9 May 2021

‘Nederland is lui’

Het debat over vergrijzing en ‘de noodzaak om riante prepensioenregelingen af te bouwen’, is vooral een ideologisch debat. Daarin spelen feiten nauwelijks een rol en worden appels met peren vergeleken. Het kabinet probeert die ideologische ‘discussie’ uit te breiden naar het hele spectrum - werk, arbeidskosten, vrije tijd en eigen verantwoordelijkheid.

Geloof je de ideologen van rechts, dan is in Nederland niet alleen de arbeidsdeelname te laag, maar ook de arbeidsproductiviteit. Bovendien zouden Nederlanders het minste aantal uren werken van alle Europeanen.

Andere tijd
In juni hadden mensen nog het perspectief op een werkweek van 36 of 38 uur tot ze zestig zijn. Maar een maand later wenkt het vooruitzicht van een 40-urige, of zelfs 48-urige werkweek tot je 68e. Kwieke bejaarden die nog met veel plezier werken, worden opgevoerd om te laten zien dat het allemaal niet erg is. Wat er niet bij wordt gezegd is dat het in de meeste gevallen gaat om mensen die op een of andere manier status of macht aan hun werk ontlenen. Geen ploegenwerkers, geen schoonmaaksters of stratenmakers.
Op het eerste gezicht lijkt de discussie veel op die van begin jaren negentig. De uitspraak van Lubbers, ‘Nederland is ziek’, was het startsein voor de afbouw van de WAO en van een grote reeks acties van de vakbeweging. Maar na de grote protestbijeenkomst op het Malieveld keerden de bonden snel terug naar de onderhandelingstafel. De vraag is of dat nu weer gaat gebeuren. Of zijn we echt in een andere tijd beland en wil de regering gewoon niet meer praten?

Paniek
Het ideologische debat dat onder leiding van het kabinet is ingezet, markeert het einde van het poldermodel. Het zoeken naar nieuwe, technische, compromissen wordt daarmee minder waarschijnlijk. Dat het hier gaat om een ideologisch offensief blijkt uit de cijfers. Die laten zien dat er voor paniek geen enkele reden is – sterker nog, dat we ordinair worden voorgelogen. Tussen 1998 en 2002 is de arbeidsdeelname van ouderen in Nederland met ruim acht procent toegenomen, terwijl deze in de EU gemiddeld met drie procent toenam. De snelle ontwikkeling van de arbeidsdeelname van oudere werknemers heeft ertoe geleid dat ruim 42 procent van de 55-plussers een betaalde baan heeft. Hiermee scoort Nederland boven het Europese gemiddelde, dat rond veertig procent ligt.
Hetzelfde geldt voor de gemiddelde leeftijd waarop met werken wordt gestopt. Die ligt in Nederland anderhalf jaar boven het Europese gemiddelde (62,2 jaar in Nederland terwijl het gemiddelde 60,8 jaar is). Was Nederland enige jaren geleden nog het grote voorbeeld - met Wim Kok en het poldermodel - nu is het plotseling een land van ingeslapen grijze gehaktballen.
In elk bedrijf wordt dergelijke propaganda al jaren over ons uit gestort. Hoe goed het ook gaat, het gras is altijd groener aan de overkant. Bij de concurrent werken ze altijd harder of goedkoper en anders zijn er wel andere snoodaards die aan onze stoelpoten zagen. Hans Wiegel teert nog steeds op de roem die hij in de jaren zeventig vergaarde met zijn platte uitspraken over werkende en werkloze profiteurs. Wat dat betreft is er veel gebeurd, maar weinig veranderd.

Europa
Niet alleen in Nederland is er sprake van een serieuze aanval op onze rechten. Op de Europese sociale top in 2000 in Lissabon zijn afspraken gemaakt om de arbeidsdeelname te verhogen. Uitgangspunt was om van Europa de meest concurrerende en sterkste economie van de wereld te maken. Er werd afgesproken om meer dan twintig miljoen banen te scheppen door herziening van belasting – en uitkeringstelsels. Hoe besluiteloos de EU vaak lijkt, op dit gebied hebben de diverse regeringen niet stil gezeten. In Duitsland, Frankrijk, Oostenrijk en Italië is niet voor niks de afgelopen periode veel actie gevoerd tegen aantasting van pensioenen en het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd.
Met de uitbreiding van de EU werd de discussie in heel Europa verbreed naar de loonkosten en werktijden. De Polen staan voor de deur - en die weten wat werken is. De ‘dreiging’ van tienduizenden Polen maakte het de werkgevers mogelijk de lonen te drukken en de werktijden onder druk te zetten. Dus ging de discussie niet over het verbieden van uitbuitingpraktijken van Poolse detacheringsbedrijven die hier mensen voor een appel en een ei aan het werk zetten. En niet over voorstellen om iedere werknemer volgens de geldende CAO te betalen. En ontstond er wel een xenofobische discussie over het indammen van de verwachte instroom. Dan weten de mensen vast wiens schuld het is als het straks allemaal minder gaat.
Begin juli kwam de VNO met de nota ‘Nederland moet actiever’. Daarin staan vijftig aanbevelingen om de arbeidsdeelname de komende zes jaar te vergroten. Een bekend verhaal met voorstellen voor de hervorming van de WAO; langer doorwerken zonder loonsverhoging; een lagere ontslagvergoeding; vermindering van het recht op WW; het verhogen van de AOW-leeftijd naar 67 jaar; en het bevriezen van de CAO-lonen. De VNO-nota sluit naadloos aan bij de kabinetsplannen. Want ook De Geus is bezig om de ‘vluchtwegen’ uit een arbeidszaam leven af te snijden. Op allerlei manieren word je gestraft als je je baan kwijt raakt. Of dat nu gebeurt via prepensioen, de WW of de WAO gaat.

Pensioenen
De discussie over de vergrijzing en de arbeidsparticipatie van ouderen heeft natuurlijk alles met de pensioenen te maken. De afgelopen jaren zijn de pensioenfondsen steeds risicovoller gaan beleggen. En het gaat om veel geld. Het totale vermogen van pensioenfondsen wereldwijd beslaat 11.000 miljard euro, dertig procent van de dagelijkse handel op de beurzen van New York en Tokio. Ze zijn een grote speler, en kunnen het slachtoffer van hun eigen spel worden. Het huidige model van pensioenopbouw is niet helemaal zonder risico. Dat bleek wel uit het verdampen van de financiële reserves van veel pensioenfondsen na de instorting van de beurzen na 11 september. De rekening kwam in veel gevallen bij gepensioneerden en werkenden te liggen in de vorm van minder pensioen of meer premie.
Wil het kabinet de afspraken wat betreft de aflossing van de staatsschuld nakomen, dan moeten de pensioenplannen heel snel worden ingevoerd. En dat opent voor de pensioenfondsen de deur naar een nog risicovoller beleggingsbeleid.

De beloofde twintig miljoen banen uit het Lissabon akkoord zijn intussen uit het beeld verdwenen. Komen die er vanzelf? Voorlopig lijkt het er niet op. De WAO-ers die het slachtoffer worden van de invoering van strengere keuringseisen, staan in ieder geval in de kou. De Geus denkt dat ongeveer 110.000 mensen hun uitkering geheel of gedeeltelijk kwijt gaan raken en dus moeten gaan solliciteren. Op de tv worden al spotjes uitgezonden om die mensen aan werk te helpen, maar de MKB heeft al laten weten hen niet bij voorbaat banen te garanderen. Door de economische recessie zijn er in de afgelopen twaalf maanden in het midden- en kleinbedrijf geen 110.000 banen bij gekomen maar verloren gegaan.

Arbeidstijdverlenging
Langer werken is een van de toverwoorden van de neoliberale ideologische wind die in Europa waait. In Duitsland zijn er bedrijven als Daimler-Crysler waar overeenstemming is bereikt over langere werktijden in ruil voor baangarantie. Daarop wordt voortborduurd, want individuele werknemers zijn nu eenmaal bang hun baan te verliezen. Is langer werken wat Balkenende bedoelt met ‘eigen verantwoordelijkheid’? Het past in ieder geval perfect in het verhaal van de concurrentie van bedrijven tegen elkaar. Als we een stapje harder lopen blijft het bedrijf bestaan. Iedereen kan op zijn vingers natellen dat dit een race naar beneden wordt, waar de werkenden de dupe van worden. Garanties zijn er niet en als iedereen langer en harder gaat werken zijn er minder werkenden nodig.
De discussie over arbeidstijdverlenging kan vergaande gevolgen hebben. De net gestarte campagne van een aantal Braziliaanse vakbonden om de werkweek terug te brengen naar veertig uur wordt er bijvoorbeeld door gefrustreerd. Want als het in de ‘eerste wereld’ niet kan, kan het in Brazilië al helemaal niet.

Het beschikbare werk verdelen onder wie kan werken is de enige oplossing om meer mensen aan het werk te krijgen. Voor arbeidstijdverkorting zijn volop mogelijkheden. In veel sectoren van de Nederlandse economie geldt nog altijd een 38-urige of soms zelfs een 40-urige werkweek. Hoewel de gemiddelde werknemer met een voltijdbaan de afgelopen decennia korter is gaan werken, bedraagt de gemiddelde feitelijke arbeidsuur per week voor een fulltimer volgens het CBS (2001) nog altijd 38.4 uur per week, exclusief overwerk.
De discussie over arbeidstijdverkorting moet nieuw leven worden ingeblazen. Dat is het alternatief voor het regeringsbeleid van langer werken. Het is een moeilijke, maar wel werkelijk solidaire weg. Daar zijn we toch niet te lui voor?

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren