Borderless

14 November 2019

Crisis in de rechtstaat

Britta Böhler is een spraakmakende advocate die met haar kantoor vele politiek getinte rechtszaken doet, waaronder die van Volkert van der G. In haar boek Crisis in de rechtstaat doet ze verslag van deze zaken en verzet ze zich tegen de vanzelfsprekendheid waarmee grondrechten worden opgeofferd in de strijd tegen misdaad en terrorisme.

‘Verdachten worden echt niet geboren met allerlei rechten. Wat is nog recht als je moet kiezen tussen enerzijds de bescherming van verdachten en anderzijds de bescherming van de samenleving tegen mensen die misdrijven willen plegen? Je kunt de overheid toch niet met de handen op de rug gebonden tegen de criminaliteit laten vechten?’
Met dit verontrustende citaat van minister Donner begint het boek van Britta Böhler. Een boek waarin de schrijfster getuigt van een principieel liberale opvatting van de rechtstaat: de overheid kan niet naar willekeur regeren en de macht moet over verschillende organen zijn verdeeld zodat de overheid niet te machtig wordt. Mensen hebben van nature rechten en een inbreuk op deze rechten kan alleen worden gemaakt door een democratisch gekozen overheid. Een onafhankelijke rechter moet bescherming bieden tegen willekeurig optreden door de rechter.

Geen strijd
De rol van politieke strijd in de geschiedenis van het recht is in Böhlers boek bijna volledig uitgewist. In 1848 werd de macht van de koning ingeperkt onder de invloed van de opstanden die overal in Europa uitbraken. Onder druk van langdurige strijd en de revolutie in Rusland werd in 1917 het algemeen mannenkiesrecht (het kiesrecht voor vrouwen volgde twee jaar later) gewonnen. En onder invloed van de strijd in de jaren zestig en zeventig groeide de populariteit van het begrip ‘sociaal grondrecht’: het recht op werk, huisvesting en fatsoenlijk inkomen.
In het boek van Böhler komen deze belangrijke veranderingen als ‘vanzelf’. Het lijkt wel of ze het gevolg zijn van een stevige discussie, terwijl in werkelijkheid politieke en maatschappelijke strijd de motor van deze veranderingen was. Dat Böhler een meer liberale insteek kiest, zorgt er wel voor dat ze in gesprek blijft met het politieke midden, waar de weerstand tegen de harde aanvallen op de rechtstaat groeit.

Volkert van der G.
Böhler heeft Volkert van der G., de moordenaar van Fortuyn bijgestaan. Hoewel er op de de rechtszaak en het hoger beroep niet zoveel was aan te merken, was het optreden van regering en parlement buiten de orde. Van der G. werd langdurig aan permanent cameratoezicht onderworpen. Het licht bleef dag en nacht aan. Van der G. heeft lang onder een speciaal geïsoleerde regime voor suïcidale patiënten moeten leven, terwijl hij niet suïcidaal was. Ondanks rechterlijke verboden kwam er aan deze situatie geen einde. Uiteindelijk veranderde men voor de gelegenheid gewoon de wet.
Het ironische is dat Van der G. door het optreden van de regering eerder vrij komt dan verwacht. Het Hof oordeelde namelijk in hoger beroep dat de detentie-omstandigheden als ´extreem zwaar´ moest worden aangemerkt. Ondanks een extra veroordeling voor het bezit van explosieve stoffen (waarvoor de rechtbank Van der G. had vrijgesproken), kwam het Hof tot dezelfde straf als de rechtbank eerder, achttien jaar. Met andere woorden: het Hof heeft de straf verlaagd vanwege de detentie-omstandigheden.

Ook verschillende schandalige uitlatingen van met name LPF-kamerleden worden door Böhler ernstig bekritiseerd. Zo wilde LPF-Minister voor Vreemdelingenzaken Nawijn ´als mens´ wel de doodstraf voor Van der G. En twee artsen die behoorden tot de LPF-fractie verklaarden dat zij ´graag bereid´ waren dwangvoeding toe te passen om zo de hongerstaking van Van der G. te breken. Minister Donner, het CDA en de VVD wilden het verbod op dwangvoeding overigens ook niet respecteren en zagen juridische mogelijkheden om dit verbod te omzeilen.

Moslimterrorisme
Werkelijk griezelig begint het te worden als zaken rondom het moslimterrorisme aan de orde komen. Böhler schetst de massieve reactie van de VS op de aanslag van 11 september in New York: de oorlog in Afghanistan en Irak, de schending van de mensenrechten door het Amerikaanse leger en de paranoïde repressiemaatregelen die in de VS zelf zijn genomen. Het spreekt vanzelf dat de trouwe bondgenoot Nederland onder sterke druk is gezet om mee te doen.
Een voorbeeld: Mullah Krekar, de leider van een fundamentalistische groep in Koerdisch Irak, woonde jaren in Noorwegen. Daar kreeg hij plotseling te maken met het intrekken van zijn vluchtelingenstatus en een strafrechtelijk onderzoek. Hij werd opeens ook door Jordanië gezocht wegens drugshandel en een Al Qaida-aanslag. Op dat moment zat Krekar in Nederland, waar minister Donner contact opnam met zijn Amerikaanse ambtgenoot Ashcroft. Die had wel belangstelling. En dus werd Krekar, zonder dat hij bij een rechter daartegen kon protesteren, onverhoeds uitgeleverd aan Noorwegen. Zijn advocaten, die op Schiphol protesteerden, werden gearresteerd. Achteraf werd Krekar bij de rechter in het gelijk gesteld en kreeg hij een forse schadevergoeding.

In de processen rond zogenaamde ‘Rotterdamse terroristen’ was ook iets opmerkelijks aan de hand. Twee verdachten werd ten laste gelegd dat ze ´hulp aan de vijand´ zouden hebben gegeven. Maar welke vijand? Met wie is Nederland in oorlog? Het antwoord: Nederland steunde de VS in april 2002 in Afghanistan. De verdachten zouden deel uitmaken van een netwerk dat het Taliban-regime ondersteunde in de oorlog tegen de VS. Als bewijs werd onder andere een foto gebruikt waarop de verdachten te zien waren bij een vlag waarop stond dat Allah groot is en Mohammed zijn profeet. Volgens de politie werd zo´n tekst vaak gebruikt voor de Jihad. De rechtbank sprak de verdachten vrij, het hoger beroep zal nog volgen.
De politiek, waaronder juristen als Donner en oud-rechter Boris Dittrich van D66, waren verontwaardigd over de `magere´ uitkomt van deze processen. In april 2004 werd een wetswijziging goedgekeurd waarbij ambtsberichten van de AIVD als bewijs kunnen meewerken zonder dat de verdediging dat heeft kunnen zien. Geheim bewijs dus. De verdachte kan zich daar niet tegen verdedigen. Andere repressiewetgeving is onderweg.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft Nederland verschillende keren veroordeeld voor het gebruik van anonieme getuigen. Ook wordt het gebruik van geheim bewijs uitdrukkelijk door het Europese Hof verboden. Deze kwestie is dus nog niet ten einde.

Stelling
In het laatste hoofdstuk neemt Britta Böhler stelling: ‘ De Verenigde Staten spelen een niet te onderschatten rol bij de bepaling van de Nederlandse koers. Dat verklaart echter onvoldoende waarom het beleid van het kabinet op zoveel punten indruist tegen rechtsstatelijke beginselen. Het lijkt erop dat er sprake is van onverschilligheid en minachting met betrekking tot de uitgangspunten van de rechtsstaat.’
We hebben te maken hebben met een calculerende overheid die actief de grenzen van het vreemdelingen- en strafrecht opzoekt. Als wetgeving of grondrechten het politieke doel in de weg staan worden deze zonder meer opgeofferd. Dat kan ook omdat ondanks alle ideologie de wetgevende en uitvoerende macht nooit gescheiden zijn. Ook kunnen parlement, regering en topambtenaren niet of nauwelijks tussentijds worden afgezet. Dit conglomeraat kan elke vier jaar ongestoord zijn gang gaan. Werkelijke democratie daarentegen begint bij een zo klein mogelijk repressieapparaat, waarbij de macht zoveel mogelijk verspreid is en waarbij misbruik onmiddellijk kan worden afgestraft.

Britta Böhler: Crisis in de rechtstaat. De Arbeiderspers Amsterdam. €17,95

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren