Borderless

20 September 2019

Ander Europa

Subscribe to Ander Europa feed Ander Europa
www.andereuropa.org
Updated: 40 min 53 sec ago

Interview met Prof. H. van Houtum over het Europees migratiebeleid

Fri, 06/14/2019 - 13:12

H. van Houtum P. Teirlinck 14 juni 2019  

Dit interview verscheen op 7 juni 2019 op de website van Vrede en werd (vóór de verkiezingen) afgenomen door Pieter Teirlinck. We danken Vrede voor de toelating voor overname. Professor dr. Henk van Houtum (Radboud Universiteit Nijmegen en Universiteit van Oost-Finland) is een econoom en politiek geograaf. Hij schreef samen met prof. dr. Leo Lucassen (Universiteit Leiden en Instituut voor Sociale Geschiedenis in Amsterdam), het boek 'Voorbij Fort Europa'  dat de huidige Europese politieke crisis inzake migratie in een ruimer perspectief plaatst. Daarin een historisch overzicht van migratie naar de Europese Unie, de pijnlijke constructiefouten van het huidige EU-grensbeleid en richtlijnen om voorbij het huidige, desastreuze 'Fort Europa'-beleid te geraken. Migratie is een van de thema’s die de Europese politiek en de publieke opinie de voorbije jaren heel sterk heeft beroerd, zelfs de hele Brexit-saga kunnen we hier niet los van zien. In de Europese verkiezingen van mei vormde migratie in veel lidstaten een cruciaal electoraal thema. Op welke manier heeft dit thema de opkomst van het rechts-populisme en het racisme in Europa beïnvloed? En wat is er zo fundamenteel fout aan het grens- en migratiebeleid van de EU dat er tussen 1992 en 2017 al zo’n 40.000 migranten het leven lieten aan onze grenzen?

[spacer size="30"] In uw boek 'Voorbij Fort Europa', zeg je dat de hardste EU-grens er een van papier is. Wat bedoel je daarmee? Als we over grenzen spreken, gaat de meeste aandacht vaak naar de zichtbare barrières in het landschap, zoals kusten, hekken en muren, en naar de bewaking ervan. Dat is niet onbegrijpelijk, want deze fysieke grenzen springen het meest in het oog en zijn goed in beeld te brengen door de media, denk maar aan de beelden van migranten die op overvolle bootjes in de Middellandse Zee dobberen, of vluchtelingen die over een hek klimmen aan de grens tussen Marokko en de Spaanse enclave Ceuta. De fysieke grenzen spreken bovendien ook politiek sterk tot de verbeelding. De Amerikaanse president Donald Trump blijft maar roepen om een muur langs de grens met Mexico, net zoals sommige Europese populistische politici roepen om nog meer hekken en een strengere bewaking van de EU-buitengrenzen.

Maar waar dit inzoomen op materiële grenzen doorgaans aan voorbijgaat, is dat erachter een papieren realiteit schuilgaat die veel harder en dodelijker is. Ik doel daarmee op de 'visumgrens' of de 'papieren grens': de documenten die je nodig hebt om überhaupt regulier te kunnen afreizen naar de EU. Deze papieren grens wordt bewaakt door anonieme ambtenaren achter loketten en balies in ambassades in de herkomstlanden, ver weg van de hekken en de muren van de Europese buitengrenzen. Het zijn de papieren grenzen die in de wereld van vandaag bepalen waar je regulier naartoe kan reizen. En als je wat dieper inzoomt, dan blijkt de wereld enorm verdeeld en sterk begrensd.

De papieren grens hangt dus samen met ons paspoort?

Inderdaad, ons paspoort bepaalt onze mobiliteitsmogelijkheden. Afhankelijk van in welk land je geboren bent, bestaan daar grote verschillen in. Ben je in Nederland of België geboren, dan kan je met jouw paspoort visumvrij reizen naar ongeveer 81% van de landen in de wereld. Met een Syrisch paspoort kan je zonder visum naar slechts 14% van alle landen in de wereld reizen. Syriërs moeten dus voor de overige 86% van de landen een visum aanvragen om binnen te mogen, maar in de meeste gevallen wordt hen dat niet toegekend. Er bestaat dus een mondiale apartheid qua recht op mobiliteit, en de Europese Unie draagt hier sterk aan bij.

Want intern kunnen de inwoners van de EU zich dankzij het Europees Schengenverdrag (1985) vrijelijk verplaatsen binnen de 26 Europese landen die dit verdrag onderschreven. Tussen deze landen bestaan er in principe geen controles meer aan de binnengrenzen (met als notoire uitzonderingen Ierland en het Verenigd Koninkrijk). Binnen de Schengen-landen is er dus vrij verkeer van mensen, maar tezelfdertijd werden de externe grenscontroles stelselmatig aangescherpt. Voor onderdanen van derde landen werd er een Schengen-visumplicht ingevoerd om de EU binnen te mogen komen. De al dan niet vrijstelling van deze visumplicht wordt geregeld via zogenaamde ‘negatieve' en 'positieve' Schengenlijsten. Op de negatieve lijst, goed voor bijna driekwart van alle staten in de wereld, staan vooral islamitische en ontwikkelingslanden. Ben je in een van die 135 landen geboren, dan kan je in de meeste gevallen niet regulier afreizen naar de EU, ook niet als je recht hebt op asiel zoals voorzien in het vluchtelingenverdrag (Verdrag van Genève).

Dus als asielzoekers geen visum krijgen om via wettelijke weg de EU binnen te komen, dan worden ze eigenlijk gedwongen om onwettelijke wegen te volgen?

Ondanks dat een Syriër of Irakees moet vluchten vanwege oorlog in eigen land -en dus wettelijk recht heeft op asiel- krijgt hij of zij toch geen visum om de EU binnen te komen. Het is deze paradox in het Europees grensbeleid die maakt dat tal van vluchtelingen zich alleen irregulier en clandestien, met bootjes of langs andere heimelijke wegen, toegang kunnen verschaffen tot het asielsysteem – ondanks dat ze eenmaal in de EU in veel gevallen wel een vluchtelingenstatus ontvangen. Zonder visum kunnen ze immers niet gewoon in het vliegtuig of op een veerboot stappen. Transportmaatschappijen die mensen zonder visum aan boord nemen worden immers onmiddellijk beboet. Dit grensbeleid leidt tot een lucratieve smokkel-business, want de grenzen van de EU worden via deze papieren barrières effectief heel streng bewaakt.

De irreguliere routes naar de EU zijn mensonterend en extreem gevaarlijk. Het Europese papieren fort heeft inmiddels de dodelijkste grenzen op aarde. De Middellandse Zee is een massagraf geworden. Vele tienduizenden mensen zijn al gestorven op weg naar de EU. Louter op basis van waar hun wieg stond, werden zij buitengesloten van reguliere mogelijkheden om naar Europa te reizen. Ze zijn gestorven door een discriminerend grensbeleid. ‘Dood door beleid’ zou je kunnen zeggen.

Als respons op de noodgedwongen irreguliere migratie, die veel media-aandacht krijgt, zien we dat tal van Europese politici er electoraal heil in zien om luidkeels te pleiten voor nog méér hekken en muren. Uiteraard bemoeilijkt de verharding van de grenzen de reguliere toegang tot de EU alleen maar verder en vergroot ze de buitenwettelijke chaos aan die grenzen nog meer. De huidige bedroevende realiteit aan de grenzen van de EU en de politieke crisis rond vluchtelingen zijn dus voor een groot stuk mede in gang gezet door de eigen papieren grenzen. De publieke en politieke discussies zouden wat mij betreft moeten gaan over het nefaste Europese grensbeleid en de mondiale apartheid die het bewerkstelligt, in plaats van enkel en alleen over de irreguliere migratie, die in veel gevallen slechts het gevolg is van ons eigen beleid.

In het kader van het migratiebeleid doet de EU ook een beroep op niet-Europese landen. Waar liggen de buitengrenzen van Fort Europa eigenlijk?

De papieren grenzen van de EU hebben zoals gezegd sowieso al een mondiale reikwijdte. Maar ook de fysieke grenzen van de EU zijn zich aan het verleggen. In toenemende mate co-financiert de EU namelijk de grenscontrole van tal van landen in Afrika en het Midden-Oosten - ook met het budget voor ontwikkelingssamenwerking. Dergelijke deals met veelal armere landen en/of autocratische regimes, die tot doel hebben zoveel mogelijk vluchtelingen en migranten buiten de EU te houden, roepen vragen op over verantwoordelijkheid en soevereiniteit. Wat als iemand onrechtmatig wordt tegengehouden of teruggestuurd? Of nog erger, wat als iemand wordt doodgeschoten of als slaaf wordt verkocht, zoals momenteel gebeurt in Libië? In welke mate is de EU dan medeverantwoordelijk? En in welk mate kan je stellen dat de feitelijke grenscontrole dus eigenlijk al buiten het eigen fysieke grondgebied ligt? Het zijn vragen die politiek te weinig worden gesteld. Meestal wordt de Middellandse Zee als een eindgrens gezien, maar dat is de facto dus al lang niet meer zo. De EU reikt wat haar grensbeleid betreft intussen tot voorbij de Sahara. Naar schatting sterven er in de grootste zandwoestijn op aarde nog meer migranten dan op de Middellandse Zee.

Deze migratiedeals lijken in tegenspraak met de meest fundamentele principes van de EU. Wat is er geworden van de ‘menselijke waardigheid’ en het respect voor de mensenrechten?

De EU is opgericht als een project ter bescherming tegen het extreem nationalisme van de eerste helft van de 20ste eeuw; als een project voor solidariteit, democratie en mensenrechten. Het grensbeleid is erop gericht om deze waarden te beschermen en de EU immuun te maken voor ondermijnende krachten. Maar met het huidige grensregime ondermijnt de EU precies de waarden in naam waarvan ze werd opgericht. Het is pijnlijk paradoxaal dat Europa zijn grenscontrole uitbesteedt aan autoritaire en dictatoriale regimes. In naam van het behoud van de ‘democratie’ en de eigen ‘rechtsstaat’ huurt de EU krachten in die het niet zo nauw nemen met die principes. Bovendien is het beleid gevaarlijk contraproductief, want de EU stelt zich daarmee bloot aan politieke chantage. Het geeft regimes buiten Europa de instrumenten in handen om de Unie onder druk te zetten. Er is in feite een geopolitieke koehandel ontstaan over de rug van vluchtelingen en andere migranten, en ten koste van de rechtsstaat.

Bovendien lijkt dit beleid ermee in te stemmen dat er een groep mensen op de wereld bestaat die gebruikt kan worden als verhandelbaar goed. Zij die geen burgerschapsrechten meer hebben omdat ze moeten vluchten of migreren om andere redenen, zijn tot geopolitieke handelsartikelen gereduceerd. Over hen wordt slechts gesproken in anonieme aantallen. Ze worden in hokken of kampen bijeen gestoken en vastgehouden, alsof het geen mensen betreft. Dan hoeft het niet te verwonderen dat er in tal van landen buiten Europa -in naam van en gefinancierd door de EU- op grove wijze mensenrechten worden geschonden. Migranten worden onrechtmatig vastgezet, geslagen, beschoten of verhandeld als slaven.

Ondergraaft dit grens- en migratiebeleid het verdere voortbestaan van de EU?

De solidariteit tussen de lidstaten geraakt door het vluchtelingenbeleid ernstig geërodeerd. In 2014, toen de aantallen asielzoekers begonnen te stijgen en de zuidelijke landen van de EU opriepen tot solidariteit, verklaarde de Nederlandse premier Rutte dat landen als Griekenland en Italië gewoon de “geografische pech” hebben dat ze in het zuiden liggen en dus als eerste verantwoordelijk zijn voor het verwerken van de asielaanvragen. Maar toen de migratiedruk op Griekenland te groot werd, zag het land zich genoodzaakt om migranten te laten doorreizen naar de rest van de EU. Als reactie daarop plaatsten meerdere Balkanlanden hekken aan hun grenzen. De landen in Oost-Europa weigerden om mee te werken aan de doctrine van gedwongen solidariteit die de EU-lidstaten verplicht elk een deel van de vluchtelingen op te nemen, en stellen zich op als nationalistische hardliners. Xenofobie en extreem nationalisme zijn aan een sterke opmars bezig.

Wie in België staatssecretaris wordt van Asiel en Migratie, weet zich verzekerd van een enorme boost in zijn of haar populariteit. Is dat te danken aan het huidige EU-beleid?

In elke samenleving zal een deel van het electoraat altijd gevoelig zijn voor extreem-nationalistische ideeën. Het gaat erom te begrijpen welke voedingsbodem gunstig is voor de politieke exploitatie en proliferatie van die ideeën. Voor de snelle opkomst van het extreem nationalisme zijn er meerdere oorzaken aan te wijzen.

Mijn stelling is dat het huidige EU-beleid ten aanzien van vluchtelingen en economische migranten uit niet-westerse landen een van de voedende krachten is van extreem nationalisme en racisme.

Er vindt allereerst een doelbewuste selectie plaats van migranten via de papieren grenzen (de eerste scheidingsmuur) en de fysieke grenzen (de tweede scheidingsmuur) van de EU. Vervolgens is er in Europa ook nog de geconcentreerde segregatie van migranten in opvangcentra voor asielzoekers, die hen stelselmatig buiten de normaliteit plaatst. We zouden deze praktijk de derde soort grensmuren van de EU kunnen noemen.

Het discriminerend murenbeleid bepaalt dat mensen uit een select aantal landen er niet bij horen. Alleen als ze integreren, liefst zelfs assimileren, kunnen ze er misschien bij horen. Iets wat niet gevraagd wordt van andere soorten migranten die we illustratief ‘expats’, ‘buitenlandse investeerders’ of ‘kennismigranten’ noemen. Op die manier wordt een voedingsbodem voor selectief wantrouwen en discriminatie jegens een bepaalde groep migranten gecreëerd, geïnstitutionaliseerd en gelegitimeerd.

Wat we zien is dat deze beleidsmatige discriminatie van een deel van de wereldbevolking door tal van politici electoraal wordt uitgebuit. Tegelijkertijd is in tal van EU-landen net uit angst voor de groei van extreem nationalistische sentimenten een hardvochtig beleid ontwikkeld -in woord en daad- jegens migranten afkomstig uit een selectief aantal landen. Aangezien de migranten toch geen stemrecht hebben, zijn ze de ideale zondebokken om de economische onzekerheden en dagelijkse problemen in de eigen gemeenschap op af te schuiven. We hebben hier te maken met wat klassieke tunnelvisie genoemd wordt.

De EU voert al meer dan twintig jaar hetzelfde beleid, alleen werd het alsmaar strenger en steeds hardvochtiger. Inmiddels worden migranten teruggeduwd, worden ongure regimes gesteund, worden grenzen gemilitariseerd en wordt het opvangbeleid nog verder versoberd. Het resultaat is meer miserie voor de immigranten, een grotere aantasting van de eigen Europese waarden en meer politiek extremisme.

Het extreme is daarmee genormaliseerd en salonfähig geworden. Meer dan met een ‘vluchtelingencrisis’ - want het aantal migranten is voor een van de rijkste delen van de wereld zoals de EU behapbaar - hebben we dus te maken met een ‘vluchtelingenbeschermingscrisis’ en met een Europese politieke crisis, die door de EU zelf gefabriceerd werd en in stand wordt gehouden.

De Europese beleidsmakers doen m.a.w. altijd maar meer van hetzelfde om uit deze politieke crisis te geraken. Je pleit onomwonden voor de normalisatie van de idee ‘migratie’. Wat bedoel je daarmee?

Laten we gewoon weer eens normaal gaan doen over migratie. Dat mensen vertrekken naar elders omwille van veiligheid, de liefde, een baan of nieuw geluk is van alle tijden. Migratie is een normaal onderdeel van onze samenleving, net als toerisme of de uitwisseling van goederen en informatie. Zeker in een globaliserende samenleving, waarin letterlijk bijna alles wat we consumeren en gebruiken internationaal wordt samengesteld, is het tegenhouden van mensen omwille van de verbeelde nationale puurheid een anomalie.

Bovendien worden de aantallen migranten schromelijk overdreven. In totaal zijn er vandaag zo’n 250 miljoen in de wereld. Migranten maken al decennialang gemiddeld ongeveer 3% uit van de wereldbevolking. Het merendeel van hen trekt voor alle duidelijkheid niet naar de EU, maar naar andere delen van de wereld. Slechts 1% van de wereldbevolking (dus nog geen derde van alle migranten) is vluchteling. In 2017 kwam dat neer op naar schatting 68,5 miljoen mensen. Bijna 90% van die vluchtelingen wordt buiten de EU opgevangen. Ter vergelijking: jaarlijks trekken er 80 miljoen toeristen naar Frankrijk. Het aantal toeristen naar de EU is daar een veelvoud van. Toeristen zijn geen ongedocumenteerde migranten, dat snap ik, maar dat is precies mijn punt. Het gaat om de morele categorisatie die we maken van mensen op reis. Voor toeristen wordt de rode loper uitgerold, worden campings gebouwd en glossy folders gedrukt. Migranten daarentegen worden gecriminaliseerd en opgesloten in kampen.

Het is ook belangrijk om de taal te bestuderen die gehanteerd wordt ten opzichte van ongedocumenteerde migranten. In 2015 waren er iets meer dan 1 miljoen in de hele EU. Toch werd (en wordt) niet zelden in 'oorlogs- en watertaal' over hen gesproken. Denk maar aan de woorden ‘overspoelen’, ‘stromen’ en ‘tsunami’ waartegen ‘gevochten’ moet worden. Dergelijk taalgebruik voedt discriminatie en uitsluiting. Met dit soort van woordenschat vergroot het politieke beleid net de problemen die het zegt te willen verminderen. Ik pleit dus voor de insluiting van migranten in de normaliteit, en daarmee ook in de rechtsstatelijkheid.

We hebben nood aan een alternatieve, duurzame visie op migratie. Hoe zou een ideaal migratie- en grensbeleid er volgens jou uitzien?

Naast de normalisering gaat het wat mij betreft ook om de legalisering van migratie. Bij de creatie van een normaal migratiebeleid, kan je niet langer door autocratische regimes of smokkelaars laten bepalen wie er binnenkomt, maar moet je zelf weer controle gaan krijgen over je eigen grenzen. Het is daarbij cruciaal om migratie uit de zelfgecreëerde irregulariteit te halen en voldoende legale migratiekanalen te creëren. Nu is er veel druk op de asielroute simpelweg omdat de EU onvoldoende legale wegen voorziet. Het moedwillig ongelijk verdelen van de mogelijkheden van mensen om te reizen, is strijdig met de ideeën van internationale rechtvaardigheid, solidariteit en naastenliefde.

Maar ook vanuit het perspectief van een vrije economie zou migratie gelegaliseerd moeten worden. We weten namelijk dat de EU in tal van sectoren migranten nodig heeft en in de toekomst alleen maar meer mensen zal nodig hebben om de welvaartsstaat overeind te kunnen houden. Het is dus hoog tijd dat er een slim en proactief migratiebeleid ontwikkeld wordt dat duurzaam, rechtvaardig en profijtelijk is voor zowel de migranten als de ontvangende landen, en dat populistische migratiemythes helpt verdrijven.

Ik pleit tenslotte ook voor de egalisering van migratie: het geven van gelijke kansen aan mensen, waar ze ook geboren zijn, en het vooropstellen van gelijkwaardigheid in het beleid. De Dublinverordening -die onder meer bepaalt dat het land waar de migrant het eerst de EU binnenkomt ook de asielaanvraag moet afhandelen- zou herzien moeten worden, want het overbelast een aantal landen aan de randen van de EU, zoals Griekenland en Italië, en zet de gelijkheid en de solidariteit in de Unie onder druk.

Migratie is natuurlijk ook meer dan een louter Europese kwestie. Er is nood aan mondiaal gecoördineerde afspraken. Het VN-migratiepact voor een ‘veilige, ordelijke en reguliere migratie’ is wat dat betreft een hoopvolle evolutie en zou tegen populistische retoriek beschermd moeten worden.

Maar de egaliseringsagenda zou pas echt geweldig geholpen worden door een einde te maken aan de discriminatie op afkomst die tot uiting komt in de papieren grenzen waarover ik sprak. Er wordt nauwelijks naar individuele competenties of kwaliteiten gekeken. In plaats daarvan worden hele bevolkingsgroepen collectief gediscrimineerd eenvoudigweg op basis van hun geboorteplaats. Dat lijkt totaal in tegenspraak met de prachtige artikelen in de nationale grondwetten van de EU over het ‘verbod op discriminatie op afkomst’.

De EU veroorzaakt zelf de irregulariteit, de smokkelindustrie en daarmee ook de doden aan haar grenzen. De EU is haar eigen meest geduchte bedreiging geworden. Het zou een ware doorbraak zijn als de EU -die ooit werd opgericht om te denken voorbij grenzen en tegen de xenofobie- terug zou kunnen gaan naar die hoopvolle toekomst. Uit rechtvaardigheid voor de migranten, maar ook uit zelfbehoud van de Unie.

Interview met Yanis Varoufakis

Wed, 06/12/2019 - 13:27

12 juni 2019 Y. Varoufakis en D. Broder  

Yanis Varoufakis was Grieks minister van financiën onder de eerste regering Tsipras in 2015. Hij leidde aanvankelijk de onderhandelingen met de EU over de Griekse schuld. Na de capitulatie van Tsipras in juli 2015 verliet hij de regering en richtte de Europese hervormingsbeweging DiEM25 op, die zich als doel stelt de Europese Unie tegen 2025 te democratiseren. Dit interview verscheen op 7 juni op de site van Jacobin en werd afgenomen door David Broder, een historicus gespecialiseerd in het Frans en Italiaans communisme. Nederlandse vertaling door Ander Europa. Op 7 juli zijn er in Griekenland parlementsverkiezingen die hoogstwaarschijnlijk een einde zullen maken aan de regering SYRIZA-ANEL. Wie in Varoufakis' voorstelling van zaken een te apologetisch beeld ziet van zijn eigen rol in de regering Tsipras kan zijn licht opsteken bij de kritiek van Eric Toussaint (CADTM), die als expert en activist betrokken was bij de audit van de Griekse schuld. Zie bv. zijn evaluatie (in het Engels) van de rol van Varoufakis op Verso of CADTM. (H. Michiel)

  Onder de slechte resultaten voor links bij de Europese verkiezingen waren de Griekse bijzonder pijnlijk. Bij de laatste dergelijke krachtmeting in 2014 leidde SYRIZA het verzet tegen de soberheidspolitiek en werd de sterkste partij, die daarop de regering zou gaan vormen. Vijf jaar later, bij de verkiezingen van verleden maand, eindigde de partij 10 procentpunten achter het rechtse Nea Dimokratia. En terwijl SYRIZA vroeger beloofde om verandering te brengen over de hele EU, is het nu de beste aanhanger van het neoliberale dogma ‘There Is No Alternative’. Na vier jaar waarin de pensioenen werden verlaagd, overheidsbezit werd verkocht en er zelfs een rechtse draai kwam in het buitenlandbeleid, staat SYRIZA nu op het punt om de regeringsmacht te verliezen. De partij van Alexis Tsipras voerde niet alleen een harder soberheidsbeleid dan de voorgangers hadden durven van dromen, maar met de vervroegde verkiezingen in het verschiet riskeert ze een uitgeputte oppositie te worden tegenover een zeer reactionaire regering onder Nea Dimokratia. Peilingen voorspellen een grote voorsprong van de conservatieven op 7 juli, en ze zouden zelfs een absolute meerderheid kunnen halen in het Parlement. De uitholling van de basis van SYRIZA is de uitdrukking van ontgoocheling en wanhoop. Maar er zijn ook tekenen die erop wijzen dat sommige van zijn kiezers zich wenden tot linkse alternatieven. De partij MeRA25 van voormalig financieminister Yanis Varoufakis behaalde een bijzonder eervol resultaat bij de Europese verkiezingen, met minder dan 400 stemmen te kort om een Europees verkozene te hebben. MeRA25 hoopt bij de verkiezingen van 7 juli zijn eerste parlementsleden te halen, en zo een forum te bieden voor zijn oproep om het soberheidsbeleid te vervangen door een investeringspolitiek in heel Europa. In zijn interview met Varoufakis peilt David Broder naar de gevolgen van SYRIZA’s nederlaag op links in Europa, naar de vooruitzichten voor een herschikking van het beleid in de EU en naar de plannen van MeRA25, de partij die Varoufakis oprichtte voor een ‘politieke revolutie’ in Griekenland. [spacer size="30"] David Broder: Haast alle linkse partijen verloren stemmen bij de Europese verkiezingen, wat ook hun strategie was aangaande de EU. Daarom richtten veel analyses van de verkiezingsresultaten hun aandacht op meer algemene hinderpalen, zoals de ‘dood van het populistisch moment’, de stabilisering van de EU of het ontbreken van linkse regeringen in staat om de huidige machtbalans te doorbreken. Al die interpretaties suggereren dat een kansrijke periode afgelopen is. Denkt u dat dit het geval is, of zijn er nog mogelijkheden? [caption id="attachment_17164" align="alignleft" width="250"] Yanis Varoufakis[/caption] Yanis Varoufakis: Het is ongetwijfeld waar dat een bijzonder kansrijke periode afgelopen is, en dat die deur gesloten werd hier, in Griekenland, in 2015. Miljoenen Europeanen keken hoopvol naar dit land, en het was de regering van Alexis Tsipras - verkozen in januari 2015 - die de verantwoordelijkheid had om die deur open te houden, en ze nog verder te openen voor anderen. Hetgeen miljoenen mensen wilden was zelfs geen breuk met het neoliberalisme, maar met wat ik zou noemen bankruptocracy, een nieuw regime waar de meeste macht wordt uitgeoefend door de grootste mislukkelingen onder de bankiers. De capitulatie van Tsipras in juli 2015 sloot die kansrijke periode af. En de Europese verkiezingen boden geen troost: ze waren een complete catastrofe voor progressieven. Maar terzelfder tijd moeten we er duidelijk over zijn dat winnen of verliezen nooit definitief is. Er dienen zich steeds nieuwe kansen aan.   David Broder: De manier waarop de Trojka Griekenland behandelde was schadelijk voor het imago van de EU, en maakt het anderzijds twijfelachtig of een enkele staat bij machte is om de dingen te veranderen. Men ziet ook moeilijk welke andere krachten een bedreiging zouden kunnen vormen voor de huidige orde. DiEM25 had het over het construeren van brede fronten in heel Europa, waarbij zelfs liberalen en progressief denkende conservatieven, die inzien dat de EU moet breken met de soberheidsdogma’s, zouden kunnen betrokken worden. Maar ziet u nu aanwijzingen dat er andere politieke krachten zijn die in de richting gaan door u gesuggereerd? Yanis Varoufakis: Ik zou in de eerste plaats stellen dat de reden waarom we onze kansen verspeelden niet de behandeling van Griekenland door de Trojka was. We moeten onze tegenstanders niet de schuld geven voor onze nederlagen, zoals we een schorpioen ook niet verwijten ons te bijten, want dat is zijn natuur. Wie moet geblameerd worden zijn degenen die beslisten om het antisoberheidsprogramma waarop ze verkozen werden in te ruilen voor een paar jaar regeringsfuncties, waarbij ze de hele tijd schouderklopjes kregen van de vijand. Wat de weerklank van onze argumenten betreft gaapt er een afgrond tussen een algemene erkenning dat de soberheidspolitiek inderdaad een totale mislukking was, en anderzijds het totaal ontbreken van een politiek programma dat daar een einde moet aan stellen. Ik heb het voorrecht om met heel wat bankiers te spreken, om een of andere reden spreken ze graag met mij. Ze zijn het er volledig mee eens dat socialisme voor de bankiers en soberheid voor de bevolking een zware nederlaag opleverde voor het Europese kapitalisme. In de praktijk geven sociaaldemocraten toe dat het afschuwelijk was, wat ook sommige conservatieven toegeven, en de Groenen en links. Maar wat ontbreekt is een georganiseerd politiek plan om ons daaruit te brengen. Zelfs de progressieven zijn er niet in geslaagd om de handen in elkaar te slaan en een alternatief naar voren te brengen; alleen DiEM25 stelde het plan voor een Green New Deal voor. De Groenen zelf zijn zo conservatief, zo ordoliberaal [efn_note] Ordoliberalisme: Duitse variant van het economisch liberalisme, waarbij de staat als opdracht heeft het ‘vrij’ functioneren van de markt te garanderen. [Noot van de vertaler][/efn_note], en er zo voor beducht dat conservatieven hen zouden beschuldigen van gebrek aan begrotingsernst dat ze zich op den duur opwerpen als verdedigers van het ordoliberalisme. Maar het spijt ons niet dat we niet samengegaan zijn met de Partij van Europees Links [efn_note] Partij van Europees Links , vaak afgekort als EL (European Left): bundeling van radicaal-linkse partijen op Europees vlak; vele, maar niet alle partijen die in het Europees Parlement tot de linkse fractie GUE/NGL behoren zijn aangesloten bij  EL, zo bijvoorbeeld Die Linke, SYRIZA, de Franse en Spaanse communistische partijen, maar niet langer Mélenchons France Insoumise of het Spaanse Podemos. [Noot van de vertaler] [/efn_note], dat voor de ongerijmdheid opteerde. Van Italië tot Zwitserland, van Hongarije tot Groot-Brittannië zijn de fascisten en rechtsen coherent: ze zeggen “we willen ons land terug”, en dat betekent de ontbinding van supranationale organisaties en instellingen, en een beschuldigende vinger naar vreemdelingen, naar ‘de andere’, of het nu Joden, Syriërs, Grieken, Duitsers of vluchtelingen zijn. Uitzichtloos en vol mensenhaat, maar coherent. Dat kan niet gezegd worden over de Partij van Europees Links, waar niet alleen SYRIZA dat zich volledig overgaf aan de Trojka toe behoorde, maar ook de eurofiele Franse Communistische Partij en geallieerde eurosceptische krachten zoals Jean-Luc Melenchons France Insoumise, of Podemos wiens politiek over Europa en de euro erin bestaat geen politiek te hebben. [efn_note] Zoals in de vorige voetnoot vermeld behoren La France Insoumise en Podemos niet meer tot EL, maar dat zijn vrij recente evoluties (Zie bv. Zorgt Mélenchon voor opheldering binnen Europees radicaal links? )[Noot van de vertaler] [/efn_note] Ik zou dus zeggen dat het programma van DiEM25 het enige is dat de moeite is om voor op te komen. We deden het niet goed in de Europese verkiezingen, we haalden maar iets meer dan 1%. Maar ik moet eraan toevoegen dat ons totale budget slechts 85.000 € bedroeg, een peulschil voor Europese verkiezingen. Met de verkiezing van een burgemeester van zelfs maar een kleine stad is er  veel meer geld gemoeid. We hadden een principiële positie, dat impliceerde dat we niet de infrastructuur en de middelen hadden om beter te doen.   David Broder: Bij deze verkiezingen ging niet alleen extreemrechts vooruit, maar ook liberalen en Groenen, ten koste van sociaal- en christendemocraten. Pro-Europese gevoelens werden in stelling gebracht tegen het rechts populisme; denkt u dat anti-neoliberaal links dit zou kunnen aanwenden? Was de toegenomen steun voor deze partijen [Groenen, liberalen] niet meer een blijk van vertrouwen in de EU zoals die nu bestaat? Yanis Varoufakis: Het is ongelooflijk dat er sprake is van een stem van vertrouwen in de EU als extreemrechts op de eerste plaats kwam in Frankrijk, Groot-Brittannië en Italië. Als men 10 jaar geleden zou beweerd hebben dat dit zou gebeuren zou men gezegd hebben ‘hemeltje!’ De voorstelling van zaken in de mainstream media als zou de vooruitgang van liberalen en Groenen een blijk van vertrouwen zijn in de EU is verbijsterend. Vanuit politiek en historisch standpunt is de vooruitgang van deze partijen irrelevant. Vooruitgang van de liberalen is te wijten aan Macron in Frankrijk en Ciudadanos in Spanje. Het zijn sterk conservatieve krachten, Ciudadanos regeert zelfs samen met het extreemrechtse Vox in Andalusië. Ze zijn helemaal niet liberaal: het zijn traditionele hardvochtige klassenstrijders tegen de werkende klasse. Sommige van die krachten zou men iets meer liberaal kunnen noemen, maar alleen in de betekenis dat de Duitse CDU liberaler is dan de Oostenrijkse ÖVP. Dit is gewoon een verschuiving binnen het liberaal-conservatieve blok. Hetzelfde zou men kunnen zeggen over de Groenen, en we hebben het hier over Frankrijk en Duitsland, waar de Groenen een aanzienlijke kracht zijn. Deze partijen zijn de groene vleugel van de sociaaldemocratie, en hun traditionele regeringspartners zijn de Parti Socialiste en de SPD, die ineenstuikten ten gevolge van hun medeplichtigheid in de aanval op de kiezers van de werkende klasse. Algemeen gesproken zijn de sociaaldemocratisch-groene blokken die leidden tot de regeringen van François Hollande en Gerhard Schröder ineengeschrompeld. De vooruitgang van de Groenen vieren komt neer op de viering van een lifestylekeuze: begrotingsconservatieven die voor recyclage zijn en aan hun kinderen zeggen dat ze van Greta Thunberg houden. Bij een debat met Sven Giegold, de Duitse groene topkandidaat, was ik verbijsterd toen hij als antwoord op mijn voorstelling van DiEM25’s ambitieus Investeringsplan ten bedrage van 500 miljard euro per jaar, gefinancierd door obligaties van de Europese Investeringsbank, zegde dat er niet genoeg groene projecten zijn om zoveel geld te besteden. Als bewijs voor zijn neoliberale overtuiging zei hij dat, als die nood bestond, de markt reeds voor de nodige investeringen zou gezorgd hebben!   David Broder: Als we meer specifiek naar Griekenland kijken, dan zijn er, ondanks alles, alleen twijfelachtige aanduidingen dat SYRIZA-kiezers hun heil elders zullen zoeken. De Griekse afdeling van DiEM 25, MeRA25, deed het niet slecht met de bijna-verkiezing van een Europees parlementslid (2.99%); de lijst van de voormalige parlementsvoorzitter Zoë Konstantopoulou behaalde ook 1,6%, maar de andere radicaal linkse krachten Volkseenheid en Antarsya kregen elk juist 0,6%. Denkt u dat linkse kiezers Tsipras’ boodschap slikten dat SYRIZA het beste maakte van een slechte situatie? Of verloren ze het vertrouwen in het vooruitzicht om de dingen te veranderen? Welke vooruitzichten bestaan er om deze alternatieve krachten bijeen te brengen?  Yanis Varoufakis: Sinds Tsipras zich overgaf aan de Trojka zette hij altijd in op het volgende dilemma voor de progressieven: “Wie wil je dat je beulen zijn, een overtuigde beul, of iemand zoals ik, die niet wil folteren, maar die dat toch zal doen om zijn job te behouden?”. Dat was zijn teneur in september 2015 [bij de tweede algemene verkiezingen van dat jaar, nadat SYRIZA zich overgaf aan de Trojka]. Maar vier jaar later, na het doordrukken van het meest hardvochtige soberheidsbeleid ergens in Europa, incluis dat onder de vorige Griekse regeringen, kan hij progressieven niet langer chanteren met het argument van het minste kwaad. De lezers weten dat misschien niet, maar bij de Europese verkiezingen moest onze partij, MeRA25, opboksen tegen een systematische poging om ons het zwijgen op te leggen. We kregen absoluut geen media-aandacht tot het ogenblik dat die media bij wet verplicht waren om ons te vermelden en ons een beetje zendtijd te gunnen. Dat lot onderging Volkseenheid niet, of andere kleinere partijen die voor een Lexit (linkse uitstap uit de EU) opkwamen. Het regime voelde zich niet bedreigd door partijen die opkwamen voor een uittrede uit de euro en de EU. Dit regime heeft het moeilijker met onze visie, namelijk dat we er niet zullen uitstappen, en dat het aan de Duitse regering is om eruit te stappen of om ons eruit te gooien. Het regime minachtte ons, omdat we niet opkomen voor Grexit, maar dit ook niet vrezen. Onze oproep om eenzijdig, zonder vrees of passie, een zeer gematigd beleid te voeren destabiliseerde hen. Het betekende een bedreiging voor hun systeem, wegens zijn brede aantrekkingskracht. We haalden iets minder dan 3%. Maar dit resultaat is opmerkelijker als men weet dat uit onze eigen bevraging bleek dat minder dan 38% van de kiezers van het bestaan van onze partij afwisten. We zijn niet van plan om deel te nemen aan een burgeroorlog aan de linkerzijde: in de voorbije drie jaar hebben we nooit publiek kameraden bekritiseerd. Onze mening was altijd genuanceerd, maar ook standvastig in het verzet tegen het soberheidsbeleid en de vernietiging van het volk en onze bezittingen ten voordele van de Trojka. In de plaats daarvan stelden we een pan-Europees programma voor gericht op investeringen en sociaal beleid, met andere woorden de transformatie van de EU door een politieke massabeweging, en niet enkel door ‘hervormingen’. Vóór de verkiezingen deden we een oproep aan onze vrienden, Zoë Konstantopoulou, leden van Volkseenheid en Antarsya, voor een discussie over wat kon gedaan worden. Maar ze waren niet geïnteresseerd. Maar sinds de Europese verkiezingen zijn veel aanhangers van deze partijen naar ons toegekomen voor een dialoog. Natuurlijk staat onze deur open. Deze discussie kan niet gevoerd worden onder de hegemonie van om het even wie, maar zou moeten uitgaan van het principe één man/vrouw, één stem. Gisteren publiceerden we een lijst van prominente progressieven die tot nog toe niet te maken hadden met MeRA25, maar die nu erop uit zijn om met ons mee te doen als parlementskandidaten bij de verkiezingen van 7 juli. Ik ben gelukkig dat ik kan zeggen dat MeRA25 een grote coalitie van progressieven wordt, gaande van marxistisch links over Groenen en zelfs anti-systeem neoliberalen.   David Broder: Maar welke basis is er voor eenheid met neoliberalen? Yanis Varoufakis: Ik zal u een voorbeeld geven van een neoliberaal die nu met ons meedoet. Hij is een supporter van Von Mises en Hayek, en ik denk dat hij zelfs achting heeft voor Thatcher. Maar na 10 jaar redding van de banken met belastingsgeld en onderwerping van de volkeren ging hij vermoeden dat het huidige regime de vrijheid vernietigt. In een steunboodschap gestuurd uit Ecuador (waar hij een boek aan het schrijven is) noemde hij ons compañeros en besloot met de woorden: “We hebben alleen de ketenen van de schuld te verliezen!”. Ik denk dat dat een antwoord is op uw vraag. Meer in het algemeen gaat onze samenwerking met mensen van verschillende ideologische oriëntatie niet over topbijeenkomsten waarin postjes verdeeld worden tussen functionarissen en nieuwelingen. We hebben een programma, waarmee mensen al dan niet volledig kunnen akkoord gaan. Maar het kan te allen tijde geamendeerd worden op basis van gelijkheid en ‘één man, één stem’. We zijn er inderdaad fier over hoe we ons programma opstelden: de beleidsagenda van MeRA25 in Griekenland werd bepaald door online stemming, waaraan niet alleen de Grieken, maar ook onze Britse, Duitse, Portugese enzovoort leden konden deelnemen. Om het programma te amenderen moeten de amendementen vertaald worden in negen talen. Het is geen ja-nee keuze, akkoord of niet akkoord, maar eerder het resultaat van vijf referenda over vijf aangelegenheden, om te beslissen wat we zeggen over Macedonië, over het leger en dienstplicht, over drugs, enzovoort, alvorens we over het geheel van het programma stemden.   David Broder: Naast de partijpolitiek is er ook de kwestie van de brede anti-soberheidbeweging. Volgens één analyse kon SYRIZA na het hoogtepunt van de mobilisaties in 2011-2013 zijn beleid zonder veel weerstand doordrukken omdat de sociale bewegingen in neergang waren, niet in het minst omdat jaren van soberheidsbeleid het voor mensen moeilijker hadden  gemaakt om tijd en energie te spenderen aan politiek. Ziet u enig herstel in deze bewegingen, bijvoorbeeld rond huisuitzettingen of apotheken in zelfbeheer? Welke banden onderhoudt u hiermee?  Yanis Varoufakis: Ik moet er vooreerst op wijzen dat ik me met al mijn krachten verzet tegen het excuus geopperd door Tsipras die beweert dat het volk niet bereid was om te vechten. Bij het referendum van juli 2015 stemde 62% NEE, een werkelijke klassenstem, misschien de eerste in Europa. De mensen die Neen stemden waren degene die geen geld op de bank hadden, ook rechtsen die altijd Nea Dimokratia gesteund hadden. En ik kan u verzekeren dat collega’s van SYRIZA die geld op de bank hadden JA gestemd hebben. In juli 2015 bereikte de solidariteitsbeweging een hoogtepunt, op straat, in de wijken, de medische praktijken opgezet door vrijwillige dokters en de gratis voedselbedeling voor de armen. Zij waren bereid om zich achter het NEE te stellen. Maar op de avond van het referendum haalde de eerste minister een Ramsay MacDonald manoeuvre uit [efn_note] Ramsay MacDonald, de Britse Labourleider die tijdens de grote Depressie harde besparingen oplegde en samenspande met de Conservatieven, wat tot een tweespalt in de partij leidde. [/efn_note]. Wat zou je verwachten dat mensen dan doen? Ik kan u vertellen wat ze deden: ze omhelsden elkaar, weenden en vielen elkaar in de armen. Het was zoals bij het verlies na een grote natuurramp, behalve dat het erger was, want het was geen natuurramp maar een nederlaag opgelegd door de leider van links, die ze hadden aanbeden. Het feit dat ze niet de straat op trokken geeft aan Tsipras niet het recht om op harteloze wijze te zeggen dat het volk niet klaar was. Jij was niet klaar, makker. Maar smart wordt wel degelijk geïnterioriseerd. Men heeft er geen idee van hoeveel mensen toen bereid waren om te strijden, maar nu helemaal uitgebrand zijn. Ze zeggen me: “Mooi wat je doet met MeRA25, maar we willen dat alles niet nog eens meemaken”. Het is zoals iemand die een traumatische relatie heeft meegemaakt en het zich niet kan voorstellen om nog eens het bedrog en de scheiding mee te maken. We worden ervan beschuldigd om een elitaire partij te zijn, misschien niet helemaal ten onrechte. Onze oprichting gebeurde in een Berlijns theater en werd online georganiseerd; wie aansloot was meestal jong, goed opgeleid, internationaal georiënteerd enzovoort. Dat is allemaal waar, maar het was onmogelijk op een andere manier te beginnen als we ook transnationaal wilden zijn. Maar de dingen zijn ook aan het veranderen. De voorbije weken hebben we ook banden aangeknoopt met vakbonden, bijvoorbeeld met elektriciteitswerkers. Ze werden verraden door SYRIZA, dat de openbare energiemaatschappij opdeelde en privatiseerde. Of het schoonmaakpersoneel in de publieke sector, dat de volle laag kreeg van de Trojka bij zijn aanval op de armen. Een schoonmaakster staat op onze lijst voor 7 juli. Wij reiken de hand naar sociale bewegingen, omdat ze een politieke organisatie nodig hebben om hun stem te laten horen buiten hun specifieke kring, een organisatie die hen niet onderwerpt. Daarzonder zullen ze verpletterd worden door een nieuw rechts regime van herboren oligarchen, een regime gebouwd op wat ik het Vierde Memorandum noem, de onderwerping aan de schuld tot 2060 zoals overeengekomen door SYRIZA met de kredietverleners.   David Broder: Het rechtse Nea Dimokratia lijkt zo goed als zeker van de overwinning bij de parlementsverkiezingen, nadat het 10% boven SYRIZA uitkwam bij de Europese verkiezingen. Maar het is onduidelijk wat er zal gebeuren met Tsipras’ partij. Verschillende van de topkandidaten bij de verkiezingen van 26 mei hadden een apolitieke of zelfs rechtse achtergrond, wat lijkt te wijzen op het cliëntelistisch model zoals PASOK [efn_note] De Griekse sociaaldemocratische partij. [/efn_note] het kende. Maar een tijdje in de oppositie zou het imago terug kunnen veranderen. Ziet u tekenen van een heropstanding, of krachten binnen SYRIZA waarmee samengewerkt zou kunnen worden? Yanis Varoufakis: Het enige wat ons interesseert is de Grieken te bevrijden van de kettingen van de schuld. Als we daarvoor zouden kunnen samenwerken met SYRIZA zouden we het doen. Maar dat kunnen we niet en zullen we niet, want ze zijn daarvoor niet geschikt. Het klopt dat SYRIZA de officiële oppositie zal zijn, maar het zal geen geloofwaardige oppositie zijn. Gelukkig denk ik dat we verkozenen zullen hebben, en wij zullen de echte oppositie vormen. Dat is niet zomaar een persoonlijke overtuiging. Wat kan SYRIZA eigenlijk zeggen tegen Kyriakos Mitsotakis, de leider van Nea Dimokratia, wanneer hij eerste minister wordt? Herstel de pensioenen die SYRIZA afbrak? Breng de zee- en luchthavens terug die SYRIZA privatiseerde? Om een voorbeeld te geven: SYRIZA verkocht de spoorwegen voor 43 miljoen euro; ik berekende op een kladblaadje dat het meer zou opgebracht hebben als ze de rails hadden opgebroken en als schroot verkocht. Of neem het gokken; SYRIZA liet toe dat er 35.000 pokermachines werden geplaatst door private bedrijven, die er een bankroet volk mee kunnen uitzuigen met de nepbelofte van gemakkelijk gewin. Zelfs de rechtse privatiseringen waren minder abominabel dan die van SYRIZA. Zelfs als ze nu het licht zagen en op hun knieën vielen om vergiffenis te vragen missen ze de geloofwaardigheid. SYRIZA als oppositie is een waar cadeau voor Nea Dimokratia. Wanneer ik op een persconferentie zegde dat een stem voor SYRIZA bij de komende parlementsverkiezingen een verloren stem is maakte dat veel van mijn voormalige kameraden in SYRIZA boos. Maar het is waar. Tsipras zegt dat zij alleen Nea Dimokratia kunnen tegenhouden, maar iedereen kan zien dat ze de 10% achterstand niet zullen inlopen. In feite is het andersom. Als we dezelfde resultaten zagen als bij de Europese verkiezingen, met MeRA25 net onder de 3% kiesdrempel, dan zal Nea Dimokratia een absolute meerderheid behalen, met 154 van de 300 zetels. Maar als we juist boven de 3% geraken zouden het maar 149 zetels zijn. Wij benadrukken dus dat het essentieel is dat MeRA25 verkozenen heeft, want we zijn de enigen die Nea Dimokratia een absolute meerderheid kunnen ontzeggen en tegen hen een geloofwaardige oppositie voeren.   David Broder: Ik zou het graag hebben over de verhouding tussen MeRA25 en DiEM25. Uw project lijkt bepaald door de poging tot pan-Europese oplossingen, terwijl u ook meedoet aan verkiezingen voor bepaalde nationale parlementen. Bestaat uw strategie op lange termijn erin om toe te treden tot nationale regeringen en van daar uit veranderingen door te voeren? Of is het de bedoeling om een parlementaire vertegenwoordiging te gebruiken om een pan-Europese kracht uit te bouwen die de EU-instellingen van binnenuit verandert?  Yanis Varoufakis: Wel, in Griekenland is het de bedoeling om zo vlug mogelijk de officiële oppositie te worden, zoniet zullen fascisten van allerlei pluimage het worden. In het onmiddellijke is onze strategie - waaraan we hard aan het werken zijn - om Nea Dimokratia de absolute meerderheid te ontzeggen. Dat is zeer belangrijk, want als ND verplicht is een coalitie aan te gaan met PASOK of een andere rechtse partij zal dat tenminste een rem betekenen op hun mensvijandig beleid. Met MeRA25 in het Parlement zullen meer mensen ertoe komen om tot onze beweging toe te treden. Het is een open platform, zonder ‘democratisch centralisme’. We kunnen samenwerken aan het verwerpen van het soberheidsbeleid, de financiering van de groene transitie, of het herzien van Griekenlands relatie tot Israël; kun je geloven dat Tsipras een van de beste vriendjes van Benjamin Netanyahu geworden is? Elk lid van MeRA25 kan openlijk zeggen waarmee hij het niet eens is. We denken dat deze open participerende benadering het dynamisme kan creëren dat we nodig hebben om een belangrijke kracht te worden. DiEM25 wordt er vaak van beschuldigd om de EU te willen hervormen via de instellingen. Maar we zijn niet naïef. Plaats een Che Guevara in de Europese Commissie of de Europese Centrale Bank en hij zal er zijn tanden op breken. We voerden campagne bij de Europese verkiezingen, niet omdat we denken Europa te kunnen veranderen door in het Europees Parlement te stappen, maar omdat het een excellente gelegenheid was om ons programma terzelfder tijd in verschillende landen voor te stellen. Waar het eerder op aankomt is de macht te veroveren in Europese landen en dan met twee of drie eerste ministers in de Raad een veto uit te spreken over alles totdat het soberheidsbeleid ophoudt en er een beetje gezond verstand tot Brussel doordringt, ten bate van mens en milieu. Als dit ertoe leidt dat een weerbarstig establishment de EU opbreekt (door bijvoorbeeld Griekenland uit de euro te gooien) weze dat maar zo. Wij zullen consequente verdedigers blijven van een Europees internationalisme. En we zullen daarbij trouw blijven aan ons programma, gericht tegen een onfortuinlijk regime dat Europa op de klippen laat lopen met zijn onzinnige soberheidsagenda, en onderweg nog wat monsters verwekt zoals Salvini.

Opsteker voor Corbyn in Peterborough

Mon, 06/10/2019 - 21:42

De tussentijdse verkiezingen in Peterborough waren de eerste verkiezingen in Engeland na de Europese verkiezingen. De aanleiding was het ontslag van het zittend Labour parlementslid, naar aanleiding van strafbare feiten (fraude in verband met het rijbewijs). Velen dachten dat de verkiezingen ditmaal gewonnen zouden worden door de Brexit partij van Nigel Farage. In het referendum had 61 % van Peterborough immers Leave gestemd, en in de Europese verkiezingen haalde de Brexit partij er 38 procent. Zo zou Farage zijn eerste nationaal parlementslid binnenhalen, en het momentum van de winnaar vasthouden. Farage kwam dan ook in persoon campagne voeren. In Labour sleepte de rechterzijde reeds de messen om in geval van verlies een nieuwe aanval op Corbyn in te zetten. Traditioneel ging de zetel in deze kieskring nu eens naar Labour, dan weer naar de Tories.
Het werd echter een overwinning voor de kandidate van Labour Lisa Forbes. Zij voerde geen campagne op de as Leave versus Remain, maar focuste op openbare diensten en sociale rechtvaardigheid. Forbes is een activiste in de vakbond Unite van McCluskey, een cruciale bondgenoot van Jeremy Corbyn. Meer dan 1000 activisten droegen de verkiezingscampagne. De overwinning en de manier waarop zij behaald werd is een opsteker voor Corbyn. De rechtervleugel van Labour gaf na het bekendmaken van de uitslag geen kik.
Labour verloor wel 17 procent. De Brexit partij eindigde tweede, en de Tories derde met een verlies van 25 %. De Liberale Democraten, die andere winnaars van de Europese verkiezingen, moesten genoegen nemen met de vierde plaats.
Voor de Tories is de boodschap duidelijk: indien er landelijke verkiezingen komen vóór de Brexit een feit is, dan worden zij weggeveegd door Nigel Farage, en dreigt Corbyn de lachende derde te worden. Daarom zullen de Conservatieven al het mogelijke doen om de Brexit te realiseren voor zij weer voor de kiezer moeten verschijnen, wat de kans op een no deal Brexit weer aanzienlijk doet stijgen. Het is dus niet uitgesloten dat de Brexit er komt als resultaat van parlementaire tactieken in de bubbel van Westminster. Corbyn blijft pleiten voor nieuwe verkiezingen zodat eerst de kiezer het woord krijgt over de richting die het land uit moet. (fs)

Vinden Merkel, Trump en Macron elkaar in de Straat van Taiwan?

Sun, 06/09/2019 - 16:52

Sinds enige tijd spreken we op deze site steeds vaker over de 'militarisering van Europa'. Het gaat dan over de militarisering van de 'buitengrensbewaking van de EU', en over financiële steun aan de wapenindustrie. Een recent bericht op Politico lijkt op een nieuwe stap in dit militair streven te wijzen. Duitsland is wegens zijn oorlogsverleden tot nog toe eerder terughoudend geweest in de deelname aan militaire operaties in het buitenland; de deelname aan de NAVO-bombardementen op Kosovo in 1999 onder de groene buitenlandminister Joschka Fischer deed nog veel stof opwaaien. [caption id="attachment_17152" align="alignleft" width="288"] De Straat van Taiwan. Kaart: Wikipedia[/caption] Maar volgens Politico overweegt de Bondsrepubliek nu om een oorlogsschip te sturen naar de Straat van Taiwan, en op die manier de Verenigde Staten en Frankrijk bij te staan in hun verzet tegen China's territoriale aanspraken op de zeestraat; alhoewel de VS de Volksrepubliek China erkend hebben, blijft Washington een militaire bondgenoot van Taiwan. Mogelijke motieven voor de Duitse plannen ziet Politico in een vriendschapsgebaar in de richting van Donald Trump, die onlangs nog dreigde met hoge heffingen op de invoer van Duitse wagens. Een andere overweging betreft de verslechtende verhoudingen met het andere einde van de 'Duits-Franse as'. Frankrijk wordt na de Brexit de onbetwiste militaire leider in de EU, en spendeerde onlangs bv. meer dan een miljard in de modernisering van zijn kernbewapening. Parijs verwijt Berlijn dat het niets doet aan de 'verdediging van Europa'... (hm)

Staatssteun, niet immigratie, is het EU-debat dat we hadden moeten voeren

Fri, 06/07/2019 - 09:24

door Ben Wray (*) 7 juni 2019   Hadden we in het voorbije decennium geen ander debat moeten voeren over de EU, nu de toekomst van British Steel en Bifab op losse schroeven staan en de nood aan een Green New Deal steeds dringender wordt? (*) Ben Wray is redacteur van CommonSpace, het informatiekanaal van Common Weal, een denktank en belangenbehartigingsgroep die campagne voert voor sociale en economische gelijkheid in Schotland. Het voorliggend artikel verscheen op 23 mei 2019 in CommonSpace onder de titel Analysis: State aid - not immigration - is the debate about the EU we should have had. We danken Ben Wray voor de toelating voor vertaling en publicatie.   Nu er miljoenen mensen in het Verenigd Koninkrijk vandaag [23 mei] gaan stemmen voor het Europees Parlement is het goed wat afstand te nemen van het kluwen van de Britse politiek en wat na te denken over het debat dat we gehad hebben en dat ons tot deze vreemde impasse bracht. Vóór het referendum van 2016 was er één onderwerp dat onze gesprekken over de EU domineerde: immigratie. Waarover het ook ging, huisvesting, jobs, lonen, misdaad, alles leek opgeslokt te worden door een immigratiekolk, wat onvermijdelijk tot de vraag leidde of de EU en het vrij verkeer van arbeidskracht in de 28 lidstaten de bron was van al onze ellende. In zekere zin is het duidelijk waarom dit gebeurde: economische crisissen met het formaat van 2008 leiden vaak tot vijandige reacties op buitenlandse invloeden, vooral bij degenen onderaan de pikorde. Klassendiscriminatie maakte altijd al een sterk onderdeel uit van anti-migratiegevoelens; niemand maakte zich zorgen over de ‘non-doms’ [efn_note] Een non-domiciled of non-dom is iemand, Brit of niet, die in de UK verblijft maar er voor de belastingen niet gedomicilieerd is. Het is een formule die rijke individuen toelaat weinig of geen belasting te betalen. [Noot van de vertaler] [/efn_note] of de buitenlandse voetballers in de Premier League, het was de poetsman uit Roemenië of de Poolse bouwvakker die het probleem was. Deze economische voorstelling van zaken paste voor velen van een bepaalde generatie goed samen met een gevoel dat de cultuur te vlug aan het veranderen was, op een destabiliserende wijze. Samen met de ‘War on Terror’ en toenemende anti-moslimgevoelens ontwikkelde dit zich tot een reactionair verhaal met de vreemdeling als erfzonde, en de EU als de zonde. Het is merkwaardig hoe snel deze gevoelens veranderden na het Brexitreferendum, waar plotseling Brexit zelf en de mislukking van de onderhandelingen voldoende voedsel gaven aan de wrok en de woede van een tegen de EU gerichte opinie. Zoals we vroeger reeds meldden viel het immigratiethema als een steen als onderwerp van politieke bekommernis onder het Brits publiek, net zoals de bekommernis over Brexit en EU bijna van de ene dag op de andere naar de top van de politieke agenda verschoven.   [caption id="attachment_17137" align="aligncenter" width="546"] Bekommernissen in de Britse publieke opinie van 2000 tot 2018 (laatste poll in mei 2018). In 2000, en opnieuw in 2018 overheerst de gezondheidszorg (NHS= National Health Service). De financiële crisis domineert van 2008 tot circa 2015. Het immigratiethema bereikt een top vlak voor het Brexitreferendum, maar wordt vanaf dan overschaduwd door Brexit zelf. Daarna zegden steeds minder Britten dat immigratie voor hen een hoofdbekommernis is. [/caption]   Samengevat: in het decennium sinds de financiële crash van 2008 kende het debat over de EU twee fases: eerst de immigratiefase, gevolgd door de fase van de Brexit-onderhandelingen. Maar natuurlijk is er over de EU meer te doen dan het vrij verkeer van arbeidskracht en constitutioneel geruzie. In feite behoort migratie waarschijnlijk niet tot de top 10 van de belangrijkste aangelegenheden waarmee we in de 21e eeuw zullen geconfronteerd worden. Klimaatverandering, automatisering, het mondiaal financieel systeem en andere fundamentele kwesties, dat zijn allemaal andere aspecten van de EU buiten het vrij verkeer die onze aandacht vragen. Een van deze aandachtspunten betreft de regels over staatshulp. Kan men één grote planetaire uitdaging vernoemen die geen strategische economische tussenkomst van de staten zal vereisen? De vraag hoe de staat optreedt, en wat de regels zijn om tussen te komen zijn twee van de belangrijkste scheidslijnen in de intellectuele geschiedenis van de economie, gaande van het keynesianisme dat pleitte voor staatstussenkomst om de kapitalistische orde in stand te houden, over het socialisme dat de staat opriep voor een democratische controle van de economische infrastructuur en die zo te verdelen dat er tegemoet gekomen wordt aan sociale noden, tot het neoliberalisme dat ervoor pleitte dat de staat zich beperkt tot een aantal regulerende functies om de ‘vrije markt’ toe te laten ‘rationele economische keuzes’ te maken. Het is deze laatste ideologie die de basis vormt voor het staatssteunbeleid van de EU, die waarschuwt dat "steunmaatregelen van de staten of in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde producties vervalsen of dreigen te vervalsen, onverenigbaar [zijn] met de interne markt, voor zover deze steun het handelsverkeer tussen de lidstaten ongunstig beïnvloedt." (Verdrag op de werking van de EU, Art. 107). Voorstanders stellen dat deze regels politici ervan weerhouden om gunsten te verlenen aan hun vriendjes in de privésector, en op die manier andere bedrijven te benadelen, of het nu binnen- of buitenlandse zijn. ‘Eerlijke’ marktconcurrentie over de hele EU betekent dat de efficiëntste bedrijven het best presteren, waardoor het ontstaan van netwerken van vriendjespolitiek tussen regeringen en bedrijfsleiders bemoeilijkt wordt. Deze gedachtegang is doordrongen van het idee dat het kapitalisme op zich eerlijk is, efficiënt en dynamisch zolang de staat het niets in de weg legt. Maar de geschiedenis van het kapitalisme leert ons dat dit niet het geval is: machtige bedrijven die gedurende decennia en zelfs eeuwen hun macht gevestigd hebben op de controle van de grondstoffen, onder andere door het plunderen van landen in de Derde Wereld, zijn in staat om hun macht aan te wenden om concurrenten, tegenstanders en de planeet zelf uit te persen, teneinde hun winsten te maximaliseren. Ze kunnen grondbezit opkopen niet om het productief te gebruiken, maar eenvoudigweg om concurrenten de pas af te snijden. Bedrijven kunnen zich buitensporig laten leiden door  kortetermijnbeslissingen die in de smaak vallen van de aandeelhouders, eerder dan na te denken over investeringen in onderzoek en ontwikkeling om technologische vooruitgang te maken. In werkelijkheid, zoals aangetoond door Marriana Mazzucato in The Entrepreneurial State , heeft het kapitalisme voor zijn dynamisme op de Staat gesteund, omdat deze door zijn omvang en langeretermijnperspectief belangrijke technologische doorbraken mogelijk maakt, zoals het internet, of haast alle onderdelen van de iPhone. En als we de economie bekijken door de lens van de klimaatverandering, is het idee dat de staat niet strategisch mag tussenkomen om kernaspecten van productie en investering te controleren en te richten ronduit absurd. Geen ernstig mens kan vandaag nog denken dat de snelle vermindering van CO2-uitstoot die we nodig hebben in het komende decennium kans maakt als we wachten op het groene kapitalisme. Vanuit dit perspectief is het zeer problematisch dat regels over staatssteun in essentie een Groene New Deal verbieden, want dit gaat over selectieve staatstussenkomst in de economie om de infrastructuur aan te pakken, huisvesting en transport energie-efficiënt te maken, enzovoort. In uitzonderlijke gevallen wordt staatssteun toegelaten, om bijvoorbeeld “om een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen", zoals bij de redding van de banken in 2008, of  “om de ontwikkeling van bepaalde vormen van economische bedrijvigheid of van bepaalde regionale economieën te vergemakkelijken”, maar een betwiste beslissing komt voor een Europees Hof, waar bedrijven vaak een zaak winnen of ze in staat stelt overheidsoptreden voor jaren uit te stellen. Bij de aanwending van staatssteun zijn er dus veel grijze zones, en politici kunnen de ‘regels van Brussel’ inroepen als een gemakkelijk excuus om niks te doen. Thomas Fazi en Bill Mitchell hebben in hun boek Reclaiming the State betoogd dat de reden waarom nationale politici de constructie van de EU ondersteund hebben deels te herleiden is tot de volgende reden: wie met handen en voeten geboeid is, kan niets verweten worden. Fazi en Mitchell noemen dit de ‘politiek van de depolitisering’, d.w.z. het tegemoetkomen aan de bedrijfsbelangen door de opzettelijke beperking van de ruimte voor democratisch ingrijpen in de economie. Lauren Dingsdale, een aanstaande kandidaat van Labour in Middlesbrough en gewezen jurist gespecialiseerd in de Europese concurrentiewetgeving, heeft op Twitter geargumenteerd dat dit precies is wat de Tories zullen doen in het geval van British Steel; minister voor economie Greg Clark verwees herhaald naar de staatssteunregels van de EU om zijn zeggenschap over de toekomst van het bedrijf te minimaliseren.  “Mijn grote vrees is dat de Tory-regering en de Tory-parlementariër van de regio, Simon Clarke, simpelweg zullen verwijzen naar staatssteun als reden om niet tussen te komen”, aldus Dingsdale. [note note_color="#cccddd" text_color="#000000" class="notitie45procent_links"]British Steel [spacer size="30"]British Steel ontstond in 1967 door de nationalisering van een twaalftal staalbedrijven onder de toenmalige Labourregering. In 1988 werd het bedrijf onder Margaret Thatcher terug geprivatiseerd, en wisselde daarna herhaalde malen van eigenaar. Momenteel is het in handen van een private equity investor, Greybull Capital, maar die kondigde op 22 mei 2019 aan dat het bedrijf zou opgedoekt worden. Het gaat over 4000 directe jobs en 20.000 bij toeleveringsbedrijven. [/note]Een ‘Reality Check’ van de BBC over de regels in verband met staatssteun en British Steel verduidelijkt nog verder hoe het zit met de mogelijkheid om het bedrijf te nationaliseren, zoals door Labour bepleit: “De staatssteunregels laten toe dat een regering eigenaar is van een bedrijf, maar ze mag het niet op de been houden als het anders zou ten onder gaan. Als een regering bijgevolg de Europese Commissie kan overtuigen dat het opkopen van een bedrijf zinvol zou zijn vanuit het standpunt van een investeerder die winst wil maken, zou dat niet al staatssteun bestempeld worden. Maar in het geval van British Steel zou dit moeilijk zijn vol te houden.” Veel andere lidstaten van de EU komen op veel ruimere schaal tussen in hun economie dan Groot-Brittannië, maar zijn daarbij niet altijd in strijd met de regels op staatssteun, die ze weten te omzeilen. Het zou dwaas zijn te beweren dat de Tories zich door de regels op de staatssteun gehinderd voelden bij pogingen om tussen te komen in de economie; als overtuigde neoliberalen hadden ze die regels heus niet nodig. Maar wat betreft Labour, dat zegt de Britse economie te willen omvormen, toont het feit dat de regels op de staatssteun niet een van hun zes criteria [efn_note] Labour’s schaduwminister voor de Brexit Starmer formuleerde in maart zes voorwaarden, ‘red lines’, die moeten vervuld worden opdat de partij een Brexitdeal van de regering zou ondersteunen.  [Noot van de vertaler] [/efn_note] zijn om steun te verlenen aan de Brexitdeal van de regering aan in welke mate thema’s als immigratie het denken hebben beheerst, zelfs bij delen van links in Groot-Brittannië. De Scottish National Party (SNP) klaagt eveneens dat de staatssteunregels van de EU hen tegenhouden, maar de laatste keer, in 2014, dat ze hun voorstellen deden voor een hervorming van de EU werden de staatssteunregels niet vernoemd. Dat is onmiddellijk relevant voor het geval Bifab, de producent van offshore installaties in Fife die vorig jaar op non-actief werd gezet [efn_note] ‘Mothballed’, wat inhoudt dat de infrastructuur van een bedrijf wordt in stand gehouden maar tijdelijk buiten gebruik gesteld. [Noot van de vertaler] [/efn_note] alvorens een overname van het bedrijf, gesteund door de Schotse regering, het het leven redde. Maar het bedrijf staat nog steeds op het punt gesloten te worden als het geen nieuwe contracten vindt. Nu is er wel sprake van een contract van twee miljard £ voor een windmolenpark op 10 mijl voor de kust van Fife. Maar de Franse energiegigant EDF is eigenaar van de site, en het lijkt erop dat ze het grootste deel van het contract zullen toewijzen aan een Indonesisch bedrijf, eerder dan aan Bifab. Nicola Sturgeon [efn_note] Eerste minister van Schotland en voorzitter van de SNP. [/efn_note] zei dat ze alles zou doen om tussen te komen, zolang het strookt met de staatssteunregels van de EU. Stellen we nu ons even voor dat er een ander debat gevoerd werd sinds de financiële crash van 2008, een debat dat ertoe strekt dat het niet langer toelaatbaar is dat kapitalistische bedrijven de rijkdommen van deze wereld bezitten en controleren, en dat mensen via hun overheden de controle moeten uitoefenen op het economisch gebeuren. Huisvesting, jobs, lonen, criminaliteit, al de thema’s die door de lens van het immigratieprobleem werden bekeken hadden kunnen beschouwd worden door een veel nauwkeuriger en krachtiger lens: wie bezit en controleert de economie, en in wiens belang? Dat zou ons bij een discussie over de staatssteunregels van de EU gebracht hebben, bij de vraag of die moeten veranderd worden, en welke de beste strategie is om ze te veranderen. Ook nu is het nog niet te laat om dit debat te voeren. [efn_note] Ik wil als vertaler meteen een elementje aanbrengen in dit inderdaad broodnodige debat. Het is een beetje ironisch, maar in een ander artikel op CommonSpace wordt vermeld dat Schotse vakbonden zich beklagen dat Bifab contracten verliest aan buitenlandse (ook Europese) bedrijven die meer staatssteun krijgen; ze vragen onder andere een onderzoek naar de steun die het bedrijf  Navantia, één van de winnende,  krijgt van de Spaanse staat. Het debat draait dus in feite niet alleen rond de legitimiteit van staatssteun, maar ook rond de criteria aangewend bij de gunning van overheidscontracten. In het bovenstaand artikel werd vermeld dat een groot deel van het contract voor offshore elektriciteitswinning voor de kust van Fife waarschijnlijk naar een Indonesisch bedrijf gaat, niet naar Bifab dat aan de Fife kust ligt.  Als nu eens niet (alleen) de offertes met hun financieel-economische nauwe blik als criterium werden genomen, maar (ook) een ecologische inschatting van het energie- en CO2-verbruik  (inclusief transport van onderdelen, reizen van personeel etc.) dat diverse aanbieders impliceren, dan zou men twee vliegen in één klap slaan. Het debat over het geslacht der engelen in verband met 'onvervalste concurrentie' zou ineenstuiken, en een wetenschappelijk verantwoord criterium zou in de plaats komen. Ten tweede zou in feite iedereen ermee winnen, want de strijd tegen de klimaatopwarming is globaal. In het geval van het windmolenpark voor de kust van Fife zou Bifab het waarschijnlijk halen, maar bij een Indonesisch project zou een Indonesisch bedrijf waarschijnlijk winnen.  Een geëigende en democratisch gecontroleerde instantie zou hierover moeten oordelen; die kan zich vergissen, die kan misschien zwichten voor lobbys, en bedrijven zullen proberen de nieuwe criteria naar hun hand te zetten; aan de geëigende instantie om dit te vermijden en aan de democratische controle om hierop toe te  zien. Maar er zou op zijn minst een verdedigbaar principe ten grondslag liggen dat zinvoller is dan de 'eerlijke concurrentie op de vrije markt', en het zou een flinke deuk betekenen in de kapitalistische logica. Vermelden we nog dat volgens een bericht van Politico de Europese Commissie steeds meer staatssteunzaken verliest voor het Europees Hof. Misschien goed nieuws, maar er zou moeten nagegaan worden over welke zaken het precies gaat en waarom ze verloren worden. (H. Michiel) [/efn_note]  

Vier redenen waarom Europees links heeft verloren

Thu, 06/06/2019 - 00:17

door Wolfgang Streeck (*) 6 juni 2019   De tegenvallers voor centristische partijen bij de Europese verkiezingen hebben aangetoond dat de crisis in de EU alles behalve voorbij is. Toch heeft gebrek aan strategie en identiteit van Links het vermogen om een alternatief te bieden, belemmerd.   Bijna geen enkele van de talloze commentaren over de Europese verkiezingsresultaten vernoemt zelfs maar radicaal links, 'radicaal' in onderscheid tot sociaaldemocratisch links. Dit is een uitdrukking van minachting, en het is ... welverdiend. Vijf jaar geleden werd links, onder het stuntelig label van GUE/NGL ('Confederale Fractie van Europees Links/Noord Groen Links'), geleid door niemand minder dan Alexis Tsipras. Later, als Griekse premier, werd hij de favoriete discipel van Angela Merkel in de kunst van het verraad. In de loop van de tijd en na het bijeenbrengen van allerlei splintergroepen, heeft de GUE/NGL in totaal tweeënvijftig zetels bijeengegaard, iets minder dan 7 procent van de 751 leden van het Europees Parlement. Nu, in 2019, eindigde het met achtendertig, een verlies van meer dan een kwart. De bijna-doodervaring van Europees Links - of beter gezegd, van haar vertegenwoordiging in het Europees Parlement - kwam op een moment dat de oude partijen van centrumlinks en centrumrechts dramatische tegenslagen ondervonden. Samen wonnen deze laatste slechts 329 zetels: 44 procent van het totaal. Hun gecombineerd verlies van vijfenzeventig zetels maakte een einde aan de parlementaire meerderheid van de 'Grote Coalitie' van christen- en sociaaldemocraten, en viel ook samen met een aanzienlijke stemmenwinst van verschillende partijen van een nieuw (alhoewel niet altijd zo compleet nieuw) nationalistisch rechts (114 zetels, een stijging van zesendertig). Er was eveneens een indrukwekkende winst voor de Groenen, die opliep van tweeënvijftig tot zeventig zetels, waardoor ze bijna twee keer zo sterk werden als de linkerzijde. We leven dus in een tijd waar de politieke loyaliteit snel verandert. Maar wanneer moet Links dan wel verwachten electorale vooruitgang te boeken bij Europese arbeiders en hervormingsgezinde secties van de middenklasse, indien niet nu? Er is dringend behoefte aan een verklaring voor de desastreuze mislukking van Links om dit te doen. Vier redenen komen voor de geest - er zijn er zeker meer.   Strategie De eerste en meest fundamentele reden is de blijkbaar totale afwezigheid van een realistische antikapitalistische, of op zijn minst anti-neoliberale, linkse politieke strategie met betrekking tot de Europese Unie. Er is zelfs geen debat over de cruciale kwestie of de EU überhaupt een middel kan zijn voor antikapitalistische politiek. In plaats daarvan is er een naïeve of opportunistische acceptatie - en het is moeilijk om te zeggen wat erger is - van het feel good-Europeanisme dat zo populair is bij jonge mensen, en zo nuttig voor zowel het groene verkiezingswerk als voor Europese technocraten die hun neoliberaal regime willen legitimeren. In het bijzonder wordt er door Links niets gezegd over de manier waarop de de facto grondwet van de EU de politieke ruimte beperkt voor elk antikapitalistisch of zelfs maar pro-werkersprogramma, de grondwet met zijn veilig verankerde vrije markten (de 'vier vrijheden'), de de facto dictatuur van het Europese Hof, en de bepalingen over de begrotingen in het kader van de Europese Monetaire Unie, met de strenge bezuinigingen opgelegd aan landen en burgers. Met name elke kritische discussie over het centrale sociale beleid van de EU - het vrije verkeer van werknemers tussen de nu economisch extreem verschillende lidstaten - wordt strikt vermeden, gecombineerd met hints van sympathie voor open grenzen in het algemeen, inclusief die met de buitenwereld. Deze aanpak bevestigt volledig het beeld dat de Groenen en de centrumlinkse middenklassenpartijen verspreiden: Europa, dat zijn jongeren die zonder grenscontroles kunnen reizen en geen geld hoeven te wisselen. Bovendien gaat dit gepaard met volledig illusoire beleidsprojecten, bijvoorbeeld een Europees minimumloon. Pas na aanhoudende vragen wordt toegegeven dat een Europees minimumloon in feite per land moet worden gedifferentieerd. Zoals men kon verwachten kreeg dit voorstel geen enkele steun, niet in de armere landen van de Unie, waar mensen het te goed vinden om waar te zijn, noch in de rijkere landen, waar met name werknemers vrezen dat zij op de een of andere manier de rekening van de 'Europese solidariteit' van Links zullen moeten betalen.   Europeanisme Ten tweede kon Links er in de meeste, zo niet alle landen, niet aan weerstaan om zich te voegen bij de oude en nieuwe centrumpartijen - christendemocraten, sociaaldemocraten, de Groenen - vanuit een noodgedwongen defensieve stelling 'voor Europa', of zelfs voor 'meer Europa', tegenover het nieuwe nationalistische rechts dat een onmiddellijke bedreiging voor de democratie verklaard werd. In feite verhoogde Links vaak de inzet door te suggereren dat het nieuwe rechts in feite een zeer oud rechts  was, en dat er niet op stemmen een eigentijdse versie van de antifascistische strijd van het interbellum was. Dit maskeerde op gevaarlijke wijze het verschil tussen legale oppositiepartijen in een democratie, hoe verwerpelijk hun uitspraken en gedachten ook kunnen zijn, en paramilitaire groepen die een democratische staat willen vervangen door een dictatoriale. Dergelijke historische verwarring speelde met name op verschillende manieren in de kaart van de Groenen. Het overdrijven van de dreiging van het nieuwe rechts zwas een zekere formule om kiezers in de armen te drijven van liberale gevestigde partijen, die  brengen die 'stabiliteit' beloofden in deze moeilijke tijden. Als het fascisme te verslaan was door te stemmen voor 'meer Europa', was het niet nodig om zo ver te gaan en op radicaal links te stemmen; stemmen voor de nieuwe lievelingen van de middenklasse zou voldoende zijn. Als democratie betekent, parlementen zonder neo-nationalistische 'populisten', is elke vijf jaar stemmen voor een 'niet-populistische' partij voldoende. Je zou denken dat een Links dat zijn naam en ambitie waard is, had moeten weten dat de democratie bedreigd kan worden, zelfs als er helemaal geen 'fascisten' in de buurt zijn, vermeende of echte. Inderdaad, de centrumpartijen - aan wiens kant Europees Links haar electorale nepoorlog tegen het toenemende fascisme in Europa heeft gestreden - doen zelf genoeg om de democratie te ondermijnen. Want dat is waarmee ze bezig zijn als ze hun landen onderwerpen aan een neoliberale politiek-economische orde die hen een onaantastbaar vrijhandelsregime, een goudstandaardachtig monetair beleid, bezuinigingen op openbare financiën en een vakbondsvrije arbeidsmarkt met onbeperkte arbeidaanbod oplevert. Het verdedigen van de democratie is altijd goed. Maar wanneer Links zich bij deze strijd aansloot kon het tenminste erop gewezen hebben dat democratie er niet in bestaat om progressieve kiezers te mobiliseren voor een machteloos parlement. De democratie verdedigen betekent ook opkomen voor de autonomie van lokale overheden, voor collectieve onderhandelingen en vakbondsvertegenwoordiging, voor de stem van werknemers op de werkvloer en in de raden van bestuur van grote bedrijven, voor een regime van openbaar eigendom dat bevorderlijk is voor hoge overheidsinvesteringen en echt pluralistische media. Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Groenen hier betrouwbare bondgenoten zouden kunnen zijn.   Klimaat Ten derde had radicaal links geen idee hoe om te gaan met de kwestie van de klimaatverandering. De prominente rol van dit thema is in de afgelopen maanden opnieuw in handen van de Groenen gespeeld. Hierin verschilde Links volstrekt niet van de gevestigde centrumpartijen. Het is gemakkelijk te begrijpen waarom het over dit vraagstuk is gestruikeld. Oproepen voor hogere belastingen op benzine of minder consumptie van goedkoop vlees, of vlees in het algemeen, zijn gemakkelijker om mee te leven, en soms om ze op te volgen, voor de middenklasse dan voor de lagere en werkende klasse. Een beroep op individuele deugd kan het slechte geweten van de ecologisch bewusten wakker maken, maar is niet in staat diegenen te bereiken die hetzelfde consumptieniveau willen halen als hun sociaal meerderen. In plaats van zich bij het koor te voegen wanneer de Groenen en hun burgerlijke voorlopers hun sirenenzang aanheffen, zou Links er moeten op wijzen dat vrijwillige verandering in levensstijl uitermate ontoereikend is om de opwarming van de Aarde of de langdurig aanhoudende achteruitgang van de biodiversiteit tot stilstand te brengen. Een Links dat zich beperkt tot het reciteren van de paniekverhalen van de Groenen over een naderend einde van het leven op de planeet, drijft veel van zijn potentiële kiezers in de armen van de klimaatontkenners, en van daar in die van Nieuw Rechts. Als Links wil beter doen dan de leugens om bestwil van het groene milieubewustzijn, heeft het een realistisch programma nodig, niet alleen om een halt toe te roepen aan de veranderingen en de achteruitgang in onze leefomgeving - hiervoor kan het misschien te laat zijn - maar ook om ons te helpen de effecten ervan het hoofd te bieden. Dit vereist een aanzienlijke toename van de overheidsuitgaven, die tenminste gedeeltelijk moet worden gefinancierd met overheidsschuld die de bestaande beperkingen op de overheidsschuld doorbreekt, en door private consumptie te vervangen door publieke consumptie om het sociale en economische leven aan een veranderd milieu aan te passen. Een dergelijke Green New Deal zou banen creëren, en meer belastingen opbrengen, en zou daardoor per saldo de werkende klasse eerder ten goede komen dan belasten.   Verkeerd federalisme Ten vierde en ten slotte, hoewel het al lang een teken aan de wand was, heeft Links hard onderschat wat vroege socialisten de 'nationale kwestie' noemden en het belang ervan voor de kern van zijn kiezerscorps. Voor werkende mensen is 'Europa' een ver-van-mijn-bed-technocratie, een wereld buiten hun levenservaring. Dit verschilt niet veel van de middenklasse. De laatste heeft echter geleerd en verkiest te doen alsof ze weet wie wat doet in Brussel, wat eigenlijk niemand buiten een beperkte kring van specialisten weet. Details zijn echter niet echt van belang voor degenen voor wie 'Europa' eerder een stemming, een gevoel dan een politieke instelling is geworden; een symbool van een gelukkig, hip 'kosmopolitisch' leven als consument, zelfs als er op dat leven een paar milieucorrecties moeten komen. In hun kringen is 'pro-europeanisme' een essentiële voorwaarde om toegelaten te worden tot een stedelijk sociaal milieu; leiders en activisten van radicaal-linkse partijen kunnen participeren in dit milieu, maar slechts zeer weinigen van hun leden en kiezers behoren ertoe. Voor deze laatsten betekent politieke en bestuurlijke centralisatie een verminderde stem voor de kleine man en de kleine vrouw, die geen affiniteit voelen met en geen behoefte hebben aan een supranationale identiteit. Sterker nog, ze voelen zich van hun stem beroofd, omdat hun natiestaat wordt gedelegitimeerd en machteloos wordt in de naam van een  'Europees' supranationalisme. In de ogen van hedendaagse lifestyle-internationalisten, lijken in plaats daarvan de sociale erfgenamen van het traditionele arbeidersklasse-internationalisme hopeloos cultureel achterlijk te zijn. Dit is waarom deze erfgenamen, zelfs als de partijen die deze vertegenwoordigen uitdrukkelijk deelnemen in het europeanistisch enthousiasme van de middenklasse, geen enkele fractie van de neoliberale internationalistische gemeenschap kunnen aantrekken. Noch kunnen ze in hun gemoderniseerde versie diegenen aantrekken die niet delen in het consumentistische optimisme van de stedelijke kosmopolieten, en in plaats daarvan de rekening moeten betalen. Links, net als de Groenen, neigt ernaar politieke kwesties te verwijzen naar een Europees niveau van democratische politiek , een niveau dat niet bestaat behalve in de verbeelding van partijen en dat evenmin zal bestaan in de nabije toekomst. 'Europa',  en met name het Europees Parlement, is een opslagplaats voor vrome verwachtingen. Dit zal echter alleen duren tot eindelijk ontdekt wordt dat de europeanisten hun hand hebben overspeeld en dat ze de instrumenten hebben  vergeten waarover ze op nationaal vlak beschikten, druk doende als ze zijn met hun kiezers de kosmopolitische geest bij te brengen.  Kijk maar naar Duitsland, waar de meerderheid van Die Linke  Aufstehen-leider Sahra Wagenknecht dwong om af te treden als fractievoorzitter in de Bundestag. Een radicaal Links dat goed bij zijn zinnen is zou belangrijk kunnen bijdragen tot 'Europa'.  Het zou echter moeten breken met het oppervlakkige 'pro-europeanisme' van de oude en nieuwe centrumpartijen. Het zou erop moeten staan dat 'Europese oplossingen' de actie op nationaal niveau niet kunnen vervangen, al was het maar omdat ze meestal niet beschikbaar zijn of te laat zullen komen. Het zou ook de reëel bestaande democratie moeten verdedigen, d.w.z. de natiestaat-democratie, tegen zijn 'kosmopolitisch' surrogaat van een supranationale luchtkasteeldemocratie. Dit zou betekenen dat men uitlegt dat de democratie onderaan begint. Dat verzoening met de natuur en tussen mensen niet gratis uit de Europese lucht komt gevallen. Maar de leden van het Europees Parlement zullen nog niet lang verkozen zijn en reeds verworden tot 751 gelijkgezinde lobbyisten voor supranationale technocratie, verkleed als democratische vertegenwoordigers van een Europees volk dat nog niet eens bestaat. Sociale verandering ten goede zal niet van boven komen, en niet van hen. (*) Wolfgang Streeck (° 1946) is een Duitse socioloog en auteur. Hij was directeur van het Max-Planck-Institut für Gesellschaftsforschung in Keulen. Hij is een scherp criticus van de neoliberalisering van de samenleving en van de Europese constructie. Op Ander Europa werd o.a. zijn boek Gekochte Tijd besproken en verschenen diverse van zijn artikels. Dit artikel verscheen op 30 mei 2019 in Jacobin. Nederlandse vertaling door Ander Europa.      

Gaan de EU-landen de banken weer redden? (deel 1)

Wed, 06/05/2019 - 17:07

door Gerrit Zeilemaker 5 juni 2019   De 19e eeuwse econoom Bastiat stelde vast: "Wanneer plunderen een manier van leven wordt voor een groep mannen in de samenleving, creëren ze in de loop van de tijd een juridisch systeem dat het toestaat en een morele code die het verheerlijkt" [efn_note] https://www.nakedcapitalism.com/2013/02/bill-black-yglesias-mimics-mankiw-morality-and-bashes-bastiat.html [/efn_note]. Met de dag wordt duidelijker dat een nieuwe economische crisis nadert, ofschoon (of: aangezien) de beurzen hoog staan. Sinds 2012 is bijvoorbeeld de AEX, de belangrijkste Nederlandse beursindex, van 280 punten naar zo’n 550 punten gestegen. Deze beursrally wordt vooral veroorzaakt door de beslissing van de centrale banken over de hele wereld hun beleidsrente laag te houden. Maar de belangrijkste aanjager voor de aandelenmarkten zijn de grote bedrijven die deze goedkope financiering gebruiken om hun eigen aandelen terug te kopen om de prijs op te drijven en daarmee de 'marktwaarde' van hun bedrijf op te jagen. Terwijl de financiële markten bloeien blijft de ‘echte’ economie achter. Groei stagneert en investeringen blijven uit. Erger nog: verschillende economieën dreigen in een recessie te geraken. Vertraagde groei en groeiende schulden Zo concludeert het IMF met betrekking tot de laatste helft van 2018: “Na sterke groei in 2017 en begin 2018 vertraagde de wereldwijde economische bedrijvigheid met name in de tweede helft van vorig jaar.” De groei van heel Europa wordt dit jaar (2019) op een magere 1,3% geschat. Voor Duitsland wordt een groei van slechts 0.8% verwacht. Dan doet Frankrijk, ondanks de protesten van de Gele Hesjes, het beter met een verwachte groei van 1,3%. De economie van Italië staat in 2019 met een voorspelde groei van 0,1% vrijwel stil [efn_note] https://www.imf.org/en/Publications/WEO/Issues/2019/03/28/world-economic-outlook-april-2019 [/efn_note]. Maar voor het wereldwijde bedrijfsleven stelt het IMF: “Balansen lijken sterk genoeg om een bescheiden economische vertraging of een geleidelijke aanscherping van de financiële omstandigheden aan te kunnen. Het algehele schuldniveau en het nemen van financiële risico's zijn echter toegenomen, en de kredietwaardigheid van kredietnemers is verslechterd (…) Een aanzienlijke neergang of een sterke aanscherping van de financiële voorwaarden kan leiden tot een herziening van de rente en kredietrisico's, en de capaciteit van bedrijven om schulden terug te betalen onder druk zetten.” En zo worden de onvermijdelijke tegenstellingen binnen het beleid duidelijk. “Mochten de monetaire en financiële voorwaarden langer soepel blijven, dan zal de schuld waarschijnlijk op middellange termijn blijven stijgen als er geen beleidsmaatregelen worden genomen, waardoor het risico van een scherpere aanpassing in de toekomst toeneemt." [efn_note] https://www.imf.org/en/Publications/GFSR/Issues/2019/03/27/Global-Financial-Stability-Report-April-2019#sum [/efn_note] Niet alleen de schulden van het bedrijfsleven blijven stijgen. Ook die van overheden en huishoudens nemen jaar na jaar toe en hebben allang het niveau van voor de laatste crisis overtroffen. Dansen op de rand van de vulkaan Een ander teken aan de wand is bijvoorbeeld de zogenaamde omgekeerde rentecurve. Normaal is de rentevoet voor het lenen van geld voor één of twee jaar lager dan het tarief voor het lenen gedurende tien jaar om voor de hand liggende redenen (de geldschieter wordt sneller terugbetaald). Dus de rentecurve tussen de tienjaarsrente en de tweejaarlijkse rente is normaal gesproken positief (zeg 4% vergeleken met 1%). Maar bij een dreigende recessie stijgt de korte rente boven de rente op langere termijn, omdat de risico’s op korte termijn hoger worden ingeschat. Wanneer dat gebeurt, duidt het bijna altijd op een recessie binnen een jaar. En dat moment nadert [efn_note] https://thenextrecession.wordpress.com/2018/08/26/the-feds-star-gazing/ [/efn_note]. We dansen dus op de rand van de vulkaan. Gods werk en massavernietigingswapens Tijdens de vorige crisis moesten de banken door de staten gered worden. De staten, die eerder van rechts tot links ongeschikt verklaard werden om het geglobaliseerde kapitalisme met zijn financiële sector te temmen, moesten diezelfde financiële sector nu redden. Banken herinnerden zich opeens dat ze de nationale trots waren en hielden hun hand op. Nationaal zijn was weer iets om trots op te zijn. Globalisme? Nu even niet. De banken moesten gered worden omdat ze allemaal tot over hun oren in giftige derivaten handelden. Deze derivaten zijn afgeleide financiële producten die gebaseerd zijn op een onderliggende waarde. Ze worden hoofdzakelijk gebruikt om risico’s af te dekken of om mee te speculeren. Vooral het laatste werd op grote schaal gedaan. Met de botte eerlijkheid van de reactionair noemde de bekende belegger Warren Buffet derivaten ‘financiële massavernietigingswapens.’ Op steeds meer onderliggende waarden werden derivaten gevestigd en in steeds ingewikkelder constructies. Zo ingewikkeld dat bankiers achteraf zelf niet goed wisten waar ze mee bezig waren. Maar volgens Lloyd Blankfein, het hoofd van de bank Goldman Sachs, deden ze ‘Gods werk.’ Gods werk betrof regelrechte fraude, belastingontduiking, witwassen van Mexicaans drugsgeld, bedrog, dubbele boekhoudingen, manipuleren van de rente (fraude met de Libor en Euribor) [efn_note] Libor is de London Interbank Offered Rate, de gemiddelde referentierentevoet waartegen een selectie van banken op de Londense geldmarkt elkaar leningen verstrekt voor een bepaalde termijn. De looptijd van deze interbancaire leningen ligt tussen een dag en twaalf maanden en wordt voor tien verschillende valuta's gegeven. Euribor is een afkorting van Euro Interbank Offered Rate. Euribor is het rente tarief waartegen een groot aantal Europese banken elkaar leningen in euro's verstrekken. [/efn_note], wisselkoersen (de London fix) en zelfs ethanolprijzen, BTW-fraude, handel met voorkennis, renteswaps, waardoor je meer rente moet betalen als de rente daalt, enz. “In de wereld van de haute finance is het hopeloos misgegaan”, constateerde Steven Maijoor, voorzitter van de Europese financiële toezichthouder ESMA in 2015 ondanks een jarenlange stroom van financiële regelgeving [efn_note] https://www.ftm.nl/artikelen/41615?share=1 [/efn_note] Kosten bankenredding Het IMF berekende in 2012 dat ongeveer $ 1,7 triljoen (!) [efn_note] 1.700.000.000.000 of duizendzevenhonder miljard dollar [/efn_note] rechtstreeks door belastingbetalers in de ontwikkelde economieën was uitgegeven om de banksector tijdens de financiële crisis te redden. Tot 2012 (vijf jaar na de crisis) was slechts 914 miljard euro teruggevorderd door de verkoop van activa en andere inkomsten van de banken die zijn gered. Dus 7% van het wereldwijde bruto binnenlands product (bbp) van 2012 is gebruikt en slechts 3,7% van het bbp is teruggevorderd. Alleen in de VS heeft de belastingbetaler bijna zijn geld terug (4,2% van het BBP, te vergelijken met 4,8% van het BBP, het geld uitgegeven voor de redding ('bailout')  van de banken). In de meeste andere economieën is het herstelpercentage na vijf jaar minder dan 25%. [caption id="attachment_17107" align="aligncenter" width="550"] De bedragen uitgegeven voor de redding van de banken als percentage van het bbp (blauwe balken) vergeleken met wat overheden daarvan gerecupereerd hadden in 2012 (oranje balken). Alleen in het geval van de Verenigde Staten was de teruggave min of meer rond; in de meeste andere landen was het nog geen kwart. Bron: Fiscal Monitor, IMF, geciteerd in Michael Roberts[/caption]   Het is duidelijk dat veel belastinggeld nooit meer terugkomt. Toch verkochten regeringen bij de eerste gelegenheid de banken, zelfs wanneer het een verlies opleverde. Links en de banken Het verkiezingsprogramma voor de Europese verkiezingen [efn_note] Ofschoon de Europese verkiezingen voorbij zijn en deze verkiezingen voor de SP op een drama zijn uitgelopen, mag je verwachten dat deze programma’s de komende vijf jaar leidraad voor beleid zullen zijn, zowel voor Europa als voor Nederland. [/efn_note] van Groenlinks  wil de macht van de banken aan banden leggen. Zo moeten grote banken en financiële bedrijven worden opgeknipt en er moet een scheiding komen tussen banken met een nutsfunctie en zakenbanken. De PvdA wil dat de ‘banken zo snel mogelijk hun risicovolle zakenbankactiviteiten afscheiden van hun “nutsactiviteiten.” Maar wat lost het opknippen van banken op als het banksysteem zo verbonden is in een spinnenweb van betaalstromen en wederzijdse afhankelijkheid dat mensen en bedrijven over de hele wereld met elkaar verbindt. Als de één omvalt zullen anderen als dominostenen volgen. Banken moeten minder risico’s nemen en hogere buffers opbouwen, volgens Groenlinks. De PvdA wil dat de ‘financiële buffers van banken geleidelijk omhoog gaan naar 10 procent van het kapitaal.’ Volgens de ECB is de veiligheid al geregeld! Bij de ‘stresstest’ in 2018 zijn alle 33 deelnemende banken onder toezicht van de ECB 'geslaagd'; ze vertegenwoordigen 70% van de bankactiva in het eurogebied. Danièle Nouy, voorzitter van de raad van toezicht van de ECB verklaarde: "De uitkomst bevestigt dat deelnemende banken beter bestand zijn tegen macro-economische schokken dan twee jaar geleden. Dankzij ons toezicht hebben banken ook aanzienlijk meer kapitaal opgebouwd, terwijl ze ook niet-renderende leningen hebben teruggedrongen en onder andere hun interne controles en risicobeheersing hebben verbeterd." NRC constateerde: ”Hoewel de EBA geen officieel doorslaggevend cijfer geeft voor ‘geslaagd’ of ‘gezakt’, schrijft persbureau Reuters dat banken volgens analisten in de gevarenzone zitten wanneer ze bij de test 5,5 procent of minder scoren. Dan kunnen toezichthouders ze dwingen om meer kapitaal te vergaren of risicovolle activa te verkopen. Geen van de onderzochte banken valt in die groep.” Wat onvermeld wordt in deze juichende verhalen over de stresstests is dat de banken zelf hun activa mogen inschatten volgens verschillende gradaties. Zij gebruiken daar interne en buitengewoon ingewikkelde modellen voor die ze zelf bouwen. Wanneer deze modellen niet het gewenste beeld geven worden ze aangepast, wat deze onderzoekers betitelen als “Modelling your stress away”. Met andere woorden, de risico’s blijven aanzienlijk en de buffers twijfelachtig. Winst en bonussen gaan altijd voor Voorts wil Groenlinks ‘met strenge regels voorkomen dat banken teveel risico’s nemen en de financiële markten zeepbellen creëren.’ Meer en strengere regels zijn beter dan de neoliberale regels van de afgelopen jaren, maar meer en strengere regels zijn ook duur, inefficiënt en bureaucratisch. Voor de controle op uitvoering van de neoliberale marktregels zijn al blikken vol dure financiële toezichthouders opengetrokken, laat staan voor meer regels. Achteraf hebben de toezichthouders overwegend gefaald. Meer regels en het opsplitsen van banken zal ze niet laten werken in het belang van de economie. Winst voor de aandeelhouders en bonussen voor de topbestuurders zal het belangrijkste motief blijven. De bittere waarheid is dat banken de regels zullen blijven ontduiken en dat ze, tien jaar na de crisis en hun redding, dat nog steeds doen. De Socialistische Partij (SP) wil de macht van de financiële sector ‘onherroepelijk’ verkleinen, beperkingen aan het kapitaalverkeer opleggen, een transactiebelasting op flitskapitaal en de macht van de ECB beperken. Banken moeten ‘verplicht gesplitst worden in speculatieve zakenbanken en banken voor sparen en krediet (nutsdeel).’ De SP wil de mogelijkheid hebben om banken te nationaliseren; ‘misschien wel een van de beste manieren om een volgende bankencrisis te voorkomen.’ Linkse voorstellen ter beteugeling van de banken volstrekt onvoldoende De maatregelen die de linkse partijen voorstellen ter beteugeling van de banken zijn weliswaar goedbedoeld, maar volstrekt onvoldoende. Voor zover zij in het verleden zijn toegepast werd het omzeilen ervan oogluikend toegestaan, vergoelijkt en door economen zelfs gerechtvaardigd. Als het tot een crisis komt wordt links steeds weer overrompeld door de druk en chaos van het moment en gaat ze dikwijls akkoord met maatregelen die de werkende bevolking treffen en de bankmanagers en crediteuren buiten schot laten. Tijdens een crisis worden banken slechts tijdelijk genationaliseerd om ze te redden van de ‘markt’ om ze daarna zo snel mogelijk met verlies aan diezelfde markt te verkopen. Zelden wordt de vraag gesteld waarom het eigenlijk altijd zo fout gaat met de banken. En hebben banken maatschappelijk wel een toegevoegde waarde? In een volgend artikel meer daarover.  

Aanklacht wegens misdaden tegen de mensheid aan adres van EU

Tue, 06/04/2019 - 16:01

Een aantal ervaren juristen hebben gisteren (3 juni) bij het Internationaal Strafhof in Den Haag een klacht ingediend tegen de EU en verschillende grote lidstaten (Frankrijk, Duitsland, Italië) die ze verantwoordelijk achten voor de dood van 12.000 migranten die via de Middellandse Zee Libië probeerden te ontvluchten. In een 245 pagina’s tellend document klagen ze de Europese afschrikkingspolitiek aan “die er blijkbaar op gericht was om het leven van migranten in moeilijkheden op zee op te offeren met de enige bedoeling om anderen in gelijkaardige omstandigheden te ontraden om een veilig onderkomen te zoeken in Europa.” De indieners baseren hun aanklacht van ‘misdaden tegen de mensheid’ onder andere op interne documenten van Frontex, het EU-agentschap dat instaat voor de grensbewaking. Ze beschuldigen de EU ervan “om ten koste van alles de migratiestromen uit Libië tot stilstand te willen brengen, en in plaats van te zorgen voor veilige redding en ontscheping zoals de wet het voorschrijft, voert de EU een beleid van gedwongen overbrenging naar concentratiekamp-achtige detentiecentra [in Libië] waar afschuwelijke misdaden worden begaan.” Geen kleinigheid voor een winnaar van de Nobelprijs voor de vrede... Bron: The Guardian, 3 juni 2019

Meer details over de ontwikkelingen in Barcelona

Mon, 06/03/2019 - 14:23

Dit artikel geeft een gedetailleerd overzicht van de ontwikkelingen in Barcelona nadat Barcelona en Comú de verkiezingen nipt verloor. Het gaat meer bepaald in op de spanningen tussen de nationale en de sociale kwestie, en wat dat met zich meebrengt aan partijpolitieke verschuivingen en spelletjes. Maar het schuift ook een andere hypothese naar voor voor het (licht) verlies van Barcelona en Comú, waardoor de burgemeesterssjerp verloren ging: de spanning tussen hoge doelstellingen en wat je kan waarmaken. Die spanning speelt,ook al kan je op zich een mooie balans presenteren, aldus de auteur. (fs)

Wolfgang Streeck over Europese balans radicaal links

Mon, 06/03/2019 - 13:55

Wolfgang Streeck schreef op Jacobin een interessante balans van de Europese linkerzijde in de recente verkiezingen. Zijn bijdrage geeft een goed beeld van het debat binnen Die Linke, en meer bepaald van de stemmen die meedenken met Sahra Wagenknecht.
Toch heeft zijn bijdrage ook een hoog I told you so gehalte, met weinig oog voor nieuwe ontwikkelingen. Zo wordt de stijgende populariteit van de EU herleid tot de leefwereld van kosmopolitische yuppen, met totaal geen aandacht voor recente ontwikkelingen zoals de groeiende mondiale instabiliteit, handels- en echte oorlogen… Opvallend is dat uit een kiezersonderzoek bleek dat veel Duitse kiezers wantrouwend staan tegenover andere grootmachten, waarbij het wantrouwen tegenover de USA groter is dan het wantrouwen tegenover Rusland en China! Dat speelt zeker mee in de groeiende populariteit van de EU.
Bovendien schrijft Streeck erg idyllisch over de democratie in de natiestaat. Een aantal van zijn argumenten houden zeker steek, maar als je alle problemen met een “nationale” strategie wegpoetst krijg je ook geen geloofwaardig alternatief. (fs)

Resultaten Die Linke

Sun, 06/02/2019 - 21:36

door Frank Slegers 2 juni 2019   Het Duitse Die Linke lijkt soms wel een tegenpool van de Nederlandse SP: sterk pro-EU, open voor vluchtelingen en migranten. Maar ook Die Linke deed het niet goed in de Europese verkiezingen. Die Linke zakt van 7,4 naar 5,5 procent, de eerste keer dat het landelijk een vijf voor de komma scoort. Dat is meer dan een psychologische drempel, want in nationale verkiezingen geldt een kiesdrempel van 5 procent. Laten we eerst wat details geven over de score van Die Linke. De partij verliest in alle leeftijdsgroepen, behalve opmerkelijk bij vrouwen tussen 18 en 25 jaar. Zij scoort boven gemiddeld bij werklozen, mensen die de eigen economische positie als slecht ervaren, en niet-christenen. Zij scoort ook goed bij vakbondsleden. Zij scoort bijzonder slecht bij ambtenaren, zelfstandigen, katholieken, en – weer opmerkelijk - mensen met een lage opleiding. De verliezen zijn het grootst in het oostelijk deel van Duitsland, met name Thuringen en Saksen-Anhalt, al scoort zij in de regel nog steeds beter in het oostelijk dan in het westelijk deel van Duitsland. Maar hoe dus het verlies te verklaren? We zetten een aantal factoren op een rijtje die we vonden bij het grasduinen in de eerste reacties in en rond Die Linke. Europa... Door de grote partijen en de media werden de inzet van deze verkiezingen geframed als een dreigende catastrofe: populisten stonden op het punt de Europese Unie te destabiliseren en onbestuurbaar te maken. Daardoor steeg de deelname aan deze Europese verkiezingen sterk, van 48,1 procent in 2014 naar 61,4 procent in 2019 (een trend eveneens in de rest van de EU). Bovendien verklaarde 69 procent van de kiezers deze verkiezingen belangrijk te vinden, tegen maar 48 procent in 2014. Het blijkt dat veel kiezers zich vooral zorgen maken over de toenemende spanningen in de wereld, en de EU zien als een soort schild. Zij zijn volgens de peilingen met een duidelijke meerderheid voorstander van een Europees leger. Rond andere aspecten van het Europees beleid zijn de kiezers meer verdeeld: Europese belastingen of niet, de grenzen van de EU beter afschermen tegen immigratie of niet, de EU bemoeit zich met te veel zaken of niet, over al dergelijke vragen zijn de kiezers verdeeld. De verkiezingen gingen ook niet over dergelijke vragen. In de aanloop naar de verkiezingen was het debat sterk gepolariseerd “voor of tegen” de EU. Wat je dan ging doen in Europa raakte ondergesneeuwd. Deze framing heeft gewerkt in die zin dat het extreemrechtse eurosceptische AfD werd afgeblokt: vergeleken met de laatste landelijke verkiezingen verliest zij zelfs licht, en de opgaande schwung lijkt gebroken. Van de 20 procent die zij zichzelf begin dit jaar voorspiegelde schiet niets over. Die Linke en de EU Maar deze polarisatie heeft ook Die Linke stemmen gekost. Zij heeft een sterk pro-Europees profiel, maar niet zo sterk als bijvoorbeeld dat van de Groenen. Als je dan toch pro-Europa wil stemmen, kan je best voor een grotere partij stemmen. Dat Die Linke andere plannen heeft in Europa dan de Groenen of de SPD kwam niet uit de verf. Die Linke stelde bijvoorbeeld dat de Europese Verdragen moeten gewijzigd worden indien men daadwerkelijk een koerswijziging wil in de EU, maar dat werd niet echt gehoord. Kritische stemmen voegen daar aan toe dat het verhaal van Die Linke over een “sociaal Europa” op zich ook niet geloofwaardig was. Een Europese verdragswijziging ligt bijvoorbeeld ver achter de horizon van de mogelijkheden, aldus deze stemmen, en Die Linke overtuigde dus niet dat dit een reëel perspectief was. Geloofwaardiger is misschien te zeggen dat je niet zal gehoorzamen aan Europese wetten en bevelen wanneer die een koerswijziging ten goede in Duitsland onmogelijk maken. Bovendien bakt Die Linke in Europa nog steeds zoete broodjes met het Syriza van Alexis Tsipras dat capituleerde voor het Europees soberheidsbeleid. Een kritische balans van de Griekse crisis ontbreekt. Hoe geloofwaardig ben je dan met je sociaal verhaal? Het lijkt erg op de fameuze 1 mei-toespraken van de Belgische sociaaldemocraten: het socialisme wordt even afgestoft voor een feestelijke toespraak, en de dag daarna gaat men over tot de orde van de dag. Klimaat Milieu en klimaat speelden wel een belangrijke rol in deze verkiezingen, naast het “voor of tegen de EU”. De scholierenstakingen en andere grote mobilisaties zijn daar natuurlijk niet vreemd aan. Half mei werd een rondvraag georganiseerd welke thema’s de kiezers doorslaggevend bevonden voor hun stem. Daarbij konden zij verschillende thema’s aanduiden. Het klimaat was de grootste stijger: 48 procent vond dit belangrijk, een stijging van 28 procent! Andere thema’s in volgorde van belangrijkheid: sociale zekerheid 43 procent (-5), vrede 35 procent (-7), migratie 25 procent (+12) en de economie 19 procent (-5). Het zal je niet verbazen dat de Groenen volgens peilingen het meest geloofwaardig waren inzake milieu en klimaat, terwijl Die Linke toch vooral als competent ervaren wordt inzake sociale rechtvaardigheid, en daarnaast inzake migratie. Maar als je vraagt welke kiezers zich het meeste zorgen maken over de negatieve gevolgen van het klimaat, dan staat Die Linke wel bovenaan. Bernd Riexinger, één van de twee voorzitters van Die Linke, stelt in een eerste balans vast dat maar twee procent van de kiezers Die Linke competent acht inzake klimaat. Daarom moet volgens Riexinger Die Linke hard gaan werken om sociale rechtvaardigheid en klimaatbeleid als twee vanzelfsprekende speerpunten te zien, en inzake klimaat geen “ja, maar…” verhaal te vertellen. Richtingenstrijd Volgens diezelfde Riexinger heeft de maandenlange richtingenstrijd in de schoot van Die Linke, die gepaard ging met de nodige persoonlijke spanningen, de partij ook geen goed gedaan (Wagenknecht, Aufstehen,…). Met name het migratiestandpunt stond ter discussie. Daardoor kregen de Groenen in deze Europese verkiezingen het monopolie als partij met een open wereldblik en alternatief voor het AfD. Wie tegen het AfD wilde stemmen stemde groen. De positieve trend in de ledenaantallen en de electorale vooruitzichten na de laatste landelijke verkiezingen voor Die Linke braken door de interne spanningen af, en de leden werden onzeker. Nuttig stemmen? Ook Katja Kipping, de andere medevoorzitter van Die Linke en een tegenpool van Sahra Wagenknecht, kwam snel met een reactie. Zij legt er de nadruk op dat Die Linke meer een relevante partij moet worden. Daarvoor verwijst zij naar de goede uitslag van Die Linke in de deelstaat Bremen, waar Die Linke voor het eerst in westelijk Duitsland met twee cijfers voor de komma eindigde, terwijl die dag de Europese uitslag er niet veel beter was dan elders. Europees heeft Die Linke inderdaad een relevantie-probleem (zie hoger). Dat blijkt ook uit het feit dat Die Linke relatief veel verliest aan kleine partijen, omdat er in tegenstelling tot landelijke verkiezingen geen kiesdrempel is. Zonder kiesdrempel is een stem voor Die Linke blijkbaar niet “nuttiger” dan voor deze kleinere partijen. Dat zie je bij de kiezers van Die Linke. Zowat 56 procent van de kiezers van Die Linke staat nu positief tegenover het EU-lidmaatschap, dat is een stijging van 23 procent. Hun mening over Europese kwesties wijkt op veel punten niet betekenisvol af van de gemiddelden, ook niet over het Europees leger bijvoorbeeld. Maar dat betekent niet dat zij gaan stemmen! Van de kiezers van Die Linke vond maar de helft deze verkiezingen erg belangrijk, minder dan van eender welke andere partij. Kiezers van Die Linke vonden ook meer dan de andere dat vooral Duitse thema’s belangrijk waren, niet de Europese. Het is een vast patroon dat Die Linke bij Europese verkiezingen aanzienlijk lager scoort dan bij landelijke, omdat haar kiezers veel meer dan die van de andere partijen dan thuis blijven. Hoe in de volgende verkiezingen voor de bondsdag dan wel relevant worden? Voor  politiek klimaat in Duitsland gunstig hebben beïnvloed, zoals de klimaatstakingen, de solidariteit met reddingsoperaties op de Middellandse Zee, of bewonersacties rond de woonproblematiek. Daarop steunend moet Die Linke zich richten naar SPD en Groenen met het voorstel te bouwen aan een linkse meerderheid die het land de andere kant uitstuurt. Daarmee lijkt het debat in de schoot van Die Linke geopend. Allicht is er nog wat tijd voor dat debat, want gelet op haar dramatische electorale resultaten lijkt het niet waarschijnlijk dat de SPD snel een einde maakt aan haar lopende regeringscoalitie met de CDU/CSU om snel weer voor de kiezer te verschijnen. Het debat is ook niet eenvoudig. Gans de linkerzijde in Europa worstelt momenteel niet alleen met de relatie met de EU, maar ook met hoe je in de samenleving andere meerderheden opbouwt en hoe je in dat kader omgaat met de politieke macht.

Pages