4 April 2020

De financiële crisis en de internationale vakbeweging

Met de ‘Verklaring van London’ op zak trok de internationale vakbeweging begin april naar de G20 om hun oplossingen voor de economische crisis te verdedigen. Zowel via gesprekken met regeringsleiders en voorzitters van internationale instellingen als op de straat tijdens de demonstraties voorafgaand aan de top. Net als in de reguliere pers, overheersten ook in de vakbondspers vooral positieve geluiden na afloop van de G20.

Voorafgaand aan de G20 zei Guy Ryder, voorzitter van het Internationaal Vakverbond: “We zijn bang dat de G20 zich vooral zal focussen op het reguleren van de financiële markten en andere onderwerpen links zal laten liggen. Maar dit is een werkgelegenheidscrisis, een sociale crisis. Volgens een conservatieve schatting zullen 50 miljoen banen in de loop van dit jaar verloren zullen gaan (…) en we maken ons zorgen dat de G20 dit aspect van de crisis niet voldoende aanpakt.”
De analyse van het IVV na de top stelt in de eerste zin dat “banen en sociale kwesties nu hoger op de agenda stonden dan bij de laatste G20-bijeenkomst eind november 2008” en somt vervolgens alle paragrafen en zinnen op waarin de woorden work of jobs voorkomen.
De meest substantiële tekst in de slotverklaring van de top over werkgelegenheid is de volgende paragraaf: “We zullen eerlijke en familie-vriendelijke arbeidsmarkten voor mannen en vrouwen ontwikkelen. We verwelkomen daarom de rapporten van de London Jobs Conference en de Rome Social Summit en de principes die hierin naar voren worden geschoven. We zullen de werkgelegenheid ondersteunen door groei, investeringen in onderwijs en training, en door een actief arbeidsmarktbeleid, ons richtend op de meest kwetsbaren. We roepen de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) op om samen met andere relevante organisaties, de reeds ondernomen en de nog te nemen maatregelen te beoordelen.” Maatregelen die handen en voeten geven aan de deze voornemens zijn echter niet in de slotverklaring terug te vinden.
Toch ziet het IVV de rol die de ILO krijgt toegewezen als een belangrijke stap vooruit in vergelijking met het recente verleden. Ook het bevestigen van de door de London Jobs Conference, een bijeenkomst van arbeidsmarktexperts voorafgaand aan de G20, geformuleerde principes noemt het IVV belangrijk. Echter, ook deze principes, namelijk het beschermen van invaliden, een actief arbeidsmarktbeleid om langdurige werkloosheid tegen te gaan en het ontwikkelen van levenslang leren om de employability van de werkende bevolking te verhogen, worden niet geconcretiseerd in de slotverklaring. Dan laten we nog maar even buiten beschouwing dat deze principes allemaal voortkomen uit het neoliberale activeringsdiscours.
De verklaringen van de meeste nationale vak- en lidbonden, zoals de Duitse IG Metall of de Belgische ACV, zijn eveneens (gematigd) positief. ACV-voorzitter en IVV vice-voorzitter Luc Cortebeeck verklaarde: “Het resultaat is dat een aantal van onze bekommernissen duidelijk in de eindtekst van de G20 terug te vinden zijn. Al met al is dit relatief goed nieuws in slechte tijden.”
Sceptici en optimisten
Na het doornemen van zowel de slotverklaring van de G20 als de analyse van het Internationaal Vakverbond blijf je als lezer ontvreden achter: waarom is de vakbeweging niet wat kritischer over de ronkende verklaringen van de wereldleiders?
Die vraag kan op twee manieren worden benaderd, laten we ze de sceptische en de optimistische benadering noemen. De sceptici zullen benadrukken dat de radicale stellingnamen in de eigen verklaringen, zoals “tientallen miljoenen banen zijn verloren gegaan door hebzucht, plundering en incompetentie”en “De dominante rol van het neoliberaal economisch model de laatste 30 jaar heeft gezorgd voor de economische catastrofe die Europa en de rest van de wereld nu doormaken” vooral dienen om de eenheid in de eigen rangen te bewaren. Staat in de oproep van het Europees Vakverbond voor de actiedagen half mei niet dat de demonstraties worden georganiseerd to channel some of the frustration and anger over lacking measures to fight the crisis? Dat lijkt wel wat op de verklaring die EVV-voorzitter John Monks in het Europees Parlement deed tijdens de hoorzitting over de anti-vakbondsuitspraken van het Europees Hof van Justitie in februari 2008: “Vakbonden verspreid over Europa zijn nu zeer begaan met het verdedigen van hun nationale instellingen — we lopen het risico van een protectionistische reactie”. ‘Bolkestein’ leidde tot de ontsporing van de Europese grondwet. Het geval van Laval in het bijzonder kan de ratificatie van het EU hervormingsverdrag in gevaar brengen naarmate mensen zich meer bewust worden van de implicaties’ (zie ook het artikel ‘Ondanks alles: Europese vakbonden blijven neoliberale EU steunen’ in Grenzeloos, april-mei 2009). Niets nieuws onder de zon dus, radicale praat in de eigen pers maar zalvende woorden voor de sociale partners en de regeringsleiders?
Niet helemaal, zeggen de optimisten. Sinds eind jaren negentig is er wel degelijk een radicalisering gaande in de internationale vakbeweging, ook in Europa. In de Verenigde Staten zien we een toenemend activisme en debat, nog versneld door de scheuring in het AFL-CIO, in opkomende economieën als India, Korea en Brazilië laat de vakbeweging haar militante stem nog steeds horen en in Europa mobiliseert het EVV sinds de Werkgelegenheidstop in Luxemburg in november 1998 regelmatig. De reden voor de discrepantie tussen de verklaringen in reactie op beleidsvoorstellen en de eigen voorstellen moet vooral gezocht worden in het veilig stellen van de onderhandelingspositie als sociale partner, terwijl tegelijkertijd wordt gewerkt aan een versterking van de basis, die door de mobilisaties van de afgelopen jaren is geradicaliseerd.
Het is waarschijnlijk niet te zeggen welke van de twee benaderingen ‘de juiste’ is. Het IVV en het EVV zijn net als de nationale lidbonden geen gesloten falanx die eensgezind optrekken maar zijn het toneel van politieke gevechten, culturele verschillen en tegengestelde belangen.
Sociaal Actieprogramma
Opvallend is wel dat het Internationaal Vakverbond in tegenstelling tot het Europees Vakverbond niet mobiliseert. Ook de Global Unions laten niets van zich horen. Tijdens dit schrijven hebben de Europese actiedagen van 14 tot en met 16 mei met demonstraties onder de noemer ‘Fight the crisis – put the people first’ in Madrid, Brussel, Berlijn en Praag nog niet plaatsgevonden. Of de demonstraties een succes zijn, weten we dus nog niet. Wél kunnen we al opmerken dat het programma dat het EVV voor de demonstraties heeft uitgegeven blijft hameren op de verdediging van de werkgelegenheid en het uitbouwen van sociale zekerheidsstelsels in combinatie met het afwijzen van loonbevriezingen of – dalingen en het versterken van de rechten van werknemers. Het document over een New Social Deal is de zoveelste flirt met Roosevelts New Deal uit de jaren ’30. Toen is na jaren ploeteren met economische oplossingen die geen zoden aan de dijk zetten onder druk van aanhoudende sociale mobilisaties in de Verenigde Staten het aantal werkuren verlaagd, mét behoud van salaris, werden de sociale uitkeringen verhoogd en de rechten van de arbeiders zoals het recht om lid te worden van een vakbond, versterkt. Maatregelen die veel lijken op de voorstellen uit het recente EVV-document maar nog mijlen ver verwijderd zijn van de eisen van het FNV.



De Verklaring van London

De Verklaring van London volgt op de Verklaring van Washington die in november 2008 verscheen voorafgaand aan de eerste G20-bijeenkomst. De verklaring schuift vijf prioriteiten naar voren:
(1) een gecoördineerd internationaal herstelplan voor duurzame groei dat banen creëert en publieke investeringen veilig stelt;
(2) nationalisering van niet-kredietwaardige banken en nieuwe financiële regels;
(3) actie om zowel het risico op loondeflatie tegen te gaan als om de toegenomen ongelijkheid van de afgelopen decennia te keren;
(4) verregaande maatregelen rond klimaatsverandering;
(5) een nieuw internationaal wettelijk raamwerk om de mondiale economie te reguleren en de financiële instituties (IMF, Wereldbank, OESO en WTO) te hervormen.

De internationale vakbeweging heeft op drie manieren met de Verklaring gewerkt: in de weken voorafgaand aan de G20 is er bij de nationale overheden gelobbyd, de Europese vakbonden hebben in meer of mindere mate gemobiliseerd voor de demonstratie van 28 maart die in samenwerking met andere sociale bewegingen werd georganiseerd en tijdens de top en de voorafgaande ‘jobs conference’ is er weer gelobbyd.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren