Borderless

22 November 2019

Nieuwe motieven, oude clichés

Na de aanslag op Charlie Hebdo wordt veel gesproken over de islamistische daders, maar nauwelijks over antisemitisme

Na het bloedbad in het redactiekantoor van Charlie Hebdo en de gijzeling in een joodse supermarkt in Parijs is de indruk dat hoewel iedereen deze daden veroordeelt en rouwt om de slachtoffers, de antisemitische kant nauwelijks benoemt wordt. De uitspraak 'Je suis Charlie' is overal, 'Je suis juif' is nauwelijks te bekennen. Hier en daar is 'Je suis une épicerie casher' ('ik ben een koosjere supermarkt') te lezen, maar de namen van de slachtoffers blijven onvermeld. Yohan Cohen, Philippe Braham, Yoav Hattab en Francois-Michel Saada zijn echter door Amedy Coulibaly vermoord vanwege hun Joods-zijn.

Niet overal blijven de reacties uit. De Franse regering veroordeelde de daad als antisemitisch. President François Hollande maakte in een toespraak op televisie zeer duidelijk dat het om een 'vreselijke daad van antisemitisme' ging. Minister van Binnenlandse Zaken Bernard Cazeneuve liet de dag na de aanslag de politiebewaking van 717 joodse scholen en synagoges versterken. Met ondersteuning van het leger werden 4700 agenten ingezet.

Antisemitisch geweld is helaas niets nieuws. Sinds het midden van de jaren 2000 is het aantal antisemitische aanvallen, waarbij soms doden vielen, sterk gestegen. In januari 2006 werd Ilan Halimi ontvoerd en doodgemarteld. De daders noemden zich de 'Bende van Barbaren' en stonden onder leiding van Youssouf Fofana. Zij kozen Ilan Halimi uit, omdat hij 'als Jood rijk zou zijn'.

In maart 2012 werden Jonathan, Gabriel en Aryeh Sandler en Myriam Monsonégo in de joodse Ozar-Hatorah school door Mohamed Merah vermoord vermoord omdat zij Joden waren. Ook de aanslag op het Joodse Museum in België waarbij in mei 2014 vier mensen door geweervuur vermoord werden, is op het conto van een Franse staatsburger te schrijven.

Een groeiend aantal aanvallen

Al daarvoor steeg volgens de Nationale Advies Commissie voor Mensenrechten (CNCDH) het aantal antisemitische incidenten in Frankrijk tussen 2003 en 2004 met 61 procent – het aantal antisemitische aanvallen op scholen verdrievoudigde. Volgens onderzoek van het bureau van de Europese Unie voor Grondrechten ervaart 88 procent van de Franse Joden een toenemende vijandigheid. Bijna de helft overweegt naar Israël te verhuizen. Dat is een hoger percentage dan in Hongarije. In 2014 verlieten 6000 Franse Joden het land om naar Israël te verhuizen; in 2013 waren het er nog 3400. Joden maken minder dan een procent van de Franse bevolking uit maar volgens de officiële getallen zijn zij het slachtoffer van 40 procent van de racistische aanvallen.1)

Sinds de jaren 2000 is de motivatie voor de aanvallen echter veranderd. Het traditionele, extreem-rechtse antisemitisme is in Frankrijk nog nauwelijks de motivatie voor antisemitisch geweld. De meeste rechtse organisaties hebben hun Jodenhaat ingewisseld voor haat jegens Arabieren en anti-moslimracisme. Enkelen, zoals de komiek Dieudonné, M'bala M'bala of de schrijver Alain Soral, proberen hun antisemitisme opnieuw vorm te geven door zogenaamd partij te kiezen voor de Palestijnen. De daders en de motivatie zijn nu echter anders.

Zo ook bij de meest recente moorden in Parijs. Het geweld werd uitgeoefend door jonge mannen die geen banden hebben met Frans extreem-rechts. Ze hebben ook niks te maken met de Palestina-beweging. De motivatie voor hun geweld is antisemitisch: ze geloven dat Joden rijk zijn, door de Franse staat voorgetrokken worden of tot een of andere geheime wereldmacht behoren. Ze hebben zich de klassieke antisemitische clichés eigen gemaakt.

Youssef Fofana van de 'Bende van de Barbaren' redeneerden bijvoorbeeld dat 'Joden geld hebben' en deel uitmaken van een geheime wereldmacht: terwijl Joden geld zouden hebben, werd hij als Zwarte persoon enkel als slaaf waargenomen. Net als Fofana komen de nieuwe daders uit sociaal benadeelde milieus, hebben ze een achtergrond in de postkoloniale migratie en werden ze meestal op de een of andere wijze het slachtoffer van racistische discriminatie. Hun antisemitisme blijkt uit hoe zij de sociale, racistische en economische onderdrukking die ze dagelijks ervoeren, en die niet erkend werd door de samenleving, op Joden projecteren.

Antisemitisme als een probleem van buiten

De racistische discriminatie tegen Zwarten en Arabieren neemt zelden de vorm aan van direct fysiek geweld. De slachtoffers van racisme doen slechts zelden aangifte, vooral niet wanneer ze door overheidsinstanties als scholen of door de politie racistisch gediscrimineerd worden. De ontkenning in de Franse samenleving van het koloniale verleden voert tegen deze achtergrond tot 'slachtoffer concurrentie' tegenover Joodse gemeenschappen. In tegenstelling tot het koloniale verleden, is de Holocaust wel officieel erkend in Frankrijk.

Dat voert er weer toe dat de reacties op de aanslagen op hun beurt zelf racistisch zijn en het antisemitisme naar buiten toe wordt geprojecteerd, buiten de Franse samenleving wordt geplaatst. De strijd tegen antisemitisme, net zoals die voor vrouwenrechten, wordt door conservatieve krachten uitgebuit en als deel van westerse beschaving neergezet. Aanhangers van het idee van een 'clash of civilizations' (Huntington) benadrukken hun verwerping van antisemitisme, om zichzelf als deel van een superieure beschaving te positioneren. Het is bevreemdend om te zien hoe het lot van slachtoffers van antisemitisme gebruikt wordt om sociale uitsluiting van anderen in stand te houden.

Net als andere vormen van racisme is antisemitisme een systeem. Het komt niet alleen 'van onderop' en drukt zich niet alleen in geweld uit. Een paar minuten gezelligheid in een café of bar en antisemitisme blijkt immer present, ongeacht afkomst, sociale klasse of geslacht.

Structurele analyses van antisemitisme worden vaak afgedaan als goedpraten. Deze analyses zijn echter nodig om een politiek antwoord op antisemitisme te formuleren. Ze zijn pogingen om de haat die zich verspreid in Frankrijk te kunnen bestrijden.

Anno 2014 is antisemitisme in Frankrijk een realiteit met bloedige gevolgen, en een die door Frans links te weinig serieus genomen wordt. Antisemitisme bestrijden vereist een andere houding tot het verleden. Ten eerste mag antisemitisme niet langer als iets dat van buiten de Franse samenleving komt beschouwt worden. Er moet een einde komen aan een nationale geschiedschrijving die Franse verantwoordelijkheid voor antisemitisme ontkent en de betrokkenheid van het Vichy-regime bij de Holocaust afdoet als 'uitzondering'. En ten tweede moet eindelijk de Franse koloniale geschiedenis erkend worden.

Een dergelijke omgang met de Franse geschiedenis kan ertoe bijdragen dat moslims niet meer weggezet worden als 'structurele antisemieten' en helpen om vijandigheid jegens moslims te bestrijden. Natuurlijk is dat alleen mogelijk als tegelijkertijd antisemitische clichés bekritiseerd worden en slachtoffers van antisemitisme op solidariteit kunnen rekenen.

Aurélie Audeval woont vooral in Parijs, is activiste en promoveert op de geschiedenis van Vichy. Dit artikel verscheen eerder in Analyse & Kritik..

 

1) Rapport sur l'antisemitisme, 2013.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren