Borderless

23 July 2019

Gaat de FNV de zorg redden?

Als het aan de regering ligt wordt het zorgstelsel in Nederland voor een groot deel afgebroken. Door meer dan drie miljard te bezuinigen vallen er tienduizenden ontslagen in de zorg en wordt het aantal plaatsen in tehuizen tot een kwart teruggebracht (van 800.000 naar 200.000) terwijl het aantal zorgbehoevenden alleen maar toe zal nemen. Er zijn nu al 25.000 banen in de zorg verdwenen en volgens de overheid verliezen nog eens minstens 48.000 mensen hun baan en waarschijnlijk zullen dit er nog veel meer zijn. De FNV gaat onder de leuze ‘Red de zorg’ campagne voeren om deze ontwikkeling te keren.

Dat de vakbeweging zich inzet om ontslagen tegen te gaan is normaal, dat behoort tot de kerntaak van de bond. En dat ze zich uitspreekt tegen de afbraak van collectieve voorzieningen is ook niks nieuws. Maar deze FNV campagne bevat een aantal elementen die betrekkelijk uniek zijn en deze campagne tot een belangrijke testcase maken voor de vernieuwing van de FNV.

Een brede campagne

De campagne is een initiatief van de Abvakabo, de bond  die de mensen in de zorg organiseert en al een paar jaar bezig is om via de methode van organising de positie van de werkers in de zorg te versterken en acties te voeren tegen de afbraak van de zorg. Maar de campagne 'Red de zorg' is een campagne van de hele FNV.

Al eerder hebben we FNV acties gezien die zich niet beperkten tot het directe belang van de betrokken werknemers, maar waar het bredere belang van publieke voorzieningen centraal stond. Dat gold bijvoorbeeld voor de succesvolle acties tegen de privatisering van het openbaar vervoer in de grote steden die gevoerd werden onder leuzen als  ‘tegen de afbraak  van het OV’. Door dat algemene belang centraal te stellen was het mogelijk om een breed scala van organisaties bij de acties te betrekken.

De zorg is iets waar heel veel mensen direct of indirect mee te maken hebben en de kaalslag daar raakt heel veel mensen, ook emotioneel. De rijken en superrijken hebben mogelijkheden genoeg om als ze dat nodig hebben goede zorg in te kopen. De rest van de bevolking is afhankelijk van zorg als collectieve voorziening, als iets waar je recht op hebt als de noodzaak daar is. Dat geeft de mogelijkheid voor een brede campagne, gevoerd door (mensen uit) alle bij de FNV aangesloten bonden en allerlei andere organisaties.

In de eerste plaats valt daarbij natuurlijk te denken aan patiëntenorganisaties en organisaties van ouderen, maar ook voor allerlei andere organisaties is dit een belangrijk thema. Iedereen kan immers plotseling of langzaamaan zorgbehoevend worden.

Er lijkt een groot draagvlak te bestaan voor een dergelijke campagne. Volgens onderzoek van het  Sociaal Cultureel Planbureau is nu al meer dan driekwart van de Nederlanders er voor dat er meer geld aan de zorg wordt besteed. Het kabinet is dan ook juist op het vlak van de zorg kwetsbaar. In het najaar zal er een grote overheidscampagne gevoerd worden om de veranderingen in de zorg ‘uit te leggen’. Die campagne is er natuurlijk op gericht om de mensen gerust te stellen, maar het is te verwachten dat het de onzekerheid over de toekomst van de zorg alleen maar zal vergroten.

Positie van vrouwen

De afbouw van de zorg heeft ernstige gevolgen voor de positie van vrouwen. De Nederlandse Vrouwenraad, waarbij meer dan vijftig (vrouwen)organisaties zijn aangesloten, heeft haar grote bezorgdheid over de plannen van het kabinet uitgesproken. 'De raad vreest dat het terug naar af is met de emancipatie. Doordat forse bezuinigingen de megaoperatie bij gemeenten domineren, verliezen vrouwen massaal hun betaalde baan en dalen gezinsinkomens. Tegelijk ligt er een grote morele druk om bij te springen bij hulpbehoevende familie, vrienden en buren. Het oude rolmodel sluipt er weer in,' zegt voorzitter Dorenda Gerts, aldus Trouw. De raad benadrukt terecht dat vrouwen dubbel getroffen worden door de afbraak. De massaontslagen in de zorg treffen vooral vrouwen en de door de regering gepropageerde zorgzame samenleving komt in de praktijk vooral  op de al overbelaste schouders van vrouwen neer. Er is dus alle reden voor de bij de Vrouwenraad aangesloten organisaties om zich zorgen te maken en de organisaties en hun achterban vormen daarmee evenzovele potentiële bondgenoten voor de FNV campagne.

Een campagne vanaf de basis

Om er werkelijk een brede campagne van te maken en er ook andere bonden en (mensen van) andere organisaties bij te betrekken is het van het grootste belang dat die ‘anderen’ ook een actieve bijdrage aan de campagne kunnen leveren en hun eigen accenten daarin aan kunnen brengen. In principe wordt daar in de opzet van de campagne in voorzien Het is de bedoeling dat er plaatselijke actiecomités komen waarin naast leden van de FNV ook mensen uit of namens andere organisaties actief kunnen zijn. Het succes van de campagne zal mede afhangen van de vraag of die brede plaatselijke comités werkelijk van de grond komen en of ook leden en vertegenwoordigers van andere organisaties daarin actief worden. Daarbij kan geleerd worden van ervaringen die de afgelopen jaren op plaatselijk vlak zijn opgedaan met dergelijke structuren zoals bijvoorbeeld het uit het ‘comité steun de schoonmakers’ voortgekomen ‘steuncomité sociale strijd’ in Amsterdam.

Een campagne voorbij het parlement

Een ander interessant element van de FNV campagne is dat die zich niet alleen beperkt tot de periode vóór de parlementaire besluitvorming. Er is een sterke traditie in de Nederlandse vakbeweging om acties af te breken op het moment dat de parlementaire besluitvorming over de betreffende zaak is afgesloten. Als de politieke besluitvorming is afgerond dient de sociale strijd gestopt te worden, was heel lang de heersende opvatting binnen de vakbeweging. Met die opstelling wordt nu gebroken.

Ook als de besluitvorming over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) (1) door het aannemen daarvan in de Eerste kamer is afgerond is het voor de FNV nog niet einde verhaal. De bond zal dan een campagne gaan voeren voor een referendum over deze wet. Sinds het voorjaar kennen we in Nederland een referendumwet waarbij een wet via een referendum aan de kiesgerechtigde bevolking kan worden voorgelegd. De initiatiefnemers van een referendum moeten in eerste instantie een verzoek voor een referendum indienen gesteund door 10.000 handtekeningen. In een tweede fase moeten er dan 300.000 handtekeningen opgehaald worden om werkelijk tot een landelijk referendum te komen. (2)

Als de FNV dit traject gaat bewandelen betekent dit dat de afbraak van de zorg langere tijd onderwerp van publiek debat en actie blijft. Het ophalen van 300.000 handtekeningen van kiesgerechtigde Nederlanders is een enorme klus. Maar juist de campagne voor het ophalen van die handtekeningen is een uitstekende manier om mensen te informeren en te betrekken bij de strijd tegen de plannen van het kabinet.

Eerdere ervaringen met een dergelijke campagne leren dat juist in de loop van zo’n campagne de mensen, doordat ze steeds beter geïnformeerd worden, een steeds duidelijker standpunt in gaan nemen en zich meer betrokken gaan voelen. (3)

Campagne opbouw

De FNV campagne kent een duidelijke opbouw. Al geruime tijd wordt er door de mensen in de zorg onder leiding van de Abvakabo op allerlei manieren strijd gevoerd tegen de afbraak  van de zorg. Een volgende stap is de zorgpetitie van de FNV waarin de ondertekenaars zich in algemene termen uitspreken tegen de afbraak van de zorg en steun betuigen aan de strijd daartegen. Via de aanvraag van een referendum en het verzamelen van de benodigde 300.000 handtekeningen kan de campagne uiteindelijk uitlopen op een nationaal referendum over de WMO.

Het is vooral de bedoeling dat de campagne op plaatselijk niveau wordt gevoerd. Alleen dan kan het een campagne vanuit de basis zijn. Dat plaatselijke niveau is ook erg belangrijk omdat de gemeenten in de nieuwe wetgeving een centrale rol krijgen in het uitvoeren van allerlei zorgtaken. Als het goed is kan deze campagne ook een belangrijke rol spelen bij het tot stand komen van lokale FNV groepen waarin leden uit verschillende sectoren op plaatselijk vlak gaan samenwerken.

Alternatieven

Bij een dergelijke campagne die als doel heeft om miljarden aan bezuinigingen op de zorg tegen te houden kan je niet heen om de vraag waar het geld dan vandaan moet komen. In het campagneplan van de FNV wordt in dat kader gewezen op de winsten van de farmaceutische industrie en de verzekeraars, de topinkomens, de overhead, de reserves van de instellingen en de kosten van de bureaucratie in de zorg. Zorg is geen probleem maar de oplossing van problemen, wordt er terecht opgemerkt. Er kan dan ook behalve naar de sector van de zorg ook gekeken worden waar er elders geld voor een goed en sociaal zorgstelsel vandaan kan komen.

De Abvakabo heeft bijvoorbeeld enige tijd geleden aangegeven dat de overheid vele miljarden aan belastinggeld laat liggen bij de belastingheffing. Een recente verkenning van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid laat zien dat ook in Nederland de vermogensongelijkheid steeds verder toeneemt en zich grote vermogens in een klein aantal handen ophopen. Ook dat  zou in de discussie over de kosten van de zorg meegenomen moeten worden.

Rechtse tegenwerpingen

Als de campagne goed van de grond komt en een belangrijke hindermacht wordt in het doorvoeren van de ontzorgplannen van het kabinet zal dat de vakbeweging door de regering, de regeringspartijen en gedoogpartners en hun bondgenoten niet in dank worden afgenomen. Ook in de media zullen alle anti-vakbondsregisters opengetrokken worden. Niet alleen in de traditionele rechtse media zoals Telegraaf en Elsevier en dergelijke, maar ook bladen en rubrieken die zichzelf graag als kwaliteitsmedia omschrijven. Ook de Volkskrant en de NRC zijn nu al sterk anti-vakbeweging en zullen er dan de nodige schepjes bovenop doen. Maar die tegenstand zal voor de rechtgeaarde (vakbonds)activisten het teken zijn dat ze op de goede weg zitten, dat wat ze doen relevant is. (4)

Linkse tegenwerpingen

Maar behalve deze rechtse tegenwerpingen zullen we ongetwijfeld ook met linkse tegenwerping geconfronteerd worden, van binnen en van buiten de vakbeweging. Er zal aangevoerd worden dat deze campagne veel te laat is, dat de actievormen veel te weinig radicaal zijn, dat de regering echt niet bang is voor petities en handtekeningenlijsten, dat als het de vakbeweging ernst is ze veel sterkere wapens in de strijd moet gooien: een grote landelijke manifestatie op het Museumplein of een landelijke staking, dat de acties in de bedrijven georganiseerd moeten worden enzovoort.

Tegen die critici zou ik willen zeggen dat ze vast op een heleboel punten gelijk hebben, dat het allemaal beter en sterker kan en moet. Maar dat het goed zou zijn als ze behalve kritiek leveren ook  zouden proberen te doen wat volgens hen nodig is. Als ze helpen om sterke en breed opgezette plaatselijke comités te vormen, als ze beginnen om de mensen in hun bedrijf of instelling te organiseren en acties tegen de afbraak van de zorg te voeren, als ze ook buiten de vakbeweging mensen bij de strijd tegen de afbraak van de zorg betrekken. Op die manier kunnen ze een voorbeeld zijn voor anderen en een bron van inspiratie.

Of het de FNV echt gaat lukken om de zorg te redden zal de tijd leren. Deze campagne lijkt daar in ieder geval een serieuze poging toe, en als iemand dat kan dan zou dat toch de FNV met haar 1,2 miljoen leden moeten zijn. Als de campagne een succes wordt is dat ook een belangrijke stap in het proces van vernieuwing van de FNV. Een stap op weg naar een sterke strijdbare ongedeelde vakbeweging.


  1. Zie voor uitleg en de gevolgen het kaderstukje onderaan het artikel.
  2. De wijze waarop die handtekeningen moeten worden ingeleverd moet nog geregeld worden. In ieder geval zullen mensen persoonlijk moeten tekenen op lijsten, maar in het ergste geval zou dat bijvoorbeeld alleen met vertoon van legitimatie op het stadhuis kunnen zijn.
  3. Dat was bijvoorbeeld het geval bij de campagne voor het tot nu toe enige landelijke referendum, dat over de Europese Grondwet in 2005. Toen wij in 2004 met een handjevol activisten - in wat later het Comité Grondwet Nee zou gaan heten - begonnen met de voorbereiding van een campagne tegen de Grondwet werden we door vriend en vijand voor gek verklaard. Een overweldige meerderheid van zowel politieke partijen als maatschappelijke organisaties had zich immers voor de Grondwet uitgesproken en uit de eerste peilingen bleek dat er bij een referendum twee keer zoveel mensen voor als tegen de Grondwet zou gaan stemmen. Dat leek dus een verloren zaak. Maar naarmate de campagne van de grond kwam en mensen beter geïnformeerd werden groeide het aantal nee stemmers om uiteindelijk op de dag van het referendum op 1 juni 2005 bij een hoge opkomst met een geweldige meerderheid voor het Nee te eindigen.
  4. Ook wat dat betreft kunnen we het een en ander leren van de referendumcampagne tegen de Europese grondwet. Toen werden de tegenstanders van de Grondwet niet alleen systematisch in de pers als anti Europees neergezet, ze brachten ook de vrede in Europa in gevaar, en als zij hun zin kregen zou volgens D66 kopstuk Brinkhorst in Europa het licht uitgaan, terwijl de VVD met een campagnefilmpje kwam met beelden van concentratiekampen. Maar het effect van dit alles was een groeiende weerstand tegen het ‘Ja-kamp’ en een steeds grotere behoefte van mensen om zich te informeren over de Grondwet en de gevolgen daarvan, met als gevolg een steeds sterker ‘Nee-kamp’.

De ontzorgingsplannen van het kabinet

Bij de plannen van het kabinet met de zorg gaat het vooral om twee wetten, een enorme bezuiniging en de decentralisatie van de zorg.

De eerste wet is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO 2015) die vlak voor het zomerreces door de Eerste Kamer is aangenomen. De tweede wet, de Wet Langdurige Zorg  (WLZ), wordt nu in de Tweede Kamer en waarschijnlijk in november in de Eerste Kamer behandeld. Door de WMO worden de gemeenten verantwoordelijk voor een groot deel van de zorgtaken. Tegelijkertijd wordt er sterk bezuinigd op het budget voor zorg. De gemeenten hebben veel ruimte om eigen beleid te maken, en de WMO-gelden zijn niet geoormerkt waardoor het gevaar bestaat dat de gemeenten ze aan andere taken uit gaan geven. Ook zal er door verschillend gemeentelijk beleid een enorme rechtsongelijkheid ontstaan tussen zorgbehoeftigen in verschillende gemeenten.

Het gevolg van de WLZ die in de plaats komt van de Algemene Wet Bijzondere Ziektenkosten (AWBZ) is dat niet meer 800.000 maar naar schatting slechts 200.000 mensen in een verpleeghuis terecht kunnen. Alleen met een hele zware zorgindicatie kom je daar nog voor in aanmerking.

De veranderingen leiden tot werkloosheid voor tienduizenden mensen met name in de verpleging, de verzorging en de thuiszorg. Inmiddels zijn er al 25.000 banen in de zorg verdwenen. Volgens cijfers van de overheid zullen nog minimaal 48.000 mensen in deze sector hun baan verliezen, volgens de FNV zullen het er enige tienduizenden meer zijn. Ondertussen is er door de vergrijzing alleen maar meer behoefte aan zorg.

willembos(at)grenzeloos.org

Tags: 
Dossier: 
Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren