Borderless

25 September 2017

‘Ik stem niet met mijn vagina’

‘I don't vote with my vagina’. Dat zei de Amerikaanse actrice Susan Sarandon op de vraag of ze bij de verkiezingen op een vrouw zou stemmen. Femke Halsema citeert haar in een artikel over 'identiteitspolitiek' in De Groene Amsterdammer van 18 mei 2017. Die 'identiteitspolitiek' is in linkse kringen flink in discussie. Man – vrouw, wit – zwart, homo – hetero, arbeider – kapitalist, waaraan geef je vooral voorrang in de strijd voor jouw belang? Hieronder passeren enkele beschouwingen de revue. 

Om te beginnen bezien we wat Femke Halsema te berde heeft gebracht. Zij heeft haar zienswijze in het debat over 'identiteitspolitiek' gegoten in een lezing die ze onlangs hield voor de Raad voor het Openbaar Bestuur. Wij volgen de bewerking daarvan voor De Groene Amsterdammer.[i] 

Boos en gekrenkt

Femke opent met de aanduiding van de actualiteit van de discussie.
‘In publieke en politieke debatten wedijveren de 'boze blanke man' en de 'zwarte vrouw' in gekwetstheid met elkaar en krijgen de 'wegkijkende elite', de reaguurder', 'de boosneger', de 'bakfietsmoeder' of 'tokkies' de schuld van alle ellende. Iemand die zich als witte, zwarte man, vrouw, Hollander of moslim gekrenkt voelt, vindt daarin de rechtvaardiging om de tegenstander te trakteren op spiegelbeeldige en vernederende typeringen. Er lijkt een wedloop te ontstaan in gekrenkte identiteiten, in publiek breed uitgemeten slachtofferschap dat de opvattingen over maatschappelijke ontwikkelingen verdringt.’ 

Het persoonlijke is politiek

Dan duikt Femke de geschiedenis in.
‘Identiteitspolitiek is geen nieuw fenomeen. Het stamt uit de jaren zestig en zeventig toen de samenleving zich ontworstelde aan de ijzeren greep van standen en de dwingende autoriteit van staat en kerk. (…) Het verschil in kleur of sekse zou niet verdwijnen, maar zou niet meer mogen leiden tot politieke hiërarchie of uitsluiting. Terwijl de persoonlijke identiteit dus werd ingezet als politiek pressie-instrument moest deze uiteindelijk ook zijn politieke betekenis verliezen. (…) Identiteitspolitiek bleek buitengewoon effectief. De zwarte burgerrechtenbeweging in de VS, de vrouwenbeweging wereldwijd en de homobeweging in Amerika en West-Europa boekten grote resultaten in gelijkberechtiging en het afschaffen van discriminerende en beperkende wetgeving.’ 

Belofte niet nagekomen

Femke koppelt daarna de emancipatie van groepen en individuen aan een bredere beweging voor 'spreiding van kennis, macht en inkomen'. En aan een snel toenemende welvaart, waardoor vertrouwen in de toekomst en de verwachtingen daarvan hoog gespannen werden.

‘Alleen is de belofte voor heel veel mensen nooit waargemaakt. Naarmate de jaren vorderden, de jaren zestig en zeventig langer geleden waren, is deze belofte zelfs vals gaan klinken. (…)  Het nog jonge en kwetsbare proces van emancipatie en democratisering kwam tot stilstand voordat het goed en wel gestart was. Sinds de jaren tachtig werd de ongelijkheid tussen mensen langzamerhand weer groter. En dat gold niet alleen voor de verschillen in inkomens maar ook voor het verschil in opleidingsniveau en de toegang tot de macht. (…) Het vooruitgangsgeloof dat de emancipatie van burgers in de jaren zeventig begeleidde is verdampt. De jongeren van destijds, vijftigers en zestigers van nu, geloven niet meer dat hun kinderen het beter kunnen krijgen dan zij. (…) Er is een belofte gedaan en die is niet nagekomen. Dat stemt bitter.’ 

Versterking slachtofferschap en gekwetstheid

Vervolgens zet Femke zich af tegen identiteitspolitiek waar dit mensen terugbrengt tot een beperkt aantal uiterlijke of persoonlijke kenmerken. Daarbij past het citaat van Susan Sarandon. En de opmerking: ‘Het reduceren van mensen tot ras en uiterlijk vertroebelt politieke discussies. (…) De moderne politicus die identiteitspolitiek bedrijft biedt zijn potentiële kiezers geen vergezicht van sociale en culturele stijging en van gelijkberechtiging, maar de zekerheid dat hij de strijd met de 'anderen' aangaat, dat hij de vernedering van zijn achterban met gelijke munt betaalt. (…) Hun identiteit is niet een vaandel waarachter zij trots en zelfbewust marcheren (…) maar een schild dat zij tussen zichzelf en de buitenwereld plaatsen en waar achter teleurstelling, gekwetstheid en boosheid zich ophopen. Zij hebben ook geen hoop op verbetering van hun lot, maar willen vooral dat degenen die zij verantwoordelijk houden voor hun miserabele omstandigheden worden veroordeeld en uitgesloten. (…) Het meest desastreuze effect van identiteitspolitiek in handen van autoritaire populisten is wel dat slachtofferschap en gekwetstheid hardnekkiger worden.’

Aanvankelijk schrijft Femke identiteitspolitiek zowel toe aan groepen min of meer ter linkerzijde en aan rechts. Ze noemt jonge moslims, Jack Monasch (ex-PvdA), DENK, Sylvana Simons, Ian van der Kooye, Trump en Wilders. Later richt ze haar pijlen toch vooral op die laatste twee ‘populisten’. 

Democratisering en pluralisme

Femke sluit haar beschouwing af met een tweetal aanbevelingen ‘(...) hoe de neerwaartse spiraal van oplopende gekwetstheid, identiteitspolitiek en populisme te stoppen.’
Haar eerste aanbeveling betreft de aanpak van de toenemende ongelijkheid.in kansen. De angst voor de eigen toekomst en die van de kinderen moet verminderen.

‘Dat betekent dat 'gelijke rechten' niet enkel als een statisch, grondwettelijk beginsel moet worden gehandhaafd, maar ook moet worden gematerialiseerd. (…) En meer dan inkomensgelijkheid verdienen beter en toegankelijker onderwijs en verregaande democratisering van de macht en de politieke besluitvorming voorrang.’ Als tweede zou 'pluralisme' als nationaal cultuurgoed en als maatschappelijke opdracht omhelsd moeten worden. Niet de starre 'multiculturele samenleving' waarin elke cultuur, religie en traditie haar onveranderlijke plekje krijgt toebedeeld, maar het idee dat onze cultuur doorlopend verandert, vernieuwt en wordt beïnvloed.’Het gaat om ‘(...) het kunnen veranderen van je lot en je omstandigheden en (…) de hoop op een beter leven (...)’. Dat maakt mensen vrij. 

Globalisering en claimcultuur

Zo zet Femke Halsema aardig wat zaken die de identiteitspolitiek raken op een rijtje. Ze geeft aan wat ze eronder verstaat, waar het vandaan komt, wat er aan mankeert en wat er volgens haar tegenover gezet kan worden. Ze laat ook een aantal zaken buiten beschouwing.
Bij de oorzaken noemt ze wel de niet ingeloste verwachtingen van veel mensen, maar bijvoorbeeld niet de globalisering. De economie, in het bijzonder de handel en financiële wandel, zijn wel wat groter geworden dan het eigen bedrijf, dorp, stad, regio en land. Ook via de moderne media, vooral internet, is het vertrouwde wereldje van de eigen omgeving opengebroken. De grote boze buitenwereld, niet in de laatste plaats Europa, vraten aan het vermogen om je eigen lot te kunnen bestemmen

Bij de gevolgen geeft ze wel aan dat er mensen tegenover elkaar komen te staan, maar laat ze de claimcultuur rusten. Terwijl gekwetstheid en slachtofferschap zich prima blijken te lenen voor het claimen van excuses en schadevergoedingen. Hoe terecht dergelijke claims ook kunnen zijn, ze zijn vrijwel altijd achterwaarts gericht en niet altijd vrij van persoonlijk profijt voor gewiekste advocaten in plaats van initiatieven tot verbetering van de positie van de gehele betrokken groep nu en in de toekomst. 

Kosmopolitische visie

Wat we Femke niet kunnen verwijten, is dat ze de identiteitspolitiek niet in een klassenperspectief plaatst. Dat is nooit haar 'ding' geweest. Ze is daarin trouwens niet uniek. De klassenbenadering ontbreekt ook bij een andere gerenommeerde beschouwer van het fenomeen van identiteitspolitiek, de van oorsprong (sic!) Brits-Ghanese filosoof Kwame Anthony Appiah. Kwame noemt zichzelf een kosmopoliet, zeg maar 'iemand van de hele wereld'. Voor hem zijn identiteiten ‘(...) manieren om mensen te groeperen, dikwijls met omstreden lidmaatschapscriteria (...)’. Daarvoor gebruiken mensen labels, identificatie en normen. Voor de betrokken groep betekent dit vertrouwdheid en gezamenlijkheid. Kwame wijst op de onderlinge solidariteit van Nederlanders, katholieken, homoseksuelen en vrouwen die belangrijke hervormingen hebben bewerkstelligd. Maar er is een keerzijde:

‘Identiteiten verdelen de mensheid. (…) Als je van mening bent dat een groep mensen een diepgaande en belangrijke eigenschap deelt die jij niet hebt, is het waarschijnlijk dat je je gaat afvragen of je wel met hen kunt opschieten. Het is ook waarschijnlijk dat je hen als 'Anders' gaat beschouwen.’ En die ‘(...) verdeeldheid heeft ook tot oorlogen tussen naties geleid, tot etnische en raciale conflicten op ieder continent, en tot vervolging van minderheden in iedere samenleving.’

Daarom kiest Kwame voor een kosmopolitische visie: ‘We wonen met zeven miljard medemensen op een kleine warmer wordende planeet. De kosmopolitische impuls die voortvloeit uit ons gemeenschappelijk mens-zijn is niet langer een luxe: het is een noodzaak geworden.’[ii] 

Klassenanalyse

Kiest Kwame Anthony Appiah voor de universele mens, hetgeen een opdeling in sociale klassen toch op zijn minst in de weg staat, Sjaak van der Velden kiest in de discussie over identiteitspolitiek nadrukkelijk primair voor de tegenstelling arbeider – kapitalist:

‘Mensen hebben diverse identiteiten en die volslagen versnippering speelt alleen maar de bovenliggende partij in de hoofdtegenstelling binnen het kapitalisme in de kaart, die tussen arbeid en kapitaal. Terwijl blank en zwart, man en vrouw enzovoort elkaar in de haren vliegen, heeft het kapitaal kans gezien zijn macht sinds de jaren zeventig fors te verstevigen. Dat is niet de schuld van de identiteitsdenkers, maar ze leveren ook geen enkel wapen om dat tegen te gaan.

Zijn die verschillen tussen verschillende identiteiten die mensen aan kunnen nemen dan niet van belang? Natuurlijk wel, er bestaat discriminatie en racisme, vrouwen worden door sommige mannen (blank of gekleurd) als minderwaardig gezien, transgenders hebben het vaak moeilijk en mensen met een handicap lopen geregeld tegen maatschappelijke grenzen op. Een linkse beweging moet hier oog voor hebben en die mensen de ruimte geven. Die beweging moet daar misschien als een paraplu boven hangen zonder iedere 'sub-beweging' volledig te omarmen of af te stoten. Om dat te verwezenlijken is eerst een maatschappelijke analyse nodig, vroeger noemden we dat een klassenanalyse, om de diverse tegenstellingen in een breed kader te plaatsen. Want de identiteitspolitiek kan per definitie alleen maar verdelen.’[iii] 

Arbeider – kapitalist

Sjaak van der Velden ontkent dus niet dat er verschillende identiteiten zijn waarmee rekening moet worden gehouden, maar hij plaatst de strijd tussen arbeid en kapitaal daarboven. Kwame Anthony Appiah zou op dit punt ongetwijfeld kunnen roepen: daarmee verdeel je de mensheid net zo goed als al die andere identiteitsdenkers – arbeider en kapitalist zijn immers óók identiteiten! Toch zijn er wellicht twee goede redenen om die identiteiten op een ander niveau te plaatsen. En er zijn ook twee redenen om de tegenstelling arbeider – kapitalist toch iets minder prominent dan 'vroeger' op de politieke agenda te zetten. 

Machtige arm

Marxisten, dus materialisten, hechten een groot belang aan de economische fundamenten van een maatschappij. De stand van de productiekrachten, de eigendomsverhoudingen, de corresponderende klassen, met andere woorden de economische inrichting van een samenleving is basaal. Een onderbouw waarop zich een bovenbouw van ideeën, regels en instellingen verheft. Zo bezien is ook de sociaal-economische  positie van mensen, arbeider of kapitalist, basaal.

De tweede reden voor het toekennen van een groot  belang aan een klassenidentiteit houdt hiermee verband en heeft te maken met het gewicht dat je met je positie in de maatschappelijke en politieke schaal kunt leggen. Kapitalisten hebben op grond van hun bezit en rijkdom veel macht en zij maken normaliter de dienst uit. Maar arbeiders kunnen, 'als hun machtige arm het wil', bedrijven en systemen lam leggen en zelfs overnemen. Een staking is door de bank genomen een stuk bedreigender voor de status quo dan bijvoorbeeld een demonstratie. De arbeider toont zijn/haar kracht, de kapitalist wordt geraakt in zijn bezit en soms, in een revolutionaire situatie,  kan het hele economische, sociale en politieke systeem aan het wankelen worden gebracht. 

Andere omstandigheden

Twee tendenzen relativeren de klassenbenadering. De eerste is de verandering in de samenstelling van de arbeidersklasse. Vergeleken met de periode 1850 – 1950 zijn de werk- en leefomstandigheden, in ieder geval in de westerse wereld, enorm veranderd. Gigantische bedrijven met duizenden handarbeiders in sterk overeenkomende werk- en woonomstandigheden overheersen niet langer het kapitalistische landschap. Door mechanisering, automatisering en recenter informatisering heeft hoofdarbeid het handwerk verdrongen. En is een grote diversiteit en variatie aan functies, beloningen en mate van invloed  op de eigen omgeving ontstaan. De verwerving van meer welvaart en de toenemende flexibilisering hebben daaraan ook bijgedragen. Slechts weinig mensen die tot de arbeidersklasse kunnen worden gerekend – loonafhankelijken, uitkeringsgerechtigden, zzp'ers, pensionado's, e.d. – bestempelen zichzelf nog als 'arbeider'. Gezamenlijkheid, eenheid en slagkracht zijn daarmee minder vanzelfsprekend.

Een tweede tendens, waarschijnlijk samenhangend met dit gegeven, is het feit dat veel mensen andere identiteiten dan die van de klasse voorop zijn gaan stellen. Zo gek is het niet dat links zich meer op (andere) identiteiten is gaan richten. Veel mensen voelen zich vooral behorend tot een ras, een sexe, een natie, een religie en definiëren hun belangen van daaruit. In het streven naar verandering en verbetering van de wereld móet links wel aansluiten bij het bewustzijn van mensen. En ja, dat bewustzijn is vaak meer gevuld met onmiddellijk zichtbare en uiterlijke kenmerken dan met sociale en economische posities en belangen. 

Niet genoeg

Sjaak van der Velden hoopt op een kentering: ‘Ik droom er wel eens van, een club die iedereen omvat die strijdt tegen gevolgen van het kapitalisme, maar misschien en ik vrees dat eerlijk gezegd ook wel, moeten we eerst nog door diepere dalen gaan voor er weer een besef ontstaat dat alleen een alomvattende beweging de macht van het kapitaal kan breken.’

Deze droom van Sjaak zal elke socialist uit het hart zijn gegrepen. Immers, het kapitalisme is naar zijn aard de bron van onafzienbare ellende. Het is met duizend draden verbonden aan armoede, oorlog, honger, corruptie, wapenindustrie, wapenhandel, uitbuiting, plundering van de natuur, klimaatcrises. Een betere wereld kan alleen worden gerealiseerd als het kapitalisme wordt overwonnen.

Echter, ook hier past een relativering. De twintigste eeuw heeft doen ervaren dat ook niet-kapitalistische landen, zoals de Sovjet Unie en de Volksrepubliek China, zowel op het gebied van de mensenrechten als op dat van het milieu geen geweldige staat van dienst hadden. Om het zacht te zeggen. Onderdrukking, racisme, seksisme, vervuiling werden slechts kort of geheel niet uitgebannen. Het overwinnen van het kapitalisme is geen garantie voor de bevrijding van onderworpen identiteiten. Achterstelling op andere terreinen dan op het sociaal-economische slagveld wordt niet vanzelf opgeheven. Daarom moet er gezocht blijven worden naar een vruchtbare verbinding van identiteitspolitiek en klassenstrijd.

Zonder omwenteling van het kapitalisme is een beter bestaan voor de overgrote meerderheid van de mensheid onmogelijk. Maar het is niet genoeg.


 

[i]     Femke Halsema in De Groene Amsterdammer van 18 mei 2017 ‘Wie is het meest gekwetst?’

[ii]    Kwame Anthony Appiah in De Groene Amsterdammer van 1 december 2016 ‘Homo sum’

[iii]  Sjaak van der Velden op www.solidariteit.nl Commentaar 330 van 28 mei 2017 ‘Een nieuwe linkse partij. Een goed idee?’

Soort artikel: 

Reacties

Door Atte Houtsma ( ) op
Vroeger en ik zeg het nog steeds dat het feminisme een kleinburgelijke beweging is voor de middenklassevrouwen. Op een punt ben ik het met Anja Meulenbeld eens dat Opzij een blad is van de carierevrouwen. Veel van de goedbetaalde feministen vroeger en nu hebben goedkope werksters in dienst, vaak uit gebuid. In de zorg maar ook in de politiek kom ik deze vrouwen ook tegen, ze nemen maatregelen, bezuinigingen die mannen en vrouwen treffen. Zoals Sjaak terecht stelt het is de tegensteling kapitaal en arbeid en ik zeg erbij niet die van sexe en ras, deze verdeele de arbeidersklasse juist. Ik strijd als actief vakbondslid, al 40 jaar, samen met vrouwen, mensen met een andere huidskleur, moderne moslimaas zonder hoofddoek, die ook wel een glaasje wijn drinken, tegen het kapitaal en de meestal vrouwelijke managers in de zorg.

Door hansmetz ( ) op
Daar word ik wel een beetje treurig van. Iedere groep heeft het volste recht om tegen zijn specifieke achtergestelde positie op te komen, ook zonder toestemming van de oude mannen van de vakbeweging (pardon). Overigens bestaat de vrouwenbeweging uit meer dan alleen het blad Opzij. En zeg eens, gelooft u werkelijk dat wanneer de tegenstelling tussen kapitaal en arbeid (ooit!) is opgelost, het met de positie van vrouwen vanzelf wel goed komt?

Reactie toevoegen

Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.

Reageren