Brazilië: het eenheidsfront in de revolutionair-marxistische traditie

09.03.2022

Deze tekst is de transcriptie van een bijdrage, rechtstreeks geïnspireerd door de formuleringen van Leon Trotski, aan het debat 'Marxisme en de Braziliaanse Revolutie' op 13 februari 2020. De bijeenkomst werd georganiseerd door de regio São Paulo van de Comuna tendens van de Partido Socialismo e Liberdade (Socialisme en Vrijheidspartij), PSOL, onderdeel van de Braziliaanse sectie van de Vierde Internationale. Aan het debat namen ook Plínio Jr. (Unicamp) lector economie en gemeenteraadslid Mariana Conti (PSOL) deel.

Allereerst wil ik zeggen dat het me veel voldoening geeft om aan deze discussie deel te nemen met Mariana, die een erg mooie inleiding hield en met Plínio die ook een mooie inleiding hield en met allen die gekomen zijn om deel te nemen aan een debat over twee heel belangrijke thema's, vooral wanneer we ze samen benaderen: marxisme en de Braziliaanse revolutie.

Omdat dit thema erg breed is, heb ik uiteindelijk iets anders voorbereid dan wat Mariana en Plínio hebben voorbereid en gedaan. In plaats van te proberen een panoramisch beeld te schetsen, waarbij verschillende punten worden aangestipt, heb ik ervoor gekozen om me op één aspect te concentreren. Een belangrijk aspect van het marxisme en de historische ervaring van het revolutionaire marxisme, laten we zeggen van de socialistische strijd, en dat vandaag de dag in Brazilië van groot belang is, en een heel bijzonder belang in de debatten die we binnen de PSOL hebben gevoerd. Ik zal dus een andere weg inslaan.

Revolutie, zelforganisatie en de noodzaak van eenwording door strijd

Het thema dat ik heb gekozen is dat van het begrip revolutie, dat een van de fundamentele ideeën van Marx was. Revolutie als een proces van zelforganisatie en zelfontwikkeling van het bewustzijn van de arbeidersklasse – en ik denk dat het vandaag de dag gepast is om dit uit te breiden naar – van de arbeidersklasse en allen die door het kapitaal worden onderdrukt, of die het kapitaal op verschillende manieren bestrijden. Het proces van revolutie is dus een proces van zelforganisatie, van de ontwikkeling van het klassenbewustzijn zelf in het proces van strijd en de omzetting van deze mobilisatie, van deze strijd, in een revolutie.

Een gevolg van deze visie – die natuurlijk op verschillende manieren zal worden toegepast, afhankelijk van de verschillende landen en de verschillende sociale formaties, zoals Mariana en Plínio hebben gezegd, en in verschillende historische situaties –  is de noodzaak om te strijden voor de eenheid van de uitgebuitenen en de onderdrukten.

Deze eenheid is – zoals we  nu weten en misschien wel beter dan in Marx' tijd – niet iets eenvoudigs, niet iets dat bij voorbaat gegeven is. Als we alleen de arbeidersklasse nemen, dan verenigt deze zich niet op natuurlijke wijze, omdat ze verdeeld is door de concurrentie, door de dagenlijkse strijd om te overleven en dat nog meer in een tijd van veralgemeende crisis en impasses van het kapitalisme zoals we die nu meemaken.

De eenheid van de arbeidersklasse en meer nog die van hen die door het kapitaal worden uitgebuit en onderdrukt, is iets dat het resultaat moet zijn van een inspanning, van werk, ze moet worden opgebouwd. Ik ga niet verder op dit thema in, ik noem het alleen maar. Een partij, en zeker een  revolutionaire partij is een fundamentele zaak, net als andere organisaties van de klasse en de uitgebuitenen en onderdrukten.

Eenheidsfront en verdeeldheid van de klasse: reformisten en revolutionairen

Het is dus dit thema waarop ik vandaag specifiek in ga en wat , tenminste sinds het Vierde Congres van de Communistische Internationale in 1922, de tactiek van het eenheidsfront wordt genoemd.

De tactiek van het eenheidsfront, zoals geformuleerd door dit congres, is een ontwikkeling van dit meer algemene idee dat het belangrijk is te strijden voor de eenheid van de arbeidersklasse en de uitgebuitenen en onderdrukten. Het houdt rekening met iets dat toen al een realiteit was en vandaag de dag nog steeds een realiteit is, misschien zelfs meer dan toen, namelijk het feit dat er blijvende verdeeldheid bestaat in de arbeidersklasse en alle uitgebuitenen en onderdrukten, tussen verschillende politieke opvattingen, verschillende partijen, verschillende vakbondsorganisaties en andere organisaties.

Men kan zeggen – dat is wat het meest benadrukt werd in die tijd, in 1922 – dat er een bijzonder belangrijke verdeeldheid bestaat tussen reformisten en revolutionairen. De revolutionairen waren in die tijd, vanuit het gezichtspunt van de Communistische Internationale, de communisten. Aangezien deze verdeeldheid bestaat en niet vanzelf spontaan en moeiteloos zal ophouden te bestaan, is het belangrijk te strijden voor de eenheid van de arbeidersklasse en de uitgebuitenen en onderdrukten.

Je zou kunnen vragen: maar als we de eenheid gaan verdedigen, zou het dan niet beter zijn geweest om vanaf het begin het idee te verdedigen dat alle arbeidersorganisaties en vakbonden zich verenigen in een enkele partij, een enkele vakbond, een vakbondscentrum en dat soort dingen? En het antwoord dat toen gegeven werd was nee, omdat het niet mogelijk is reformisten en revolutionairen in dezelfde partij te hebben, omdat reformisten niet alleen mensen zijn die een meer gematigde weg hebben gekozen, 'wij zullen hervormingen doorvoeren, want wij gaan langzamer' ... Nee.

Het idee dat in deze discussie naar voren kwam was dat de hervormingsgezinden in de arbeidersklasse zelf in wezen de belangen en de druk van de bourgeoisie tot uitdrukking brengen. Het is dus noodzakelijk hen te verslaan, de meerderheid van de arbeidersklasse te veroveren vanuit een revolutionair perspectief, zodat het proces van zelforganisatie, van mobilisatie, kan volgen en de revolutie zal plaatsvinden.

Daarom was een scheiding nodig tussen verschillende partijen met verschillende perspectieven, vooral reformisten en revolutionairen. Maar aan de andere kant, omdat de meerderheid van de klasse nog niet revolutionair was, niet de revolutionaire partij volgde, omdat een aanzienlijk deel – en in veel landen de meerderheid – geleid werd door reformistische partijen, bij hen hoorde of met hen sympathiseerde, was het nodig om een eenheidsfront-tactiek te hebben.

Twee aspecten van de tactiek van het eenheidsfront: eenheid en politieke differentiatie

Maar de tactiek van eenheid werd toen opgevat als iets, en dat moet worden benadrukt, dat twee aspecten heeft. Aan de ene kant was het nodig – dat staat al in de stellingen over het eenheidsfront die in 1922 door het Congres van de Communistische Internationale werden aangenomen – om voor eenheid te strijden, met het oog op de dringende, onmiddellijke behoeften van de klassenstrijd, van de echte klassenstrijd die toen al bestond en die nu misschien nog bloediger en harder is; het is belangrijk om deze eenheid te hebben. Anderzijds, om de strijd te laten zegevieren, om deze eenheid te bereiken op een manier die de onmiddellijke en historische belangen van de arbeidersklasse en de uitgebuitenen en onderdrukten dient, is het nodig standvastig te blijven in de strijd voor revolutionaire ideeën, ideeën die ervan uitgaan dat het niet mogelijk is de doelen en belangen van de uitgebuitenen en onderdrukten te bereiken binnen het kapitalisme – in feite betekent het verdedigen van een revolutie geloven dat een ander soort organisatie van de maatschappij nodig is, een ander soort productiewijze.

Om deze eenheid in goede omstandigheden te kunnen laten plaatsvinden, is het dus noodzakelijk dat we, terwijl we de eenheid verdedigen, tegelijkertijd het politieke debat voortzetten, de politieke kritiek, de strijd om het bewustzijn van de uitgebuitenen en de onderdrukten ontwikkelen, maar elke partij doet dat op haar eigen manier.

Dat is heel belangrijk. Toen de tactiek van het eenheidsfront werd geformaliseerd, zeg maar in de traditie van het revolutionair-marxisme, op het Congres van de Communistische Internationale in 1922, werd er al zo over gedacht: het is een strijd voor eenheid, eenheid is noodzakelijk, eenheid versterkt de klasse, om te staken moet je eenheid hebben, om de confrontatie met de fascisten aan te gaan moet je eenheid hebben (ook al was in 1922 het fascistische gevaar nog niet erg aanwezig, maar deze discussie werd voortgezet in de daaropvolgende jaren toen het fascisme een groot probleem werd).

Nu betekent deze eenheid niet dat we de verschillen eenvoudigweg vergeten, dat we het praten over de verschillen tot een andere keer overlaten. Nee. Eenheid, zodat die kan worden bereikt in goede omstandigheden, vanuit het gezichtspunt van revolutionair marxisten, betekent vechten voor opvattingen gericht op confrontatie met het kapitalisme, van niet-verzoening met de bourgeoisie, van weigeren om beperkt te blijven tot veranderingen binnen de orde, maar het verdedigen van veranderingen tegen de orde – wat uiteindelijk revolutie is... dat te verdedigen is iets noodzakelijks.

Ik denk dat dit heel belangrijk is, ik wil hier de aandacht op vestigen, omdat een van de dingen die tegenwoordig soms in het Braziliaanse debat opduiken, bijvoorbeeld is dat er gezegd wordt: 'Nu moeten we ons verenigen om de belangen van het volk te verdedigen tegen het fascisme, tegen semi-fascisten, tegen proto-fascisten, extreem-rechts en neoliberale hervormingen. En aangezien we hiertegen moeten vechten, gaan we niet in op de verschillen die er bestaan onder de bevolking en laten we de kritiek die bijvoorbeeld, nu we het heel concreet over Brazilië hebben, is geuit op de PT (Partido dos Trabalhadores) en zijn bondgenoten gedurende de hele periode dat ze in de regering zaten, buiten beschouwing.'

Vanuit het oogpunt van de revolutionaire opvatting van de tactiek van het eenheidsfront, heeft dat geen zin. Als we in een ernstige situatie, in een situatie van verharding van de klassenstrijd de verschillen die er bestaan tussen de revolutionaire en reformistische sectoren, degenen die tegen de orde zijn of in de orde geïntegreerd zijn, of om een uitdrukking te gebruiken die Plínio bijzonder waardeert, de 'linkerzijde van de orde' vormen, als we deze vragen terzijde kunnen laten in een tijd die zo ernstig is als de tijd die we nu meemaken, dan zou dat betekenen dat deze vragen er in feite niet toe doen, dan kunnen we allemaal samen gaan. Maar zo werkt het niet. In zo'n tijd bestaan de verschillen nog steeds en worden ze zelfs schrijnender.

Wat Brazilië betreft, verschillen we nu niet alleen van mening over de vraag hoe we moeten strijden tegen extreem-rechts, de neoliberalen, de proto-fascisten onder de regering-Bolsonaro, maar verschillen we zelfs van mening over fundamentele vragen als: zijn we tegen neoliberale hervormingen, of gaan we proberen ze op een iets andere manier toe te passen? Dat is wat we nu zien. De PT, bijvoorbeeld, of de PCdoB (Partido Comunista do Brasil), of zelfs de PSB (Partido Socialista Brasileiro), die volgens sommigen als een linkse partij moet worden beschouwd (dat is niet mijn mening) ... Als we zien wat de gouverneurs van deze partijen doen op het gebied van de pensioenhervorming, passen ze in de deelstaten hetzelfde toe als wat op nationaal niveau is gedaan en in sommige gevallen zelfs nog erger.

Volgens mij is het dus duidelijk dat dit idee geen zin heeft om alle verschillen te vergeten, omdat we tegenover een veel ergere vijand staan – en het is waar dat Bolsonaro veel erger is dan de 'linkerzijde van de orde', daar twijfel ik niet aan, erger ook dan de meer traditionele of meer beschaafde rechterzijde, die steeds minder beschaafd wordt, maar die lange tijd beschaafd was. Verschillen blijven van doorslaggevend belang in deze strijd die we zullen moeten voeren.

Om te kunnen winnen, kunnen we niet zomaar alles doen. Ik ben ervan overtuigd, en ik stel me voor dat een groot deel van ons hier ervan overtuigd is, dat we geen wezenlijke strijd kunnen voeren tegen extreem-rechts en de extreme neoliberalen door een groot deel van hun economisch programma over te nemen en te aanvaarden.

De tactiek van het eenheidsfront is van fundamenteel belang, maar dat betekent geenszins, en het kan ook niet betekenen, dat de meningsverschillen ophouden, dat de debatten ophouden. Nee. Integendeel, het is nu ook nodig dat we, om te laten zien wat de beste manier is om tegen extreem-rechts enzovoort te strijden, ook debatteren over de richting  van de strijd.

Eenheidsfront, 'volksfront' en de noodzaak van een alomvattend alternatief

Een andere zaak is dat we niet consequent kunnen strijden tegen de maatregelen van een regering zoals de huidige, zonder een algemeen alternatief voor te stellen. Want daar zullen we op worden aangesproken. En om een globaal alternatief te presenteren kunnen we niet herhalen wat in het verleden mislukt is.

Nog één ding. Er is grote verwarring in het debat dat in Brazilië wordt gevoerd, en zelfs binnen de PSOL, over de tactiek van een eenheidsfront en wat van oudsher een 'volksfront' werd genoemd – tactiek van het volksfront – wat een eenheid was die ook burgerlijke sectoren omvatte. Toen die  bijvoorbeeld in Frankrijk werd geformuleerd, omvatte de tactiek van het volksfront de Radicale Partij, een partij met een hoofdzakelijk kleinburgerlijke en boeren basis, maar de partij die het langst deel had uitgemaakt van de burgerlijke regeringen van Frankrijk in de jaren '20 en '30.

Het verdedigen van het belang van het eenheidsfront van arbeiders impliceert het verenigen van de arbeidersklasse voor haar eigen belangen, tegen de bourgeoisie. Het moet dus niet verward worden met een zogenaamde verbreding van dit front om er burgerlijke sectoren en partijen bij te betrekken. En daar is een reden voor. Om een front te vormen dat ook burgerlijke partijen omvat, is het nodig de eisen van de arbeiders en het volk te beperken, zodat de bourgeoisie ze accepteert, zodat de bourgeois partijen ze accepteren. Het is noodzakelijk de strijd in te dammen, anders zullen deze bondgenoten niet instemmen.

In het geval van Brazilië zullen we, om een alliantie te sluiten met de liberalen, een discussie moeten voeren, die zij als verantwoord beschouwen, over de hervormingen – in werkelijkheid contra-hervormingen – die worden voorgesteld. Er is geen mogelijkheid om te proberen de eenheid uit te breiden naar sectoren van de bourgeoisie zonder de strijd te verzwakken, zonder de reikwijdte van de strijd te verkleinen, zonder sectoren te demobiliseren die zich niet langer vertegenwoordigd zullen voelen, omdat de verdediging van fundamentele kwesties wordt losgelaten.

Betekent dit dat we ons niet kunnen verenigen met liberale sectoren over specifieke kwesties? Neen. Er zijn specifieke gebieden waar dat kan, bijvoorbeeld tegen de inmenging van deze regering [Bolsonaro] om de persvrijheid te beperken. Om de persvrijheid te verdedigen, kunnen we een alliantie sluiten met de liberalen. Maar dat is een specifiek bondgenootschap op een specifiek punt dat in het algemeen kan worden gesloten en ook is gesloten en niemand trekt dat in twijfel.

Dat betekent geenszins dat we een bredere alliantie kunnen sluiten om bijvoorbeeld te strijden voor democratie, want dat is iets buitengewoon vaags. Vechten voor democratie is allemaal goed en wel, maar we moeten weten welke strijd voor welk doel. We kunnen niet dezelfde opvatting hebben over wat het betekent om voor democratie te strijden als de burgerlijke partijen. Bovendien kunnen we niet dezelfde opvatting hebben als partijen die in het recente verleden bijvoorbeeld de wetgeving hebben verdedigd die volksmobilisaties aan banden legt, de zogenaamde antiterreurwet.

Kortom, we kunnen wel specifieke banden smeden met liberale sectoren, maar om een bredere eenheid te zoeken, kunnen we dat alleen doen met sectoren die deel uitmaken van de arbeidersklasse, die haar vertegenwoordigen en die een basis hebben onder de arbeidersklasse, de uitgebuitenen en de onderdrukten. Want alleen met deze sectoren zal er een mogelijkheid zijn om tot gemeenschappelijke platforms te komen en zelfs dan zal het niet gemakkelijk zijn. Toch zal het nodig zijn om te rekenen op de mobilisatie van bijvoorbeeld de achterban van de reformistische partijen, zodat er een mogelijkheid is om op een meer samenhangende manier te strijden tegen rechts, de ultra-neoliberalen, enzovoort.

Eenheidsfront en klassenstrijd: defensief en offensief

Een ander punt dat ik aan de orde wil stellen is een discussie die in Brazilië veel opgang heeft gemaakt, een manier om de vraag te stellen die haaks staat op de traditie van het debat over het eenheidsfront van de arbeiders in de socialistische beweging; er wordt beweerd dat het eenheidsfront een defensieve tactiek is: 'als we in het defensief zitten, moeten we juist een heel brede eenheid vormen'. Neen.

Toen de tactiek van het eenheidsfront ter sprake begon te komen, bijvoorbeeld in de Communistische Internationale, werd gezegd dat het een tactiek was die vooral van toepassing was in de offensieve situatie van de arbeidersklasse. Om de arbeidersklasse te verenigen in de strijd voor de macht is een bredere eenheid nodig.

Ik denk dat je kan zeggen dat de tactiek van het eenheidsfront gemakkelijker kan worden toegepast wanneer de klassenstrijd acuter is. Niet noodzakelijkerwijs acuter in de zin dat de arbeidersklasse meer in het defensief of in het offensief zou zijn. Het is de verscherping van de klassenstrijd die de drijfveer vormt voor de eenheid van de arbeidersklasse, de uitgebuitenen en de onderdrukten tegen de bourgeoisie.

Een ander belangrijk punt is dat deze verdeling tussen defensieve en offensieve situaties een verdeling is die vaak weinig zin heeft. Stel dat we ons in een defensieve situatie bevinden en we gaan ons verdedigen tegen een zeer sterke dreiging, zoals het geval was in 2019 met de pensioenhervorming. Als we echt tegen deze hervorming gaan strijden – dat is helaas niet gelukt – gaan we ervan uit dat we deze hervorming kunnen verslaan. Welnu, als we deze hervorming hadden verslagen, zou er een verschrikkelijke crisis in de regering en in de liberale allianties en de regering zijn gekomen. Onmiddellijk zou de situatie die defensief was, offensiever zijn geworden.

Deze kwestie van het proberen te doseren van de mate van radicalisme of ambitie voor wat we gaan verdedigen op een bepaalde manier, om te meten of de conjunctuur offensiever of defensiever is, is dus iets heel kunstmatigs. We moeten datgene wat we gaan verdedigen fundamenteel beoordelen vanuit het criterium van wat nodig is om tegenslagen te vermijden, om grotere nederlagen te vermijden vanuit het standpunt van de arbeidersklasse en de uitgebuitenen en onderdrukten en om in staat te zijn vooruitgang te boeken.

Het is dus niet omdat de situatie moeilijk is. We zagen dat het moeilijk was tot het punt dat we verloren tegen de pensioenhervorming, maar we waren niet van plan een tussenformulering te steunen omdat de machtsverhoudingen slecht waren. Dat is niet hoe we politiek moeten bedrijven als we een perspectief hebben van echte, revolutionaire, transformatie van de samenleving. We moeten verdedigen wat noodzakelijk is om te verdedigen.

Natuurlijk moeten we rekening houden met de economische situatie. Ik zeg niet dat we geen rekening moeten houden met de economische situatie. Dat moet gebeuren. Maar we moeten oppassen dat we geen al te mechanisch onderscheid maken tussen defensieve en offensieve situaties, om te zeggen of een tactiek goed is of niet. We moeten verder gaan.

Het eenheidsfront en de verkiezingen

Tenslotte wil ik het nog over een ander punt hebben: het eenheidsfront en de verkiezingen. De tactiek van het eenheidsfront, zoals oorspronkelijk geformuleerd in de Communistische Internationale en in de traditie van het revolutionair marxisme, is in wezen een tactiek voor massastrijd, voor actie, voor stakingen, voor mobilisaties.

Een van de belangrijke argumenten die we bijvoorbeeld terugvinden in de teksten van de stellingen over het eenheidsfront die door de Communistische Internationale zijn aangenomen, is dat in de massastrijd het terrein van nature gunstiger is voor revolutionairen dan voor reformisten, dat het gemakkelijker is om eenheid te bereiken en te slagen in het bevorderen van het klassebewustzijn van de uitgebuitenen en onderdrukten dan het tegenovergestelde.

Dat is het eerste punt. Er zijn veel mensen die zeggen: 'Hij had het over eenheid, het belangrijkste is de electorale eenheid'. Nee. Ik denk zelfs dat we het tegenovergestelde kunnen zeggen: om electorale eenheid te bereiken, is het nodig om eerst eenheid in de strijd te hebben gehad over onderwerpen die de mogelijkheid laten zien om meer gemeenschappelijke perspectieven te hebben.

Anderzijds, in de marxistische revolutionaire traditie, kan het eenheidsfront misschien ook van toepassing zijn op verkiezingen. Maar we moeten heel duidelijk zijn over het feit dat de voorwaarden voor eenheid, een goede eenheid, bij verkiezingen veel meer beperkingen kent dan voor eenheid, een goede eenheid, bij bijvoorbeeld een staking.

Een verkiezing is een debat over programma's, over perspectieven voor de samenleving. Dus, om electorale eenheid te hebben, moeten we een veel bredere overeenkomst hebben dan voor een staking, waar het voldoende is dat er een overeenkomst is over die specifieke eis van de staking, over het moment waarop het juist is om te staken... Je hoeft het niet eens te zijn over een heel programmatisch perspectief om eenheid te hebben in een staking, of andere soorten massa-acties. In een verkiezing, om een goede eenheid te hebben, moet er de mogelijkheid zijn van een substantiële programmatische overeenkomst en niet een regressief iets.

Overgangsprogramma en overgangseisen

Ik eindig met iets waar ik geen tijd voor had om het uit te werken. Iets dat in de revolutionaire traditie altijd verbonden is geweest met de verdediging van de tactiek van het eenheidsfront: het idee van overgangseisen, van een overgangsprogramma. En niet een scheiding – die typisch is voor reformisten, volgens de kritiek van revolutionair marxisten – tussen een minimumprogramma en een maximumprogramma: 'het minimumprogramma doen we omdat het werkt, en het maximumprogramma en het socialisme laten we voor later als de situatie veranderd is'. Maar we gaan deze situatie niet veranderen omdat we altijd het minimumprogramma verdedigen, toch?

Het idee van een overgangsprogramma was dus in het debat van de Communistische Internationale nauw verbonden met de verdediging van het eenheidsfront. Namelijk dat we een programma moeten verdedigen dat uitgaat van de meest directe belangen van de uitgebuitenen en de onderdrukten, maar tegelijkertijd, al was het maar om consequent te zijn in de verdediging van die belangen, bruggen opent naar een bredere transformatie van de samenleving.

Deze tekst stond op Teoria Marxista. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.