Borderless

20 January 2019

Lula’s corrupte carnaval

De stroom aan corruptieschandalen die sinds een paar maanden in Brazilië aan het daglicht komen maken duidelijk dat de regering Lula niet alleen de neoliberale politiek van zijn voorganger probeert te overtreffen maar ook de manier van regeren van het vorige regime voortzet.
Degenen die indertijd verwachtten dat er met Lula in Brazilië een nieuwe progressieve wind ging waaien en de Arbeiderspartij haar naam waar zou maken zijn een illusie armer.

Ook wij behoorden tot degenen die verwachtingen hadden van het aan de macht komen van Lula. Zijn arbeiderspartij was een voorbeeld van een nieuw soort linkse partij: open, pluriform, ondogmatisch, geworteld in belangrijke sociale bewegingen en met een grote mate van interne democratie. De leden van onze eigen organisatie, de Vierde Internationale, behoorden tot de oprichters van de PT en vormde een belangrijke linkse stromingen in de partij met de veel zeggende naam Socialistische Democratie (DS).
Al voor de overwinning in de presidentsverkiezing in 2002 waren er door de PT belangrijke ervaringen opgedaan na verkiezingsoverwinningen in steden en deelstaten. Vooral het systeem van participatief budgetteren zoals dat door onze kameraden van DS in Porto Alegre was ontwikkeld leek interessante perspectieven te bieden. (Zie voor de discussie hierover het artikel op pagina 16 van deze krant).
Natuurlijk waren er grote bezwaren tegen de campagne die door de stroming rond Lula was gevoerd: de keuze van een rechtse ondernemer als vice-president; de verklaringen dat aan alle wensen van het IMF tegemoet zou worden gekomen en dat de omvangrijke (voor een groot deel uit de tijd van de militaire dictatuur stammende) buitenlandse schuld keurig afbetaald zou worden; de steeds meer op de persoon Lula gerichte campagne enzovoort. Ook was het duidelijk dat de verrechtsing van de politiek van de PT gepaard ging met een vermindering van de interne democratie en een steeds groter greep van de groep rond Lula op de partij.
Maar toch was er de hoop dat deze overwinning een dynamiek op gang zou brengen die links nieuwe mogelijkheden gaf..
Neoliberaal project
Met zijn allereerste beleidsdaden - zoals de benoeming van verklaarde voorstanders van de neoliberale politiek op economische sleutelposities - maakte Lula meteen al duidelijk dat hij niet met het neoliberalisme ging breken. De aanval op de pensioenrechten liet zien dat het voldoen aan de eisen van het IMF belangrijker was dan de verworven rechten van de arbeidersbeweging. Mensen die zich ertegen verzetten werden met harde hand uit de PT verwijderd.
De linkervleugel van de PT kwam onder zware druk te staan. Men protesteerde tegen de pensioenhervorming en verzette zich tegen het royement van de parlementariërs die er tegen hadden gestemd, maar nam niet echt afstand van het regeringsbeleid. Hoe valt te verklaren dat bijvoorbeeld de meerderheid van DS de regering is blijven steunen?
Daarbij spelen verschillende factoren een rol. In de eerste plaats de grote populariteit van Lula zelf onder de bevolking. Een breuk met de regering zou door de grote meerderheid van de bevolking - die hoge verwachtingen had van de veranderingen die de regering zou brengen - maar moeilijk begrepen worden. In de tweede plaats had Lula er bij de vorming van zijn kabinet voor gezorgd dat niet alleen alle partijen die hem steunden een ministerspost kregen, maar ook de belangrijkste stromingen binnen de PT. Zo werd Miguel Rossetto van DS minister van agrarische hervorming, een post die hij tot op de dag van vandaag bekleedt. Zijn benoeming werd toegejuicht door de beweging van landloze boeren MST.
Een derde element dat van belang is om de opstelling van links en met name van de meerderheid van DS te begrijpen is de positie van individuele leden van deze stroming. DS vormde weliswaar een belangrijke linkse stroming binnen de PT, op het laatste congres van de PT (in 2001) kreeg ze een kleine twintig procent van de afgevaardigden achter zich, maar met enige duizenden leden in een partij van honderdduizenden blijft het een kaderorganisatie. Een groot deel van de DS is op dit moment werkzaam voor regeringsinstanties of in het apparaat van de PT. Een breuk met de regering en een breuk met (de meerderheid van) de PT is voor deze mensen dus niet alleen een politieke breuk, maar heeft vergaande consequenties.
Het laatste en waarschijnlijk belangrijkste punt is dat door de grote meerderheid van links in de PT (inclusief de meerderheid van DS) onderschat is hoe belangrijk de manier van functioneren, de manier van politiek bedrijven van de regering is.
De voorstellen om ook op landelijk vlak te beginnen met experimenten met het systeem van participatief budgetteren en zo de bevolking bij het bestuur te betrekken werd door de stroming rond Lula verworpen. Maar dat het systeem van corruptie als politiek instrument van het vorige regime werd overgenomen had waarschijnlijk niemand in de linkse stroming verwacht.
Corruptie als methode
Hoe pijnlijk het ook is te constateren, dat is wat er in Brazilië onder deze regering aan de hand is. Het gaat niet om incidentele of geïsoleerde gevallen van corruptie. Het gaat om een systeem waarbij systematisch staatsgeld vrij wordt gemaakt om politieke steun voor de regering te kopen. Met name de vaste maandelijkse betalingen aan parlementariërs van oppositiepartijen spreken boekdelen. Tot op heden is de directe betrokkenheid van Lula hierbij niet bewezen, maar het duidelijk dat zijn hele entourage hier bij betrokken was (is) en dat het een bepalend element was (en is) in het verwerven van politieke steun voor de regering.
Door sommige verdedigers van de regering worden de nu naar buiten gekomen corruptieschandalen als een rechts complot betiteld: een poging van rechts om de linkse regering in diskrediet te brengen. Helaas is die visie niet houdbaar. Natuurlijk proberen vooral een aantal kleine rechtse partijen munt te slaan uit de schandalen, maar dat is zeker niet de algemene houding van rechts. Zowel Braziliaanse ondernemers als de vorige president Fernando Henrique Cardoso, en Wallstreet en het IMF doen juist alle moeite om de omvang van de schandalen te minimaliseren, en een destabilisering van de regering te voorkomen.
Voor hen is het meest gunstige scenario dat de regering Lula doorgaat met haar neoliberale agenda, en een hele serie hervormingen doorvoert waartoe de vorige regering (door het linkse verzet) niet toe in staat was, (zoals de op stapel staande hervormingen van de arbeidswetgeving). En tegelijkertijd de PT - die onder de vorige regering een belangrijke factor was in het verzet tegen dergelijke maatregelen - zichzelf van binnenuit vernietigt als linkse kracht.
Medeverantwoordelijkheid
Een van de meest trieste aspecten van de huidige ontwikkeling van de PT is natuurlijk dat ook een belangrijk deel van de (voormalige) linkervleugel van de partij, inclusief onze eigen DS, geen tegenwicht heeft geboden. We kunnen, zoals we hier boven hebben gedaan – verschillende factoren aangeven die daarbij een rol spelen, maar het politieke oordeel wordt er niet minder om. Er is geen enkele aanwijzing dat leden van de linkervleugel op de een of andere manier betrokken zijn bij de corruptiepraktijken, maar we kunnen er niet omheen dat links in de PT, inclusief de meerderheid van DS, op dit moment meer onderdeel is van het probleem dan van de oplossing. Door hun steun aan de regering vormt ze een rem op de strijd tegen de neoliberale politiek en de verdere verrechtsing en verloedering van de PT.
Een dergelijke kritiek impliceert natuurlijk ook kritiek op het functioneren van de hele Vierde Internationale in deze. Het debacle in Brazilië is ook ons debacle.
Sommige zeer cynische verdedigers van Lula en de PT meerderheid voeren nu aan dat de PT eigenlijk geen andere keus had. Zij had immers wel het presidentschap en daarmee de regering in handen, maar beschikt niet over een meerderheid in beide kamers van het parlement. Dus om haar politiek door te voeren moest de regering wel overgaan tot ‘speciale’ methoden: het omkopen van afgevaardigden.
Behalve cynisch is deze redenering ook in strijd met de feiten. Het is gewoon niet waar dat de regering Lula een regering is die haar linkse beleid door een rechts parlement moet zien te krijgen. De grote lijnen van het beleid (de neoliberale hervormingen) worden juist door rechts onderschreven (ook al willen ze best wat geld aanpakken om er openlijk mee in te stemmen). Het is juist links (binnen en buiten de PT, binnen en buiten het parlement) dat zich verzet tegen de grote hervormingen.
En als het zo was dat de regering linkse zaken door een rechts parlement had moeten loodsen dan had ze dat op een volstrekt andere manier moeten doen. Door het mobiliseren van steun voor haar voorstellen onder de bevolking. Door het inschakelen van de bevolking bij het beleid. Dat is precies wat in Porto Alegre (en andere steden) is gedaan met het participatieve budgetteren. Ook daar zat de PT met een uitvoerende macht (de burgemeester en zijn apparaat) dat ze wel in handen had, en een parlementair orgaan (de gemeenteraad) waar ze slechts een minderheid vormde. De praktijk liet zien dat de voorstellen die uit het proces van participatief budgetteren naar voren kwamen ook in de gemeenteraad - die formeel het laatste woord bleef houden – altijd werden geaccepteerd. Niet omdat de vertegenwoordigers van de rechtse partrijen overtuigd waren, en plotseling wel veel belang hechtte aan onderwijs en gezondheidszorg voor de armen, maar omdat deze volksvertegenwoordigers begrepen dat ze het niet konden maken om zich te verzetten tegen voorstellen die een zo duidelijk draagvlak onder de bevolking hadden en die in een zo duidelijk democratisch proces tot stand waren gekomen.
Het in werking stellen van dergelijke mechanismen had de regering Lula - als ze dat gewild had – in staat gesteld een linkse agenda door te zetten. Het met Lula en zijn kliek verbonden deel van de PT wilde dat niet. De linkervleugel heeft helaas onvoldoende ingezien dat een dergelijke participatie noodzakelijk was om iets van de hoop van de bevolking waar te maken, en de dynamiek van het proces na de verkiezingen een andere kant op te sturen.

De zon partij
In januari vorig jaar werd door de parlementsleden van de PT die geroyeerd werden nadat ze tegen de pensioen hervorming hadden gestemd de Partido Socialisme e Libertad (P-SOL) opgericht. De partij heeft inmiddels bij de kiesraad de benodigde vierhonderdvijftigduizend handtekeningen van kiezers afkomstig uit 22 staten ingeleverd. Daarmee ziet het er naar uit dat de partij mee kan doen aan de presidentsverkiezing volgend jaar. De presidentskandidate zal dan waarschijnlijk senator Heloisa Helena zijn, een lid van DS.
De partij probeert een links alternatief voor de PT op te bouwen, maar streeft ook naar nauwere samenwerking met linkse mensen die nog binnen de PT actief zijn. (www.psol.org.br)

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren