Borderless

25 September 2017

SIRE campagne: Wéér wordt dóórgeslagen…

“Dat krijg je er nou van. Ik had nog zo gezegd: Niet gaan lopen rennen!” Aan het woord is een juf. Ze spreekt vermanend twee jongens van een jaar of tien toe, die elkaar net nog achterna zaten. Tot er één struikelde en viel. Geschaafde knieën. Klassiek. Het gebeurde bij mij om de hoek. In het Zuiderpark. Prima plek voor schoolklassen om een frisse neus te halen. Met gelegenheid voor een een lesje ‘milieu-educatie’. Met speeltuin en een glaasje ranja met een rietje toe. En natuurlijk om op de terugweg naar school even uit de groep te breken om met een klasgenoot wat te hollen en te dollen. Onderuit gaan. Terwijl de juf nog zó had gezegd: “Niet gaan lopen rennen!”.

Vechten of stoeien
Een ander voorbeeld uit eigen ervaring. Een juf zegt wat klagerig: “Ik wordt toch zo moe van al dat vechten op het schoolplein in de pauze.” Terwijl ik toch echt niet veel meer heb gezien dan wat betrekkelijk onschuldige stoeipartijen. Dat ging er in mijn eigen jongenstijd soms wel wat steviger aan toe. Vooral wanneer we uitprobeerden wat nou eigenlijk effectiever was: judo of boksen.
Nog niet zo gek lang geleden verzuchtte een al wat oudere vrouwelijke rechter: “Mijn indruk is dat er vroeger veel meer onderling werd opgelost. Als er nu een klap valt, staat de dader de volgende dag bij mij voor het hekje. Geweldsdelict.”

Gemiddeld
Emeritus hoogleraar pedagogiek Louis Tavecchio heeft van het thema ‘jongens en meisjes in het onderwijs’ zijn levenswerk gemaakt. In een interview met Gijsbert Vonk zet hij zijn bevindingen nog eens op een rijtje. (www.drs-online.nl)
“Uit neurowetenschappelijk onderzoek wordt steeds duidelijker dat de hersenen van jongens en meisjes verschillen.” Hij benadrukt daarbij dat die verschillen betrekkelijk zijn. Je mag niet alle jongens en alle meisjes over twee kammen scheren. Het gaat om gemiddelden. De verschillen binnen de categorieën zijn groter dan tussen de categorieën. Maar ze zijn er.
“Er zijn nauwelijks intelligentieverschillen, hoogstens dat jongens exact iets beter scoren en meiden beter zijn in taal, en dat taalverschil is overigens groter.” Dat taalverschil geeft meisjes een voorsprong op het gebied van sociale vaardigheden. Ze zijn door de bank genomen flexibeler en passen zich makkelijker aan. Jongens zijn drukker en kunnen zich vaak minder concentreren.
Meisjes gedijen daarom beter in een onderwijscultuur van overleg, veel praten en er samen uitkomen. Gemiddeld zijn de meisjes inmiddels de jongens voorbijgegaan in schoolprestaties. Jongens vallen ook eerder uit. Aan het eind van de rit is bij 25-35-jarigen 50 % van de meisjes hoogopgeleid en van de jongen 38,5%. En die trend zet door: bij de 15-25-jarigen is 18% al hoogopgeleid en van de jongens nog maar 10%.

Feminisering
Bij jongens wordt er niet meer uitgehaald wat er in zit. Volgens Tavecchio is dit vooral een gevolg van de feminisering van het onderwijs. Dat betreft zowel de samenstelling van het docentenkorps als de lesmethoden die worden gebruikt.
“Op veel basisscholen zitten in de lerarenkamer vooral en vaak ook alleen maar vrouwen.”
“Het gaat erom dat er vanuit twee perspectieven wordt opgevoed. Veel jongens hebben een andere leerstijl. Daar kan een meester wellicht beter op inspelen.” En: “Heel veel PABO-opleidingen hebben in hun boeken niet eens een hoofdstuk over sekseverschillen.”
Tavecchio adviseert daarom meer mannen in het onderwijs aan te trekken én in de lerarenopleiding meer aandacht te besteden aan variatie in lesmethodiek.
“Het is in het algemeen een goede zaak dat de opvoeding en de beoordeling van gedrag plaatsvinden vanuit beide seksen. Als je kijkt naar mogelijke nadelen van veel vrouwen in het onderwijs dan zou het kunnen betekenen dat eigenschappen als je houden aan regels, geconcentreerd zijn, oplettend zijn, je netjes gedragen bovenmatig worden gewaardeerd. Dat vinden meisjes belangrijk. Zij zijn minder geneigd te experimenteren of grenzen te verkennen, zoals jongens graag willen.” In veel gevallen dus.

Reclamemakers
Het blijkt dat enige aandacht voor de benadering van jongens in opvoeding en onderwijs wenselijk is. Er komt niet meer uit wat er in zit. Mogelijk is de feminisering van het onderwijs, na eeuwenlang te zijn uitgebleven, in sommige opzichten doorgeslagen. Daar kan iets aan gedaan worden. Dat vonden ze bij SIRE ook. Deze Stichting Ideële Reclame heeft als missie:
“SIRE wil mensen wakker schudden, aan het denken zetten en laten beseffen dat bepaalde kwesties niet uit het oog verloren mogen worden. SIRE wil zo bijdragen aan een vitale en betrokken samenleving. SIRE zet hiertoe, met de belangeloze hulp van de communicatiebranche, multimediale campagnes in.“
SIRE is een initiatief van de communicatiebranche, zeg maar ‘de reclamemakers’.

Rolherbevestiging
SIRE is nu dus doende met de campagne “Laat jij jouw jongen wel genoeg jongen zijn”. Het zal niemand zijn ontgaan. Dat filmpje op tv of in de bios met die stoeiende en rennende jongens, die met een echt mes een punt slijpen aan een stok en in bomen klimmen in een bos. En vallen.
Het is ongetwijfeld goed bedoeld, maar het is ook óntzettend stereotiep. Het klopt wel dat er veel jongens zijn die graag willen uitproberen, ontdekken, risico’s nemen, dóen, maar er zijn natuurlijk ook talloze jongens die daar helemaal niet zo van zijn, en meisjes die juist weer wel zulke dingen geweldig vinden, en dan hebben we het nog niet eens gehad over de kinderen die eigenlijk niet zo goed passen in dat jongen-meisje-schema.
In De Groene Amsterdammer van 3 augustus 2017 haalt Casper Thomas flink de zweep over de aanpak van SIRE. Hij meent dat kinderen met dit verhaal niet verder worden geholpen. Hij legt een link naar de VVD-slogan “Nederland moet Nederland blijven”. Een land waar net als vroeger ‘mannen weer mannen zijn’ en ‘vrouwen weer vrouwen’. In feite gaat het dus om een reactionaire boodschap. Oude rollen worden herbevestigd. Heel vilein suggereert Casper dat het SIRE niet gaat om een onbezorgde jeugd maar om het promoten van een prestatiemaatschappij. “Dat presteren in de regel uitdraait op werken en geld verdienen dat kan worden aangewend voor consumptie komt een verbond van reclamemakers waarschijnlijk prima uit.”

Deze SIRE-campagne mag aan het denken willen zetten, ze draaft door, is qua toon dwingend en normerend. Helaas wordt weer doorgeslagen. Gelukkig ligt er in de voorstellen van Tavecchio een alternatief.

Soort artikel: 

Reacties

Door Thea Messemaker ( ) op
Het alternatief zou ik niet zoeken bij Tavecchio maar bij Kolb. Daar waar Tavecchio bij 'leren en ontwikkelen' blijft steken in de as man-vrouw zoekt Kolb het bij de vier-delige leercyclus: Doen, Divergeren, Convergeren en Testen. Ik heb in mijn werk als onderwijsvernieuwer deze cyclus verwerkt in de lesmethodes. Ook bij volwassenen. Resultaat: optimale leercurve passend bij ieder individu. Ieder individu kan met Kolbs leercyclus immers excelleren op een wijze die het meest bij hem of haar eigenschappen aansluit. Kortom: man-vrouw denken of jongen-meisje denken is al vele decennia een bewezen, verouderde visie op 'leren en ontwikkelen'.

Door Peter van Vught ( ) op
Prima campagne hoor van SIRE. Hoog tijd dat deze discussie gevoerd gaat worden. Zowel in de Kinderopvang als in het basisonderwijs zijn mannen zo goed als verdwenen waardoor rolmodellen voor jongetjes er dus ook niet meer zijn. Met name het onderwijs is volledig gefeminiseerd en de vraag is dus o.a. hoe jongemannen weer geïnteresseerd kunnen worden voor het basisonderwijs.

Door Peter van Vught ( ) op
Ik heb vele jaren gewerkt met jonge kinderen binnen de Kinderopvang. Eindelijk start de Overheid met een campagne om terechte aandacht te vragen voor de ontwikkeling van jongens. Het is immers zorgwekkend dat zowel binnen de Kinderopvang als binnen het Basisonderwijs er nog nauwelijks mannen werken met alle gevolgen van dien voor de ontwikkeling van jongetjes. De feminisering van Kinderopvang en Basisonderwijs is een niet te onderschatten gegeven/probleem. Wat mij betreft heeft Tavecchio het bij het rechte eind.

Reactie toevoegen

Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.

Reageren