Borderless

17 July 2019

Geen perspectief met de Democraten

Het gaat niet goed met President George W. Bush. Na 9/11 leek het land bijna eensgezind achter hem te staan, nu blijkt hoe kort de overwinningsroes heeft geduurd. Bijna iedere dag is er slecht nieuws uit Irak en de werkloosheid blijft maar stijgen. De kandidaat-tegenstanders van Bush in de presidentsverkiezingen van 2004 worden met de dag gretiger. Maar als Bush eventueel uit het Witte Huis wordt verdreven, wat voor type zal er dan voor in de plaats komen?

Als je ervan uitgaat dat de kiezers een Democraat willen die zoveel mogelijk het tegendeel van Bush is, dan ligt de keus voor de hand: Dennis Kucinich uit Ohio. Als enige van de tien Democratische kandidaten die door de media min of meer serieus worden genomen, stemde Kucinich in het Congres tegen de oorlog in Irak. ‘Het was fout om naar Irak te gaan, en het is fout om in Irak te blijven,’ zegt hij. De Verenigde Staten moeten van hem van de olie afblijven, en de laatste Amerikaanse soldaat moet binnen drie maanden terug naar huis. Ook op economisch gebied klinkt Kucinich heel anders dan Bush: tegen de belastingsverlagingen voor de rijken, tegen de orthodoxie van de vrijhandel.
Toch doet Kucinich het niet echt goed: noch in de peilingen, noch in de media. Een aantal van zijn standpunten - een VN-vredesmacht voor Irak bijvoorbeeld - en zijn vroegere verzet tegen abortusrechten roepen twijfels op bij delen van links en sommige feministen, maar daar ligt het niet aan. Kucinich wordt gewoon niet ‘verkiesbaar’ geacht.

Onverkiesbaar
De meeste mensen die in de Democratische voorverkiezingen gaan stemmen, beginnen niet met de vraag, ‘Ben ik het echt met deze kandidaat eens?’ Hun eerste vraag is, ‘Wie heeft de beste kans om Bush te verslaan?’ Veel Democratische activisten zijn zelf tamelijk links, maar ze zijn op zoek naar een kandidaat die het goed doet op de buis, die ‘vaart’ lijkt te hebben, en die niet te progressief is.
Een kandidaat die te ‘extreem’ is schrikt de zwevende kiezers af, wordt vaak gezegd. Toch is dat maar de vraag. Kiezers in de Verenigde Staten stemmen niet ideologisch, ze hebben veel respect voor kandidaten die eerlijk voor hun mening uitkomen, en de kiezers staan in veel opzichten links van de meeste politici.
Het probleem is vooral dat de presidentsverkiezing in de VS de kandidaten tientallen miljoenen kost. Hoewel het in dit internettijdperk soms lukt veel geld te werven van kleine donateurs, is het veel makkelijker om een oorlogskas op te bouwen met giften van rijke mensen en bedrijven. Daar komt bij dat de grote tv-netwerken, die eigendom zijn van grote bedrijven, linkse Democraten nauwelijks aan bod laten komen. De neiging is dus om te zeggen: een Democraat moet om te kunnen winnen zo rechts mogelijk zijn.

Verschillen
De verschillen tussen Bush en de meeste ‘serieuze’ Democratische kandidaten zijn niet erg groot. Vier van het tiental - Dick Gephardt, John Kerry, John Edwards en Joseph Lieberman – stemden bijvoorbeeld in het Congres voor de oorlog in Irak. Daar hebben ze het nu niet zo graag over. En vrijwel geen enkele kandidaat behalve Kucinich zegt nu dat de VS Irak uit moeten. Voormalige volksvertegenwoordigster Carole Mosely Brown – de enige vrouw van de tien, en samen met de activistische dominee Al Sharpton de enige zwarte - vat het taboe goed samen: ‘Americans don’t cut and run’ (‘Amerikanen rennen niet weg’).
Howard Dean, ex-gouverneur van Vermont, die veel Democraten weet te bekoren met zijn fel, populistische aanvallen op Bush, zegt ook, ‘De vrede verliezen is helemaal geen optie.’ Ook wat economisch beleid betreft is Dean, zoals bijna alle Democratische kandidaten, voorstander van een vrijhandelzone voor heel Noord- en Latijns-Amerika - uiteraard met wat vage beloftes om banen en het milieu te beschermen.
Het toonbeeld van een ‘verkiesbare’ Democraat is natuurlijk generaal Wesley Clark, voormalige NAVO-commandant in Bosnië, die zich pas in de laatste weken verkiesbaar heeft gesteld: op zijn website staan slogans over het ‘nieuwe Amerikaanse patriottisme’, dat ‘geen soldaat in de steek zal laten’.
Het bizarre is dat Clark zich kandidaat heeft gesteld mede door een pleidooi van de linkse filmregisseur Michael Moore. Politiek gezien zijn Moore en Clark elkaars tegenpolen. Maar Moore wil een kandidaat die Bush kan verslaan en vind Clark daarvoor ideaal. Wat je bereikt door zo’n man als president te kiezen, lijkt Moore zich nauwelijks af te vragen. En hetzelfde geldt voor de legioenen linkse studenten, gisteren nog op de barricaden in Seattle of elders. Zij lopen zich het vuur uit de sloffen in de campagne van Dean of een andere rechtse, ‘verkiesbare’ Democraat, terwijl ze het eigenlijk het meest met Kucinich eens zijn.
Hun tactiek past in de dynamiek van verrechtsing die al meer dan twintig jaar aan de gang is: steeds rechtsere Democratische presidenten worden onpopulair en telkens weer opgevolgd door nog rechtsere Republikeinen. Door in 2004 een rechtse Democraat te steunen en geen onafhankelijke partij op te bouwen, helpen ze de deur open te zetten voor een nog rechtsere Republikein in 2008 of 2012.

Groenen
Met de standpunten van Kucinich is op zich niet zo veel mis, maar zijn strijd binnen de Democratische partij is tot mislukken gedoemd. De enige mogelijkheid om de macht van het geld en de media in de Amerikaanse politiek te breken, is het opbouwen van een massale, actieve, onafhankelijke beweging van onderop.
Vakbonden zouden in zo’n beweging een centrale rol moeten spelen, want ondanks het feit dat ze verzwakt zijn, hebben ze nog miljoenen leden en tienduizenden activisten. Maar de AFL-CIO van John Sweeney blijft aan de Democraten kleven. Gephardt, die de werknemers paait met eisen als ‘een internationaal minimumloon’ - in te stellen door de wereldhandelsorganisatie WTO - leek hun man te zijn. Maar hij doet het niet zo goed en misschien gaan de vakbonden toch voor Dean.
De Labor Party die in 2000 werd opgericht en door enkele kleinere bonden wordt gesteund, blijft voor politieke onafhankelijkheid pleiten, maar gaat niet veel doen in 2004 – uit angst de grote bonden van zich te vervreemden.
Blijven over de Groenen, die het in 2000 met bijna drie procent voor hun presidentskandidaat Ralph Nader goed deden. Sinds die tijd is er een ‘linkse’ hetze tegen Nader en de Groenen, omdat ze in Florida voor de overwinning van Bush gezorgd zouden hebben. Alsof de slappe campagne van Al Gore en de verkiezingsfraude in Florida de schuld van Nader was. Pas over enkele maanden beslissen de Groenen wie deze keer hun kandidaat wordt. Naast Nader, die volgens berichten de terugtrekking van Kucinich afwacht, voor hij zich definitief kandidaat stelt, heeft Peter Camejo misschien ook belangstelling. Camejo, eens socialistische presidentskandidaat, heeft het ook als gouverneurskandidaat van de Groenen in Californië goed gedaan. Toch zal het sowieso moeilijk zijn om Naders score in 2000 te evenaren.
De basis voor een linkse campagne in 2004 is niet heel sterk. Van de anti-oorlogsbeweging is, zoals overal, maar een klein deel over van wat er in februari en maart 2003 was. De andersglobalisten zijn op 11 september opeens afgeremd en nog niet echt terug van weggeweest. Het tij begint waarschijnlijk te keren in het voordeel van links. Maar de linkse invloed op de politieke top van de Verenigde Staten zal ook na de eerstvolgende presidentsverkiezing klein zijn.

De website van de Green Party USA: http://www.gp.org/

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren