Borderless

21 August 2019

‘Buiten de orde’

Van Bas Heijne mogen autochtone Nederlanders best spotten met valse nichten en klagen over overdreven heupwiegen; dat kan geen kwaad meer. Maar moslims mogen dat niet, want voor hen ‘staat de homoseksueel nog buiten de orde’. Welke emancipatie wil Heijne eigenlijk? Een emancipatiemodel dat in dit soort rare conclusies uitmondt, verdient een kritische blik.

NRC-columnist Heijne mocht in de jaarlijkse George Mosse-lezing in Amsterdam (21 september) zijn ideeën over de stand van zaken in homo Nederland uit de doeken doen. Het einde van zijn verhaal viel moeilijk te rijmen met het begin. Hij begon met wat neerbuigende opmerkingen over een internationale conferentie in Parijs, waar deelnemers ‘het moment van de coming-out’ besproken alsof dat ‘het alfa en omega van hun seksuele identiteit’ was. Hij eindigde zijn lezing echter door een soort collectieve coming-out te vragen van de Nederlandse moslimgemeenschap: ‘dat men de stap maakt die westerse samenlevingen de afgelopen decennia hebben gemaakt: het aanvaarden van homoseksualiteit als onvervreemdbaar onderdeel van de maatschappelijke orde. Daarna mag je weer van alles zeggen.’ Van homo’s eiste hij dat ze ‘weer zichtbaar worden’.

Moslim homo’s
Heijne’s laatste eis geldt waarschijnlijk ook voor lesbiennes en homoseksuelen met een islamitische achtergrond. Hij erkent dat ze bestaan; ‘dat weten moslims net zo goed als ik’. Toch is zijn beeld van seksualiteit binnen de moslimgemeenschap te simpel. Zijn kijk op het onderwerp houdt bijvoorbeeld geen rekening met het feit dat het percentage Marokkaanse en Turkse mannen en jongens die zich (in veilige anonimiteit) biseksueel noemt veel groter is dan het percentage onder autochtonen, zoals uit een recent enquête in Amsterdam blijkt. Of dat moslim homo’s veel minder moeite hebben geloofsgenoten in bed te krijgen dan dat autochtone homo’s in staat zijn heteromannen te versieren.

Het idee dat mensen te verdelen zijn in twee groepen, homo’s en hetero’s, is pas in de negentiende eeuw ontstaan. Dat idee lijkt onder Nederlandse moslims veel minder sterk gevestigd, al zijn fundamentalisten bezig om de islam in dit opzicht te ‘moderniseren’. Wat geen twijfel lijdt is dat ‘sodomie’ onder veel moslims als zondig wordt gezien. Maar dat betekent niet dat iedere moslim iedere vorm van liefde tussen mannen – en homoseksueel gedrag kent een rijke geschiedenis in de islamitische wereld - afwijst. Evenmin gelooft iedere moslim dat bestrijding van sodomie een hoge prioriteit heeft, of dat sodomieten moeten worden uitgeroeid.
Men kan zich dus afvragen of Heijne’s oproep dat homo’s zich zichtbaar maken en hun acceptatie als ‘onvervreemdbaar onderdeel’ van de samenleving opeisen, alle homo’s van pas komt. Het strookt sowieso niet met wat veel moslim homo’s willen. Moslim lesbo’s en homo’s hebben ook eigen ideeën, ideeën die inmiddels zijn uitgedrukt via zelforganisaties en fora als Stichting Yoesuf. Het rare is dat zo weinig wordt geluisterd naar wat ze zeggen.
Sommige moslim homo’s werken liever geduldig en bijna geruisluis om van binnenuit de houdingen van hun families en gemeenschappen te veranderen. In plaats van snel en overal zichtbaar worden – ook natuurlijk een volstrekt legitieme keus - praten sommige allochtone homo’s over ‘een krachtig dubbelleven’ waarbij ze homo’s kunnen zijn én hun etnische banden blijven koesteren. Misschien vinden veel Nederlanders dit hypocriet en tergend langzaam. Maar de keuzes moeten worden gemaakt door de mensen die met de gevolgen moeten leven.

Inkapseling
Heijne kijkt niet kritisch naar hoe de homogemeenschap in Nederland in elkaar zit. Hij wil deze gewoon in stand houden. ‘In plaats van iets te bevechten, valt er nu iets te verdedigen’: acceptatie van homoseksualiteit als ‘de lakmoesproef voor een vrije, multiculturele samenleving’. Want volgens hem is al een reuze stap genomen in Nederland: de homoseksuelen zijn hier ‘maatschappelijk geïntegreerd’. Daarom kan bijvoorbeeld ‘het stereotype van de zalig valse nicht’ volgens hem geen kwaad meer – ‘het wegvallen van die politiek correcte krampachtigheid kan niet genoeg geprezen worden’. Tenminste, als er geen moslims in de buurt zijn.
Al geeft Heijne toe dat discriminatie blijft bestaan, doet hij weinig moeite om dat beeld van de maatschappelijke integratie van de Nederlandse homo’s kritisch te bekijken. Want eigenlijk is er minder sprake van integratie dan van inkapseling. De geëmancipeerde Nederlandse homo die op zoek wil gaan naar een seksuele partner gaat in de regel naar een homocafé, -disco of -sauna – want een willekeurige knappe jongen versieren in een ‘normaal’ café, of op het werk, of op straat kan nog steeds riskant zijn. Dat betekent in feite dat de meeste openbare ruimte, werkruimte en vrijetijdsruimte in Nederland in de werkelijkheid nog steeds heteroruimte is.
En de grenzen tussen de grotere hetero- en kleinere homoruimte worden bewaakt, door mensen die te openlijk homogedrag op de verkeerde plek afstraffen. Die grensbewakers zijn lang niet allemaal moslims. Gewelddadige of subtiele homohaters in Nederland komen in alle kleuren en gedaanten.
Het is tegen dit soort begrensde, beperkte emancipatie dat veel radicale, jonge queers in opstand komen. Dat is begrijpelijk. Maar ook begrijpelijk is het dat niet alle moslim homo’s en lesbo’s deze emancipatie meteen enthousiast omhelzen. Moet dit model echt aan iedereen worden opgelegd?

Islamofobie
Waarom wordt de islam eigenlijk nu centraal gesteld als over homoseksualiteit in Nederland wordt gesproken, terwijl dat tien of zelfs vijf jaar geleden niet zo was? Het antwoord ligt voor de hand. Vijf jaar geleden had 9/11 nog niet plaatsgevonden, was de oorlog tegen het (moslim) terrorisme nog niet verklaard, en had Pim Fortuyn de islamofobie nog niet gemobiliseerd voor klinkend politiek resultaat. Kortom, het culturele klimaat in Nederland was anders. Niet omdat moslims opeens in enkele jaar veel ergere homohaters zijn geworden, maar omdat Nederlanders in enkele jaren veel ergere islamofoben zijn geworden.
Niemand zal in dit blad ooit een woord tegenkomen dat terrorisme, fundamentalisme, geweld of discriminatie tegen homo’s of lesbo’s probeert goed te praten. De strijd tegen reactionaire ideologieën moet gevoerd worden en de wetten tegen discriminatie toegepast. Maar eerlijk is eerlijk: de wetten tegen discriminatie van homo’s worden beter nageleefd in dit land dan sommige andere wetten. Er zijn veel minder homocafés in brand gestoken de laatste tijd dan moskees en islamitische basisscholen. En een moslimhomo loopt een groter risico aan de bedrijfspoort te worden geweerd als moslim dan als homo.
Er is nog veel te doen voor de emancipatie van homo’s en lesbo’s binnen de moslimgemeenschap in Nederland. Maar iedere strategie die niet begint door te erkennen dat Nederlandse moslims, ongeacht hun seksualiteit, omringd worden door racisme, is gedoemd te mislukken.

Kleur bekennen
Heijne lijkt even vat te krijgen op de islamofobische valkuil als hij het heeft over het geval-Gerry van der List. In 1998 noemde Volkskrant-columnist Van der List de Gay Games ‘smerig’. Nu opeens, als medewerker van het rechtse blad Elsevier, is Van de List voorstander van de het Amsterdamse homofestijn Canal Pride, want ‘dezelfde gespierde mannen en uitgedoste vrouwen staan nu voor manmoedig verzet tegen de islam’, aldus Heijne. ‘Nu diezelfde afkeer in Nederland plotseling weer ideologische trekjes heeft gekregen door de hardnekkige afwijzing van de islam van alles wat met homoseksualiteit te maken heeft, wordt Van der List ineens politiek correct.’

Mensen als Van der List hebben in homo’s een stok gevonden om moslims mee te slaan. Dat erkent Bas Heijne ook: hij is geen islamofoob. Hij ziet helder wat de Van der Listen doen. Toch kiest hij uiteindelijk voor een plek aan hun zijde, omdat hij dat een manier vindt om de homo-emancipatie in Nederland te verdedigen. Maar hij vergist zich. Rechts stond vroeger niet aan de kant van de homobeweging, en het is nu bezig de emancipatie te misbruiken en in de kiem te smoren. Het is tijd dat homo’s en lesbo’s die geen islamofoben zijn, duidelijker en bewuster kiezen.

Politicoloog Peter Drucker is de samensteller van de bundel Different Rainbows (GMP, 2000) over homoseksualiteiten in de Derde Wereld. De Mosse Lezing van Bas Heijne is integraal te lezen in het archief van De Groene Amsterdammer onder de titel: ‘Dezelfde blote kerels, een ander decor’.

Andere recente artikelen:
Holebi
02-04-2004 Homohuwelijk - De culturele kloof in de VS
01-12-2003 ‘Heteroseksualiteit: politiek systeem’
03-06-2002 Pim Fortuyn en homo-rechts

Soort artikel: 

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren