Borderless

13 December 2019

Rechts wint in de VS: Links in verwarring

Hoe verdeeld de Verenigde Staten ook zijn, voor links betekent de recente overwinning van George W. Bush een nog groter echec dan die van 2000. De Republikein verwierf een absolute meerderheid van de stemmen, en verstevigde met een onvervalst rechts program zijn greep op de Senaat en het Huis van Afgevaardigden. Het overgrote deel van links schoot zichzelf in de voet door zich achter een Democraat te scharen die nauwelijks minder rechts was dan Bush zelf.

Met democratische verkiezingen had de strijd weinig gemeen. Evenals in Florida vier jaar geleden, dankte Bush zijn krappe meerderheid in Ohio deels aan een bewuste tactiek om zwarte kiezers uit te sluiten die het lef hadden zich voor de verkiezingen in te schrijven.
En uiteraard was de verkiezing van de president meer dan ooit gedegradeerd tot koopwaar. Bush beschikte over 361 miljoen dollar om zijn verkiezing te kopen. Daarvan was 49 procent in giften van 2000 dollar of meer – van bedrijven en rijkelui dus.
Toch mag het een wonder heten dat John Kerry wist te verliezen. Voor het eerst sinds de jaren dertig leden de Verenigde Staten onder Bush een nettoverlies aan banen. De armoede nam toe, het reële inkomen van de meeste mensen daalde, het aantal mensen zonder ziekteverzekering groeide tot 45 miljoen. Al die mensen had Kerry bitter weinig te bieden – anders dan bijvoorbeeld Jesse Jackson, die het in 1984 en 1988 goed deed, ook onder arme, blanke, evangelische kiezers in het Zuiden.
Tekenend is dat Bush 11 procent van de stemmen wist te behalen onder de zwarten, 42 procent onder de Latino’s en 36 procent onder armen met een inkomen beneden de 15.000 dollar per jaar. Een meerderheid behaalde Bush alleen in de inkomensgroep van boven de 50.000 dollar per jaar – onder de kiezers waren juist die mensen in de meerderheid. Ondanks de alom in de media toegejuichte verhoogde opkomst, was de minder verdienende meerderheid in het electoraat fors ondervertegenwoordigd.

Linkse kater
Velen in het linkse kamp blijven met een kater achter. In de laatste maanden gaven ze alles voor een Democraat die de bezetting van Irak en de neoliberale economische orde ondersteunde. Linkse prominenten die in 2000 nog Ralph Nader steunden, riepen de kiezer nu op voor Kerry te stemmen.
Niet zonder resultaat. Nader scoorde maar een fractie (0,5 procent) van de drie miljoen stemmen (2,7 procent) die hij in 2000 vergaarde. David Cobb, de kandidaat van de Greens, deed het nog slechter, hoewel zijn partij zich kon troosten met overwinningen bij plaatselijke verkiezingen. De angst dat Nader dit jaar ‘opnieuw’ zou zorgen voor een overwinning van Bush werd niet bewaarheid. Overal was de overwinningsmarge van Bush groter dan de gezamenlijke scores van Nader en Cobb.
Maar wat zijn de gevolgen? Maandenlang heeft links zich ideologisch ontwapend door af te zien van kritiek op de rechtse standpunten van Kerry. Onafhankelijke mobilisaties werden steeds weer uitgesteld. De Million Worker March in oktober bijvoorbeeld bleef beperkt tot de radicale vleugel van de vakbonden; de meeste bonden in de AFL-CIO hadden het te druk met de campagne voor Kerry. Links roept braaf dat het de mobilisaties nu weer oppikt. Maar zoals columnist Alexander Cockburn van The Nation opmerkte, ‘Ze zijn de weg kwijt en weten niet welke kant op te marcheren’.
Wereldwijd moet links wederom rekening houden met een rechtse tegenwind uit de VS. Na de overwinning van Bush in 2000 kon links zich nog rijk rekenen met de goede score van Nader, het gebrek aan legitimiteit van Bush en met een andersglobaliseringbeweging die fors in opkomst was. Dit keer staat de zaak er anders voor. Het ziet er naar uit dat links - ondanks grote mobilisaties tegen de oorlog in Irak - de klap van 11 september 2001 nog niet te boven is.

Twee burgeroorlogen

Ook Grenzeloos heeft het woord ‘burgeroorlog’ gebruikt om de diepe verdeeldheid in de VS te schetsen. De geografische parallel tussen de figuurlijke burgeroorlog nu en de daadwerkelijke Burgeroorlog van 1861-65 wordt minder vaak opgemerkt. In feite kon Bush in bijna geen staat die in de ‘echte’ Burgeroorlog aan de winnende, noordelijke kant stond, vast op een overwinning rekenen. Bush’s staten zijn bijna allemaal zuidelijke staten die tot de opstandige Confederacy (Statenbond) behoorden, of westelijke staten die toen nog niet bestonden. (zie kaart) Alleen West Virginia, dat pas in 1863 door de bezetting van het noordelijke leger van Virginia werd losgerukt, en Indiana, dat tijdens de Burgeroorlog berucht was om zijn pro-zuidelijke neigingen en dat nog in de jaren twintig in de greep was van de Ku Klux Klan, werden terecht tot voor Bush zekere staten gerekend. Verder wist Bush in het Noorden alleen in Ohio en waarschijnlijk Iowa krappe meerderheden te behalen. Bush profiteerde van het feit dat de staten van de zuidelijke en westelijke Sunbelt, die in het bijzonder gebaat zijn bij een voor het kapitaal aantrekkelijk rechts beleid, in 2004 in verhouding welvarender en bevolkingsdichter zijn dan in 1865.
De parallel berust niet op toeval. De Republikeinse partij was na 1876 kansloos in het Zuiden, toen ze geïdentificeerd werd met een federale overheid die streefde naar een nieuw zuidelijk bewind waarin aan de zwarte ex-slaven gelijkheid werd toegekend. De Democratische partij raakte op haar beurt de zuidelijke bolwerken kwijt in de jaren zestig toen ze beschouwd werd als bondgenoot van de burgerrechtenbeweging. Hun huidige nationale kracht ontlenen de Republikeinen dan ook grotendeels aan het feit dat ze dominant zijn onder de zuidelijke blanke kiezer.
Terwijl veel blanken in het Zuiden de Democraten als ‘negerliefhebbers’ verachten, ziet het Westen de Democraten als de partij van de federale bemoeizucht. Veel grond is er in eigendom van de federale overheid. De federale milieuwetgeving (inmiddels grotendeels uitgehold) stelde paal en perk aan de verwoesting van het land door de hout- en mijnbedrijven, en liet niet toe dat in het droge Westen de dorst van de landbouwmultinationals volledig werd gelest. Een klein deel van het land bleef ook in eigendom van de inheemse bevolking (‘ de Indianen’), waarvan de federale regering en de Democraten ten onrechte als beschermheer werden gezien. Het racisme tegen de inheemse Amerikanen is in het Westen even sterk als tegen zwarten en Latino’s in de rest van het land.
Het Democratische leiderschap beschouwde het decennialang als een vloek dat de Democratische Partij als partij van zwarten, Latino’s en Indianen werd gezien, en deed er alles aan zich opnieuw als partij van de blanke middenklasse te profileren. Daarvan heeft alleen Bush profijt kunnen trekken.

Geen stemrecht meer

Dat het opkomstpercentage in de VS onder het Europese gemiddelde ligt is bekend. Veel minder bekend is hoe de situatie ontstaan is. De lage opkomsten zijn deels het gevolg van ‘progressieve hervormingen’ in het begin van de twintigste eeuw, met het doel de politiek uit handen te nemen van de omkoopbare, onwetende armen en migranten en over te dragen aan apolitieke ambtenaren en de beter geïnformeerde, beter opgeleide burger. Van die tijd dateert het huidige systeem van verplichte inschrijving, weken of soms maanden vóór de verkiezingen, zodat kiezers in de VS nooit zomaar worden opgeroepen. Niet toevallig werd de zwarten in het Zuiden in diezelfde jaren het stemrecht bijna volledig ontnomen.
Hoewel de federale Voting Rights Act van 1965 het algemene stemrecht beoogde veilig te stellen, is de vooruitgang deels weer teruggedraaid in de jaren zeventig. Uiterst repressieve strafwetgeving speelt een belangrijke rol. De gevangenissen puilen uit. In Californië zitten duizenden mensen levenslang voor ‘zware’ misdaden als winkeldiefstal. Ruim twee miljoen mensen zitten gevangen, per hoofd van de bevolking meer dan waar ook in de wereld. Daarbij is het niet-blanke kwart van de bevolking ruim oververtegenwoordigd. Die twee miljoen mensen hebben geen stemrecht. In veel staten worden burgers die in het verleden gevangen zaten bovendien jarenlang of levenslang van het stemrecht uitgesloten. Republikeinen moet men er met een lantaarntje zoeken.
Bush dankte zijn beslissende overwinning in Florida in 2000 aan dit soort wetgeving, en aan een praktijk waardoor tienduizenden zwarten en anderen onterecht als voormalige gevangenen werden bestempeld en zo van hun stemrecht beroofd werden. In 2004 hebben burgerrechtenorganisaties en plaatselijke Democratische activisten een campagne gevoerd om de uitsluiting te voorkomen. De linkse zwarte dominee Jesse Jackson speelde er een vooraanstaande rol in. Er is veel geklaagd over het gebrek aan ondersteuning door de landelijke campagneorganisatie van Kerry.
Kerry heeft meer kansen laten liggen. In Florida zagen Democraten aanvankelijk kans een groot deel van de Cubaanse kiezers voor zich te winnen, door armere, minder ideologische en vaak zwarte Cubaanse migranten na 1980 los te weken van de meer welgestelde en rechtse Cubanen die tot de uiterste rechtervleugel van de Republikeinen behoren. Maar dit keer waren de Latino’s in de campagne van Kerry geheel onzichtbaar, zodat Cubanen in Florida moeilijker te winnen waren.

Rectificatie

De mededeling in Grenzeloos 78 dat de socialistische organisatie Solidarity een stemadvies gaf voor Nader dan wel voor Cobb is niet correct. Het congres van Solidarity beschouwde weliswaar een stem op Cobb evenals een stem op Nader als een ‘uitdrukking van verzet tegen de oorlog en de bezetting’, toch koos het duidelijk partij voor Nader en tegen de zogenoemde tactiek van Cobb om ‘deels van binnenuit en deels van buitenaf druk uit te oefenen op de Democraten’.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren