Borderless

23 August 2019

In de stijl van Berlusconi: Rechts! Nieuw! en wast nu nog witter!

Onversneden rechts keert terug. Veel mensen maken zich zorgen om Bush' conservatieve omwenteling, maar ondertussen vertrouwen ook de Europese elites hun belangen steeds vaker toe te aan types als Jorg Haider, José Aznar... en sinds 13 mei Silvio Berlusconi.

Nog in 1997 stonden de kranten stil bij het feit dat er op dat moment in bijna alle Europese lidstaten sociaal-democratische regeringen aan de macht waren. Het waren de hoogtijdagen van de 'Derde Weg', het Poldermodel en de belofte van het 'Europa met een sociaal gezicht'. De dagen van Blair, Kok, Clinton en Jospin. De christen-democraten van Italië tot Nederland likten hun wonden.
Nog steeds zijn de meeste EU-regeringen sociaal-democratisch, maar de sfeer is vandaag duidelijk anders. Terwijl Tony Blair door the Economist werd uitgeroepen tot de beste conservatieve verkiezingskandidaat, en in Götenburg politiekogels van 'links' even hard aankwamen als die van rechts, leed in Italië de regerende sociaal-democratische Olijfboom-coalitie een spectaculaire nederlaag. De onvrede onder de Europese bevolking is tastbaar, en helaas weet rechts in sommige landen daarvan te profiteren en zich te hergroeperen.

Soap?
De overwinning van 'Het huis der vrijheden' was zo overweldigend dat niemand er op mag hopen dat de Berlusconi's verkiezingscoalitie, zoals in 1994, snel uit elkaar zal vallen door interne tegenstellingen. Hoe is het mogelijk dat een arrogante avonturier de verkiezingen won met zijn bondgenootschap van witwassende politici, ex-post-fascisten (Alleanza Nazionale), semi-fascisten (Lega Norte), en openlijke fascisten (Movimento Sociale Fiamme Tricolore)?
Een TV-magnaat bovendien, die na een algemene staking in 1994 uit het pluche verdreven werd en in talloze corruptieprocessen verwikkeld is?
De macht van de televisie? Zo'n simpele uitleg komt een aantal mensen niet slecht uit. In de eerste plaats zij die het land bestuurd hebben. De centrumlinkse regering heeft de weg vrijgemaakt voor rechts: ze liet de armen de prijs laten betalen voor de criteria van Maastricht en het Stabiliteitspact, ze zette de flexibilisering van de arbeidsmarkt en de privatisering van de staatsindustrie en de publieke diensten door, en ze veranderde de kieswet, zonder welk de nieuwe premier niet Berlusconi zou heten... Links leed een verkiezingsnederlaag uit eigen keuken.

Rifondazione Comunista

De PRC (Rifondazione Comunista) haalde tijdens de Italiaanse verkiezingen van 13 mei vijf procent van de stemmen en kreeg in totaal elf gedeputeerden. Het was daarmee de enige partij die buiten de twee grote coalities stond en desondanks zelfstandig de nieuwe kiesdrempel van vier procent haalde. De Groenen verdwenen uit het parlement met 2,9 procent. De partij van Cossutta, die zich in 1998 van de PRC afsplitste omdat de meerderheid geen steun wilde toezeggen aan de Olijfboomregering, behaalde 1,7 procent.

Na de verkiezingsoverwinning van Berlusconi werd de PRC zwaar aangevallen voor haar weigering deel te nemen aan de Olijfboomcoalitie. Livio Maitan, lid van de Vierde Internationale en kandidaat voor de Senaat: 'Deze mensen onthullen daarmee een idee van politiek, dat niets meer te maken heeft met principes. Het belangrijkste is om stemmen te winnen, zetels en ministerposten. Niet alleen voerde de Olijfboom vijf jaar lang een neoliberaal en pro-imperialistisch beleid, maar ze hield ook vast aan een fundamenteel ondemocratische, waanzinnige nieuwe kieswet. Al onze critici moeten een elementair feit onder ogen zien: onder een proportioneel systeem, zoals de PRC voorstelde, zou Berlusconi geen meerderheid gewonnen hebben.' Overigens staat het helemaal niet vast dat de uitkomst anders zou zijn geweest als de PRC wel een electoraal pact met de Olijfboom had gesloten. In dat geval was een deel van de PRC-achterban waarschijnlijk niet gaan stemmen, en een deel van het electoraat van de Olijfboomcoalitie naar centrum-rechts opgeschoven.
Niet alleen de sociaal-democraten vielen de PRC aan. Het radikaal-linkse blad Il Manifesto in Rome, bijvoorbeeld, weigerde een oproep van de PRC te publiceren en drukte in plaats daarvan een artikel af waarin de lezers werden opgeroepen niet op Livio Maitan of andere PRC-kandidaten te stemmen, maar op de Olijfboom. Maitans tegenstander voor de Senaat was minister in de regering Amato, en daarmee medeverantwoordelijk voor het sociaal-economische afbraakbeleid van die regering en voor de Italiaanse deelname aan de oorlog in Servië en Kosovo.

Bonapartist
Berlusconi's winst belichaamt echter meer dan het fiasco van de Italiaanse centrumlinkse regering, van het 'Europa met een sociaal gezicht' of het succes van een gehaaide populist. Forza Italia biedt conservatief rechts een nieuwe politieke identiteit na de crisis waarin de oude conservatieve volkspartijen terecht kwamen door de neoliberale aanval op traditionele waarden, de afbrokkeling van de welvaartsstaat en de noodzaak van de integratie in Europa.
In Italië viel die crisis samen met 'Operatie Schone Handen', die de naoorlogse Italiaanse elite van haar politieke personeel beroofde. Tussen 1992 en 1994 werden méér dan drieduizend hooggeplaatste personen in staat van beschuldiging gesteld, veroordeeld en opgesloten wegens corruptie en fraude. Berlusconi behoort tot dezelfde corrupte generatie als Andreotti en de 'socialist' Craxi. Maar terwijl de traditionele partijen in elkaar stortten wierp Berlusconi zich in het politiek vacuüm. Onder andere om parlementaire onschendbaarheid te bemachtigen en zo aan veroordeling te ontkomen. De media, invloedrijk en vertrouwd door de rol die ze speelde in 'Operatie Schone handen', werd in zijn handen een machtig wapen.
Berlusconi's show lukte aardig in 1994, maar eindigde snel. Behalve het uiteenvallen van de coalitie en de algemene staking, was beslissend dat Berlusconi het vertrouwen van de zakenwereld verloor. Agnelli, topkapitalist van Fiat, zegde zijn vertrouwen in hem op. Berlusconi was eenvoudigweg te onstuimig en te onbetrouwbaar.
Hij werd opgevolgd door de technocraten Prodi, d'Alema en Amato, allen van de centrumlinkse Olijfboomcoalitie en braaf bezuinigende EU-partners. In de laatste jaren daalden de salarissen gemiddeld 4,5 procent, terwijl de winsten stegen met 45 procent .Voor zover Berlusconi zijn overwinning te danken heeft aan zijn media-imperium, kan centrumlinks ook dat zichzelf aanrekenen. D’Alema koos ervoor om het referendum te boycotten dat erop gericht was het imperium van Berlusconi te ontmantelen. De Olijfboom verbrak het vertrouwen en engagement van brede lagen van de bevolking en daarom was voor de elite de tijd rijp voor een regering die harder en doortastender de sociale afbraak zou organiseren. Berlusconi voelde dat aan en besloot ervoor te gaan. Met succes. Hij kreeg hernieuwde steun van Fiat-topman Agnelli. De heersende klasse van Italië staat voor de tweede keer deze ellenbogenwerker toe om de rol te spelen van de moderne Bonapartist, net zoals in Oostenrijk waar Haiders' FPÖ de rol van 'stormram' spelen mag.

Berlusconi heeft een politiek raamwerk gevonden waarbinnen voor alle rechtse krachten iets te winnen valt. De Lega Nord krijgt meer regionale autonomie, partijleider Bossi wordt in het nieuwe kabinet 'minister van Hervormingen en Decentralisatie'. De katholieke fundamentalisten krijgen hechtere banden met het Vaticaan en staatsfinanciering van katholieke scholen; de fascisten meer geld voor het zuiden, een Grondwetsherziening en een ander imago; de ondernemers een verandering van het arbeidsrecht en een verzwakking van de vakbonden.
Het is een politiek raamwerk, dat je 'geamerikaniseerd' zou kunnen noemen. Anders dan traditioneel rechts dat zich oriënteerde op noties van staat, kerk, collectiviteit en sociale hiërarchie, baseert Berlusconi zich op beelden en waarden van individueel consumentisme, van individuele vrijheid en ondernemersvrijheid. En dat populistisch conservatisme, met zijn belofte van een 'revolutie' en een 'Contract met Italië' (twee concepten die Berlusconi van de Amerikaanse conservatieven leende) spreekt aan. Veel jongeren zijn meer aangetrokken door zijn visie op een nieuw, geprivatiseerd Italië, dan door de linkse belofte van goed regeringsbeleid. 'Hij is er een van ons' zei een jonge werkloze in La Republica over de rijkste man van Italië.

Ondernemersgeest
Op 29 juni presenteerde het nieuwe kabinet haar eerste belastingplannen. Wie zijn winst herinvesteert, kan straks vijftig procent daarvan aftrekken voor de belasting. 'Investeren' wordt daarbij zeer ruim uitgelegd. Verder worden de successierechten afgeschaft, hetgeen de kinderen van Berlusconi al meteen een voordeel van ongeveer een miljard oplevert. Een derde maatregel is dat de juridische ruimte vergroot wordt voor het afsluiten van contracten voor beperkte tijd. 'We zullen Italië een schok geven, de ondernemersgeest is nu aan de macht', aldus Berlusconi. Overbodig te zeggen dat de werkgevers enthousiast waren.
De verkiezing van Berlusconi is vooral ook een breuk op cultureel en staatsrechtelijk gebied. De politieke stijl van Berlusconi, die in zijn campagne tien keer meer geld uitgaf dan de Olijfboom-coalitie en iedere Italiaan een gratis exemplaar van zijn autobiografie toestuurde, is een oorlogsverklaring aan de democratie. Voor het eerst sinds de oorlog zitten er weer fascisten in de Italiaanse regering. Berlusconi heeft aangekondigd dat hij de grondwet zal veranderen: naast meer regionale autonomie zal dat waarschijnlijk ook een verandering inhouden van de artikelen over de sociale inspiratie en rol van de Italiaanse staat. Verder zal het recht op abortus onder vuur zal komen te liggen en ligt ouderwetse 'gezinspolitiek' voor de hand. En 'last but not least': Berlusconi beheerst nu ook de staatsmedia, dat zal op veel gebieden het verlies betekenen van alternatieve berichtgeving.
Na Spanje is Italië nu het tweede land dat geregeerd wordt door burgerlijke partijen die hun wortels niet in de burgerlijke democratie hebben. Dat geldt ook voor de staatsapparaten van beide landen, die een veel sterkere traditie hebben van extra-legale repressie. Daar zit zelfs een verschil met Haider, die weliswaar ideologisch tegen het nazisme aanleunt maar niet over diezelfde middelen en tradities beschikt. Een eerste voorproefje daarvan kunnen we verwachten in Genua, tijdens de G8-top van 20 tot 22 juli.

Maar nog is Italië niet verloren. Op 18 mei staakten meer dan 80.000 metaalarbeiders in meerdere steden voor een nieuwe CAO. De drie grote vakbonden reageerden furieus op de plannen voor de versoepeling van de wetgeving rond contracten van beperkte duur. De demonstraties in Genua krijgen daarmee een brandende actualiteit: niet alleen tegen de G8, maar ook als eerste grote krachtmeting met de Italiaanse regering. En als een krachtmeting met een nieuw populistische conservatisme dat in Europa de kop op steekt.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren