Borderless

22 November 2019

GroenLinksers verdwalen in de AOW-discussie

In een artikel in de Volkskrant van 7 oktober stellen GroenLinks Tweede Kamerleden Halsema en Sap van dat het 'onrechtvaardig is dat mensen die vroeg beginnen met werken, vaak in zware beroepen, langer moeten doorwerken dan hoogopgeleiden. Hoogopgeleiden betalen later (en minder) AOW-premie, maar mogen net zo snel met pensioen als de bouwvakker die op zijn 18ste op de steiger staat’. Vervolgens komt een sneer naar de SP die dit sociale onrecht bewust in stand zou willen met laten met de eis '65 blijft 65'. Groen Links wil daarentegen een ‘flexibele AOW’ op basis van het aantal gewerkte jaren.

Iemand die veertig jaar heeft gewerkt zou dan op zijn 63ste met pensioen gaan. Een hoger opgeleide, en dus in de ogen van de parlementariërs 'bevoorrechte' werknemer zou tot zijn 67ste of 68ste moeten doorwerken. Nou werkt een bouwvakker bijna nooit veertig jaar in betaald werk, dus Halsema en Sap willen dat eventuele jaren van arbeidsongeschiktheid of onvrijwillige werkloosheid meetellen voor de veertig jaar.

Halsema en Sap vergeten een paar dingen, bijvoorbeeld dat het tegenwoordig bijna onmogelijk is om in de WIA te komen, dat alle sociale zekerheidsregelingen worden afgeknepen, en dat als gevolg hiervan velen met zware beroepen in de bijstand terechtkomen. Of jaren in de bijstand ook meetellen wordt in het artikel niet vermeld. Ik kom daar nog op terug.
Een groot deel van die mensen die wegens hun werk arbeidsongeschikt worden hebben na hun werk geen recht op bijstand – bijvoorbeeld omdat hun partner nog verdiend of omdat ze teveel eigen vermogen hebben, zoals een eigen een huis.

Die mensen vallen dus buiten de regeling van Groen Links, want ze hebben geen eigen inkomen.
In het voorstel wordt verder het onderscheid tussen lichte en zware beroepen vertaald als een onderscheid tussen lager opgeleiden en hoger opgeleiden. Deze tweede groep zou altijd meer bevoorrecht zijn. Nou is een onderscheid tussen lichte en zware beroepen sowieso onzinnig, want hoe moet je dat meten, wat zijn de criteria? Heeft een bouwvakker een zwaar beroep en een advocaat die gestrest van de ene naar de andere rechtszaak rent niet? Halsema en Sap willen het onderscheid tussen lichte en zware beroepen echter anders invullen.

Maar ook hun alternatieve onderscheid tussen hoger en lager opgeleiden en het aantal gewerkte jaren is onzinnig. In feite schemert hierin het onderscheid tussen hand en hoofdarbeid door. 'Handarbeid is zwaar, hoofdarbeid licht', lijken de schrijvers te bedoelen. In feite zeggen Halsema en Sap dat studenten niet werken. Deze hoeven met hun tempobeurs tegenwoordig helemaal niet voluit aan de bak suggereren de schrijvers en dat zou betekenen dat studenten helemaal niet op hun 65ste met pensioen hoeven. Hier wreekt zich de eenzijdig, buitengewoon conventionele van Halsema en Sap op wat werk is. Als het betaald wordt, is het werk, en anders niet. In feite brengen studenten zonder rijke ouders een inkomensoffer omdat ze jarenlang van een lage beurs moeten leven. Mensen die vanaf hun 20ste werken hebben daarentegen soms al op jeugdige leeftijd een redelijk salaris. En als studenten later bijvoorbeeld advocaat of bestuurder zijn, zeggen Halsema en Sap, werken ze met hun hoofd, dus dat is ook niet zwaar. Volgens mij kun je deze generieke regeling niet invoeren zonder onrechtvaardige gevolgen voor verschillende groepen burgers.

Vergeten wordt ook dat de AOW een volksverzekering is: iedereen is vanaf zijn 18ste als inwoner van Nederland verzekerd, ongeacht of je premie betaalt of niet. Je kunt voor de AOW dus niet het argument aanvoeren dat de een langer premie betaalt dan de ander. Als je dat invoert, schaf je de volksverzekering als zodanig af.
Helemaal een gotspe is de stelling van Halsema en Sap, dat door de AOW voor ‘lichte’ beroepen later te laten ingaan, bijvoorbeeld met 67 of 68 jaar, alleenstaande en gescheiden moeders en vrouwen zouden worden gestimuleerd om in deeltijd of volledig te gaan werken. Waar zijn die banen dan? Het betekent alleen maar dat de concurrentie om de bestaande banen scherper wordt en de neerwaartse druk op arbeidsvoorwaarden en omstandigheden toeneemt.
Zo'n idee getuigt van een neoliberale visie op de economie. Gezien dit stimulatie-argument 'ten bate van' alleenstaande en gescheiden vrouwen vermoed ik dat Halsema een bijstandsuitkering niet wil laten meetellen voor die veertig jaar arbeid die je moet hebben verricht om op je 63ste voor AOW in aanmerking te komen. Dit maakt de groep die buiten de regeling valt nog groter.
In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen tussen 18 en 65 geen betaald werk. Daarvan hebben er ongeveer 1,5 miljoen een ander inkomen. Dus 1 miljoen heeft niets, is huisvrouw, renteniert, wat niet al. En de kansen op betaald werk is voor die grote groep erg klein. Halsema wil die groep geen recht geven op AOW op 65 jarige leeftijd. Een miljoen mensen wordt hun rechten ontnomen in het voorstel van Groen Links. En dat naast de ongetwijfeld grote groep die in de huidige crisis na inkomen uit werk zonder inkomen komt te zitten of die in de bijstand terecht komt.

Als je wilt dat hoge inkomens in deze crisistijden belast moeten worden om de financieringstekorten te drukken zeg dat dan. Ga niet voorstellen doen om dicht aan te schurken tegen de regeringsstandpunten, die in feite over de hele linie de AOW-leeftijd willen verhogen naar 67 om zo de mensen met lagere inkomens mee te laten opdraaien voor de miljardensteun aan de banken en het financierskapitaal.

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren