12 August 2020

Alternatieven voor Kunduz

Bij zijn verkiezing tot voorzitter van de FNV zei Ton Heerts dat als het nodig was 'de klinkers op het Binnenhof zullen trillen' en hij enkel wil overleggen als het zinvol is. Het pad naar de nieuwe vakbeweging werd ingeslagen met acties tegen het Kunduz-akkoord dat een keuze was voor een Europa van de rijken, de grote bedrijven en banken. Dat zou voor Ton Heerts toch duidelijk genoeg moeten zijn.

Toch gingen de acties niet full speed van start. Er werd gepleit voor actie op 10 september, inclusief werkonderbrekingen, maar binnen de FNV rezen al snel meningsverschillen over de juridische basis van acties en of hardere acties niet te vroeg kwamen. Pogingen om een extra Bondraadsvergadering bij FNV Bondgenoten te krijgen om over die verschillen te praten strandden bij gebrek aan steun.

Dubbele strijd
Bonden als FNV Jong, de Nederlandse Politiebond en de Onderwijsbond gaven weinig aandacht aan de acties. FNV Zelfstandigen distantieerde zich zelfs van de campagne. En een FNV voorzitter die in een interview met NRC van 25 augustus verklaart dat de acties niet van de FNV als geheel waren, maar van FNV Bondgenoten, en tegelijk verklaart tegen politieke acties te zijn is verkeerd bezig. Met zoiets is de nieuwe vakbeweging niet geholpen. Er was voor de zomer door de grootste bonden veel energie in de Kunduz-campagne gestoken. Er werd gehamerd op het belang van een stevige campagne tegen de aantasting van het ontslagrecht maar Ton Heerts had het er niet over.

Actieve kaderleden en bestuurders hadden een dubbele strijd te voeren: een om leden en niet-leden bewust te maken van wat er op het spel staat en een tegen de scepsis van een deel van de FNV bestuurders en FNV bonden die zich alleen met de problemen in hun eigen sector bezighouden. De aarzelende start was niet alleen te wijten aan een verdeelde vakbond. Er was ook een gebrek aan zelfvertrouwen en ervaring bij een deel van de kaderleden. Zij dachten dat een juiste politieke keuze in het stemhokje ons wel zou redden en dat harde acties het publiek afschrikken. Daarnaast was er natuurlijk de scepsis van mensen die een aantal jaren geleden nog in actie kwamen tegen de plannen de AOW-leeftijd te verhogen. Toen constateerde de vakbondstop al na een enkele actiedag dat het niets zou worden en blies hij vervolgacties af. Met een ellendig pensioenakkoord en een verdeelde vakbeweging als resultaat.

Hoe kan dat veranderen? Je merkte het feit dat de bond zich weer duidelijk over een aantal zaken uitsprak, dit een nieuw elan bij mensen losmaakte. Hoe zetten we dat nieuwe elan om in actieve betrokkenheid bij de politiek en acties? Als dit lukt, is er meer mogelijk. We moeten rekenen op onze eigen kracht, creativiteit en activiteit. Daarom was het belangrijk dat voorlopers in de Rotterdamse bedrijven en het Openbaar Vervoer de kans kregen om in actie te komen op 10 september. Er zijn altijd mensen en politici die problemen hebben met acties. Maar om de meerderheid in de beweging te krijgen moet een groep initiatieven nemen en tegelijk goed achterom kijken of ze de grote groep meekrijgen. Een goed voorbeeld waren de acties tegen het aanbesteden van de thuiszorg in Rotterdam. Er was een strategie om andere sectoren te informeren en om steun te vragen door bij actiebijeenkomsten te zijn. Cliënten werden bij de acties betrokken en er werd de koppeling met de verkiezingen en het Kunduz-akkoord gemaakt.

Verbinden en verdiepen
Door de actiebereidheid en de inbreng van voorlopers in het OV en de Rotterdamse haven in Rotterdam werd er op 10 september toch actie gevoerd. Er zal meer nodig zijn dan acties in de bedrijven, instellingen en sectoren: daar kunnen we vaak alleen verdedigen wat we hebben, maar willen we verder komen dan het verdedigen van verworvenheden dan moeten er andere regels en wetten komen. Niet alleen in Nederland, maar ook in Europa. En daar zullen politieke acties nodig voor zijn.

Voor veel mensen is het een gegeven dat iets moet, of juist niet mag, van Europa of de financiële markten. Kijk naar de discussie over de drie procent begrotingsnorm. Roemer wilde de boete niet betalen als het Nederlandse tekort daar net boven zou komen. Het feit alleen al dat hij dit terechte statement maakte was aanleiding om twijfel te zaaien over zijn betrouwbaarheid en liet volgens minister De Jager de rente voor Nederlandse staatleningen al stijgen. Het had voor de SP een goed moment kunnen zijn geweest om de discussie te verschuiven door dit te standpunt verdedigen en er op te wijzen dat vanaf de invoering van de Euro vele landen nooit boetes hebben betaald. En door er op te wijzen dat boetes het probleem alleen maar erger maken en door te laten zien dat met een kleine belastingverhoging voor de rijken het probleem opgelost zou zijn. De discussie moet gaan over wie de crisis veroorzaakt en wie hem moet betalen. Waarom zijn we bang voor het beeld dat socialisten geld weggeven? Wij geven alleen maar terug wat de rijken in hun schoot geworpen hebben gekregen door belastingverlaging en bonussen.

Alternatieven
Onze alternatieven moeten wijzen naar een solidaire, duurzame en democratische samenleving. Dat betekent dat machtsverhoudingen moeten veranderen en dat gebeurt niet door ‘sociale dialoog’ en door glimlachend folders uit te delen. De machthebbers worden zelf ook grof als hun macht bedreigd wordt. Polman van Unilever, zogenaamd het boegbeeld van ‘verantwoord ondernemen’, vergeleek de Franse president Hollande met het regime in Noord Korea omdat Hollande de jarenlange strijd tegen de sluiting van een fabriek van Unilever steunt. Polman wil daarover geen afspraken maken: de fabriek is immers van hem alleen. Steeds meer Unilevermerken worden als gevolg van uitbesteding door niet-Unilever werknemers gemaakt. Alles moet steeds goedkoper en flexibeler, met steeds minder sociale rechten. De Europese Unie helpt de bazen daarbij. De strijd om deze fabriek maakt duidelijk waar het om gaat: werk tegenover winst. Links moet niet bang zijn om er op te wijzen dat er een wereld van de rijken en van de banken is, en een van mensen die of geen werk hebben of wiens werk maar al te vaak tijdelijk en onzeker is.

Alternatieven die uitleggen hoe werkgelegenheid en sociale verworvenheden behouden kunnen worden zijn onze eerste verdediging. Die alternatieven moeten ook politiek zijn. De vakbeweging moet de strijd tegen het privatiseren en dereguleren en de aanvallen op de sociale voorzieningen aangaan. De flexibele schil rond bedrijven moet kleiner.

Een voorbeeld is een wetsvoorstel van Ulenbelt (SP) en Hamer (PvdA) om flexibilisering enigszins tegen te gaan. Het regelt simpele zaken als dat er altijd een geschreven contract moet zijn en verkort onder andere de periode dat iemand aangehouden mag worden met tijdelijke contracten naar maximaal 2 contracten of 2 jaar. Zoiets kan gebruikt worden om vakbondswerk te versterken. Linkse politiek versterkt zo de vakbond, en het vormen van een tegenmacht door de vakbond vergroot de kans voor linkse politiek.

Maar de bonden kunnen zelf ook initiatieven nemen. Zo willen we een meer progressief belastingsysteem en zijn we tegen de villa-aftrek. Waarom wordt daar over niet een langdurige campagne opgezet door de vakbeweging en anderen? Dat kan de vakbonden weer een sociaal en actief gezicht geven. Zo’n campagne zou inzicht geven over hoe ‘onze’ economie in het voordeel van de rijken werkt. Een campagne tegen versoepeling van ontslagrecht heeft ook die potentie. Als de plannen om het ontslagrecht te versoepelen doorgaan, dreigt niet alleen voor iedereen een flexibele baan, de overlegcircuits van vakbonden en ondernemingsraden zouden wel eens buiten spel kunnen komen te staan omdat iedereen die kritisch is gewoon ontslagen kan worden.

Zulke campagnes kunnen duidelijk maken wat de meerderheid wil, proberen die meerderheid zichtbaar te maken en te organiseren. Daarvoor is samenwerking van producenten en consumenten belangrijk zoals, met de acties in de zorg. We hebben meer van dit soort tastbare, sociale, alternatieven nodig.

Geen bonus maar banen
De discussie over arbeidstijdverkorting, zo ver naar de achtergrond gedrongen, verdient weer aandacht. Er zijn nieuwe ontwikkelingen zoals de positie van flexkrachten en ZZP-ers. Met korter werken is niet automatisch de flexibele schil rond bedrijven weg of de muren geslecht die door uitbesteden zijn gebouwd. Veel mensen in laagbetaalde beroepen zijn afhankelijk van meerdere flexbaantjes of als ZZP-er afhankelijk van losse opdrachten. Inkomenszekerheid moet voorop staan.

De discussie over korter werken moet gekoppeld worden aan de kwestie van organisatie en inhoud van werk. De bazen propageren nu iets dat ‘het nieuwe werken’ genoemd wordt. Dit komt in feite neer op altijd beschikbaar zijn voor je werk en baas: leven om te werken.

Links moet een ander toekomstbeeld naar voren schuiven, waarin werk zich juist aanpast aan de mens. Met het toenemende gewicht van de klimaatcrisis zullen energiebesparing, onderhoud en isolatie van woningen in plaats van villabouw en verbeteren van het openbaar vervoer belangrijker moeten worden. Een maatschappij die niet gericht is op winstgroei heeft minder werk nodig, waardeert werk anders en heeft oog voor de scheve verdeling van welvaart in de wereld.

Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren