Pensioendebat FNV kan een keerpunt zijn

De uitwerking van het pensioencontract dat nu ter discussie voorligt aan het ledenparlement van de FNV dat hierover op 4 juli opnieuw vergadert, komt niet overeen met de oorspronkelijke inzet in 2019 van de FNV. In juni van dat jaar werd immers een Pensioenakkoord afgesloten, na een referendum waaraan ruim 370.000 leden hadden deelgenomen. Nooit eerder hadden er zoveel vakbondsleden aan een referendum meegedaan. Daarvan zei ruim 75% ja tegen de compromissen die in dat akkoord zaten. En daarmee werden zij een feit. Nu is er veel te doen over de uitwerking van die afspraken van een jaar geleden. In de commentaren wordt nogal eens verwezen naar de inzet van vóór het akkoord van 2019. Het is duidelijk dat velen het nog steeds lastig vinden om de compromissen van toen te accepteren. Toch denken wij dat het beter is om het verlies te nemen. Streven naar een nieuwe agenda rondom de pensioenen kan meer perspectief bieden door aansluiting te zoeken in de huidige crisistijd bij de jongere generaties.

Het huidige pensioencontract is het resultaat van de acties van 2018 en 2019. Er is toen actiegevoerd omdat de pensioenleeftijd hard zou gaan stijgen wat voor menigeen een hard gelag is. De pensioenen worden al 12 jaar niet geïndexeerd waardoor er een inkomensverlies van zo’n 20% is opgetreden voor gepensioneerden. Bovendien bouwen mensen met een precair arbeidscontract veel te weinig pensioen op. Met 40% van de werkende bevolking in zo´n situatie, de zogenaamde flex-abeiders kun je niet vol blijven houden dat we het beste pensioenstelsel hebben. Ook al is de situatie in een aantal van de ons omringende landen slechter dan bij ons. De tegenstanders van de vakbeweging, de overheid en de werkgevers, waren niet bereid de vakbeweging in alles tegemoet te komen. Er werden dus compromissen gesloten. Immers de vakbeweging bleek niet in staat voldoende vakbondsmacht te ontwikkelen om meer voor elkaar te krijgen.

Beoordeling nieuw contract

Het nieuwe contract is gebaseerd op solidariteit en op collectiviteit en is verplicht voor alle arbeiders die onder de werking van een pensioenfonds vallen. Ingelegde premies worden collectief belegd. In het nieuwe contract gaan flex-arbeiders veel eerder pensioen opbouwen.  Zo gaan mensen die bij een uitzendbureau werken al na één maand pensioen opbouwen. En er kan eindelijk weer geïndexeerd worden, omdat de rekenrente is verdwenen als sturingsmechanisme. De rendementen op de vermogens zijn bij de situatie van een nieuw contract inzetbaar hiervoor. Daarnaast komt er een solidariteitsfonds om schokken van mogelijke tegenvallers op te vangen. Hierbij zou de inzet van de FNV kunnen zijn dat dit fonds voor alle pensioenfondsen kan worden gehanteerd. Daarnaast dat de verschillende regelingen in de pensioenfondsen veel meer op elkaar worden afgestemd, zodat bij een nieuwe baan de overstap naar een ander fonds gunstiger uitpakt.
De groep oudere deelnemers die als gevolg van de afschaffing van de doorsneesystematiek een te lage premie hebben ingelegd in hun eerdere werkzame leven worden gecompenseerd zodat zij toch een volwaardig pensioen opbouwen.
De huidige zogenaamde “pechgeneratie” van gepensioneerden ontvangt nu al zo’n 20% minder pensioen door het achterwege blijven van de indexatie in de afgelopen 12 jaar. Deze achterstand zou onder het oude contract door blijven stijgen. In het nieuwe akkoord zal dat in ieder geval stoppen in 2026 of eerder en dat is afhankelijk wanneer per pensioenfonds de overgangsfase is afgerond. Tijdens deze overgangsfase zal nieuwe wetgeving tot stand komen en zijn er bij de verschillende pensioenfondsen nog diverse hobbels te nemen die nu nog niet helemaal te overzien zijn. Er zullen ongetwijfeld nog verschillende momenten komen waar de inzet van de vakbeweging noodzakelijk is. Een belangrijk aandachtspunt is het risico van de aandelenkoersen waarvan de indexatie van de pensioenen afhankelijk wordt, maar dat geldt ook voor het oude contract. Tegelijk is de compensatie voor de huidige gepensioneerden van groot belang. De 1800 miljard aan vermogen bij de pensioenfondsen is enerzijds door succesvol beleggen én anderzijds door het achterwege blijven van de indexatie zo snel gegroeid.

Mogelijkheden voor arbeiders in zware beroepen om eerder te stoppen met werken 

Voor de overgangsfase is overeengekomen dat 3 jaar eerder stoppen voor de zware beroepen mogelijk zal worden. De Stichting van de Arbeid heeft de opdracht gekregen om dit te coördineren. De fiscale boete, die moest voorkomen dat mensen via een collectieve regeling met hun baas eerder kunnen stoppen, is voor het AOW-deel (ongeveer 21.000 euro per jaar) in de overgangsfase van tafel. Voorwaarde is dat aanvragen worden ingediend door sociale partners, dus werkgever én vakbonden in een bedrijf of sector. Daarmee wordt bereikt dat zij het eens moeten zijn over welke beroepen als zwaar worden aangemerkt. Het subsidiebedrag van de overheid om knelpunten bij de financiering hiervan op te lossen is verhoogd van 400 naar 750 miljoen. Het verschil in salaris en productiviteit van een oudere werknemer en een nieuwe jongere die ter vervanging aangenomen moet worden is één bron van financiering. Dat verschil is namelijk aanzienlijk. Dus salarisverschil plus de mogelijke subsidie en eventueel aanvullende cao-afspraken moeten voldoende financiering opleveren om als het ware het AOW deel van het pensioen van een arbeider in een zwaar beroep 3 jaar naar voren te trekken.

Nieuwe wetgeving om eerder te stoppen met werken

Wat na de overgangsfase? Er is afgesproken met werkgevers en overheid om gezamenlijk een onderzoek uit te voeren naar de mogelijkheden om iedereen na 45 jaar werken recht op AOW te geven. Daarbij hoort dat de opbouw van een volwaardig pensioen in 42 jaar moet kunnen worden gerealiseerd. Het resultaat van het onderzoek en de onderhandelingen hierover, gaat naar de tweede kamer voor wetgeving. Het moet over maximaal 5 jaar ingaan. Dit kan betekenen dat iemand die op zijn 15de gaat werken op zijn 60ste als gepensioneerde kan stoppen en dan ook AOW gaat ontvangen. Er is nog discussie onder welke voorwaarden dat van toepassing is. Voor vrouwen die onderbrekingen door zwangerschap hebben en door dure kinderopvang thuis blijven om voor hun kinderen te zorgen ligt de situatie bijvoorbeeld anders. Hoe ga je daar mee om? En hoe ga je om met iemand die een paar jaar naar het buitenland is geweest? En kan het arbeidsverleden van iedereen worden bewezen?
Al met al ingewikkelde problematiek die veroorzaakt is doordat de pensioengerechtigde leeftijd is verhoogd en collectieve regelingen voor vervroegd uittreden zijn afgeschaft aan het begin van deze eeuw. We zitten nu helaas opgescheept met compromissen.

Ten opzichte van de huidige situatie is de uitwerking van het pensioenakkoord van 2019 in ieder geval een verbetering te noemen. Tegelijkertijd ondervindt het akkoord kritiek en terecht. De inzet van de vakbeweging is jaren geleden al geformuleerd, maar heeft in het verzet, waaronder grote stakingen in het openbaar vervoer met steun van de bevolking echter onvoldoende aansluiting bij mensen op de werkvloer opgebouwd, die de gevolgen van de flexibilisering ondervinden met name onder de jongere generaties. De FNV als geheel is al jaren zeer aarzelend in de heropbouw van de vakbondsmacht op de werkvloer, waar tenslotte de kracht en de macht ligt van de vakbeweging. Daarin overigens ernstig gehinderd door een verzwakt links (PvdA, SP en GroenLinks) in het parlement en door de opkomst van extreemrechts.

De vakbeweging is daardoor in het verleden veel te snel akkoord gegaan  met het verhogen van de pensioenleeftijd. Vergrijzing van de bevolking zou de AOW onbetaalbaar maken voor de overheid en de belastingbetaler. We moeten echter constateren dat de vergrijzing realiteit is, maar dat dit niet betekent dat voor oudere werkenden de kwaliteit van leven gelijke tred houdt met de gegroeide levensverwachting. Deze is gegroeid aan de ene kant door verlaging van de kind sterfte en aan de andere kant doordat velen van ons langer blijven leven door verbeterde gezondheidszorg. Maar na een periode van kankerbehandeling of Corona behandeling is de terugkeer naar je werk geen gemakkelijk traject. De kwaliteit van leven krijgt dan een forse deuk.

Nieuwe pensioenagenda

De komende tijd kan de FNV ook gebruiken om tijdens de overgangsfase een nieuwe agenda te formuleren waarbij twee elementen volgens ons een belangrijke rol kunnen gaan spelen.

AOW leeftijd omlaag en mensen met zwaar werk eerder stoppen

Dit kan een herverdelend effect op de arbeidsmarkt hebben en voor jongere werklozen perspectief bieden. Door de huidige crisis is een nieuwe situatie ontstaan. Er dreigt een massawerkloosheid vooral onder grote groepen jongeren, vrouwen en mensen met een migratieachtergrond.
Herverdeling van de arbeid is sowieso een noodzaak zeker in de huidige crisis. Er is al afgesproken tussen alle partijen een studie te doen naar de mogelijkheid om iedereen na 45 jaar werken met AOW te laten gaan. Dat biedt vooral voor arbeiders met een lagere opleiding kansen, want zij beginnen meestal op jongere leeftijd te werken en komen vaker in een zwaar beroep terecht.

De AOW-uitkering omhoog

De campagne Voor 14 moet centraler komen te staan in het hele vakbondswerk van de FNV. Met een stijging van het minimumloon gaat de AOW mee omhoog en datzelfde zal ook voor de uitkeringsgerechtigden gelden. Op naar een fundament van inkomenszekerheid voor iedereen.
Kortom de AOW-leeftijd omlaag, de AOW-uitkering omhoog.

Veranderde samenstelling van de arbeidersklasse

De arbeidersklasse is grotendeels veranderd de afgelopen jaren. De oudere generatie bestaat uit vele arbeiders, die zwaar lichamelijke arbeid hebben verricht in onder meer de industrie, transport, bouw en zorg. De huidige arbeidersklasse is nog meer gelaagd en kun je grofweg indelen in twee lagen van ieder ongeveer 50% van de werkende bevolking. Een laag van meer geprivilegieerde arbeiders die goed opgeleid zijn en sociaal een goede status hebben, en een grote groep flex-arbeiders waaronder uitzendkrachten, ZZP’ers en mensen met een 0-uren contract met veel minder status en waardering.

De huidige arbeidsmarkt heeft te maken met de heftige schokken van de crisis die voorlopig niet over zal zijn. Massawerkloosheid is desastreus voor het leven van mensen en zal op tal van maatschappelijke en politieke terreinen groot effect hebben.
De onderkant van de arbeidsmarkt is daarbij enorm van belang en is de laatste jaren enorm uitgedijd en steeds precairder geworden. Vooral vrouwen, mensen van kleur, jongeren en migranten zijn hiervan de dupe. Zijn zij de AOW’ers van de toekomst en (als we niet uitkijken) ook de armen van de toekomst? En zullen zij in hun leven permanent te maken hebben met veel slechtere arbeidsvoorwaarden en lage inkomens?

Aansluiting vinden bij jongeren

De protesten van vorig jaar en dit jaar die te maken hebben met de rechten van vrouwen, klimaatverandering en racisme laten zien dat vele jongeren de bereidheid hebben om in beweging te komen. Vele jongeren hebben aan al deze protesten meegedaan. De antiracisme protesten zijn heel divers qua sociale gelaagdheid. Deze protesten zullen ongetwijfeld gevoed zijn door de onzekere situatie van de economische crisis en de coronacrisis.
De FNV moet proberen aansluiting te vinden bij deze nieuwe groepen die in beweging zijn gekomen. Daar ligt ook voor de vakbeweging de toekomst.

Lot en Rob zijn als kaderlid actief in de FNV en schreven dit artikel op persoonlijke titel.

Dossier
Soort artikel

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
pagetoptoptop