbije legislatuur van het Europees Parlement hebben we herhaald aangetoond dat het de sociaaldemocraten (S&D-fractie) was die rechts aan een meerderheid hielpen in tal van dossiers [efn_note] Zie bv. Laps, het Europees Parlement keurde weer een vrijhandels- en investeringsakkoord goed ,  Europese sociaaldemocraten zorgen voor goedkeuring CETA in Europees Parlement, Waar zijn de tegenstanders van het militair Europa? , Uw parlement, uw stem, uw geld … voor de wapenindustrie, Sociaaldemocraat Schulz blokkeert onderzoekscommissie LuxLeaks [/efn_note].   Groen en de EU Maar de groenen? Op Europees vlak werden heel wat progressieve standpunten die door radicaal links (fractie GUE/NGL) voorgesteld en door S&D verworpen of onvoldoende gesteund werden, alleen door de groenen (Greens/EFA) ondersteund. Dat bleek onlangs nog i.v.m. de subsidiëring van militair onderzoek. Is er eigenlijk veel meer dan een historisch verschil tussen ‘radicaal links’ en ‘groen’? De tijd is trouwens al lang voorbij dat groene partijen zogezegd geen ‘sociaal programma’ hadden en zich alleen met het milieu bezighielden. En momenteel heeft groen in diverse lidstaten de wind in de zeilen; lijkt dit dan niet de meest nuttige stem die men kan uitbrengen? Om hierover iets zinnigs te zeggen moet men mijns inziens niet in de eerste plaats de groene en de linkse programma's op een weegschaaltje leggen en hun klimaatactieplannen, investeringsvoorstellen of belastingsideeën vergelijken. Die gaan vaak in dezelfde richting, of er is aanzienlijke variatie tussen de voorstellen van de verschillende partijen, zij het groen of links, zodat een eenduidige uitspraak niet mogelijk is. We moeten eerder naar de globale visie op de Europese Unie kijken van die politieke families , en nog algemener op ons economisch systeem. Hier zijn wel belangrijke verschillen, en ik denk dat ze doorslaggevend zijn. De groene familie ziet in de Europese Unie een weliswaar onvoltooid maar voor de rest veelbelovend bouwsel, dat het huis moet worden voor alle Europeanen. Het fundament is in ieder geval stevig genoeg; getuige daarvan tal van statements in het Manifest 2019 waarmee de Europese Groene Partij zich positioneert voor de Europese verkiezingen [efn_note] European Green Party (EGP), Time to renew the promise of Europe. Bij de Europese Groene Partij zijn de meeste nationale partijen aangesloten, o.a. Groenlinks, Groen, Ecolo, Bündnis 90-Die Grünen... [/efn_note]:
  • “We can build on what has been achieved”
  • “The European Union has been at its heart a peace project”
  • “Europe is a union built on shared values”
Het gebouw is wel nog niet af, maar om het af te maken volstaat het om de volgende stap te zetten: “Decades of European cooperation have succeeded in building an economic union. Now we need to take the next step and make the EU serve all people. We need to make sure that social justice is put at the heart of our union; we need to build a truly social Europe. “ Het  Groen Manifest is ook niet blind voor de zeer bedrijfsvriendelijke oriëntatie van de huidige Unie,  en ziet daar wel degelijk een probleem in voor de realisatie van het zo gewenste ‘sociaal Europa’, maar ook dat is kwestie van het zetten van een volgende stap: “We need to reform the economic system so that it works for the people and respects planetary boundaries.” Elders heet het “to update our economic system”... Voilà, we hervormen het economisch systeem zodat het iedereen ten goede komt! Een update, zoals we doen bij elk computerprogramma. Wat hebben die socialisten, communisten, antikapitalisten, antiglobalisten toch drukte gemaakt over iets zo eenvoudigs: hervormen dat systeem! En hoe zover te komen? De weg naar de voltooiing van het bouwsel is meer Europa: “The EU must be developed into a full supranational democracy”; groenen zijn in essentie Europese federalisten. Als men de reëel bestaande Europese Unie zo hoog inschat, is het niet te verbazen dat ook tal van beleidsopties, die door links als neoliberaal beschouwd worden, door de Groenen onkritisch of positief beoordeeld worden. Enkele voorbeelden:
  • “Het vervolledigen van de eenheidsmarkt kan jobs en welvaart brengen, mits gekoppeld aan gemeenschappelijke ambitieuze regels om het arbeidsrecht, consumentenrechten en openbare diensten te beschermen.”
  • “We streven ernaar om meer mensen aan te moedigen ondernemer te worden”
  • “Slimmere regelgeving moet aan het kleinbedrijf de garantie bieden om op gelijke voet te kunnen concurreren met grote bedrijven”
  • “Universiteiten moeten aangemoedigd worden om met het kleinbedrijf samen te werken op zoek naar innovatie”
  • Over de sluitstukken van het soberheidsbeleid (Begrotingsverdrag, Stabiliteitspact, ...) wordt gezegd dat ze moeten ‘hervormd’ worden en dat het Europees Parlement er mee moet over bevoegd worden.
Nog in verband met dat soberheidsbeleid suggereert Groenlinks voorzichtig om ‘uitzonderingen’ toe te laten en ‘minder streng’ te zijn: “Er moeten uitzonderingen komen op de Europese aanbestedingsregels voor lokale zorg die gemeenten inkopen, voor basis- en voortgezet onderwijs, voor maatschappelijke dienstverlening en rechtskundige diensten. Staatssteun regels moeten minder streng worden toegepast waar het gaat om publieke diensten.” En een verzuchting als “De EU stimuleert duurzame en sociale hervormingen via het Europees Semester wordt door de EU even waarschijnlijk ingewilligd als dat de bankenlobby voor eerlijke belastingen zou gaan ijveren. Bij de Duitse Günen, met 13 europarlementariërs de grootste groep in de groene fractie (52 leden) is het marktdenken waarschijnlijk nog het uitdrukkelijkst. “Concurrentie is de peiler van de markteconomie en motor voor vernieuwing. Zonder concurrentie maken monopolisten grote winsten op kosten van de verbruikers”, schrijven ze in hun verkiezingsprogramma. Wat de euro betreft vinden ze wel dat er plaats is voor verbetering, maar “De euro is onze gemeenschappelijke munt. Ze werd ingevoerd om welstand te creëren en ertoe bij te dragen dat we in Europa nog meer naar elkaar toegroeien, ook in ons dagelijks leven. De euro heeft daarvan reeds veel gerealiseerd.” Even relevant is misschien waarover niet gesproken wordt. Zo neemt Manifest 2019 het op voor vluchtelingen en migranten, maar er wordt met geen woord gerept over de ondertussen goedgekeurde plannen om Frontex van 10.000 buitengrenswachters te voorzien. Groenen zijn tegen subsidiëring van militair onderzoek (en stemden ook met radicaal links tegen de 13 miljard euro daartoe voorzien in het volgende meerjarenbudget) maar over de Europese militarisering die onder onze neus aan het plaatsvinden is (Europees Defensie Agentschap, Europees Defensie Fonds ...) wordt niets gezegd. Over de NAVO evenmin. Kijkt men naar de Vlaamse Groenen, dan lijkt het verzet tegen die militarisering ook niet diepgeworteld. In hun programma schrijven ze: We zijn voorstander van de uitbouw van een Europese defensie. In een eerste fase specialiseren de nationale legers zich alvast in een Europese context. Zo investeren we in de Belgische defensie, en dan specifiek in onze sterktes zoals ontmijning, speciale operaties en tactisch en strategisch luchttransport. De aankoop van dure materialen zoals gevechtsvliegtuigen wegen we af in een Europees verband volgens het principe van pooling and sharing. Dan hoeft lang niet elke lidstaat alles te doen en besparen we geld. Samen kan meer dan apart.” Het lijkt meer met zuinigheid te maken te hebben dan met het zoeken naar alternatieven voor bewapening in het kader van een echte vredespolitiek.   Is alles dan zoveel duidelijker bij links? Veel van de groene standpunten lijden dus aan een gebrek aan concreetheid, en geven bijgevolg geen duidelijk idee van wat men in de politieke praktijk zal ondernemen. Over vrede spreken maar niet over de NAVO of de militaire plannen van de EU, het over migrantenrechten hebben maar niet over Frontex, over een sociaal Europa maar niet over het neoliberaal DNA van de Europese verdragen, het wijst niet meteen op een helder plan waar een kiezer echt houvast aan heeft. De groene partijen zijn echter niet de enigen die aan dit euvel lijden. We willen het zelfs niet hebben over de rechtse partijen, die bij verkiezingen niet veel méér dan platte propaganda produceren, als het al geen regelrecht kiezersbedrog is. Maar ook bij radicaal links worden vaak mooie ideeën geformuleerd, zonder concrete analyse van wat ze in de weg staat of duidelijke plannen om ze te realiseren. In onze analyse van radicaal linkse programma's hebben we dat het gebrek aan strategische overwegingen genoemd, een gebrek dat vooral bij Die Linke opviel. Die partij wil een ander Europa, een sociaal Europa, een democratisch Europa, maar schuift nauwelijks één idee naar voren hoe het zover zou kunnen komen. Die Linke neigt zelfs soms in dezelfde onkritische houding tegenover de EU te vervallen als de groenen; de partij – of toch sommige van haar leiders –  trapt daarbij in de val van het valse dilemma “de Europese Unie of terugval in nationalisme en fascisme” Toch denk ik dat er meer kritisch potentieel en ruimte voor debat aanwezig is binnen radicaal links dan bij groen. Er zijn vooreerst de historische banden met de socialistische traditie, die bij groen zo goed als volledig ontbreken. Noties als klassenstrijd , burgerlijke ideologie, inzichten in de verhouding tussen arbeid en kapitaal, het is afwezig in de groene familie, maar (over-)leeft bij links. Op een laag niveau soms, misschien maar verdedigd door een minderheid (zoals de Antikapitalistische Linke, AKL, in Die Linke of sommige kringen in Podemos of La France Insoumise), maar wel degelijk aanwezig. Een gevolg is dat er binnen links ook meer discussie is over standpunten en analyses. Dat is binnen organisaties het geval (AKL binnen Die Linke bijvoorbeeld) en tussen organisaties. Dat kan pijnlijk zijn, zoals bij de breuk tussen La France Insoumise en de Partij van Europees Links (ten gevolge van de houding t.o.v. Syriza), maar op den duur heilzamer dan de afwezigheid van enig debat. Ik besluit hieruit dat links zijn socialistische roots moet koesteren en tot ontwikkeling brengen, eerder dan principeloos de vlucht voorwaarts te nemen naar een ‘breed progressief front’ met sociaaldemocraten en groenen; dit hoeft samenwerking rond allerlei concrete doelstellingen niet in de weg te staan, maar kan er juist meer karakter aan verlenen.

Frontex opent vijf kantoren in Albanië

Fri, 05/10/2019 - 12:14

De Europese grenswachten van Frontex gaan voor het eerste kantoren of posten openen buiten de Europese Unie, te beginnen met kantoren in Albanië. Later komen er ook in Bosnië-Herzegovina, Servië en Macedonië. Het doel is de Balkanroute voor migranten en vluchtelingen verder dicht te timmeren.
Nu is het zo dat talrijke verslagen getuigen van de illegale praktijken van diverse overheden in de Balkan tegenover vluchtelingen en migranten. Zijn er waarborgen dat Frontex zich daar zelf niet aan schuldig zal maken? De vraag stellen is niet alleen naïef, als men bedenkt hoe illegale praktijken officieus EU-beleid zijn in de samenwerking met de Libische kustwachten. De vraag is zelfs al beantwoord: nu al zijn er verslagen over de medeplichtigheid van Frontex bij illegale optredens in de Balkan. Uitgebreide informatie over deze ontwikkelingen is te vinden in een nieuwe bijdrage op de website van Statewatch. (fs)

Extreemrechts in Groot-Brittannië

Fri, 05/10/2019 - 11:54

De Financial Times publiceerde gisteren een long read over extreemrechts in Groot-Brittannië. Op een jaar tijd steeg het aantal extreemrechtse figuren dat door de veiligheidsdiensten in de gaten wordt gehouden omdat ze mogelijk tot terroristische gewelddaden tegen moslims kunnen overgaan van 968 tot 1.312. “Slechts” vier van de achttien terroristische aanvallen die door de veiligheidsdiensten verijdeld werden tussen maart 2017 en december 2018 waren het werk van extreemrechtse anti-islam krachten, maar diezelfde veiligheidsdiensten verwachten dat dit in de komende tijd alleen maar erger gaat worden.
Een van de ondervraagde experten onderlijnt dat het niet gaat om geïsoleerde losgeslagen individuen, maar om een “transnationale strijd” ingebed in globale netwerken.
Hoe hebben extreemrechtse nationalisten, waarvan je zou verwachten dat ze elk  binnen de eigen natie opereren, elkaar gevonden in internationale netwerken? Juist, dankzij de gemeenschappelijke vijand die ze hebben gevonden in de islam en een gedeelde ideologie tegen “omvolking”. Hun kennis van het internet helpt. Zij weten dat ze in de gaten worden gehouden, en ontwikkelen steeds geraffineerdere technieken om hun communicatie verborgen te houden. (fs)

Leve het Europees Pentagon?

Fri, 05/10/2019 - 10:56

  Onder de titel “Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?” houdt Paul Lookman in De Wereld Morgen een pleidooi voor een Europees leger. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.”, aldus Lookman. De argumentatie is bekend, en is nog vaker te horen sinds Donald Trump twijfels zaait over de stevigheid van het Atlantisch bondgenootschap. ‘Wij Europeanen’ moeten meer op eigen krachten vertrouwen en daar de nodige financiële en andere offers voor brengen. Dergelijke pleidooien krijgen een progressief tintje omdat ze lijken in te gaan tegen de Amerikaanse militaire dominantie. Waar pleitbezorgers als Paul Lookman het echter niet over hebben is: wie zal over deze Europese militaire inzet beslissen? Welke belangen zal ze dienen? Wat we de afgelopen maanden en jaren op dat vlak gezien hebben voorspelt niets goeds: Europese miljarden voor de ontwikkeling van nieuwe wapens, militarisering van de buitengrenzen, druk om de militaire budgetten te verhogen... Er is geen enkele  garantie op democratische controle, het Europees Parlement gaf  zelfs zijn bevoegdheid op om toezicht te houden op het gebruik van 13 miljard euro subsidie aan de wapenindustrie. Waarom zou een Unie die zich zo uitdrukkelijk ten dienste stelt van de kapitalistische belangen een echte vredespolitiek gaan nastreven? Meer over de militarisering van Europa op Ander Europa. (hm)

Nieuwe website CEO

Wed, 05/08/2019 - 12:26

Onze vrienden van Corporate Europe Observatory (“we expose the power of corporate lobbying in the EU”) hebben een nieuwe website, en daar zijn ze terecht fier op.  Dus als je nog niet voldaan bent nadat je alles op Ander Europa doorploegd hebt, kan je hier eens kijkje nemen bij CEO. (fs)

Hoe de EU en de euro de rijken rijker maken

Tue, 05/07/2019 - 22:25

door Gerrit Zeilemaker 7 mei 2019   In de kapitalistische wereld is de ongelijkheid fors toegenomen en de EU en het eurogebied zijn daar geen uitzondering op. Nu was dat al veel mensen opgevallen, maar er was een boek van de Franse econoom Piketty voor nodig [efn_note] Thomas Piketty, Kapitaal in de 21e eeuw [/efn_note] om het tot een massaal gedeelde opvatting te maken. Neen, Europa is geen uitzondering op de regel, ook in de EU-lidstaten worden rijken steeds rijker, armen steeds armer. Al valt het verband niet iedereen op.   Ongelijkheid in de verkiezingsprogramma’s Het is daarom niet zo verwonderlijk dat de verkiezingprogramma’s voor de Europese verkiezingen wemelen van de aanbevelingen en oproepen om de EU socialer te maken. Zo wil Groenlinks Europa ‘groener en eerlijker maken’, een ‘Europa waarin welvaart en financiële risico’s eerlijk worden verdeeld.’. Ze willen dan ook ‘één Europese vennootschapsbelasting’ om de ‘race to the bottom’ tegen te gaan. [efn_note] https://groenlinks.nl/standpunten/belastingontwijking [/efn_note] Overigens komen de standpunten van Groenlinks en de PvdA op 60 stellingen overeen, zo bleek bij het opstellen van de StemWijzer. [efn_note] https://nos.nl/artikel/2283036-60-keer-hetzelfde-standpunt-waarom-gaan-pvda-en-groenlinks-niet-samen.html [/efn_note] De SP wil de EU vooral ‘eerlijker, socialer en menswaardiger’ maken. Waar bij Groenlinks nauwelijks kritiek op de EU zelf voorkomt, zet de SP in op een ‘nieuw verdrag’ en legt daarbij vier eisen op tafel: de Commissie wordt een uitvoerend orgaan, het Stabiliteits- en Groeipact moet op de schop, landen mogen beperkingen opleggen aan de interne markt en er vindt geen bevoegdheidsoverdracht plaats zonder de bevolking per referendum te raadplegen [efn_note] https://www.sp.nl/standpunt/eu-eerlijker-socialer-en-menswaardiger [/efn_note]. Bij D66 vinden ze ‘dat voor een sterk Nederland juist meer Europa nodig is’ en ‘in een vrij Europa moet iedereen zichzelf kunnen zijn’. Een Europees minimumloon is volgens D66 op dit moment ‘niet realistisch en niet wenselijk’, en de partij koppelt het garanderen van arbeidsomstandigheden aan het vergroten van de arbeidsmobiliteit. Dat daardoor de arbeidsomstandigheden juist onder druk komen te staan valt ze blijkbaar niet op. Middelen om de arbeidsomstandigheden te garanderen moeten komen uit het Europese structuurfonds, maar moeten worden ‘gekoppeld aan bindende aanbevelingen voor lidstaten om arbeidsmarkten in Europa structureel te hervormen’. Wat weer bedoeld is om die arbeidsomstandigheden af te breken. Het gaat bij D66 over ‘mobiele sociale rechten’. [efn_note] https://verkiezingsprogramma.d66.nl/europa/programma/een-europa-dat-eerlijk-deelt/#mobiele-sociale-rechten [/efn_note]; verdere commentaar overbodig. Terwijl het CDA het nog heeft over een ‘sociale markteconomie’ is in het verkiezingsprogramma van de VVD het woord sociaal niet eens te vinden!   Wens en werkelijkheid In Europese verdragen gaat het dikwijls om uitspraken als ‘een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen die gericht is op volledige werkgelegenheid en sociale vooruitgang’, of  ‘De Unie bestrijdt sociale uitsluiting en discriminatie, en bevordert sociale rechtvaardigheid en bescherming’, en ‘solidariteit tussen lidstaten’ [efn_note] https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:12016M/TXT&from=EN [/efn_note] Bij nader toezien blijft daar echter niet veel van overeind. Drie voorbeelden ter illustratie:

De werkloosheid in de EU is blijvend hoog

Laten we beginnen met de volledige werkgelegenheid. De werkelijkheid is een werkloosheid van 7,7% voor de muntunie en 6,4% voor de Unie in haar geheel. De werkloosheid van laaggeschoolden is een stuk hoger,  voor 2018 respectievelijk 14,1% en 12,5%. Ook tussen de EU-landen zijn grote verschillen. Zo heeft Griekenland een werkloosheid van bijna 22% en Spanje van ruim 20%, maar ook Oost-Europese staten zoals Estland, Letland, Slowakije en Montenegro hebben werkloosheidscijfers rond de 20%. [efn_note] https://ec.europa.eu/eurostat/tgm/graph.do?tab=graph&plugin=1&language=en&pcode=tps00066&toolbox=type [/efn_note]

De werkloosheidscijfers zijn ook met een grote korrel zout te nemen. Volgens de gehanteerde definitie is iemand ‘aan het werk’ ook al heeft hij/zij maar één uur betaalde arbeid in de referentieweek waarin de tellingen worden uitgevoerd. En in landen als Griekenland of Spanje zijn de cijfers bovendien geflatteerd omdat veel jongeren emigreerden om werk te vinden. Zo is sinds 2008 10% van de werkende bevolking uit Griekenland vertrokken, vooral goed opgeleide jongeren, waarvan 75% een universitaire opleiding genoot. Opleidingskosten worden op 50 miljard euro geschat. In Spanje daalt de bevolking zelfs, omdat vele Zuid-Amerikaanse immigranten weer teruggaan.

 Ook de kans op armoede blijft onverminderd hoog

Het aantal mensen dat risico loopt op armoede blijft sinds de oprichting van de EU onverminderd op meer dan 20% staan. Het percentage kinderen die risico lopen in de armoede te geraken is in de 28 EU-landen al jaren rond de 25% [efn_note] https://ec.europa.eu/eurostat/news/themes-in-the-spotlight/poverty-day-2018 [/efn_note]. Ondanks de belofte van ‘sociale vooruitgang’ en ‘bestrijding van sociale uitsluiting’ is de kans op armoede onverminderd hoog. Ook het uitroepen van 2010 tot het jaar van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting in Europa heeft daar weinig aan veranderd.

In Nederland hadden in 2017 599.000 van de 7,3 miljoen huishoudens een inkomen onder de lage-inkomensgrens, dat waren er 27.000 méér dan in 2016. Het aandeel huishoudens met een armoederisico steeg daarmee van 7,9 naar 8,2 procent. En 227.000 gezinnen moesten ten minste vier jaar achtereen van een laag inkomen rondkomen. Het aantal werkenden in armoede groeit. [efn_note] https://www.cbs.nl/nl-nl/achtergrond/2019/07/armoederisico-in-2017-toegenomen. [/efn_note]

 Sociale rechtvaardigheid en het beleid van de ECB

Sociale rechtvaardigheid heeft toch vooral te maken met een eerlijke verdeling van rijkdom en voorzieningen. Dat dit botst met een kapitalistische maatschappij gebaseerd op concurrentie is evident. Bovendien beweegt in Europa die concurrentie zich tussen regels en instituties die actief ongelijkheid bevorderen.

Neem bijvoorbeeld het beleid van de Europese Centrale Bank (ECB). In de nasleep van de crisis nam de ECB maatregelen om de eurolanden in moeilijkheden van financiële steun te voorzien. Zo werd in 2010 het Europees Financieel Stabiliteitsfonds opgericht. In 2011 werd besloten het een permanente status te geven in de vorm van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) dat sinds 2012 opereert. Aanvankelijk was het ESM slechts bedoeld om de EU-staten in moeilijkheden te helpen, maar in 2012 werd de werking uitgebreid tot het redden van banken en werd besloten tot de mogelijkheid ook bestaande staatsleningen aan te kopen [efn_note] https://nl.wikipedia.org/wiki/Europees_Stabiliteitsmechanisme [/efn_note]. In 2012 besloot de ECB tevens tot rechtstreekse aankopen van staatsobligaties met het Outright Monetary Transactions (OMT) programma. Dit was naast de ESM de tweede zuil ter stabilisering van de Eurozone. De ECB-president Draghi sprak de woorden: ‘Koste wat het kost’ en ‘geloof mij het zal genoeg zijn’. [efn_note] ‘What ever it takes’ en ‘And believe me, it will be enough’. [/efn_note] Het vertrouwen in de kredietwaardigheid van de crisislanden was terug en een gejuich steeg op bij de bankiers en beleggers. Zij wisten maar al te goed dat de belastingbetalers van de eurolanden voor de eventuele verliezen zullen opdraaien.

  De ECB koopt onbeperkt obligaties op en houdt de rente laag In de tien jaar sinds het begin van de eurocrisis daalde een regen van initiatieven, richtlijnen en verdragen neer om de stabiliteit van de eurozone te versterken in een totaal onoverzichtelijke ‘euroreddingstructuur’. Maar in 2015 onder de naam Quantitative Easing (QE), kwantitatieve verruiming werd pas echt los gegaan. Nu werden op grote schaal niet alleen staatsleningen gekocht, maar ook obligaties van lokale en regionale overheden tot zelfs obligaties van particuliere bedrijven. Inmiddels heeft de ECB zoveel obligaties gekocht dat het balanstotaal is gestegen tot het enorme bedrag van 4,7 biljoen euro. [efn_note] https://www.rtlz.nl/beurs/artikel/4517911/ecb-stopt-met-opkopen-obligaties-kopen-qe-opkoopbeleid Overigens een biljoen euro is dus duizend miljard euro dus het gaat hier om 4.700.000.000.000 euro! [/efn_note] Een derde instrument ter stabilisering van de euro is de lage rentepolitiek van de ECB, die op sommige momenten omsloeg in een nul-rentepolitiek. Het is de maatregel die landen als Portugal, Spanje en Italië in staat stelt kredieten met een redelijke rente op te nemen. Maar er zijn andere gevolgen, die niet iedereen opvallen. We bekijken er drie.

Gevolg I: stijgende huizenprijzen en huren.

Goedkope leningen leiden tot verhoogde investeringen in vastgoed. De investeringsboom verhoogt de bouwprijzen en stuwt de prijzen voor woningen omhoog. In Nederland stegen de prijzen met meer dan 9% en in stedelijke gebieden van 12,5% (Amsterdam) tot 14% (Rotterdam). Tegelijkertijd blijft de druk op de huizenmarkt hoog en de vraag naar woningen stijgt. In Nederland loopt het tekort aan huizen naar verwachting in 2020 op tot meer dan 200.000.

De huren in de vrije sector in Nederland zijn gemiddeld tot duizend euro gestegen, omdat ze aan de stijging van de onroerend goedprijzen gekoppeld zijn. Het aantal sociale huurwoningen neemt nauwelijks toe en vele sociale huurwoningen verdwijnen naar de particuliere markt. In Amsterdam is de gemiddelde wachttijd voor een sociale huurwoning tot 15 jaar (!) opgelopen. Profiteurs van deze ontwikkelingen zijn ontwikkelaars, aannemers, grondeigenaren en de financiële industrie. [efn_note] http://www.mejudice.nl/artikelen/detail/rijk-moet-regie-nemen-bij-volkshuisvesting  In Berlijn eisen actiegroepen zelfs onteigening van woningen. https://www.dwenteignen.de/warum-enteignen/forderungen/ [/efn_note]

Gevolg II: Druk op pensioenen en spaarrente.

Een ander gevolg van de lage rentepolitiek is de druk op spaarrekeningen en pensioenen. De lage rente wordt gebruikt als argument voor de zogenaamde ‘rekenrente’. Door deze lage rekenrente worden pensioenen niet meer geïndexeerd en er dreigen zelfs kortingen [efn_note] https://www.ad.nl/economie/pensioenfonds-abp-vreest-pensioenkortingen-in-2021~a25bf22c/ [/efn_note].  Het is dan ook niet verwonderlijk dat in heel Europa de pensioenen onder druk staan.

Gevolg III: stijgende aandelenkoersen en toename van vermogen

Een ander gevolg van de politiek van geldverruiming van de ECB is de stijging van de aandelenkoersen en toename van het vermogen vooral bij de rijken. Zo bleek uit jaarcijfers van de 75 grootste beursfondsen in Nederland een totale winst van 66 miljard euro. Er werd 30 miljard euro aan dividend uitgekeerd en voor 16 miljard euro eigen aandelen ingekocht, waardoor ook nog eens de koersen stegen. In totaal stroomt er 46 miljard euro naar de aandeelhouders.

Even ter vergelijking. Alle bedrijven samen in Nederland behaalden een winst van 290 miljard euro. De 5,4 miljoen werknemers in loondienst verdienden vorig jaar 291 miljard euro [efn_note] Peter de Waard in De Volkskrant 2 april 2019 [/efn_note].

Het resultaat is dat de vermogensverdeling in Europa bijzonder ongelijk is, met het aandeel van de rijkste tien procent tussen de veertig en zestig procent. Opmerkelijk is dat Nederland een land is met een buitengewoon hoge vermogensongelijkheid. Het vermogensaandeel van de rijkste tien procent in Nederland is 68%, en onder hen palmt de rijkste vijf procent 52% van het vermogen in. Het vermogensaandeel van de armste zestig procent van de Nederlandse bevolking bestaat niet, is zelfs negatief: min vier procent, schulden dus.

Hoe gunstig het beleid van de ECB ten opzichte van de aandelenkoersen is voor de rijken onder ons blijkt als 89% van het effecten- en ondernemingsvermogen geconcentreerd is bij de rijkste tien procent. [efn_note] https://www.tpedigitaal.nl/sites/default/files/bestand/reuten-def-3-december-2018.pdf [/efn_note]

Conclusie: alleen koppig massaal verzet verandert het Europese beleid  De kloof tussen arbeid en kapitaal, de kloof tussen arm en rijk is in de EU en de muntunie groot en wordt steeds groter. Een simpel meetinstrument is de verdeling van inkomsten uit kapitaal, de kapitaalinkomensquote, en inkomsten uit arbeid, de arbeidsinkomensquote. Beiden opgeteld is 100%. In heel Europa is de arbeidsinkomensquote sinds de jaren 80 gedaald. Het aandeel van de factor arbeid in Nederland, de arbeidsquote, is gedaald van 92% in 1977 naar 73% in 2018. Dit betekent dat het kapitaalinkomen gestegen is van 8% naar 27%. Bovendien krijgen de kapitaalbezitters in 2022 weer een cadeau en gaat de vennootschapsbelasting van 20 procent naar 15 procent voor grotere bedrijven met een winst boven de 200.000 euro. Vijftig jaar geleden was de vennootschapsbelasting nog 48%. Wens en werkelijkheid liggen ver uit elkaar in de EU en de komende  verkiezingen gaan daar geen verandering in brengen. Alleen als de bevolking tegenwicht biedt zoals de Gele Hesjes in Frankrijk zal er iets veranderen. Zij zijn de hoop van Europa.

Jeremy Corbyn en de rijken

Tue, 05/07/2019 - 10:50

The Economist gaf op 2 mei een inkijkje in de reacties van de rijkere huishoudens op een mogelijke Labourregering onder leiding van Jeremy Corbyn. Het lijkt op lichte paniek.
Op Guernsey zijn ze blij met Corbyn: de verkoop van eigendommen op dit belastingparadijs schiet immers door het dak, omdat allerlei superrijken er een onderkomen zoeken als vluchtroute mocht Corbyn premier worden.
Een firma die de centen van de rijken beheert organiseerde een conferentie onder de titel: “Hoe je rijkdom Corbyn-bestendig te maken” (“How to Corbyn-proof your wealth”). De conferentie was uitverkocht.
Een andere firma deed een onderzoek naar wat haar cliënten als de grootste bedreiging voor hun  fortuin zagen. Niet minder dan 42 procent zette een mogelijke Labourregering bovenaan!
Wat vrezen deze rijken dan? Natuurlijk hogere belastingen! Maar erger nog vrezen ze kapitaalcontroles, ook al is daar wat Labour betreft geen sprake van. De idee hun geld niet meer te kunnen plaatsen waar ze willen is voor de superrijken een ware nachtmerrie. Ook zijn ze bang voor de aangekondigde nationalisaties: de superrijken willen hun alleenheerschappij in de economie niet kwijt raken.
Je zou er om kunnen lachen, ware het niet dat het deze mensen zijn die het lot van onze planeet en onze samenleving vooralsnog in handen hebben. (fs)

Pages