Borderless

17 July 2019

Ander Europa

Subscribe to Ander Europa feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Updated: 38 min 53 sec ago

Het Stockholmsyndroom van het Europees syndicalisme

Mon, 05/06/2019 - 20:33

Door Herman Michiel 6 mei 2019   Hoe kijken vakbonden terug op de voorbije vijf jaar Europees beleid, welke lessen trekken ze daaruit, wat zijn hun verwachtingen en plannen? We kijken meer bepaald naar de vakbondsstructuur die zich in het bijzonder met de EU bezighoudt, het Europees Vakverbond.   Vakbonden onder vuur Vakbonden in Europa  werden de afgelopen jaren zwaar aangepakt via regeringsmaatregelen, die steeds de impliciete maar vaak ook de expliciete steun van de Europese Unie hebben. Bekend is de Spaanse ‘muilkorfwet’ (Ley Mordaza) van 2015, die het sociaal protest via monsterboetes probeerde aan banden te leggen, wat ook voor het stakingsrecht een zware bedreiging betekent. Met de Trade Union Act (2016) verstrengden de Tories onder Cameron nog de al zeer beperkende voorwaarden voor stakingen in Groot-Brittannië.  In Hongarije zorgt Orbans ‘slavenwet’ voor een ongehoorde uitbreiding van het overwerk, waarbij de betaling tot drie jaar kan uitgesteld worden. Frankrijk kende al zijn ‘Loi Travail’ (of 'Wet El Khomri'), het eerste werk van Macron als president was daar nog een schep bovenop te doen. In België saboteert de regering met haar ‘loonnorm’ de onderhandelingspositie van de vakbonden, terwijl de Europese Commissie in haar ‘aanbevelingen’ niet nalaat de Belgische loonindexering als vijand van de tewerkstelling te doodverven. Diezelfde Commissie (DG ECFIN) trekt systematisch van leer tegen interprofessionele loononderhandelingen; ze wil die naar het bedrijfsvlak verlaagd zien, en het uiteindelijke streefdoel is het individuele niveau, de naakte contractuele verhouding tussen twee ‘gelijkwaardige’ contractanten, werkgever en werknemer. En wee de Europese lidstaat die in de klauwen van de Troika terechtkomt, want dan wordt de uitholling van de vakbondsrechten een standaard-onderdeel van het ‘hulppakket’. Enzovoort [efn_note] Zie Ander Europa, ‘Modernisering’ van het arbeidsrecht in Europa: terug naar de 19e eeuw voor een overzicht uit 2016. Voor een uitgebreide studie (2017) door het Europees Vakbondsinstituut, zie Rough waters - European trade unions in a time of crises [/efn_note].   Weerwerk? Onder die omstandigheden, een gecoördineerde aanval door de EU op de arbeids- en vakbondsrechten, zou men kunnen verwachten dat ook de vakbonden gecoördineerd in de tegenaanval gaan. In principe bestaan ook de structuren daartoe: het Europees Vakverbond (European Trade Union Confederation, ETUC), een koepel van 90 bonden en 10 Europese vakbondsfederaties, goed voor 45 miljoen vakbondsleden in 38 landen (dus niet alleen in de EU). Af en toe organiseert het EVV ook wel eens een ‘Europese betoging’, meestal in Brussel, en ja, daar kunnen best een paar duizend veelkleurige en veeltalige vakbondsafgevaardigden bijeenkomen. Zo was er op 26 april nog een March for a fairer Europe for workers, met een oproep om bij de Europese verkiezingen voor kandidaten en partijen te stemmen “die zich zullen inzetten voor een Europa dat rechtvaardiger is voor werknemers”. Nog met het oog op die verkiezingen bracht het EVV een programma uit [efn_note] EVV, Een meer rechtvaardig Europa voor de werknemers – EVV programma voor de Europese verkiezingen 2019 [/efn_note] met een lange lijst van punten die de EU 'moet' uitvoeren. Een greep daaruit:
  • “De EU moet een Sociaal Vooruitgangsprotocol in het EU Verdrag insluiten dat sociale rechten voorrang geeft over economische vrijheden.”
  • “De EU moet zijn sociaal model terug opbouwen, met een volledige implementering van de ‘Europese Pijler van Sociale Rechten’ op Europees en nationaal niveau.”
  • “Het EU handels- en globaliseringsbeleid moet rechtvaardig zijn en voorrang geven aan sociale rechten, niet alleen de belangen van multinationale bedrijven dienen.”
  • ...
Hoe moeten deze wensen werkelijkheid worden, en wat heeft het EVV op dit vlak al bereikt? Naar eigen zeggen “heeft het EVV veel druk uitgeoefend op de EU leiders om het beleid te veranderen en we zien al wat verbeteringen”. In werkelijkheid zal de EVV-druk de EU-leiders worst wezen, en in plaats van ‘verbetering’ worden werkers- en sociale rechten ieder jaar wat meer gekortwiekt. Het EVV speelt in de EU een marginale rol, in die mate zelfs dat veel vakbondsleden van het bestaan van deze organisatie niet eens op de hoogte zijn.   Wat doet het EVV (niet) ? Hoe is dit zeer negatief bilan te verklaren? Bij het EVV kan men eigenlijk niet spreken van een mislukte strategie, maar van het ontbreken van enige strategie. Tenzij men het verspreiden van perscommuniqués en het opstellen van wensenbundels als een strategie beschouwt, tenzij men het lobbyen bij 'bevriende' (nogal vaak sociaaldemocratische) politici en het koesteren van 'high level' contacten als een valabel alternatief ziet voor het uitbouwen van krachtsverhoudingen door sociale mobilisatie. Geen enkele vakbondsverantwoordelijke zou in eigen land standhouden als hij/zij alleen beroep deed op de redelijkheid, het sociaal geweten van de politici; dat is nochtans wat het ‘Europees syndicalisme’ van het EVV inhoudt. Het cultiveren van 'high level' contacten bleek bijvoorbeeld in 2013 bij de viering van 40 jaar EVV. Onder de topsprekers telde men Europees commissaris László Andor, Olli Rehn, supercommissaris voor financiële en monetaire orthodoxie, Martin Schulz (SPD, toen voorzitter van het Europees Parlement) en Fátima Báñez, Spaans minister van arbeid voor de Partido Popular.  Gelijkaardige keuzes bij het EVV-congres dat van 21 tot 24 mei a.s. in Wenen doorgaat. Daar spreekt Jean-Claude Juncker himself het congres toe, naast commissaris Thyssen en enkele Oostenrijkse sociaaldemocratische excellenties. Deze 'high level' contacten zullen zeker hun nut hebben voor het sociaal imago van de betrokken politici, maar of ze ooit iets hebben bijgedragen tot de werkersrechten is zeer de vraag. Ze hebben alleszins niet verhinderd dat de EU met de botte bijl op de Griekse werknemers inhakte, wat van EVV-zijde niet veel meer dan wat papieren protest voortbracht.   Stockholmsyndroom? Het lijkt onwaarschijnlijk, maar mensen die gegijzeld worden ontwikkelen soms een bijna vriendschappelijke relatie met de gijzelnemers; het fenomeen is bekend als het 'Stockholmsyndroom'. Men krijgt soms de indruk dat de leiders van het EVV aan een gelijkaardig syndroom lijden. Voor de EU, in het bijzonder het directoraat-generaal voor economie en financiën (DG ECFIN) zijn vakbonden het laatste obstakel voor het ongehinderd functioneren van de vrije markt; bonden liggen dan ook permanent onder Europees vuur. Maar wat doet het EVV? Het schurkt tegen zijn 'gijzelnemers' aan, nodigt ze uit als gastsprekers, looft hun 'stappen in de goeie richting' en vraagt ze vriendelijk een teken van goodwill te tonen. En vooral: onderneemt niets dat het neoliberaal Europees regime in verlegenheid zou kunnen brengen. Hoe deze 'tegennatuurlijke' verhouding is kunnen ontstaan is onduidelijk, en er is ook niet veel informatie beschikbaar over de interne verhoudingen binnen het EVV, de verhoudingen tot de nationale federaties of tot de Europese autoriteiten. Men kan zich ook moeilijk voorstellen dat deze situatie zou blijven voortbestaan als de toonaangevende ledenorganisaties er zich niet op een of andere manier bij neerlegden. Men kan eigenlijk maar gissen naar de toedracht binnen het EVV. Wel verscheen in 2004 een interessante studie van de hand van Corinne Gobin, onderzoekster aan de Université Libre de Bruxelles [efn_note] Corinne Gobin, La Confédération européenne des syndicats, Courrier hebdomadaire du CRISP 2004/1-2 n° 1826-1827, pag. 1 – 55. Online beschikbaar op https://www.cairn.info/revue-courrier-hebdomadaire-du-crisp-2004-1-page-1.htm# [/efnnote]. In die periode was er een conflict tussen de toenmalige EVV-leiding en het Belgische ABVV-FGTB, dat ervoor waarschuwde dat het EVV “op het verkeerde spoor zat”, en dat er “geen lobbying maar strijdsyndicalisme” nodig was. De Belgische bond stelde ook een verhoging van de bijdragen aan het EVV voor, maar dit werd afgezwakt door de Duitse, Nederlandse en Scandinavische bonden. De bijdragen tot het ‘Europees syndicalisme’’ waren nochtans allesbehalve gigantisch: 0,14 € per lid per jaar, dus één euro per zeven jaar... Het gevolg was dat de werkingskosten van het EVV slechts voor 27% gedekt waren door eigen bijdragen, en de rest uit een subsidie van de Europese Commissie kwam. Het Stockholmsyndroom verliest hier al iets van zijn raadselachtigheid... Dat was begin jaren 2000, maar niets wijst erop dat de financiële afhankelijkheid is verminderd. Integendeel, toentertijd had het EVV nog meer dan 60 miljoen leden, nu zijn het er nog 45 miljoen. Men moet geen spijkers op laag water zoeken om in deze financiële afhankelijkheid een zware hypotheek op het vrij handelen van de Europese vakbondskoepel te zien. De sociologe Gobin komt via een woordfrequentie-analyse van de resoluties van het EVV over de jaren heen tot de bevinding dat het vocabularium zich steeds meer richt op dat van de EU-instanties en steeds minder op dat van de vakbonden, en dit vanaf de periode dat het EVV financieel meer afhankelijk werd van de Europese Commissie. Wiens brood men eet ...   Tot besluit Vakbondstrijd tegen het neoliberaal beleid moet in de eerste plaats lokaal en nationaal georganiseerd worden. Dat is het niveau waar vakbonden het best hun slagkracht kunnen ontwikkelen. Maar die strijd zou in een verhoogde versnelling komen door coördinatie over de grenzen heen, door initiatieven op Europees vlak, door een echte Europese vakbondstrategie. Zolang het EVV zijn werking beperkt tot die van een lobbygroep kan het hierin niets bijdragen. Verandering moet men echter niet verwachten vanuit de EVV-bureaucratie zelf, maar van de verschillende bonden bij wiens gratie het EVV bestaat. Hier is een taak weggelegd voor elke vakbondsmilitant; misschien kan een eerste stap zijn dat elk lid per jaar een paar euro afdraagt aan een Europese stakingskas. Zijn de voorgangers ook niet zo begonnen?

Arbeidsmigratie droogleggen?

Mon, 05/06/2019 - 12:07

Het laatste deel gisteren van Buitenhof bestond uit een interessant debat in de aanloop naar de Europese verkiezingen tussen Lilian Marijnissen van de SP en Rob Jetten van D66. Voor onze Belgische lezers: Buitenhof is een wekelijks interviewprogramma op de Nederlandse zender NPO1.

Arbeidsmigratie in de EU was een van de belangrijke thema’s.

Rob Jetten van het eurofiele D66 gaf een wel erg rooskleurig beeld van de arbeidsmigratie. D66 wil een inspanning doen om nog eens 50.000 arbeidsmigranten extra naar Nederland te halen. Lilian Marijnissen maakte op overtuigende wijze gehakt van dit rooskleurige beeld: arbeidsmigratie is niet goed voor de arbeidsmigranten, niet voor hun thuisland, en ook niet voor Nederland, waar het werkgevers helpt lage lonen en slechte arbeidsomstandigheden in stand te houden.
Volgens Marijnissen verklaart de arbeidsmigratie, en de enorme arbeidsreserve waaruit zij put, zelfs voor een stuk waarom in Nederland geen loongolf op gang komt, al is zowat iedereen het eens dat een loongolf wel zou mogen. Klopt dit laatste wel, want de arbeidsmigratie is toch sterk geconcentreerd in enkele sectoren? Maar verder viel op het verhaal van Marijnissen weinig af te dingen.

De discussie ging helaas niet over hoe je de arbeidsmigratie dan moet aanpakken. Want uit de diagnose volgt niet vanzelf een remedie.
Je zou het kunnen vergelijken met de drooglegging in de jaren 1920 in de VS ten tijde van Al Capone. Dat alcohol schadelijk is voor de gezondheid is een feit, daar kan je urenlang over uitweiden. Maar daaruit volgt niet dat je alcohol dus moet verbieden. De VS hebben het geprobeerd, en daarmee vleugels gegeven aan de georganiseerde misdaad.
Zo kan je ook kijken naar arbeidsmigratie: de grote arbeidsmigratie in de EU van Oost naar West is sociaal gezien geen positieve ontwikkeling. Maar is het sluiten van de grenzen daarom een oplossing?
De SP stelt “werkvergunningen” voor, want helemaal zonder arbeidsmigranten gaat het blijkbaar niet. Maar zet dat uiteindelijk ook niet de poort open voor sociale dumping? Dergelijke vergunningen worden afgeleverd op voorwaarde dat de werkgever aantoont in Nederland niet de nodige arbeidskrachten te vinden. Misschien vindt hij die juist niet omdat er iets mis is met zijn lonen en arbeidsvoorwaarden?
Zou een systeem van werkvergunningen de controle op misbruiken dan vergemakkelijken? Dat lijkt toch meer een kwestie van politieke wil dan van technische instrumenten. In een systeem van werkvergunningen geven de belangen van de Nederlandse werkgever hoe dan ook de doorslag.

Rob Jetten gaf – verrassend genoeg – een vruchtbaarder piste aan: investeren in de ontwikkeling van de lidstaten van Oost-Europa. Dat is natuurlijk een utopie in de EU van diezelfde Jetten. De EU drijft immers op de concurrentie van allen tegen allen. Van de voorgespiegelde convergentie tussen de lidstaten is geen sprake. Maar de suggestie van Jetten geeft aan hoe de grote arbeidsmigratie binnen de EU een kwaal is die geworteld is in het meer algemeen marktgedreven karakter van de EU, die de ongelijkheid in stand houdt.
De grenzen sluiten voor arbeidsmigratie, maar verder de gemeenschappelijke markt ongemoeid laten, gaat niet werken (en is ook wat raar: wij houden hun arbeidskrachten tegen, maar zij onze export niet).

De aanpak van de sociaal verwerpelijke arbeidsmigratie is maar geloofwaardig in het breder perspectief van een ander Europa. Dat perspectief staat of valt met de solidariteit tussen Nederlandse werknemers en arbeidsmigranten, hun gezamenlijke strijd in het perspectief van een sociaal Europa, en dus ook hier en nu tegen de misbruiken, voor betere lonen en arbeidsvoorwaarden. Controle op misbruiken wordt in elk geval een stuk effectiever wanneer samen van onderop druk wordt gezet. Dat kan als je naar de arbeidsmigrant kijkt als een medestander, en niet een onderkruiper die hier eigenlijk niet zou moeten zijn. (fs)

Europese Commissie best machtig

Sun, 05/05/2019 - 11:06

Niet het Europees Parlement, maar de Europese Commissie heeft het wetgevend initiatief. Dat betekent dat in de EU alleen de Commissie wetsvoorstellen kan lanceren. Dat is op zich al bizar, maar wat stelt het in de praktijk voor?
Het blijkt dat zowat alle voorstellen die de Commissie lanceert ook daadwerkelijk wet worden. Lang geleden hoorde ik eens op een cursus dat de Commissie 97 procent scoort. Dat is best veel, veel meer dan bijvoorbeeld in de VS, waar het executief toch ook aardig wat macht heeft.
Onlangs verscheen het laatste scorebord van de Commissie. Van al haar aangekondigde plannen maakte de Commissie in 94 procent van de gevallen daadwerkelijk een wetgevend initiatief. Hiervan werd 66 procent daadwerkelijk Europese wet, 21 procent is nog in behandeling, en 7 procent haalde het niet. Een aardige score!
En dat is nog niet alles: de Commissie is ook quasi alleenheerser in het beheer van de concurrentieregels en de Gemeenschappelijke Markt, het fundament van de EU, en het daarmee verbonden handelsbeleid.
Natuurlijk is het wel zo dat de Commissie haar oren te luisteren legt, vooral bij de regeringen van de grote landen, voor zij initiatieven gaat nemen.
Je zou kunnen denken dat het Europees Parlement via amendementen wel aan haar trekken komt. Als het iets wil, formuleert het dat gewoon in de vorm van een amendement op een voorstel in behandeling, toch? Dat is echter buiten de waard gerekend: de Commissie kan een voorstel ook weer intrekken, als de behandeling leidt tot andere resultaten dan zij op het oog had. Deze intrekkingsbevoegdheid is volgens de rechtspraak wel niet absoluut, maar toch: ook als een voorstel in behandeling heeft, blijft de Commissie aan het stuurwiel zitten.
Volgens een artikel in het Financieel Dagblad heeft het Europees Parlement echter wel veel verborgen macht: een Parlement dat veel “verborgen macht” heeft.. Wat een mooie democratie is dat toch! (fs)

Valt ‘Portugees raadsel’ door de mand?

Sat, 05/04/2019 - 21:54

Sinds 2015 wordt Portugal bestuurd door een minderheidsregering met de socialist António Costa als eerste minister. Hij beschikt slechts over 86 van de 230 zetels in de assemblee, maar de linkerzijde, de Portugese Communistische Partij PCP en het Links Blok (Bloco de Esquerda) wilden hem parlementair steunen voor zover het soberheidsbeleid zou verlaten worden; Costa van zijn kant wou zich schikken naar de budgettaire orthodoxie van de Europese Unie.. Deze onzekere constructie houdt al wel verbazend lang stand, en wordt door sommigen voorgesteld als de ‘kwadratuur van de cirkel’: Europees bezuinigingsbeleid zou best verzoenbaar zijn met  sociaal beleid. Maar de Portugese evenwichtsoefening schijnt nu toch op een kritiek punt beland te zijn. De Portugese leraars voeren sinds maanden actie om achterstallige lonen uitbetaald te krijgen. Van 2005 tot 2007, en van 2011 tot 2017 werden hun lonen immers bevroren. Verleden donderdag keurde een parlementaire commissie deze uitbetaling goed, maar premier Costa stelde zijn veto: als dit gebeurt dreigt hij met ontslag. Hij vreest dat ook andere ambtenaren dezelfde eisen zullen stellen, met een ‘onbetaalbare factuur’ van misschien 800 miljoen euro tot gevolg. De vakbond CGTP eist in ieder geval dat de achterstallige lonen voor alle 650.000 ambtenaren uitbetaald worden. “Costa betaalde wel meer dan een miljard aan de private Banco Novo”, stelt de bond, en beschuldigt Costa van politieke spelletjes. De komende week zou over de kwestie beslist worden in het parlement. Drie weken voor de Europese verkiezingen en enkele maanden voor de parlementsverkiezingen van oktober a.s. vragen velen zich af of het ‘Portugees raadsel’ zijn ‘geheim’ niet aan het prijsgeven is. (hm)

Jongeren en Europa

Sat, 05/04/2019 - 13:17

Wat denken jongeren over Europa en de EU? Tja, dat zou iedereen wel graag willen weten. Voor wat het waard is vind je hier een link naar nog maar eens een peiling (in het Engels). Wij vonden het wel fijn dat volgens deze peiling jongeren het klimaat en migratie belangrijk vinden, en dat van de ondervraagden 43 procent open grenzen als een kans ziet, terwijl maar 27 procent het als een dreiging ervaart. Maar het is natuurlijk ook wel zo dat wat voor de ene een kans is, voor de ander een bedreiging kan vormen, afhankelijk van de maatschappelijke positie. (fs)

Plaatselijke verkiezingen Engeland

Sat, 05/04/2019 - 12:51

Afgelopen donderdag trokken de kiezers – nu ja, toch een vierde van hen – in Engeland en Noord-Ierland naar de stembus om ongeveer 8400 zetels te vergeven in 259 plaatselijke besturen.

De conservatieven gingen er 1334 zetels op achteruit, Labour 82. Volgens sommige commentatoren verloren de “Brexit-partijen” samen dus 1416 zetels, wat dan weer wordt gelezen als steun voor remain of een tweede referendum. Dat is echter wat kort door de bocht.

Het valt op dat zowel de Tory’s als Labour vooral zetels verliezen waar ze besturen. De kans is dus groot dat veel kiezers tegen het plaatselijke bestuur stemden uit protest tegen besparingen: de conservatieve regering heeft de beurzen van de plaatselijk besturen dichtgeknepen, met als gevolg besparingen door die besturen op de kap van de plaatselijke gemeenschappen. Ook andere factoren speelden allicht een rol. Zo is de winst van de groenen misschien deels te verklaren door de aandacht de laatste dagen voor de verkiezingen voor het klimaat (exctinction rebellion). De Britten zijn mensen zoals u en ik: ze zijn niet alleen met de Brexit bezig.

Wat dan toch de Brexit betreft valt het op dat veel kiezers niet stemden of ongeldig stemden uit protest tegen het uitblijven van de Brexit. Zij pikken het niet dat de uitslag van het referendum dreigt genegeerd te worden. Dit koste zowel Labour als de Conservatieven stemmen. In de komende Europese verkiezingen dreigen veel van die kiezers voor de nieuwe partij Brexit van Nigel Farage te stemmen. Die deed in deze plaatselijke verkiezingen niet mee.

Jeremy Corbyn trok uit de uitslag de conclusie dat er nu eindelijk maar eens werk moet gemaakt worden van de Brexit. (fs)

Sp.a: nieuwe bezems, schoon geveegd??

Fri, 05/03/2019 - 15:02

Door Herman Michiel 3 mei 2019   Het gaat niet over meer of minder Europa, maar over een radicaal ander Europa. Met eerlijke belastingen, een nieuwe economie die gestoeld is op gelijkheid, duurzaamheid en solidariteit” Dit is de aanhef van het Europees programma van de sp.a voor de verkiezingen van 26 mei. Een radicaal ander Europa! Blijkbaar scheelt er dan toch iets aan de constructie waar de Europese sociaaldemocratie zich sinds jaar en dag mee geïdentificeerd heeft. En waarvan de huidige invulling (eengemaakte markt, eurozone, Europese Centrale Bank, vrijhandelsbeleid...) vorm kreeg onder de dynamische leiding van de sociaaldemocratische held Jacques Delors, commissievoorzitter in de cruciale periode 1985-1995. Maar goed, men kan zich altijd bedenken, tot nieuwe inzichten komen. Misschien treedt er een nieuwe generatie aan die iets geleerd heeft uit de fouten van de voorgangers? Op de sp.a-lijst voor de Europese verkiezingen, nog steeds getrokken door Kathleen Van Brempt, staat op de tweede plaats een nieuwkomer, Jan Cornillie. Nieuwkomer op een Europese lijst, maar geen groentje in de politiek. Verre van! Kabinetschef van diverse socialistische ministers, jarenlang directeur van de studiedienst van de sp.a, en de voorbije twee jaar politiek directeur van die partij. Iemand die misschien beter aanvoelt hoe ‘Europa’ wordt ervaren door de Vlaming? Aandachtige lezers zullen zich de naam Cornillie misschien herinneren uit een vorig artikel: het is de man die het Belgisch lidmaatschap van de EU wil vastleggen in de Belgische grondwet. Blijkbaar zegt zijn ervaring dat het vertrouwen in de EU alhier toch niet zo onwankelbaar is. En toch, in een recent interview met het zakenblad Trends stelt Cornillie dat “ de populariteit van de EU bij het publiek in twintig jaar niet meer zo groot is geweest”! Eerlijk gezegd vind ik de logica van Cornillie in dit artikel soms moeilijk te volgen. Zo zegt hij dat "zonder de EU Hongarije nog weerlozer zou zijn tegen de multinationals, die er de zogenoemde slavenwet hebben doorgedrukt". Nochtans maakt Hongarije wel degelijk deel uit van de EU, en kon die 'slavenwet' er wel degelijk doorgedrukt worden. Ander voorbeeld van merkwaardige, of ontbrekende logica: "De welvaartstaat blijft het best nationaal, we hebben geen Europese sociale zekerheid nodig", zegt Cornillie. Maar zonder daar enige conclusie uit te trekken zegt hij ook dat "de nationale welvaartstaat wordt aangevreten door de fiscale concurrentie, loonconcurrentie, en door de Europese begrotingsregels." Op andere punten is de logica van Cornillie maar al te goed te volgen.  Welke les trok hij uit de gebeurtenissen in Griekenland? Cornillie: "We hebben het sociale cliëntelisme in Zuid-Europa veel te lang op zijn beloop gelaten. De herverzekering [een sociaaldemocratisch voorstel voor Europese 'ondersteuning' van de werkloosheidsuitkeringen] moeten we gebruiken als motivatie voor verandering. Geef die lidstaten pas recht op de herverzekering als ze, zodra de economie  het toelaat, het sociale huishouden op orde brengen." Dit is niets anders dan het chanteren van landen in moeilijkheden om de gewenste neoliberale hervormingen door te voeren in ruil voor 'ondersteuning'. Hineininterpretierung mijnentwege? Nee hoor, Cornillie voegt er expliciet aan toe: "Dat betekent ook activering van werklozen. Je moet werklozen opvolgen, opleiden, schorsen als het moet. Dat helpt bovendien de welvaartstaat uit te bouwen in Zuid-en Oost-Europa." Misschien scoort de heer Cornillie wel een beetje bij het publiek van Trends, maar van een "radicaal ander Europa" moet ik hier nog het eerste woord vernemen. U zult het misschien al gemerkt hebben: mijn vertrouwen in de gewezen directeur van de studiedienst van sp.a, en bijgevolg van die partij in haar geheel, is ... niet groot. Nog een paar andere uitspraken van Cornillie zullen me daar zeker niet van afbrengen. Zo lijkt het mij toch wel kras dat een gewezen hoofd van een studiedienst out of the blue stelt dat het beter is te gaan naar een "Europese aansturing van het uitgavenbeleid", dat dus de bestedingen van de lidstaten door de Europese Commissie beslist worden. Jan Cornillie ziet in dit verband in het voorstel van de Franse president Macron voor een eurozonebudget een "stap in de goede richting". Cornillie-Macron: één front! Blijkbaar in een poging om het Trends-publiek te bekoren doet Cornillie nog een ultieme poging: "We moeten alles doen om de concurrentie op de EU markt in ere te houden. Die zorgt voor lagere prijzen, zodat consumenten delen in de bedrijfswinsten. We mogen niet toegeven op onze vrije markt. Integendeel, we moeten er voor zorgen dat de rest van de wereld zich plooit naar ons." A la bonne heure! Nu weet u met meer kennis van zaken wat u doet met een stem op de sp.a-lijst.  

Labour houdt tweede referendum op afstand

Thu, 05/02/2019 - 11:27

In de aanloop naar de Europese verkiezingen moeten ook de Britse partijen een Europees verkiezingsprogramma in elkaar steken. Dat is ergens grappig, want in principe gaan ze sowieso de EU verlaten. Maar het kon dus even niet anders.
Binnen Labour waagde de eurofiele fractie onder leiding van ondervoorzitter Tom Watson een nieuwe poging om via dit verkiezingsprogramma Labour te binden aan een tweede referendum over de Brexit. Maar zij kwamen andermaal van een kale kermis thuis.
Het bestuur van Labour besliste, na vijf uur vergaderen, dat Labour eerst en vooral vasthoudt aan haar eigen visie op de Brexit, vervolgens voorstander is van nieuwe algemene verkiezingen, en pas, als dat alles niet lukt, voorstander is van een tweede referendum, namelijk over een eventuele Tory-Brexit.
Dat is een verstandige keuze. Alleen eurofielen van het slag van Tony Blair denken dat alle problemen van de Britse samenleving neerkomen op een keuze voor of tegen de EU (in hun geval dus voor).
Algemene verkiezingen zouden wel eens kunnen leiden tot een Labourregering onder leiding van Corbyn, en dat is het laatste wat Watson en zijn vrienden willen. (fs)

Klimaat wijkt voor Atlantisch bondgenootschap?

Thu, 05/02/2019 - 10:44

Vandaag ondertekenen Europese bedrijven met de Amerikaanse staatssecretaris voor energie een akkoord om de invoer van Amerikaans vloeibaar aardgas (LNG) tegen 2020 te verdubbelen. Dat gebeurt in de marge van een Europees-Amerikaanse top over energie.
De Amerikanen hopen Europa zo minder afhankelijk te maken van Russisch aardgas. De Amerikaanse staatssecretaris Rick Perry noemde het gas “vrijheidsgas” en vergeleek het akkoord met de Amerikaanse soldaten die Europa in WOII bevrijdden. Dat de Sovjetunie toen een beslissende rol speelde in de nederlaag van Nazi-Duitsland ontging hem blijkbaar.
Maar het valt vooral op dat het akkoord helemaal geframed werd in de vijandigheid tegenover Rusland. Zijn de VS niet uit het klimaatakkoord gestapt, en was Europa daar niet boos over? En moeten fossiele brandstoffen sowieso niet in de grond blijven? Het is waar dat vloeibaar aardgas van de fossiele brandstoffen relaties het minst schadelijk is voor het klimaat, maar dat is dus relatief, en geldt vooral heel wat minder voor gas dat voor het transport eerst vloeibaar wordt gemaakt, LNG dus, waar het hier over gaat.
In Europa zijn er blijkbaar verschillende werkelijkheden, die onafhankelijk naast elkaar bestaan: enerzijds het klimaat, anderzijds economie en politiek. Beide mogen niet door elkaar worden gehaald. (fs)

Goed nieuws uit Spanje?

Tue, 04/30/2019 - 21:07

De drie rechtse partijen in Spanje  – Partido Popular, Ciudadanos en Vox – die bezig waren het politiek debat in Spanje een stevige ruk richting uiterstrechts te geven, hebben de verkiezingen van afgelopen zondag verloren. Het schipbreuk van de Partido Popular, die nog niet zo lang geleden de regering vormde, is spectaculair. De kans is groot dat ze de opdoffer niet meer te boven komen. Op rechts is alles nu in beweging.

De sociaaldemocratische PSOE van Pedro Sanchez profiteerde van de nuttige stem tegen dit rechtse trio (“No pasarán”), en won de verkiezingen. De PSOE gaat van 22,6 naar 28,7 procent van de stemmen. De PSOE deed het ook goed in de gelijktijdige aparte verkiezingen voor de autonome gemeenschap van Valencia.

De opluchting, vooral van de sociaaldemocratie, in Europa is groot. Na het succes van de sociaaldemocraat Antonio Costa in Portugal is er nu ook de Spanjaard Pedro Sanchez: het kan dus anders dan in Griekenland, Frankrijk of Italië, waar de sociaaldemocratie roemloos ten onder ging. Het volstaat dat een nieuwe bezem het huis opfrist en wat afstand neemt van het neoliberaal soberheidsbeleid, zo lijkt het wel. Er is natuurlijk ook Jeremy Corbyn, maar ondubbelzinnige verdedigers van de Europese Unie zoals Costa en Sanchez liggen toch beter.

Unidos Podemos kreeg een klap. Het verloor een miljoen kiezers. Dat is niet niks: een miljoen mensen die in 2016 nog achter een radicaal links verhaal stonden, en er vandaag niet meer in geloven, of toch niet voldoende om een nuttige stem voor de PSOE tegen rechts te verkiezen.

De leider van Podemos Pablo Iglesias verklaarde dat Podemos bereid is in een regering met de PSOE te stappen. Daarmee valt hij terug op de klassieke strategie van de kleinere communistische partijen: zichzelf profileren als de junior regeringspartner van de sociaaldemocratie. Dat heeft geleid tot het quasi verdwijnen van veel van die partijen. De nieuwe strategie van Iglesias staat in schril contrast tot de oorspronkelijke strategie van Podemos dat, in het zog van de ‘indignados’ acht jaar geleden, zich keerde tegen het post-Franco regime in Spanje als zodanig, inbegrepen de partijen die dat systeem belichaamden, niet in de laatste plaats de PSOE. Deze koerswijziging is ietwat bizar rekening houdend met de radicalisering die wel degelijk volop aan de gang is aan de rechterzijde.

Overigens lijkt het weinig waarschijnlijk dat de PSOE zal ingaan op het voorstel van Iglesias, zodat het toch zal uitlopen op een minderheidsregering van Sanchez met gedoogsteun van Unidos Podemos en andere linkse partijen. Het zal dan interessant zijn te zien hoeveel marge voor linkse accenten de EU Sanchez gunt eenmaal de economische conjunctuur draait.

De gemeenteraadsverkiezingen die er aan komen op 26 mei zullen laten zien hoe het dat ander deel van Podemos vergaat, onder leiding van dat andere kopstuk Íñigo Errejón, die in Madrid onder de vlag van Más Madrid in zee gaat met de uittredende burgemeester Manuela Carmena. De aanpak van Errejón kan je omschrijven als centristisch populisme.

De trieste realiteit is in elk geval dat het originele Podemos niet meer bestaat. De afwezigheid van een democratisch partijleven maakte dat de meningsverschillen tussen twee kopstukken geleid hebben tot het uiteenvallen van de partij. Dat is zorgelijk. Het valt immers op hoe weinig partijen op links ook elders in Europa of in de wereld er in slagen een vruchtbaar democratisch partijleven uit te bouwen. Aan charismatische chefs is er daarentegen geen gebrek. “No more heroes any more” zongen de Stranglers al in 1976. Het lijkt een van de vele onvervulde beloftes te zijn uit die mooie jaren. (fs)

Europees Hof van Justitie: uitzonderingsrechtbanken op maat van multinationals zijn OK

Tue, 04/30/2019 - 18:14

Vandaag maakte het Europees Hof van Justitie (EHJ) zijn uitspraak bekend over de rechtsgeldigheid van ICS, het 'Investment Court System'. Dit is de fel gelaakte regeling die gekoppeld wordt aan veel vrijhandelsverdragen, en waardoor buitenlandse bedrijven bij speciale uitzonderingsrechtbanken een rechtszaak kunnen inspannen tegen een overheid wanneer het bedrijf denkt schade te lijden door wetgeving of beleid.  Deze op maat van de multinationals geschreven procedure was vroeger bekend als ISDS (Investor-State Dispute Settlement), maar wegens het felle protest ertegen, bv. bij de onderhandelingen over TTIP en CETA, werd ze lichtjes aangepast en herdoopt tot ICS. Maar ICS is slechts de "gebotoxte variant van ISDS", aldus Anne-Marie Mineur, europarlementariër voor de Nederlandse SP, in een bijdrage op Ander Europa. Het is dus de botox-versie van ISDS die vandaag het fiat kreeg van de hoogste Europese rechtsinstantie, en dat terwijl er tal van alternatieven bestaan, aldus Mineur in EUobserver.  In het vandaag gepubliceerde arrest stelt het EHJ dat ICS niet strijdig is met de Europese wetgeving. Niet zo verbazend natuurlijk, want die wetgeving zelf is meer op maat van de bedrijfswereld geschreven dan voor de Europese burgers. De vraag naar de rechtsgeldigheid van ICS werd aan het EHJ voorgelegd door de Belgische regering, als een troostprijs voor Paul Magnette en de Waalse socialisten, die een tijdje verzet pleegden tegen de goedkeuring van CETA, het vrijhandelsakkoord EU-Canada, waar ICS deel van uitmaakt. Terecht stelt Friends of the Earth Europe in een reactie op de EHJ uitspraak dat ICS dan wel 'legaal' mag zijn maar daarom niet minder onrechtvaardig. Friends of the Earth voerde actie (foto) nabij 'Vrouwe Justitia' aan het Berlaymontgebouw.  

Het Europees verkiezingsprogramma van de Nederlandse SP

Fri, 04/26/2019 - 22:01

door Herman Michiel 26 april 2019   In ons rondje ‘linksradikale verkiezingsmanifesten kijken’ zijn we na de Belgische PVDA/PTB, het Franse France Insoumise en het Duitse Die Linke bij de Nederlandse SP aanbeland. Als we aan de PVDA de prijs zouden geven van de geslaagde debutant, aan La France Insoumise die van het literair meest sprekende manifest met ook nogal wat bekommernis voor strategische overwegingen, aan Die Linke de prijs van de Gründlichkeit, de generositeit en de totale veronachtzaming van strategische overwegingen, zou een gepaste prijs voor het Europees SP-programma misschien die zijn voor de duidelijkheid. Hier in België hebben Nederlanders soms de naam ‘recht voor de raap’ te zijn; dat wordt niet tegengesproken door deze tekst. De voorpagina geeft al en zeker gevoel voor wat zal volgen: Breek de macht van Brussel! Voor een rechtvaardige EU!  De SP kan niet van devoot ‘europeanisme’ beschuldigd worden, en dat is al een heel pluspunt. Maar geloof degenen niet die beweren dat de SP tegen elke Europese samenwerking is. Of het nu klimaatactie, strijd tegen fiscale concurrentie of gegevensbescherming is, de SP ziet absoluut de noodzaak in van een grensoverschrijdende aanpak op Europese schaal. Geloof evenmin dat de SP in naam van ’s lands belang de ogen zou sluiten voor de weinig solidaire rol die Den Haag speelt op internationaal vlak, als fiscaal paradijs, als overschotland aan de zijde van de Berlijnse exportkampioenen: in het programma worden deze beggar-thy-neighbour-praktijken kordaat van de hand gewezen. Ga er ook maar gerust van uit dat het SP-programma de standaard-bestanddelen bevat van elk links programma, met name een ambitieus klimaat- en milieubeleid, afwijzing van de neoliberale  bezuinigingen, strijd voor sociale rechten (“In een nieuw verdrag leggen we vast dat sociale rechten vóór economische vrijgheden gaan”), neen aan de Europese machtspolitiek, de aanzetten tot een Europees leger en de toenemende  militarisering (over de NAVO wordt gezegd dat we ze “niet moeten achterna gaan”, evenwel zonder echt een uittrede te eisen), een neen aan de vrijhandelsideologie, wat o.a. plaats moet bieden voor een duurzaam landbouwbeleid, enzovoort. Voor vrouwenrechten wordt weinig plaats ingeruimd, maar een programma kun je niet op zijn merites beoordelen door woordtellingen. Dat brengt me nog bij iets anders dat ik wou zeggen op het eind van dit rondje manifestkijken: een partij kun je niet op haar merites beoordelen alleen aan de hand van een programma. Grau, teurer Freund, ist alle Theorie, und grün des Lebens goldner Baum! Dat laatste onder een zeker voorbehoud als het over politieke levensbomen gaat. In wat volgt willen we ingaan op een aantal sterke, en een aantal problematischer punten in het SP-programma.   Democratie en soevereiniteit Dat is de kop boven het tweede hoofdstuk En die maakt duidelijk dat, net zoals voor La France Insoumise (LFI), 'soevereiniteit' geen taboewoord is voor de SP. Waarom zou dat ook moeten? Waar soevereiniteit te grabbel gegooid wordt is er nóg minder plaats voor democratie. Het zou wel beter geweest zijn als de SP, zoals LFI, uitdrukkelijk vermeldde dat ze het over volkssoevereiniteit heeft, te onderscheiden van staatssoevereiniteit die op zich geen enkele democratische garantie biedt (denk aan het soevereine Spanje ... onder Franco). Maar men moet zich in geen geval laten intimideren door de eurospeak over het 'nationalistisch egoïsme van lidstaten die geen stukje van hun soevereiniteit willen afgeven aan de EU'. Integendeel, omdat het Europees (of internationaal) niveau onvermijdelijk een stuk verder staat van de burgers moeten er juist meer garanties ingebouwd worden voor een democratisch verloop. De SP doet in dat verband een aantal voorstellen die het overwegen waard zijn. Bijvoorbeeld de invoering van een 'dubbelmandaat' waarbij een vertegenwoordiger zowel zetelt in het Europees als in het nationaal Parlement. Lidstaten moeten ook kunnen kiezen voor een opt-out als ze bepaalde bevoegdheden niet willen overdragen, tot en met een opt-out uit de euro. Federalisten zullen zeggen dat je zo geen Unie kunt uitbouwen, en ze hebben gelijk. Maar ik ben het eens met de SP als die stelt: "De oplossing ligt niet in een Europese democratie". Een blik in het verleden spreekt daarover boekdelen. Het 'afstaan van nationale soevereiniteit' is in de eerste plaats gebruikt ter versteviging van de kapitalistische belangen, of als je wil: de uitbouw van een markt-conforme democratie. Daarvoor bedanken we feestelijk. De EU afwijzen betekent ook niet dat men internationaal niet kan of wil samenwerken, er zijn vormen van internationale samenwerking genoeg die geen pseudo-staatsapparaat à la EU hebben. Natuurlijk, een solidair duurzaam economisch systeem op Europees vlak zou veel meer vereisen dan enkele internationale verdragen, en alleen kunnen door een zeer innige integratie van wat nu nationale staten zijn (bv. een begroting die een groot deel van het BBP zou beslaan, voor zover het begrip BBP nog veel zou betekenen). Maar in de EU de voorafbeelding zien van een gesocialiseerd continent komt er ongeveer op neer om de NAVO te zien als de voorafbeelding van Immanuel Kants Eeuwige Vrede... Zoals het een partij die met beide voeten op de grond staat betaamt, doet de SP niet alleen voorstellen voor het ideale geval van een totale politieke hertekening van Europa, maar ook voor de reëel bestaande EU van vandaag. Ik vernoemde reeds het dubbelmandaat en de opt-out; verder wil de SP het wetgevend initiatiefrecht aan de Europese Commissie ontnemen en aan de nationale regeringen, nationale parlementen en het Europees Parlement geven. Wat een echte democratisering in Europa betreft doet de SP gelijkaardige voorstellen als de meeste zusterpartijen: de bestaande Europese verdragen moeten verdwijnen en vervangen worden door een nieuw, dat per bindend referendum aan de bevolkingen wordt voorgelegd.   De euro Van de vier onderzochte verkiezingsprogramma's is dat van de SP het duidelijkst in zijn terechte kritiek op de Europese eenheidsmunt, de euro." De euro heeft op termijn geen toekomst", zegt de SP en beaamt daarmee wat vooraanstaande economen, waaronder Stiglitz, erover denken. De partij doet geen onverhoedse uitspraken die dan later moeten ingeslikt worden, maar houdt het bij een paar vaststellingen die men te weinig terugvindt in linkse programma's: "Het fundamentele probleem van de euro is dat zij niet samengaat met de nationale democratie. Daarom moet de weg worden geopend voor alternatieven. Zolang we de euro nog hebben, moet de Economische en Monetaire Unie democratischer worden en zal het regime van verplichte bezuinigingen worden afgeschaft. (…) We stoppen met het tegen elke prijs vasthouden aan de euro." De SP wijst ook de verplichting af voor elke lidstaat die momenteel nog een eigen munt heeft om de euro als munt aan te nemen. Het is weinig bekend (en de Commissie durft er in deze troebele tijden niet onmiddellijk een punt van te maken) maar elke lidstaat van de EU (behalve de opt-outs Groot-Brittannië, Denemarken en het aparte geval Zweden) moet op termijn tot de euro toetreden. Eurolanden die terug een nationale munt willen moeten voor de SP op een geordende wijze de overstap kunnen maken. Voor de SP moet het kapitaalverkeer aan banden worden gelegd, 'giftige leningen' kunnen niet langer als 'financieel product' op de markt komen, er is geen sprake van een 'kapitaalmarktenunie'. Bij geldverruimingsoperaties ('QE') van de Europese Centrale Bank moeten lidstaten kunnen bepalen waar dat geld naartoe gaat, bijvoorbeeld naar een nationale investeringsbank. So far so good. Maar ik vrees dat de SP te ver gaat in zijn vertrouwen in nationale oplossingen en de afwijzing van Europees gecoördineerde maatregelen. Zo stelt het programma (pag. 21): "Als banken failliet gaan en gered moeten worden, dan gebeurt dat door de lidstaat en die saneert de bank naar een veilige consumentenbank." In dezelfde geest wordt een Europees deposito-garantiestelsel en het Europees 'afwikkelingsfonds' [efn_note] Door de depositogarantie krijgen spaarders hun geld terug, meestal tot 100.000 €, wanneer een bank failliet gaat. Uit een afwikkelingsfonds worden de nodige bedragen gehaald om een zieltogende bank te ontbinden. [/efn_note] afgewezen. Welke risico's burgers van een land lopen dat zijn banken moet redden hebben we in Europa van nabij meegemaakt. Men moet geen EU-fanaat zijn om de oplossing Europees te zoeken.  Er zou bijvoorbeeld de verplichting kunnen komen dat banken bijdragen in een solidair garantiestelsel en afwikkelingsfonds. Die verplichting bestaat zelfs al in zekere zin, maar is op een belachelijke manier ondermaats [efn_note] Het afwikkelingsfonds moet op termijn 55 miljard euro bijeenbrengen, een peulschil tegenover de duizenden miljarden die de lidstaten bij de jongste crisis hebben moeten ophoesten. [/efn_note].   Economisch beleid Ook over de voorstellen in verband met het sociaal-economisch beleid kunnen gelijkaardige opmerkingen worden gemaakt als die bij de euro. Zeer terechte afwijzing van het 'Europees Semester' (waardoor onder andere de nationale begrotingen voorafgaand de goedkeuring moeten krijgen van de Europese Commissie...), van het Stabiliteits-en Groeipact en van het Begrotingsverdrag, zeer terechte eis tot daadwerkelijke erkenning van de sociale rechten. Maar de SP denkt blijkbaar dat het overal zal netjes zijn als iedereen voor eigen deur veegt: "Een socialere EU is vooral een EU die minder ingrijpt in onze nationale democratie, en ons niet hindert in onze eigen keuzes voor een socialer Nederland." Waar er elementaire solidariteitsmechanismen in de EU bestaan bekritiseert de SP niet hun ondermaatsheid en pleit ze niet voor de uitbreiding of heroriëntering ervan, maar voor de afbouw. "De EU kan een stuk goedkoper" (pag.13). "Cohesiefondsen moeten er alleen nog zijn voor de armste regio's." Ik onderstel dat de SP het in feite niet alleen over de cohesiefondsen heeft, want met een budget van minder dan 10 miljard euro jaarlijks voor de armste landen zal er niet veel aan de cohesie (samenhang) veranderen. Neemt men er de andere 'structuurfondsen' bij (met het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, waar echter ook de rijke landen subsidies uit betrekken) dan komt men aan ongeveer een derde van het Europees budget, of ongeveer 0,3% van het Europees BBP. Nul komma drie procent, met dergelijke 'transfers' zou het eeuwen duren om de grote ontwikkelingverschillen in Europa af te bouwen. Eerder dan te pleiten voor de vermindering van deze fondsen zou men beter nagaan hoe ze gevoelig kunnen uitgebreid worden en beter besteed; ongeveer 100 miljard gaat nu naar de rijke regio's ... Ook de landbouwsubsidies worden voor de SP op termijn volledig afgebouwd. Natuurlijk moet er een einde gemaakt worden aan de subsidiëring van de agro-industrie en mogen gesubsidieerde Europese landbouwprodukten niet langer de Afrikaanse boeren kapot maken. Maar er zijn heel interessante voorstellen gedaan om door een aangepast subsidiebeleid de transitie naar een duurzame landbouw te ondersteunen [efn_note] Zie Ander Europa, Milieuorganisaties voor een ander landbouwbeleid [/efn_note]. Men mag bovendien niet vergeten dat de landbouwsector in landen als Roemenië nog meer dan 20% van de tewerkstelling uitmaakt. Zelfs vanuit een 'welbegrepen eigenbelang' hebben we er in West-Europa alle belang bij dat de enorme ontwikkelingverschillen worden weggewerkt. Ze hypothekeren het ontstaan van harmonieuze verhoudingen tussen de landen, kunnen spanningen op de arbeidsmarkt veroorzaken en zijn een doorn in het oog van al wie hoopt op meer rechtvaardigheid, in eigen land, in de omliggende landen en overal.   Migratie, asiel De NRC van 23 februari 2019 berichtte dat het migratiestandpunt tot ’verhitte discussies’ leidde op de SP-partijraad van februari. Een groep leden die zich stoorde aan een aantal punten in de ontwerptekst stelde een amendement voor gericht tegen de ‘externalisering’ van de de asielprocedures buiten de EU. Het amendement werd niet goedgekeurd, maar een zeer beduidende minderheid stond erachter (384 tegen, 269 voor, een gewogen stemming met meer gewicht voor grotere afdelingen). Niet zo verbazend, want weinig linkse partijen schrijven zo expliciet dat "economische migranten van buiten de EU alleen kunnen komen als ze een werkvergunning hebben gekregen. Illegale arbeid leidt tot ernstige verstoring van onze arbeidsverhoudingen en dus moeten we dat tegengaan." Recht voor de raap dus, en een standpunt in een aangelegenheid waarvan we in de bespreking van het programma van PVDA/PTB zegden dat er niet werd op ingegaan. En zeker een standpunt dat lijnrecht ingaat tegen dat van Die Linke, die het heeft over "het foute onderscheid tussen politieke en economische vluchtelingen". Dat hierover meningsverschillen bestaan ook binnen links moet op zich geen probleem zijn, maar uitspraken van sommige partijverantwoordelijken over “'een vloedgolf van arbeidsmigranten die West-Europa dreigt te overspoelen” zijn onterecht en koren op de rechtse molen. Ook wanneer het over de eigenlijke asielzoekers gaat, vluchtelingen dus die op het Vluchtelingenverdrag van de Verenigde Naties kunnen beroep doen, houdt het programma het op zijn best bij een minimalistische interpretatie.  Volgens de SP "horen lidstaten van de EU asiel te bieden aan vluchtelingen die niet veilig in de eigen regio kunnen worden opgevangen". Afgezien nog van wat de 'eigen regio' is, en wie zal bepalen of opvang aldaar al dan niet mogelijk is, past het volledig in het EU-streven om ons ‘belaagd’ continent af te sluiten voor ongewensten. Dat leidt dan ook tot een van de weinige gevallen waar de SP vierkant achter ‘de macht van Brussel’ staat: “De bewaking van de buitengrenzen van de EU is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle lidstaten”. De SP mag dan nog met zoveel stelligheid poneren dat ze "alles op alles zal zetten om de oorzaken van de migratie- en vluchtelingenstromen aan te pakken", men ontkomt moeilijk aan de indruk dat de partij zich op de morele vluchtheuvel verschanst waar zoveel anderen het al vóór haar deden.   Europese lijst van de SP De lijst wordt getrokken door Arnout Hoekstra en Jannie Visscher. De volledige lijst vindt u hier.    

Nico Cué, ‘spitzenkandidat’ voor de Partij van Europees Links

Tue, 04/23/2019 - 16:08

Vandaag verscheen op Politico  een kort interview [1] met Nico Cué, één van de twee 'spitzenkandidaten' van de Partij van Europees Links (PEL) voor het volgende voorzitterschap van de Europese Commissie. De PEL is een Europese politieke partij waar heel wat linksradicale partijen zijn bij aangesloten, zoals Die Linke, de Franse en Spaanse Communistische Partij, het Griekse SYRIZA...  Sinds de vorige Europese verkiezingen (2014) schuiven de verschillende politieke families één of meerdere kandidaten naar voren voor het voorzitterschap van de Europese Commissie. Alhoewel daar geen formele procedure mee gemoeid is, wordt er door de voorstanders van het systeem verwacht dat de politieke groep die bij de verkiezingen de hoogste score haalt de Commissievoorzitter zal leveren; dat zou dan de indruk moeten wekken dat de voorzitter 'verkozen' is. De goedkeuring van de grote lidstaten blijft evenwel doorslaggevend. Er is natuurlijk geen enkele kans dat het voorzitterschap van de Commissie (momenteel: Jean-Claude Juncker) zou toebedeeld worden aan een kandidaat die niet het volledig vertrouwen heeft van het 'extreme centrum', en dus behoort tot het centrum van het extreme centrum, zeg maar: de christendemocratische Europese Volkspartij. Maar een 'spitzenkandidat' kan wel op enige mediabelangstelling rekenen, en daarom hebben ook de kansloze politieke families één of meerdere 'spitzen'. Voor radicaal links was dat in 2014 Alexis Tsipras, die kort daarop premier van Griekenland zou worden. Voor de verkiezingen van 2019 zijn er  o.a. de volgende spitzenkandidaten:
  • Manfred Weber, lid van de Duitse CSU, spitz van de christendemocratische fractie EVP
  • Frans Timmermans, lid van de Nederlandse PvdA, spitz voor de Europese sociaaldemocraten PES
  • Bas Eickhout (GroenLinks, Nederland) en Ska Keller (Grünen, Duitsland) voor de Groenen;
  • De liberalen (ALDE) hebben een schare van zeven 'spitzen', met o.a. de onvermijdelijke Guy Verhofstadt;
  • en ook de Partij van Europees Links doet mee aan het spitzenkandidatenproces, met twee figuren; de Sloveense Violeta Tomic van het linkse Sloveense Levica, en de Franstalige Belg en gewezen vakbondsleider Nico Cué, die op geen enkele lijst voorkomt.
Omdat Nico Cué tot zijn recente pensionering in België bekend stond als een zeer gedreven vakbondsleider, waren we bij Ander Europa benieuwd naar zijn visie op de Europese Unie, en vooral op de rol van links, en vakbonden,  daarin. We hadden daarom een reeks vragen overgemaakt aan de Partij van Europees Links, met het verzoek Nico Cué mondeling of schriftelijk te kunnen interviewen.   Dat leek aanvankelijk wel te zullen lukken, maar na enkele weken luidde het antwoord: "I'm X.Y from Mr Nico Cué's campaign team. I'm very sorry but finally Mr. Cué can not do this interview. We have a very complicated work calendar and we are not able to attend your petition. Thanks very much for your interest." Blijkbaar is er in de complexe werkkalender van het PEL-campagneteam wel ruimte voor een weinigzeggend interview met een mainstream medium als Politico, maar niet voor enkele vraagjes van een een linkse site als Ander Europa. We willen onze lezers toch laten weten wat we graag aan M. Cué hadden gevraagd, daarom onze tien vragen hieronder in het Nederlands. (Opdat taal toch geen probleem zou stellen, hadden we onze vragen in ons beste Frans opgesteld)   Meneer Cué, u werd door de Partij van Europees Links (PEL) gekozen als co-kandidaat voor het presidentschap van de Europese Commissie, samen met de Sloveense Violeta Tomic. Onze felicitaties! We zouden u graag enkele vragen stellen.
  1. Uw collega Violeta Tomic is kandidate bij de Europese verkiezingen op de lijst van haar Sloveense partij Levica. Voor zover we weten staat u op geen enkele lijst bij de Europese verkiezingen van mei 2019. Is het niet een beetje verbazend om de PEL te ondersteunen zonder op een van haar lijsten voor te komen?
  1. U bent pas in pensioen gegaan na een lange carrière als vakbondsleider aan het hoofd van de metaalbewerkers van de FGTB, de Belgische socialistische vakbond, en nu zit u alweer te midden van een nieuwe strijd, ditmaal een politieke, als boegbeeld van Europees links bij de Europese verkiezingen. Beschouwt u dit als de voortzetting van dezelfde strijd maar met andere middelen? Wat betekende "Europa" voor u als vakbondsverantwoordelijke?
  1. Is er bij veel vakbondsleiders in Europa geen gebrek aan kritische geest in verband met de Europese Unie? Men herhaalt zo vaak de mantra van het "sociaal Europa", maar heeft de EU niet meer opgetreden tegen de belangen van de werkers en hun vakbonden?
  1. In principe zou het Europees Vakverbond (EVV) met zijn 45 miljoen leden een serieus tegengewicht moeten betekenen tegen de neoliberale antisociale politiek van de EU. Maar moet men niet vaststellen dat het EVV heel weinig voorstelt als tegengewicht? Hoe verklaart u dat? Zal de Europese vakbondsstrijd deel uitmaken van uw campagne als kandidaat van de PEL?
  1. In het verleden kwam radicaal links min of meer verenigd voor de kiezer in Europa. Dat is vandaag niet het geval. Men kan op zijn minst drie "takken" onderscheiden, om niet te zeggen "kampen". Er is de PEL waarvoor u zich engageert en die een groot deel van de links-radicale fractie in het Europees Parlement (de GUE/NGL) vertegenwoordigt. Er is voorts de beweging DiEM25 van Varoufakis, en er is "Demain le Peuple", gelanceerd door Jean-Luc Mélenchon en die behalve door zijn eigen beweging La France Insoumise (LFI) de voorkeur lijkt te krijgen van een ander deel van GUE/NGL, onder andere Podemos, het Portugese Bloco en Scandinavische partijen. Men kan deze onenigheid betreuren, maar ze is het bijna onvermijdelijke gevolg van de buitengewone gebeurtenissen en evoluties van de laatste jaren in Europa (Griekenland, Brexit, soberheidspolitiek…). Hoe staat u tegenover deze "verscheidenheid van links"?
  2. Het meningsverschil tussen de Franse Parti de Gauche (waaruit la France Insoumise is voortgekomen) en de Partij van Europees Links PEL betreft vooral het bilan van de regering SYRIZA onder Alexis Tsipras.De Franse Parti de Gauche vroeg de uitsluiting van SYRIZA uit de PEL nadat SYRIZA het soberheidsbeleid nog had versterkt en beperkingen ingesteld op het stakingsrecht. Hoe denkt u daarover? Men stelt ook vast dat SYRIZA soms de voorkeur wegdraagt van de Europese sociaal-democratie ten nadele van haar eigen Griekse partij, de PASOK. Sommigen vragen zich zelfs af tot welke fractie SYRIZA zal toetreden na de verkiezingen. Is het niet wat geriskeerd vanwege de PEL om alles op SYRIZA te zetten? En dreigt men niet de band te verliezen met belangrijke linkse partijen ten gevolge van een eenzijdige politieke keuze?
  1. Het debat binnen links in Europa betreft ook de vraag naar de "hervormbaarheid"van de EU. De beweging van Varoufakis heeft zich als doel gesteld om de Europese instellingen te democratiseren tegen 2025; anderen zijn ervan overtuigd dat de EU niet hervormbaar is en dat men vanop een nieuwe basis zou moeten starten als men een democratisch, sociaal en vooruitstrevend Europa wil. Wat is uw mening daarover?
  1. U nam deel aan het "Progressief Forum"georganiseerd door de PEL in Bilbao (november 2018). Er was veel sprake over de nood aan een breed links front, met inbegrip van sociaal-democraten en Groenen, om de opkomst van rechts tegen te gaan. Maar als vakbondsleider bent u er niet voor teruggeschrokken om herhaalde malen de Waalse sociaaldemocraten te bekritiseren wegens hun politieke keuzes, die vaak ingingen tegen de belangen van de werkende bevolking. Het bilan van de rood-rood-groene coalities tussen SPD, Groenen en Die Linke in sommige Duitse Länder is ook niet altijd even overtuigend. Hoe kijkt u naar een samenwerking tussen deze drie stromingen? Wat zouden de "rode lijnen" zijn die niet mogen overtreden worden? Wordt er een hand uitgestoken naar deze formaties in hun geheel, of is het eerder naar hun linkervleugel?
  1. Tot voor kort was er in België geen radicaal linkse partij van enig belang. Met de opkomst van de PTB in Wallonië, en in mindere mate de PVDA in Vlaanderen lijkt daar wel een kentering in te komen. Gelooft u dat deze kleine partij een zekere rol zou kunnen spelen in het Belgische politieke landschap? Ziet u er een rol voor weggelegd binnen de PEL?
  1. Een vraagje om te eindigen. Niet lang geleden stelde een onderzoekster van de London School of Economics een analyse voor van de platformen van de grote politieke families in Europa (zie  European Parliament elections—battle for ‘Europe’s soul'? Miriam Sorace, Social Europe Journal, 19 februari 2019, https://www.socialeurope.eu/european-parliament-election). Radicaal links kwam er niet in voor, maar dat was geen kwade wil of vergetelheid van de onderzoekster. Ze schreef: “The European Left (GUE/NGL) is absent from this analysis since the European left is currently divided and no clear manifesto/platform section was found on its website.“. Was dat alleen een kwestie van slechte timing, of zal er geen formeel programma zijn van de PEL?
[1] Zie "Playbook interview" in Politico Brussels Playbook, 23 april 2019.

Europees Parlement schenkt 13 miljard aan wapenindustrie

Mon, 04/22/2019 - 13:22

Op 18 april keurde het Europees Parlement het budget goed voor het Europees Defensieagentschap (European Defence Fund, EDF). Daardoor zullen in de volgende budgettaire periode 2021-2027 13 miljard euro kunnen gespendeerd worden aan militaire research, een onwaarschijnlijk cadeau aan de Europese wapenindustrie. Nog onwaarschijnlijker is dat het parlement zijn eigen bevoegdheid opgaf over het gebruik van Europese gelden in deze materie, en dus vrij spel geeft aan de wapenlobby. Deze laatste werd al op zijn wenken bediend in de aanloop naar EDF; deze lobby was alomtegenwoordig bij de externe adviseurs ('Group of  Personalities') die de Commissie daarvoor bijeenriep, er was geen enkele academicus of vertegenwoordiger  van burgerorganisaties bij betrokken. Bij de stemming (57% voor, 40% tegen) waren Groenen en radicaal links systematisch tegen. Het strekt de Belgische en Nederlandse sociaaldemocratische europarlementariërs (PvdA, sp.a en PS) tot eer dat ze tegenstemden, maar het is toch weer die sociaaldemocratische  fractie (S&D) die zorgde voor een parlementaire meerderheid. Van hen stemden 67 voor, 65 tegen, 10 onthielden zich en 44 namen niet deel aan de stemming. Hadden deze ja-knikkers neen gezegd dan was er geen meerderheid geweest... Het zal ook geen toeval zijn dat in dezelfde plenaire zitting van het Europees Parlement enerzijds de uitbreiding van Frontex tot 10.000 grenswachters goedgekeurd werd en  anderzijds een reeks militaire onderzoeksprojecten in het kader van Ocean2020 voor 'surveillance drones' en autonome onderzeeërs. Wellicht om ervoor te zorgen dat vluchtelingen "in eigen regio" opgevangen worden ... Lees meer hierover  in Weapons research is undermining European democracy, door de Belgische vredesactivist (Vredesactie) Bram Vrancken .

Socialiseer de huisvesting in heel Europa!

Mon, 04/22/2019 - 10:13

De met ons bevriende Nederlandse website Globalinfo steunt een Europawijd initiatief rond huisvesting als basisbehoefte;  in een internationale oproep wordt de socialisering van de huisvesting in heel Europa bepleit. Eerste ondertekenaars van de oproep zijn: Bond Precaire Woonvormen en Globalinfo (Nederland), MieterInnenverein Witten (Duitsland), Habita! (Portugal),  CADTM (België), Union Antiauctions Initiative en Stop Auctions (Griekenland). Medeondertekening (als individu of organisatie) kan via mail aan eu2019<at>reclaiming-spaces.org. Hieronder de oproep, in de Nederlandse vertaling van Globalinfo   SOCIALISEER DE HUISVESTING IN HEEL EUROPA! De steeds groter wordende huisvestingsproblemen in Europese steden vormen een belangrijk onderdeel van de algemene EU-crisis. De EU-verdragen garanderen het vrije verkeer van kapitaal (artikelen 26 en 63 VWEU), de vrije concurrentie van ondernemingen (artikel 107  VWEU) en de beperking van overheidsbegrotingen (Stabiliteits- en Groeipact, Europees begrotingverdrag). Zonder een sterke sociale tegenhanger beschermen en bevorderen deze grondwettelijke principes het misbruik van eigendom voor de vorming van wereldwijd verhandelde financiële activa. Huisvesting is echter een basisbehoefte voor iedereen en dus een mensenrecht dat wordt beschermd door het internationale recht. Voor zover de behandeling van huizen als financiële activa de betaalbaarheid, toegankelijkheid, huurzekerheid, adequaatheid of bewoonbaarheid bedreigt, zijn de EU-lidstaten moreel en wettelijk verplicht om onroerend goed te reguleren en te socialiseren ten bate van de bewoners. Als het kader van de EU dergelijk sociaal reguleren verbiedt, wordt het een institutionele uitdaging van de mensenrechten. We willen het tegenovergestelde. We willen dat de EU een interne en externe stimulator, promotor en garantsteller wordt voor het recht van ieder persoon op een veilige, fatsoenlijke en betaalbare plek om te wonen. Veel mensen in Europa hebben het systematische misbruik van land, huizen, infrastructuren en begrotingen moeten doorstaan voor de toename van private winsten, terwijl degenen die het opgenomen hebben voor sociale actie om het recht op huisvesting te beschermen zich in het defensief bevonden. Er zijn echter hoopvolle voorbeelden van succesvolle emancipatorische strijd van burgers voor radicale sociale veranderingen in het huisvestingssysteem. In Berlijn bijvoorbeeld, is een populair grassrootsinitiatief momenteel een referendum aan het starten voor de onteigening van huizen die eigendom zijn van eigenaren die meer dan 3000 appartementen bezitten en voor de socialisatie van hun bezit in democratische publieke initiatieven. Maar deze strijd kan niet worden gewonnen zolang deze gefragmenteerd blijft en alleen wordt gevoerd op lokale en regionale niveaus. De huisvestingscrisis zal nooit worden overwonnen, tenzij de volgende beleidswijzigingen worden doorgevoerd:
  1. Het aannemen van het internationale recht op huisvesting als een fundamentele plicht van alle EU-instellingen, lidstaten en het bedrijfsleven en de concrete uitvoering van dit fundamentele mensenrecht in de vorm van een Europese huisvestingsstrategie.
  2.  Het toelaten, garanderen en ondersteunen van publiek gereguleerde segmenten van democratische non-profit huisvesting voor brede lagen van de bevolking buiten de EU-concurrentieregels en financiële kapitaalstromen.
  3. Een EU-kader dat voorziet in de stimulering en ondersteuning van strikte sociale regulering van op winst gerichte particuliere huizenbezitters, commerciële huren, commerciële grondhandel, hypotheken, transparantie, facilitaire diensten en de gevolgen van het in gebreke blijven van hypotheekverplichtingen.
  4. Bescherming, aanmoediging en ondersteuning van de betrokkenheid en organisatie van huurders en andere bewoners voor hun rechten en de benodigde structurele veranderingen in huisvesting, grond en onroerend goed.
 

Het Europees programma van Die Linke

Sat, 04/20/2019 - 23:37

Door Herman Michiel 20 april 2019   Met zeven zetels is Die Linke in het Europees Parlement de grootste partij van de linkse fractie GUE/NGL, die dan ook voorgezeten wordt door Linke-verkozene Gabi Zimmer. Deze fractie bezet 52 van de 751 zetels, evenveel als de Groenen. Ook in het Duitse federale parlement, de Bundestag, heeft Die Linke met 69 van de 709 zetels een niet onbelangrijke vertegenwoordiging; bij de verkiezingen van september 2017 haalde de partij 9,2% van de stemmen. In drie Duitse deelstaten (Länder), Brandenburg, Thüringen en Berlijn, zit Die Linke in een rot-rot-grüne coalitieregering met SPD en Grüne. Toch is het gewicht van Die Linke in het Duitse politieke landschap minder belangrijk dan bv. dat van La France Insoumise in Frankrijk, of Podemos in Spanje. Die Linke heeft zo ‘n 60.000 leden , Podemos claimt er bijna tien maal zo veel. Bij de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen in 2017 was Mélenchon, de kandidaat van La France Insoumise, een werkelijke rivaal voor de rechtse en uiterst-rechtse kandidaten, en zijn score stelde die van de Parti Socialiste volledig in de schaduw. Zo liggen de verhoudingen bijlange niet in Duitsland. Maar als linkse partij in Europa is Die Linke ongetwijfeld de best georganizeerde en de partij die over de meeste middelen beschikt. Zo heeft de Rosa Luxemburg Stiftung, een politieke vormingsorganisatie nauw verbonden met de partij Die Linke, rond de tweehonderd mensen in dienst, en ze heeft vertegenwoordigingen niet alleen in Brussel maar ook in Johannesburg, Dakar, New Delhi, Hanoi, Peking, Mexico City, Quito, São Paulo, Tel Aviv en Ramallah. Niettegenstaande Die Linke door de Duitse staatsveiligheid in het oog wordt gehouden wegens vermeende ‘staatsvijandige activiteiten’ [efn_note] ] De partij durft immers de ‘eigendomsverhoudingen’ in vraag te stellen, nl. zich afvragen of het wel zo logisch is dat de belangrijkste maatschappelijke beslissingen niet op een demokratische manier gebeuren, maar door die kleine minderheid die over kapitaal beschikt... [/efn_note] krijgt ze wel jaarlijks rond de 50 miljoen euro aan overheidssubsdies. Daarmee kan wel een en ander aangepakt worden, en dat doet de Rosa Luxemburgstichting ook. In Duitsland en daarbuiten, in het Duits maar ook deels in het Engels, Frans of Spaans.   Een doorwrocht Europees eisenprogramma   Het verbaast dan ook niet dat het Europees verkiezingsprogramma van Die Linke een doorwrocht lezenswaard document is, weliswaar alleen in het Duits beschikbaar [efn_note] Te vinden op de site van Die Linke [/efn_note]. Het getuigt van een gedegen kennis van de ingewikkelde Europese wet- en regelgeving, en van een uitgebreide discussie over wat in een links programma zoal aan bod kan komen.  Zonder dat het een cataloog van eisen en eisjes wordt vind je er standpunten die verband houden met zowat alle aspecten van ons bestaan, gaande van de repareerbaarheid van produkten tot een kritiek op de ideologie van het ‘levenslang leren’, maar ook over de perverse Duitse exportoverschotten, de rol van de Arabische cultuur in het Westen, de wensbaarheid van een Europese mediatheek, enzovoort. Maar het is beslist geen allegaartje; de uitgebreide tekst zit degelijk in mekaar, en is met Duitse Gründlichkeit uitgewerkt. Een korte samenvatting geven van al de knappe voorstellen die in het programma voorkomen is dus quasi onmogelijk. We beperken ons dan ook tot wat onmiddellijk opvalt. Zo steekt het eerste hoofdstuk meteen van wal met de vredesproblematiek, niet met de mantra van de EU als vredesproject, maar met een sterke veroordeling van de militarisering van Europa, een verbod op de Europese en Duitse wapenexporten en een pleidooi voor een nabuurschap niet gebaseerd op Europese handelsbelangen, maar op solidariteit en ontspanning. De Koude Oorlogsverhoudingen met Rusland moeten ophouden, en op termijn moet de NATO ontbonden worden. Aan klimaat en milieu wordt zeer veel aandacht besteed, waarbij ook de sociaal-economische implicaties duidelijk aan bod komen: gratis en degelijk openbaar vervoer, de energiesector in openbare handen, koolstoftaks in de industrie, een eind aan de subsidiëring van fossiele brandstoffen, ontwikkeling van kleinschaliger landbouw en regionale afzetmarkten in plaats van subsidiëring van de agro-industrie en de ontwrichtende export van overschotten naar Afrika. Ook het probleem van de 'landgrabbing' komt aan bod: het opkopen door grote concerns van uitgestrekte landbouwgronden, zoals aan de gang is in Oost-Europa en Afrika. Vanzelfsprekend gaat Die Linke frontaal in tegen het Europees en Duits soberheidsbeleid. De partij doet onder andere allerlei voorstellen in de strijd voor betere arbeidsvoorwaarden (o.a. een drastische arbeidstijdverkorting richting 30 uur, en in ieder geval een beperking tot 40 uur, waar de huidige Europese richtlijn tot 65 uur toelaat), tegen armoede, voor degelijke pensioenen en een sterke rol van de vakbonden in de arbeidsverhoudingen. Wat dit laatste betreft pleit Die Linke voor een Europese veralgemening van de 'Mitbestimmung', wat misschien vragen zal oproepen in sommige vakbondskringen die in medebeheer tegenpool zien van arbeiderscontrole. Ook de gezondheidzorg komt uitgebreid aan bod, zowel vanuit het standpunt vanpatiënten als van verzorgenden. Die Linke verzet zich tegen de privatisering van de gezondheid, waar concerns van profiteren zoals Fresenios Helios met zijn tientallen private klinieken in Duitsland en Spanje waar goedkope verpleegkrachten uit lageloonlanden worden ingezet. Rond betaalbaar wonen heeft Die Linke de afgelopen jaren in Duitsland zelf intensief campagne gevoerd, en het probleem wordt ook op Europese schaal doorgetrokken. Tienduizenden mensen zijn in Spanje uit hun huis verdreven, in Duitsland zelf zouden wel een miljoen mensen dakloos zijn. Op het vlak van financieel en monetair beleid is de tekst eerder summier. Zonder in te gaan op de redenen waarom 'vanzelfsprekende' maatregelen in de EU uitblijven, doet het manifest een reeks voorstellen die stuk voor stuk zeer wenselijk zijn. Maar het blijft bij voorstellen, men zal tevergeefs zoeken naar strategische overwegingen om op dat vlak doorbraken te forceren. Die Linke is niet de eerste om te eisen dat niet alleen private banken maar ook overheden zich bij de Europese Centrale Bank kunnen financier. En dat er Euro-obligaties ingevoerd worden, dat er een 'Tobintaks' komt om speculatieve kortetermijn-operaties tegen te gaan, dat depositobanken strikt gescheiden worden van investeringsbanken, dat reuzenbanken verboden worden zodat het argument too big to fail niet meer speelt, enzovoort enzoverder. Het wordt echter wel stilaan tijd dat links, en Die Linke, zich de vraag stelt hoe men de strijd met de Europese Mammon aanbindt. De strategische kwestie is, ook wat andere eisen betreft, het belangrijkste mankement in dit verkiezingsprogramma, en daar zullen we het verder nog over hebben. Wie de standpunten en initiatieven van Die Linke de voorbije jaren wat gevolgd heeft, zal niet verbaasd zijn dat er op het vlak van migratie en asiel een 'genereus' standpunt wordt ingenomen. De tekst spreekt trouwens systematisch over 'de mensen in de EU' en bv. niet over 'EU-burgers'. Mensenrechten zijn voor Die Linke universeel, waarschijnlijk zegt geen enkele andere linkse partij dat zo uitdrukkelijk. De titel van het hoofdstuk dat dit thema behandelt spreekt eigenlijk al voor zich: "Het sterven moet stoppen - Een continent van solidariteit in plaats van Fort Europa!". De partij stelt uitdrukkelijk dat ze "het foute onderscheid tussen echte en valse gevluchten, tussen politieke en economische vluchtelingen" niet maakt want "niemand vlucht vrijwillig". Ze wil dat armoede, klimaat -en milieuomstandigheden ook als legitieme vluchtoorzaken beschouwd worden. De partij is tegen de geplande 10.000 Europese grenswachters, wil de beëindiging van het onwerkbare Dublin-akkoord en is tegen opsluiting en uitdrijving. Natuurlijk wil Die Linke ook de oorzaken van het vluchten bestrijden, maar dit wordt nergens opgevoerd als de morele vluchtheuvel van waaruit het huidig Europees beleid al te vaak wordt goedgepraat. Het korte overzicht dat we gaven is geenszins exhaustief. We hadden het nog niet over vrouwenrechten, de strijd tegen racisme en xenofobie, maar dat komt ook allemaal aan bod. We vermelden ten slotte een apart interessant hoofdstuk gewijd aan de democratisering van informatie, onderwijs en cultuur, waarin systematisch wordt ingegaan tegen het utilitaire marktgerichte denkkader van de EU daarover.   Hoe te werk gaan? De strategische kwestie   Een goede eisenbundel is één zaak, een goede strategie om zijn eisen te realiseren een andere. Een vakbond die alleen eisen zou stellen zou op den duur zijn geloofwaardigheid en zijn leden verliezen; bij een partij is dat niet echt anders. Uit onze bespreking van het Europees programma van La France Insoumise (LFI) [efn_note] zie Ander Europa, Het Europees verkiezingsprogramma van ' La France Insoumise'. [/efn_note] is duidelijk gebleken dat de 'strategische kwestie' daar wel degelijk aan bod komt. LFI schetst in grote trekken hoe met de Plan A-Plan B aanpak de confrontatie met het neoliberaal Europa er zou kunnen uitzien, en Mélenchon's beweging zoekt al enige tijd naar Europese krachten die in dezelfde richting denken. Strategische overwegingen ontbreken zo goed als volledig in het programma van Die Linke. Ja, er wordt heel eventjes in de inleiding (pag. 6) gewag gemaakt van iets dat als een Plan A-Plan B aanpak zou kunnen doorgaan: "We zetten ons in voor een heronderhandeling van de verdragen. We willen een Grondwet die mee bepaald wordt door de burgers waarover ze in alle lidstaten door referenda kunnen beslissen. Is dat niet mogelijk, dan zijn we bereid regels te overtreden, opdat een democratische, sociale, ecologische en vreedzame Unie mogelijk wordt. Zelfs als de verdragen het eisen zullen wij niet meedoen aan bewapening en soberheidspolitiek." Dit is misschien een inbreng van een van de meer offensieve stromingen binnen Die Linke [efn_note] Voor een kort overzicht van die stromingen, zie het Wikipedia artikel over Die Linke. [/efn_note] maar op dit essentieel punt wordt verderop maar heel oppervlakkig ingegaan. In Hoofdstuk 8 over "Werkelijke democratie" heet het dat "de EU kan veranderd worden door beweging van onderuit voor een integrale [unteilbare] democratie en sociale rechtvaardigheid." Er wordt verwezen naar sociale bewegingen en vakbonden, en het voornemen om "in Duitsland en Europa samen met onze fractie in het Europees Parlement en onze zusterpartijen binnen [de Partij van] Europees Links ervoor te strijden dat de belangen van de mensen voorrang krijgen op winst en concurrentie". Je kunt dat moeilijk als de aanzet voor een strategisch plan bestempelen. Deze democratiseringsplannen voor de EU zijn qua naïviteitsgraad vergelijkbaar met die van Varoufakis en DiEM25, die tegen 2025 een democratische Unie willen realiseren. Het probleem wordt er niet kleiner op als men niet alleen naar het programma kijkt, maar ook naar de rol van kopstukken van Die Linke binnen radicaal links in Europa. Gabi Zimmer is fractieleidster van GUE/NGL, Gregor Gysi voorzitter van de Partij van Europees Links (PEL). Beiden vertegenwoordigen een reformistisch-europeanistische koers, die aansluiting zoekt bij de sociaaldemocratie (“om extreem-rechts tegen te houden”), en geen echte lessen getrokken heeft uit het Syriza-debacle. Ook nu er duidelijke meningsverschillen zijn ontstaan binnen Europees radicaal links over strategische kwesties, worden deze door de Zimmer-Gysi tendens genegeerd; de leiding van Die Linke besliste zelfs dat Linke-verkozenen zich zullen moeten aansluiten bij de fractie die de leiding aanwijst, zonder twijfel de hunne [efn_note] Zie Klaus Dräger in het zesde deel van onze reeks “In de aanloop naar de Europese verkiezingen”. [/efn_note] Verdeeldheid dus binnen links. Heel wat reacties zullen gaan in de richting van 'typisch' en 'hoe kan men op die manier rechts verslaan?'. In een vroegere bijdrage [efn_note]Ander Europa, Welke aanpak voor radicaal links in de Europese verkiezingen 2019?  [/efn_note] heb ik al eens betoogd dat dit  misschien pijnlijk is, maar dat een hoogstnodig debat over strategie verkieslijk is boven een gemakzuchtige schijn-eensgezindheid. Men kan slechts hopen dat dit debat ook binnen Die Linke verder gevoerd wordt. Als de partij in 2024 met een even omstandig verkiezingsprogramma naar buiten komt als het huidige, maar met inbegrip van de essentiële kwestie "wat kunnen we/moeten we doen?" zou dit al een hele stap vooruit zijn.

10.000 grenswachten

Thu, 04/18/2019 - 13:04

Het Europees Parlement is er op de valreep woensdag toch nog in geslaagd een maatregel te stemmen in verband met migratie. Het is de eerste maatregel over migratie die de horde van de Europese Raad haalde en die het Parlement tijdens deze legislatuur, dus de afgelopen vijf jaar, goedkeurde.

Je zal zeggen dat dit wel erg weinig is: één enkele maatregel in verband met een kwestie die niet alleen leidde tot diepe onenigheid maar tot een ware institutionele crisis.
Maar cynici zullen zeggen dat deze ene maatregel misschien volstaat om de migratiecrisis definitief op te lossen: de maatregel bestaat er namelijk in het aantal Europese grenswachten op te drijven van 1.500 nu tot 10.000 in 2027. (fs)

Klimaat is hot

Thu, 04/18/2019 - 12:58

Uit een recent onderzoek blijkt het klimaat een belangrijke bekommernis te zijn van de kiezers die binnenkort naar de Europese stembus trekken.

In dit onderzoek werd geen rekening gehouden met kiezers die aangaven zeker niet te gaan stemmen. Voor de andere kiezers was het klimaat een belangrijk item bij hun stemkeuze. Dit was het geval voor 77 procent van de ondervraagden.
Maar laten we niet te vroeg juichen. De klimaatdiscussie speelt niet per definitie in het voordeel van milieubewuste en linkse partijen. De verkiezingen onlangs in Nederland voor de Provinciale Staten tonen hoe een beleid dat tegelijk weinig geloofwaardig is én sociaal oneerlijk, in het voordeel speelt van partijen zoals het Forum voor Democratie. Deze “klimaatverkiezingen” waren niet bepaald een succes voor links.

Een en ander blijkt ook uit dit onderzoek. Een goede 73% van de ondervraagden vindt dat de Europese Unie het voortouw moet nemen met drastische klimaatmaatregelen. Maar als gevraagd wordt naar een energietransitie gekoppeld aan lagere energietarieven, dan groeit het enthousiasme: 80 procent geeft aan te stemmen voor een partij die dit in haar programma heeft. (fs)

Bron: IPSOS Social Research Institute

Het Europees verkiezingsprogramma van “La France Insoumise”

Sat, 04/13/2019 - 20:03

door Herman Michiel 13 april 2019   Het kan nooit kwaad eerst het geheugen wat op te frissen. La France Insoumise (LFI), letterlijk: ‘het opstandige Frankrijk’, is de politieke formatie opgericht in februari 2016, waarmee Jean-Luc Mélenchon deelnam aan de Franse presidentsverkiezingen van 2017. Hij kon weliswaar niet doorstoten tot de tweede ronde (die ging tussen Macron en Le Pen) maar zijn score (vierde plaats, 19,6%, meer dan 7 miljoen stemmen, driemaal zoveel als de Parti Socialiste) was een van de grootste linkse successen in het naoorlogse Frankrijk. La France Insoumise zelf is een uitvloeisel van de Parti de Gauche (PdG), in 2009 opgericht vanuit de linkerzijde van de Franse PS uit onvrede met de neoliberale evolutie van de partij. Mélenchon, die socialistisch senator en minister in de regering Jospin was geweest, werd één van de kopstukken van de PdG. Deze partij ging, onder de vlag van Front de Gauche, allianties aan met de Parti Communiste Français (PCF) en andere linkse organisaties, voor de Europese verkiezingen van 2009 en voor de Franse presidentsverkiezingen van 2012. Bij deze laatste was Mélenchon de kandidaat van de PdG, en behaalde in de eerste ronde 11,1% van de stemmen. Een eerbaar resultaat, maar geen doorbraak. Mélenchon en medestanders wilden nieuwe wegen inslaan; onder andere het partnerschap met de PCF werd niet langer als vanzelfsprekend beschouwd; op lokaal vlak gaf de PCF-ook soms de voorkeur aan de PS eerder dan aan de PdG. Zonder overleg richt Mélenchon La France Insoumise op en stelt zich, zoals reeds vermeld, kandidaat voor de presidentsverkiezingen van 2017.   We noemden LFI een politieke formatie, en dat is niet toevallig. Want LFI beschouwt zichzelf niet als een traditionele partij, maar als een ‘beweging’. Terecht of niet, feit is dat ze zich tot op zekere hoogte spiegelt aan het Spaanse Podemos, en net zoals Podemos inspiratie zoekt in de theorieën over het ‘links populisme’ van Chantal Mouffe. Verdere parallellen zijn de grote rol gespeeld door een leidersfiguur, in casu Mélenchon zelf (die door vriend en vijand als een begaafd redenaar en geducht volkstribuun wordt erkend), en de nadruk op het begrip ‘volk’ in het politieke discours; niet toevallig heet het weekblad van LFI L’Heure du Peuple. Er moet wel bij vermeld worden dat le peuple in Frankrijk minder wenkbrauwen doet fronsen dan elders in Europa, want het is nog steeds le peuple français dat de Grote Franse Revolutie heeft gemaakt. Noteer dat de oprichting van La France Insoumise niet het einde betekende van de Parti de Gauche en dat geeft soms wat aparte toestanden. De PdG ‘steunt’ de beweging LFI, leden ervan waren kandidaat op de LFI-lijst bij de parlementsverkiezingen van 2017, en het was via de PdG dat Mélenchon en medestanders optraden in de Partij van Europees Links (PEL), de koepel van een rist radicaal linkse partijen in Europa. Optraden, want als de insoumis er niet voor terugschrikken in Frankrijk een eigen(-zinnige) koers te varen, dan doen ze dat op Europees vlak ook niet. Begin 2018 stelde de PdG voor om SYRIZA uit de PEL te bannen, wegens een nieuwe verscherping van de soberheidspolitiek en een beperking van het stakingsrecht in Griekenland. De PEL wees dit af, waarop de PdG zich uit de PEL terugtrok. Mélenchon begon dan zijn eigen coalitie voor de Europese verkiezingen 2019 uit te bouwen, Maintenant le Peuple ('Nu het Volk‘); zie ook het zesde deel van onze reeks “In de aanloop naar de Europese verkiezingen”. De meningsverschillen binnen links komen nu ook open en bloot tot uiting bij de Europese verkiezingen. Aan de linkerzijde is er naast de lijst van LFI [8,5%] ook een van de PCF [2%] en een van Lutte Ouvrière [1%], de Nouveau Parti Anticapitaliste (NPA) vond geen voldoende financiële middelen om deel te nemen. De gewezen presidentskandidaat voor de PS, Benoît Hamon , komt met een eigen lijst (Génération.s) [3,5%], terwijl de PS zelf een coalitie aanging met Place Publique, een vehikel in de herfst van 2018 gecreëerd door Raphaël Glucksmann (die lijsttrekker wordt), zoon van de 'nouveau philosophe' André Glucksmann [de coalitie zou goed zijn voor 5,5%]. Er is ook een groene lijst (EELV, [8%]) en een lijst vanuit de 'gele hesjes' [3%]. Tussen vierkante haakjes hebben we telkens de score genoteerd volgens een recente peiling van Harris Interactive. Ter vergelijking: Macrons La République en Marche zou 23% halen,  Marine Le Pens Rassemblement National 20%.   Een programma dat oproept voor ‘opstand’ in Europa La France Insoumise trekt naar de Europese verkiezingen met een programma getiteld L’Avenir en commun, en Europe aussi! (‘Een gemeenschappelijke toekomst, ook in Europa!’). De vrij beknopte tekst [efn_note] Het programma kan gedownload worden op https://lafranceinsoumise.fr/app/uploads/2019/02/ProgrammeEurope-A5.pdf [/efn_note] is volgens de vermeldingen op blz. 2 het resultaat van een intensief debat in de beweging in de loop van 2018, en de definitieve versie werd ter stemming voorgelegd. Reeds naar vorm en ‘tonaliteit’ vallen een aantal dingen op. De stijl is soms vrij bevlogen, ik zou zelfs durven zeggen dat hij enige literaire kwaliteiten heeft. Zinnen als “Faisons fleurir l’insoumission en Europe. Osons les jours heureux en Europe aussi” [efn_note]”Laten we de opstand in Europa laten openbloeien. Laat ons het aandurven ook in Europa wat geluk te beproeven.” [/efn_note] geven een bepaalde toon aan, een juiste toon volgens mij, want politieke keuzes maken is ook een kwestie van emotie en verbeelding [efn_note] Ter vergelijking een citaatje uit het Manifest 2019 van de PES, de partij van de Europese sociaal-democraten: “Daarbij moeten de neoliberale en conservatieve modellen uit het verleden achterwege gelaten worden en moet de focus liggen op kwaliteitsvolle banen voor de bevolking, een gezond milieu, sociale zekerheid en een economisch model dat ongelijkheid en de levensduurte aanpakt.”. Is men zeer vooringenomen als men uit dit zoutloos proza afleidt dat de auteurs er zelf weinig van geloven?  [/efn_note]. Dreigen met het niet betalen van de Franse bijdrage aan het Europees budget zolang de Unie een politiek van ongelijkheid bedrijft (blz. 8) klinkt misschien wat grootsprakerig, maar het onderstreept de geest van confrontatie die het hele programma kenschetst. En LFI is zich terecht ook goed bewust van het gewicht dat een consequente linkse Franse regering in de schaal zou kunnen werpen: zonder Frankrijk zou de Europese Unie niet overleven. Hoe die confrontatiepolitiek er zou uitzien werd in het verleden door Mélenchon en medestanders al vaker uiteengezet: de Plan A – Plan B aanpak. Mélenchon was trouwens een opgemerkte deelnemer aan de Plan B bijeenkomst in Kopenhagen 2016, bijeengeroepen door linkse krachten uit heel Europa [efn_note] Zie Ander Europa, Plan B kwam bijeen in Kopenhagen [/efn_note]. Plan A houdt in dat over de Europese verdragen opnieuw onderhandeld wordt om er een leidraad voor sociale en fiscale harmonisatie van te maken met alle nodige maatregelen van herverdeling en solidariteit. Maar men trekt niet ‘ongewapend’ naar de onderhandelingstafel en maakt meteen duidelijk dat een afwijzing van Plan A beantwoord zal worden met een Plan B: breken met het neoliberale Europa, eenzijdige maatregelen nemen, nieuwe samenwerkingsverbanden aangaan met landen die ook een andere richting willen uitgaan. LFI wil vanaf nu dergelijke nieuwe allianties voorbereiden, en situeert in dit kader de oproep Maintenant le peuple! die in april 2018 gelanceerd werd in Lissabon [efn_note] Ander Europa bracht er een Nederlandse vertaling van. Andere ondertekenaars waren Podemos (Spanje), Bloco de Esquerda (Portugal), de Deense Rood-Groene Alliantie (Enhedslisten), de Zweedse Linkspartij (Vänsterpartiet) en de Finse Linkse Alliantie (Vasemmistoliitto). [/efn_note].   De gangbare linkse eisen, met eigen accenten Linkse programma’s over Europese politiek komen op veel punten met elkaar overeen, en moeten dus niet in extenso voorgesteld worden. Een echt klimaatplan, ontwikkeling van de openbare diensten, controle op de financiële instellingen, bestrijding van de fiscale fraude, eerlijke belastingen, sociale politiek, gelijkberechtiging man-vrouw, halt aan de vrijhandelsverdragen als CETA en TTIP, een echte vredespolitiek, breuk met de NAVO, opvang voor migranten en asielzoekers, ... je vindt de meeste van deze eisen onder de een of andere vorm terug in de programma’s van Die Linke, PVDA/PTB, SP en vele andere. Het is daarom interessant te kijken naar de eigen accenten die in een programma naar voorkomen. Op het eerste gezicht lijkt LFI zich te onderscheiden van andere radicaal linkse partijen doordat het zijn strijd voert onder de vlag van het humanisme. In de Inleiding luidt het: “Wij zijn dragers van een humanistisch project om in harmonie te leven met de andere mensen, de natuur en de dieren. We stellen een Europa voor, niet van de concurrentie, maar van de samenwerking gebaseerd op vrijheid, gelijkheid en broederlijkheid onder de mensen, de Europese naties en de rest van de wereld.” Nergens in het programma is er een verwijzing naar het socialisme, ook de term zelf komt er nergens in voor. Is dat geen specifieke trek van Mélenchons politieke constructie? Het zal misschien verbazen, maar ook in de programma’s van Die Linke of PVDA/PTB ontbreekt die referentie volledig, en iets minder verbazend ook bij Podemos of de Nederlandse SP. Het zou een uitgebreider onderzoek vragen om uit te maken welke partijen zich wel uitdrukkelijk op het socialisme beroepen (en wat daarmee bedoeld wordt), of er verschillen zijn tussen Europese en nationale programma’s, welke motivaties daarachter zitten, enzovoort. We houden het hier bij de vaststelling dat LFI binnen Europees radicaal links geen uitzonderlijke positie inneemt omdat een verwijzing naar de socialistische traditie ontbreekt. Daarentegen is de uitdrukkelijke verdediging van de volkssoevereiniteit wel kenmerkend voor La France Insoumise. Het begrip soevereiniteit heeft een slechte pers, niet in het minst omdat de EU-propaganda een gelijkheidsteken plaatst tussen soevereiniteit en nationalisme; wie niet bereid is “een stukje soevereiniteit af te geven aan Europa” zou thuishoren in de 19e eeuw, en heeft de lessen niet geleerd van de “verschrikkingen van het nationalisme in de 20e eeuw”. Terecht verwijst het programma van LFI naar de gevolgen van het opgeven van de Griekse soevereiniteit ten voordele van de EU, naar de totale miskenning van de Franse (en Nederlandse) afwijzing van de Europese Grondwet (2005) die vermomd als het ‘verdrag van Lissabon’ via de achterdeur terug werd binnengeloodst, naar de systematische inbreuk op soevereine rechten door het opleggen van een neoliberale dwangbuis. Minder duidelijk is wat onder ‘solidair protectionisme’ wordt verstaan, dat als alternatief voor de vrijhandel wordt voorgesteld. Positief is zeker dat dit niet alleen op Frankrijk wordt toegepast; ontwikkelingslanden moeten gesteund worden in hun verdediging van hun economische soevereiniteit, eerlijke handel houdt onder andere in dat de producenten een aanvaardbare prijs ontvangen voor hun producten. En dat bij openbare aanbestedingen de lokale productie prioritair behandeld wordt kan ecologisch verantwoord worden. Maar wat houdt de “bescherming van strategische industrieën (staal, energie, digitalisering, telecom, transport, ruimtevaart, enz.)” precies in ? Is de beste bescherming niet het openbaar bezit van de sleutelsectoren? Het programma spreekt weliswaar over het openbaar beheer (gestion publique) van de energiesector, maar het is niet duidelijk wat daarmee bedoeld wordt. Vermelden we nog twee opmerkelijke ideeën. Het eerste is zeer ambitieus: “de strijd aangaan tegen de monetaire hegemonie van de Verenigde Staten en het geopolitieke gebruik van de dollar”, door het ontwerpen van een wereldreservemunt samen met de BRICS-landen (Brazilië, Rusland, Indië, China, Zuid-Afrika). Het tweede is de aandacht voor onderzoek en hoger onderwijs, door de verdediging van het recht op gratis toegang tot de universiteiten in Europa, verhoging van de openbare onderzoeksbudgetten, onder andere voor onderzoek rond de grote maatschappelijke thema’s (ecologische transitie, duurzame ontwikkeling…), vrije toegang tot de kennis, o.a. door oprichting van een Europees platform voor het gratis publiceren van wetenschappelijk onderzoek, beheerd door de onderzoekers zelf.   Solidariteit met migranten en asielzoekers Bij Mélenchon’s verkiezingscampagne in 2017 was er nogal wat onduidelijkheid over het migrantenstandpunt [efn_note]Zie Ander Europa, Immigratie in de Franse verkiezingscampagne.  [/efn_note]. Het programma bevatte weliswaar de linkse kritiek op het Fort Europabeleid en kwam op voor de rechten van wie hier zijn toevlucht zoekt, maar tijdens zijn campagne had Mélenchon het vooral over ‘opvang in de eigen regio’ en ‘bestrijding van de oorzaken’ en veel minder over de directe noden zoals ze zich hier stellen. We moeten natuurlijk nog zien hoe de campagne in 2019 verloopt, maar op enkele vraagtekens na (bijvoorbeeld nogal wat nadruk op de ‘voorbereiding op de terugkeer van de vluchtelingen’) sluit het programma van LFI aan bij de kritieken en voorstellen van degenen die zich het lot van deze mensen werkelijk aantrekken. Zo is er verzet tegen de militarisering van de Europese grenscontrole, men roept op tot de vorming van een Europees burgerkorps voor hulp en redding op zee, er moet op Europese schaal opgetreden worden tegen de criminalisering van solidariteit, het Dublin-akkoord moet vervangen worden en er moet een einde komen aan de uitbesteding aan derde landen van de asielprocedure.   Een soms nogal Frans internationalisme Bij de campagne in 2017 wapperden er bij Mélenchon’s optreden opvallend veel Franse tricolores, en misschien werd de Marseillaise er vaker aangeheven dan de Internationale. Of dit een gepaste aanpak is om de ‘republikeinse waarden’ niet te laten monopoliseren door extreemrechts is een discussie op zich. Ook in het Europees programma treft men enkele staaltjes ‘Frans internationalisme’ aan die, op één na, eerder onschuldig zijn en misschien wat doen glimlachen. Zo wordt, zonder enige motivatie, het behoud van de zetel van het Europees Parlement in Straatsburg verdedigd; deze vrij absurde toestand kost jaarlijks meer dan 100 miljoen euro, de CO2-kost niet meegerekend. Ook het gebruik van het Frans in de Europese instellingen moet verdedigd worden ‘contre le tout-anglais’, en het Erasmusprogramma moet uitgebreid worden ‘naar het geheel van de francofone landen, ook buiten Europa’. Er is echter één punt dat niet doet glimlachen. Op blz. 26 leest men: “Nationaal de controle houden over het kernarsenaal [Conserver la maîtrise nationale de l’arme nucléaire] en niet uitbreiden tot het geheel van het Europees territorium, conform het non-proliferatieverdrag over kernwapens.” Dit is onderdeel van §4.3, getiteld “Neen aan het Europa van de oorlog, werken aan de vrede“, en is dus blijkbaar bedoeld als een bijdrage tot een Europese vredespolitiek. Het programma pleit ook voor een herlancering binnen de Verenigde Naties van een proces van kernontwapening. Er is geen enkele uitleg over de wijze waarop een linkse Franse regering haar bezit van het kernwapen zou aanwenden om tot ontwapening te komen. Denkt ze alleen op die manier te kunnen meetellen in het nucleaire gremium? Moet het schrik aanjagen aan wie niet wil ontwapenen? De vraag is eigenlijk te absurd om gesteld te worden. De zaak van de vrede zou mijns inziens veel meer gediend worden door een eenzijdige Franse vernietiging van zijn kernwapens. Als premier Jeremy Corbyn dan hetzelfde deed met de Britse zouden we al een heel stuk opgeschoten zijn!   Conclusie Welke bedenkingen men ook moge hebben bij sommige programmaonderdelen van La France Insoumise, deze formatie zou een belangrijke rol kunnen spelen binnen links in Europa. Een lidstaat als Frankrijk, de ene pool van de ‘Frans-Duitse as’, werpt hoe dan ook heel veel gewicht in de Europese schaal. LFI neemt bovendien binnen Europees links met zijn Plan A – Plan B benadering een strijdbaarder houding aan dan de leidende kringen van GUE/NGL en PEL [efn_note]In het nummer van maart 2019 van Le Monde Diplomatique legt Thomas Guénolé, kandidaat op de Europese lijst van LFI, uit hoe hij de 'ongehoorzaamheid' van een linkse regering ziet.  [/efn_note]. Of rond LFI  binnenkort een leefbare fractie in het Europees Parlement kan gevormd worden is wel niet zo zeker [efn_note] Cfr. Klaus Dräger in het zesde deel van onze reeks “In de aanloop naar de Europese verkiezingen”. [/efn_note] maar hopelijk komt er op een of andere manier toch wat meer strategisch debat binnen de linkse partijen. Als de LFI-verkozenen zich ook nog aan het programmapunt houden dat ze er zullen zijn “om het grote publiek te informeren en de strijd in Frankrijk en Europa te begeleiden” zouden we misschien een stapje vooruit zijn, want op dat vlak zijn de prestaties van de linkse fractie tot nog toe nogal bedroevend.      

Top EU-China werd “succes”

Sat, 04/13/2019 - 18:54

door Frank Slegers 13 april 2019   Driehoeksverhoudingen doen het goed in stationsromannetjes, maar ook in de wereldpolitiek. Dat blijkt na de recente topontmoeting tussen de EU en China, met op de achtergrond de Amerikaanse president Donald Trump als de jaloerse derde. Het stond niet op voorhand vast dat de top een succes zou worden. In de aanloop had de EU China nog uitgeroepen tot ‘systemisch rivaal’. China zou het spel niet eerlijk spelen: buitenlandse bedrijven krijgen geen toegang tot Chinese overheidsprojecten, technologie wordt gejat, streekproducten worden nagemaakt. China dreigt wereldwijd doorslaggevende productketens te gaan overheersen. Het controleert al de wereldmarkt voor zonnepanelen, en is de grootste autoproducent. Vandaag staat de productie van vliegtuigen voor de commerciële luchtvaart nog in het teken van de tweestrijd tussen Boeing en Airbus, oftewel de VS en de EU. Maar men schat dat China in de komende twintig jaar 7.690 nieuwe vliegtuigen nodig heeft, ter waarde van 1200 miljard dollar (veel geld). Die wil China zelf gaan maken. De Franse president Emmanuel Macron wist het bezoek van de Chinese president Xi Jinping nog op te luisteren met de verkoop van 300 vliegtuigen van Airbus, maar lang zal die vlieger niet meer opgaan. Een symbolisch moment was de opkoop door een Chinees bedrijf van de Duitse specialist in robotica Kuka. De EU wil zich tegenover China nu minder “naïef” opstellen, om Macron te citeren.   Gemeenschappelijke verklaring Toch werd de top met China een succes, en afgesloten met een gemeenschappelijke verklaring. Die komt er op neer dat de EU en China zeggen samen te willen ijveren voor een open wereldhandel, gebaseerd op regels, onder de hoede van de Wereld Handels Organisatie (WHO). Beide hebben daar belang bij. De VS, nog steeds de dominerende wereldmacht, is zinnens haar tanende positie te beschermen, als het moet bij middel van brute machtspolitiek. De VS kunnen dat, omdat zij de sterkste zijn. Als zwakkere spelers hebben de EU en China belang bij regels die zorgen voor een gelijk speelveld. Zij verzetten zich daarom tegen eenzijdig opgelegde handelstarieven buiten de WHO om, en willen de WHO opwaarderen. De EU zet tegen China daarom liever ‘legale’ wapens in, zoals de eis van wederkerigheid bij openbare aanbestedingen. De EU heeft een samenhangend verhaal ontwikkeld: het belang van regels die gelden voor iedereen. Binnen de EU ondersteunt dit verhaal dat de politieke democratie moet wijken voor de regels van de vrije markt, vastgelegd in de Verdragen, en naar buiten het pleidooi voor wereldwijde vrijhandel, zoals vastgelegd in de regels van de WHO, niet verstoord door brute machtspolitiek, . Het Chinese verhaal vertoont minder samenhang, tot spijt van neoliberale dagdromers die gehoopt hadden dat in China de economische groei zou leiden tot het terugdringen van de staat. Maar China weet dat het ondanks de economische successen technologisch kwetsbaar blijft, zoals het ervaren heeft toen ZTE onder Amerikaans vuur kwam te liggen en bijna kopje onder ging. Daarom heeft ook China niets te winnen bij handelsoorlogen. De situatie is anders dan ten tijde van de koude oorlog, toen West-Europa en de VS tegenover de Sovjetunie hecht verenigd waren in het Atlantisch bondgenootschap. Weliswaar probeert de NATO de geschiedenis te herhalen door van China de nieuwe gemeenschappelijke vijand te maken, maar dat lijkt toch niet echt te lukken. De Chinese premier Li Keqiang merkte tijdens zijn bezoek op dat China aan de kant van de EU staat inzake het klimaatakkoord en Iran. De Amerikaanse president Donald Trump is er nog niet in geslaagd de Chinese G5-reus Huawei wereldwijd in de ban te doen.   EU inwendig verdeeld? De Europese Unie heeft het overigens moeilijk tegenover China een gemeenschappelijk front te vormen. Daarin spelen verschillende factoren. Een aantal lidstaten vinden het fijn afzonderlijk met China zaken te doen. Zo kan Italië het geld van de Chinese Zijderoute-strategie goed gebruiken, en hielden enkele lidstaten uit Midden- en Oost-Europa enkele dagen na de EU-China-top een aparte ontmoeting met China in de zogenaamde 16+1-top, waar ook niet EU-lidstaten uit de regio aan deelnamen (en een volgende keer misschien ook wel Griekenland). Ook Frankrijk en Duitsland spreken met gespleten tong, geïnteresseerd als ze zijn via investeringen mee te springen op de Chinese trein. De EU is de belangrijkste handelspartner van China, en China de op een na belangrijkste handelspartner van de EU. Sommige lidstaten, vooral de noordelijke, zijn dan weer om andere redenen niet uit op een al te offensieve aanpak van China: de Chinese producten zijn welkom, want goedkoop, en dat is goed voor de koopkracht in Europa en het kostenplaatje van in Europa producerende bedrijven. Protectionisme maakt alles maar duurder, zeggen ze. En tenslotte is er het bedrijfsleven zelf: bedrijven in Europa zijn al in Chinese handen (het Chinese Cosco heeft bijvoorbeeld 35% in handen van de Euromax-terminal in de Rotterdamse haven), of Europese bedrijven hebben belangen in China (ING wordt allicht de eerste buitenlandse bank met een meerderheidsbelang in een Chinese bank). Dus als Mark Rutte telefoneert met Li Keqiang spelen in zijn achterhoofd tegenstrijdige belangen. Ook bredere verschuivingen en globale risico’s spelen in de debatten een rol. China staat voor 25% van de mondiale industriële productie. Dat brengt voor veel bedrijven een ongemakkelijke afhankelijkheid met zich mee, die des te vervelender wordt in een onstabiele context. Multinationale bedrijven gaan hun productie daarom spreiden. Ook stijgen de loonkosten in China gestaag. Met Amerikaanse of Europees patriottisme hebben deze verschuivingen van productieketens echter niet veel te maken. Op de achtergrond speelt ook de wereldwijde recessie die in de lucht lijkt te hangen. Misschien heeft dit geholpen om van de Europees-Chinese top een succes te maken, en zal het ook Donald Trump aanzetten alsnog een deal te sluiten met China. Als je een diepe recessie wil vermijden is het wel zo slim geen zand in de Chinese motor te strooien. Vast staat dat de Europese leiders de ‘systemische rivaal’ China en de ‘onberekenbare’ Trump zullen inzetten om de Europese volkeren op te roepen in de EU blok te vormen. De sociaaldemocratische premier van Spanje Sanchez riep bijvoorbeeld recent op Europa te beschermen, opdat Europa de burgers in Europa zou kunnen beschermen. Dit laatste doet Europa nu echter net niet. De Europese burger heeft er dus misschien toch belang bij de mondiale driehoeksverhouding niet door de bril van de Europese elite te lezen.

Pages