Vrouwenbeweging: zelforganisatie of zoeken naar zakelijke leiders en evenementenproducenten

28.02.2022
Foto: Sabine van Nistelrooij

Inclusiviteit en efficiëntie worden in onze huidige tijd vaak als tegenstrijdig gezien. Daarom lijkt professionalisering een goede uitweg voor veel groepen die een maatschappelijke impact willen hebben. Immers, als je experts hebt die beslissen over je publiciteitsbeleid, die je materiaal ontwerpen en geld vinden, bereik je misschien meer mensen en zo maak je de zaak zichtbaarder, wat de verandering zou brengen waar je naar streeft, toch? Niet als je hoopt bij te dragen aan een structurele maatschappelijke verandering vanuit de basis, een die erop gericht is de machtsdynamieken omver te werpen waarvan die professionalisering juist een voorbeeld is. [leestijd 17 minuten]

We hebben allemaal dat moment meegemaakt in een pas opgerichte groep, als iemand bij gebrek aan middelen voorstelt om financiering aan te vragen, of een stagiair in te huren, of een deel van het praktische werk uit te besteden aan iemand die geen deel uitmaakt van het collectief. Meestal wordt dat voorgesteld om efficiënter en professioneler te werk te gaan. Hoewel er niets mis is met het hebben van middelen voor beter drukwerk, een betere geluidsinstallatie of beter vormgegeven materiaal, is er een sterke neiging om de middelen te verwarren met het doel. Als onmiddellijke publieke zichtbaarheid wordt gezien als een doel, kan het de meerderheid van de mensen, die waar het juist om gaat, marginaliseren en de mogelijkheid van structurele verandering door collectief leren verloren gaan.

De huidige ‘activistische scène’ in relatief liberale samenlevingen, waar het risico om zichtbaar te zijn minder groot is en de middelen beschikbaar zijn, ziet zich vaak voor dit dilemma geplaatst. Terwijl het zichtbaar zijn als politiek activist in sommige landen in het Zuiden levensbedreigend kan zijn, is de titel ‘openbaar spreker’ in het Noorden van de wereld een onderscheiding die velen graag dragen. In combinatie met de beschikbaarheid van middelen op lokaal, nationaal en zelfs Europees niveau, is de 'professionalisering' van sociale bewegingen een trend in liberale samenlevingen. Met de beste bedoelingen of niet, dit houdt in dat men een leemte ziet in sociale bewegingen en in plaats van de al bestaande delen van de beweging te versterken, de leemte opvult door een kernteam te vormen dat steunt op de arbeid van vrijwilligers en financiering om zichzelf in de plaats te stellen van de beweging.

Groepen die beschikken over de kennis die financieringsinstanties, gemeenten en sociale media waarderen, krijgen zo een grotere plaats in sociale bewegingen, een plaats die meestal niet in verhouding staat tot hun werkelijke kracht. Dat kan er ook toe leiden dat andere deelnemers aan dezelfde sociale beweging, die zich niet aan de regels van dit spel houden of kunnen houden, worden gemarginaliseerd. Opleiding, technische kennis, het spreken van de taal van fondsenwervers, generatieverschillen zijn slechts enkele van de attributen die sommige activisten meer bevoorrecht maken dan anderen om ondernemer te zijn in deze 'start-up bewegingen'.

Een goed voorbeeld van deze trend is Women's March NL (WMNL), die na de verkiezing van Trump, in 2017, opdook in het Nederlandse politieke landschap. In navolging van de beweging in de VS, op 21 januari 2017, de dag na de inauguratie van Trump, sloten miljoenen vrouwen over de hele wereld zich aan bij protesten om Trump terug te pakken met hun roze pussy-hats, een symbolische actie die door een belangrijk deel van de vrouwenbeweging later niet meer als een inclusieve actie werd gezien. De belangrijkste demonstratie werd georganiseerd door een organisatie genaamd Women's March die een demonstratie met honderdduizenden mensen organiseerde in Washington DC en die zelfs miljoenen demonstranten in de hele VS mobiliseerde.

Wij in Nederland sloten ons ook aan bij deze protesten die werden georganiseerd voor het consulaat van de VS in Amsterdam, op uitnodiging van WMNL. Interviews in verschillende Nederlandse media met organisatoren van WMNL suggereren dat de initiatiefnemers persoonlijk geïnspireerd waren en in verbinding stonden met de groep in de VS en zich daar later, om onopgehelderde redenen, van distantieerden maar met behoud van de naam. Na een grote demonstratie in 2019 vestigde de groep zich als de belangrijkste organisator van de vrouwendemonstratie rond 8 maart, de Internationale Vrouwendag. Hoewel het organiseren van een demonstratie rond vrouwendag op zich waardering verdient, vereist de manier waarop dat gebeurt en de politieke strategie ervan diepgaande kritiek. De manier waarop Women's March NL, door een naam te claimen die zich de hele zaak toe-eigent, door gebruik te maken van de beperkte middelen die voor de beweging beschikbaar zijn en door namens de beweging te beslissen in plaats van via open, inclusieve democratische processen, vraagt om kritiek.

In 2022 is WMNL officieel een vereniging die jaarlijks een demonstratie organiseert in het weekend vóór de Internationale Vrouwendag. Sinds de begindagen in 2017 heeft WMNL geen open bijeenkomsten meer gehouden en de oproep daartoe vele malen genegeerd. Ze communiceerden liever met hun ‘volgers’ met online enquêtes en evaluaties waarin ze informatie vroegen over deelnemers, waaronder welke demonstraties ze hebben bijgewoond, hoe ze zich voelden over deelnemers, de betrokken thema's en of ze vrijwilligerswerk zouden willen doen.

Tot 2021, toen ze een vereniging oprichtten, hadden ze geen bekend adres, geen bestuur en geen communicatiemiddel, afgezien van Twitter, FB, en IG accounts. Hoewel ze fondsen hebben kunnen werven uit verschillende bronnen, waaronder de FNV, zijn er geen kanalen beschikbaar gesteld voor open debat en evaluatie. Tot hun huidige donateurs behoren organisaties als Amnesty International, Mama Cash en Oxfam Novib. Tot februari 2022 zijn er echter geen gepubliceerde financiële overzichten. Bijna een maand vóór 8 maart 2022 staan er op de website van WMNL alleen advertenties voor langdurig vrijwilligerswerk als zakelijk leider, communicatiemanager, vormgever, organisator van evenementen, samensteller van programma's en vrijwilligerscoördinator. Professionalisering betekent voor WMNL advertenties plaatsen in vrouwenbladen en social media inzetten om mensen te mobiliseren voor een één keer per jaar terugkerend evenement met een groot podium, een goede geluidsinstallatie en enorme beeldschermen in het weekend vóór 8 maart. Ze zijn er trots op dat ze met ‘selecte groepen’ werken en kondigen sprekers enkele dagen voor het evenement aan.

Hoe zichtbaarder ze worden, hoe meer vrijwilligers en hoe meer geld ze krijgen. Met meer financiering en meer vrijwilligers kan een groter evenement worden georganiseerd. Zal dat helpen om een beweging op te bouwen? Gedeeltelijk. Publieke zichtbaarheid is belangrijk voor sociale en politieke bewegingen. Maar tegen welke prijs? Als publieke zichtbaarheid en efficiëntie de dynamiek overschaduwen die een democratische en inclusieve beweging samenbrengt, is het dit laatste dat prioriteit moet krijgen. Dat is des te belangrijker als de betreffende sociale beweging een deel van de bevolking betreft die wordt gemarginaliseerd door de normen van een kapitalistische, seksistische samenleving. De normen geven de prioriteit aan individueel ondernemerschap, almachtige leiders en de retoriek van 'efficiëntie'. Is het mogelijk om een vrouwenbeweging op te bouwen met de manier van werken van het systeem dat vrouwen, niet-binaire mensen, anders-valide lichamen en geracialiseerde mensen marginaliseert?

Dit is een discussie over de prioriteiten van een beweging. Het opbouwen van democratische, inclusieve organisaties die de juiste beslissingen nemen voor de beweging en die elk lid van de groep helpt sterker te staan kost tijd. In plaats daarvan beslissingen nemen voor de beweging kost minder tijd en is vaak efficiënter, maar het is in strijd met de hele reden van bestaan van de beweging. Als de subjecten van een beweging niet meer kunnen doen dan elk jaar uitgenodigd worden voor een bijeenkomst, hoe helpt dit proces hen dan om sterker te staan?

Ook de efficiëntie van dit soort organisaties is twijfelachtig. De discussie over inclusiviteit en transparantie gaat niet alleen over principes, maar ook over strategieën voor het opbouwen van een sterke vrouwenbeweging. Hiervoor zijn ook open, kritische, geëngageerde discussies nodig, in plaats van vervreemdende online vragenlijsten en vacatures voor vrijwilligerswerk of functies. Door geen open bijeenkomsten, of andere kanalen die voorzien in een democratische, inclusieve deelname, te organiseren verliest WMNL niet alleen de kans om een grotere beweging te helpen opbouwen in plaats van een eenmalige jaarlijkse gebeurtenis. Het verliest ook de kans om verrijkt te worden door de ervaringen die sociale bewegingen tot nu toe hebben opgedaan. Het streeft er dus naar dingen van de grond af op te bouwen waar dat niet nodig is. Een goed voorbeeld hiervan is de bijeenkomst van vorig jaar (2021), waar de groep ervoor koos om het aantal deelnemers te beperken door een online waarschuwing op hun site te zetten dat als je niet vooraf geregistreerd was, je niet naar de bijeenkomst moest komen (wegens covid-beperkingen). Ze zetten dit beleid voort door toezicht te houden op de mensen die de bijeenkomst bijwoonden, waardoor uiteindelijk niet eens de wettelijk toegestane 500 mensen bijeen konden komen. Veel andere groepen, waaronder het Comité 21 maart, dat functioneerde als een horizontaal netwerk van sociale bewegingen rond antiracistisch activisme, waren binnen het kader van dezelfde beperkingen wel in staat grotere bijeenkomsten te organiseren. (Recentelijk heeft het Comité 21 maart ook soortgelijke problemen, maar dat is een onderwerp voor een ander artikel). Als de keuze om deelnemers vooraf te registreren en hen bij aankomst te controleren openlijk, in een grotere groep was besproken, zou die beslissing ongetwijfeld zijn aangevochten. Het minder zichtbare 8 maart comité, dat hoofdzakelijk bestaat uit vrouwen met een migrantenachtergrond, slaagde hetzelfde jaar erin meer mensen te verzamelen, op een meer centrale plaats, onder pandemische omstandigheden, door samen te werken met organisaties en door, zonder enige externe financiering, het hele jaar door regelmatig bijeenkomsten te houden.

Professionalisering is geen garantie voor efficiëntie. Het mobiliseert ook niet vanzelf massa's. WMNL ontleent vertrouwen aan het succes van de demonstratie in 2019 toen 15.000 mensen op de been waren. Dat succes was echter ook een product van zijn tijd. Maart 2019 was een maand van demonstraties. De grootste demonstratie die de afgelopen jaren in Nederland plaatsvond, de Klimaatdemonstratie, vond een dag na de Women's March plaats, op 10 maart. Ondanks hevige regen liepen 40.000 mensen in Amsterdam mee in een demonstratie voor het klimaat. Later in dezelfde maand liepen 10.000 mensen mee tegen racisme, in een demonstratie georganiseerd door Comite 21 maart. Afgezien van de Womens' March werden de andere twee rally's georganiseerd door platforms en niet door slechts één organisatie. Het was vooral de dynamiek van de klimaatbeweging die energie gaf aan alle sociale bewegingen in Nederland in 2019. Bewegingen versterkten elkaar. Onder andere deze zichtbaarheid in 2019 gaf de mogelijkheid aan WMNL om middelen te verzamelen.

Deze houding van ‘het wiel opnieuw uitvinden’ is vooral desoriënterend als het gaat om vrouwenbewegingen. Vrouwenbewegingen zijn de rijkste bewegingen wat betreft opgebouwde ervaringen, zowel door hun lange geschiedenis als door de bijzonderheid van de manier waarop ze door vrouwen zijn georganiseerd, door urenlange nauwgezette discussies, 'bewustzijnsverhogende' bijeenkomsten, leesgroepen, onderlinge hulpgroepen en andere vormen van solidariteit die gericht waren op versterken van de betrokken vrouwen, door en voor henzelf. WMNL lijkt blind te zijn voor deze geschiedenis. Basisbewegingen, emancipatorische politieke bewegingen, ook al  hebben ze verschillende analyses en tactieken, moeten al bij al werken aan het versterken van reeds bestaande bewegingen en deze opbouwen in plaats van zichzelf in hun plaats te stellen.

Jarenlang waren de belangrijkste groepen die 8 maart en 1 mei in Amsterdam vierden, migranten en vluchtelingen met een socialistische achtergrond uit het Zuiden. Het eerder genoemde 8 Maart Comité organiseert al meer dan 10 jaar demonstraties op 8 maart in Amsterdam. Dit is geen toeval maar een weerspiegeling van de vrouwenbewegingen in de landen waar deze vrouwen vandaan komen: Turkije, Koerdistan, Iran, Argentinië, Brazilië, om er een paar te noemen, waar vrouwenbewegingen het meest militante deel vormen van sociale en politieke bewegingen. Dit zijn vrouwen die zijn gepolitiseerd in een omgeving waar 8 maart is opgeëist als strijddag voor solidariteit van vrouwen en van strijd tegen het door mannen gedomineerde kapitalisme. Voordat diversiteitspolitiek leuk was en gefinancierd werd, hielden deze vrouwen al regelmatig open bijeenkomsten om een jaarlijkse activiteit in stand te houden. Het was  voor hen echter niet gemakkelijk om in contact te komen met WMNL en de enige dialoog die ze konden voeren was een telefoongesprek met iemand in de VS. Na lange onderhandelingen kregen ze in 2020 ‘toegewezen’ podiumtijd.

Wat is er nieuw in het westen?

Mensen die namens WMNL spreken hebben de neiging om hun nieuwigheid te overdrijven. ‘We zijn begonnen nadat Trump tot president was gekozen, wat voor veel mensen een breekpunt was. Opeens beseften ook veel witte vrouwen hoe ernstig het was, haha! Oh shit, nu is zelfs ons privilege in gevaar’ stelt een van hun spreeksters. Elders beweren ze dat er in 2017 geschiedenis is geschreven. Hun claim op nieuwigheid richt zich op twee zaken: antiracisme en intersectionaliteit. Maar hoewel de term intersectionaliteit tot een paar jaar geleden misschien beperkt bleef tot academische debatten, was wat het inhield, namelijk de heterogeniteit van vrouwenbewegingen en de noodzaak om rekening te houden met de impact van meervoudige onderdrukkingen op het leven van vrouwen, niet vreemd voor vrouwen die betrokken zijn bij vrouwenbewegingen, althans niet in de laatste paar decennia. Beweren dat intersectioneel feminisme een tamelijk nieuw verschijnsel is, is blind zijn voor de geschiedenis van feministische bewegingen over de hele wereld, waarvan vele inclusief zijn geweest, met oog voor verschillen tussen vrouwen in termen van klasse, etniciteit en andere factoren. Vele jaren voordat de term intersectionaliteit populair werd, ijverden vrouwenbewegingen voor inclusiviteit en intersectionaliteit door de aannames van een organisch zusterschap te problematiseren. Basisvrouwenorganisaties, onderlinge hulpgroepen, buurtverenigingen zijn van oudsher de meest inclusieve plaatsen in vergelijking met andere, gemengde, groepen en bewegingen. De vrouwenbeweging in Turkije bijvoorbeeld is sinds haar beginjaren in de jaren tachtig onverbloemd transinclusief, anti-nationalistisch, antiracistisch en antikapitalistisch geweest en ze vormt geen uitzondering, vooral niet in het Mondiale Zuiden. Een nieuw project, uitgevoerd door Atria, een Nederlands instituut voor gendergelijkheid en vrouwengeschiedenis, richt zich dan ook op de leidende rol van zwarte, migranten- en vluchtelingenvrouwen in de antiracistische strijd in Nederland in de jaren tachtig en negentig.

WMNL heeft echter een andere opvatting van intersectioneel feminisme. Voor hen gaat Vrouwendag niet over vrouwen, maar over ons allemaal. In haar oproep voor 2019 begon WMNL haar verklaring als volgt: ‘2019 gaat niet alleen over vrouwen. Het gaat over ons allemaal (f/m/x). Op elke manier. Want alle onderdrukking is verbonden.’ Het doet denken aan een andere leuze die, ook al komt die uit een politiek tegenovergestelde pool, hetzelfde idee overbrengt: ‘all lives matter’. Wat echter opvalt is dat een groep die zich identificeert met het politieke standpunt van BLM niet inziet hoe ‘het gaat niet om vrouwen, het gaat om ons’ de strijd tegen de specifieke onderdrukking van vrouwen (cis en trans) ondermijnt. Als het over ‘ons allemaal’ gaat, wordt structurele ongelijkheid en het geweld onzichtbaar.

Anja Meulenbelt heeft de kritiek op dit discours van ‘saamhorigheid’ al in 1976 vrij sterk verwoord in haar bekende werk De schaamte Voorbij: ‘Ja, maar we moeten samenwerken, roept een ander. Wat bedoel je met samen? Vraag ik. Waar was jij bij de oprichting van de eerste bevrijdingsgroepen, die nog openstonden voor mannen. Was jij daar? Heb jij meegelopen in de abortusbetoging, zorg jij voor de helft van het huishouden? Wat bedoel je met samen? Is het toeval dat mannen nu geïnteresseerd zijn in feminisme, nu we niet meer op hen wachten, niet meer proberen redelijk te blijven, hen te overtuigen, hen mee te nemen?’

Een intersectionele benadering brengt de vrouwenbeweging tot het besef dat ze niet blind mag zijn voor machtsdynamieken zoals gender, zoals klasse, etniciteit, huidskleur, leeftijd, enzovoort. Maar wanneer het gebruikt wordt om alle onderdrukkingen gelijk te stellen en/of te beweren dat alles met één kogel bestreden kan worden, valt het terug in het uitwissen van waar het om gaat. Vrouwendag gaat over vrouwen. Het is een dag die in het leven is geroepen om zichtbaarheid te geven aan de onderdrukking van vrouwen, met alle aspecten die daar bij horen. Het is een dag georganiseerd door en voor vrouwen, waar vrouwen spreken, waar vrouwen leiden. De positie van de man in de vrouwenbeweging is een punt van discussie geweest in de vrouwenbeweging en socialistische bewegingen. Er bestaan verschillende benaderingen, maar het punt dat het hoofdonderwerp van de vrouwenbeweging vrouwen zijn, wordt nauwelijks in twijfel getrokken. Zoals bij veel andere bewegingen het geval is, zijn het de mensen die het voornaamste doelwit van onderdrukking zijn, die de leidende krachten van de beweging zouden moeten zijn. Intersectioneel zijn betekent niet noodzakelijkerwijs dat een geracialiseerde man kan optreden als spreker op de Vrouwendag, omdat hij ook onderdrukt wordt. Op een door WMNL georganiseerde dag kan dat wel, zonder dat daar enige discussie over hoeft te bestaan en inderdaad met voorbijgaan aan vele jaren discussie over autonome vrouwenbewegingen

De recente zichtbaarheid van TERF's en de discussies die ze hebben opgeroepen, zouden kunnen worden gezien als een reden om de intersectionaliteit van de beweging te benadrukken. Natuurlijk is er altijd een deel van de vrouwenbeweging geweest dat zich richtte op het doorbreken van het glazen plafond voor zichzelf, in plaats van het voor iedereen af te schaffen. Deze benaderingen vertegenwoordigen echter niet de gehele vrouwenbeweging en ze zouden gemarginaliseerd moeten worden in plaats van nog meer zichtbaarheid te krijgen. De feministische filosofe Judith Butler onderstreepte ook de marginaliteit van een dergelijke uitsluitende  opvatting in een interview. Gevraagd naar de TERF-kwestie antwoordde Butler dat het problematisch is om het trans-uitsluitende radicale feministische standpunt als algemeen aanvaard of zelfs als mainstream te beschouwen. ‘Het is eigenlijk een randbeweging die probeert te spreken in naam van de mainstream en het is onze verantwoordelijkheid om dat te voorkomen’, zei ze. WMNL's claim vernieuwend te zijn, berust op een verkeerde voorstelling van de bewegingen die eerder kwamen.

Dit is een voorbeeld van 'elite capture': als een meer bevoordeeld deel van een gemarginaliseerde gemeenschap de middelen monopoliseert die bedoeld zijn voor de hele gemeenschap. Dit fenomeen is verre van uniek voor Nederland en we zien het vaker in samenlevingen die in het reine proberen te komen met hun eigen koloniale, racistische verleden. Homo's, anders-validen en zwarte mensen op het podium of als ‘zakelijk leiders’ en ‘communicatieadviseurs’ hebben maakt een evenement nog niet automatisch inclusief.

Internationale solidariteit en collectief werk

Ondanks de gemakkelijk te maken link van de naam van de WMNL en de vrouwendemonstratie die ze organiseren rond 8 maart en de Internationale Vrouwendag verwijzen ze zelden naar de Internationale Vrouwendag. Dat is op zijn minst in twee opzichten problematisch. Ten eerste verbreekt het hun banden met de vrouwenbeweging, waarvoor 8 maart een historisch referentiepunt is en een dag voor de zichtbaarheid van de kracht van de vrouwenbeweging wereldwijd en de mogelijkheden van internationale solidariteit. Het is dus een breuk met het feministische internationalisme.

8 maart is niet zomaar een dag op de kalender van nationale feestdagen. Zoals Susan Pashkoff stelt in In Honour of International Women’s Day, was Internationale Vrouwendag ‘het hoogtepunt van een eeuw vrouwenwerk in de arbeiders-, feministische, socialistische en anti-slavernij en segregatiebewegingen om de gemeenschappelijke belangen van de arbeidersklasse en voorvechters van vrouwenrechten samen te brengen’. Door de Duitse socialistes Clara Zetkin en Louise Ziet werd het in 1911 op de agenda van de Socialistische Internationale gezet naar aanleiding van discussies op de voorafgaande Internationale Socialistische Vrouwenvergadering. Daarna werd dit initiatief overgenomen door vele vrouwelijke activisten over de hele wereld, van de VS tot Frankrijk, Oostenrijk en Rusland en werd het samenkomen rond één specifieke dag een vast onderdeel van het actie-repertoire van militante vrouwen in het begin van de 20e eeuw. In het begin vond vrouwendag niet op een vaste dag plaats maar  tussen het laatste weekend van februari en 18 maart; vanaf 1914 werden mobilisaties op 8 maart een wereldwijd gebruik (zie ook The Socialist Origins of International Women’s Day). Temma Kaplan onderstreept, in een artikel van drie decennia geleden, het belang van het organiseren van ‘de dag’ als deel van het vestigen van gemeenschappelijke tradities door 19e-eeuwse socialisten en anarchisten, vergelijkbaar met de manier waarop 1 mei Dag van de Arbeid een traditie werd.

Het breken met deze erfenis van internationalistische solidariteit en verworvenheden die zich uitstrekken tot een eeuw geleden, moet eerder worden gezien als reactionair dan als vernieuwend. De strijd voor een feministisch internationalisme is evenmin een zaak van het verleden. Het is ook geen geïsoleerd verschijnsel. Onze generatie is getuige geweest van de vorming van nieuwe mondiale actiedagen naast de Dag van de Arbeid. Dit zijn dagen waarop activisten transnationale acties organiseren rond één thema om de impact van hun actie te vergroten en zichtbaarheid te geven aan de zaak waar het om gaat. Deze tactiek bestaat vooral sinds het begin van de andersglobaliseringsbeweging in het begin van de jaren 2000, toen de actiedagen werden gecoördineerd in Sociale Forums. Zo waren er, om er een paar te noemen, de internationale dagen van de vrede, tegen racisme, tegen geweld tegen vrouwen, en (de meest recente en zichtbare toevoeging aan deze lijst), de dag voor klimaatactie, enzovoort. Deze dagen bieden verschillende segmenten van sociale bewegingen de mogelijkheid om samen te komen en acties op nationaal en internationaal niveau te organiseren. Geen van de acties op deze dagen wordt georganiseerd door één groep die de dag opeist. Deze dagen bieden daarentegen de mogelijkheid aan verschillende segmenten van sociale bewegingen, groepen met verschillende perspectieven en een verscheidenheid aan tactieken, om samen te komen en actie te voeren die in de agenda van alle deelnemers past. Dat betekent niet noodzakelijkerwijs dat alle deelnemers het vanaf dat moment over alles eens zijn, maar discussie maakt het mogelijk om overeenstemming te bereiken over een aantal principes, zodat groepen met verschillende opvattingen kunnen  samenwerken en zo ook meer mensen kunnen aanspreken.

Vaak wanneer men geconfronteerd wordt met de vraag waarom men niet op de 8ste maar in het weekend ervoor organiseert, is het antwoord van WMNL's dat het handiger is om in het weekend samen te komen. Dit argument legt het isolement bloot van de groep ten opzichte van de geschiedenis van de vrouwenbeweging wereldwijd en ook het gebrek aan verbindingen met de huidige vrouwenbeweging over de hele wereld. Vorig jaar, tijdens een wereldwijde pandemie, waren vrouwen in Turkije, Polen, Frankrijk, Duitsland, Argentinië, België, Japan, om er een paar te noemen, op maandag 8 maart op straat om de openbare ruimte te claimen, de nacht te claimen, hun campussen, en werkplekken. Bovendien staan sinds 2016 niet alleen vieringen en demonstraties, maar ook een vrouwenstaking op de agenda van veel vrouwenbewegingen over de hele wereld. Vanaf de Poolse vrouwenprotesten voor abortusrechten in 2016, discussieert de beweging over vrouwenstakingen, niet over of weekenden handiger zijn om te demonstreren. Zoals Oksana Shine schreef werden op 8 maart 2017 vrouwenstakingen gehouden in meer dan vijftig landen over de hele wereld. In Spanje namen op 8 maart 2018 meer dan 5 miljoen vrouwen deel aan de staking. De vrouwenstaking heeft niet alleen een nieuwe adem gegeven aan de mobilisaties rond 8 maart, maar heeft ook andere bewegingen geïnspireerd, zoals ‘een dag zonder immigranten’ in de VS in 2017. Het is deze internationale dynamiek tussen bewegingen waar WMNL en vergelijkbare organisaties geen deel van uit maken en niet aan bijdragen.

De geschiedenis van onze bewegingen, of het nu vrouwenbewegingen, LHBTIQ-bewegingen of andere emancipatoire bewegingen zijn, zit vol met voorbeelden waar professionalisering en het streven naar 'efficiëntie' de kern van de zaak opzij duwen: emancipatie en versterken van de deelnemers in de beweging zelf. Dit is een discussie over de vraag of een proces van het opbouwen van een democratische en inclusieve beweging, of het krijgen van meer ruimte in de mainstream podia prioriteit moet krijgen voor een grotere maatschappelijke impact. Dit is geen nieuwe discussie, maar wel één waar we bij betrokken moeten raken.

Zich beroepend op het inclusieve en bottom-up geheugen van de beweging, sprak de Nederlandse activiste Tieneke Sumter tijdens een recente bijeenkomst in Atria over haar jaren in Flamboyant, het Landelijk Zwarte en Migranten Vrouwen Centrum, halverwege de jaren tachtig, nadat ze de documentaire over de Berlijnse jaren van Audre Lorde had gezien. Wat is er met die discussies gebeurd, vroeg ze. ‘We komen niet meer bij elkaar en praten niet meer.’

Een beweging opbouwen vereist samenkomen en praten, niet één keer per jaar uitgenodigd worden voor een bijeenkomst.

Maral Jefroudi is codirecteur van het IIRE in Amsterdam en lid van SAP-Grenzeloos. Ze schreef dit stuk in het Engels. Nederlandse vertaling redactie Grenzeloos.

Soort artikel

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.