22 September 2020

Nu ook in Nederland: de Armeense kwestie

In december 2004 nam een unanieme Tweede Kamer een motie van de ChristenUnie aan waarin de Nederlandse regering werd gevraagd “om binnen het kader van een dialoog met Turkije voortdurend en nadrukkelijk de erkenning van de Armeense genocide aan de orde te stellen”. Het meest verbazingwekkende gevolg van deze motie was dat er op dat moment géén rumoer ontstond. Nadat eerder in Frankrijk en Canada soortgelijke uitspraken werden gedaan, werden deze landen geboycot door Turkije. De Turkse regering dreigde bijvoorbeeld niet langer wapens te kopen in Frankrijk. Maar in de winter van 2004 niets van dat alles in Nederland.

In de discussie over de Armeense genocide lopen enkele grote kwesties door elkaar heen. Wat is de waarheid over de massamoorden en wat zijn de kansen op democratisering in Turkije? Daarnaast is er het actuele belang van de discussie in Nederland over Turkije en het lidmaatschap van de EU.

Kemalisme kernprobleem
Het is een historisch vaststaand feit dat op bevel van de regering van het Ottomaanse rijk, te weten Talat Pasja, in 1915 de Armeense en Assyrische bevolkingsgroepen in het Ottomaanse Rijk als groep doelbewust zijn vernietigd. Deze beslissing werd samen met sommige Koerdische stammen uitgevoerd. Het gaat niet om uit de hand gelopen ‘spontane’ moordpartijen. Het woord genocide is door de jurist Lemkin in de jaren dertig bedacht om het buitengewone karakter van de Armeense volkerenmoord als een aparte categorie te kunnen verklaren. Lemkin’s analyse leidde in 1948 tot de Genocide Conventie.
De opzet van de massamoorden wordt overigens door een groep historici bestreden. Het gaat hierbij niet om een strijd van geschiedkundigen over historische feiten waar de burgers van vandaag op kunnen toekijken, maar om een politieke strijd met actuele gevolgen. De huidige Turkse republiek heeft formeel gesteld niets te maken met hetgeen toen gebeurde. De genocide op Armeense en Assyrische burgers vond plaats vóór de oprichting van de republiek Turkije en vóór de oprichting van de republiek Armenië. Turkije zou er echter zeer verstandig aan doen te erkennen dat de voorgangerstaat verantwoordelijk was voor misdaden tegen de menselijkheid. Een dergelijke erkenning zou de lange weg naar verzoening kunnen openen. Zolang dat niet is gebeurd blijft de Armeense kwestie rondspoken, ook in Nederland.
Kern van het probleem is de strak georganiseerde ontkenning van de genocide door de Turkse staat, die via ambassades en zeer goed georganiseerde Turks-nationalistische organisaties van diverse pluimage, uit Turkije afkomstige Nederlanders onder ideologische controle wenst te houden. Van belang is ook dat de Turkse staat formeel een anti-godsdienstige houding heeft. De islam wordt met behulp van een apart ministerie voor godsdienstzaken, Diyanet, gecontroleerd, tot in Nederland aan toe.
Het probleem voor een democratische ontwikkeling in Turkije is de officiële Turkse staatsleer, het kemalisme. Die leer blokkeert een open discussie over verleden, heden en toekomst. In Turkije voorkomt deze staatsleer dat andersdenkenden een eigen identiteit kunnen ontwikkelen. Dat is het kernprobleem van de Turkse maatschappij. Onder druk van een democratische beweging in Turkije komt deze kwestie slechts moeizaam aan de orde. De kemalisten geven plankgas om tegen te werken, wat leidt tot tal van processen tegen moedige schrijvers als Pamuk, Shafak en Dink. De eerste twee zijn vrijgesproken, Hrant Dink een oude linkse activist van Armeense afkomst, is veroordeeld voor zijn openlijke erkenning van de genocide.

Rumoer
Met de stilte na het aannemen van de motie Rouvoet in december 2004 leken de Turkse nationalisten een nieuwe koers ingeslagen. Toch zaten ze niet stil. Sinds de aangenomen motie werden enkele grote openbare debatten over de Armeense genocide succesvol gesaboteerd. Dat gold voor een bijeenkomst in de Rode Hoed in Amsterdam in 2005 en voor de bijeenkomst aan de Erasmus-universiteit in Rotterdam in maart 2006, waar ik aanwezig was. Ze waren er daar vooraf in geslaagd een spreker in het panel te parachuteren en een harde kern van Grijze Wolven intimideerde aanwezige Armeniërs. Ze verziekten de bijeenkomst zodanig dat aan het slot de politie kwam binnenstormen.
Ook opvallend was dat nog voor de officiële publicatie van een initiatiefwetsontwerp van de Christen Unie om het ontkennen van genocide te verbieden, op 1 juni 2006, al een door Turken begonnen internationale emailactie was gestart om deze wet te smoren. Tweede-Kamerleden werden met een standaardbrief die in het Nederlands was opgesteld, bestookt van over de hele wereld. Een actie die het deed voorkomen dat het wetsontwerp gericht is tegen Turkije. De wet moet nog worden behandeld.
Dit alles was niet meer dan het gerommel van een naderend onweer dat losbarste toen de Federatie van Armeense Organisaties in Nederland (FAON) navraag deed bij enkele Tweede Kamerkandidaten van Turkse komaf over hun standpunt over de motie Rouvoet. Een legitieme vraag aan Tonca en Elmaci van het CDA en aan Sabanc van de PvdA. Zij ontkenden de genocide en kwamen in conflict met het partijstandpunt. De partijbesturen wisten zich geen raad en schrapten de heren fluks van de lijsten. Tonca en Elmaci deden het voorkomen alsof het gaat om een vrijblijvende kwestie; welles nietes en verder even goede vrienden. Het doorbreken van die vrijblijvende houding is de grote winst van de afgelopen maanden. De discussie is losgebarsten en kent behartigenswaardige en tragische kanten. In het huidige klimaat van vreemdelingenangst en in het licht van de schijntegenstelling tussen christelijke Armeniërs en islamitische Turken werd de hele kwestie alleen maar verwarrender. Sommige Nederlandse politici willen uit angst voor de islam een Turks lidmaatschap van de EU blokkeren. Dat is niet in het voordeel van de democratische beweging in Turkije die het liever zouden zien dat er in Nederland gedemonstreerd wordt voor de vrijheid van meningsuiting van Hrant Dink dan van genocide-ontkenners zoals hier is gebeurd. Turkije kan het best gesteund worden door solidariteit te betrachten met de beweging die strijdt voor democratie in Turkije.
Inmiddels is de liberale D66-politica Fatma Koser Kaya tot de darling van Turkse nationalisten gekozen. Het Turks Forum verspreidde voor de verkiezingen een pamflet dat zij de enige kandidaat is die de genocide niet wenst te erkennen en dat ze daarom met voorkeursstemmen in de Kamer moet worden gekozen ofschoon zij in december 2004 vóór de motie Rouvoet heeft gestemd. Het heeft er, op moment van schrijven, alle schijn van dat Koser Kaya met Turks-nationalistische voorkeursstemmen is gekozen in de Tweede Kamer. Zij geeft op basis van een vrijblijvende kijk op de geschiedenis de voorkeur aan eigenbelang boven de waarheid.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren