Borderless

7 December 2019

‘Muy complicado’: Nicaragua 30 jaar na de revolutie

Op het heetst van de dag, onder een brandende zon, schiet tussen de verspreid liggende stenen van een verder onverharde weg een hagedis naar de overkant. Een witte vlinder fladdert er sierlijk achteraan. Is dit een beeld van een idyllisch resort voor verwende vakantiegangers? Nee, het is een tafereel in een arbeiderswijk van Juigalpa, een stad in het hartje van Nicaragua. En daar zijn de omstandigheden bij lange na niet in alle opzichten idyllisch.

Dertig jaar na de Revolucion Popular Sandinista, de sandinistische volksrevolutie, is het in Nicaragua nog altijd warm, arm, rommelig en rumoerig. En bovendien ‘muy complicado’, erg ingewikkeld.

Arm, heel arm
Nicaragua is na Haïti het armste land van het westelijk halfrond. Armer dan de Midden-Amerikaanse buurlanden Honduras, in het noorden, en Costa Rica, in het zuiden. Het is te merken. De steden, zoals hoofdstad Managua, maar ook een meer ‘toeristische’ stad als Granada, maken een vrij schamele en vervuilde indruk. Veel van de bijna 6 miljoen Nicaraguanen leiden een behoeftig bestaan in dit land dat drie maal zo groot is als Nederland. De arme buurten in de steden, met hun houten en golfplaten hutjes te midden van een overweldigend groen, lijken op karige kampongs. De burgemeester van een stad met 70.000 inwoners zoals Juigalpa heeft een inkomen van 700 euro per maand. De burgemeester van een even grote stad als Gouda zou er waarschijnlijk zijn bed niet voor uitkomen. Een sportleraar verdient nog geen 200 euro. En een bouwvakker gaat maandelijks met minder dan 100 euro naar huis. Bovendien heeft ongeveer de helft van de inwoners geen of heel onregelmatig werk.

Geen wonder dat bijna een miljoen Nicaraguanen hun heil en werk elders zijn gaan zoeken. Terwijl de bananen en mango’s zo van de bomen zijn te plukken, is een verschijnsel als ondervoeding niet onbekend. Alleen de grote koffieplanters en veeboeren en een kleine middenklasse van beambten en ambtenaren zijn echt aan de armoede ontsnapt. De rest van de bevolking is in dienst van hen óf aangewezen op de ‘informele sector’. Soms lijkt het wel of er in Nicaragua evenveel snoepwinkeltjes zijn als Nicaraguanen. De vrij desolate toestand van het land is in belangrijke mate een gevolg van de Amerikaanse politiek in het verleden. Ooit was er de hoop dat de Sandinisten aan alle ellende een einde zouden maken. En die hoop is er bij sommigen nog steeds. Maar er is inmiddels wel het een en ander gebeurd.

Verwachtingen
In 1979 joegen de Sandinisten de rechtse dictator Somoza weg. Er kwam een einde aan een tijdperk van onderdrukking en uitverkoop aan Amerikaanse multinationals. De verwachtingen waren hooggespannen. Niet alleen in Nicaragua zelf. In de hele wereld hoopten in ieder geval linkse mensen op een frisse wind. Op betere levensomstandigheden voor de mensen in Nicaragua. Maar ook op een vrij en democratisch socialisme. De Sandinisten van het FSLN (Frente Sandinista de Liberación Nacional) zouden hebben geleerd van alle eerder gemaakte fouten. Ze zouden niet meer in de val trappen van een alsmaar verslappende sociaal-democratie en zeker niet het pad volgen van het autoritaire stalinisme. Ze zouden ook Castro ver achter zich laten op het gebied van mensenrechten en sociale vooruitgang. De Sandinisten riepen zélf zulke dingen. En ze begonnen veelbelovend. De vrijheid van meningsuiting werd hersteld, de positie van vrouwen werd drastisch verbeterd en er werd een fantastische alfabetiseringscampagne gevoerd. Honderdduizend ‘geletterden’ werden tijdelijk vrijgesteld en trokken het land in om les te geven. In een jaar tijd werd het percentage analfabeten teruggedrongen van 50 procent naar 13 procent. Verder werden de multinationals aan banden gelegd, vonden er landverdelingen plaats en werd er steun verleend aan de kameraden-opstandelingen in El Salvador.

Uitputting
De Amerikanen zagen de ontwikkelingen met lede ogen aan. Toen Ronald Reagan in 1981 president werd, startte een tegenoffensief. Met vele tientallen miljoenen dollars werden gevluchte aanhangers van Somoza bewapend en in Nicaragua gedropt. Voor een deel werden deze Contra’s gefinancierd uit illegale Amerikaanse wapenverkopen aan Iran. Het Iran-Contra-schandaal, ook wel Irangate genoemd, alleen al was goed voor 30 miljoen dollar steun aan de Somozisten. Nicaragua werd in een burgeroorlog gestort. In plaats van het land te kunnen opbouwen, moest het FSLN alles uit de kast halen om overeind te blijven. In een land dat voor 85 procent bestaat uit bergen en jungle was het hondsmoeilijk de Contra’s op te sporen en uit te schakelen. Gedurende de tachtiger jaren raakte Nicaragua economisch en moreel uitgeput. Productie en transport kwamen door de oorlog vrijwel stil te liggen. Het FSLN-leger vrat de laatste reserves van het land op. Mentaal ging het eveneens de verkeerde kant op. Wantrouwen en chaos werkten machtsmisbruik en corruptie in de hand. In 1990 was de pijp leeg. Een verenigd front van rechtse partijen beloofde vrede, Amerika beloofde dit front honderden miljoenen dollars aan hulp – en dreigde de terreur van de Contra’s te blijven steunen als de Nicaraguanen desondanks het FSLN zouden kiezen.

Bij de verkiezingen verloor het FSLN de meerderheid en er kwám een rechtse regering. De Sandinisten gaven de macht over. Sommigen van hen overigens pas na zichzelf ‘een cadeautje’ te hebben gegeven, een auto of een huis, voor twintig jaar trouwe dienst..... En de vrede? Die kwam er voor iedereen. De Contra’s staakten de strijd. De honderden miljoenen dollars van Amerika kwamen er ook, maar daar profiteerde zoals gebruikelijk slechts een héél klein deel van het volk van..... Die kwamen in de zakken van de oude elite, die nu weer de nieuwe machthebbers waren

Verzoening
Na 16 jaar rechtse regeringen kwam bij de verkiezingen van 2006 het FSLN weer aan het bewind. Daniel Ortega werd president met 38 procent van de stemmen. De Ortega van nu is echter niet meer de Ortega van 1979. In de negentiger jaren is hij gaan samenwerken met uiterst rechtse voormalige tegenstanders, katholiek geworden, voor de kerk getrouwd en hij sloot vriendschap met kardinaal Miguel Obando Bravo, de prelaat die eens de wapens van de Contra’s zegende! Heden ten dage roept Ortega je vanaf gigantische billboards toe: ‘Een Afspraak Met Het Volk = Een Afspraak Met God’. Zijn huidige regering is er één van ‘Verzoening en Nationale Eenheid’. En als hij tegenwoordig land uitdeelt, dan doet hij dat niet meer aan arme boeren, maar aan ‘families’. Om de kerk te paaien heeft de FSLN-regering ook nog eens de meest reactionaire abortuswetgeving ter wereld ingevoerd: zelfs als zeker is dat een vrouw de bevalling van een voldragen vrucht niet zal overleven, dan nog is abortus tot in het vroegste stadium niet toegestaan. Meisje van 13 door vader verkracht en zwanger? Geen abortus!

Polarisatie
Ortega en de FSLN worden regelmatig beschuldigd van ‘autoritaire neigingen’. Wie niet meedoet, die loopt de kans zijn baan kwijt te raken. Wie op straat in de oppositie gaat kan klappen krijgen.

Toch heeft de politiek van Ortega en het FSLN meerdere kanten. Er wordt onder de ‘families’, die evengoed uit bezitloze boeren en hun gezinnen bestaan, wél land verdeeld. Er is wél een nieuwe alfabetiseringscampagne van start gegaan. Onderwijs en gezondheidszorg krijgen wél weer prioriteit. Met acties als ‘Het Volk Is President’ en ‘Burgermacht’ wordt wél geprobeerd meer directe democratie en vooral betrokkenheid bij de lokale besluitvorming te realiseren. Tegenstanders worden soms letterlijk pootje gehaakt, maar daar kan dan vervolgens wél dagenlang uitgebreid melding van worden gemaakt in de twee landelijke dagbladen, El Nuevo Diario (rechts) en La Prensa (uiterst rechts). Tegenstanders van het FSLN krijgen ruim baan als ze bepleiten om Ortega hetzelfde lot te laten ondergaan als de Hondurese president Zelaya die door militairen is weggejaagd. Omgekeerd hekelen de FSLN-televisiezender en haar drie radiostations de oppositie als een ‘bende fascisten’. Hoezo ‘Verzoening’ en ‘Nationale Eenheid’? Nicaragua is een gepolariseerd land. De tegenstelling tussen arm en rijk is gigantisch. De politieke polarisatie tussen links en rechts is mede daardoor enorm en niet verwonderlijk. Eind augustus werd door rechtse opposanten openlijk gedreigd desnoods de wapens weer op te nemen. Het is dus maar de vraag of de merkwaardige bondgenootschappen van Ortega en zijn politiek van nationale eenheid stand kunnen houden. Veel Sandinisten hopen van wel en zij wijzen op de overweldigende steun voor Ortega onder de armen van het land en op de half miljoen mensen die op 19 juli 2009 in Managua met het FSLN de dertigste verjaardag van de revolutie vierden. Andere Sandinisten van het eerste uur zijn sceptisch. Een aantal van hen heeft een nieuwe partij opgericht, de Movimiento de Renovación Sandinista (MRS), de Sandinistische Herstelbeweging. Zij bepleiten een terugkeer naar de oude sandinistische idealen en keren zich fel tegen de zelfverrijking en de aantasting van de rechten van de vrouw. Bij de verkiezingen van 2006 wisten zij echter niet meer dan 6 procent van de stemmen te vergaren. Over één ding zijn alle stromingen het in ieder geval eens: de toestand is ingewikkeld, erg ingewikkeld, ‘muy complicado’.

Dossier: 
Soort artikel: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren