26 January 2021

Strategie in de strijd tegen klimaatverandering, een reactie op Bender

Hoe kunnen we een grote meerderheid van de mensen betrekken bij de strijd tegen klimaatverandering. Dat is een cruciale vraag in de discussie over de strategie van de klimaatbeweging.

In een discussie - zeker als die schriftelijk wordt gevoerd - is het altijd nuttig als niet alleen de verschillen worden genoemd, maar ook benoemd wordt over welke zaken de discussianten het wel eens zijn. Dan kan op die gemeenschappelijke basis verder gepraat worden. In zijn laatste bijdrage doet Bender dat uitvoerig. We zijn het blijkens zijn bijdrage eens over het doel: een structurele verandering in onze hele manier van leven en dus in de hele manier waarop de maatschappij georganiseerd is. Kortom een breuk met het kapitalisme.

Bender benadruk terecht dat willen mensen in beweging komen voor verandering ze het gevoel moeten hebben dat ze macht hebben, dat ‘wij als bevolking macht hebben als we dat willen’ en hij citeert in dat verband de leuze van de spoorwegstaking van 1903 ‘Gansch het raderwerk staat stil, als uw machtige arm het wil’. Ik ben het daar volledig mee eens (maar ik was wat op het verkeerde been gezet doordat Bender de lockdown in Wuhan en Parijs als voorbeeld noemde).

Bender stelt terecht de vraag hoe we de andere 90% van de bevolking bij de strijd kunnen betrekken. Voor ik daar op inga moet ik eerst een belangrijk punt verduidelijken, zo niet rechtzetten. In mijn vorige bijdrage schreef ik over de korte tijd (tot 2030) die er nog is om een oncontroleerbare klimaatramp te voorkomen. Ik doelde daarmee op de tijd die we nog hebben om, door te stoppen met de uitstoot van broeikasgassen, de opwarming van de atmosfeer tot 1,5 graden te beperken en daarmee een cumulatief proces van opwarming te voorkomen.

Omdat ik het vlak daarna had over de structurele veranderingen die uiteindelijk nodig zijn om klimaatverandering tegen te gaan - door Bender terecht samengevat als ‘het afschaffen van het kapitalisme’ - lijkt het alsof ik van mening ben dat het kapitalisme in de komende tien jaar afgeschaft kan worden. Ik zou daar natuurlijk voor zijn…, maar dat is verre van een realistische perspectief. De socialistische revolutie staat niet voor de deur, wie dat denkt leeft buiten de realiteit en wie suggereert dat de strijd tegen klimaatverandering moet wachten tot we het socialisme in kunnen voeren is volstrekt onverantwoord bezig.

We hebben dus te maken met een zeer complexe situatie. Aan de ene kant kunnen we constateren dat om de opwarming binnen de perken te houden (onder de 1,5 graden boven het pre-industriële niveau) er zeer vergaande maatregelen nodig zijn die uiteindelijk niet verenigbaar zijn met de kapitalistische productiewijze. (Produceren om zo veel mogelijk winst te maken.) Aan de andere kant moeten we ervan uitgaan dat het kapitalisme niet in de komende tien jaar afgeschaft kan worden en dat er dus ook hier en nu alles aan gedaan moet worden om de uitstoot van broeikasgassen te beperken.

Er zit dus niet veel anders op dan tegelijkertijd alles in het werk te stellen om de kraan dicht te draaien en tegelijkertijd te dweilen zo veel we kunnen. Dat wil zeggen de strijd te voeren voor fundamentele antikapitalistische veranderingen, en tegelijk er alles aan te doen om nu al de uitstoot zo veel mogelijk te beperken. Dat doen we door ons individuele gedrag aan te passen en anderen te bewegen dat ook te doen, maar ook door de machthebbers in de politiek en de economie te dwingen  veranderingen door te voeren, in het hier en nu, terwijl het kapitalisme nog steeds bestaat.

In een verstandige strategie moeten die drie elementen: individuele gedragsverandering, het afdwingen van veranderingen in het hier en nu, en de strijd voor een ecosocialistische wereld in elkaars verlengde liggen, elkaar versterken en niet tegenwerken.

Het psychologische gevoel van MOGELIJKHEID is een conditio sine qua non voor het begin van iedere verandering.’ Schrijft Bender, en ook daar ben ik het volledig mee eens. Dat ‘gevoel van mogelijk’ heeft, lijkt mij twee aspecten. Aan de ene kant het al genoemde bewustzijn van mensen dat ze (potentiele) macht hebben, dat ze het raderwerk stil kunnen zetten. Maar er moet ook  het gevoel zijn van de mogelijkheid van een andere wereld, een wereld die niet afhankelijk is van fossiele brandstof, een wereld waar het niet draait om de winst. Dat is voor heel veel mensen verre van vanzelfsprekend. Wij worden allemaal dagelijks via de media bestookt met verhalen dat het in ‘de economie’ (en dus in de hele maatschappij) draait om winst, om economische groei, om het bbp. Ons wordt voorgehouden dat we door veel te consumeren een bijdrage leveren aan ‘de economie’, dat voor een goed klimaat- en milieubeleid de economie goed moet draaien, want ‘het geld moet eerst verdiend worden voor het uitgegeven kan worden.’ Ons wordt verteld dat ‘wij’ in Europa vooral moeten kunnen concurreren met China en ander opkomende landen en dat we een sterke NAVO nodig hebben en een goeie wapenindustrie. Enzovoort, enzovoort.

Links moet daar een duidelijk beeld tegenover zetten. Links moet uitleggen dat economische groei geen doel op zich moet zijn en dat we op een heleboel vlakken met minder toe kunnen (en op andere gebieden veel meer nodig hebben), dat de winsten van ondernemingen niet vertaald worden in meer werkgelegenheid, meer welvaart en een beter milieubeleid, dat de aarde genoeg grondstoffen, bodemvruchtbaarheid en zonne-energie heeft om de hele wereldbevolking te voeden en van een redelijk bestaan te voorzien, als die zaken maar rationeel gebruikt en eerlijk verdeeld worden. Links moet duidelijk maken dat de overgrote meerderheid van de bevolking, ook in het rijke Noorden, belang heeft bij een andere wereld. Dat dat misschien betekent dat de materiele consumptie, (van allemaal producten met een beperkt nut en een beperkte levensduur die ons nu door de reclame worden opgedrongen) minder zal zijn, dat we niet meer twee of drie maal per jaar naar Bali of Zuid Amerika met vakantie kunnen gaan, maar dat daar vrije tijd, schone lucht, toegang tot cultuur, grip op ons eigen leven, kortom een kwalitatief beter leven voor in de plaats zal komen.

Maar hoe belangrijk dat ook is, daarmee overtuigen we de 90% van de bevolking natuurlijk niet. Die leven niet in de dromen van een ecosocialistische toekomst, maar in het hier en nu van het dagelijkse bestaan. Die zijn dagelijks bezig de eindjes aan elkaar te knopen. Die worden geconfronteerd met lage lonen, stijgende huren, slechte zorg, discriminatie en uitsluiting, luchtverontreiniging en nog veel meer ellende. In tegenstelling tot de neoliberale ideologie, die de mensen wijs probeert te maken dat ze  vooral naar individuele oplossingen voor hun problemen moeten zoeken, hun persoonlijke marktwaarde moeten verhogen, zodat ze meer gaan verdienen in betere huizen kunnen gaan wonen en hun kinderen naar betere scholen kunnen sturen, benadert links natuurlijk dat ze gezamenlijk moeten strijden voor verbeteringen. En die gezamenlijk strijd geeft, zeker als er successen worden geboekt, het gevoel van (potentiële) macht, het gevoel van wij kunnen samen iets in beweging zetten.

Bender heeft groot gelijk als hij schrijft: ‘Met een vlijmscherp antikapitalistische verhaal kom je er niet’. Nee, dat moet op zijn minst gecombineerd worden met de strijd voor directe belangen van de 90%. Zeker als we op wereldschaal kijken zijn er steeds meer mensen die direct en dagelijks de gevolgen van klimaatverandering ervaren: droogte, of juist de overstromingen, afnemende oogsten, hongersnood, vluchtelingenstromen, ze zijn aan de orde van de dag. Mensen zoeken een uitweg uit die ellende. Ze doen dat individueel, door te vluchten, te verhuizen, andere gewassen te verbouwen, maar ook door collectieve strijd. De strijd tegen de gevolgen van klimaatverandering zal de komende jaren steeds sterker worden.  Ook de huidige covid pandemie heeft alles te maken met hoe er omgegaan wordt met het milieu en de natuur. Ook die zal mensen aan het denken zetten, en ze ervan doordingen dat het zo niet langer kan. En ze aanzetten tot strijd. Althans dat valt te hopen en dat moeten we stimuleren. Socialisme of barbarij, zo vatte Rosa Luxemburg de situatie in het begin van de vorige eeuw samen. Het werd toen barbarij. Ecosocialisme of barbarij, zo kunnen we de situatie nu samenvatten. Er is nog hoop, want de toestand is te ernstig om te wanhopen.

Soort artikel: 

Comments

Submitted by Elsa.Loosjes@gm... (not verified) on

Dag Willem,
Binnen de Nederlandse politiek is ruimte voor ecosocialisme. Zowel GL als SP zijn vervallen tot partijen met lijsten van wat er wel en wat er er niet zou moeten gebeuren. In de meeste zaken hebben ze geen ongelijk, maar boven die lijsten staat geen samenbindende visie, ofwel een principe. Hedendaags marxisme zou daarin kunnen voorzien.
Groet,
Elsa Loosjes

Add new comment

Plain text

  • Allowed HTML tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Enter the characters shown in the image.

Reageren