Borderless

21 July 2019

Vragen over ‘queer’

Sinds haar geboorte in de Verenigde Staten van de jaren negentig heeft een stroming van zogenaamd ‘queer’ activisme zich ook over Europa verspreid. Queer gaat in tegen de dominante trend van een naar rechts verschuiven van de homo-lesbo- en transgender beweging. Queer benadrukt zichtbaarheid, verschil, directe actie, de weigering om in de mainstream te assimileren, het veranderlijke en diverse karakter van seksuele begeerte. Wat is de sociale achtergrond van deze stroming? Heeft queer een bepaalde visie op seksuele bevrijding? En wat is de relatie tussen deze stroming en feminisme, antiracisme, sociale rechtvaardigheid en antikapitalisme?

Ik benader deze vragen vanuit mijn eigen achtergrond, als iemand voor wie socialisme en activisme voor homo-rechten al dertig jaar hand in hand gaan. Het jaar dat ik uit de kast kwam, 1978, was ook het jaar ik actief werd in socialistisch-feministisch links. Mijn perspectief is dus dat van een feministische, homoseksuele socialist. Mijn vragen zijn die van een sympathiserende waarnemer en incidentele supporter, maar niet die van iemand die zeer actief is in de queer beweging.
Ik beweer niet dat ik het antwoord op deze vragen heb – ik hoop dat het stellen van mijn vragen discussie tussen queers zal stimuleren. Het zijn vragen over queer activisme, niet over de voornamelijk academische theorie die bekend staat als ‘queer theory’.

In Nederland staat queer activisme nog in de kinderschoenen, maar internationaal is het nu bijna 20 jaar oud. De eerste queer actiegroep, Queer Nation, werd in 1990 in New York opgericht: binnen enkele jaren kwam de eerste golf Queer Nation groepen op en ging deze weer liggen. Slechts enkele, zoals OutRage!, in Londen rond Peter Tatchell, bestaan nog. Enkele van de meeste actieve queer groepen zijn te vinden in het zuiden van Europa, bijvoorbeeld de Roze Panters in Frankrijk en Portugal. Queer is een zeer decentrale stroming, zonder permanente nationale of internationale structuren.
Veel queer activisten beschouwen zichzelf als anarchisten en neigen naar de stroming in anarchisme die wantrouwig staat tegenover organisaties; DIY (Do It Yourself) is een ethiek die vaak gepaard gaat met queer. En veel queer activiteiten betreffen culturele en seksuele evenementen waarbij weinig of geen moeite gedaan wordt mensen die zich niet als queer identificeren te betrekken.

Sociale wortels

Voor een groot deel kan de opkomst van queer verklaard worden in termen van sociale klasse. De moderne gemeenschappen van homo’s en lesbo’s zijn in belangrijke mate het product van de ontwikkeling van kapitalisme. Hun opkomst werd mogelijk gemaakt door de groeiende welvaart van arbeiders en van de middenklasse. De ingrijpende culturele veranderingen tussen de jaren veertig en zeventig werden mogelijk gemaakt door deze groeiende welvaart. Maar de oorspronkelijke omstandigheden die lesbische en homo-identiteiten voortbrachten bleven niet in stand. Halverwege de jaren zeventig raakte de economie in een neergaande golf en eind jaren zeventig werd hierop gereageerd met neoliberaal beleid. Dit neoliberale offensief heeft de arbeidersklasse wereldwijd gefragmenteerd. Al deze ontwikkelingen lieten ook LHBT (Lesbisch, Homo, Bi en Transgender) gemeenschappen niet onberoerd.

In gemeenschappen waar de markt dominant is, waar we de opkomst zien van huishoudens van twee inkomens van bovengemiddeld verdienende homo’s, en waar als gevolg van overwinningen van de homobeweging de publieke ruimte toleranter is geworden, gedijen die homo- en lesbo-identiteiten die eenvoudig te verenigen te zijn met de markt. Zelfs minder welvarende transgenders en queers, die vaak levens leiden die weinig lijken op het imago van de homo-mainstream, incorporeren aspecten van deze mainstream in hun ambities en dromen. De consolidatie van een commerciële, mainstream homo-identiteit heeft homo’s en lesbo’s sterker in een getto geplaatst dan in de jaren zeventig het geval was. Er bestaat een duidelijke scheidslijn tussen hen en de ‘hetero meerderheid’. Dit heeft als gevolg dat homo en lesbo gemeenschappen zich in toenemende mate definiëren in termen die transgenders en andere opvallende non-conformisten naar de marges duwen of hen zelfs helemaal buitensluiten. Bepaalde seksuele minderheden (zoals mensen in intergenerationele relaties) worden ook in homo- en lesbo kringen steeds meer en meer gemarginaliseerd.

Tegelijkertijd met de afbraak van de verzorgingsstaat en toenemende ongelijkheid liggen queers met lage inkomens, transgenders, straatjongeren en queers uit etnische minderheden onder vuur. Queers hebben minder dan gebruikelijk toegang tot de steun van familie netwerken. Met de ontrafeling van het sociale vangnet heeft de groeiende inkomensongelijkheid queers bijzonder hard geraakt. We zien de opkomst van een sociaal milieu van queers, vaak jonge mensen onderaan de ladder gecreëerd door economische herstructurering.

Hoe lager de inkomens van deze jonge queers en hoe minder rooskleurig hun carrière vooruitzichten, hoe minder zij zich kunnen identificeren met de homo- en lesbo-gemeenschappen zoals deze sinds de jaren zestig en zeventig vorm hebben gekregen. De overconsumptie die de commerciële homoscene karakteriseert marginaliseert veel LHBT’s en stoot vele andere af. Er zijn alternatieve scènes opgekomen die een thuis bieden aan queers die min of meer buiten de mainstream vallen. Jonge queers keren zich af van de disco-cultuur en het commerciële getto en leggen in West-Europa vaak contact met kringen in het kraakmilieu.

De relatie tussen een identiteit als queer en een gemarginaliseerde seksuele voorkeur is moeilijk vast te pinnen maar lijkt wel degelijk te bestaan. Natuurlijk zijn er veel queers die hun rebellie beperken tot de veilige ruimte van een bepaalde kroeg. Maar hoe meer zichtbaar transgender en transseksuelen zijn, hoe minder waarschijnlijk het is dat zij goed betaalde, vaste, fulltime banen zullen vinden. En veel mensen zijn vrijwel of helemaal niet in staat delen van hun identiteit te verbergen, bijvoorbeeld vrouwelijk gedrag bij mannen of mannelijk gedrag bij vrouwen. Vrijwillig of niet, tekenen van seksueel non-conformisme leiden vaak tot het uitsluiten van queers door het management in de dienstensector, tot vijandigheid van de kant van collega’s en het vermijden of ontvluchten van bepaalde werkplekken door queers.

Een deel van de jonge generatie queers neemt het opnieuw, en op nieuwe manieren, op voor gemarginaliseerde seksuele vormen. Jonge transgenders nemen bijvoorbeeld gender-identiteiten aan die maar moeilijk te vangen zijn in de bestaande categorieën van man of vrouw. De meer flexibele, meer gemengde interseksuele en transgender identiteiten die vaak geassocieerd zijn met het queer milieu zijn niet altijd makkelijk te verenigen met de medische concepten van transseksualiteit.

Queer politics

De sociale wortels van queer werpen licht op zowel de positieve kanten van queer politiek als van de beperkingen ervan. Om te beginnen met de positieve aspecten:

- Queer geeft vorm aan de afkeer van het mainstream homo- en lesbo-getto: queer activisme keert zich tegen assimilatie en biedt ruimte aan een wijde waaier van identiteiten. Het weigert zich aan te passen aan normen van respectabel homo of lesbo gedrag. Queer geeft ruimte aan, en erkent, mensen die het minst welkom zijn in andere LHBT kringen, zoals transgenders en interseksuele mensen. Queer is niet een enkele identiteit, maar een dissidente houding, en een met veel respect en ruimte voor diversiteit.

- Queers hebben niet de toegang tot de structuren van politieke macht die de mainstream homobeweging in de loop van de jaren verworven heeft. Queer activisme is daarom creatief, uitdagend en gedurfd. Queer Nation bracht dit soort activisme in de praktijk door op de dictatuur van de heteroseksuele norm te reageren met kiss-ins in ‘hetero kroegen’ en door op voorvallen van anti-homogeweld te reageren met de slogan ‘queers bash back!’

- Queer keert zich af van de beperkingen van een getto en benadrukt het veranderlijke karakter van seksualiteit en identiteit. Ze eisen dat hele samenleving ‘gequeered’ moet worden: open moet staan voor queer.

- Net zoals het neoliberale offensief internationaal is, is queer in principe internationalistisch. Als we kijken naar de lijst van de tien ‘Queeruption’ evenementen die tussen 1998 en 2007 plaats hebben gevonden krijgen we echter ook een indruk van de beperkingen van dit internationalisme. Vijf van de tien vonden plaats in Europa, drie in Noord Amerika, een in Australië en een in Israël. Zes van de tien vonden plaats in steden waar Engels de dominante taal is. Allemaal vonden ze plaats in de rijkste twintig procent van de wereld. Dit is een meer beperkte geografische reikwijdte dan die van de zichtbare LHBT gemeenschap: veel landen in Latijns Amerika kennen levendige, zichtbare gemeenschappen en beweging. Hetzelfde geldt voor Zuid-Afrika en verschillende Aziatische landen.

Struikelblokken

Wat zijn dan de struikelblokken tussen queer activisten en de vele andere rebelse LHBT’s in de wereld – om nog maar te zwijgen van die tussen queer en de vakbeweging of de feministische beweging?

Het seksuele conservatisme van andere sociale bewegingen creëert natuurlijk een grote hindernis voor bondgenootschappen met queer activisten. In veel landen worden ook de vakbeweging en zelfs de feministische beweging gekenmerkt door hetzelfde heteroseksisme dat de rest van de maatschappij kenmerkt. In andere landen, waar openlijke homofobie minder geaccepteerd is, gaan gevestigde sociale bewegingen liever bondgenootschappen aan met gematigde homorechtenbewegingen dan met meer radicale groepen.

Andere redenen voor het isolement van queer activisten weerspiegelen hun eigen politieke beperkingen. Enkele voorbeelden: het wantrouwen tegenover organisaties en de DIY ethos kunnen ertoe leiden dat een groep homogeen blijft. Spontane, informele actievormen zijn makkelijker vol te houden als activisten vergelijkbare sociale achtergronden hebben. Om mensen met uiteenlopende levensstijlen bij elkaar te brengen is er een structuur nodig waarin zij hun verschillen kunnen bespreken, gezamenlijke beslissingen kunnen nemen en een langtermijn plan uit kunnen stippelen. Een meer uitgebreide structuur vergroot het risico van het ontstaan van een bureaucratie en van de creatie van baasjes; om die risico’s te beperken moeten structuren zo democratisch mogelijk en zo veel mogelijk van onderop vorm gegeven worden. Structuur in het algemeen vermijden is geen oplossing.

De sociale marginalisering van veel queers lijkt bij sommige queer activisten tot de keuze te leiden om zichzelf politiek te marginaliseren, zich af te snijden van homo’s en lesbo’s die anders met queer activisme zouden sympathiseren. Veel queer activisten koesteren bijvoorbeeld een sterke afkeer van het instituut huwelijk en de drang naar assimilatie die achter de roep naar het recht op homohuwelijken schuil kan gaan. Die afkeer is begrijpelijk en ook gerechtvaardigd. Maar duizenden minder welvarende homo’s en lesbo’s hebben heel praktische redenen om gelijke huwelijksrechten te eisen. Deze redenen negeren is een van manieren waarop sommige queer activisten zichzelf vervreemden van potentiële supporters.

Queer activisten hebben slechts zelden een duidelijk beeld van de samenleving waar ze naar streven; sommigen wantrouwen ieder project om de maatschappij globaal om te vormen. Dat is makkelijk begrijpbaar omdat het tijdvak waarin queer activisme opkwam hetzelfde is waarin veel traditionele concepten van antikapitalisme in diskrediet raakten. Maar queer drukt een intens gevoelde rebellie tegen de patriarchale, kapitalistische alledag uit – zonder een expliciete afwijzing van de structuren die deze alledag bepalen is het incompleet. Radicale queers kunnen veel waardevols vinden in de analyses van eerdere generatie van radicalen in de homobevrijdingsbeweging, in analyses die de wortels van seksisme en seksuele onderdrukking in het moderne kerngezin plaatsen en in de manier waarop hierin hiërarchische verhoudingen in stand worden gehouden. Queers en andere radicalen hebben veel van elkaar te leren.

Voor elke queer groep die deze zwakheden kent, kan er een zijn die deze te boven is gekomen of dit in elk geval al probeert. Is er een radicale queer stroming mogelijk die beter georganiseerd is, georiënteerd is op een breder publiek van homo’s en lesbo’s, etnisch meer divers, meer internationaal, en een meer uitgewerkte analyse hanteert? Misschien. Zo’n stroming zou de basis kunnen zijn voor een hernieuwd feminisme en een queer antikapitalisme.

Dit is een ingekorte versie van het oorspronkelijke Engelstalige artikel in het tijdschrift Against the Current (mei-juni 2010): http://www.solidarity-us.org/current/node/2803.

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren