25 February 2021

Postuum: Louis Sévèke over zijn geschiedenis, de kraakbeweging en de subcultuur

Op 15 november 2005 kwam Louis Sévèke (41), vlakbij kraakpand De Grote Broek in het centrum van Nijmegen, om het leven door twee pistoolschoten. Van de dader en zijn motief lijkt nog steeds ieder spoor te ontbreken. Louis was een bekend gezicht binnen activistisch Nijmegen en omstreken, al lange tijd bezig en zeer deskundig. Om die reden interviewde Grenzeloos-redacteur Arthur Bruls hem eind 2004, in het kader van een groter project over de historie van links Nijmegen. Hij sprak met hem over zijn eigen geschiedenis, de kraakbeweging vanaf de jaren tachtig en de subcultuur. We hebben besloten hem in dit nummer te gedenken door het daaruit resulterende, nog niet eerder gepubliceerde verhaal af te drukken. Een soort postuum eerbetoon dus, voor een bijzondere, strijdbare en lieve activist.

´Het was bij een bezetting van het ministerie van Onderwijs, in 1986. Ik ben er toen nogal hardhandig uitgegooid door de politie, in elkaar getrapt en gewond geraakt. Die nacht heb ik mijn wonden zitten likken en besloten dat ik het helemaal anders zou gaan doen. Mijn studie - waarvoor ik in 1984 in Nijmegen was terechtgekomen - dat geloofde ik eigenlijk wel. Ik was al op de universiteit betrokken geraakt bij acties tegen de studiefinancieringsplannen van minister Deetman. Nu wilde ik met een groep mensen in een kraakpand gaan wonen en me samen met hen met politiek bezighouden.

'We zijn toen een pand gaan zoeken. Daarbij kwamen we al snel op de Mariënburg uit, die eigendom bleek te zijn van het Shell Pensioenfonds. De anti-apartheidsstrijd was in die tijd in Nederland op haar hoogtepunt. Het was bovendien een groot pand in het centrum van Nijmegen, dat hoog boven de stad uittorende. Op 16 september 1986 hebben we het gekraakt. Het werd een heel actieve groep die daar woonde, van een mens of dertien, veertien. De studentenbond AKKU vergaderde daar, de ANC-SWAPO vrouwengroep, je had BONK - burgerlijke ongehoorzaamheid en non-koöperatie - en de antimilitaristische actiegroep.
Het was een enorm pand. Tijdens een erg inspirerende huisvergadering hebben we toen afspraken gemaakt om er meer mensen te laten wonen en per verdieping woongroepen te maken. We waren ook bezig met de elektriciteitsvoorziening, via zonne- en windenergie, en allerlei andere dingen die we wilden doen.
Maar we waren nog maar net uitvergaderd, of daar lag de dagvaarding waarin de ontruiming gevorderd werd.
Mede tegen de achtergrond van de strijd tegen Shell, waar het pand eigendom van was en waardoor het een symboolwerking kreeg naar de rest van het land toe, werd besloten om niet zomaar weg te gaan. We zouden ons op een harde en deels ook offensieve manier verzetten tegen de ontruiming. Uiteindelijk zijn er honderden mensen naar Nijmegen gekomen om mee actie te voeren. Het is er behoorlijk hard aan toegegaan. Er zijn ook wat dingen gebeurd die ik minder gelukkig vond - een individuele motoragent werd aangevallen, ruiten bij plaatselijke middenstanders werden ingegooid. Dat diende geen enkel doel.
Ik zat zelf in de binnengroep, die tot op het laatst in het pand moest blijven. Het was elf uur 's ochtends toen de ME door de laatste muur van de ruimte waar we ons verschanst hadden brak. De radio stond aan. Precies op het moment dat zo’n ME’er met een plexiglasschild door het gat stapte, hoorden we het bericht op het radiojournaal dat de SHV, de moedermaatschappij van de Makro, onder druk van de acties van RaRa (Revolutionaire Anti-Racistische Actie) aangekondigd had zich terug te trekken uit Zuid-Afrika. Dat was wel een vrij symbolisch moment. We waren erg opgetogen over dat bericht, en aan de andere kant werden we ook op dat ogenblik het pand uitgeknikkerd.
Je hebt toen een intensieve opsporing gehad in heel Nederland, naar aan de ene kant RaRa en aan de andere kant de Mariënburg. Dat alles heeft natuurlijk tot de nodige interne discussie geleid. Die is niet altijd even zuiver gevoerd. Velen hebben door de maatschappelijke en de politieke verontwaardiging zich naderhand gedistantieerd van wat er op die dag is gebeurd. Uiteindelijk heeft dat er ook toe geleid dat het roer om ging in de Nijmeegse kraakbeweging. Bij de eerstvolgende grote ontruiming - de Arkstee in 1988 - is nadrukkelijk gekozen voor geweldloos verzet. Wat wel weer resulteerde in een afstraffing door de politie.
Naar mijn overtuiging was het bij de Mariënburg niet de bedoeling om zoveel mogelijk agenten de hersens in te gooien. Maar wél om door stenen en het bouwen van barricades te zeggen: tot hier en niet verder. Iedereen begint geweldloos. Maar ik weet ook wat je allemaal meemaakt en ziet aan geweld van de overheid. Dat leidt ertoe dat mensen het ofwel helemaal voor gezien houden, of zich weerbaarder en soms ook gewelddadiger op gaan stellen. Het is natuurlijk een splijtzwam, wel of geen geweld.

'Infiltratie door geheime diensten beïnvloedt de sfeer veel meer dan je lief is, echt! Daar sta ik nog steeds van te kijken. In Nijmegen is daar heel veel over te doen geweest. Alleen al door het feit dat hier veel gevallen bekend zijn geworden van mensen die als agent voor de geheime diensten functioneerden. Zo’n boekje als De tragiek van een geheime dienst beoogde juist openheid van zaken te geven, een gevoel van overwinning, van "zij infiltreren wel, maar je kunt zelf ook wat terugdoen". Het frapante is dat het bijna een averechts effect heeft. Het maakt mensen juist eerder bang of paranoïa. Dat valt mij iedere keer weer op als bekend wordt dat iemand benaderd is. Als je het gewoon tussen de bedrijven door over zulke dingen hebt, dan is het van "oh ja, we worden in de gaten gehouden en geïnfiltreerd en hahaha". Maar zodra het daadwerkelijk gebeurt, schrikt iedereen zich een hoedje. Terwijl ik gewoon zo iets heb van: dit gebeurt, dit willen we eigenlijk niet, maar we weten dat de diensten het doen. Voor een deel bevestigt zo'n infiltratie je geuzenbestaan, maar het heeft echt veel invloed. Telkens weer.

'Om even terug te gaan naar de jaren '80. Ik denk dat de politieke belangstelling van mensen in die tijd heel onderwerpsgebonden was. Over het algemeen was het afkomstig uit de krant. De kraakbeweging ontwikkelde een radicalere variant op de onderwerpen die op dat moment speelden in de actualiteit, en waar andere groepen en organisaties zich mee bezighielden. Dat hield vaak wel in dat je van het ene naar het andere moment hobbelde, en dat er weinig aan langdurige strategie ontwikkeld werd. Midden jaren tachtig had je wel de anti-imperialisten die daar pogingen toe deden. Maar veel mensen vonden het een beetje arrogant dat hun lijn de enige juiste zou zijn. De teksten die ze produceerden vond men bovendien te ingewikkeld om mee aan de slag te gaan.

'Het mooie aan de kraakbeweging, aan kraken en kraakpanden is dat het mensen de mogelijkheid biedt zich te ontwikkelen. Om met politiek bezig te zijn én zelf vorm te geven aan je eigen omgeving, de ruimte waar je leeft en woont. Voor de mensen die vroeger gingen kraken was het makkelijk om dat leven te leiden. Je was verzekerd van een uitkering, je had veel tijd om andere dingen te doen dan werken of studeren. Wij konden nog drie weken klussen aan een pand. Tegenwoordig kan dat niet meer.
Een minder positieve kant van kraken is de neiging om een eiland te vormen. Bij de een is dat vantevoren meer aanwezig dan bij de ander. Er zijn mensen die dat eiland al willen en zich daarom terugtrekken uit de maatschappij in een kraakpand. Bij een ander is het minder vooropgezet, maar is de kans dat het gebeurt groot omdat je nu eenmaal met zo’n gemeenschap in een kraakpand zit. Het verschilt natuurlijk wel per persoon, per groep en per pand.
Ik ben zelf altijd geneigd om te denken dat de kraakbeweging waar ik binnenkwam en actief in werd minder subcultureel was. Maar misschien is dat beeld wel gekleurd door de manier waarop ik het graag zie. Ik vind wel dat het vaak draait om een eigen normen- en waardenstelseltje binnen zo’n kraakbeweging. Sowieso vind ik bepaalde trends - en dat is een negatieve omschrijving, je kunt ook zeggen dat het politieke overtuiging is - beperkend. Bijvoorbeeld dat het eten van vlees in de kraakbeweging not done is. Dat sluit vaak uit dat bepaalde groepen een ruimte binnen een kraakpand kunnen gebruiken. Ik vind het goed als je vind dat er geen vlees gegegeten mag worden en ik vind het ook prima als je daarom een vegetarisch eetcafé begint en dat actief uitdraagt. Maar als je daarom andere politieke en maatschappelijke organisaties uitsluit van je faciliteiten, dan ben ik daar minder over te spreken. Toen ik voor het eerst in de Grote Broek kwam, had je daar een eetcafé waar je kon kiezen tussen een vegetarische maaltijd en eentje met vlees. Als ik nu vertel dat er vroeger in de Broek vlees gekookt werd en dat meer dan de helft vlees at, geloven mensen je bijna niet.

'De kraakbeweging is erg hetero, erg wit. Wat ik heel jammer vind is dat we er op de een of andere manier perfect in slagen om zo min mogelijk homo’s en zwarten over de vloer te krijgen. Ik vind dat een deel van die eigen culturele dogma’s daaraan bijdraagt. Je zondert je af van de maatschappij door op een andere manier te leven. Consumptie is daarbij belangrijk. Kleding is iets onderscheidens. Ik heb daar zelf nooit zo aan meegedaan. Krakers herken je, zeg maar. Gelukkig niet allemaal, maar het is wel zo. Kleding is heel belangrijk voor je uitstraling, in hoe mensen overkomen en willen overkomen. Maar het heeft ook een onderscheidend vermogen op een negatieve manier: het maakt mensen onbenaderbaar. Wat dat betreft is het een behoorlijk subcultureel gebeuren. Dat kan lastig zijn als je politiek wilt bedrijven. Het gevolg is dat het een redelijk selectief gezelschap blijft. Schijnbaar is er meer voor nodig dan alleen maar politieke overeenkomsten om met mensen samen te kunnen werken.

'Gaandeweg ontstonden er in de kraakbeweging ook kleine bedrijfjes. Mensen moesten in een kraakpand allerlei dingen zelf doen en de een bleek handiger in dit, de ander vond dat weer leuker. Die panden boden daar ook de mogelijkheid toe: je had de ruimte voor een werkplaats of atelier. Best wel een groot aantal mensen is zich steeds meer gaan professionaliseren. Die mensen waren meer en meer zakelijk bezig met hun bedrijfsactiviteiten. Dat heeft wel tot twist geleid, bijvoorbeeld rond legalisering van kraakpanden. "Jij bent alleen maar bezig met je eigen bedrijf veilig te stellen door het pand te legaliseren", zeiden sommige mensen. Als je kijkt, veel van de panden die gelegaliseerd zijn - nog even afgezien van de vraag of er bedrijven in zitten - dat heeft weinig meer te maken met de idealen van toen. In de meeste gelegaliseerde panden kom je als politiek actieveling niet meer.

'De Grote Broek is nooit een pand geweest met bedrijfjes. Daar is altijd bewust voor gekozen. Eens in de vijf jaar vindt daar weer discussie over plaats, vaak naar aanleiding van een concreet verzoek. Het gaat erom dat je de ruimte in de Broek wilt gebruiken voor het algemeen nut, in plaats van voor één groep. Dat is een zich herhalende discussie, wat ook een nadeel is, want vaak moet het wiel weer opnieuw uitgevonden worden.
In 1995, 1996 heeft in de Grote Broek ook een discussie over legalisatie gespeeld. Het grote struikelblok is altijd het geld geweest. Je wilt een pand aankopen, maar ook laagdrempelig blijven. Sommigen wilden bepaalde activiteiten het pand binnenhalen en zo geld verdienen, waardoor de rest zou kunnen blijven bestaan. Ik wilde dat niet. Je begint met het binnenhalen van een activiteit die geld opbrengt, dan nog een tweede en voordat je het weet, dwaal je af van je oorspronkelijke doelstelling.

'Op een gegeven moment verlaten mensen de kraakbeweging. Dat komt mede doordat het leven in kraakpanden redelijk intensief is; na een tijdje heb je dat gehad. Je bent heel veel met je eigen pand bezig, politieke tegenstanders kunnen de ruiten in komen gooien of er dreigt weer een ontruiming. Veel mensen vinden het bovendien als ze jonger zijn wel leuk om in een woongroep te wonen, maar willen op den duur toch meer privacy.
Als mensen zich terugtrekken uit dat subculturele gebeuren laten velen ook het politieke achter zich. Het is niet vanzelfsprekend om over te stappen naar een andere politieke organisatie of beweging. Misschien speelt daarbij mee dat het allemaal zo leunt op die kraakbeweging. Mensen hebben weinig contact met andere bewegingen, waardoor er ook niets meer is als je stopt met kraken. Het zijn altijd heel individuele keuzes: iemand trekt zich terug en gaat wat anders doen. Misschien is dat ook wel slecht.
Ik denk sowieso dat politiek actief zijn in Nederland door veel mensen gezien wordt als iets dat je tijdelijk doet. Op een gegeven moment ontgroei je het. Dat heeft veel te maken met het feit dat er gewoon geen echte buitenparlementaire, radicale politiek bestaat in Nederland. Daardoor is het inderdaad heel erg gebonden aan de periode dat veel mensen boos en opgewonden raken: in hun jeugd dus. Buiten zo'n jonge beweging bestaat te weinig radicale politiek. Dat maakt het lastig om stand te houden als je wat ouder wordt. Voordat je het weet, ben je de enige oude lul tussen alle jonge bloemen. En dat werkt ook niet even makkelijk.

'Als je kijkt naar de omvang en de intensiteit van de kraakbeweging in Nijmegen, dan was de Mariënburg achteraf gezien een laatste oprisping. In die periode werd er iedere week wel iets gekraakt. Mede naar aanleiding van het verzet tegen de ontruiming van de Mariënburg is er eind 1987 een kraakverbod ingesteld. Dat heeft een belangrijk deel van wat er toen nog kraakte de das omgedaan. Toch was er zodra dat verbod niet meer van kracht was, eind jaren tachtig, weer een groeiend beweginkje.
Ook op dit moment wordt er weer veel gekraakt in Nijmegen. Lang niet zoveel als begin jaren tachtig, maar toch. De Grote Broek zit nu in een vergevorderd stadium van het legaliseringsproces. Wat mij is opgevallen tijdens de discussies daarover, is dat er redelijk wat mensen zijn die zich ineens heel makkelijk conformeren aan de grote boze buitenwereld. Juist de mensen die voor die tijd bezig waren met de subcultuur en die zich daardoor afscheidden van de rest van de samenleving, dragen dan ineens de argumenten uit die normale maatschapij aan: "Ja, we moeten wel reëel zijn". Ja, moesten we dat niet altijd al? Die overgang bij mensen. Van alles naar niks. Ik heb steeds gevonden dat die subcultuur een negatieve invloed had op de mogelijkheid reëele coalities te sluiten met anderen die toevallig niet in een kraakpand zitten.
De reden waarom ik vind dat de Grote Broek moet blijven bestaan, is omdat het een plek is in het centrum van Nijmegen waar een ander, niet mainstream geluid verkondigd en gehoord kan worden. Onze kracht is wat we willen zijn, niet wat we op kunnen brengen.

LouisSévèke.nl is een site gewijd aan de herinnering van Louis. Je kunt hier o.a. zijn artikelen en nieuws over het onderzoek naar de moord vinden.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren