‘Farmaceutische bedrijven zijn een soort durfkapitalisten geworden’

13.07.2021
Foto: The Greanville Post

Paracetamol is in de supermarkt nog goedkoper dan kauwgum, maar de prijzen voor nieuwe, gepatenteerde geneesmiddelen rijzen de pan uit. De huidige coronapandemie is dan ook uiterst lucratief gebleken. Wilbert Bannenberg: ‘Maar er wordt zoveel publiek geld in deze vaccins geïnvesteerd, dan mag het niet zo zijn dat alle winst enkel bij ‘big farma’ terecht komt.’[leestijd 8 minuten].

Wilbert Bannenberg volgt de farma-industrie al decennialang op de voet. Hij is arts en deskundige op het gebied van publieke gezondheid. Gevraagd naar de oorsprong van zijn levenslange fascinatie met de farma-industrie, verwijst hij naar een speling van het lot, ergens in de zeventiger jaren. Bannenberg studeerde geneeskunde aan de Vrije Universiteit: ‘Na vier jaar theorie moesten we naar de praktijk, maar daar waren niet genoeg plekken voor al die studenten. Er was een loting: daar kwam uit dat ik negen maanden moest wachten. Ik vroeg me in die tijd vaak af waarom mensen in Afrika minder oud werden. Was dat vanwege gevaarlijke ziekten of vanwege armoede? Daar besloot ik in te duiken. Het heeft mijn leven totaal veranderd.’

Bannenberg vertrok in 1975 naar Ghana, om stage te lopen in een ziekenhuis dat was opgezet door de katholieke missie. ‘Op verzoek van het ziekenhuis en de bisschop hield ik me bezig met de geneesmiddelenvoorziening. We kregen medicijnen gedoneerd die met liefde waren verzameld door zusters uit Heerlen. Daar konden we helaas helemaal niks mee. Ook hadden we ontzettend veel gratis proefmonsters van de farma-industrie. Maar de geneesmiddelen die we het meeste nodig hadden, die waren er niet’, blikt hij terug.

Koloniale belangen

Samen met de verpleegkundigen inventariseerde de geneeskundestudent de meest voorkomende ziekten en de essentiële geneesmiddelen die nodig waren om die te bestrijden. Bannenberg: ‘Sindsdien ben ik mij er voor in gaan zetten dat mensen in lage- en midden-inkomenslanden ook toegang krijgen tot basisgeneesmiddelen. Maar ik ging me ook afvragen waarom de farma-industrie zoveel dingen verkocht die ze daar eigenlijk niet nodig hadden. Bijvoorbeeld onze toen nog Nederlandse trots Organon. Die verkocht anabole steroïden als middel tegen ondervoeding bij kinderen in Afrika. In Nederland was die indicatie nooit goedgekeurd. Een duidelijk voorbeeld van een dubbele standaard.’

Eenmaal terug in Nederland richtte Bannenberg in 1979 met andere geneeskundestudenten de Werkgroep Medische Ontwikkelingssamenwerking op, vandaag de dag bekend als Wemos. Twee jaar later organiseerde Wemos een drukbezocht congres over gezondheid en politiek in ontwikkelingslanden. Bannenberg: ‘We kwamen tot de conclusie dat de gezondheidszorg in het koloniale Afrika er vooral op gericht was om de belangen van plantage-eigenaren te beschermen. Besmettelijke ziekten wilde men voorkomen, maar voor het feit dat moeders onnodig doodbloedden bij de bevalling was minder aandacht. Voor een aantal tropische ziekten werden helemaal geen geneesmiddelen ontwikkeld door de farma-industrie, omdat er niets mee te verdienen viel.’

Tegen de promotie van anabole steroïden in Afrika door Organon startte Wemos een rechtszaak. ‘Daarop begonnen zij een rechtszaak tegen ons, om onze subsidie af te nemen. Maar we kregen amper subsidie’, vertelt de medeoprichter van Wemos. De rechtszaak leidde ertoe dat Organon vervolgens 23 producten en indicaties van de wereldmarkt haalde die volgens Bannenberg niet deugden. De dubbele standaard waar Wemos sinds de oprichting tegen in actie kwam – het feit dat in Afrika medicijnen werden verkocht die in landen als Nederland verboden waren of andere indicaties hadden – is in de loop der jaren gaandeweg afgenomen, mede door de opkomst van het internet.

In 1981 nam een partnerorganisatie van Wemos, Health Action International, het initiatief voor een gedragscode voor de farmaceutische industrie. Bannenberg: ‘We zijn daarvoor gaan lobbyen binnen de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO. Maar de Verenigde Staten waren tegen – en die betaalden 25 procent van de contributie van de WHO. De farma-industrie ging aan de slag met een vrijwillige gedragscode, maar dat was een doekje voor het bloeden. Veertig jaar later maakte de Vereniging van Innovatieve Geneesmiddelen (VIG), de belangenorganisatie van farma in Nederland, opnieuw een ethische gedragscode – na jaren kritiek te hebben ontvangen op excessieve prijzen. Maar daar stond bijvoorbeeld helemaal niets over prijsvorming van geneesmiddelen in.’

Wat kost een reddingsboei?

De decennia tussen de jaren vijftig en tachtig waren volgens Bannenberg gouden tijden voor de farma-industrie. Farmaceutische bedrijven ontdekten nieuwe antibiotica en nieuwe medicijnen tegen hart- en vaatziekten. Sinds het jaar 2000 doet de farma-industrie steeds minder eigen onderzoek. Slechts een kwart van de medicijnen die zij verkopen is door de bedrijven zelf ontwikkeld. ‘Het zijn een soort durfkapitalisten geworden, die er vooral op uit zijn om hun aandeelhouders tevreden te stellen en winsten te maximaliseren. Dat leidt tot excessen en maakt nieuwe medicijnen, bijvoorbeeld tegen kanker en corona, heel duur’, licht hij toe.

De farma-industrie gebruikt value-based pricing als prijsmodel. ‘Stel: iemand valt van boord en dreigt te verdrinken. Je gooit diegene een reddingsboei toe. Die persoon komt druipend aan boord en vraagt: hoe duur was de redding? Dan zeg je: je kunt nu veertig jaar langer leven. Rekenen we 80.000 euro per gewonnen levensjaar, dan komen we op 3,2 miljoen. Maar om je te matsen, hoef je slechts 100.000 euro te betalen’, omschrijft Bannenberg: ‘Maar dat heeft natuurlijk niets te maken met de echte kosten.’

Van de zeven miljard aardbewoners hebben er vijf miljard toegang tot een basispakket aan geneesmiddelen. Het doel van de VN is dat iedereen in 2030 toegang heeft tot zo’n basispakket. Een jaar of vier geleden is doorgerekend wat dat zou kosten. Toen bleek dat we de 201 belangrijkste geneesmiddelen aan iedereen beschikbaar zouden kunnen stellen, voor 13 tot 25 dollar per persoon per jaar. Dat is 11 procent van wat we nu aan geneesmiddelen uitgeven. De verdeling tussen rijk en arm is dus fout.’

Volgens Bannenberg is er sprake van twee zeer verschillende markten voor geneesmiddelen: generiek en gepatenteerd. Enerzijds heb je de generieke geneesmiddelen: denk aan antibiotica, cholesterolremmers en paracetamol. Dat zijn geneesmiddelen die niet langer worden beschermd met een octrooi. Daardoor kunnen ze vrijelijk worden nagemaakt, verkocht en ingevoerd. ‘Deze medicijnen zijn de afgelopen twintig jaar maar liefst 60 procent goedkoper geworden. Paracetamol is in de supermarkt zelfs goedkoper dan kauwgum.’

Door de globalisering worden deze geneesmiddelen tegenwoordig met name geproduceerd in lagelonenlanden en de grondstoffen komen daar ook vandaan. China en India zijn samen verantwoordelijk voor 80 procent van de farmaceutische grondstoffen. Volgens Bannenberg is het wenselijk dat deze generieke medicijnen wat minder goedkoop worden: ‘Dan worden we minder afhankelijk van deze landen, kunnen we de risico’s spreiden en de productie in Europa weer op gang krijgen.’

Grof geld door marktexclusiviteit

Anderzijds zijn er dus de nieuwe geneesmiddelen, waar een patent op rust zodat de farmabedrijven die ze ontwikkeld hebben er een monopolie op hebben. Deze worden juist steeds duurder. Bannenberg: ‘Voor deze geneesmiddelen zijn wij super afhankelijk van de grote farmaceutische bedrijven. De uitgaven voor deze dure geneesmiddelen stijgen de laatste vijf jaar met 10 procent per jaar, en ze dreigen daarmee andere zorg in ziekenhuizen te verdringen.’

Niet alleen aan nieuwe geneesmiddelen kan grof geld worden verdiend: ‘Als wordt ontdekt dat oude geneesmiddelen ook goed werken bij zeldzame ziekten, dan kunnen bedrijven in Europa tien jaar ‘marktexclusiviteit’ krijgen. Een oud pilletje dat tien jaar geleden 28 cent kostte, kost dan nu bijvoorbeeld 140 euro. Vanwege die marktexclusiviteit mag namelijk niemand anders dat pilletje voor die indicatie maken’, legt Bannenberg uit.

In 2017 maakte de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving een rapport over wat ons te doen staat met al die nieuwe dure geneesmiddelen. SP, PvdA en GroenLinks brachten hierop in de Tweede Kamer een notitie uit: Big farma: niet gezond! De klimaatzaak van Urgenda tegen de Nederlandse staat inspireerde Bannenberg om een stichting op te richten: Farma ter Verantwoording: ‘We willen een principeproces gaan voeren tegen een farmaceut die de prijs van een geneesmiddel zo hoog opdrijft dat het onredelijk is.’ Later dit jaar wordt waarschijnlijk bekend welk bedrijf het doelwit van de rechtszaak wordt.

Coronavaccins

Terwijl Farma ter Verantwoording bezig was met de voorbereiding van de rechtszaak, ontstond de coronacrisis. Bannenberg: ‘We besloten te onderzoeken hoe de farma-industrie de coronavaccins en -medicijnen ontwikkelt. De Verenigde Naties hebben in 2008 een set verantwoordelijkheden ten aanzien van mensenrechten geformuleerd voor farmaceutische bedrijven. De ontwikkelaars van vaccins en medicijnen beweren op hun websites dat zij die principes accepteren. Om dit te toetsen heeft Farma ter Verantwoording 18 criteria geformuleerd: de Good Corona Company Practices. Bijvoorbeeld: dat bedrijven een wereldwijd toegangsplan maken voor hun product, en dat ze de producten eerlijk verdelen.’

Binnen de Wereldgezondheidsorganisatie is in mei 2020 een platform voor farmaceuten opgericht om alle kennis, kunde en intellectueel eigendomsrecht te kunnen delen, om zo snel mogelijk het hoofd te bieden aan deze pandemie. Bannenberg: ‘De Nederlandse regering zei dit initiatief te steunen, maar stapte vrij snel in een vaccin-alliantie met drie andere landen: Duitsland, Italië en Frankrijk. Uiteindelijk hebben de rijke landen samen 93 miljard gestoken in de ontwikkeling van de vaccins, de fabrieken en het aankopen van de vaccins. Maar als hier zoveel publiek geld in omgaat, dan mag het niet zo zijn dat alle winst enkel bij ‘big farma’ terecht komt.’

Twee farmaceutische bedrijven waren bereid hun coronavaccins zonder winstoogmerk op de markt te brengen: AstraZeneca en Janssen. ‘Pfizer stelt dat niet de hoofdprijs te vragen voor zijn vaccin. Het bedrijf rekent 20 dollar per vaccin voor de rijke landen, 10 dollar voor de middeninkomenslanden en de kostprijs – geschat 2 tot 3 dollar – in lage-inkomenslanden. Maar daarmee maakt Pfizer dit jaar 26 miljard omzet, waarvan 7 miljard winst’, benadrukt Bannenberg.

Van de 3 miljard vaccins die Pfizer dit jaar denkt te kunnen maken, gaan er 2 miljard naar de rijke landen. Het bedrijf beloofde 40 miljoen vaccins beschikbaar te stellen aan arme landen via het COVAX-programma van de WHO. Maar hiervan zijn er tot op heden nog niet eens 2 miljoen geleverd.

Zere been

Terwijl de WHO eiste dat de productiecapaciteit voor vaccins beter gespreid werd, bleef het opgerichte platform onbenut. De grootste vaccinfabrikanten vallen niet onder ‘big farma’, maar zitten volgens Bannenberg in midden-inkomenslanden zoals Zuid-Afrika en India. Bijvoorbeeld het Indiase familiebedrijf Serum Institute, dat van AstraZeneca toestemming kreeg om een miljard coronavaccins te maken.

In oktober 2020 besloten Zuid-Afrika en India een voorstel voor een ontheffing van patenten gedurende de pandemie in te dienen bij de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Bannenberg: ‘Niet alleen voor de vaccins, maar ook voor de pillen, tests en apparaten. Dat was natuurlijk tegen het zere been van big farma, want die hebben vaccins in handen waar ze in de toekomst heel veel geld mee kunnen verdienen.’

Begin mei 2021 schaarde de Amerikaanse president Joe Biden zich, conform zijn eerdere verkiezingsbelofte, achter het initiatief voor een tijdelijke ontheffing op de patenten voor coronavaccins. Volgens Bannenberg was dit een baanbrekende zet, aangezien de VS altijd de meest enthousiaste verdediger van de farma-industrie was. ‘Big farma heeft toen Europa zover gekregen om deze ontheffing tegen te houden of te vertragen. De industrie probeert door middel van pappen en nathouden iedereen tevreden te stellen. Wij in Nederland denken dat de corona-pandemie achter de rug is, nu we bijna allemaal ingeënt zijn. Maar niets is minder waar. Het virus tiert gewoon welig verder en de varianten zullen blijven komen’, waarschuwt hij.

Zo beschermt een enkele dosis AstraZeneca onvoldoende tegen de Zuid-Afrikaanse of Indiase variant. Bannenberg: ‘Het is wachten tot er een variant komt waar de bestaande vaccins niet tegen helpen. En dan kan big farma met de door haar ontwikkelde technologie weer een opvolgvaccin maken.’ Zelf verwacht de arts dat er om het jaar een nieuw coronavaccin nodig zal zijn.

Warme samenwerking nodig

Inmiddels hebben 120 landen zich aangesloten bij de oproep om het verdrag dat patenten wereldwijd afdwingbaar maakt gedurende de pandemie tijdelijk los te laten voor corona producten. Het gaat dan om TRIPS, het handelsverdrag ten aanzien van intellectueel eigendomsrecht. ‘Maar alleen de patenten opgeven is niet voldoende. Je moet ook de kennis en de kunde delen. Voor de zogenaamde ‘vectorvaccins’, zoals die van AstraZeneca en Janssen, heb je te maken met levende virussen die je moet laten groeien: dat gaat vaak mis. Voor mRNA-vaccins zoals Pfizer en Moderna moet je hele kleine stukjes genetische informatie in hele kleine vetbolletjes stoppen. Die techniek is minder moeilijk, maar tot vorig jaar kon nog niemand dit. Zonder kennisdeling duurt het zeker 9 tot 12 maanden om de productie van vaccins op te zetten. Met warme samenwerking zou het in 4 tot 6 maanden kunnen’, legt Bannenberg uit.

Farma ter Verantwoording heeft 41 fabrieken in middeninkomenslanden onderzocht die vaccins maken. Bannenberg: ‘Zij maken de bulk van alle vaccins die we wereldwijd aan kinderen geven. Slechts vijf van hen kregen een licentie van big farma om coronavaccins te produceren. Twintig zijn zonder enige hulp bezig om aan een vaccin te werken. Als die wel hulp zouden krijgen, dan zou het allemaal veel sneller gaan. Maar big farma wil koste wat kost haar businessmodel verdedigen. Je kunt immers mRNA-vaccins ook gebruiken tegen andere ziekten, zoals de gewone griep en kanker. Het lijkt er voor nu op dat de farma-industrie vele miljarden aan deze pandemie gaat verdienen.’

Bannenberg denkt dat men met het tijdelijk vrijgeven van de patenten en het delen van kennis en kunde volgend jaar voldoende capaciteit kan realiseren om snel overal een vaccin te maken wanneer nieuwe corona-varianten opduiken. Het gevolg zal ook zijn dat de prijzen van vaccins omlaag gaan, omdat big farma dan meer concurrentie krijgt. Met Farma ter Verantwoording blijft Bannenberg het reilen en zeilen van de grote farmaceutische bedrijven kritisch volgen: ‘Als de patenten tijdelijk worden vrijgegeven, dan zou dat het begin van het einde van het businessmodel van big farma kunnen betekenen. Het model waarin nieuwe medicijnen steeds duurder worden en bestaande medicijnen ongelijk verdeeld zijn is op den duur onhoudbaar.’

Tekst Lesley Arp. Dit interview werd oorspronkelijk gepubliceerd in de Tribune van juli/augustus 2021.

Dossier
Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.