Borderless

19 October 2019

Links in Italië op de weg terug

Nergens in Europa is de politieke ruk naar rechts duidelijker zichtbaar dan in Italië. De vrijwilligers van het Genoa Social Forum zijn door Berlusconi's politie tot bloedens toe geslagen en Carlo Giuliani werd gedood. Berlusconi ontpopte zich als een fanatiek supporter van de oorlog van Bush en toont zich de grootste vijand van de zogenaamde inferieure moslims. De postfascist Fini werkt namens Italië aan een grondwet voor Europa. Maar dankzij het sterkste massaverzet van Europa krijgt Italiaans rechts niet in alles zijn zin.

De laatste weken lijkt het nieuws uit Italië op een even verbijsterende als zwarte komedie. Van hoofdrolspeler Berlusconi mocht er geen Europese arrestatiebevel komen. Hij wilde niet het risico lopen zelf wegens corruptie gearresteerd te worden. Uiteindelijk haalde hij bakzeil. Dezelfde Berlusconi nam vervolgens het Ministerie van Buitenlandse Zaken over toen zijn verantwoordelijke minister geen genoegen nam met de minachting van rechtse collega's voor de euro. De minder keurige Berlusconi zag er weinig kwaad in.

Achter de groteske krantenkoppen gaat een ware verrechtsing schuil van een groot deel van de Italiaanse samenleving. De thema’s verschillen niet van die van Pim Fortuyn: migranten, veiligheid, luie ambtenaren enzovoort. Net als bij Fortuyn oefent Berlusconi's zakelijk imago grote aantrekkingskracht uit. Hij won de verkiezingen op basis van zijn ‘3 I's’, die in het Italiaans staan voor: ondernemerschap, Engels, internet.

Ondanks een parlementair overwicht heeft de rechtse coalitie echter niet de meerderheid van de kiezers achter zich (het systeem van evenredige vertegenwoordiging werd begin jaren negentig ‘hervormd’ en deels vervangen door een districtenstelsel). De regering blijft vooral zwak in het midden van het land, in Lazio, Toscane en Emilia-Romagna. Het progressieve deel van de bevolking vormt nog steeds een stevige basis voor mobilisatie. Dat was al te zien in Genua, en sindsdien zijn de mobilisaties alleen maar groter geworden. Een manifestatie met 100.000 mensen is in Italië doodnormaal, één met een opkomst van twee of drie keer zo groot niet uitzonderlijk.

‘No global’
Dat geldt zeker ook voor de ‘no global’-beweging, zoals andersglobalisten in Italië worden genoemd. Het Genoa Social Forum continueert zijn bestaan als Italian Social Forum en profileert zich bewust als Italiaanse afdeling van het Forum van Porto Alegre.

De beweging is in Italië dieper dan waar ook geworteld, met afdelingen in honderden steden, dorpjes en wijken. Wie naar de website www.romasocialforum.it gaat, komt een paginalange lijst tegen met links naar sites in iedere regio van het land. In Rome alleen al kun je naar meer dan vijf sites. Geen verassing dus dat tijdens de Qatar-top begin november in meer dan honderd steden manifestaties plaatsvonden.

In Brussel liepen in december weinig Italianen mee. Daar waren goede redenen voor. "No global" beperkt zich niet tot tophoppen of het betuigen van solidariteit met andere landen; ze wordt ook sterk in beslag genomen door de strijd in Italië zelf. In december vond juist een algemene staking van de publieke sector plaats tegen de bezuinigingsplannen van Berlusconi. Die staking volgde op een algemene staking in de metaalindustrie. De metaalvakbond FIOM rekent zich tot de linkervleugel van de centrale CGIL en werkt sinds Genua zo nu en dan samen met radicale bonden buiten de centrale vakbonden die in de COBAS zijn verenigd.

Naast docenten hebben ook studenten en scholieren zich in de strijd geworpen. Voor Genua kwam er een grote beweging aan de universiteiten op gang. In de herfst was het de beurt aan de middelbare scholieren, die bijna overal in het land scholen bezetten. In Rome dwongen ze de minister van onderwijs tot een gesprek door een weeklang in hongerstaking te gaan.

Oorlog
De oorlog in Afghanistan heeft de mobilisaties zeker niet onderbroken, eerder versterkt. Dat bleek al tijdens de jaarlijkse vredesmars van Perugia naar Assisi (Umbrië) in oktober, waaraan een recordaantal van 200.000 tot 300.000 mensen deelnam. Acties in Rome lieten een zelfde beeld zien.
Daar gaven op 10 november slechts 40.000 mensen gehoor aan een oproep van Berlusconi om voor de VS te demonstreren terwijl een tegendemonstratie ongeveer 100.000 mensen trok. De peilingen liegen er niet om: ongeveer de helft van de Italianen blijft zich tegen de oorlog uitspreken.

Nog sterker dan de sociale mobilisaties betekent de anti-oorlogbeweging een klap in het gezicht van centrumlinks, dat tot mei vorig jaar het land regeerde. In het parlement maakten naast de radicaal-linkse Rifondazione Comunista (Partij van Communistische Heroprichting) alleen enkele Groenen en een rechtse afsplitsing van Rifondazione bezwaar tegen Berlusconi's actieve steun aan de oorlog. Leiders van centrumlinks die mee demonstreerden in Umbrië, vooral de ex-communisten van de Linkse Democraten, werden weggehoond. Erg democratisch is het inderdaad niet, dat een oorlog die in de peilingen door nauwelijks 36 procent van de bevolking wordt gesteund, ongeveer 95 procent van de parlementsleden achter zich krijgt.

De beweging is een welkome ruggesteun voor Rifondazione. Rifondazione kwam als vierde partij van Italië uit de verkiezingen, na de Forza Italia van Berlusconi, de postfascistische Nationale Alliantie en de centrumlinkse Linkse Democraten. Maar van veel linkse mensen krijgt Rifondazione de schuld van de rechtse overwinning. De partij kan zelfs de eigen leden maar met moeite van haar onafhankelijke, radicale koers overtuigen. De meerderheid bestaat nog uit oud-eurocommunisten van de voormalige PCI. Ieder jaar raakt Rifondazione twintigduizend leden kwijt en krijgt daarvoor slechts de helft terug. Met negentigduizend leden is ze nu ongeveer een derde kleiner dan bij haar oprichting in 1991.

Het vinden van aansluiting bij de nieuwe generatie van "no global" en de anti-oorlogbeweging is voor Rifondazione dus een zaak van leven of dood. Landelijke secretaris Fausto Bertinotti omschrijft de oorlog als een strijd tussen "het fundamentalisme van de markt en het fundamentalisme van het geloof". Het is "absoluut noodzakelijk uit deze tangbeweging te ontsnappen", aldus Bertinotti. "We moeten vechten voor tolerantie, multiculturalisme en een onderlinge bevruchting van culturen en tradities."

De aanpak lijkt vooral aan te slaan bij studenten, waarvan elf procent zich met Rifondazione identificeert tegenover slechts vijf procent van de kiezers.

Heroprichting
In maart houdt Rifondazione een congres waar de meerderheid zich waarschijnlijk uitspreekt voor een oriëntatie op de nieuwe generatie van activisten en op andere Europese radicaal-linkse stromingen. De meerderheidstekst spreekt van een nieuwe, feministische, ecologische arbeidersbeweging die tot stand moet worden gebracht. Het betekent vooral dat ze meer afstand gaat nemen van het reformistische verleden van de Italiaanse CP.

Voor de meerderheid behelsde de beslissing van Rifondazione om de centrumlinkse regering van Prodi ten val te brengen, een bewuste keuze om voorrang te geven aan politieke en sociale actie boven het parlementaire werk. Een minderheid bestrijdt die koers. Volgens zijn tegenstanders onderschat Bertinotti de rol van centrumlinks, de vakbonden en de parlementaire organen.

Volgens de meerderheid is het niet voldoende ruimte te geven aan kritiek binnen de partij; de partij moet zich openstellen voor de samenleving en deelnemen aan bewegingen zonder de leiding op te eisen. De rechtervleugel beschouwt deze nadruk op zelforganisatie als "anti-leninistisch".

Ook Bertinotti's gebrek aan respect voor de oude communistische partij schiet de minderheid in het verkeerde keelgat. Bertinotti wil een "terugkeer naar de oorsprong van de communistische beweging" en een "radicale breuk met het stalinisme". Die democratische ambitie neemt niet weg dat Rifondazione allerlei bureaucratische tendensen kent, een wonderlijke zaak in een partij die een bureaucratie nauwelijks kan bekostigen. De meerderheid bepleit dan ook een radicale spreiding van de macht en een zoektocht naar vormen van directe democratie.

De meerderheid is overigens niet homogeen. Er bestaan vier stromingen: de volgelingen van Bertinotti; Bandiera Rossa (de Italiaanse zusterorganisatie van de SAP); oud-leden van Proletarische Democratie, een radicaal-linkse partij uit de jaren '80; en oud-communisten die meestal met de meerderheid meestemmen, soms als een soort ‘stille critici’, die weliswaar ongerust zijn over de radicale koers maar niet met Bertinotti willen breken. Ook ter linkerzijde van de meerderheid bestaan nog stromingen.

De diversiteit betekent dat Bertinotti nooit op een vaste meerderheid kan rekenen. Zijn voorstel voor een minimum van vijftig of veertig procent vrouwen in elke congresdelegatie werd bijvoorbeeld niet aangenomen; een voorstel voor een minimum van dertig procent wel.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren