Borderless

14 August 2018

‘Al ga je eraan kapot’

Wie aan Kees Koning denkt, die denkt aan een zwaar bebrilde, wild behaarde en bebaarde, oudere man die met een bijl op straaljagers inhakt. Zo’n man was Kees Koning. Een belangrijk motto van hem was: ‘Niet het slopen van wapentuig is misdadig, maar de produktie ervan!’ In 1996 overleed hij op 64-jarige leeftijd. Onlangs is van de hand van Gerard van Alkemade een biografie over hem verschenen onder de titel Al ga je eraan kapot! In 280 bladzijden, met veel foto’s, wordt de levensloop van Kees Koning beschreven. En wordt weergegeven wat hem dreef en waarom hij actie voerde op de manier waarop hij dat deed.

Van militair tot anti-militarist
Kees Koning stamt uit een keurig katholiek gezin. Al op zijn vijftiende verlaat hij het ouderlijk huis om een priesteropleiding te volgen. Na zijn wijding wordt hij aalmoezenier, een katholiek geestelijk verzorger in het leger. De dreiging van een atoomoorlog tijdens de Berlijn-crisis in 1961 zet hem flink aan het denken. Hij begint zich steeds obstinater te gedragen. Wanneer hij in 1967 weigert nog langer militaire onderscheidingstekenen te dragen, kan hij vertrekken.
Terug in de burgermaatschappij komt hij in aanraking met de Emmaus-beweging van Abbé Pierre en maakt een principiële keuze voor de armen en daklozen. Hij wordt actief voor de Wereldwinkel en zet zich in voor een groep woonwagenbewoners nabij Oss. Zelf leeft hij uiterst sober en ‘woont’ in een oude bestelwagen.
Van 1975 tot 1981 is Kees Koning werkzaam voor verschillende katholieke hulpverlenings- en ontwikkelingsorganisaties in India. Bij de allerarmsten. Met landlozen en kleine boeren probeert hij een coöperatie op te richten. De plaatselijke landeigenaren reageren met intimidatie, maar slagen er ook in deelnemers aan de coöperatie voor een habbekrats ‘uit te kopen’. Het project mislukt.
Terug in Nederland betrekt Kees Koning een oude schuur bij de Emmaus-gemeenschap in Eindhoven en helpt hij bij de opvang van daklozen en vluchtelingen. Het is de tijd van heftige protesten tegen kernwapens. Op 29 oktober 1983 demonstreren in Den Haag 550.000 mensen tegen de plaatsing van Amerikaanse kruisraketten in Nederland. Kees is er bij. Hij stort zich in de vredesstrijd. De bijbelse opdracht ‘Smeedt de zwaarden om tot ploegscharen’ inspireert hem. Maar meer nog wordt hij gedreven door de overweging: ‘Per drie seconden laten we een kind sterven. In diezelfde korte tijd geven we 150 duizend gulden aan bewapening uit. Ik wil later niet hoeven zeggen: ik stond erbij en keek ernaar.’

Publieke figuur
Kees Koning wordt een bekende publieke figuur. Hij knipt zich door hekken bij kazernes, slaat met bijlen in op straaljagers, wordt opgepakt, komt voor de rechter. In 1989 gaat hij in hongerstaking uit solidariteit met de Koerden. Een jaar later gaat hij naar Irak uit protest tegen de Golfoorlog. In 1992 loopt hij mee in een Vredesmars door voormalig Joegoslavië, dat dan in een burgeroorlog verwikkeld is. En tussendoor breekt hij in bij legerplaatsen en wapenfabrikanten, wordt gearresteerd, enz. Evenzovele malen verschijnt zijn markante kop, zware bril, wilde haren en baard, in de krant en op tv. Door aanslagen op zijn eenvoudige huisje in 1993 en 1995 laat Kees zich niet afschrikken. Het is een plotselinge hartstilstand die in 1996 een einde aan zijn leven maakt.

Eigengereid
Gerard van Alkemade schrijft met sympathie over de persoon en de standpunten van Kees, die een goede vriend en kameraad van hem was. Gelukkig stijgt hij uit boven het gedweep van Herman Verbeek in het Voorwoord bij dit boek, want daar walmt de wierook vanaf!
Gerard betracht wat meer distantie. Hij heeft zijn bronnen secuur geraadpleegd en doet op basis daarvan vrij zakelijk verslag. Ongetwijfeld zou een andere historicus andere gezichtspunten hebben benadrukt, maar Gerard heeft er geen ‘heiligenleven’ van gemaakt.
Zo wordt duidelijk dat Kees Koning zich aan organisatie soms maar weinig gelegen liet liggen. Bij vergaderingen over de te volgen koers ging hij wel eens ‘een wandelingetje maken’. Om na de besluitvorming vervolgens gewoon zijn eigen kant op te gaan.
Ook voor andere organisaties dan de ‘eigen kring’ had hij een wisselende belangstelling. Het betrekken bij acties van verwante clubs, politieke partijen en vakbonden had voor hem geen hoge prioriteit.
Weliswaar was hij gevoelig voor de publieke opinie, maar niet consequent. Meestal wilde hij met individuele acties wel iets losmaken bij ‘de massa’. Soms echter vatte hij zichzelf op als partizaan en werd het aanrichten van schade belangrijker dan het effect op de openbare mening. Een bedenkelijk hoogtepunt bereikte zijn individualisme toen hij zijn optreden rechtvaardigde vanuit ‘frustratie’ en ‘redding van zijn zelfrespect’. Ook dat is te lezen in het boek van Gerard van Alkemade.
Al ga je eraan kapot! is niet dé geschiedenis van de vredesbeweging. Die pretentie heeft het ook niet. Het is een goed leesbare beschrijving van het leven van een eigengereide en tot veel opoffering bereide vredesactivist.

Al ga je eraan kapot! kost 20 euro. Meer info bij uitgever ‘Papieren Tijger’, 076-5228375.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Geen HTML toegestaan.
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd> <p> <br> <br />
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren