Borderless

12 December 2019

Kosovo – een test voor het buitenlands beleid van de Europese Unie

Toen de NAVO in 1999 Servië bombardeerde was de Europese Unie in diepe rouw. Er werd niet getreurd over de slachtoffers van de oorlog, maar over de onmacht van de Europese Unie. Intern verdeeld als ze was moest de EU het initiatief in Joegoslavië overlaten aan Amerikaanse militairen. De EU hoopt nu op een herkansing.

Toen duidelijk werd dat de onderhandelingen tussen Servië en Kosovo op niets uitliepen en een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo onafwendbaar was, nam de zenuwachtigheid in de Europese hoofdsteden nam toe. Ondanks begrip voor het verlangen van de Albaneze meerderheid in Kosovo blijft een eenzijdige onafhankelijkheidsverklaring strijdig met het internationaal recht, en VN resolutie 1244 laat enkel ruimte voor onderhandelde oplossingen onder toezicht van de VN Veiligheidsraad. VN resolutie 1244, aangenomen na de NAVO-bombardementen op Servië in 1999, geeft Kosovo het statuut van een internationaal protectoraat. In deze resolutie wordt ook de soevereiniteit van Servië over Kosovo erkend, en tevens verklaart dat over het uiteindelijke statuut van Kosovo later beslist moet worden. EU-lidstaten zoals Spanje vreesden bovendien dat Kosovo een precedent vormt voor de eigen nationale minderheden.
Choreografie
Een gedetailleerde choreografie werd in nauw overleg met de Kosovaarse overheid uitgewerkt om kip en ei te redden. Eerst moest de overwinning van de pro-EU-kandidaat Boris Tadic in de wacht worden gesleept in de verkiezingen van 3 februari. Daartoe spiegelde de EU Servië een interim politiekakkoord voor als opstap naar EU-lidmaatschap om zo Tadic wat extra stemmen te bezorgen. Tadic won nipt de verkiezingen, overigens wel pas nadat hij zich krachtig tegen een eventuele onafhankelijkheid van Kosovo had uitgesproken. Het verslaan van de pro-Russische, ‘nationalistische’ kandiaat was hiermee gehaald. Nu moest de EU werken aan het verstreken van haar aanwezigheid in Kosovo. Op vrijdag 15 februari waren de plannen klaar en op zaterdag 16 februari de eerste stappen gezet. Op zondag 17 febuari kon Kosovo eenzijdig de onafhankelijkheid uitroepen. Op maandag 18 februari vervolgens stelden de 27 ministers van Buitenlandse Zaken een verklaring op waarin ze nota namen van het onafhankelijke Kosovo, zonder het expliciet te steunen. Sommige individuele lidstaten gingen wel over tot erkenning van Kosovo. Rusland, dat zich fel kant tegen een onafhankelijk Kosovo heeft formeel geen stok om mee te slaan; de nieuwe Europese aanwezigheid in Kosovo is immers binnen het kader van de VN-resolutie genomen en heeft zogenaamd niets te maken met de onafhankelijkheidsverklaring van een dag later. De EU heeft drie instrumenten om haar aanwezigheid in Kosovo te versterken. Ten eerste is er de `speciale vertegenwoordiger’ van de EU voor Kosovo, de Nederlander Pieter Feith; ten tweede ‘Eulex’, dat de Kosovaarse overheden gaat helpen in het uitbouwen van een rechtsstaat en ten derde een afvaardiging van de Europese Commissie die zal waken over de economische ontwikkeling en de liberale hervormingen.
Een nieuwe failliete staat
De Europese Unie heeft het al met al handig aangepakt. Ze beschikt vandaag de dag duidelijk over een beter diplomatiek apparaat dan op het hoogtepunt van de Joegoslavische crisis 10 jaar geleden. Maar de moeilijkheden in Kosovo dreigen nu pas te beginnen. Kosovo is een klein land van 2 miljoen inwoners, zonder noemenswaardige economische infrastructuur. Servië blijft juridisch gezien eigenaar van de grote bedrijven. Het gebrek aan internationale erkenning zal hulpprogramma’s van het IMF en de Wereldbank bemoeilijken. Zo’n 60 procent van de actieve bevolking is werkloos en dat drukt vooral zwaar op de jongeren die 60 procent van de bevolking uitmaken. Bovendien is er de kwestie van de Servische minderheid in het noorden. Deze 125.000 zielen hoeven zich niet ‘af te scheuren’, maar kunnen volstaan met de vaststelling dat de onafhankelijkheid van Kosovo geen juridische basis heeft, en zichzelf als vanouds beschouwen als onderdeel van Servië. Een derde instabiele factor voor Kosovo zijn de verspreid wonende Albaneze nationale minderheden. Buiten Albanië en Kosovo wonen er nog Albanezen in Macedonië (20 - 30 procent van de bevolking), Montenegro (5 procent) en in de valei van Presevo, in het zuiden van Servië. De grote vraag is wat zij gaan doen; streven naar een nationale eenheid of niet? Bovendien staat Kosovo onder een zelden gezien internationaal toezicht. De nieuwe onafhankelijkheid, gecombineerd met een gekrenkte nationale trots, kan leiden tot vijandelijkheden tegen de internationale aanwezigheid. De eerste beweging van dien aard is al gesignaleerd. Bovendien zijn de Kosovaren moslims, omringd door niet-moslimlanden in een moslimvijandige wereld. Kortom, Kosovo kan waarschijnlijk toegevoegd worden aan het lijstje van failliete staten die beheerst worden door corruptie, maffiose bendes en diepe ellende. Het neoliberale marktdenken van Europa kan de boel alleen maar verder verzieken. Een aanslepende crisis kan op zijn beurt schade toebrengen aan de politieke en financiële eensgezindheid binnen de EU. Kosovo wordt in de komende jaren dus een belangrijk testgebied voor de samenhang van het buitenlands beleid van de Europese Unie.
Strijd van de grootmachten
Rusland dreigde Amerika en de EU lik op stuk te geven door in Georgië de onafhankelijkheid uit te roepen van Abkhazië en Zuid-Ossetië, twee regio’s die al functioneren alsof ze deel uitmaken van Rusland. Snel werd de Russische toon echter zakelijker; Kosovo is geen oorlog waard, maar ze zal de prijs voor de EU wel zo hoog mogelijk maken. Hun weigering in de VN Veiligheidsraad om Kosovo te erkennen bemoeilijkt hulp en interventie van VN organen in Kosovo. Bovendien wordt er gespeculeerd door Rusland dat maar zo’n 40 landen Kosovo zullen erkennen. Formeel omdat het tegen het internationaal recht ingaat, maar waarschijnlijk speelt het frusteren van de Verenigde Staten, de grote motor achter het onafhankelijke Kosovo, ook mee. Ook Servië maakt het de EU moeilijk. Het akkoord dat de uiteindelijke toetreding van Servië tot de EU regelt en bedoeld was als zoethoudertje is door de Servische eerste minister Vojislav Kostunica afgewezen. Onder meeer omdat op aandringen van het door Srebrenica getraumatiseerde Nederland in het akkoord is opgenomen dat Servië de oorlogsmisdadigers moet uitleveren alvorens ze toe mag treden. Dat weigert Servië vooralsnog. En het is maar de vraag of Servië zich tot toegeeflijkheid zal laten verleiden. Dat de EU hierop rekent staat vast. Pieter Feith in de NRC: ‘Servië wil ook bij de EU horen’. Wat de Amerikanen in Irak proberen met militair geweld, proberen de Europeanen in de Westelijke Balkan met monetair geweld. V

Frank Slegers schrijft maandelijks voor het e-zine Uitpers een ‘Kroniek van de Europese Unie’ over de recente ontwikkelingen in de EU. Dit artikel is een samenvattende bewerking van een deel van de kroniek van februari 2008. www.uitpers.be.

Reactie toevoegen

Plain text

  • Toegelaten HTML-tags: <a> <em> <strong> <cite> <blockquote> <code> <ul> <ol> <li> <dl> <dt> <dd>
  • Adressen van webpagina's en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
Uw reactie zal niet meteen verschijnen, deze wordt eerst goedgekeurd door de beheerder.
To prevent automated spam submissions leave this field empty.
Image CAPTCHA
Vul de tekens uit bovenstaande afbeelding in.

Reageren