Borderless

9 December 2019

Geweld-ig

Het derde deel van de verfilmde Lord Of The Rings breekt weer alle records. Bezoekers, figuranten, computeranimaties, kosten, opbrengsten, het is allemaal weer meer dan ooit. The Return Of The King is een regelrechte hype, een event. De filmlocaties in Nieuw Zeeland worden bijkant overstroomd door fans uit de hele wereld. Ter plekke is zelfs een speciaal Museum met LOTR-rekwisieten ingericht.

Het moet gezegd: het is wederom een prachtige verfilming van een magistraal epos. Het is ongelooflijk hoe de filmbeelden beantwoorden aan de voorstellingen die men had bij het lezen van Tolkien’s boek. Kritiek op de filmische verwerking van het boek is nauwelijks mogelijk. Die is raak. Wat niet helemaal bevalt, zit hem in het verhaal. Deze derde LOTR bevat wel heel erg veel oorlog en is vooral een geweldig gewelddadige geschiedenis.

Doodsdrift
In De Ban Van De Ring verscheen tien jaar na de Tweede Wereldoorlog en een derde wereldoorlog hing in de lucht. De tijd was zwanger van hoop en vrees, van nederlaag en overwinning, van kleine en grote lafheid en heldendom. Een periode waarin bange burgers in een ongebreidelde wapenwedloop leken af te stevenen op een nieuw Armageddon. Dat vinden we terug in de twee verhaallijnen van The Return Of The King. Enerzijds is er de queeste van de kleine Frodo en zijn hulpje Sam om ‘het goede op deze aarde’ te redden. Anderzijds zijn er de massale veldslagen om de macht over Midden Aarde. Die laatste verhaallijn laat een nare nasmaak achter. Die is gesaust met een overdadige portie doodsdrift. Moeten we dood voor ‘Eer en Land’? Dan gaan we dood! Moeten we sterven voor een nieuwe Koning? Dan sterven we! De Heren zeggen het maar! Die elitaire benadering verraadt dat Tolkien bepaald niet vreemd was van Engelse upper class-smetten. Of van de manier waarop de heersende klasse halverwege de twintigste eeuw de problemen van het toenmalige tijdperk overwoog op te lossen. Desnoods opnieuw met miljoenen slachtoffers. Die zich natuurlijk wel de dood moesten laten insturen. Via de weg van het militarisme.

Racistische print?
Een ander aspect aan de strijd om Midden Aarde dat te denken geeft, is de schildering van de partijen die in het geding zijn. Het onderscheid tussen ‘goeden’ en ‘kwaden’ heeft onmiskenbaar een ‘kleur’.
Enerzijds zijn er de nobele blanken. De mensen en elfen in het leger van Gandalf doen denken aan Germanen en Edelgermanen. De dwergen zijn wat klein uitgevallen Vikingen. De hobbits passen iets minder bij de voorstelling van een ‘superras’, maar zijn evengoed overduidelijk bijzonder ‘wit’.
Daartegenover staan de ‘slechte’ rassen en die zijn zonder uitzondering donkergekleurd. De Uruk Hai zijn zwart, de foute mensen zijn een mengeling van Arabieren en Aziaten en de Orks lijken wel heel erg op de karikaturen die in Nazi-Duitsland van oriëntaalse joden en communisten werden gemaakt. De Orks komen zo uit Der Stürmer!
Is er bij de blanken nog sprake van enige nuancering in de karaktertekening, bij de zwarten ontbreekt die totaal, die zijn over de hele linie dom en slecht. Overdreven? Ver gezocht?
Cees Schuyt en Maarten Reesink bespraken onlangs de invloed van de media tijdens lezingen op de Universiteit van Amsterdam. Reesink stelde daar onder andere: ‘Beoordeelden we aanvankelijk datgene wat op televisie kwam op grond van onze eigen normen en waarden, tegenwoordig spiegelen we ons eigen leven aan wat we op televisie zien. We leven in een grote media-wereld.’
Als de impact van beelden in de media werkelijk zo groot is als beweerd wordt door wetenschappers als Reesink, Schuyt, maar ook Mark Elchander (schrijver van De dramademocratie en De symbolische samenleving) dan kunnen we ons er maar beter, op zijn minst, bewust van zijn. Om een eventuele racistische ‘print’ in onze hoofden tijdig ongedaan te maken.

Slechts een optie
De combinatie van de militaristische en de racistische ondertonen leidt tot maar een conclusie: de vijand moet worden uitgeroeid. Ruimte voor een politieke oplossing is er niet. Andere opties dan de toepassing van geweld zijn niet aan de orde. Onderhandelen, pacteren, een deel van de tegenpartij winnen voor de eigen zaak, dat komt allemaal niet voor in het LOTR- woordenboek. De tegenstanders moeten tot de laatste man (en hun vrouwen en kinderen?) van de aardbodem worden weggevaagd. Wederom een patroon om enigszins bedacht op en beducht voor te zijn.

Curieus
Opmerkelijk is de rol van het ‘dodenleger’ dat de goede krachten te hulp schiet. Zowel in het boek als in de film geven zij de doorslag bij het verslaan van de duistere heerscharen rond Minas Tirith. Het overhalen van de doden om een duit in het zakje te doen is nog wel spannend, maar hun optreden is dat niet. Al dood, dus tamelijk onkwetsbaar, rollen ze de vijandelijke troepen gemakkelijk op. Te gemakkelijk. Curieus is wel de aard van dit dodenleger. Normaal gesproken worden dode soldaten opgevoerd als een bron van inspiratie en motivatie. Als helden, voorbeelden voor de levende strijders. ‘Dood voor het vaderland’, ‘They died so we can live’ enzo. Dat geldt niet voor het dodenleger van Tolkien. Dat is juist een verzameling van dieven en deserteurs, die hun schuld aan de wereld komen inlossen om zo hun eeuwige rust te verdienen. Een aardige omkering. In de Engelse spookverhalentraditie overigens geen onbekend fenomeen.

Genoegdoening
Gelukkig biedt de verhaallijn rond Frodo, Sam en Gollem wat tegenwicht aan alle ijzervreterij. Daarin komt letterlijk en figuurlijk ‘de kleine man’ naar voren. Met alle ontberingen en verleidingen waaraan deze in de grote geschiedenis wordt blootgesteld. Met alle menselijke zwakheden en sterke momenten die daar bij horen. De trouw van Sam aan Frodo is ontegenzeggelijk de aanhankelijkheid van een knecht voor een meester. Maar zijn solidariteit is van cruciale betekenis voor de zoektocht. Frodo slaagt er ondanks al zijn opofferingen uiteindelijk niet in de verlokking van het kwaad te weerstaan. Maar hij volbrengt zijn missie omdat hij compassie weet op te brengen voor Gollem. Frodo en Sam en niet de Koningen redden de wereld. Dankzij volharding, solidariteit en compassie.
Gezien wat er tegenwoordig allemaal te doen is rond de trauma’s van soldaten die naar oorlogsgebieden zijn uitgezonden, is het slot van The Return Of The King bijna actueel te noemen. Frodo redt de wereld, maar niet voor hemzelf. Hij kan na de strijd niet meer aarden in zijn gewone leven. Hij gaat. Sam, zwaar beproefd maar met minder verantwoording belast, lukt het wel weer een normaal bestaan, met vrouw en kinderen, in de Hobbitstee op te bouwen. Dat geeft genoegdoening: voor eenvoudige, eerlijke doorzetters is er hoop!


Tolkien: een man van zijn tijd

 

Hij was een nationalist, een reactionair en een antidemocraat. Maar voor alles was John Reuel Ronald Tolkien (1892-1973) een product van het conservatieve Engelse academische milieu waarin hij verkeerde.
Geboren in Zuid Afrika bracht hij het grootste deel van zijn jeugd door in Engeland, waar hij een katholieke opvoeding kreeg. Al op jonge leeftijd raakte Tolkien geïnteresseerd in de sagen van Koning Arthur en Beowulf. Eenmaal volwassen en afgestudeerd in Oxford stelde hij zich tot doel een mythologie voor Engeland te schrijven. Daarbij leunde hij zwaar op de Germaanse mythologie, die voor het grootste deel pas vanaf het einde van de achttiende eeuw was geconstrueerd door Duitse nationalisten.
Na de Eerste Wereldoorlog zette Tolkien zich als professor in Oxford aan het schrijven. Tolkien was een conservatief die weinig ophad met democratie en individualisme, producten van de moderne tijd. Daarbij kwam dat Tolkien volgens zijn biograaf Carpenter het prototype was van een man's man. Hij bracht een strikte scheiding in zijn leven aan tussen het gezin thuis en de academische wereld daarbuiten. Hij en zijn vrouw sliepen gescheiden. Tolkien ging het liefst om met andere mannen: overdag op de universiteit, 's avonds in een van de academische clubs.
Het hoeft geen verwondering te wekken dat het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog Tolkien voor een dilemma stelde. Als Engelse katholieke conservatief koos hij partij tegen Hitler, al deed deze oorlog tegen een Germaans broedervolk hem pijn. Velen hebben gemeend dat The Lord of the Rings bedoeld was als een metafoor voor de Tweede Wereldoorlog. Daarbij zouden Sauron en Saruman respectievelijk nazi-Duitsland en de Sovjet Unie verbeelden. Tolkien zelf heeft iedere parallel tussen zijn verhalen en de werkelijkheid altijd ontkend.
Het is inderdaad de vraag of The Lord of the Rings op die manier begrepen kan worden. Desondanks is het duidelijk dat de trilogie niet zomaar een verhaal is, geschreven door ene Tolkien. Het is een product van zijn tijd; het ademt de angst van conservatieve, blanke mannen voor de moderne tijd en haar ontwortelde massa's. Dat The Lord of the Rings juist in de huidige tijd van nostalgisch gejammer over normen en waarden zo enorm aanslaat bij het grote publiek, is veelzeggend. Koen Haegens

Soort artikel: 

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren